Please note that the original language version of this page Latvian has been amended recently. The language version you are now viewing is currently being prepared by our translators.
Please note that the following languages have already been translated.
Swipe to change

In welk land is de rechtbank bevoegd?

Latvia
Content provided by:
European Judicial Network
European Judicial Network (in civil and commercial matters)

1 Moet ik mij wenden tot een gewone rechtbank of tot een gespecialiseerde rechtbank (bijvoorbeeld een arbeidsrechtbank)?

De wet op de burgerlijke rechtsvordering (WBRv) garandeert het recht van iedere natuurlijke of rechtspersoon om zijn rechtmatige belangen en burgerrechten in rechte te verdedigen wanneer daarop inbreuk wordt gemaakt of deze worden betwist. Hoofdregel is dat burgerlijke geschillen door een rechtbank worden behandeld, volgens de regels voor de gewone procesvoering. Slechts in uitzonderlijke, in de wet uitdrukkelijk omschreven, gevallen, kunnen burgerlijke geschillen buitengerechtelijk worden beslecht. Wanneer de wet hierin voorziet, kan de rechter ook vorderingen van natuurlijke en rechtspersonen behandelen die niet civielrechtelijk van aard zijn. In alle gevallen beslist een rechter welke instantie bevoegd is voor het behandelen van een geschil. Wanneer een rechter tot het oordeel komt dat een geschil niet onder de bevoegdheid van een rechterlijke instantie valt, geeft hij in zijn beslissing aan welke instantie wel bevoegd is.

Letland heeft geen gespecialiseerde rechtbanken voor bepaalde categorieën burgerlijke zaken. Op de gewone bevoegdheidsregels gelden echter bepaalde uitzonderingen die voorschrijven op welk niveau van het gerechtelijk systeem een zaak in eerste aanleg moet worden behandeld.

2 Als de gewone rechtbanken bevoegd zijn (dus als dit de rechtbanken zijn die bevoegd zijn voor dergelijke zaken), hoe kan ik dan te weten komen welke van die rechtbanken bevoegd is voor mijn zaak?

De inhoudelijke behandeling van een burgerlijke zaak gebeurt in het gerecht van eerste aanleg van de relevante

2.1 Is er een onderscheid tussen lagere en hogere gewone burgerlijke rechtbanken (bijvoorbeeld districtsrechtbanken als lagere rechtbanken en regionale rechtbanken als hogere rechtbanken), en zo ja, welke is dan bevoegd voor mijn zaak?

Een zaak kan pas ten gronde door een hogere rechter worden behandeld na behandeling door een lagere rechter. Het gerecht van eerste aanleg voor burgerlijke zaken is het districts- of gemeentelijk gerecht (rajona (pilsētas) tiesa) of het regionaal gerecht (apgabaltiesa) onder de bevoegdheid waarvan de zaak valt. Bij burgerlijke zaken vindt de behandeling ten gronde plaats door het gerecht dat naar de aard en het onderwerp van de zaak en de plaats van het geschil bevoegd is.

Hoofdregel is dat wanneer een zaak onder de bevoegdheid van een rechterlijke instantie valt, hij in een districts- of gemeentelijk gerecht wordt behandeld, maar bepaalde in de wet omschreven zaken worden in een regionaal gerecht behandeld. De volgende zaken worden in eerste aanleg door een regionaal gerecht behandeld:

• geschillen inzake eigendomsrechten op onroerende zaken, uitgezonderd de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;

• zaken betreffende de bescherming van octrooirechten, handelsmerken en aanduidingen van geografische herkomst;

• zaken betreffende faillissement en liquidatie van kredietinstellingen.

Verder wordt een zaak in een regionaal gerecht behandeld wanneer hij meerdere vorderingen betreft waarvan sommige onder de bevoegdheid van districts- en gemeentelijke gerechten en andere onder die van een regionaal gerecht vallen, of wanneer een tegenvordering die onder de bevoegdheid van een regionaal gerecht valt, in een districts- of gemeentelijk gerecht is ingediend.

Burgerlijke zaken waarmee een staatsgeheim is gemoeid, vallen in eerste aanleg onder de bevoegdheid van de regionale rechtbank te Riga (Rīgas apgabaltiesa).

2.2 Territoriale bevoegdheid (is de rechtbank van stad A of van stad B bevoegd voor mijn zaak?)

Burgerlijke zaken kunnen in eerste aanleg worden toegewezen aan gerechten van verschillende niveaus, afhankelijk van het onderwerp van de zaak: zaken worden ingedeeld naar het soort en de aard van de vordering. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de territoriale bevoegdheid.

