Securing assets during a claim in EU countries

It may be that you want measures to be taken quickly in a Member State other than where your main case is pending without waiting for a final judgment to be given.

It could be that you have started an action in the courts, but proceedings are slow and you are feeling rather put off.  You fear that your debtor will take advantage of the long-drawn-out procedures and the various redress facilities to escape his/her creditors before judgment is actually given. For example, s/he might be tempted to organise her/his own insolvency or to transfer assets. If so, it is in your interests to apply to the court for interim measures.

The court may order interim or precautionary measures against the debtor's assets. The purpose of all these measures is to anticipate the final judgment on the merits for a certain period so as to ensure that it will be possible to enforce it.

However there are quite substantial differences in the conditions for ordering these measures in the Member States.

Please select the relevant country's flag to obtain detailed national information.

Last update: 18/01/2019

This page is maintained by the European Commission. The information on this page does not necessarily reflect the official position of the European Commission. The Commission accepts no responsibility or liability whatsoever with regard to any information or data contained or referred to in this document. Please refer to the legal notice with regard to copyright rules for European pages.

Voorlopige en beschermende maatregelen - België

1 De verschillende soorten maatregelen

Bewarende maatregelen hebben tot doel het behoud van rechten te waarborgen. In de praktijk kan de schuldeiser zich met deze maatregelen wapenen tegen het risico dat hij niet wordt betaald door zijn schuldenaar.

Indien zuiver bewarende maatregelen niet volstaan, kan de rechter voorlopige maatregelen gelasten die vergelijkbare gevolgen hebben als de beslissing die in de rechtspleging ten gronde wordt verwacht. De definitieve uitspraak kan deze voorlopige maatregelen bekrachtigen of ongedaan maken.

Voorlopige en bewarende maatregelen kunnen door de rechter worden opgelegd met betrekking tot de goederen van de schuldenaar. Voor het verhalen van schulden geldt het principe dat een schuldenaar hiervoor instaat met al zijn roerende (geld, meubelen, juwelen, aandelen) en onroerende (grond, gebouwen, woonhuis) goederen. De schuldeiser kan ook aanspraak maken op de rechten die zijn schuldenaar heeft (tegoeden, loon).

1.1. Bewarende maatregelen

A. Bewarend beslag

Iedere schuldeiser kan in spoedeisende gevallen aan de rechter toestemming vragen om op de voor beslag vatbare goederen van zijn schuldenaar bewarend beslag te leggen (artikel 1413 Ger.W.). De schuldenaar kan niet meer vrij beschikken over de goederen die onder bewarend beslag zijn geplaatst. Hij kan deze goederen dus niet meer verkopen, wegschenken of bezwaren met een hypotheek. Deze beschikkingsonbevoegdheid heeft slechts een relatieve werking: zij geldt uitsluitend ten behoeve van de beslagleggende schuldeiser. De schuldenaar blijft wel eigenaar van de goederen en behoudt de genotsrechten op de goederen.

B. Sekwester

Sekwester is de bewaargeving van zaken waarover een geschil aanhangig is en die behouden moeten blijven tot de definitieve uitspraak (artikel 1955 e.v. BW). Sekwester wordt hetzij bij overeenkomst tussen de partijen bedongen (conventioneel), hetzij door de rechter bevolen (gerechtelijk). In tegenstelling tot de gewone bewaargeving kan het sekwester ook onroerende goederen tot voorwerp hebben (artikel 1959 BW).

C. Inventaris

Het opmaken van een inventaris heeft tot doel de omvang van een nalatenschap, een huwelijksgemeenschap of een onverdeeldheid te bepalen (artikel 1175 Ger.W.). Een inventaris wordt opgemaakt op verzoek van een schuldeiser, een echtgeno(o)t(e) of een erfgenaam. De personen die verzoeken om het opmaken van een inventaris, hebben het recht om de notaris te kiezen die de lijst van goederen opneemt in een authentieke akte. Indien zij niet tot overeenstemming komen, wijst de vrederechter de notaris aan (artikel 1178 Ger.W.). Indien er geschillen rijzen, is de vrederechter bevoegd om deze te beslechten.

D. Verzegeling

Verzegeling heeft tot gevolg dat goederen feitelijk onbeschikbaar worden. Indien een ernstig belang dit vereist, kan een schuldeiser, een echtgeno(o)t(e) of een erfgenaam de verzegeling vorderen van voorwerpen die tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten, tot een nalatenschap of tot een onverdeeldheid behoren (artikel 1148 Ger.W.). De verzegeling geschiedt door de vrederechter. De vrederechter kan overgaan tot de ontzegeling op verzoek van de verzegelaar zelf of van een schuldeiser, een echtgeno(o)t(e) of een erfgenaam. In het geval van verzet tegen de ontzegeling is het ook aan de vrederechter om uitspraak te doen.

1.2. Voorlopige maatregelen

Voorlopige maatregelen of maatregelen bij voorraad zijn maatregelen die herroepbaar en niet‑onomkeerbaar zijn. Zij worden opgelegd in kort geding of in een rechtspleging ten gronde.

1.3. Voorlopige tenuitvoerlegging

Voorlopige tenuitvoerlegging of tenuitvoerlegging bij voorraad is onder strikte voorwaarden mogelijk na een vonnis dat nog niet in kracht van gewijsde is getreden.

Behoudens de uitzonderingen die in de wet zijn vastgesteld of tenzij de rechter bij een met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt en onverminderd artikel 1414, schorst verzet tegen eindvonnissen daarvan de tenuitvoerlegging.

Behoudens de uitzonderingen die in de wet zijn vastgesteld of tenzij de rechter bij een met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt en onverminderd artikel 1414, zijn de eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad, zulks niettegenstaande hoger beroep en zonder zekerheidsstelling indien de rechter deze niet heeft bevolen (artikel 1397 Ger.W.).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

A. Bewarend beslag

Een persoon die over een vonnis beschikt, zelfs indien dat van buitenlandse oorsprong is, mag een gerechtsdeurwaarder opdragen bewarend beslag te leggen op de goederen van de persoon op wie de rechterlijke uitspraak betrekking heeft. Bij gebrek aan een vonnis, is de interventie van de rechterlijke macht noodzakelijk om bewarend beslag te kunnen leggen.

Vorderingen worden voor de beslagrechter ingeleid en behandeld zoals in kort geding (artikel 1395 Ger.W.). De termijn van dagvaarding bedraagt ten minste twee dagen, maar kan worden verkort in spoedeisende gevallen.

Een eenzijdig verzoekschrift tot bewarend beslag wordt door de advocaat neergelegd bij de beslagrechter die machtiging kan verlenen tot het leggen van bewarend beslag. De beslagrechter moet binnen acht dagen uitspraak doen bij beschikking. Deze beschikking dient vervolgens samen met het beslagexploot te worden betekend door de gerechtsdeurwaarder aan de beslagene zodat deze op de hoogte wordt gesteld van het beslag.

De beschikking is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad en heeft slechts een relatief gezag van gewijsde. De beslagrechter kan de beschikking steeds wijzigen of intrekken op grond van veranderde omstandigheden. Het tarief van de gerechtsdeurwaarders is vastgesteld in het Koninklijk Besluit van 30 november 1976 (B.S. van 8 februari 1977).

B. Sekwester

Bij conventioneel sekwester volstaat een geldige overeenkomst tussen partijen en is er geen interventie van de rechter vereist. Gerechtelijk sekwester daarentegen wordt bevolen door de rechter.

In beide gevallen wordt er een gerechtelijke bewaarder aangesteld, hetzij bij overeenkomst, hetzij door de rechter. Deze moet als een goede huisvader zorgen voor het behoud van de zaak die hem is toevertrouwd. Tevens heeft hij de plicht om de zaak terug te geven indien het sekwester wordt beëindigd. Hij heeft recht op een bij wet bepaald loon (artikel 1962, derde alinea, BW).

C. Voorlopige maatregelen

Voorlopige maatregelen moeten steeds bij de rechter worden aangevraagd, hetzij in kort geding, hetzij in een rechtspleging ten gronde. Ook een arbiter kan voorlopige maatregelen bevelen (artikel 1696 Ger.W.).

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg doet in spoedeisende gevallen bij voorraad uitspraak in alle zaken die niet door de wet aan de rechterlijke macht zijn onttrokken (artikel 584, eerste alinea, Ger.W.). "Bij voorraad" betekent dat de uitspraak slechts voorlopig is en geen definitieve en onomkeerbare gevolgen mag sorteren. Ook de voorzitter van de rechtbank van koophandel en de voorzitter van de arbeidsrechtbank kunnen bij voorraad uitspraak doen over spoedeisende aangelegenheden indien die onder hun respectieve bevoegdheden vallen.

De uitspraak in kort geding mag geen nadeel toebrengen aan de zaak zelf (het bodemgeschil), hetgeen betekent dat het gezag van gewijsde van de uitspraak relatief is. De rechter van het bodemschil mag er geenszins door worden gebonden, vandaar dat de rechter in kort geding enkel voorlopige maatregelen mag treffen.

Zo is de voorzitter van de familierechtbank tijdens een echtscheidingsprocedure bevoegd om voorlopige maatregelen te treffen inzake de persoon, de goederen en het levensonderhoud van zowel de echtgenoten als de kinderen (artikel 1280, eerste alinea, Ger.W.).

De tegenpartij wordt via de gerechtsdeurwaarder formeel op de hoogte gebracht van de gelaste maatregelen en wordt uitgenodigd om deze, desnoods onder dwang van de politiediensten en/of verbeurte van een dwangsom, na te leven. Het tarief van de gerechtsdeurwaarders is vastgesteld in het Koninklijk Besluit van 30 november 1976 (B.S. van 8 februari 1977).

Rechtsprekend in eerste aanleg kan de vrederechter dringende voorlopige maatregelen opleggen voor de duur van het samenwonen van gehuwden of wettelijk samenwonenden wanneer de verstandhouding tussen de partners is verstoord, bijvoorbeeld omtrent de gezinswoning of de persoon en de goederen van de kinderen. Deze maatregelen zijn slechts voorlopig en eindigen wanneer de partijen niet meer samenwonen. Ze kunnen in het geval van gehuwden geen permanente basis vormen voor een echtscheiding. De rechtbank van eerste aanleg moet uitspraak doen over een eventuele definitieve regeling van de echtscheiding.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Een vonnis vormt een uitvoerbare titel. Zolang het vonnis niet in kracht van gewijsde is getreden, is het nog niet vatbaar voor tenuitvoerlegging. Behoudens de uitzonderingen die in de wet zijn vastgesteld of tenzij de rechter bij een met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt, wordt de tenuitvoerlegging immers geschorst zolang de mogelijkheid bestaat tot het aantekenen van verzet; de mogelijkheid om hoger beroep of een voorziening in cassatie in te stellen heeft echter geen schorsende werking (artikel 1397 Ger.W.).

De rechter die het eindvonnis heeft gewezen, kan de voorlopige tenuitvoerlegging van dat vonnis toestaan behalve in door de wet verboden gevallen (artikel 1399 Ger.W.), zoals in het geval van eindvonnissen inzake de staat van personen.

Indien de voorlopige tenuitvoerlegging kan geschieden, gebeurt de uitvoering op risico van de eiser. De rechter kan facultatief aan deze uitvoerbaarheid bij voorraad een voorwaarde verbinden, meer bepaald door middel van een zekerheidstelling door de eiser (artikel 1400 Ger.W.). De eiser kan de uitvoering aanvatten, maar hij is verplicht bij de Deposito- en Consignatiekas een bedrag te storten of een bankwaarborg te verstrekken. Het is immers mogelijk dat het vonnis in hoger beroep wordt herzien en dat de verweerder recht heeft op een schadevergoeding.

2.2 De basisvereisten

A. Bewarend beslag

Bewarend beslag kan enkel worden gelegd in spoedeisende gevallen én indien de schuldvordering zeker, vaststaand en eisbaar is.

Spoedeisendheid of urgentie impliceert dat de solvabiliteit van de schuldenaar in het gedrang komt zodat de aanspraken van de schuldeiser op het vermogen van de schuldenaar gevaar lopen. Het bewarend beslag kan niet louter worden aangewend als pressiemiddel, maar is gewettigd telkens als naar objectieve maatstaven de financiële situatie van de schuldenaar in gevaar komt. De spoedeisendheid moet bestaan zowel op het tijdstip waarop het beslag wordt gelegd als op het ogenblik waarop de rechter over de handhaving van het beslag dient te oordelen.

De schuldvordering van de eiser moet zeker zijn, hetgeen betekent dat de vordering een voldoende schijn van gegrondheid heeft en niet voor redelijke betwisting vatbaar is. Tevens moet de schuldvordering vaststaand zijn. Het bedrag van de schuldvordering moet immers bepaald zijn of minstens vatbaar zijn voor voorlopige raming. Indien de schuld nog niet precies vaststaat, zal zij door de beslagrechter worden geraamd. Tot slot is er het vereiste van eisbaarheid; de schuldeiser moet gerechtigd zijn om de nakoming van zijn schuldvordering te vorderen. In artikel 1415 Ger.W. wordt deze voorwaarde genuanceerd, zodat ook schuldvorderingen inzake te vervallen periodieke inkomsten (alimentatie, huurgelden, rente) en zelfs voorwaardelijke en eventuele vorderingen in aanmerking komen voor bewarend beslag.

B. Sekwester

Het gerechtelijk sekwester kan door de rechter worden bevolen voor roerende goederen die bij een schuldenaar in beslag zijn genomen, voor onroerende of roerende goederen waarvan de eigendom of het bezit tussen twee of meer personen in geschil is, en voor zaken die een schuldenaar tot kwijting van zijn schuld aanbiedt (artikel 1961 BW). In het algemeen geldt deze regel telkens wanneer de omstandigheden van de zaak sekwester als een vorm van bewarende maatregel rechtvaardigen teneinde de zaken in hun bestaande toestand te behouden zonder een eindoplossing in het gedrang te brengen. Er wordt geen rekening gehouden met de spoedeisendheid. De rechter zal het sekwester nochtans voorzichtig hanteren als een ernstige en uitzonderlijke maatregel die alleen kan worden toegestaan indien er daartoe voldoende gewichtige redenen zijn.

C. Voorlopige maatregelen

Een zaak kan enkel in kort geding worden behandeld wanneer deze zo dringend is dat indien er niet onmiddellijk een regeling zou worden getroffen, de eiser schade van een zekere omvang zou lijden of ernstige ongemakken zou ondervinden. Spoedeisendheid is dus een cruciaal vereiste om een kort geding te mogen aanspannen.

Ook voorlopige maatregelen in een rechtspleging ten gronde moeten een spoedeisend karakter hebben. Daarom wordt er ook gesproken van "dringende voorlopige maatregelen", die gevorderd kunnen worden bij de vrederechter.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Het criterium voor de rechter om al dan niet een voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan, is het risico dat de tegenpartij de uitvoering van het vonnis nodeloos vertraagt of onmogelijk maakt voor de eiser. Indien de tegenpartij hoger beroep of verzet aantekent louter om de uitvoering van het vonnis te ontlopen, vormt dat een aanleiding om de voorlopige tenuitvoerlegging te vorderen bij de rechter die het vonnis heeft uitgesproken. In bepaalde gevallen is voorlopige tenuitvoerlegging echter verboden (zie hierboven).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

A. Bewarend beslag

Alle soorten goederen (roerende, onroerende, onlichamelijke) komen in aanmerking om in beslag te worden genomen. Bepaalde goederen mogen echter niet (of slechts gedeeltelijk) in beslag worden genomen. Het niet voor beslag vatbaar zijn, vloeit voort hetzij uit de wet, hetzij uit de aard van het goed, hetzij uit de verbondenheid van het goed met de persoon van de schuldenaar.

In artikel 1408 Ger.W. is vastgesteld welke goederen er niet in beslag mogen worden genomen. Samengevat betreft het de strikt noodzakelijke goederen van de schuldenaar, voorwerpen nodig voor de voortzetting van de studies of voor de beroepsopleiding van de beslagene of van zijn kinderen, beroepsgoederen van de beslagene, voorwerpen bestemd tot de eredienst, levensmiddelen en brandstoffen. In artikel 1410, § 2, Ger.W. zijn de uitkeringen vermeld die in geen geval in beslag mogen worden genomen. Het betreft onder andere de gezinsbijslagen en het leefloon.

Het loon en de hiermee gelijkgestelde inkomsten van de beslagene zijn slechts gedeeltelijk vatbaar voor beslag. De betrokken bedragen zijn vastgesteld in artikel 1409, § 1, Ger.W. en worden jaarlijks bij Koninklijk Besluit aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Artikel 1410, § 1, Ger.W. breidt het toepassingsgebied van de gedeeltelijk beslagbare bedragen uit tot onder andere alimentatiegelden, pensioenen en werkloosheids-, arbeidsongevallen- en invaliditeitsuitkeringen.

Goederen die voor inbeslagneming in aanmerking komen, worden door de gerechtsdeurwaarder aangeduid door vermelding in een proces-verbaal met het oog op een eventuele latere verkoop, tenzij er via de gerechtsdeurwaarder een overeenkomst met de schuldeiser kan worden gesloten. Het is op straffe van strafrechtelijke vervolging ten strengste verboden om de goederen te laten verdwijnen die door een gerechtsdeurwaarder zijn aangeduid.

B. Sekwester

Het gerechtelijk sekwester kan door de rechter worden bevolen voor roerende goederen die bij een schuldenaar in beslag zijn genomen, voor onroerende of roerende goederen waarvan de eigendom of het bezit tussen twee of meer personen in geschil is, en voor zaken die een schuldenaar tot kwijting van zijn schuld aanbiedt (artikel 1961 BW).

C. Voorlopige maatregelen

In kort geding komen alle types van zaken in aanmerking om voorlopig te worden beslecht. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg is bevoegd voor alle gemeenrechtelijke burgerlijke geschillen. Arbeidszaken en handelszaken moeten bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank of van de rechtbank van koophandel aanhangig worden gemaakt.

De familierechtbank kan dringende voorlopige maatregelen opleggen voor de duur van het samenwonen, bijvoorbeeld omtrent de gezinswoning of de persoon en de goederen van de kinderen. Dit geldt enkel voor gehuwden (artikel 223, eerste alinea, BW) en voor wettelijk samenwonenden (artikel 1479, eerste alinea, BW), niet voor feitelijk samenwonenden.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

In beginsel kunnen alle vonnissen voorlopig ten uitvoer worden gelegd indien de rechter dat toestaat, behalve in door de wet verboden gevallen (artikel 1399 Ger.W.).

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

A. Bewarend beslag

De beslagene verliest niet de eigendom en de genotsrechten (gebruik, verhuur, opbrengst, vruchten) van de onder bewarend beslag geplaatste goederen. Hij mag deze goederen enkel niet vervreemden of bezwaren met een hypotheek. Deze beschikkingsonbevoegdheid heeft als gevolg dat alle handelingen die de beslagene stelt in strijd met deze onbevoegdheid wel geldig zijn, maar geen werking hebben ten aanzien van de beslaglegger. De beslaglegger moet er dus geen rekening mee houden en mag doen alsof deze handelingen niet bestaan.

B. Sekwester

Sekwester betekent, net zoals een gewone bewaargeving, het materiële bezit van een goed overdragen aan de bewaarnemer. De bewaarnemer mag enkel bewarende handelingen verrichten.

C. Voorlopige maatregelen

Niet van toepassing.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Voorlopige tenuitvoerlegging heeft als gevolg dat het vonnis wordt uitgevoerd ondanks de mogelijkheid van herziening van het vonnis in hoger beroep of na verzet. De eiser draagt het risico van de tenuitvoerlegging (zie hierboven).

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

A. Bewarend beslag

Het bewarend beslag is beperkt geldig in de tijd, d.w.z. in beginsel voor drie jaar. De beslagrechter mag een kortere termijn vaststellen. Het beslag kan worden hernieuwd zolang de eerste termijn loopt. De hernieuwing – die in feite een verlenging van de bestaande termijn is – wordt toegestaan indien er gegronde redenen zijn en er nog steeds sprake is van spoedeisendheid.

B. Sekwester

In de wet is er geen limiet vastgesteld voor de termijn waarvoor het sekwester geldt. Indien er geen risico meer bestaat dat de zaken niet in hun bestaande toestand behouden kunnen blijven en een eindoplossing niet langer in het gedrang komt, wordt het sekwester opgeheven.

C. Voorlopige maatregelen

In de wet is er geen geldigheidsduur voor voorlopige maatregelen vastgesteld. In een definitieve uitspraak over het geschil kunnen de voorlopige maatregelen worden bekrachtigd of ongedaan worden gemaakt.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Niet van toepassing.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

A. Bewarend beslag

Tegen een beschikking van de beslagrechter die de beslaglegging weigert toe te staan, kan de beslaglegger hoger beroep instellen binnen een maand na de kennisgeving van de beschikking (artikel 1419, eerste alinea, Ger.W. en artikel 1031 Ger.W.). De zaak wordt op dezelfde manier behandeld als voor de eerste rechter; het arrest wordt in raadkamer gewezen. Wordt het beslag toegestaan in hoger beroep, dan moet de beslagene die tegen het beslag wil opkomen de zaak bij wijze van derdenverzet bij het hof van beroep aanhangig maken.

Tegen een beschikking van de beslagrechter waarbij toestemming tot bewarend beslag wordt verleend, kan de beslagene of iedere belanghebbende partij derdenverzet aantekenen (artikel 1419 Ger.W.). Het derdenverzet moet worden ingesteld binnen een maand vanaf de betekening van de beschikking tot toestemming en wordt gebracht voor de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen (artikel 1125 Ger.W.). Tenzij de beslagrechter de schorsing van de tenuitvoerlegging toestaat, heeft het derdenverzet geen schorsende werking.

B. Sekwester

Niet van toepassing in het geval van sekwester bedongen tussen partijen.

Gerechtelijk sekwester is een beslissing van een rechter waartegen rechtsmiddelen mogelijk zijn conform de regeling van het Gerechtelijk Wetboek.

C. Voorlopige maatregelen

Iedere partij die door een beschikking in kort geding is benadeeld, heeft de mogelijkheid om hoger beroep of verzet aan te tekenen. Hoger beroep tegen een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of van de rechtbank van koophandel, wordt behandeld door het hof van beroep. Hoger beroep tegen een beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank moet worden ingesteld bij het arbeidshof.

De termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen bedragen een maand vanaf de betekening van de beschikking in het geval dat de rechtspleging werd ingeleid per dagvaarding of vrijwillige verschijning, en een maand na de kennisgeving van de beschikking bij gerechtsbrief in het geval dat de beschikking werd gewezen op eenzijdig verzoekschrift.

D. Voorlopige tenuitvoerlegging

Er kan geen hoger beroep worden aangetekend tegen voorlopige tenuitvoerlegging. De rechter in hoger beroep kan immers in geen geval de tenuitvoerlegging van een vonnis verbieden of schorsen (artikel 1402 Ger.W.).

Laatste update: 24/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Bulgarije

1 De verschillende soorten maatregelen

De gerechtelijke procedure wordt doorgaans gekenmerkt door haar min of meer lange duur. Door die lange duur, die het gevolg is van de noodzaak om verschillende stappen en processen te doorlopen, is de verlangde rechtsbescherming soms niet doeltreffend, als rekening wordt gehouden met de tijd die de rechterlijke instantie nodig heeft om het geschil te beslechten en dus met het feit dat de betrokken uitspraak pas laat rechtsgevolgen heeft. Daarom heeft de wetgever gezorgd voor een reeks maatregelen om de doeltreffendheid van de verlangde rechtsbescherming te garanderen.

Op voorlopige maatregelen zijn de bepalingen van de artikelen 389 tot en met 404 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

Krachtens artikel 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geeft de rechter toestemming voor de voorlopige maatregelen wanneer het, zonder die maatregelen, voor de eiser onmogelijk of heel moeilijk zou zijn om zijn uit de beslissing voortvloeiende rechten uit te oefenen en wanneer: a) de rechtsvordering wordt ondersteund door overtuigend schriftelijk bewijs, of b) er een zekerheid wordt gesteld waarvan het bedrag door de rechter wordt bepaald op grond van de artikelen 180 en 181 van de Wet inzake verbintenissen en overeenkomsten. Het bestaan van overtuigend schriftelijk bewijs verhindert niet dat er, in bepaalde gevallen, een zekerheid moet worden gesteld.

Het risico dat de eiser niet in staat is om zijn rechten die voortvloeien uit een eventuele rechterlijke beslissing naar aanleiding van een gegrond lijkende vordering, te doen gelden, is dus een noodzakelijke voorwaarde voor het toestaan van voorlopige maatregelen door de rechter.

Alvorens voorlopige maatregelen toe te staan, moet de rechter zich vergewissen van het bestaan van de volgende voorwaarden: de noodzaak van de voorlopige maatregelen, de gegrondheid van de rechtsvordering, de geschiktheid en de evenredigheid van de door de eiser voorgestelde conservatoire maatregel met het specifieke geval en met de verlangde rechtsbescherming.

In overeenstemming met de bepalingen van artikel 397, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, staat de wet de volgende voorlopige maatregelen toe:

  1. de inbeslagneming van onroerende goederen,
  2. de voorlopige inbeslagneming van roerende goederen en vorderingen, met inbegrip van aandelen in een onderneming,
  3. overige maatregelen die de rechter geschikt kan vinden, met inbegrip van het immobiliseren van een voertuig en opschorting van een executieprocedure.

De rechter kan ook verschillende voorlopige maatregelen opleggen ter hoogte van de waarde van het geschil.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Op grond van de bepalingen van artikel 34 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn voorlopige maatregelen toegestaan:

  1. krachtens artikel 389 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – voor alle soorten rechtsvorderingen – in elke fase van de gerechtelijke procedure en tot uitputting van de maatregelen van instructie in het kader van een procedure in hoger beroep;
  2. krachtens artikel 390 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor alle soorten rechtsvorderingen, voordat deze aanhangig worden gemaakt bij de rechter.

Verzoek in kort geding in een lopende zaak:

in te dienen door de eiser bij de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. De rechter mag alleen toestemming geven voor de respectieve voorlopige maatregelen als er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, namelijk – de principiële gegrondheid van de rechtsvordering en de noodzaak om voorlopige maatregelen te treffen, dat wil zeggen als er sprake is van een gevaar voor de eiser dat er niet wordt voldaan aan zijn aanspraken indien deze bevestigd zouden worden, evenals de evenredigheid van de gespecificeerde maatregel. Indien er niet voldoende bewijs is, kan de rechter, naar eigen goeddunken, bepalen dat er een zekerheid moet worden gesteld en stelt hij het bedrag hiervan vast op basis van artikel 391, leden 2 en 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De opschorting van de gerechtelijke procedure weerhoudt de rechter er niet van om toestemming te geven voor de voorlopige maatregelen.

Verzoek in kort geding met het oog op een toekomstige rechtsvordering:

in te dienen bij de rechtbank van het rechtsgebied waar de eiser zijn woonplaats heeft of de plaats waar de goederen zich bevinden die het voorwerp zijn van de voorlopige maatregelen. Wanneer de voorlopige maatregelen gericht zijn op de opschorting van een executieprocedure, wordt het verzoek in kort geding ingediend bij de rechtbank van de plaats van executie.

Wanneer de rechter toestemming geeft voor voorlopige maatregelen met het oog op een toekomstige rechtsvordering, bepaalt hij een termijn voor de indiening van de rechtsvordering die niet langer mag zijn dan een maand. In dit geval zijn de materiële voorwaarden voor ontvankelijkheid gelijk aan die van de voorlopige maatregelen in een lopende zaak.

Het verzoek moet verwijzen naar de verlangde voorlopige maatregel en de waarde van het geschil. Het wordt ingediend bij de districtsrechtbank (rayonen sad) of de provinciale rechtbank (okrazhen sad) afhankelijk van de territoriale en materiële bevoegdheid krachtens artikel 104 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het verzoek kan worden ingediend door de betrokken persoon en door zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn advocaat. Er hoeft geen afschrift van het verzoek te worden verstrekt, omdat deze niet aan de tegenpartij wordt betekend.

De voorlopige maatregelen waar de rechter toestemming voor geeft, worden uitgevoerd door middel van:

  • inbeslagneming van onroerende goederen – door de registratiedienst,
  • conservatoir beslag op roerende goederen en vorderingen van de schuldenaar – dit wordt uitgevoerd door een openbare of particuliere gerechtsdeurwaarder, met inbegrip van kennisgeving door hem aan derden, bijvoorbeeld een bank of een andere financiële instelling,
  • conservatoire maatregelen ten aanzien van een voertuig – deze worden uitgevoerd door de bevoegde diensten van de verkeerspolitie,
  • conservatoire maatregelen die gericht zijn op de opschorting van een executieprocedure – in dit geval moet een afschrift van de uitspraak van de rechter ten aanzien van zijn toestemming worden verstrekt aan de gerechtsdeurwaarder die de executieprocedure heeft ingesteld,
  • overige maatregelen overeenkomstig de wet – die worden uitgevoerd door de openbare of particuliere gerechtsdeurwaarder die is gekozen door de betrokken persoon.

2.2 De basisvereisten

De materiële voorwaarden voor de toestemming voor voorlopige maatregelen (die hierboven worden beschreven) worden bepaald in artikel 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De voorlopige maatregelen met betrekking tot een verzoek ten aanzien van een onderhoudsplicht worden onafhankelijk van de eisen van artikel 391 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering goedgekeurd. In die gevallen kan de rechtbank van rechtswege voorlopige maatregelen treffen.

Het is ook mogelijk dat de rechter toestemming geeft voor gedeeltelijke voorlopige maatregelen – in dat geval hebben deze alleen betrekking op de onderdelen van het verzoek die worden gestaafd door voldoende bewijs.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

In het algemeen kunnen voorlopige maatregelen worden toegepast op elk goed van de schuldenaar. Voorlopige maatregelen die erop gericht zijn om de betaling van een geldvordering te garanderen door inbeslagneming van niet opeisbare vorderingen worden niet goedgekeurd.

Op basis van artikel 393, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geeft de rechter geen toestemming voor voorlopige maatregelen die erop gericht zijn om de betaling van een geldvordering op de staat, openbare instanties of instellingen voor de gezondheidszorg te garanderen, in overeenstemming met artikel 5, lid 1, van de wet betreffende instellingen voor de gezondheidszorg.

Op de volgende goederen kunnen voorlopige maatregelen worden toegepast:

  • bankrekeningen,
  • roerende goederen,
  • onroerende goederen,
  • auto's, die kunnen worden aangehouden,
  • activiteit voor een gedwongen executieprocedure,
  • specifieke goederen van de potentiële schuldenaar in verband met andere gevallen die in de wet uitdrukkelijk worden vermeld.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De beschikkingshandelingen van de schuldenaar ten aanzien van de goederen gelden niet voor de schuldeiser en andere betrokken schuldeisers. Wat betreft onroerende goederen is de ongeldigheid alleen van toepassing op beschikkingshandelingen van na de registratie van de inbeslagneming – artikel 452 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De bepalingen van artikel 453 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn, voor de betrokken schuldeiser en andere betrokken schuldeisers, van toepassing op de hypothesen ten aanzien van de ongeldigheid van de verworven rechten nadat de inbeslagneming is ingeschreven in het beslagregister en is betekend.

In overeenstemming met de bepalingen van artikel 401 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kan de schuldeiser die een zekerheid heeft een rechtsvordering instellen tegen een derde voor de bedragen of de goederen die de laatstgenoemde weigert te verstrekken.

De kosten in verband met de eis in kort geding komen voor rekening van de persoon op verzoek van wie de voorlopige maatregelen zijn toegekend, overeenkomstig de bepalingen van artikel 514 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, in verband met artikel 401 van het genoemde wetboek dat van toepassing is op voorlopige maatregelen.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De toekenning van voorlopige maatregelen wordt goedgekeurd op basis van het beginsel dat de desbetreffende voorlopige maatregel, in een hangende zaak, wordt opgelegd vóór afronding van de zaak met de overeenkomstige van kracht geworden rechterlijke beslissing.

Wat betreft de toestemming voor voorlopige maatregelen met het oog op een toekomstige rechtsvordering, bepaalt de rechter een termijn voor de indiening van de rechtsvordering die niet langer mag zijn dan een maand. Indien de eiser niet binnen de beoogde termijn de benodigde bewijzen verstrekt ter staving van het verzoek, verklaart de rechter de voorlopige maatregelen van rechtswege nietig – artikel 390, lid 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Indien, zoals gewoonlijk gebeurt, de indiening van de rechtsvordering ten aanzien van de goedgekeurde voorlopige maatregelen daadwerkelijk plaatsvindt, blijven de maatregelen van kracht en zijn deze geldig tot aan afronding van de procedure.

Voor de nietigverklaring van goedgekeurde voorlopige maatregelen gelden de bepalingen van artikel 402 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze bepalen dat de betrokken partij een verzoek moet indienen en een afschrift hiervan moet verstrekken aan de persoon die om voorlopige maatregelen heeft verzocht. Die laatstgenoemde heeft drie dagen de tijd om bezwaar aan te tekenen. De rechter, die zitting houdt in de raadkamer, trekt de voorlopige maatregelen in nadat hij heeft geconstateerd dat er niet langer sprake is van de omstandigheden die de goedkeuring ervan rechtvaardigden of dat de verweerder, binnen de vastgestelde termijn, een zekerheid heeft gesteld ter dekking van het hele bedrag dat de eiser vordert (artikel 398, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Tegen de beslissing van de rechter ten aanzien van de intrekking van de voorlopige maatregelen kan binnen één maand beroep worden ingesteld.

De vervanging van toegekende voorlopige maatregelen, zoals bedoeld in artikel 398 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kan in de twee volgende situaties worden goedgekeurd:

  • in overeenstemming met lid 1 – op verzoek van een van de partijen kan de rechter, na de andere partij hiervan in kennis te hebben gesteld en na overweging van de bezwaren die deze binnen drie dagen na betekening heeft geformuleerd, toestemming geven voor de vervanging van een conservatoire maatregel door een andere,
  • in overeenstemming met lid 2 – voor voorlopige maatregelen met betrekking tot een vordering die in geld kan worden uitgedrukt, kan de verweerder in alle gevallen de goedgekeurde zekerheid vervangen, zonder toestemming van de andere partij te vragen, door een zekerheid te stellen in contant geld of een andere titel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 180 en 181 van de wet betreffende verbintenissen en overeenkomsten.

In de gevallen van artikel 398, leden 1 en 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, worden de voorlopige beslagen of zekerheden ingetrokken.

De wet biedt de verweerder de mogelijkheid om een rechtsvordering in te stellen tegen de eiser voor de schade die hij heeft geleden door de voorlopige maatregelen indien het verzoek dat het verkrijgen ervan rechtvaardigde, wordt verworpen of indien dit niet is ingediend binnen de beoogde termijn, of indien de zaak wordt gesloten (artikel 403 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Op basis van de bepalingen van artikel 396 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan er tegen de beschikking van de rechter betreffende voorlopige maatregelen beroep worden ingesteld door middel van een incidenteel beroep binnen een week. Voor de eiser begint de termijn van een week bij de betekening van de akte en voor de verweerder (degene tegen wie de voorlopige maatregelen zijn gericht) vanaf de datum van betekening van de akte met betrekking tot de goedkeuring van de voorlopige maatregelen door de gerechtsdeurwaarder, de registratiedienst of de rechtbank. Een afschrift van het incidenteel beroep moet aan de andere partij worden betekend, die een week de tijd heeft om hierop te reageren.

In het geval van beroep tegen een beschikking waarbij de verzochte maatregelen worden geweigerd, wordt het afschrift van het incidentele beroep dat de eiser indient niet aan de verweerder betekend.

Wanneer de hogere rechter de beschikking waarin de voorlopige maatregelen worden goedgekeurd of afgewezen bevestigt, mag er voor zijn beschikking geen verzoek in cassatie worden ingediend. Indien de rechter in hoger beroep de voorlopige maatregelen goedkeurt die door de rechtbank van eerste aanleg waren verworpen, kan er bezwaar worden aangetekend tegen de beschikking door middel van een incidenteel beroep bij het Hof van cassatie, mits er wordt voldaan aan de voorwaarden krachtens artikel 280 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

In overeenstemming met de bepalingen van het geldende Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan er beroep worden ingesteld tegen zowel de beschikking die de voorlopige maatregelen goedkeurt als het bedrag van de zekerheid dat door de rechter is vastgesteld als voorwaarde voor goedkeuring. Maar de rechtsvordering bij de rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep schort de gevolgen ervan niet op zolang de hogere rechter geen uitspraak heeft gedaan en de beschikking niet nietig heeft verklaard, al naar gelang wat het geval is.

Laatste update: 03/01/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Tsjechië

1 De verschillende soorten maatregelen

Voorlopige maatregelen:

Voorlopige maatregelen worden gebruikt om de situatie van de partijen vooraf te regelen, namelijk voorlopig, of indien de vrees bestaat dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing gevaar loopt.

In het algemeen zijn op de voorlopige maatregelen die worden bevolen vóór aanvang van de bodemprocedure artikel 74 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (wet nr. 99/1963 Rec.) van toepassing en geldt voor de voorlopige maatregelen die worden bevolen na aanvang van de bodemprocedure artikel 102 van wet nr. 99/1963 Rec. Op bijzondere voorlopige maatregelen voor bepaalde specifieke situaties is de wet voor bijzondere gerechtelijke procedures (wet nr. 292/2013 Rec.) van toepassing. Dit betreft de voorlopige maatregel ten aanzien van de situatie van een minderjarig kind dat niet beschikt over geschikte zorg (artikel 452 en volgende) en de voorlopige maatregel op het gebied van bescherming tegen huiselijk geweld (artikel 400 en volgende). Ook in artikel 12 van wet nr. 292/2013 Rec. staan bepaalde bijzondere regels die de algemene bepalingen van de voorlopige maatregelen aanvullen voor de soorten procedures die onder het toepassingsgebied van die wet vallen.

Het veiligstellen van bewijsstukken:

Bewijsstukken worden veiliggesteld als er wordt gevreesd dat het bewijs later niet kan worden verkregen of alleen met veel moeite kan worden verkregen (bijvoorbeeld een ondeugdelijke uitvoering van een verkoopovereenkomst wanneer de overeenkomst bederfelijke goederen als voorwerp heeft of het horen van een getuige die ernstig ziek is en wiens leven in gevaar is).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Voorlopige maatregelen:

  • Overeenkomstig artikel 74, lid 3, van het wetboek burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963, zoals gewijzigd) wordt de procedure voor de toekenning van een voorlopige maatregel ingesteld middels een verzoekschrift.
  • Op grond van artikel 12 van wet nr. 292/2013  kan een voorlopige maatregel echter zonder verzoekschrift worden bevolen als de bodemprocedure ook kan worden ingesteld zonder verzoekschrift (bijvoorbeeld een procedure op het gebied van gezagsrechten over kinderen, een procedure op het gebied van wettelijke bevoegdheid, een procedure op het gebied van voogdij of een procedure op het gebied van verdwijning of overlijden). In die gevallen beveelt de rechter zelf ambtshalve de voorlopige maatregel.
  • De rechter die bevoegd is om een voorlopige maatregel te bevelen, is de rechter die bevoegd is in de bodemprocedure. De artikelen 400 en 453 van wet nr. 292/2013  bevatten uitzonderingen op deze regel.

Het veiligstellen van bewijsstukken kan worden gedaan:

  • vóór aanvang van de bodemprocedure op voorwaarde dat er een verzoek wordt ingediend bij de rechter. De bevoegde rechter is de rechter die bevoegd is in de bodemprocedure of in wiens rechtsgebied zich een bewijsmiddel bevindt dat gevaar loopt.
  • Bewijsstukken kunnen tevens tijdens de procedure veilig worden gesteld, ook zonder verzoek.

Indien het mogelijk is om te wachten zonder dat dit een risico inhoudt, hebben de partijen bij de bodemprocedure het recht om aanwezig te zijn bij het veiligstellen van bewijsstukken.

Het bewijs kan ook worden veiliggesteld door middel van een notariële akte of een akte van een deurwaarder indien het desbetreffende feit zich heeft voorgedaan in aanwezigheid van een notaris of een gerechtsdeurwaarder of indien de notaris of deurwaarder de situatie heeft bevestigd.

2.2 De basisvereisten

Er kan een voorlopige maatregel worden bevolen

  • als de situatie van de partijen voorlopig moet worden geregeld
  • als er wordt gevreesd dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing in gevaar kan komen
  • om een situatie voorlopig te regelen

Om te kunnen beoordelen of het nodig is om de situatie van de partijen voorlopig te regelen, moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van de desbetreffende zaak. Een voorlopige maatregel wordt alleen bevolen als de noodzaak om de juridische situatie van de partijen te regelen, voldoende is bewezen. Wat betreft de andere omstandigheden die een rol spelen bij de beslissing om al dan niet een voorlopige maatregel te bevelen, volstaat het dat de bepalende feiten voor het opleggen van een verplichting door middel van een voorlopige maatregel worden bevestigd.

  • Gevaar voor de uitvoering van een beslissing

Voor toekenning van een voorlopige maatregel uit vrees dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing in gevaar komt, moet de schuldeiser zich kunnen beroepen op een beslissing, of een akte, die een titel is voor de uitvoering van die beslissing. Er kan alleen een voorlopige maatregel worden bevolen als de beslissing nog niet executoir is geworden of als er ernstige redenen zijn waarom de schuldeiser, op de desbetreffende datum, (voorlopig) niet heeft kunnen eisen dat de opgelegde verplichting wordt uitgevoerd door middel van gerechtelijke executie. Tegelijkertijd moeten de feiten worden bewezen die de vrees rechtvaardigen dat de uitvoering van de beslissing in gevaar komt (vooral door het gedrag van de schuldenaar).

Het verzoek om voorlopige maatregelen moet de onderdelen bevatten die vereist worden door artikel 42, lid 4 en artikel 75 van het wetboek burgerlijke rechtsvordering (wet nr. 99/1963), onder meer:

  • de vermelding van de rechtbank waar het verzoek aan wordt gericht
  • wie het verzoek indient en op welke zaak dit betrekking heeft, namelijk de beschrijving van de feiten die de te verzoeken voorlopige maatregel rechtvaardigen
  • wat het doel is van het verzoek, namelijk welke voorlopige maatregel de verzoeker eist
  • het ingediende verzoek moet de datum van opstellen en de handtekening van de verzoeker of zijn vertegenwoordiger bevatten
  • de beschrijving van de feiten waarbij wordt vermeld of de situatie van de partijen voorlopig moet worden geregeld of dat de vrees bestaat dat de uitvoering van een gerechtelijke beslissing gevaar loopt.

Bij het verzoek moeten de stukken worden gevoegd waar de verzoeker zich op beroept.

De verzoeker moet, zonder herinneringsbrief van de rechtbank, op eigen initiatief, uiterlijk op de datum van indiening van zijn verzoek, een financiële zekerheid verstrekken voor een bedrag van 10.000 CZK, of voor een bedrag van 50.000 CZK bij zaken met betrekking tot de relatie tussen ondernemers die voortvloeit uit ondernemersactiviteiten. Voor verzoeken om maatschappelijke redenen (bijvoorbeeld op het gebied van alimentatie, op het gebied van arbeid, schadevergoeding in verband met gezondheid) geldt geen plicht van verstrekking van een zekerheid. Het niet voldoen aan de verplichting van verstrekking van een zekerheid, is een reden om het verzoek te verwerpen.

De vastgestelde zekerheid is bedoeld om het recht op de vergoeding van schade of andere nadelen te behouden die kunnen optreden na een voorlopige maatregel die wordt opgelegd aan de andere partij van de procedure of een derde partij (die geen deel uitmaakt van de procedure met betrekking tot de voorlopige maatregel).

Artikel 12, lid 3 van wet nr. 292/2013 noemt een uitzondering op de verstrekking van een zekerheid krachtens deze wet.

Het veiligstellen van bewijsstukken:

Vóór aanvang van de bodemprocedure kan een bewijsstuk veilig worden gesteld als er vrees bestaat dat het bewijs later niet kan worden verkregen of alleen met veel moeite. Het bewijsstuk wordt niet veiliggesteld als zeker is dat dit geen belang heeft in de bodemprocedure. De rechter weigert om de verzochte veiligstelling uit te voeren als hij vermoedt dat de verzoeker, met zijn verzoek, doelen nastreeft die anders zijn dan die van het veiligstellen van bewijs (bijvoorbeeld informatie krijgen over de activiteiten van een andere persoon waar hij anders geen toegang toe heeft enz.).

Het verzoek ten aanzien van het veiligstellen van bewijs moet, naast de algemeen vereiste onderdelen, een beschrijving bevatten van de feiten die het doel zijn van het verkrijgen van bewijs. Daarnaast moet exact worden aangeduid welk bewijsmiddel veilig moet worden gesteld.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Voorlopige maatregelen:

In overeenstemming met artikel 76 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mag de rechter, door een voorlopige maatregel, een partij opdracht geven om zijn alimentatie te betalen, om gerechtelijk beslag te leggen op een geldbedrag of een voorwerp, om niet te beschikken over bepaalde voorwerpen of bepaalde rechten, om iets te doen, om iets te laten of om iets te aanvaarden. De maatregel kan betrekking hebben op ongeacht welke zaak die aan de desbetreffende eigenaar toebehoort.

Met een voorlopige maatregel kan de rechter aan een andere persoon dan de partijen een plicht opleggen als dit terecht kan worden geëist (bijvoorbeeld als iemand een onroerend goed koopt en heel goed weet dat hij van een eigenaar koopt die niet naar behoren zijn betalingsplichten tegenover zijn schuldeisers voldoet).

Bijzondere voorlopige maatregelen in overeenstemming met wet nr. 292/2013:

De bijzondere voorlopige maatregel ten aanzien van de situatie van een kind krachtens artikel 452 en volgende wordt toegepast als een minderjarig kind niet de juiste zorg krijgt, ongeacht het feit of er al dan niet iemand is die het recht heeft om voor het kind te zorgen, of als het leven van het kind, zijn normale ontwikkeling of een ander essentieel belang ernstig in gevaar worden gebracht of worden verstoord. Met de voorlopige maatregel regelt de rechter de situatie van het kind gedurende de tijd die strikt noodzakelijk is door te bevelen dat het kind in een geschikte omgeving wordt geplaatst die in zijn beslissing wordt vermeld.

Op grond van artikel 400 en volgende kan de verweerder opdracht krijgen om de gemeenschappelijke woning en zijn onmiddellijke omgeving te verlaten, niet meer in het gemeenschappelijke huishouden te blijven en zelfs om daar niet meer binnen te gaan; om zich ervan te onthouden om de verzoeker te zien of zich ervan te onthouden om de verzoeker op enigerlei wijze te volgen en lastig te vallen. Het verzoek moet de beschrijving van de feiten omvatten die aantonen dat het samenwonen van de verzoeker en de verweerder in een huis of appartement waar ze een huishouden voeren, onverdraaglijk wordt voor de verzoeker vanwege fysiek of psychisch geweld ten opzichte van de verzoeker of een andere persoon die daar leeft of de beschrijving van de feiten die getuigen van ongewenst volgen of lastig vallen van de verzoeker.