2.2.1 De basisregel voor de territoriale bevoegdheid

Hoofdregel voor de territoriale bevoegdheid is dat een vordering tegen een natuurlijke persoon wordt behandeld door het gerecht van de officiële woonplaats van die persoon (art. 26 WBRv). Een vordering tegen een rechtspersoon wordt behandeld door het gerecht van de plaats waar die rechtspersoon statutair is gevestigd. Welk gerecht van eerste aanleg bevoegd is voor een bepaalde zaak, hangt dus zowel af van het onderwerp van die zaak als van de regels inzake territoriale bevoegdheid.

2.2.2 Uitzonderingen op de basisregel

De wet op de burgerlijke rechtsvordering bevat ook uitzonderingen op de regels inzake territoriale bevoegdheid. Zo kan de eiser zijn vordering instellen volgens de algemene regels inzake territoriale bevoegdheid – dus bij het gerecht van de officiële woonplaats of de plaats van statutaire vestiging van de verweerder – of bij een ander gerecht van eerste aanleg, op hetzelfde niveau, dat in de wet als alternatief gerecht is aangewezen.

2.2.2.1 Wanneer mag ik kiezen tussen de rechtbank van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel) en een andere rechtbank?

Een vordering tegen een verweerder die geen officiële woonplaats heeft, moet worden ingesteld bij het gerecht van zijn feitelijke woonplaats.

Wanneer de feitelijke woonplaats van de verweerder niet bekend is, of de verweerder geen gewone verblijfplaats in Letland heeft, moet de vordering worden ingesteld bij het gerecht van de plaats waar onroerende zaken van de verweerder zijn gesitueerd of van zijn laatst bekende woonplaats.

In bepaalde in de wet omschreven gevallen heeft de eiser de keuze om zijn vordering ofwel bij het gerecht van de officiële woonplaats of plaats van statutaire vestiging van de verweerder of bij een ander gerecht in te stellen.

2.2.2.2 Wanneer moet ik kiezen voor een andere rechtbank dan die van de woonplaats van de verweerder (aangewezen door de basisregel)?

De regels omtrent de forumkeuze door de eiser zijn neergelegd in artikel 28 WBRv, waarin een uitgebreide opsomming wordt gegeven van de gevallen waarin forumkeuze door de eiser mogelijk is en de alternatieve gerechten waar de vordering in die gevallen aanhangig kan worden gemaakt:

• Een vordering die voortvloeit uit of verband houdt met activiteiten van een dochtermaatschappij of vertegenwoordigend kantoor van een rechtspersoon kan ook bij het gerecht van de plaats van vestiging van de dochtermaatschappij of het vertegenwoordigend kantoor worden ingesteld.

• Een alimentatie- of vaderschapsvordering kan ook bij het gerecht van de officiële woonplaats van de eiser worden ingesteld.

• Een vordering tot schadevergoeding voor lichamelijk letsel (art. 2347-2353 van het burgerlijk wetboek) met invaliditeit, andere gezondheidsschade of de dood tot gevolg, kan ook worden ingesteld bij het gerecht van de officiële woonplaats van de eiser of van de plaats waar het letsel is veroorzaakt.

• Een vordering tot vergoeding van door een natuurlijke of rechtspersoon geleden materiële schade kan ook worden ingesteld bij het gerecht van de plaats waar de schade is veroorzaakt.

• Een vordering tot restitutie van eigendom of tot vergoeding van de waarde daarvan kan ook bij het gerecht van de officiële woonplaats van de eiser worden ingesteld.

• Maritieme vorderingen kunnen ook worden ingesteld bij het gerecht van de plaats waar het vaartuig van de verweerder in beslag is genomen.

• Een vordering tegen meerdere verweerders die in verschillende plaatsen woonachtig of gevestigd zijn, kan aanhangig worden gemaakt bij het gerecht van de woonplaats of plaats van statutaire vestiging van een van hen.

• Een vordering tot echtscheiding of nietigverklaring van een huwelijk kan aanhangig worden gemaakt bij het gerecht van de officiële woonplaats van de eiser indien:

o minderjarige kinderen bij de eiser inwonen;

o de verwerende echtgenoot een gevangenisstraf uitzit;

o de woonplaats van de verwerende echtgenoot onbekend is of de verwerende echtgenoot in het buitenland woont.

• Een vordering die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst kan ook worden ingesteld bij het gerecht van de woonplaats van de eiser of het gerecht van de plaats waar hij zijn werkzaamheden verricht.