Het veiligstellen van bewijsstukken:

Het verzoek moet tevens de rechtvaardiging bevatten waarmee de verzoeker uitlegt waarom hij verzoekt om het veiligstellen van een bewijsstuk. Alle middelen waarmee een situatie kan worden geconstateerd, kunnen als bewijs worden ingediend, vooral het horen van getuigen, een expertiserapport, rapporten en verklaringen van autoriteiten en rechtspersonen enz.

Een bijzondere manier om bewijsstukken veilig te stellen, is het veiligstellen van een bewijsmiddel in een zaak ten aanzien van intellectuele-eigendomsrechten (artikel 78b van wet nr. 99/1963). Degene die inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten heeft bewezen, mag optreden in de procedure. De bevoegde rechtsmacht is de regionale rechtbank in het rechtsgebied waar zich een veilig te stellen voorwerp bevindt. Het is mogelijk om de betrokken goederen, materialen en gereedschappen veilig te stellen, evenals stukken met betrekking tot de desbetreffende goederen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Voorlopige maatregelen:

De voorlopige maatregel is een beslissing van tijdelijke aard dat tot doel heeft om zijn verzoeker te beschermen. Het gaat om de bescherming van een recht waar inbreuk op is gemaakt of dat gevaar loopt. Door de voorlopige maatregel verkrijgt de verzoeker niet de rechten waar de rechtbanken in de toekomst uitspraak over doen. Het gaat ook niet om de regeling van een prejudiciële vraag. Ook mag het bestaan van een bevolen voorlopige maatregel geen invloed hebben op de gerechtelijke uitspraak in de bodemprocedure. De schuldenaar kan ook na toekenning van een voorlopige maatregel over zijn goederen blijven beschikken, maar moet zich wel gedragen in overeenstemming met de opgelegde maatregel.

De rechtbank kan een disciplinaire boete tot 50.000 CZK opleggen aan wie de gerechtelijke procedure overmatig belemmert door zonder geldige reden niet te verschijnen voor de rechtbank of door niet te gehoorzamen aan een bevel van de rechtbank. Indien de schuldenaar niet vrijwillig voldoet aan de plicht krachtens de beslissing tot een voorlopige maatregel, kan de rechtbank die beslissing laten uitvoeren. De opgelegde sancties in het geval van belemmering van de uitvoering van een officiële beslissing en uitzetting zijn ook opgenomen in het Wetboek van Strafrecht (het betreft artikel 337, lid 2, van wet nr. 40/2009), net als het strafbare feit van belemmering van de uitvoering van een officiële beslissing en uitzetting.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Voorlopige maatregelen:

  • Voorlopige maatregelen met een bepaalde duur

De rechter kan in de beslissing met betrekking tot de voorlopige maatregel vastleggen dat deze alleen van toepassing is voor een bepaalde duur, ook als de verzoeker (de eisende partij) dit niet eist.

  • Opgelegde plicht om een verzoekschrift of een ander verzoek tot instelling van een procedure in te dienen

Indien de rechter een voorlopige maatregel oplegt, legt hij de verzoeker (de eisende partij) ook op dat hij een verzoek voor het instellen van een bodemprocedure (een verzoekschrift) indient bij de rechtbank binnen een termijn die eveneens door de rechter wordt bepaald.

De voorlopige maatregel blijft van kracht totdat deze vervalt of totdat de rechter deze nietig verklaart.

De voorlopige maatregel houdt op te bestaan als de verzoeker geen verzoek indient voor de instelling van een bodemprocedure binnen de door de rechter bepaalde termijn, als de rechtbank het verzoek in de bodemprocedure niet heeft ingewilligd, als de rechtbank het verzoek in de bodemprocedure inwilligt en als er vijftien dagen zijn verstreken na de datum van de uitvoerbaarheid van het besluit ten principale, of als de termijn die is vastgesteld voor de duur van de voorlopige maatregel is verstreken.

De rechter verklaart een voorlopige maatregel nietig als de redenen waarom deze was opgelegd, zijn verdwenen.

Een voorlopige maatregel krachtens artikel 400 en volgende van wet nr. 292/2013 duurt een maand vanaf het moment waarop deze uitvoerbaar wordt (artikel 408) en zijn duur kan worden verlengd afhankelijk van wanneer de bodemprocedure wordt ingesteld.

Een voorlopige maatregel krachtens artikel 452 en volgende van wet nr. 292/2013 duurt een maand vanaf het moment waarop deze uitvoerbaar wordt (artikel 459) en zijn duur kan worden verlengd.

Het veiligstellen van bewijsstukken:

Bewijsstukken worden veiliggesteld gedurende de termijn die de rechter vaststelt of gedurende de kortst mogelijk termijn. De partijen in de procedure mogen aanwezig zijn bij het veiligstellen van bewijs, maar ze mogen er niet bij zijn indien wachten een gevaar inhoudt. Na aanvang van de bodemprocedure hebben de partijen het recht om hun mening te geven over alle voorstellen van bewijsstukken en over alle verkregen bewijsstukken. De partijen kunnen tevens worden gehoord.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Voorlopige maatregelen:

Voorlopige maatregelen worden opgelegd middels een beslissing. De beslissing die de voorlopige maatregel oplegt, wordt uitvoerbaar bij de uitspraak ervan. Indien deze niet wordt uitgesproken, wordt zij van kracht zodra zij is betekend aan degene aan wie zij een plicht oplegt. Een schriftelijk exemplaar van de voorlopige maatregel wordt betekend aan de partijen en aan de derden (indien hun een plicht is opgelegd) en als het gaat om een plicht om niet te beschikken over een onroerend goed, wordt er een exemplaar betekend aan het bevoegde kadaster. De beslissing ten aanzien van een voorlopige maatregel wordt uitvoerbaar door het uitspreken ervan, in voorkomende gevallen door de betekening ervan (artikel 76d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) en vormt de executoire titel voor de uitvoering van de beslissing.

Bezwaren tegen een beslissing inzake de voorlopige maatregel zijn ontvankelijk. Het bezwaar wordt aangetekend voor de rechtbank die de betwiste beslissing heeft gegeven, maar de rechtbanken van tweede aanleg (de regionale rechtbanken of de hogere rechtbanken) doen uitspraak over de beslissing. Het bezwaar moet worden aangetekend binnen vijftien dagen na betekening van een schriftelijk exemplaar van de beslissing.

Een bezwaar dat binnen de termijn wordt ingediend door een bevoegde persoon en dat ontvankelijk is, heeft tot gevolg dat de beslissing geen bindende kracht heeft zolang de definitieve beslissing van de rechtbank van beroep niet is gegeven. De beslissing ten aanzien van de voorlopige maatregel wordt echter uitvoerbaar (er wordt dienovereenkomstig gehandeld) na een uiterste termijn voor uitvoering daarvan, waarbij deze termijn ingaat op het moment van de betekening ervan en in voorkomende gevallen wordt de beslissing uitvoerbaar door betekening ervan als deze geen uitvoeringsplicht bevat. De rechtbank kan beslissen dat de beslissing ten aanzien van de voorlopige maatregel alleen uitvoerbaar wordt nadat de beslissing bindende kracht heeft gekregen, op voorwaarde dat de aard van de voorlopige maatregel zo'n beslissing niet in de weg staat of dat het doel ervan op die manier niet nietig wordt verklaard.

Artikel 409, en in voorkomende gevallen artikel 463, van wet nr. 292/20013 bevat de bepalingen over bezwaren in het geval van bijzondere voorlopige maatregelen die worden bevolen in overeenstemming met die wet.

Laatste update: 25/09/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Ierland

1 De verschillende soorten maatregelen

De verschillende soorten voorlopige maatregelen die door de Ierse gerechten kunnen worden toegepast, zijn voorzieningen (injunctions). Een voorziening is een gerechtelijke beschikking waarbij een partij wordt opgedragen iets te doen dan wel niet te doen. In strijd met een voorziening handelen is obstructie van de rechtsgang en een persoon die in strijd met een dergelijke beschikking handelt, kan tot een gevangenisstraf worden veroordeeld. Een voorziening is:

i) blijvend,

ii) voor bepaalde tijd, of

iii) wordt op tijdelijke basis verleend, hangende de behandeling van de zaak.

Indien de eiser van mening is dat de verweerder essentiële zaken of documenten zou kunnen verwijderen of vernietigen, dan kan hij ex parte (eenzijdig) bij het gerecht om een ‘Anton Piller-beschikking' verzoeken; dit is een soort voorziening die een verweerder verplicht een eiser toe te staan zijn erf en pand te betreden om documenten of andere zaken in te zien of te inspecteren en alles mee te nemen dat aan de eiser toebehoort. Indien een eiser vreest dat een verweerder zich geheel of gedeeltelijk van zijn activa zal ontdoen en wellicht niet in staat zal zijn aan de vordering van de eiser te voldoen als deze uiteindelijk door het gerecht wordt toegewezen, dan kan de eiser bij het gerecht om een conservatoir beslag (of een ‘Mareva‑voorziening’) vragen waardoor het voor de verweerder is verboden om gedurende de looptijd van de beschikking over zijn activa te beschikken. In het algemeen voorkomt een Mareva‑voorziening dat een verweerder die zich niet binnen het rechtsgebied bevindt maar wel activa heeft binnen het rechtsgebied, deze activa hangende het proces weghaalt.

Indien de vordering van de eiser een geldbedrag betreft, kan hij het gerecht verzoeken om een beschikking waarmee de verweerder wordt opgedragen een tussentijdse betaling van het gedeeltelijke of gehele bedrag aan het gerecht te doen. Daarentegen kan een verweerder die vreest dat de eiser, indien deze de vordering niet krijgt toegewezen, niet in staat zal zijn de gerechtskosten van de verweerder te betalen, het gerecht vragen de eiser op te dragen een zekerheid te stellen voor de gerechtskosten door een geldbedrag aan het gerecht te betalen. Indien een beschikking voor ‘zekerheid voor de kosten’ wordt uitgevaardigd ten gunste van een verweerder, kan de eiser de vordering alleen voortzetten indien hij het geldbedrag zoals opgedragen in de beschikking aan het gerecht betaalt.

Het High Court kan in voorkomend geval een voorlopige voorziening treffen ter ondersteuning van een proces in een ander rechtsgebied. Ook kan het een "wereldwijd conservatoir beslag" opleggen dat ook van kracht is voor activa in andere rechtsgebieden indien er wordt gevreesd dat de verweerder wellicht zal trachten zijn activa snel van de hand te doen om aan de gevolgen van een vonnis in zijn nadeel te ontsnappen.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

De meeste verzoekschriften voor een voorziening kunnen worden ingediend bij het Circuit Court of het High Court. Bepaalde voorlopige voorzieningen kunnen echter alleen worden verkregen via het High Court, zoals conservatoir beslag, Anton Piller-beschikkingen en beschikkingen betreffende procedures in het buitenland.

De partij die een voorlopige voorziening verlangt, moet een verzoekschrift bij het gerecht indienen en haar verzoek met een beëdigde verklaring staven. De eiser moet alle relevante feiten uitputtend vermelden, met name wanneer de verweerder niet van het verzoek in kennis wordt gesteld. Ook moet de beëdigde verklaring een ontwerpvonnis omvatten, waarin precies wordt aangegeven wat er van het gerecht wordt gevraagd. Meer informatie over de noodzakelijke gerechtelijke formulieren is te vinden op de website van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Courts Service.

Indien de gevraagde beschikking wordt toegewezen aan de partij die om een voorziening verzoekt, zal deze partij meestal een zekerheid moeten stellen voor vergoeding van de schade van de verweerder indien de vordering van de eiser uiteindelijk wordt afgewezen, zodat de tegenpartij tegen wie de voorziening gericht is de kosten kan verhalen die voor haar voortvloeien uit de beschikking.

Het is mogelijk een verzoekschrift ex parte of zonder de tegenpartij hiervan in kennis te stellen in te dienen, mits er hiervoor goede gronden zijn. Een dergelijk verzoekschrift kan voorafgaand aan het instellen van de procedure worden ingediend als er sprake is van een bepaalde urgentie wat betreft de situatie van de eiser (zie voor tussenvonnissen en voorlopige voorzieningen bij het Commercial Court, Order 63A, rule 6, onder 3, van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Rules of the Superior Courts 1986).

2.2 De basisvereisten

Het gerecht kan naar eigen goeddunken een voorlopige voorziening toekennen wanneer dit hem billijk en passend lijkt (Order 50, rule 6, onder 1, van de De link wordt in een nieuw venster geopend.Rules of the Superior Courts 1986). Om te bepalen of het gepast is een voorlopige voorziening toe te wijzen, dient het gerecht vast te stellen:

i) of er over een redelijke, bonafide kwestie moet worden beslist;

ii) of toekenning van een schadevergoeding een afdoende rechtsmiddel zou zijn indien de door de eiser gevraagde voorziening zou worden geweigerd en de eiser vervolgens het proces wint;

iii) waar de juiste balans ligt bij alle afwegingen betreffende de beslissing.

Het eerste vereiste is dat de eiser moet aantonen dat het bij de rechtsvordering om een redelijke zaak gaat. Dit is een relatief lage horde die de eiser moet nemen, maar de afgelopen jaren bleek het steeds moeilijker om aan dit vereiste te voldoen indien de voorlopige voorziening waarom de eiser verzocht een voorziening was die de tegenpartij dwong iets te doen. In een dergelijk geval is het nu duidelijk dat de autoriteiten verwachten dat de eiser aantoont dat hij sterk staat en een grote kans maakt het proces te winnen.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Voorzieningen kunnen om allerlei redenen worden gevraagd, waaronder voorkomen dat een partij grond bewerkt of gebruikt in strijd met een overeenkomst of met planologische beperkingen, verkrijgen van een huiszoekingsbevel waarbij goederen mogen worden meegenomen, een werkgever dwingen een werknemer door te betalen of voorkomen dat een werkgever hangende een geschil nieuwe werknemers in dienst neemt. Als het gaat om een beschikking voor conservatoir beslag kan de partij tegen wie de beschikking is gericht niet over haar activa beschikken op een wijze die onverenigbaar is met de beschikking. Het kan haar bijvoorbeeld alleen maar zijn toegestaan een vast bedrag aan contant geld van een bankrekening te halen, terwijl het haar verboden is de waarde van haar activa tot onder een bepaald bedrag te verlagen, en zulks totdat de procedure volledig is afgerond.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Wie een voorlopige voorziening naast zich neerlegt, maakt zich schuldig aan obstructie van de rechtsgang (contempt of court). Hiervoor kan de betrokkene een gevangenisstraf of een boete krijgen en ook kunnen zijn activa in beslag worden genomen. Op de voorzijde van de beschikking moet de verweerder worden gewaarschuwd voor de straf die hij riskeert door de voorwaarden van de voorziening te schenden. Als een derde een verweerder bewust helpt zich te ontdoen van zijn activa die het voorwerp zijn van een conservatoir beslag, kan ook die derde zich schuldig maken aan obstructie van de rechtsgang. Derhalve worden er gewoonlijk kopieën van een beschikking voor conservatoir beslag betekend aan desbetreffende derden, zoals bankdirecteuren, accountants en advocaten van de partij tegen wie de beschikking is gericht.

Een overeenkomst die in strijd met een voorziening is gesloten, is onwettig en een partij die op de hoogte is van het bestaan van de beschikking kan geen nakoming van de overeenkomst afdwingen. Toch kan de eigendom nog steeds worden overgedragen krachtens een onwettige overeenkomst, en wanneer deze eenmaal ten uitvoer is gelegd, is het doorgaans onmogelijk de overgedragen activa terug te krijgen en is toekenning van schadevergoeding het enige rechtsmiddel voor de eiser in deze situatie.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Normaal gesproken is een voorziening geldig tot de afsluiting van het proces (een voorlopige voorziening). Wanneer een voorlopige voorziening is getroffen zonder dat dit aan de tegenpartij is bekendgemaakt, zal deze gewoonlijk slechts korte tijd van kracht zijn, waarna er opnieuw een rechterlijke beschikking nodig is.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Ja. De verweerder of iedere derde die direct betrokken is bij een voorlopige voorziening, kan het gerecht te allen tijde verzoeken de beschikking te wijzigen of in te trekken. De partij die de voorziening wil betwisten, moet daartoe kennisgeving van het verzoekschrift doen aan de raadsman van de tegenpartij. Het gerecht kan een voorziening intrekken indien de verweerder kan aantonen dat de voorziening hoe dan ook niet had mogen worden toegewezen, indien er bepaalde significante veranderingen zijn opgetreden in de omstandigheden sinds de beschikking werd uitgevaardigd of indien intrekking billijk en rechtvaardig is. Zoals hierboven vermeld, mag een gerecht van een partij die om een voorziening verzoekt, eisen dat deze aan het gerecht een zekerheid voor schadevergoeding betaalt, zodat, indien de vordering uiteindelijk door het gerecht wordt afgewezen, de partij tegen wie de voorziening gericht is enige bescherming geniet wat betreft de kosten die voor haar voortvloeien uit het bevel.

Laatste update: 26/11/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Griekenland

1 De verschillende soorten maatregelen

De voorlopige en conservatoire maatregelen en de maatregelen in kort geding in het algemeen bestaan uit de voorlopige toekenning van een bijkomstige rechtsbescherming bij de gerechtelijke bodemprocedure die al loopt of op het punt staat te beginnen met betrekking tot het te erkennen recht. Deze voorlopige toekenning van rechtsbescherming heeft tot doel om de toekomstige voldoening van de vordering die moet worden vastgesteld, te beschermen. Deze maatregelen zijn: de zekerheidstelling, de voorlopige hypotheekregistratie, conservatoir beslag, gerechtelijk beslag, de voorziening in kort-geding, de voorlopige regeling van een situatie, verzegeling, ontzegeling, inventaris en consignatie, conservatoire maatregelen van bezit.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Deze maatregelen worden altijd opgelegd door een rechtbank.

De rechtbank van eerste aanleg die met één rechter uitspraak doet, is algemeen bevoegd om deze maatregelen op te leggen. Deze bevoegdheid komt toe aan het kantongerecht in het geval van een voorlopige regeling van bezit of verzekerde bewaring en wanneer hij, krachtens algemene bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bevoegd is om kennis te nemen van het bodemgeschil. Daarnaast heeft hij exclusieve bevoegdheid voor de voorlopige inschrijving en opheffing van een hypotheek door wederzijdse instemming. Daarnaast heeft de hogere rechtbank waar de zaak ten principale loopt, concurrerende bevoegdheid met de rechtbank van eerste aanleg met één rechter om deze maatregelen te nemen. De rechtbank die in het district bevoegd is, is in principe degene die in het district bevoegd is om kennis te nemen van het bodemgeschil, maar deze maatregelen mogen ook worden opgelegd door de rechtbank die het dichtst gelegen is van de plaats waar deze moeten worden uitgevoerd. Deze beschikking wordt betekend aan degene aan wie de plicht wordt opgelegd en wordt uitgevoerd door de deurwaarder. Indien deze laatstgenoemde niet kan uitvoeren, vraagt hij hulp aan politiefunctionarissen. De kosten zijn moeilijk in te schatten, omdat de vergoedingen van advocaten en deurwaarders variëren.  De indicatieve kosten zijn ongeveer 250 euro.

2.2 De basisvereisten

De rechtbank legt conservatoire maatregelen op:

a) in dringende gevallen of om een dreigend gevaar te voorkomen, om een recht te waarborgen of te beschermen of om een situatie te regelen, en

b) als het recht dat de conservatoire maatregel beoogt te beschermen, waarschijnlijk bestaat.

De vordering moet in beginsel gegrond en waarschijnlijk zijn; met andere woorden, er is geen volledig bewijs nodig, maar onvolledig bewijs met enige overtuiging ten aanzien van de te bewijzen feiten: voor toekenning van de verzochte rechtsbescherming volstaat het dat de rechter deze eenvoudigweg waarschijnlijk acht. Voor de toekenning van deze bescherming geldt de voorwaarde van urgentie of een dreigend risico dat de schuldenaar zijn goederen die vatbaar zijn voor beslag, vervreemdt zodat de toekomstige gedwongen uitvoering ten opzichte van hem onmogelijk wordt wanneer de schuldeiser, na afloop van het geding ten principale, een executoriale titel heeft verkregen.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Deze maatregelen kunnen worden toegepast op alle goederen van de schuldenaar in het algemeen, ongeacht of hij dan wel een derde deze in bezit heeft: het volstaat dat ze overdraagbaar zijn volgens de regels van het privaatrecht en dat ze door de wet niet worden aangemerkt als niet vatbaar voor beslag. In het bijzonder kunnen de volgende zaken het voorwerp zijn van deze maatregelen: de onroerende goederen van de schuldenaar, de roerende goederen die niet worden beschouwd als niet vatbaar voor beslag, zoals boten, vliegtuigen, vervoermiddelen over land, bankdeposito's en ongecertificeerde aandelen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Wanneer de beschikking is verstrekt, heeft de schuldenaar geen vrije beschikking over zijn goederen meer als deze een conservatoire maatregel oplegt die deze blokkeert, zoals conservatoir beslag van zijn goederen of een voorlopige hypotheekregistratie op zijn onroerende goederen. Als de schuldenaar de beschikking van de rechtbank niet naleeft, wordt hij gestraft met een gevangenisstraf van ten minste zes maanden in overeenstemming met artikel 232A van het Wetboek van Strafrecht.

Wetsbesluit 1059/1971 voorziet in het depositogeheim en in een gevangenisstraf van ten minste zes maanden voor leden van de raad van bestuur, kaderleden of medewerkers van banken die dit geheim schenden. Deze regel staat het conservatoir beslag ervan echter niet in de weg, omdat de beschikking die deze conservatoire maatregel oplegt, niet noodzakelijkerwijs het bankdeposito of de ongecertificeerde aandelen hoeft te specificeren die voorlopig moeten worden geblokkeerd krachtens de beschikking in kort geding. Bovendien doet het verbod om erover te beschikken, dat door de beschikking wordt opgelegd, niets af aan het geheim, omdat de banken niet wordt gevraagd om informatie over hun bestaan te verstrekken. Wanneer het conservatoir beslag betrekking heeft op goederen die zich in het bezit van andere derden bevinden, moeten deze laatsten verklaren of een vordering of het in beslag genomen recht bestaat en of er een ander beslag in hun bezit is en voor welk bedrag.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Volgens de wet blijven deze maatregelen van kracht

a) zolang er geen definitieve uitspraak is gedaan in de procedure ten aanzien van de zaak ten principale tegen degene die heeft verzocht om de conservatoire maatregel en deze uitspraak geen kracht van gewijsde heeft gekregen,

b) zolang er geen definitieve uitspraak is gedaan ten gunste van hem en deze niet is uitgevoerd,

c) indien er geen schikking is verkregen met betrekking tot de zaak ten principale,

d) gedurende 30 dagen na afloop van het proces of de voltooiing ervan op een andere wijze,

e) zolang de beschikking niet is ingetrokken of gewijzigd, vanwege nieuwe omstandigheden, door de rechtbank die deze heeft verstrekt of, zonder dat hiervoor nieuwe feiten nodig zijn, door de rechter die uitspraak doet ten principale, en,

f) wanneer de beschikking een termijn heeft bepaald voor de indiening van de vordering ten principale, indien deze vordering binnen de termijnen wordt uitgevoerd.

Als een van de partijen niet ter zitting verschijnt, terwijl ze volgens de regels van de wet en binnen de termijnen is gedagvaard, leidt dit tot haar veroordeling bij verstek. De rechtbank onderzoekt de zaak echter alsof alle partijen aanwezig waren, omdat het niet ter zitting verschijnen bij een kort geding niet veronderstelt dat de feiten die in de vordering uiteen zijn gezet, worden bekend. De rechtbank mag de zaak alleen opnieuw onderzoeken als de bij verstek veroordeelde partij verzoekt om intrekking of wijziging van de beschikking door zich te beroepen op nieuwe omstandigheden waardoor de rechtbank, als hij dat had geweten, een andere beschikking had verstrekt.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen de beschikking in kort geding kan geen beroep worden ingesteld, behalve als deze de voorlopige regeling van bezit of bewaring oplegt: in dat geval biedt de wet uitdrukkelijk de mogelijkheid van beroep bij de bevoegde hogere rechtbank binnen een termijn van tien dagen na publicatie van de beschikking. Daarnaast mag de procureur-generaal bij het hof van cassatie mag een beroep instellen tegen alle beschikkingen indien er een vraag van algemeen belang wordt opgeworpen. Na onderzoek van de zaak bevestigt of verwerpt deze rechter de aangevochten beschikking en zijn arrest heeft een voorlopige geldigheid. Zoals hierboven is gesteld, kunnen de partijen een verzoek om intrekking of wijziging van de beschikking indienen, net als derden (derdenverzet) die niet zijn gedagvaard bij de procedure en hier niet aan hebben deelgenomen, terwijl ze wel een belang hierbij hebben.

Laatste update: 04/01/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Spaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Spanje

1 De verschillende soorten maatregelen

De wetgeving op het gebied van burgerlijke rechtsvordering (vooral het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat is opgenomen in de Ley de Enjuiciamiento Civil - LEC) is de belangrijkste bron voor conservatoire maatregelen. Er zijn echter maatregelen overeenkomstig het specifieke materiële recht.

De maatregelen krachtens de LEC (artikel 727) omvatten onder meer:

  1. conservatoir beslag op goederen om te zorgen voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen die veroordelen tot de betaling van geldbedragen of producten, inkomsten, consumptiegoederen die kunnen worden gewaardeerd in geld door toepassing van bepaalde tarieven;
  2. gerechtelijk toezicht of bewind over productiegoederen, wanneer de verlangde veroordeling erop is gericht om deze over te dragen op basis van een eigendomstitel, een vruchtgebruik of enige andere titel met een rechtmatig belang voor behoud of verbetering van de productiviteit, of wanneer het feit dat de productiviteit wordt gewaarborgd een essentieel belang is om de veroordeling die kan worden uitgesproken doeltreffend te maken;
  3. beslag op roerend goed, wanneer het verzoekschrift gericht is op de veroordeling tot teruggave en dat goed in het bezit van de verweerder is;
  4. het opstellen van inventarissen van goederen, volgens de voorwaarden die zijn bepaald door de rechtbank;
  5. de preventieve registratie van het verzoekschrift, wanneer dit verwijst naar goederen of rechten die kunnen worden ingeschreven in openbare registers;
  6. overige registraties, indien de openbaarheid via het register nuttig is voor de goede afloop van de tenuitvoerlegging;
  7. het bevel om een activiteit voorlopig stop te zetten,  om zich tijdelijk te onthouden van een bepaalde gedraging; of het tijdelijke verbod om een prestatie die wordt uitgevoerd te onderbreken of stop te zetten.
  8. toezicht en beslag op inkomsten die zijn verkregen door een activiteit die als onrechtmatig wordt aangemerkt en waarvan het verbod of de stopzetting wordt beoogd in het verzoekschrift, evenals de bewaring van of het beslag op bedragen die worden gevorderd als beloning van de intellectuele eigendom;
  9. tijdelijk beslag op exemplaren van werken of voorwerpen die zouden zijn gemaakt door inbreuk te maken op regels ten aanzien van de intellectuele en industriële eigendom, evenals het beslag op het materiaal dat is gebruikt voor de productie daarvan;
  10. de opschorting van maatschappelijke besluiten die worden betwist, wanneer de verzoeker(s) ten minste één of vijf procent van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt (vertegenwoordigen), afhankelijk van het feit of de verwerende onderneming al dan niet effecten heeft uitgegeven die, op het moment van de betwisting, waren toegelaten voor handel op een officiële secundaire markt.

In aanvulling hierop staat de laatste alinea van artikel 727 van de LEC de rechter toe om andere maatregelen toe te kennen die hierboven niet zijn genoemd, zodat deze lijst niet volledig is:

  1. Het gaat om andere maatregelen die, voor de bescherming van bepaalde rechten, uitdrukkelijk zijn opgenomen in de wetten of die als noodzakelijk worden beschouwd om te zorgen voor de doeltreffendheid van het gerechtelijk mandaat dat kan worden toegekend bij de rechterlijke beslissing over de toelating die tijdens het geding wordt gegeven.

Naast dit algemene stelsel zijn er andere wettelijke maatregelen op het gebied van conservatoire bescherming. Daarvan kunnen onder meer de volgende worden genoemd:

  1. procedures ten aanzien van de bekwaamheid van personen: artikel 726 van de LEC staat de rechtbank toe om van rechtswege maatregelen te treffen die nodig worden geacht voor een geschikte bescherming van de persoon die als onbekwaam wordt beschouwd of van zijn vermogen;
  2. procedures ten aanzien van afstamming, vaderschap en moederschap: artikel 768 van de LEC voorziet in maatregelen voor de bescherming van de persoon en de goederen van de persoon die onder het gezag valt van degene die kennelijk een ouder is en de toekenning van voorlopige alimentatie aan de verzoeker, in urgente gevallen ook zonder voorafgaande hoorzitting;
  3. bescherming van het vermogen van de overledene: naast andere maatregelen, kan zowel bevriezing van de goederen uit de nalatenschap en de documenten van de overledene, als toezicht op de goederen van de nalatenschap worden bevolen, evenals het zoeken naar naasten van de overledene (artikel 790 tot artikel 796 van de LEC);

De bijzondere wetgeving bevat eveneens specifieke conservatoire maatregelen. Het gaat onder meer om de volgende wetgeving:

  1. Wet inzake intellectuele eigendom (Ley Propriedad Intelectual) - Koninklijk Wetgevend Besluit 1/1996 van 12 april 1996 – artikelen 138 en 141 (toezicht en beslag op inkomsten die zijn verkregen door middel van de betrokken onrechtmatige activiteit, de opschorting van de activiteiten inzake reproductie en publieke verspreiding en communicatie, beslag op vervaardigde exemplaren, beslag op uitrusting, apparaten en materiële dragers enz.).
  2. Wet 17/2001 betreffende merken (Ley de Marcas) van 7 december 2001 – artikel 61 (de preventieve registratie van het verzoekschrift in het merkenregister).
  3. Wet 24/2015 betreffende octrooien (Ley de Patentes) van 24 juli 2015 – artikel 11 (de opschorting van de procedure voor de afgifte van het octrooi), artikelen 117 en 127 en volgende (het verbod om nog verder handelingen te stellen die het recht van de aanvrager schenden, het beslag op en de bewaring van de goederen die geacht worden het recht van de octrooihouder te schenden, de borg voor de eventuele schadevergoedingen en de desbetreffende registratie-aantekeningen).
  4. Wet 22/2003 betreffende insolvabiliteit (Ley Concursal) van 9 juli 2003 – artikel 48 ter (bevriezing van de activa van de beheerders van de vennootschap) en artikel 17 (onder meer verzekering van de integriteit van het vermogen).
  5. Wet 14/2014 betreffende de zeevaart (Ley de Navegación Marítima) van 24 juli 2014 – artikelen 43, 470 en volgende (conservatoir beslag op schepen).
  6. Wet 49/1960 betreffende mede-eigendom (Ley de Propiedad Horizontal) van 21 juli 1960 – artikelen 7 (stopzetting van verboden activiteiten) en 18 (opschorting van door de algemene vergadering van mede-eigenaars gesloten overeenkomsten).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

De maatregelen worden bevolen door de rechter of de rechtbank die materieel en territoriaal bevoegd is. Dit is de rechter of rechtbank die de zaak behandelt of die, indien de procedure nog niet is ingeleid, de zaak zal behandelen.

Er kan verzocht worden om conservatoire maatregelen voordat het verzoekschrift wordt ingediend, op voorwaarde dat deze, in hun aard, niet onmogelijk op te leggen zijn (bijvoorbeeld in het geval van preventieve inschrijving van het verzoekschrift) of dat de wet niet vereist dat het verzoek daarom tegelijk met het verzoekschrift plaatsvindt (zoals de stopzetting van verboden activiteiten of de opschorting van gemeenschappelijke besluiten in de gevallen van geschillen met betrekking tot de mede-eigendom). Vanwege hun uitzonderlijke aard (omdat deze normaal gesproken worden geëist in het verzoekschrift zelf) moeten ze zowel urgent als noodzakelijk zijn. Ze kunnen worden aangenomen zonder dat de persoon die de tegenpartij is bij het verdere geding wordt gehoord (zonder afbreuk te doen aan het recht om hier bezwaar tegen te maken nadat ze zijn opgelegd), maar worden niet van kracht als het overeenkomstige verzoekschrift niet binnen twintig dagen na de beslissing wordt ingediend.

Zoals aangegeven gebeurt het echter relatief vaak dat er om de maatregelen wordt verzocht bij de indiening van het verzoekschrift en in dat geval geeft de rechter of de rechtbank opdracht tot het openen van een afzonderlijk dossier dat tegelijk met de zaak ten principale wordt onderzocht en waarin bewijzen kunnen worden voorgesteld en overgelegd om te getuigen van het bestaan van de benodigde voorwaarden voor het verkrijgen van de conservatoire bescherming. Als algemene regel worden de partijen, vóór de instelling van conservatoire maatregelen, opgeroepen voor een hoorzitting bij de rechtbank waar ze hun beweringen kunnen presenteren en het bijbehorende bewijs kunnen overleggen ten aanzien van het al dan niet gegrond zijn van deze maatregelen of, in voorkomende gevallen, de zekerheid die moet worden geëist van de betrokken persoon door middel van de conservatoire maatregel indien het verzoekschrift wordt afgewezen. De verzoeker van de maatregel mag echter eisen dat deze wordt ingesteld zonder dat de andere partij wordt gehoord wanneer hij aantoont dat er sprake is van redenen van urgentie of dat de hoorzitting de goede afloop van de maatregel in het geding kan brengen als er bijvoorbeeld een risico bestaat van verdoezeling of onderwaardering van het vermogen van de schuldenaar. In dat geval kan de benadeelde partij, na instelling van de maatregel, bezwaar maken.

Er kan ook om maatregelen worden verzocht na indiening van het verzoekschrift of tijdens het beroep, ook als vereist is dat dit verzoek op feiten en omstandigheden berust die het moment van indiening ervan rechtvaardigen.

Om te verzoeken om de instelling van conservatoire maatregelen is de aanwezigheid van een advocaat en een procureur vereist bij procedures waar de tussenkomst van deze professionals nodig is. In het geval van dringende maatregelen vóór het verzoekschrift, is de vertegenwoordiging tijdens de procedure niet onontbeerlijk (artikelen 23 en 31 van de LEC).

2.2 De basisvereisten

Er moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden opdat een rechtbank een van de bovengenoemde maatregelen aanvaardt.

  1. Risico in verband met de verstreken tijd of periculum in mora: dat is het risico van schade die de verzoeker zou kunnen lijden vanwege de duur van de procedure die de uitvoering kan verhinderen van wat er is besloten in de rechterlijke beslissing of de uitspraak waarmee het geding is beëindigd. De verzoeker van de maatregel moet aantonen dat er, in het desbetreffende geval, indien de verzochte maatregelen niet worden ingesteld, tijdens de procedure situaties kunnen optreden die de doeltreffende toepassing van de maatregel, die kan worden toegekend bij een uitspraak die het verzoek inwilligt, hindert of bemoeilijkt. In alle gevallen moet de maatregel niet worden goedgekeurd indien de situatie die tot het risico leidt al lange tijd wordt verdragen door de verzoeker, behalve als hij zich beroept op goede redenen die het feit rechtvaardigen dat hij de maatregel niet eerder kon aanvragen.
  2. Schijn van rechtvaardigheid van het verzoek of prima faciezaak: de verzoeker moet aan de rechtbank de redenen verstrekken die de laatstgenoemde ertoe zetten om te verzoeken om een preliminaire zitting ten aanzien van de overeenstemming van het verzoekschrift met het recht. Deze voorwaarde houdt in dat de verzoeker de gegevens, argumenten en bewijsstukken verstrekt waarmee de rechtbank een voorlopige en incidentele uitspraak kan doen ten gunste van de grondslag van de aanspraak zelf (artikel 728.2 van de LEC), zonder afbreuk te doen aan het geding ten gronde (want in Spanje is de rechtbank die de conservatoire maatregelen instelt dezelfde als de rechtbank die verder over de zaak oordeelt). Het bewijs moet niet alleen gedocumenteerd zijn, maar ook van een andere aard zijn (getuigen, deskundigen, verklaring van partijen enz.).
  3. Zekerheid: behalve bij uitdrukkelijke, tegengestelde bepalingen, moet de verzoeker om de maatregel een zekerheid verstrekken die volstaat ter dekking van de schade aan het vermogen van de verweerder waar de preventieve maatregel toe kan leiden. Het bedrag wordt vastgesteld door de rechtbank waarbij rekening wordt gehouden: a) met de aard en inhoud van de aanspraak; b) met de beoordeling waarop het verzoek om de maatregel is gebaseerd; en c) met relevante of benodigde redenen of gronden in verband met de kwantificering van de schade die de maatregelen met zich mee kunnen brengen.
  4. Proportionaliteit: dit betreft een vereiste die niet uitdrukkelijk wordt vermeld in de LEC, maar die de wetgevers in het algemeen zien als een aanvulling op de hierboven genoemde vereisten, aangezien de rechtbank alleen de strikt noodzakelijke maatregel toekent ter garantie van het doel van bescherming van de procedure waarop de conservatoire maatregel betrekking heeft. Deze vloeit voort uit de beginselen van de rechtsstaat en minimaal ingrijpen in de sfeer van vrijheid van individuen waarop het hele rechtsstelsel berust, te beginnen met de grondwet.
  5. Bijkomstigheid. De conservatoire maatregelen volgen de aard van de procedure ten principale, waar ze van afhangen.
  6. Variabiliteit. Conservatoire maatregelen kunnen worden gewijzigd door feiten en omstandigheden aan te voeren en aan te tonen die niet in overweging konden worden genomen op het moment van instelling van die maatregelen of binnen de vastgestelde termijn om er bezwaar tegen te maken.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

Het aannemen van een conservatoire maatregel is bedoeld als tegemoetkoming aan of dekking van de mogelijkheid dat de verweerder, bij het onderzoek van een huidig of toekomstig geding, verplicht wordt om bepaalde handelingen niet of andere juist wel te verrichten met betrekking tot zijn vermogen. Het gaat er dus om om de verweerder ervan te weerhouden handelingen te verrichten die bedoeld zijn om de binnenkomst van goederen of rechten in zijn vermogen te omzeilen, om schade aan goederen uit te lokken of toe te staan, om bepaalde goederen buiten bereik van justitie te brengen door situaties van insolventie te creëren teneinde de doeltreffende toepassing van de eventuele uitspraak te verhinderen. Conservatoire maatregelen worden, in de Spaanse wetgeving, gekenmerkt door hun gerechtelijke aard, omdat alleen rechtbanken deze mogen instellen.

Ze kunnen niet worden ingesteld door arbiters of bemiddelaars. Ze worden niet ingesteld in een bepaald en beperkt aantal. Ze hebben een regelgevende (ze kunnen alleen worden ingesteld op verzoek van een partij) en financiële aard, omdat ze betrekking hebben op de goederen en rechten van de verweerder. Het doel ervan is het garanderen van de daadwerkelijke toepassing van een eventuele rechterlijke beslissing die het verzoek inwilligt.

Tot slot zijn ze belangrijk ten aanzien van de uitspraak die wordt gedaan bij een geding ten principale. Ze kunnen worden ingesteld voor zowel roerende als onroerende goederen. Ze hebben niet alleen een financiële aard, omdat het mogelijk is om op conservatoire wijze beperkende maatregelen van persoonlijke rechten in te stellen.

Het is toegestaan om bevelen en verboden in te stellen, waarbij de inhoud van de maatregelen bestaat uit handelen of niet handelen.

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

  1. Conservatoire maatregelen kunnen betrekking hebben op precieze en bepaalde goederen, evenals alles wat kan worden gewaardeerd in geld, zoals producten en inkomsten uit dingen.

    Er kan worden verzocht om beslag op die goederen door een kredietrecht te verkrijgen dat voortvloeit uit een algemene plicht die stelt dat de verschuldigde zaken niet worden gekenmerkt, maar worden vervangen door een precies bedrag dat overeenkomt met een geldwaarde door eenvoudige berekeningen.

    Beslag op roerende goederen in het bijzonder wordt uitgevoerd bij een depositaris die door de rechter wordt aangewezen en die een persoon is die hij adequaat acht.

    Het is ook mogelijk om toezicht te houden op bedragen, om over te gaan tot de consignatie en het beslag daarvan door onderscheid te maken tussen het toezicht en het beslag van inkomsten uit een illegale activiteit of toegestane activiteiten, evenals degene ten aanzien van de intellectuele eigendom.
  2. Er is een andere groep maatregelen die kunnen worden ingesteld en die verband houden met handelingen die door de rechter kunnen worden opgelegd ten aanzien van het doel van het verzoekschrift en die geen betrekking hebben op een specifiek bepaald goed.

Het is namelijk mogelijk om toezicht te houden op of opdracht te geven tot gerechtelijk bewind van productiegoederen in het geval van een verzoekschrift dat gericht is op het verkrijgen van een veroordeling ten aanzien van de plicht van verstrekking, als eigenaar, vruchtgebruiker of iedere andere persoon met een legitiem belang.

Het is ook mogelijk om te verzoeken om de inventarisatie van goederen volgens voorwaarden die worden bepaald door de rechtbank.

Het is toegestaan om het verzoekschrift preventief te registreren wanneer dit betrekking heeft op goederen of rechten die kunnen worden ingeschreven in openbare registers of andere registers indien de openbaarheid van nut is voor de goede afloop daarvan.

Tot slot kan er worden gevraagd om een gerechtelijke uitspraak voor voorlopige stopzetting van een activiteit, voor het tijdelijk niet uitvoeren van een activiteit of een tijdelijk verbod om een lopende dienstverlening te onderbreken of stop te zetten.

  1. De laatste groep dingen waarop de maatregelen van toepassing zijn, zijn materialen en exemplaren in verband met het stelsel van exclusiviteit (het gaat hier om een derdenbeslag of toezicht op goederen die worden gebruikt voor de productie van rechten van industriële en intellectuele eigendom).

Ook maatschappelijke besluiten van alle typen handelsondernemingen kunnen worden opgeschort.

  1. Tot slot biedt de Spaanse wetgeving de mogelijkheid om een reeks onbepaalde maatregelen te treffen die gericht zijn op de bescherming van rechten en die door de wet worden bepaald of die nodig worden geacht om te zorgen voor de doeltreffende toepassing van het gerechtelijke mandaat. De desbetreffende dingen zijn niet gespecificeerd en kunnen van ongeacht welke aard zijn, zo lang de maatregel nodig is.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

  1. In het geval van conservatoir beslag op kwantificeerbare voorwerpen, geldbedragen, inkomsten, producten, gaat het erom dat er door de maatregel wordt gezorgd voor een restbedrag om de verweerder te betalen in het geval van een eventuele veroordeling en in het bijzonder als de rechterlijke beslissing niet vrijwillig wordt uitgevoerd.
  2. Beslag op roerend goed kan alleen worden aanvaard indien het verzoek om veroordeling gericht is op de verstrekking van een precies goed dat in het bezit van de verweerder is.
  3. In het geval van toegestaan toezicht of bewind gaat het om het zeker stellen van de goederen, vooral productiegoederen, door te voorkomen dat een bestuurlijke wanprestatie het rendement ervan vermindert of wegneemt.
  4. Het toezicht op productiegoederen veronderstelt het opzetten van gerechtelijk toezicht zonder dat de verweerder zijn recht van bestuur kwijtraakt. Dit is anders dan het bewind waarbij een extra stap wordt gedaan door het bestuur van de verweerder te vervangen door een gerechtelijk bewind.
  5. Het verzoek om het opstellen van inventarissen kan in elk type procedure worden toegekend en bij ongeacht welke aanspraak, met als enige vereiste de noodzaak om de inventaris op te stellen om te zorgen voor het verkrijgen van een uitspraak die het verzoek inwilligt. De rechter moet duidelijk definiëren welke onderdelen deze moeten bevatten en op welke manier deze moeten worden uitgevoerd.
  6. De gevolgen van de preventieve registratie van het verzoekschrift strekken zich uit tot het procedurele kader in verband met de procedure in het kader waarvan deze is toegekend. Het gaat om opschorting van de bescherming die de openbaarheid van de registers en de registerverklaring bieden op voorwaarde dat de eigenaar van het goed of de houder van het recht die in het register staat, dit kan overdragen, maar dat de derde persoon niet kan doen alsof hij het doel van de inschrijving die op hem betrekking heeft niet kent. Deze preventieve registratie kan worden toegekend bij elk type procedure, zodat er een bescherming wordt verkregen bij een openbaar register zoals het kadaster en het handelsregister.
  7. Tijdelijke beperkingen van ingrijpen van de verweerder. Deze worden geregeld in verschillende bijzondere wetten en als gevolg daarvan moet het instellen daarvan voldoen aan de voorwaarden die deze stellen. Hun werking strekt zich uit tot de afspraak van voorlopige stopzetting van de activiteit die de verweerder uitvoert: het bevel om tijdelijk geen bepaalde activiteit uit te voeren of het verbod om de uitvoering van een lopende dienstverlening stop te zetten of te onderbreken.
  8. Toezicht, consignatie en beslag van geldbedragen. Dit is een duidelijk beschermende maatregel die een conservatoir beslag is om te zorgen voor de naleving van een verzoekschrift met een specifieke economische inhoud. Met deze maatregel kan worden besloten over het toezicht en het beslag op opbrengsten uit een illegale activiteit. Deze mag niet afzonderlijk worden ingesteld en als gevolg moeten beide situaties van toezicht en beslag worden aanvaard. Indien de ene of de andere wordt ingesteld, moet er gebruik worden gemaakt van de hierboven beschreven algemene maatregelen. Bij instelling van deze maatregel is het ook mogelijk om te verzoeken om de consignatie of het beslag van geldbedragen die worden gevorderd als beloning voor intellectuele eigendom. Dit betreft rechten van auteurs om geldbedragen te ontvangen voor hun werk en bestaat uit een evenredig aandeel in de inkomsten die worden gegenereerd door de verschillende openbare uitingen die zijn erkend door de wet inzake intellectuele eigendom.
  9. Beslag op materialen en exemplaren waarop het stelsel van exclusiviteit van toepassing is. Dit betreft een conservatoire maatregel die hoort bij de bescherming van de rechten van exclusiviteit van exploitatie die de houders hebben krachtens bijzondere wetten inzake industriële en intellectuele eigendom. Het gaat om een specifiek geval van derdenbeslag van het overeenkomstige voorwerp; exemplaren of materiaal dat nodig is voor de productie.
  10. Opschorting van maatschappelijke besluiten. De specificatie hiervan berust op de benodigde procesbevoegdheid om de maatregel te vorderen: 1% van het maatschappelijk kapitaal als de onderneming effecten heeft uitgegeven die, op het moment van de betwisting, zijn toegelaten voor handel op een officiële secundaire markt, of 5% van het maatschappelijk kapitaal in de niet-vermelde gevallen. Dit is van toepassing op elk type handelsonderneming.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De conservatoire maatregelen worden in het algemeen aangenomen wanneer de verweerder is gehoord. Als de eiser aanvoert en verklaart dat er dringende redenen zijn, kunnen de maatregelen zonder andere stappen binnen vijf dagen worden ingesteld door de rechter met vermelding van de redenen waarom hij de verweerder niet heeft gehoord. Na instelling ervan kunnen deze worden gewijzigd door feiten en omstandigheden aan te voeren en te bewijzen waar geen rekening mee is gehouden op het moment van instelling ervan of binnen de vastgestelde termijn om bezwaar te maken tegen aanvaarding van de maatregel.