Wanneer de eiser in bovengenoemde gevallen geen officiële woonplaats heeft, kan de vordering worden ingesteld bij het gerecht van zijn feitelijke woonplaats.

Daarnaast bestaan ook exclusieve-bevoegdheidsregels in burgerlijke zaken, die niet alleen voorrang hebben boven de algemene territoriale-bevoegdheidsregels maar ook boven de regels voor alle andere vormen van territoriale bevoegdheid. Bij de volgende typen vorderingen is een bepaald gerecht exclusief bevoegd.

Vorderingen in verband met eigendomsrechten op onroerende zaken en bijkomende rechten en servituten, evenals vorderingen in verband met de kadastrale inschrijving of doorhaling van dergelijke rechten, moeten worden ingesteld bij het gerecht van de plaats waar de betreffende onroerende zaak is gesitueerd.

Wanneer een vordering op een nalatenschap wordt ingesteld en geen erfgenamen bekend zijn die als zodanig zijn erkend of die de nalatenschap hebben aanvaard, dan is het gerecht bevoegd van de officiële of feitelijke woonplaats van de erflater. Wanneer de officiële of feitelijke woonplaats van de erflater niet in Letland of onbekend is, moet de vordering worden ingesteld bij gerecht van de plaats waar de onroerende zaak of nalatenschap of een deel daarvan is gesitueerd.

Ook op grond van andere wetten kan een exclusieve bevoegdheid gelden.

Onderstaande bepalingen gelden ook voor zaken die volgens bijzondere gerechtelijke procedures worden behandeld.

Een adoptieverzoek moet worden ingediend bij het gerecht van de officiële woonplaats van de adoptiefouder of, bij ontstentenis daarvan, de feitelijke woonplaats van de adoptiefouder. Een verzoek tot nietigverklaring van een adoptie moet worden ingediend bij het gerecht van de officiële woonplaats van de verzoeker of, bij ontstentenis daarvan, de feitelijke woonplaats van de verzoeker.

Een adoptieverzoek van een vreemdeling of van een persoon die in het buitenland woont, moet bij het gerecht van de officiële woonplaats van het adoptiekind worden ingediend. Als niet-familieleden de zorg over het kind hebben, moet het verzoek echter worden ingediend bij het gerecht van de plaats waar de extrafamiliaire zorg wordt verstrekt (art. 259, lid 2 WBRv).

Een verzoek om een persoon wegens een geestelijke of lichamelijke stoornis handelingsonbekwaam of beperkt handelingsbekwaam te verklaren, moet worden ingediend bij het gerecht van de officiële woonplaats van die persoon of, bij ontstentenis daarvan, diens feitelijke woonplaats. Wanneer de persoon in kwestie in een medische instelling is opgenomen, moet het verzoek worden ingediend bij het gerecht van de plaats van vestiging van die medische instelling (art. 264 WBRv).

• Een verzoek om een persoon wegens een losbandige of verkwistende levensstijl of buitensporig gebruik van alcohol of andere verdovende middelen handelingsonbekwaam te verklaren en onder curatele te stellen, moet worden ingediend bij het gerecht van de officiële woonplaats van die persoon of, bij ontstentenis daarvan, diens feitelijke woonplaats (art. 271 WBRv).

• Zaken die verband houden met het beheer van de bezittingen van een afwezige of vermiste persoon worden behandeld door het gerecht van de laatst bekende woonplaats van die persoon (art. 278 WBRv).

• Een verzoek tot doodverklaring van een vermiste persoon moet worden ingediend bij het gerecht van de laatst bekende woonplaats van die persoon (art. 282 WBRv).

• Een verzoek tot vaststelling van rechtsfeiten moet worden ingediend bij het gerecht van de officiële woonplaats van de verzoeker of, bij ontstentenis daarvan, zijn feitelijke woonplaats (art. 290 WBRv).

• Een verzoek tot nietigverklaring van rechten in een onroerende zaak moet worden ingediend bij het gerecht van de plaats waar die onroerende zaak is gesitueerd. Een verzoek tot nietigverklaring van andere rechten moet worden ingediend bij het gerecht van de officiële woonplaats van de verzoeker of, bij ontstentenis daarvan, zijn feitelijke woonplaats, dan wel, in het geval van een rechtspersoon, de plaats van statutaire vestiging, tenzij de wet anders bepaalt (art. 294, lid 2 WBRv).

• Een verzoek tot nietigverklaring van een verloren, gestolen of vernietigd schuldbewijs en de vernieuwing van daaraan verbonden rechten moet worden ingediend bij het gerecht van de in het document vermelde plaats van betaling of, wanneer de plaats van betaling niet bekend is, het gerecht van de officiële woonplaats van de schuldenaar of, bij ontstentenis daarvan, diens feitelijke woonplaats, dan wel, in het geval dat de schuldenaar een rechtspersoon is, de plaats waar de schuldenaar statutair is gevestigd. Wanneer de feitelijke woonplaats of plaats van statutaire vestiging van de schuldenaar eveneens onbekend is, is het gerecht van de plaats van uitgifte van het document bevoegd (art. 299 WBRv).

• Een verzoek in verband met de aflossing betreffende onroerende zaken moet worden ingediend bij het gerecht van de plaats waar de onroerende zaak is gesitueerd (art. 336 WBRv).

• Een verzoek om maatregelen tot zekerstelling van een vordering moet worden ingediend bij het gerecht van de plaats waar de schuldenaar statutair is gevestigd (art. 341 WBRv1).

Een zaak die betrekking heeft op de insolventie van een rechtspersoon moet aanhangig worden gemaakt bij het gerecht van de plaats waar de schuldenaar statutair is gevestigd. De bevoegdheid tot het openen van een insolventieprocedure berust ingevolge artikel 3, lid 1, van Verordening nr.   1346/2000 van de Raad bij het gerecht van de plaats waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar is gelegen. Wanneer een insolventieprocedure echter krachtens artikel 3, lid 2, van die verordening wordt geopend, moet de zaak worden behandeld door het gerecht van de plaats waar de schuldenaar een ‘vestiging’ in de zin van artikel 2, onder h), van die verordening heeft (art. 363 WBRv1).

Zaken die betrekking hebben op de insolventie van een natuurlijke persoon worden behandeld door het gerecht van de officiële woonplaats van de schuldenaar of, bij ontstentenis daarvan, zijn feitelijke woonplaats. De bevoegdheid tot het openen van een insolventieprocedure berust ingevolge artikel 3, lid 1, van Verordening nr.   1346/2000 van de Raad bij het gerecht van de plaats waar het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar is gelegen. Wanneer een insolventieprocedure echter krachtens artikel 3, lid 2, van die verordening wordt geopend, moet de zaak worden behandeld door het gerecht van de plaats waar de schuldenaar een ‘vestiging’ in de zin van artikel 2, onder h), van die verordening heeft (art. 363 WBRv22).

Zaken die betrekking hebben op de insolventie of liquidatie van kredietinstellingen worden behandeld door het gerecht van de plaats waar de kredietinstelling statutair is gevestigd (art. 364 WBRv).

• Een werkgever kan een verzoek indienen om een staking of aangezegde staking onwettig te verklaren op de gronden omschreven en volgens de procedure neergelegd in de stakingswet. Een daartoe strekkend verzoek moet worden ingediend bij het gerecht van de plaats waar de staking plaatsvindt of gaat plaatsvinden (art. 390 WBRv).

• Werknemersvertegenwoordigers kunnen een verzoek indienen om een lock-out of aanzegging van lock-out onwettig te verklaren op de gronden omschreven en volgens de procedure neergelegd in de arbeidsgeschillenwet. Een daartoe strekkend verzoek moet worden ingediend bij het gerecht van de plaats waar de lock-out plaatsvindt of gaat plaatsvinden (art. 394 WBRv1).

Zaken die betrekking hebben op de gedwongen tenuitvoerlegging van onbetwiste verbintenissen (saistību bezstrīdus piespiedu izpildīšana):

• Een verzoekschrift tot vrijwillige verkoop van onroerende zaken bij veiling door rechterlijke tussenkomst moet worden ingediend bij het districts- of gemeentelijk gerecht van de plaats waar de onroerende zaak is gesitueerd (art. 395 WBRv).

• Een verzoekschrift tot gedwongen tenuitvoerlegging van onbetwiste geldvorderingen of teruggave van roerende zaken of tot gedwongen tenuitvoerlegging van onbetwiste contractuele verbintenissen voor de nakoming waarvan zakelijke zekerheid is gesteld, moet worden ingediend bij het kadaster van het districts- of gemeentelijk gerecht van de officiële woonplaats van de schuldenaar of, bij ontstentenis daarvan, de feitelijke woonplaats van de schuldenaar (art. 403, lid 1 WBRv).