Indien de aanspraken van de eiser worden verworpen bij de uitspraak ten principale, geeft de rechter onmiddellijk opdracht tot opheffing van de maatregel, behalve wanneer het tegenovergestelde wordt geëist waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden van het geval en na verhoging van de borg.

In het geval van gedeeltelijke aanvaarding is het aan de rechter om de tegenpartij te horen teneinde een beslissing te geven over het opheffen of behouden van de maatregel.

Indien de verwerping van de aanspraak wordt bevestigd, worden de maatregelen opgeheven zodra de uitspraak definitief is en de door de maatregelen beoogde persoon mag een vordering indienen voor geleden schade (hetzelfde geldt in het geval dat er wordt afgezien van de rechtsvordering of bij intrekking door de eiser).

Een ander geval waarin conservatoire maatregelen kunnen worden gewijzigd, is wanneer er om de maatregel wordt verzocht vóór het verzoekschrift en deze wordt ingesteld zonder dat de verweerder is gehoord. In dat geval wordt de maatregel onmiddellijk opgeheven als de eiser de wettelijk vastgestelde termijn van 20 dagen voor indiening van het verzoekschrift niet in acht neemt en deze is verstreken en dan krijgt de verweerder de geleden schade vergoed waarbij de eiser de kosten voor de uitgevoerde procedures moet betalen.

De maatregel kan ook niet worden behouden indien het geding wordt opgeschort voor een periode van langer dan zes maanden om een reden die kan worden toegeschreven aan de eiser.

Wanneer opdracht wordt gegeven tot de voorlopige uitvoering van de rechterlijke beslissing, worden de maatregelen die zijn ingesteld en die verband houden met de uitvoering, opgeheven. Deze worden vervangen door executoire maatregelen, zodat de maatregelen die als conservatoir zijn ingesteld, van aard veranderen.

Tot slot kan de verweerder bij de rechtbank verzoeken om vervanging van de ingestelde conservatoire maatregel door een borg die voldoende is om de daadwerkelijke naleving van de rechterlijke beslissing te garanderen. Daarom stelt de rechter die de maatregel heeft ingesteld de borg vast, die zowel met contant geld als door middel van een zekerheid kan worden betaald.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De procedurele regels voorzien in de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Tribunal superior.

Zo kan er beroep worden ingesteld tegen de beschikking waarbij maatregelen worden bevolen, hoewel dit beroep geen opschortende werking heeft. Dit beroep kan ook worden ingesteld tegen een beschikking waarbij de maatregelen worden geweigerd.

Naast deze beroepsmogelijkheid kan de eiser in alle gevallen zijn verzoek herhalen als de omstandigheden anders zijn dan degene waarvan sprake was bij het aanvankelijke verzoek.

Er is geen rechtsmiddel tegen de beschikking waarbij conservatoire maatregelen worden bevolen zonder dat de verweerder eerst is gehoord, omdat in dat geval bezwaar moet worden aangetekend bij de rechter die de maatregelen heeft bevolen. De verweerder kan beroep instellen tegen de beschikking ten aanzien van dit bezwaar en indien dit wordt verworpen. Dit heeft geen opschortende werking. De persoon die heeft verzocht om conservatoire maatregelen mag gebruikmaken van hetzelfde recht op beroep als het bezwaar (geheel of gedeeltelijk) is aanvaard.

Er is echter geen enkele rechtsvordering mogelijk wanneer de borg is aanvaard of geweigerd.

Voor de voorbereiding en het onderzoek van het beroep gelden geen bijzonderheden anders dan de algemene normen (artikel 458). Als het om meer verzoekers gaat, wordt de termijn afzonderlijk berekend.

Zoals hierboven is vermeld, heeft het beroep geen opschortende werking tijdens de procedure voor instelling van conservatoire maatregelen. Dit houdt in dat de rechter de beslissingen blijft geven die nodig zijn om de conservatoire maatregel in te stellen.

Bij het hof van beroep worden de maatregelen doorgaans geweigerd, omdat dit zo snel mogelijk de datum van overweging, stemming en uitspraak moet aangeven.

PROCEDUREKOSTEN VAN DE CONSERVATOIRE MAATREGELEN

De procedurekosten worden beheerst door het beginsel dat de kosten van de in het gelijk gestelde partij kunnen worden vergoed en ten laste komen van de tegenpartij waarvan de vordering (aanvaarding of verwerping van de maatregelen) in de beslissing wordt vermeld.

Laatste update: 28/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Frankrijk

1 De verschillende soorten maatregelen

  • De juge des référés kan altijd met spoed voorlopige maatregelen gelasten (spoedprocedure, betaling van een voorschot, uitzetting, verbod om iets te doen op straffe van een dwangsom, vrijwaren van bewijsmateriaal).

Er kan geen overzicht worden gegeven van voorlopige maatregelen: in kort geding kunnen alle spoedeisende maatregelen worden getroffen waartegen geen ernstig bezwaar bestaat of die worden gerechtvaardigd door het bestaan van een geschil (betaling van een voorschot, uitzetting van een kraker, taxatie of vaststelling van schade enz.). Bovendien kan de juge des référés met spoed alle maatregelen gelasten die noodzakelijk zijn om dreigende schade te voorkomen (met name versterkingswerkzaamheden) of om een duidelijk ongeoorloofde verstoring te doen stoppen.

  • Er bestaat een speciaal stelsel voor bewarende maatregelen (conservatoir beslag en gerechtelijke bewaring). Dit zijn de maatregelen waarmee de schuldeiser, meestal met goedkeuring van de rechter, alle of een deel van de goederen van zijn schuldenaar onbeschikbaar kan maken of waarmee een speciaal recht op deze goederen kan worden gevestigd om de betaling te garanderen van een vordering die nog niet is erkend in een vonnis, maar waarvan de inning in gevaar lijkt te zijn.

Er zijn twee soorten bewarende maatregelen:

  • conservatoire beslagen, waarmee bij wijze van bewarende maatregel beslag kan worden gelegd op materiële rechten (meubilair, voertuig enz.), immateriële rechten (een geldbedrag, rechten van aandeelhouders of effecten enz.) of vorderingen (bankrekeningen, huur enz.);
  • gerechtelijke bewaring van onroerende goederen, een handelsonderneming, aandelen van aandeelhouders of effecten (vestiging van een voorlopige hypotheek, pandgeving van aandelen of effecten).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

  • Voorlopige maatregelen: de zaak dient middels een dagvaarding aanhangig te worden gemaakt bij de juge des référés (oproeping in rechte middels een deurwaardersexploot). Het gaat om een spoedprocedure op tegenspraak.
  • Bewarende maatregelen: in principe is de voorafgaande goedkeuring van de rechter vereist. De schuldeiser is echter vrijgesteld van deze goedkeuring als hij zich beroept op een executoriale titel of een rechterlijke beslissing die nog niet uitvoerbaar is. Hetzelfde geldt bij het niet-betalen van een geaccepteerde wissel, een orderbriefje, een cheque of de huur van een pand (in geval van een schriftelijke overeenkomst).

Welke rechter bevoegd is voor voorlopige maatregelen hangt af van de aard van de eis. De bevoegde rechter op grond van het gemene recht is de president van de tribunal de grande instance. De juge d’instance, de president van de tribunal de commerce, van de conseil des prud’hommes en van de tribunal paritaire des baux ruraux kunnen binnen de grenzen van hun bevoegdheden echter eveneens uitspraken doen in kort geding.

Voor bewarende maatregelen is de juge de l’exécution, een rechter van de tribunal de grande instance, de bevoegde rechter. De bevoegde rechter is de rechter van de plaats waar de schuldenaar verblijft.

De partijen voeren zelf hun verweer bij de juge de l’exécution of de juge des référés. Zij kunnen zich echter laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat.

Conservatoire beslagen dienen te worden uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder. Deze verplichting geldt niet voor het vestigen van gerechtelijke bewaring. Gezien de juridische complexiteit van het vestigen van een bewaring, laten schuldeisers zich altijd bijstaan door een jurist.

De kosten van bewarende maatregelen komen uiteindelijk voor rekening van de schuldenaar, zelfs al kan het zo zijn dat de schuldeiser deze voor dient te schieten. De executiekosten zijn onderworpen aan een tarief ter vaststelling van de vergoeding die aan gerechtsdeurwaarders verschuldigd is voor iedere uitvoeringshandeling en voor iedere bewarende maatregel.

Krachtens besluit nr. 96-1080 van 12 december 1996 bestaat de vastgestelde vergoeding van gerechtsdeurwaarders uit een vast bedrag dat cumulatief of afwisselend wordt uitgedrukt in vaste of proportionele rechten, in voorkomend geval in combinatie met een recht voor het instellen van vervolging.

Omdat het om bewarende maatregelen gaat, zijn proportionele inningsrechten, die worden berekend over de geïnde bedragen, uitsluitend opeisbaar als de gerechtsdeurwaarders een volmacht krijgen om de verschuldigde bedragen te innen. Bovendien sluit het overzicht in de bijlage van het voornoemde besluit de mogelijkheid van een vrij onderhandelbaar aanvullend honorarium uit, met uitzondering van conservatoire beslagen van de rechten van aandeelhouders en effecten.

2.2 De basisvereisten

De rechtbank treft geen maatregelen, maar keurt deze goed. De maatregel wordt op verzoek van de begunstigde van de goedkeuring getroffen door de gerechtsdeurwaarder.

Als de voorafgaande goedkeuring van de rechter vereist is, dient de vordering “in principe gegrond” te lijken.

Voor bewarende maatregelen is er geen uitdrukkelijke voorwaarde van spoedeisendheid.

De schuldeiser dient aan te tonen dat er “omstandigheden bestaan die de inning van de vordering in gevaar brengen” (bijvoorbeeld onoprechtheid van de schuldenaar die zijn vermogen verbergt, toename van schuldeisers enz.).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Alle goederen van de schuldenaar die door de wet niet zijn uitgesloten van beslag (bijvoorbeeld: goederen die noodzakelijk zijn voor zijn dagelijks leven of de uitoefening van zijn beroep) kunnen worden onderworpen aan een conservatoir beslag. Hetzelfde geldt voor vorderingen: salarissen kunnen echter nooit worden onderworpen aan bewarende maatregelen (zelfs als deze in beslag worden genomen op basis van een rechterlijke beslissing of een andere executoriale titel, volgens de procedure voor de inbeslagneming van vergoedingen).

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Bij wijze van bewarende maatregel in beslag genomen goederen zijn niet beschikbaar. De schuldenaar behoudt het genot hiervan onder zijn verantwoordelijkheid, maar hij kan ze niet vervreemden. Als de schuldenaar de in beslag genomen goederen verduistert, begaat hij een strafbaar feit dat wordt bestraft met een boete en een gevangenisstraf.

De in beslag genomen geldbedragen worden geconsigneerd op een rekening.

De schuldenaar kan de goederen waar de gerechtelijke bewaring betrekking op heeft verkopen, maar de schuldeiser heeft een volgrecht en recht op een bevoorrechte betaling over de verkoopprijs van deze goederen.

De bij wijze van bewarende maatregel in beslag genomen goederen worden onder de verantwoordelijkheid van de schuldenaar gesteld die in feite “bewaarder” is, het gevolg van het beslag kan niet worden tegengeworpen aan derden. Gerechtelijke bewaring, die is onderworpen aan maatregelen op het gebied van openbaarmaking (op commercieel of vastgoedgebied), kan daarentegen worden tegengeworpen aan iedereen.

De bankier (en over het algemeen iedere derde-beslagene) die een verzoek tot conservatoir beslag ontvangt betreffende een cliënt, is verplicht om de gerechtsdeurwaarder onmiddellijk op de hoogte te brengen van alle verplichtingen jegens de schuldenaar (dat wil zeggen alle rekeningen die zijn geopend op naam van de schuldenaar, evenals de bedragen die op de rekening staan). Als de bankier deze informatie zonder gegronde reden niet meedeelt, kan hij worden veroordeeld tot de betaling van de schuld in de plaats van de schuldenaar.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De bewarende maatregel dient te worden genomen binnen drie maanden na de beschikking van de rechter waarbij deze wordt goedgekeurd. Anders vervalt de goedkeuring.

Als de schuldeiser nog geen procedure heeft gestart om zijn vordering te laten erkennen, dient hij dit binnen een maand na het treffen van de maatregel te doen. Anders vervalt de maatregel.

De bewarende maatregel dient uiterlijk binnen acht dagen aan de schuldenaar te worden bekendgemaakt. De schuldenaar kan bij de juge de l’exécution bezwaar aantekenen tegen de maatregel of de goedkeuring. De rechter kan eveneens van tevoren een zittingsdatum plannen waarvoor de partijen worden opgeroepen om de maatregel te bespreken. In principe is het bezwaar van de schuldenaar ontvankelijk als het conservatoir beslag niet is omgezet in een executoriaal beslag nadat de schuldeiser een rechterlijke beslissing heeft verkregen over zijn vordering.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De schuldenaar kan op hetzelfde moment bezwaar aantekenen tegen de beschikking als tegen de maatregel zelf.

De juge de l’exécution, die bevoegd is voor het goedkeuren van bewarende maatregelen, behandelt ook eventuele rechtsmiddelen tegen de beschikking. Het is mogelijk om bij het cour d'appel beroep in te stellen tegen zijn beslissingen.

Als de schuldenaar op hetzelfde moment kennisneemt van de goedkeuring van de maatregel én van de maatregel zelf, gelden voor het bezwaar tegen de beschikking dezelfde regels als voor het bezwaar tegen de maatregel: dit is ontvankelijk als de bewarende maatregel niet is omgezet in een executoriale maatregel.

Het rechtsmiddel heeft geen invloed voor de gevolgen van de bewarende maatregel, die van kracht blijft zolang de rechter niet gelast dat deze moet worden opgeheven of de nietigheid ervan niet vaststelt.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.De website van Legifrance

De link wordt in een nieuw venster geopend.De website van het ministerie van Justitie

De link wordt in een nieuw venster geopend.De website van de Chambre Nationale des Huissiers de Justice

Laatste update: 04/01/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Kroatië

1 De verschillende soorten maatregelen

Het derde deel van de wet op de gedwongen tenuitvoerlegging (Ovršni zakon) (gepubliceerd in het staatsblad Narodne Novine van de Republiek Kroatië, nr. 112/12, 25/13, 93/14, 55/16 en 73/17; hierna: OZ), met de titel Zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen (Osiguranje), voorziet in de volgende maatregelen:

• zekerheidstelling door middel van de gedwongen vestiging van een pandrecht op onroerende goederen - titel 28;

• rechterlijke en notariële zekerheidstelling door middel van het pandrecht op basis van een overeenkomst tussen de partijen - titel 29;

• rechterlijke en notariële zekerheidstelling door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten - titel 30;

• zekerheidstelling door middel van de voorlopige tenuitvoerlegging - titel 31;

• zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen - titel 32,

• voorlopige maatregelen - titel 33.

Enkel maatregelen die als dusdanig worden gedefinieerd door deze of een andere wet, worden krachtens de OZ beschouwd als conservatoire maatregelen. Conservatoire maatregelen worden niet toegestaan voor goederen en rechten die ingevolge de OZ niet in aanmerking kunnen komen voor tenuitvoerlegging, tenzij die wet anders bepaalt.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Als maatregel (op lange termijn) in het kader van de gedwongen zekerheidstelling van vorderingen, geeft de OZ de mogelijkheid tot zekerheidstelling door middel van de gedwongen vestiging van een pandrecht op onroerende en roerende goederen (bv. geldvorderingen, inkomen - salaris, pensioen enz., bankrekeningen, effecten en aandelen) en door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten. De vestiging van een pandrecht als zekerheid kan vrijwillig of gedwongen gebeuren. De eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten als zekerheid kunnen daarentegen uitsluitend vrijwillig gebeuren, zowel bij procedures voor een rechtbank als voor een notaris.

De OZ bevat eveneens regels voor andere maatregelen, zoals de zekerheidstelling door middel van de voorlopige tenuitvoerlegging, de zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen en voorlopige maatregelen. Die maatregelen kunnen uitsluitend door de rechtbank worden afgedwongen, hetzij op verzoek van een partij of ex officio.

Gemeentelijke rechtbanken zijn bevoegd om de zekerheidstelling te gelasten en uit te voeren, tenzij die bevoegdheid wettelijk werd toevertrouwd aan een andere rechtbank. Handelsrechtbanken zijn dan weer bevoegd om de zekerheidstelling te gelasten en uit te voeren in die gevallen waar ze bevoegd zijn om de tenuitvoerlegging te gelasten.

De rechtbank die zich moet uitspreken over het verzoek van de zekerheidsnemer, is eveneens bevoegd om de zekerheidstelling ex officio te gelasten en uit te voeren, tenzij de wet anders bepaalt.

De rechtbank die het kadaster bijhoudt waarin de inschrijving moet gebeuren op basis van de executoriale titel met betrekking tot de geldvordering, is eveneens bevoegd om zich uit te spreken over het verzoek om geldvorderingen zeker te stellen door middel van de gedwongen vestiging van een pandrecht op onroerende goederen. Met deze maatregel wordt de vestiging van een pandrecht op onroerende goederen ingeschreven in het kadaster, waardoor een geldvordering wordt zekergesteld. Door de inschrijving van het pandrecht kan het uitvoerend beslag op deze onroerende goederen eveneens plaatsvinden ten aanzien van derden die deze onroerende goederen later verwerven.

De rechtbank kan op verzoek van zowel de zekerheidsnemer als de zekerheidsgever een bevel uitvaardigen tot de justitiële zekerheidstelling van een geldvordering door middel van de vestiging van een pandrecht op bepaalde goederen op basis van een overeenkomst tussen de partijen. De territoriale bevoegdheid om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling van de geldvorderingen van de zekerheidsnemer op goederen en rechten van de zekerheidsgever en om de zekerheidstelling uit te voeren, wordt vastgelegd in de desbetreffende bepalingen van de OZ omtrent de territoriale bevoegdheid van de rechtbank in tenuitvoerleggingsprocedures voor de inning van geldvorderingen op diverse soorten in beslag te nemen goederen. In de notulen van de hoorzitting wordt de overeenkomst tussen de partijen over het bestaan van een vordering en de looptijd ervan vastgelegd. Er wordt eveneens vastgelegd dat de partijen ermee instemmen dat deze vordering wordt zekergesteld door de vestiging van een pandrecht. De ondertekende overeenkomst heeft dezelfde uitwerking als een gerechtelijke schikking.

De notariële zekerheidstelling van een geldvordering door middel van de vestiging van een pandrecht op basis van een overeenkomst tussen de partijen is mogelijk als de schuldeiser en schuldenaar een overeenkomst bereiken in de vorm van een notariële akte of een onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd. Hierin moet eveneens worden aangegeven dat de schuldenaar ermee instemt dat een pandrecht wordt gevestigd op een van zijn goederen.

De rechterlijke zekerheidstelling door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten is mogelijk als de partijen ermee instemmen dat de overeenkomst die ze bereiken over de eigendomsoverdracht (met betrekking tot enkele goederen van de zekerheidsgever aan de zekerheidsnemer om een specifieke geldvordering van de zekerheidsnemer zeker te stellen) of de overdracht van enkele rechten van de zekerheidsgever (aan de zekerheidsnemer voor datzelfde doel) wordt opgenomen in de notulen van de hoorzitting. Toekomstige vorderingen kunnen eveneens worden zekergesteld. De overeenkomst heeft dezelfde uitwerking als een gerechtelijke schikking. Welke rechtbank territoriaal bevoegd is om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling van geldvorderingen door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten, wordt bepaald door de desbetreffende bepalingen van de OZ omtrent de territoriale bevoegdheid van een rechtbank in tenuitvoerleggingsprocedures voor de inning van geldvorderingen op diverse soorten in beslag te nemen goederen.

De notariële zekerheidstelling door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten, m.a.w. de overdracht van aandelen, belangen of deelnemingen, is mogelijk als de schuldeiser en schuldenaar een overeenkomst bereiken in de vorm van een notariële akte of een onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd. Een notaris kan worden gemachtigd om individuele stappen te zetten met het oog op de zekerheidstelling in overeenstemming met de regels betreffende de vestigingsplaats en het rechtsgebied van notarissen.

De territoriale bevoegdheid om een oordeel te vellen over een verzoek tot de voorlopige tenuitvoerlegging en om die tenuitvoerlegging uit te voeren, behoort tot de rechtbank die bevoegd zou zijn geweest voor de tenuitvoerlegging op basis van een executoriale titel. De zekerheidstelling door middel van de voorlopige tenuitvoerlegging wordt door de rechtbank gelast en uitgevoerd. De rechtbank geeft op basis van een vonnis dat werd uitgesproken in een civiele procedure het bevel tot de voorlopige tenuitvoerlegging om een niet-geldelijke vordering zeker te stellen die niet kan worden zekergesteld door de voorlopige inschrijving in het openbaar register, indien de zekerheidsnemer kan aantonen dat er een vermoedelijk gevaar bestaat dat de tenuitvoerlegging onmogelijk of wezenlijk moeilijker zou worden gemaakt, doordat die tenuitvoerlegging wordt uitgesteld tot het moment waarop het vonnis van kracht wordt, en indien de schuldeiser een zekerheid stelt voor de schade die de schuldenaar kan oplopen door die tenuitvoerlegging.

De territoriale bevoegdheid om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen en om die maatregelen te treffen, behoort tot de rechtbank die bevoegd zou zijn geweest voor de tenuitvoerlegging op basis van een executoriale titel op grond waarvan de zekerheidstelling werd gelast. Bewarende maatregelen kunnen worden opgelegd op voorwaarde dat de zekerheidsnemer aantoont dat er een vermoedelijk gevaar bestaat dat de inning van de vordering zonder deze maatregelen onmogelijk zou zijn of wezenlijk moeilijker zou worden gemaakt. In bepaalde gevallen kan de rechtbank de bewarende maatregelen koppelen aan de voorwaarde dat er een zekerheid moet worden gesteld voor de schade die de zekerheidsgever kan oplopen door het bevel. In de gemotiveerde uitspraak waarmee de bewarende maatregel wordt opgelegd, moet een indicatie worden gegeven van de waarde van de zekergestelde vordering, met inbegrip van rente en kosten, en moet worden aangeven welke maatregel wordt opgelegd en op welk moment die maatregel wordt opgelegd om de vordering zeker te stellen (niet later dan 15 dagen nadat werd voldaan aan de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging).

Voordat een rechtsgeding of een andere gerechtelijke procedure met betrekking tot een zekergestelde vordering kan worden ingeleid, wordt de territoriale bevoegdheid om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling door middel van voorlopige maatregelen toegekend aan de rechtbank die anderszins bevoegd zou zijn geweest om een oordeel te vellen over het verzoek tot tenuitvoerlegging. De rechtbank die anderszins bevoegd zou zijn geweest om de tenuitvoerlegging te laten plaatsvinden, is territoriaal bevoegd om de voorlopige maatregelen te treffen. Nadat de procedure is opgestart, is de rechtbank waar de procedure werd ingeleid bevoegd om een oordeel te vellen over het verzoek tot zekerheidstelling door middel van voorlopige maatregelen. Indien de omstandigheden van een individuele zaak dat rechtvaardigen, kan een verzoek eveneens worden ingediend bij de rechtbank die territoriaal bevoegd is om de tenuitvoerlegging te laten plaatsvinden. De rechtbank die bevoegd zou zijn geweest om te oordelen over het verzoek tot tenuitvoerlegging op basis van een executoriale titel die werd voortgebracht in een administratieve procedure, is eveneens bevoegd om te oordelen over het verzoek om voorlopige maatregelen te treffen na de beëindiging van de procedure. Voorlopige maatregelen worden opgelegd door de rechtbank op basis van een verzoek dat wordt ingediend vóór of tijdens het verloop van de gerechtelijke of administratieve procedure of nadat deze procedure wordt beëindigd totdat de tenuitvoerlegging heeft plaatsgevonden. Uitspraken over voorlopige maatregelen hebben dezelfde uitwerking als een executoriale titel. Welke voorlopige maatregel wordt opgelegd hangt af van het feit of de voorlopige maatregel een geldvordering of een niet-geldelijke vordering zekerstelt. Naargelang de omstandigheden van de zaak, kan de rechtbank indien nodig meerdere voorlopige maatregelen opleggen.

Bezwaringen, rechten of verboden met betrekking tot roerende goederen, aandelen, belangen of deelnemingen worden op basis van een rechterlijke uitspraak, een notariële akte of onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd, ingeschreven in het register van rechterlijke en notariële zekerheden (Pandregister) (Upisnik založnih prava) dat wordt bijgehouden door het financiële agentschap. Dit register is een unieke databank van ingeschreven bezwaringen, rechten of verboden. Pandrechten of wijzigingen aan eigendomsrechten van onroerende goederen worden daarentegen ingeschreven in het kadaster.

2.2 De basisvereisten

Wanneer een zekerheidstelling door middel van de gedwongen vestiging van een pandrecht op onroerende goederen wordt gelast, doet de rechtbank een uitspraak over een verzoek tot het zekerstellen van geldvorderingen op basis van een executoriale titel op grond waarvan de geldvordering werd gelast. Er zijn geen bijzondere vereisten voor het opleggen van de zekerheidstelling. De rechtbank doet een uitspraak over de zekerheidstelling en oordeelt dat de zekerheidsnemer een pandrecht verkrijgt op het onroerende goed dat is ingeschreven in het kadaster. Daarnaast wordt eveneens de afdwingbaarheid van de vordering aangegeven. Indien de zekerheidsgever niet in het kadaster geregistreerd staat als zijnde de eigenaar van het onroerende goed, zal de zekerheidsnemer, samen met het verzoek, een document indienen met betrekking tot het eigendomsrecht van de zekerheidsgever.

De zekerheidsnemer en de zekerheidsgever kunnen, met het oog op het vestigen van een zekerheid voor de geldvordering van de zekerheidsnemer door een pandrecht te verkrijgen op bepaalde goederen, in onderlinge overeenstemming de rechtbank verzoeken om de inschrijving van een pandrecht op de onroerende en roerende goederen, de geldvordering en andere goederen en rechten van de zekerheidsgever op naam van de zekerheidsnemer op te leggen en uit te voeren. Ze kunnen die overeenkomst eveneens bereiken in de vorm van een notariële akte of onderhandse akte, waarin de schuldenaar instemt met de vestiging van een pandrecht op een van zijn goederen.

Het ondertekende gerechtelijke stuk, met name de notariële akte of de onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd, heeft eveneens dezelfde uitwerking als een gerechtelijke schikking tegen de persoon die zijn toestemming heeft gegeven voor de vestiging van een pandrecht op zijn goederen of rechten. Aan de hand van deze documenten kan meteen worden verzocht om de tenuitvoerlegging te laten plaatsvinden ten aanzien van de persoon op wiens goederen een pandrecht werd verkregen, om zo een vordering te zeker te stellen en ten gelde te maken.

Partijen kunnen de rechtbank in onderlinge overeenstemming verzoeken om een hoorzitting te houden en om in de notulen van die hoorzitting te vermelden dat de partijen ermee instemmen dat de zekerheidsgever de eigendom van enkele goederen overdraagt aan de zekerheidsnemer of dat de zekerheidsgever enkele van zijn rechten overdraagt aan de zekerheidsnemer om een bepaalde geldvordering van de zekerheidsnemer zeker te stellen. Toekomstige vorderingen kunnen eveneens worden zekergesteld. Dergelijke overeenkomst kan worden ondertekend als notariële akte of onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd. De overeenkomst moet een bepaling bevatten omtrent de looptijd van de zekergestelde vordering en de manier waarop die wordt vastgelegd. De zekerheidsgever kan eveneens een persoon zijn op wie de zekerheidsnemer geen vordering heeft die wordt zekergesteld, m.a.w. een derde die ermee instemt dat dit soort vordering wordt zekergesteld. De overeenkomst kan ook van toepassing zijn op de zekerheidstelling van niet-geldelijke vorderingen, hoewel in dat geval de overeenkomst de waarde van de vordering moet vermelden. De vordering moet aangetoond of aantoonbaar zijn. De verklaring van de zekerheidsgever waarin die ermee instemt dat de zekerheidsnemer op grond van de notulen meteen kan overgaan tot de overdracht van het goed dat als zekerheid dient zodra de looptijd van de zekergestelde vordering is verstreken, kan worden toegevoegd aan de overeenkomst. De notulen waarin dergelijke verklaring is opgenomen vormen een executoriale titel. Wanneer de eigendom van onroerende goederen die zijn ingeschreven in het kadaster wordt overgedragen op grond van de overeenkomst, moet deze overeenkomst de verklaring van de zekerheidsgever bevatten waarin deze ermee instemt dat de overdracht rechtstreeks kan worden uitgevoerd in het kadaster op basis van de overeenkomst en dat met de inschrijving in het kadaster de eigendom van de onroerende goederen wordt overgedragen aan de zekerheidsnemer. Daarbij wordt de aantekening gemaakt dat de overdracht werd uitgevoerd om een specifieke vordering van de zekerheidsnemer zeker te stellen. Behoudens andersluidende bepalingen, mag de zekerheidsgever het goed waarvan de eigendom werd overgedragen aan de zekerheidsnemer blijven gebruiken, m.a.w. hij mag het recht dat werd overgedragen aan de zekerheidsnemer blijven uitoefenen. De zekerheidsnemer mag dan weer het onroerende goed of het recht dat aan hem werd overgedragen op de vervaldatum van de vordering verkopen of het onroerende goed bezwaren met een hypotheek.

De zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen kan worden opgelegd om geldvorderingen zeker te stellen op basis van een uitspraak van een rechtbank of een administratieve instantie die nog niet rechtsgeldig is; op basis van een schikking die voor een rechtbank of administratieve instantie tot stand is gekomen, indien de hierin bepaalde vordering nog niet is vervallen; of op basis van een notariële beslissing of een notariële akte, indien de hierin bepaalde vordering nog niet is vervallen. De rechtbank zal op basis van deze stukken een bewarende maatregel opleggen indien de zekerheidsnemer aantoont dat er een vermoedelijk gevaar bestaat dat de inning van de vordering onmogelijk of wezenlijk moeilijker zou worden gemaakt indien die niet wordt zekergesteld. Er is sprake van een vermoedelijk gevaar als het verzoek tot het opleggen van een bewarende maatregel berust op een betalingsbevel of een executoriale titel op basis van een authentieke akte die werd uitgegeven op grond van een openbare akte of een door een notaris gelegaliseerde akte, een wissel of cheque, waartegen tijdig bezwaar werd aangetekend; een vonnis dat werd uitgesproken in strafprocedures met betrekking tot een eigendomsrechtelijke vordering waarvoor een nieuw proces mogelijk is; een beslissing die in het buitenland moet worden afgedwongen; een vonnis op basis van een bekentenis waartegen beroep werd aangetekend; een schikking die wordt betwist op de manier die wordt voorzien in de wet; een notariële beslissing of akte, indien de daarin vervatte vordering nog niet is vervallen, die wordt betwist op de manier die wordt voorzien in de wet. De rechtbank zal het verzoek tot zekerheidstelling door middel van een bewarende maatregel weigeren, m.a.w. een bepaalde bewarende maatregel herroepen en de procedure opschorten, indien de zekerheidsgever aantoont dat er geen of niet langer een vermoedelijk gevaar bestaat.

De zekerheidstelling door middel van een voorlopige maatregel kan worden voorgesteld vóór of tijdens het verloop van de gerechtelijke of administratieve procedure of nadat deze procedure wordt beëindigd totdat de tenuitvoerlegging heeft plaatsgevonden. Een zekerheidsnemer moet in een verzoek tot een voorlopige maatregel exact aangeven welke vordering hij wenst zeker te stellen, welke maatregel hij wenst te treffen en welke looptijd die maatregel heeft, en waar nodig de manier waarop de zekerheidstelling waarvoor de voorlopige maatregel wordt afgedwongen, plaatsvindt, evenals welk goed als zekerheid dient. In het verzoek moeten de feiten worden vermeld waarop het verzoek tot het opleggen van een voorlopige maatregel berust en er moeten bewijsstukken worden voorgelegd die deze argumenten onderbouwen. De zekerheidsnemer wordt verplicht om deze bewijsstukken, indien mogelijk, aan het verzoek te hechten. Een voorlopige maatregel kan worden opgelegd om lopende en voorwaardelijke vorderingen zeker te stellen, maar wordt niet toegestaan als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een bewarende maatregel die dezelfde uitwerking heeft. Een voorlopige maatregel tot zekerheidstelling van een geldvordering kan worden opgelegd indien de zekerheidsnemer aantoont dat er een vordering bestaat en dat er een vermoedelijk gevaar is dat zonder dergelijke maatregel de zekerheidsgever de inning van de vordering zou belemmeren of wezenlijk moeilijker zou maken door zijn goederen te vervreemden, achter te houden of op een andere manier weg te nemen. Een zekerheidsnemer moet geen bewijs aanvoeren voor een gevaar indien hij aantoont dat een zekerheidsgever wellicht louter geringe schade zou lijden door de voorgestelde maatregel. Er wordt van uitgegaan dat er een gevaar bestaat indien de vordering in het buitenland geldend moet worden gemaakt. Een voorlopige maatregel kan worden opgelegd om een niet-geldelijke vordering zeker te stellen, indien de zekerheidsnemer aantoont dat het bestaan van zijn vordering aannemelijk is, en indien hij aantoont dat er een vermoedelijk gevaar bestaat dat de zekerheidsgever zonder deze maatregel de inning van de vordering zou belemmeren of wezenlijk moeilijker zou maken, met name door zijn huidige situatie te wijzigen, of indien hij aantoont dat de maatregel wellicht noodzakelijk is om geweld of onomkeerbare schade te voorkomen. Een zekerheidsnemer moet verder niet bewijzen dat er een gevaar is, indien hij aantoont dat een zekerheidsgever wellicht louter geringe schade zou lijden door de voorgestelde maatregel. Er wordt van uitgegaan dat er een gevaar bestaat indien de vordering in het buitenland geldend moet worden gemaakt. De rechtbank kan op verzoek van de zekerheidsnemer een voorlopige maatregel opleggen, zelfs wanneer deze het bestaan van zijn vordering en het bestaan van een vermoedelijk gevaar niet heeft aangetoond, indien hij binnen de door de rechtbank vastgelegde termijn enige zekerheid heeft gesteld voor schade die de zekerheidsgever zou kunnen oplopen doordat de voorlopige maatregel wordt opgelegd en uitgevoerd. Indien de zekerheidsnemer geen borg heeft betaald binnen de vastgelegde termijn, verwerpt de rechtbank het verzoek tot zekerheidstelling. De rechtbank kan, indien nodig, naargelang de omstandigheden van een zaak meerdere voorlopige maatregelen opleggen; indien het in een bepaalde zaak mogelijk is om meerdere voorlopige maatregelen op te leggen, zal de rechtbank de maatregel kiezen die het meest geschikt is voor de zekerheidstelling (indien ze allemaal even geschikt zijn, zal de rechtbank de maatregel opleggen die het minst bezwarend is voor de zekerheidsgever).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Maatregelen tot zekerheidstelling en voorlopige maatregelen kunnen worden toegepast op alle goederen of rechten van de zekerheidsgever, bv. onroerende goederen, roerende goederen, geldvorderingen, pensioenen, invaliditeitsuitkeringen, kasdeposito's op bankrekeningen of spaarrekeningen en andere eigendomsrechten voor zover die niet worden vrijgesteld van tenuitvoerlegging uit hoofde van de wet of voor zover het recht op tenuitvoerlegging niet wettelijk wordt beperkt (bv. goederen die niet in omloop worden gebracht, landbouwpercelen of boerderijen voor zover die vereist zijn voor het levensonderhoud van boeren en hun directe familieleden en andere personen die wettelijk ten laste zijn enz.)

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Onroerende goederen dienen als zekerheid wanneer er een pandrecht op wordt gevestigd (vrijwillig of gedwongen, rechterlijk of notarieel) en dat pandrecht wordt ingeschreven in het kadaster waarin het onroerende goed werd ingeschreven.

Bij de rechterlijke en notariële zekerheidstelling, waarbij de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten plaatsvindt, wordt de zekerheidsnemer eigenaar van een goed of recht zodra dit wordt ingeschreven in de wettelijk vereiste boeken of registers. De zekerheidsnemer en de zekerheidsgever kunnen, bij wijze van zekerheid voor een geldvordering van de zekerheidsnemer door middel van een pandrecht op bepaalde goederen, de rechtbank in onderlinge overeenstemming verzoeken om, op naam van de zekerheidsnemer, het volgende op te leggen en uit te voeren:

1. inschrijving van een pandrecht op de onroerende goederen van de zekerheidsgever;

2. neerlegging van een overeenkomst tussen partijen met betrekking tot de vestiging van een pandrecht op de niet in het kadaster ingeschreven onroerende goederen bij de voor het kadaster bevoegde rechtbank;

3. inschrijving van een pandrecht op de roerende goederen van de zekerheidsgever;

4. inschrijving van een pandrecht op de geldvordering van de zekerheidsgever;

5. inschrijving van een pandrecht op een deel van het inkomen van de zekerheidsgever op basis van een arbeidsovereenkomst of -dienst;

6. inschrijving van een pandrecht op een deel van het pensioen, de invaliditeitsuitkering of compensatie voor inkomensverlies;

7. inschrijving van een pandrecht op de vordering van de zekerheidsgever op een bankrekening of spaarboekje;

8. inschrijving van een pandrecht op een vordering tot overdracht of afgifte van roerende goederen of overdracht van onroerende goederen;

9. inschrijving van een pandrecht op andere eigendomsrechten of materiële rechten;

10. inschrijving van een pandrecht op aandelencertificaten en andere effecten en hun bewaring;

11. inschrijving van een pandrecht waarvoor geen aandelencertificaten werden uitgegeven en op belangen of deelnemingen in ondernemingen;

12. inschrijving van effecten die worden bewaard bij een bewaarnemende onderneming (Depozitno društvo).

Zekerheidstelling door middel van de voorlopige tenuitvoerlegging: om een zekerheid te stellen voor een niet-geldelijke vordering die niet kan worden zekergesteld door een voorwaardelijke inschrijving in een register, kan de rechtbank op basis van een vonnis dat werd uitgesproken in een civiele procedure een voorlopige tenuitvoerlegging opleggen.

Zekerheidstelling door middel van bewarende maatregelen: de rechtbank kan de volgende bewarende maatregelen opleggen:

1. inschrijving van een pandrecht op de onroerende goederen van een zekerheidsgever of op een ingeschreven recht op onroerende goederen;

2. neerlegging van een overeenkomst tussen partijen met betrekking tot de vestiging van een pandrecht op de niet in het kadaster ingeschreven onroerende goederen bij de voor het kadaster bevoegde rechtbank;

3. inschrijving van een pandrecht op de roerende goederen van de zekerheidsgever;

4. inschrijving van een pandrecht op de geldvordering van de zekerheidsgever;

5. inschrijving van een pandrecht op een deel van het inkomen van de zekerheidsgever op basis van een arbeidsovereenkomst of -dienst;

6. inschrijving van een pandrecht op een deel van het pensioen, de invaliditeitsuitkering of compensatie voor inkomensverlies;

7. inschrijving van een pandrecht op de vordering van de zekerheidsgever op een bankrekening of spaarboekje;

8. inschrijving van een pandrecht op een vordering tot afgifte of levering van roerende goederen of afgifte van onroerende goederen;

9. inschrijving van een pandrecht op andere eigendomsrechten of materiële rechten;

10. inschrijving van een pandrecht op aandelencertificaten en andere effecten en hun bewaring;

11. inschrijving van een pandrecht waarvoor geen aandelencertificaten werden uitgegeven en op belangen of deelnemingen in ondernemingen;

12. inschrijving van effecten die worden bewaard bij een bewaarnemende onderneming (Depozitno društvo).

13. Verbod voor een bank om vanaf de rekening van een zekerheidsgever of een derde een bedrag te betalen waarop een bewarende maatregel van toepassing is.

Een zekerheidsnemer kan een pandrecht verkrijgen op het zekergestelde goed op grond van een bewarende maatregel. Wanneer een betalingsverbod werd uitgevaardigd op een som geld die de zekerheidsgever aanhoudt bij een bank, kan dat bedrag niet worden overgeschreven vanaf de rekening gedurende de looptijd van het verbod, tenzij dat bedrag wordt aangewend om de zekergestelde vordering te vereffenen.

Voorlopige maatregelen

- Eender welke maatregel die een geldvordering zekerstelt, kan worden opgelegd, met name de volgende maatregelen:

1. het wordt de zekerheidsgever verboden om roerende goederen te ontvreemden of te bezwaren, er wordt beslag gelegd op die goederen en ze worden ter bewaring toevertrouwd aan de zekerheidsnemer of een derde;

2. er wordt beslag gelegd op cashmiddelen, effecten en gelijkaardige middelen en ze worden in bewaring gegeven aan de rechtbank of een notaris;

3. het wordt de zekerheidsgever verboden om onroerende goederen of zakelijke rechten op onroerende goederen die in het kadaster zijn ingeschreven op zijn naam, met een aantekening van dit verbod, te vervreemden of te bezwaren;

4. het wordt de schuldenaar van de zekerheidsgever verboden om zijn verplichting ten aanzien van de zekerheidsgever vrijwillig na te komen, en het wordt de zekerheidsgever verboden om de voldane verplichting te ontvangen, m.a.w. om te beschikken over zijn vorderingen;

5. een bank wordt opgedragen om het verzoek van de zekerheidsgever om de betaling aan de zekerheidsnemer of een derde uit te voeren vanaf de rekening van een zekerheidsgever te weigeren voor het bedrag waarop een voorlopige maatregel van toepassing is.

- Eender welke maatregel die een niet-geldelijke vordering zekerstelt, kan worden opgelegd, met name de volgende maatregelen:

1. het wordt verboden om roerende goederen waarop de vordering betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, er wordt beslag gelegd op de goederen en ze worden ter bewaring toevertrouwd aan de zekerheidsnemer of een derde;

2. het wordt verboden om aandelen, belangen of deelnemingen waarop de vordering betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, met een aantekening van dat verbod in het aandelenregister, en waar nodig in de notulen van de hoorzitting; het wordt verboden om rechten te gebruiken of uit te oefenen op basis van die aandelen of vermogensaandelen; het beheer van aandelen, belangen en deelnemingen wordt toevertrouwd aan een derde; er wordt een tijdelijke raad van bestuur opgericht in een onderneming;

3. het wordt verboden om andere rechten waarop de vordering betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, en het beheer van die rechten wordt toevertrouwd aan een derde;

4. het wordt verboden om onroerende goederen of geregistreerde zakelijke rechten op de onroerende goederen waarop de vordering betrekking heeft te vervreemden of te bezwaren, met een aantekening van dat verbod in het kadaster; er wordt beslag gelegd op de onroerende goederen en ze worden ter bewaring toevertrouwd aan de zekerheidsnemer of een derde;

5. het wordt de schuldenaar van de zekerheidsgever verboden om aan de zekerheidsgever een goed over te dragen, een recht over te dragen of een niet-geldelijke verplichting te voldoen waarop deze vordering betrekking heeft;

6. het wordt de zekerheidsgever verboden om stappen te zetten die schade kunnen berokkenen aan de zekerheidsnemer en om wijzigingen aan te brengen aan goederen waarop de vordering betrekking heeft;

7. de zekerheidsgever wordt opgedragen om bepaalde stappen te zetten die noodzakelijk zijn om roerende of onroerende goederen in stand te houden of om de huidige toestand van de goederen te behouden;

8. het wordt de zekerheidsnemer toegestaan om de goederen van de zekerheidsgever waarop de vordering betrekking heeft bij te houden tot het proces is afgelopen;

9. het wordt de zekerheidsnemer toegestaan om alleen of aan de hand van een gevolmachtigde bepaalde stappen te zetten of bepaalde goederen te verkrijgen om in het bijzonder een eerdere toestand te herstellen;

10. de werknemer moet tijdelijk terug gaan werken; de vergoeding wordt betaald bij een arbeidsgeschil, als die noodzakelijk is voor het levensonderhoud van de werknemer en de personen die hij volgens de wet ten laste heeft.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De rechterlijke en notariële zekerheidstelling door middel van de eigendomsoverdracht van goederen en de overdracht van rechten is per definitie geldig tot de definitieve afronding van de procedure.

In de uitspraak waarmee de bewarende maatregel wordt opgelegd, moet een indicatie worden gegeven van de waarde van de zekergestelde vordering, met inbegrip van rente en kosten, en moet worden aangeven welke maatregel wordt opgelegd en op welk moment die maatregel wordt opgelegd om de vordering zeker te stellen. De termijn waarvoor een bewarende maatregel wordt opgelegd kan niet langer duren dan 15 dagen nadat werd voldaan aan de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging. Indien de termijn verstrijkt voordat de beslissing, op basis waarvan de bewarende maatregel wordt opgelegd, van kracht wordt, kan de rechtbank de termijn verlengen op het verzoek van de zekerheidsnemer dat wordt ingediend bij de rechtbank vóór het verstrijken van de termijn waarvoor de bewarende maatregel werd opgelegd, op voorwaarde dat de omstandigheden op grond waarvan de maatregel werd opgelegd niet zijn gewijzigd.

In de uitspraak op grond waarvan een voorlopige maatregel wordt opgelegd, wordt eveneens de looptijd van deze maatregel bepaald, en indien de maatregel wordt opgelegd voordat een rechtsvordering of een andere handeling werd ingesteld, wordt eveneens de termijn vastgelegd waarin de zekerheidsnemer een zaak aanhangig moet maken, m.a.w. een verzoek moet indienen om een andere procedure in te leiden die de maatregel rechtvaardigt. De rechtbank verlengt op verzoek van de zekerheidsnemer de looptijd van de voorlopige maatregel, op voorwaarde dat de omstandigheden op grond waarvan de maatregel werd opgelegd niet zijn gewijzigd.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Er kan beroep worden aangetekend tegen een uitspraak in eerste aanleg binnen acht dagen nadat de uitspraak in eerste aanleg wordt betekend of ter kennis gebracht, tenzij anders wordt bepaald door de OZ. Een beroep schort de afdwingbaarheid van een uitspraak per definitie niet op. Het hof van beroep beslist over het beroep.

Een beroep tegen een uitspraak over het verzoek om een bewarende maatregel op te leggen wordt niet naar de tegenpartij verstuurd. Het hof van beroep doet een uitspraak over het beroep binnen dertig dagen na ontvangst.