• Een verzoekschrift tot gedwongen tenuitvoerlegging van een stuk waarbij een recht op een onroerende zaak wordt verleend of van een onbetwiste verplichting tot ontruiming of teruggave van geleasede of gehuurde onroerende zaken moet worden ingediend bij het kadaster van het districts- of gemeentelijk gerecht van de plaats waar de onroerende zaak is gesitueerd. Wanneer tot zekerheid van een vordering meerdere onroerende zaken zijn gesteld, en de bevoegdheid tot het behandelen van het verzoek daardoor bij het kadaster van verschillende districts- of gemeentelijke gerechten berust, wordt het verzoek behandeld door het kadaster van het districts- of gemeentelijk gerecht van de plaats waar een van de onroerende zaken is gesitueerd, naar keuze van de verzoeker (art. 403, lid 2 WBRv).

• Een verzoekschrift tot gedwongen tenuitvoerlegging op basis van een onbetwiste akte van scheepsverband moet worden ingediend bij het kadaster van het districts- of gemeentelijke gerecht van de plaats waar de akte is ingeschreven (art. 403, lid 3 WBRv).

Zaken die betrekking hebben op de gedwongen tenuitvoerlegging van verbintenissen bij gerechtelijke kennisgeving (saistību piespiedu izpildīšana brīdinājuma kārtībā):

Een verzoekschrift tot gedwongen tenuitvoerlegging van een schuldverbintenis bij gerechtelijke kennisgeving moet worden ingediend bij het kadaster van het districts- of gemeentelijk gerecht van de officiële woonplaats van de schuldenaar of, bij ontstentenis daarvan, de feitelijke woonplaats of plaats van statutaire vestiging van de schuldenaar (art. 406 WBRv2).

2.2.2.3 Mogen de partijen zelf een rechtbank aanwijzen die normaal gezien niet bevoegd zou zijn?

Ja, die mogelijkheid bestaat. De Letse wetgeving voorziet in de mogelijkheid voor partijen om bij beding het (territoriaal) bevoegde gerecht aan te wijzen. Bij het sluiten van een overeenkomst kunnen de partijen aangeven waar eventuele geschillen die uit die overeenkomst voortvloeien, in eerste aanleg moeten worden beslecht. De partijen kunnen echter niet afwijken van de absolute-bevoegdheidsregels, met andere woorden: ze kunnen niet bepalen op welk niveau een eventueel geschil in eerste aanleg wordt behandeld (art. 25 WBRv). Evenmin kunnen ze afwijken van een eventuele exclusieve bevoegdheid van een bepaald gerecht (art. 29 WBRv). De mogelijkheid van het sluiten van een forumkeuzebeding kent twee beperkingen:

• Forumkeuze is alleen mogelijk voor contactuele geschillen.

• Het beding moet tegelijk met de overeenkomst worden gesloten en duidelijk aangeven bij welk specifiek gerecht een eventueel geschil moet worden behandeld. Aangezien de partijen bij het sluiten van de overeenkomst nog niet kunnen weten welk bedrag met een eventuele toekomstige vordering is gemoeid, moet het beding voorzien in een alternatieve keuze voor een gerecht van eerste aanleg. De overeenkomst moet dus zowel een specifiek districts- of gemeentelijk gerecht als een specifiek regionaal gerecht vermelden dat afhankelijk van de waarde van de vordering bevoegd is.

3 Als een gespecialiseerde rechtbank bevoegd is, hoe kan ik dan te weten komen tot welke rechtbank ik mij moet wenden?

Krachtens de Letse wetgeving behandelen algemeen bevoegde gerechten zowel burgerlijke als strafzaken. In tegenstelling tot andere landen heeft Letland geen gespecialiseerde gerechten, zoals familierechtbanken, en ook geen rechters die in bepaalde rechtsgebieden zijn gespecialiseerd.

Zoals hierboven toegelicht, vindt de behandeling ten gronde van een burgerlijke zaak in een gerecht van eerste aanleg plaats. Pas nadat de lagere rechter uitspraak heeft gedaan, kan de zaak aan een hogere rechter worden voorgelegd. In burgerlijke zaken is het gerecht van eerste aanleg het districts- of gemeentelijk gerecht of het regionaal gerecht onder de bevoegdheid waarvan de zaak valt. Hoofdregel is dat alle burgerlijke geschillen onder de bevoegdheid van een rechterlijke instantie vallen en worden behandeld volgens de regels voor de gewone procesvoering.

Laatste update: 07/02/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Use the form below to share your comments and feedback on our new website