Er is geen rechtsmiddel mogelijk tegen een notariële akte of een onderhandse akte waarvan de inhoud is gelegaliseerd. Een schuldenaar kan echter wel bezwaar aantekenen tegen de notariële zekerheidstelling in een bijzondere procedure waarin hij de overeenkomsten zal betwisten. Derden kunnen bezwaar aantekenen tegen de notariële zekerheidstelling in een gerechtelijke procedure, in overeenstemming met de regels die van toepassing zijn op het aantekenen van bezwaar tegen een gerechtelijke zekerheidstelling.

Een herziening is enkel toegestaan in procedures met betrekking tot de zekerheidstelling, indien het in tweede aanleg uitgesproken vonnis afhangt van de afhandeling van een kwestie in het materieel recht of procesrecht die van belang is voor de uniforme toepassing van de wet en de gelijkheid van alle partijen bij de toepassing ervan, in overeenstemming met de procedureregels. Een nieuw proces is niet toegestaan en de terugkeer naar de eerdere toestand is uitsluitend toegestaan wanneer een termijn voor het aantekenen van beroep of bezwaar niet werd gehaald.

Laatste update: 25/09/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Italiaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Voorlopige en beschermende maatregelen - Italië

1 De verschillende soorten maatregelen

Voorlopige maatregelen vallen in twee categorieën uiteen: bewarende of conservatoire maatregelen (misure conservative), die beslag van goederen omvatten, en voorlopige maatregelen (misure anticipatorie), die vaak toepassing vinden in het familierecht. Er zijn tevens noodmaatregelen (provvedimenti d’urgenza, artikel 700 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), waarvan de inhoud per geval door het gerecht wordt vastgesteld overeenkomstig de te treffen voorzorgen.

De voorlopige en bewarende maatregelen hebben de volgende belangrijke kenmerken gemeen: ze vereenvoudigen en bespoedigen de procedures, zijn doorgaans voorlopig van aard en dienen de zaak ten gronde. Deze ondersteunende relatie is echter geen wezenlijk kenmerk. Sinds 2005 hoeven de voorlopige maatregelen in specifieke gevallen niet te worden gevolgd door een uitspraak ten gronde. In deze gevallen wordt de voorlopige maatregel in feite een zelfstandig en permanent instrument, hoewel een dergelijke maatregel misschien niet het soort maatregel is dat middels een uitspraak ten principale wordt vastgesteld.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

Voorlopige maatregelen moeten aan twee voorwaarden voldoen:

A) periculum in mora, d.w.z. er moet gegronde vrees bestaan dat het recht dat de voorlopige maatregel beoogt te beschermen in afwachting van de uitspraak ten principale onherstelbaar wordt beschadigd;

B) fumus boni juris, d.w.z. de vordering moet aannemelijk worden gemaakt.

2.1 De procedure

Het verzoek om de toepassing van een voorlopige maatregel wordt ingediend bij de bevoegde rechtbank, die doorgaans ook de hoofdprocedure behandelt. De rechtbank onderzoekt de zaak kort, hoort beide partijen en vaardigt vervolgens de voorlopige maatregel uit. De voorlopige maatregel mag ook worden uitgevaardigd zonder de wederpartij te horen, indien dagvaarding van de wederpartij toepassing van de maatregel kan belemmeren.

2.2 De basisvereisten

Voorlopige maatregelen moeten aan de twee eerder genoemde voorwaarden voldoen: periculum in mora en fumus boni juris.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

Voorlopige maatregelen zijn uit de aard der zaak tijdelijk, in afwachting van de uitspraak in het hoofdgeding. Hoewel dit voor bewarende maatregelen altijd geldt, die vereisen dat het hoofdgeding aanhangig is, geldt dit slechts ten dele voor voorlopige maatregelen. Deze blijven van kracht ongeacht of er een procedure aanhangig is, hoewel ze niet dezelfde rechtskracht hebben als een einduitspraak in de zaak in kwestie.

De inhoud van voorlopige maatregelen is afhankelijk van het soort gevaar dat ze beogen af te wenden. Er kan bijvoorbeeld beslag gelegd worden op het vermogen van de schuldenaar. Een bevel om een ten onrechte ontslagen werknemer weer aan te stellen houdt daarentegen de verplichting in om een bepaalde handeling te verrichten.

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Afhankelijk van het doel kunnen de maatregelen van toepassing zijn op roerende of onroerende zaken, maar ook op intellectuele eigendom en door auteursrecht beschermde werken.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Bewarende maatregelen hebben tot doel om de bewaring van rechten te verzekeren waarvan de erkenning langs andere weg gevraagd wordt voor de rechter in het hoofdgeding, met behoud van de status quo, zowel feitelijk als rechtens. Voorlopige maatregelen daarentegen hebben vergelijkbare gevolgen als de einduitspraak die in het hoofdgeding wordt verwacht.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Voorlopige maatregelen blijven van kracht totdat er uitspraak is gedaan in het hoofdgeding en de voorlopige maatregelen worden bekrachtigd of ingetrokken. Bewarende maatregelen, waarvoor het hoofdgeding aanhangig moet zijn (bijv. goedkeuring voor beslag krachtens artikel 670 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering of bewarend beslag krachtens artikel 671 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), verliezen hun kracht indien er geen gerechtelijke procedure wordt gestart of deze niet binnen de door de wet of de rechter gestelde termijn worden voortgezet, of indien een door de rechter gelaste zekerheid niet is gesteld. Voorlopige maatregelen, met inbegrip van bijzondere maatregelen (waarvan de inhoud wordt bepaald door de rechter en niet door de wet, krachtens artikel 700 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), blijven ook van kracht wanneer het hoofdgeding niet wordt ingeleid of wel wordt ingeleid maar vervolgens wordt gestaakt, zelfs indien ze niet in de einduitspraak kunnen worden opgenomen.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen uitspraken die voorlopige maatregelen bekrachtigen of intrekken kan beroep worden aangetekend (artikel 669 terdecies) op de grond dat deze onjuist zijn of door aan het hof van beroep aanvullende omstandigheden en feiten voor te leggen die niet in het oorspronkelijke verzoekschrift waren opgenomen.

Laatste update: 30/07/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Cyprus

1 De verschillende soorten maatregelen

Α. Bij de uitoefening van zijn civiele rechtsmacht kan elke rechtbank een (voorlopige, permanente of dwang-) maatregel bevelen of een beheerder aanwijzen in alle gevallen waarin de rechtbank dit rechtvaardig of gepast acht, ook als er niet om schadevergoeding of een andere vorm van genoegdoening is verzocht of deze niet is toegewezen. Een voorlopige maatregel wordt uitsluitend bevolen indien de rechtbank ervan overtuigd is dat er ter openbare zitting een ernstige kwestie moet worden geregeld, dat de mogelijkheid bestaat dat de verzoeker recht heeft op vergoeding en dat het, indien de voorlopige maatregel niet wordt bevolen, moeilijk of onmogelijk zal worden om in een latere fase nog volledig recht te kunnen doen (artikel 32, lid 1, van Wet nr. 14/1960 inzake de rechterlijke organisatie, zoals gewijzigd).

B. De rechtbank kan op elk moment binnen de periode waarin een burgerlijke zaak loopt een maatregel bevelen inzake de beslaglegging, de bewaring, de bescherming, de verkoop, het behoud of de inspectie van het eigendom dat het voorwerp is van de zaak, alsmede een bevel ter voorkoming van verlies, schade of nadelige gevolgen die, indien het bedoelde bevel niet wordt gegeven, kunnen worden toegebracht aan een persoon of een zaak in afwachting van de einduitspraak in de procedure, mits de einduitspraak gevolgen heeft voor de betreffende persoon of zaak, of in afwachting van de tenuitvoerlegging van de einduitspraak (artikel 4, lid 1, van de wet betreffende het burgerlijk procesrecht, hoofdstuk 6). Het doel van de maatregel die wordt bevolen krachtens deze bepaling is de bescherming (door middel van het bevelen van de bedoelde speciale maatregelen) van het eigendom dat het voorwerp is van de zaak zolang de zaak aanhangig is of totdat de uitspraak ten uitvoer wordt gelegd.

C. Elke rechtbank waar een burgerlijke zaak in verband met een schuld of schadevergoeding aanhangig is, kan de verweerder op elk moment – nadat de vordering is ingesteld – bevelen dat hij geen enkel deel van de onroerende zaken die op zijn naam staan ingeschreven of die rechtens als zijn eigendom kunnen worden ingeschreven mag vervreemden, indien dit naar het oordeel van de rechtbank volstaat om te voldoen aan het door de eiser ingediende verzoek, met inbegrip van de kosten van de vordering. De maatregel wordt uitsluitend bevolen indien de rechtbank ervan overtuigd is dat de eiser een sterke zaak heeft en dat de eiser door de verkoop of overdracht van het eigendom aan een derde partij zou kunnen worden gehinderd bij de tenuitvoerlegging van een eventuele latere rechterlijke uitspraak (artikel 5, leden 1 en 2, hoofdstuk 6). Dit artikel is van toepassing op vorderingen met betrekking tot schulden of schadevergoedingen en maakt het mogelijk maatregelen te bevelen inzake onroerende zaken die op naam van de verweerder staan ingeschreven of die rechtens als zijn eigendom kunnen worden ingeschreven. Het artikel heeft tot doel onroerende zaken te bevriezen totdat er in de toekomst een uitspraak in het voordeel van de eiser wordt gedaan.

De bevoegdheid van de rechtbank zoals omschreven onder A is duidelijk ruimer dan die onder B en C, en bepaalt de parameters van de algemene rechtsmacht van rechtbanken om voorlopige beperkende maatregelen te bevelen. Onder B en C zijn de specifieke soorten maatregelen te vinden die rechtbanken kunnen bevelen.

Volgens de rechtspraak van het Hooggerechtshof is de algemene bevoegdheid omschreven onder A (artikel 32 van de wet inzake de rechterlijke organisatie) ruim en biedt deze de mogelijkheid een voorlopige maatregel te bevelen met betrekking tot eigendommen die niet het voorwerp vormen van de eigenlijke vordering. Uit de rechtspraak blijkt dat de Cypriotische rechtbanken op grond van artikel 32 van de wet inzake de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid hebben om voorlopige Mareva-beschikkingen af te geven [dit zijn bevelen tot bevriezing van goederen (geld of roerende zaken) die onder de rechtsmacht van de rechtbank vallen en waarmee voorkomen moet worden dat zij buiten die rechtsmacht worden gebracht of worden verbruikt].

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Aanvragen voor een voorlopige maatregel kunnen worden ingediend in elke fase van de procedure in het kader waarvan een burgerlijke zaak aanhangig is. De procedure voor het indienen van de aanvraag is geregeld in de procedurele verordeningen inzake burgerlijke rechtsvorderingen. Eventuele vertraging van de zijde van de eiser wat betreft de eis om een voorlopige maatregel is een factor die de rechtbank in overweging dient te nemen.

Het Cypriotische rechtsstelsel kent de mogelijkheid om een voorlopige maatregel te bevelen zonder de wederpartij daarvan op de hoogte te stellen (ex parte, zie artikel 9 van de wet betreffende het burgerlijk procesrecht, hoofdstuk 6). Deze procedures betreffen een buitengewone maatregel en, in dat geval, is de spoedeisendheid van de zaak een procedurele voorwaarde die door de rechtbank moet worden getoetst om gebruik te kunnen maken van zijn discretionaire bevoegdheid zonder de wederpartij te horen. De rechtbanken passen dit specifieke beginsel strikt toe. Het feit dat de eiser heeft nagelaten materiële feiten te verstrekken heeft tevens ernstige gevolgen voor een (ex parte) eenzijdige aanvraag tot het bevelen van een voorlopige maatregel.

Een eenzijdig bevolen voorlopige maatregel wordt onmiddellijk van kracht nadat deze aan de verweerder is betekend, maar kan zo snel mogelijk na betekening ervan worden teruggestuurd naar de rechtbank waarbij de verweerder de mogelijkheid wordt geboden aan te geven of hij/zij bezwaar heeft tegen de maatregel. Eventuele derden die rechtstreeks belang hebben bij de maatregel kunnen de rechtbank ook verzoeken om gehoord te worden in verband met de zaak. Als de gedaagde bezwaar maakt tegen de maatregelen houdt de rechtbank een hoorzitting om te besluiten of de maatregel moet worden gehandhaafd dan wel moet worden vernietigd of aangepast. Indien de maatregel wordt afgewezen heeft de eiser het recht om zich opnieuw tot de rechtbank te wenden, mits de materiële omstandigheden van de zaak zijn gewijzigd. Verder zij opgemerkt dat, in alle gevallen waarin een voorlopige maatregel op grond van een eenzijdige (ex parte) aanvraag wordt bevolen, de rechtbank, op grond van een uitdrukkelijke wetsbepaling, beslist dat de eiser een borg moet stellen voor het door de rechtbank bepaalde bedrag als zekerheid voor alle verliezen die voor de gedaagde kunnen ontstaan. Volgens de rechtspraak heeft de rechtbank niet de bevoegdheid de maatregel te bevelen tenzij de gedaagde zelf een borg stelt.

Het is natuurlijk wel mogelijk een voorlopige maatregel te bevelen op basis van een aanvraag met kennisgeving (dat wil zeggen door de wederpartij ervan op de hoogte te stellen). In dat geval gaat de rechtbank echter niet na of de zaak spoedeisend is.

2.2 De basisvereisten

Het bevelen van een voorlopige beperkende maatregel wordt overgelaten aan de discretie van de rechtbank. Er moet aan drie basisvoorwaarden zijn voldaan alvorens de rechtbank, op grond van de afweging van de betrokken belangen, beslist van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik te maken om de verzochte maatregelen wel of niet te bevelen.

  • er moet een ernstige kwestie worden behandeld (het is voldoende dat er op basis van de zaak een betwistbare veronderstelling wordt geuit);
  • er bestaat een kans op succes (goede mogelijkheid dat de zaak met succes zal worden afgerond/duidelijk vooruitzicht dat de eiser recht op vrijstelling heeft);
  • het wordt moeilijk of onmogelijk om in een latere fase nog volledig recht te kunnen doen wanneer de maatregel niet wordt bevolen (voor zover de toewijzing van schadevergoeding aan de eiser in de laatste fase onvoldoende is om zijn/haar rechten te waarborgen).

Zoals hierboven al is vermeld, wordt het bevelen van een voorlopige beperkende maatregel aan de discretie van de rechtbank overgelaten. Een maatregel wordt niet automatisch bevolen als er aan de drie bovenstaande voorwaarden is voldaan. De rechtbank is gehouden af te wegen of het in het licht van alle feiten en omstandigheden van het geval rechtvaardig en gunstig is de betreffende voorlopige maatregel te bevelen.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Uit de rechtspraak blijkt dat de aard van en het soort goederen geen beperkingen inhoudt voor de uitoefening van de bevoegdheid van de rechtbank. De aard van een goed kan echter wel een relevante factor zijn voor de afweging van de betrokken belangen die door de rechtbank wordt gemaakt bij de uitoefening van zijn discretionaire bevoegdheid ten aanzien van het bevelen van een maatregel. Het gevaar dat geld op een bankrekening zal worden weggemaakt kan door een eiser gemakkelijker worden aangetoond dan het risico dat een onroerende zaak zal worden vervreemd.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Na het bevelen van de maatregel zijn alle partijen waarvoor de maatregel bedoeld is wettelijk verplicht deze na te leven. Indien de maatregel niet wordt nageleefd, maakt de persoon in kwestie zich schuldig aan minachting van het gerecht, hetgeen een strafbaar feit is. Daarnaast kan ook eenieder die aanzet tot of meewerkt aan niet-naleving van het gerechtelijk bevel, schuldig worden bevonden aan minachting van het gerecht (artikel 42 van wet nr. 14/1960 inzake de rechterlijke organisatie, zoals gewijzigd).

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Een door de rechtbank bevolen maatregel bevat een specifieke clausule waarin de termijn wordt beschreven waarin de maatregel van kracht is. De maatregel blijft over het algemeen van kracht tot het moment dat er in de hoofdzaak een definitief vonnis wordt uitgesproken of totdat hij middels een later gerechtelijk bevel wordt geschrapt of gewijzigd. In de fase waarin de definitieve uitspraak in de hoofdzaak wordt gedaan, kan de rechtbank een specifieke bepaling in de betreffende uitspraak invoegen waardoor de maatregel voor een bepaalde periode na de uitspraak van kracht blijft, teneinde de tenuitvoerlegging van de uitspraak te vereenvoudigen.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen een uitspraak van de rechtbank waarin een voorlopige maatregel wordt bevolen kan bij het Hooggerechtshof hoger beroep worden aangetekend. Ook tegen een uitspraak van een rechtbank waarin een aanvraag tot een voorlopige maatregel wordt afgewezen kan beroep worden aangetekend.

Bij de behandeling van het beroep heeft het Hooggerechtshof ruime bevoegdheden. Het kan een maatregel bevelen die door de rechtbank van eerste aanleg is afgewezen of kan een maatregel vernietigen of wijzigen die door de lagere rechtbank is toegewezen. Opgemerkt zij echter dat de zaak in de beroepsprocedure niet opnieuw inhoudelijk wordt behandeld. De uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg wordt niet teruggedraaid alleen vanwege het feit dat het Hooggerechtshof zijn discretionaire bevoegdheid anders zou hebben gebruikt. Het Hooggerechtshof intervenieert enkel als het beslist dat de rechtbank van eerste aanleg zijn discretionaire bevoegdheid onjuist heeft gebruikt.

Laatste update: 21/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Litouwen

1 De verschillende soorten maatregelen

Artikel 145 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorziet in verschillende typen voorlopige maatregelen. Voorlopige maatregelen kunnen bestaan in:

  1. beslag op de onroerende goederen van de verweerder;
  2. de registratie in het openbare register van het verbod op eigendomsoverdracht;
  3. beslag op roerende goederen, geld of eigendomsrechten van de verweerder die in het bezit zijn van de verweerder of van derden;
  4. de verbeurdverklaring van voorwerpen van de verweerder;
  5. de benoeming van een bewindvoerder voor het vermogen van de verweerder;
  6. het verbod voor de verweerder om deel te nemen aan bepaalde transacties of om bepaalde handelingen uit te voeren;
  7. het verbod voor andere personen om goederen aan de verweerder over te dragen of om andere verplichtingen te voldoen;
  8. in uitzonderlijke gevallen het verbod voor de verweerder om zijn permanente verblijfplaats te verlaten en (of) het verbod om een kind de permanente woonplaats te laten verlaten zonder toestemming van de rechtbank;
  9. de opschorting van de tegeldemaking van activa wanneer er een rechtsvordering is ingediend voor de opheffing van het beslag op deze activa;
  10. aanhouding tijdens doorzoeking;
  11. de beslissing van tijdelijke bewaring van materiaal of het opleggen van tijdelijke beperkingen;
  12. de plicht om te zorgen dat schade wordt voorkomen of dat de gevolgen ervan worden beperkt;
  13. overige maatregelen waarin de wet voorziet of die door de rechtbank worden bevolen en waarvan de niet-naleving de uitvoering van de rechterlijke beslissing in gevaar kan brengen of kan leiden tot het niet uitvoeren van de beslissing de rechtbank.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

Op verzoek van de partijen bij het geding of andere betrokken personen kan de rechtbank voorlopige maatregelen opleggen als de betrokkenen hun rechtsvordering kunnen rechtvaardigen en indien de niet-naleving van die maatregelen de uitvoering van de rechterlijke beslissing in gevaar kan brengen of kan leiden tot het niet uitvoeren van de beslissing van de rechtbank.

De rechtbank kan alleen op eigen initiatief voorlopige maatregelen bevelen in gevallen waarin het nodig is om het openbare belang te beschermen en als de afwezigheid van die maatregelen zou leiden tot een inbreuk op de persoon, de samenleving, de rechten van de staat en rechtmatige belangen.

De voorlopige maatregelen kunnen worden toegepast als er geen vordering is en tijdens de gehele civiele procedure.

2.1 De procedure

De verzoeken voor voorlopige maatregelen worden onderzocht door de rechtbank van eerste aanleg of, in de gevallen die worden genoemd in de De link wordt in een nieuw venster geopend.Wet betreffende handelsarbitrage, door de rechtbank van Vilnius. Wanneer een verzoek om voorlopige maatregelen bij een rechtsvordering is gevoegd, wordt dit verzoek pas behandeld na toelating van de vordering waarbij het is gevoegd. De rechtbank onderzoekt het verzoek om voorlopige maatregelen onmiddellijk via een schriftelijke procedure en uiterlijk binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek. Wanneer de rechtbank dit nodig vindt, wordt het onderzoek van het verzoek om voorlopige maatregelen aan de verweerder medegedeeld.

De partijen in het geding mogen verzoeken om voorlopige maatregelen indienen bij het hof van beroep en het hof van cassatie indien daar een bodemgeschil aanhangig is gemaakt.

De rechtbank kan voorlopige maatregelen opleggen op basis van een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek van de desbetreffende partij totdat de rechtsvordering bij de rechtbank wordt ingesteld. Bij indiening van het verzoek moet de eiser de redenen specificeren waarom de rechtsvordering niet bij dit verzoek is gevoegd, bewijs verstrekken van de dreiging ten opzichte van de belangen van de eiser en een aanbetaling doen die gelijk is aan de helft van het zegelrecht (100 litas) voor het verzoek om voorlopige maatregelen. Bij het verzoek om toepassing van voorlopige maatregelen in verband met zaken die worden onderzocht in het kader van een nationale of internationale arbitrage of door internationale rechtbanken wordt een borgsom van 1000 litas gevraagd. De eiser kan vragen dat het bedrag van de borgsom wordt verlaagd wanneer hij kan bewijzen dat hij in een lastige financiële situatie zit. Na toepassing van de voorlopige maatregelen bepaalt de rechtbank een termijn waarbinnen de vordering moet worden ingediend. Deze termijn is niet langer dan veertien dagen. Als de vordering moet worden ingediend bij een buitenlandse rechtbank mag de termijn niet langer zijn dan 30 dagen. Als de vordering niet is ingediend binnen de termijnen die zijn gespecificeerd door de rechtbank, worden de voorlopige maatregelen opgeheven. Wanneer de vordering niet is ingesteld door de fout van de betrokken partij, wordt de borgsom niet terugbetaald.

De verzoeken om voorlopige maatregelen moeten worden ingediend bij de rechtbank die, in overeenstemming met de regels van bevoegdheid, kennis neemt van de overeenkomstige rechtsvordering. De verzoeken om voorlopige maatregelen in verband met zaken die worden onderzocht in het kader van een nationale of internationale arbitrage of door internationale rechtbanken worden overgedragen aan de regionale rechtbank van Vilnius.

Op het met redenen omklede verzoek van partijen bij het geding of andere betrokken personen kan de rechtbank een voorlopige maatregel vervangen door een andere. De rechtbank moet de vervanging van een voorlopige maatregel door een andere bekend maken aan de partijen bij het geding en aan de andere betrokken personen. De genoemde partijen en andere betrokken personen hebben het recht om hier bezwaar tegen te maken.

De rechtbank kan afzien van de voorlopige maatregelen als de verweerder het geëiste bedrag betaalt of als de verweerder waarborgen heeft. Daarnaast mag de verweerder zijn goederen verpanden ten gunste van de civiele partij.

2.2 De basisvereisten

(Zie punt 2.)

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

De voorlopige maatregelen kunnen betrekking hebben op onroerende goederen, roerende voorwerpen, fondsen en eigendomsrechten.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De niet-naleving van de voorlopige maatregelen kan de uitvoering van de uitspraak in gevaar brengen of kan leiden tot het niet uitvoeren van de uitspraak van de rechtbank. In de gevallen dat de eigendomsrechten van een voorwerp dat bij een gemeenschappelijk eigendom hoort tijdelijk beperkt worden, mag er alleen beslag worden gelegd op de goederen die van de persoon zijn die het doel is van de voorlopige maatregelen. Als de persoonlijke goederen niet bepaald zijn en in afwachting van de bepaling van de persoonlijke goederen in het gemeenschappelijke eigendom, mag er beslag worden gelegd op alle goederen.

Na beslaglegging op fondsen op bankrekeningen en andere rekeningen voor het vestigen van krediet, zijn alleen die transacties toegestaan waarvoor de rechtbank opdracht geeft.

In gevallen dat er beslag wordt gelegd op circulerende handelswaren, grondstoffen, halffabricaten of eindproducten heeft de eigenaar het recht om de vorm en structuur ervan te wijzigen op voorwaarde dat de algemene waarde ervan niet afneemt en dat de beslissing van de rechtbank daarover niets anders bepaalt.

De persoon wiens goederen in beslag zijn genomen, wordt verantwoordelijk gehouden voor inbreuk op de opgelegde beperkingen vanaf het moment dat de beslissing tot beslag aan hem is betekend. Wanneer een kennisgeving niet mogelijk is en als er een beslissing tot voorlopige maatregelen wordt gegeven in afwezigheid van deze persoon, wordt deze verantwoordelijk gehouden vanaf het moment van inschrijving van de uitspraak in het register voor goederenbeslag.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Als de rechtbank de rechtsvordering verwerpt, blijven de voorlopige maatregelen van kracht totdat de uitspraak van de rechtbank van kracht wordt. De rechtbank bepaalt bij beslissing een termijn voor de voorlopige maatregelen.

Als de rechtsvordering wordt aanvaard, blijven de opgelegde voorlopige maatregelen van kracht tot het moment van uitvoering van de rechterlijke beslissing. Na uitvoering van de gerechtelijke uitspraak maakt de gerechtsdeurwaarder aan het overeenkomstige openbare register bekend dat de voorlopige maatregelen zijn beëindigd.

Wanneer er beslag wordt gelegd op roerende goederen die niet kunnen worden geregistreerd in het goederenregister of als de hoeveelheid en aard van de goederen van de verweerder niet bekend zijn bij de rechtbank op de dag dat deze de beschikking verstrekt, moet de persoon die heeft verzocht om de voorlopige maatregelen contact opnemen met de deurwaarder om het eigendom van de verweerder te vinden en te beschrijven. Als er geen contact wordt opgenomen met de deurwaarder en als de gegevens van de in beslag genomen goederen niet worden gespecificeerd, worden de voorlopige maatregelen beëindigd na veertien dagen na de datum van beschikking van de voorlopige maatregelen. Op verzoek van de partijen bij het proces en overige betrokken personen kunnen de voorlopige maatregelen nietig worden verklaard door de rechtbank waar de zaak aanhangig is gemaakt.

De rechtbank kan de voorlopige maatregelen op eigen initiatief intrekken wanneer de persoon die daarom heeft verzocht geen vordering heeft ingediend binnen de door de rechtbank gespecificeerde termijn. Het is niet mogelijk om afzonderlijk beroep in te stellen tegen deze beslissing. De rechtbank kan ook op eigen initiatief voorlopige maatregelen intrekken in gevallen waar het nodig is om het openbare belang te beschermen en als de afwezigheid van die maatregelen inbreuk maakt op personen, de samenleving, de rechten van de staat en rechtmatige belangen.

Wanneer de voorlopige maatregelen die de rechtbank heeft opgelegd, de rechten van personen die niet deelnemen aan het geding belemmeren, beperken of aantasten, hebben deze personen het recht om te verzoeken om nietigverklaring van de voorlopige maatregelen bij de rechtbank waar de zaak aanhangig is gemaakt.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De partijen bij het proces mogen bij een hogere rechter beroep instellen tegen elke beslissing ten aanzien van de voorlopige maatregelen die zijn opgelegd in eerste aanleg, met uitzondering van bepaalde gevallen die zijn bepaald in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Derden bij het geding kunnen alleen afzonderlijk beroep instellen voor uitspraken in eerste aanleg die een weigering inhouden om in te gaan op hun verzoek van nietigverklaring van voorlopige maatregelen. Het indienen van een afzonderlijk beroep schort het geding niet op.

Over gerechtelijke beschikkingen ten aanzien van voorlopige maatregelen mag geen verzoek in cassatie worden ingediend.

Laatste update: 21/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Luxemburg

1 De verschillende soorten maatregelen

Het Luxemburgse recht kent verschillende soorten maatregelen die erop gericht zijn de rechten van partijen veilig te stellen in afwachting van de afloop van een bodemprocedure waarin een definitieve uitspraak ter zake van de vorderingen zal worden gegeven.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • maatregelen die door de rechter worden genomen zonder behandeling op tegenspraak. In dat geval wordt de rechter eenzijdig door een partij verzocht om toepassing van een voorlopige maatregel, en de rechter doet dan uitspraak op basis van de door deze partij overgelegde stukken;
  • maatregelen die door de rechter worden genomen na behandeling op tegenspraak. In dat geval doet de rechter pas uitspraak nadat er een openbare zitting heeft plaatsgevonden (of soms een zitting in raadkamer) tijdens welke zitting partijen de mogelijkheid hebben hun standpunt toe te lichten. Partijen worden voor deze zitting opgeroepen door middel van een dagvaarding (deurwaardersexploot) of door middel van een oproeping van de griffier, afhankelijk van de in de wet voorgeschreven procedurele vereisten.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

In alle spoedeisende gevallen kan de kortgedingrechter in kort geding alle maatregelen opleggen die niet op enige ernstige betwisting stuiten of die door het bestaan van een geschil gerechtvaardigd zijn.

Hij kan eveneens uitspraak doen over de moeilijkheden met betrekking tot de tenuitvoerlegging van zijn eigen beschikkingen.

Hij kan in kort geding eveneens de bewarende maatregelen of maatregelen ter herstel opleggen die nodig zijn om hetzij een dreigende schade te voorkomen, hetzij een klaarblijkelijk onwettige stoornis in het bezit te doen stoppen.

2.1 De procedure

Een vordering in kort geding wordt door dagvaarding op een zitting gebracht op de dag en het uur dat voor kortgedingzittingen gebruikelijk is.

In spoedeisende zaken kan de president of de rechter die hem vervangt, echter toelaten ter zitting of te zijnen huize te dagvaarden op het bepaalde uur, zelfs op feestdagen of op doorgaans niet-werkdagen.

In spoedeisende gevallen kan de president van de arrondissementsrechtbank of de rechter die hem vervangt, in kort geding alle maatregelen opleggen die niet op enige ernstige betwisting stuiten of die door het bestaan van een geschil gerechtvaardigd zijn. Hij kan eveneens uitspraak doen over de moeilijkheden met betrekking tot de tenuitvoerlegging van een vonnis of een andere executoriale titel. Indien het kort geding betrekking heeft op moeilijkheden betreffende de tenuitvoerlegging van een titel of een vonnis, is de rechter van de plaats waar de tenuitvoerlegging wordt vervolgd, bevoegd.

De president of de rechter die hem vervangt, kan in kort geding de bewarende maatregelen of maatregelen ter herstel opleggen die nodig zijn om hetzij een dreigende schade te voorkomen, hetzij een klaarblijkelijk onwettige stoornis in het bezit te doen stoppen. Om de integriteit van de bewijzen te waarborgen, kan hij elke nuttige maatregel van instructie opleggen, met inbegrip van het horen van getuigen.

Er bestaat een groot aantal specifieke wettelijke bepalingen waarin de toepasselijke voorlopige of bewarende maatregelen op bepaalde gebieden worden omschreven (bv. inzake huur, onverdeelde boedel, gemeenschappelijke eigendom, successie, huwelijksgoederengemeenschap enz.). De competentieregels blijken doorgaans specifiek uit de wettekst op grond waarvan de rechter een voorlopige maatregel kan opleggen. Er bestaat geen algemene competentieregel, zij het dat gewoonlijk de bevoegdheid voor het opleggen van voorlopige maatregelen wordt toegekend aan de president van de rechtbank die ook uitspraak doet in de bodemprocedure.

Wanneer er geen speciale procedure is voorgeschreven, dient de partij die een voorlopige maatregel wenst te laten opleggen, zich tot de kortgedingrechter te wenden. Afhankelijk van het belang van de zaak is dat de vrederechter (juge de paix) (tot 10 000 EUR) of de kortgedingrechter in de rechtbank van het desbetreffende arrondissement. Deze rechters hebben een algemene bevoegdheid om bewarende maatregelen of maatregelen ter herstel op te leggen die nodig zijn om hetzij een dreigende schade te voorkomen, hetzij een klaarblijkelijk onwettige stoornis in het bezit te doen stoppen.

In het algemeen is de bijstand van een advocaat niet verplicht.

2.2 De basisvereisten

De rechter zal over het algemeen deze maatregelen pas opleggen indien er sprake is van een noodzaak of een spoedeisend belang, hetgeen ter beoordeling van de rechter is.

Indien een schuldeiser verzoekt om toestemming voor beslaglegging, moet de rechter, op basis van de aan hem overgelegde stukken en gegeven toelichting, verifiëren of de schuldvordering hem in beginsel gegrond lijkt te zijn.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Voorlopige maatregelen kunnen betrekking hebben op alle roerende zaken van een persoon. Slechts bepaalde zaken die in het dagelijkse leven onmisbaar zijn, zijn volgens de wet niet vatbaar voor beslag.

Op grond van de Luxemburgse wet kan conservatoir beslag worden gelegd op het salaris en de beloning van een persoon en zelfs op vervangende inkomsten (pensioenen, renten enz.). Een deel van het inkomen, zijnde het bedrag dat onmisbaar wordt geacht om in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien, is evenwel niet vatbaar voor beslag.

Het is daarentegen niet mogelijk conservatoir beslag te laten leggen op onroerende goederen. Beslag op onroerende goederen is slechts mogelijk op grond van een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

In de meeste gevallen is het aan de rechter zelf om de gevolgen te bepalen van de maatregel ter zake waarvan hij een beslissing dient te nemen. Zo kan hij de gevolgen van zijn beschikking in de tijd beperken of bepalen dat de maatregel slechts op bepaalde goederen of handelingen betrekking heeft.

Ingeval door de rechter toestemming is gegeven voor beslaglegging op basis van een eenzijdig verzoek van een partij, schrijft de wet vaste termijnen voor waarbinnen een verzoek tot bekrachtiging bij de rechter moet worden ingediend. Indien binnen die termijn niet om bekrachtiging is verzocht, wordt het beslag van rechtswege nietig.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Men spreekt van voorlopige maatregelen indien de wet de rechter de mogelijkheid biedt een tijdelijke regeling te treffen in geval van een geschil tussen verschillende partijen, in afwachting van een definitieve oplossing in het kader van de bodemprocedure.

Volgens het Europees Hof van Justitie van de Europese Unie gaat het om "maatregelen die worden genomen teneinde de rechten veilig te stellen ter zake waarvan daarnaast aan de rechter in de bodemprocedure om erkenning is verzocht, waarbij de alsdan bestaande feitelijke en juridische status blijft gehandhaafd".

Het gaat eveneens om maatregelen die worden genomen om een bepaalde situatie niet te laten verslechteren.

In de praktijk geven deze maatregelen een schuldeiser de mogelijkheid zich te wapenen tegen het risico van het onbetaald blijven van vorderingen, waarbij twee wegen kunnen worden bewandeld: enerzijds kunnen de goederen van de schuldenaar onvervreemdbaar worden verklaard, anderzijds kan er op die goederen een zekerheid worden gevestigd, hetgeen de schuldeiser een volgrecht (droit de suite) geeft wanneer deze goederen in andere handen komen.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen een door de kortgedingrechter gegeven beschikking op tegenspraak staat hoger beroep open. Er moet evenwel reeds hoger beroep worden ingesteld binnen 15 dagen na betekening van de beschikking.

Tegen een door de rechter op eenzijdig verzoek gegeven beslissing staat echter geen hoger beroep open. De partij die van mening is dat een dergelijke maatregel ten onrechte is genomen, heeft evenwel de mogelijkheid zich tot de kortgedingrechter te wenden met het verzoek een nieuwe bewarende maatregel op te leggen, waarbij de gevolgen van de maatregel die de rechter heeft genomen op basis van door één partij verstrekte gegevens, worden opgeschort.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.legilux.lu/

Laatste update: 02/05/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Malta

1 De verschillende soorten maatregelen

Er zijn verschillende soorten conservatoire maatregelen:

  • bevel van beschrijving (warrant of description);
  • bevel tot beslaglegging (warrant of seizure);
  • bevel tot beslaglegging op een goed renderende onderneming (warrant of seizure of a commercial going concern);
  • derdenbeslag (garnishee order);
  • bevel tot belemmering van vertrek (warrant of impediment of departure);
  • bevel tot aanhouding van zeeschepen (warrant of arrest of sea vessels);
  • bevel tot aanhouding van een vliegtuig (warrant of arrest of aircraft);
  • bevel tot vordering tot staking (warrant of prohibitory injunction).

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

De maatregelen zijn geregeld bij hoofdstuk 12 van de Wetten van Malta, afdelingen 829 en volgende. In sommige gevallen kunnen ook bepalingen van speciale wetten van toepassing zijn.

2.1 De procedure

Het verzoek om vaststelling van conservatoire maatregelen moet geschieden door middel van een door de verzoeker op te stellen beëdigde verklaring waarin de oorzaak en het type van de zeker te stellen schuld of vordering moeten worden vermeld: wanneer het zeker te stellen recht een schuld is of een eis waaraan moet worden voldaan door de betaling van een bepaalde som geld, moet het bedrag ervan in de vordering worden vermeld.

2.2 De basisvereisten

Deze bevelen worden uitgevaardigd door de rechter. Een bevel tot beschrijving of een bevel tot belemmering van vertrek kan, gelet op de eedaflegging van verweerder, niet worden uitgevaardigd door de vredesrechter (Court of Magistrates, Qorti tal-Maġistrati) voor Malta of de vredesrechter in zijn lagere bevoegdheid voor Gozo. Bovendien kan geen bevel tot beslaglegging of een derdenbeslag worden uitgevaardigd tegen de regering om rechten of vorderingen zeker te stellen. Er kan geen bevel tot beslaglegging of derdenbeslag met het oog op het zekerstellen van rechten of vorderingen worden uitgevaardigd tegen een lid van de strijdmachten of tegen een geheel ten dienste van de regering van Malta gecharterd schip indien deze, indien van toepassing met de strijdmacht of met het schip waartoe hij behoort, in Malta is. Ook kan er ter zekerstelling van een recht of vordering geen bevel tot belemmering van vertrek worden uitgevaardigd tegen een kapitein, zeeman of andere regelmatig aangemonsterde persoon indien het schip waartoe hij behoort een zeebrief heeft verkregen, of tegen een op een schip aangestelde werktuigkundige van ongeacht welke rang.

Er moet altijd worden verwezen naar de afdelingen 829 en volgende van hoofdstuk 12 van de Wetten van Malta. In sommige gevallen kunnen ook bepalingen van bijzondere wetten van toepassing zijn.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

Het doel van bewarende maatregelen is om een feitelijke of juridische situatie te handhaven ter bewaring van (verhaals)rechten. Het doel van voorlopige maatregelen is om, vooruitlopend op een beslissing in een bodemgeding, een feitelijke of juridische situatie in het leven te roepen.

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Deze maatregelen zijn van toepassing op roerende en onroerende activa. Ook kan er een bevel tot beslaglegging worden uitgevaardigd tegen een goed renderende onderneming. Er kan een bevel tot inverzekeringstelling worden uitgevaardigd tegen zeeschepen van meer dan tien meter, evenals tegen vliegtuigen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De gevolgen variëren al naar gelang de aard van de maatregelen, maar normaliter kunnen noch roerende noch onroerende activa worden verkocht of aan derden worden overgedragen.

Een bevel tot beschrijving kan worden uitgevaardigd om een recht op roerende zaken te verzekeren. Om in dat geval de verzoekende partij in staat te stellen dit recht uit te oefenen, kan het in het belang van de verzoekende partij zijn om deze roerende zaken op de plaats of in de staat te laten waarop respectievelijk waarin ze zich bevinden. In een bevel tot beslaglegging op roerende zaken legt de griffier beslag op de/het in het verzoek aangegeven goederen/goed van de schuldenaar. Het effect van een beslaglegging op een goed renderende onderneming is dat de totaliteit van de activa van de onderneming, met inbegrip van licenties en goodwill, in stand wordt gehouden en dat wordt gelast dat de onderneming niet geheel of gedeeltelijk mag worden verkocht en in bedrijf moet worden gehouden. Hoe dan ook zal de rechter geen verzoek tot uitvaardiging van een bevel inwilligen indien hij vaststelt dat er andere middelen zijn om het verschuldigde bedrag veilig te stellen. Omgekeerd is het effect van een bevel tot beslaglegging op schepen of vliegtuigen dat beslag wordt gelegd op het zeeschip langer dan tien meter of het vliegtuig van de schuldenaar en dit vervolgens wordt overgedragen aan de autoriteit van de plaats waar het zich bevindt, waarbij wordt gelast dat deze autoriteit dat zeeschip of vliegtuig niet mag vrijgeven of de schuldenaar niet in staat mag stellen dit op enigerlei wijze geheel of gedeeltelijk af te stoten, of om rechten op dit schip of vliegtuig aan iemand anders te geven of af te staan. Het doel van het bevel tot vordering van staking is om een persoon ervan te weerhouden iets te doen dat schade berokkent aan de persoon die om het bevel heeft verzocht.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Tenzij een conservatoire maatregel wordt opgeheven door de rechtbank of wordt ingetrokken door de partij die de maatregel treft, blijft elk conservatoire maatregel van kracht gedurende vijftien dagen nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Er is geen beroep mogelijk tegen deze maatregelen. Wel kunnen er tegenmaatregelen worden uitgevaardigd. In dit geval kan de verweerder tegen wie de conservatoire maatregel is vastgesteld een verzoekschrift indienen bij de rechtbank die de conservatoire maatregel heeft vastgesteld. Of hij of zij kan, indien een rechtszaak is aangespannen, een verzoekschrift indienen bij de rechtbank die de zaak behandelt en verzoeken om gehele of gedeeltelijke intrekking van de conservatoire maatregel, om een van de volgende redenen:

  • de conservatoire maatregel is niet meer van kracht;
  • aan enige van de op grond van de wet na te komen voorwaarden voor de vaststelling van de conservatoire maatregel is feitelijk niet voldaan;
  • er is een andere adequate waarborg beschikbaar ter genoegdoening van de vordering van de persoon op wiens verzoek de conservatoire maatregel werd vastgesteld, ofwel door een andere conservatoire maatregel vast te stellen, ofwel als die andere waarborg de vordering op toereikende wijze kan zekerstellen; of
  • er wordt aangetoond dat het gevorderde bedrag niet prima facie gerechtvaardigd is of buitensporig is; of
  • de verstrekte waarborg wordt door de rechtbank als voldoende beschouwd; of

er wordt aangetoond dat het in de gegeven omstandigheden redelijk zou zijn om de conservatoire maatregel geheel of gedeeltelijk te handhaven, of dat de conservatoire maatregel geheel of gedeeltelijk niet meer noodzake

Laatste update: 22/03/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Nederland

1 De verschillende soorten maatregelen

Welke verschillende soorten maatregelen zijn er?

Er zijn twee soorten maatregelen: voorlopige en bewarende maatregelen.

Voorlopige maatregelen zijn maatregelen die vooruit lopen op beslissingen van de rechter in een bodemprocedure. De uitspraak van de rechter in de bodemprocedure kan de voorlopige maatregel bekrachtigen of terzijde stellen.

Bewarende maatregelen zijn maatregelen die tot doel hebben zeker te stellen dat de schuldenaar zijn verplichtingen nakomt. Schuldeisers kunnen hiermee voorkomen dat zij niet krijgen waarop zij recht hebben.

De rechter kan voorlopige en bewarende maatregelen gelasten met betrekking tot de goederen van de schuldenaar. De wetgever heeft aan de schuldeiser het recht gegeven reeds vóór het vonnis, zelfs vóór de procedure, bepaalde maatregelen te vragen , die strekken tot behoud van de rechten die pas na het vonnis kunnen worden uitgeoefend. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat de wederpartij het verhaalsrecht van de schuldeiser illusoir maakt door, bijvoorbeeld, goederen te verkopen, onvindbaar te maken of weg te schenken of met pand of hypotheek te bezwaren.

1.1 Voorlopige maatregelen

Voorlopige maatregelen worden getroffen in kort geding of in een aanhangige bodemprocedure.

Voor voorlopige voorzieningen in scheidingsprocedures gelden speciale regels.

1.2 Bewarende maatregelen

A. Conservatoir beslag

De rechter kan de schuldeiser verlof geven om conservatoir beslag te leggen op de goederen van de schuldenaar. Dit heeft tot doel is bewaring van de goederen totdat het door de beslaglegger gevraagde recht is vastgesteld.

Er bestaan vier soorten conservatoire beslagen:

  1. De conservatoire verhaalsbeslagen. Er wordt beslag gelegd op goederen na een toewijzend vonnis tot nakoming van een geldvordering.
  2. Conservatoir beslag tot afgifte van roerende zaken of levering van goederen. Hierbij wordt beslag gelegd onder de schuldenaar om bewaring van rechten als eigenaar of gerechtigde tot levering te verzekeren.
  3. Het conservatoir maritaal beslag. De echtgenoot, die echtscheiding, scheiding van tafel en bed of opheffing van de huwelijksgoederengemeenschap verzoekt, kan dit beslag leggen, teneinde te voorkomen dat goederen aan de gemeenschap worden onttrokken voor de verdeling plaatsvindt.
  4. Het conservatoir bewijsbeslag. Dit beslag heeft als doel om bewijsmateriaal veilig te stellen.

B. Gerechtelijke bewaring

Deze maatregel ziet vooral op gevallen waarin gevaar bestaat dat zaken aan een beslag zullen worden onttrokken. Op verzoek van de conservatoir beslaglegger beveelt de rechter dat de zaken die zijn of zullen worden beslagen, worden afgegeven aan een door hem aan te wijzen bewaarder .

Ook los van beslag kan gerechtelijke bewaring worden bevolen.

C. Onderbewindstelling

Goederen waarover geschil bestaat aan wie zij toekomen kunnen door de rechter onderbewind gesteld worden. Voorbeeld: er bestaat geschil over het recht op levering van een onderneming. Beslag op of gerechtelijke bewaring van de goederen van de onderneming zou aan voortzetting van de onderneming in de weg kunnen staan. De bewindvoerder kan hangende het geschil de onderneming voortzetten.

D. Verzegeling en boedelbeschrijving

Met verlof van de kantonrechter kunnen zaken die tot een nalatenschap of bepaalde gemeenschappen behoren door de notaris worden verzegeld. Een advocaat is niet nodig. Deze maatregel komt weinig voor. Ze kan onder meer worden gevraagd door erfgenamen, de overgebleven echtgenoot of geregistreerd partner, executeurs en (beperkt) gerechtigden op een aandeel van de gemeenschap.

Ontzegeling wordt eveneens aan de kantonrechter verzocht.

Op verzoek van onder meer bovengenoemde personen kan de kantonrechter een boedelbeschrijving door een notaris bevelen. Een advocaat is niet nodig. Doel van de maatregel is de omvang (en de waarde) van de boedel te bepalen. Het verzoek kan samen met een verzoek tot verzegeling of ontzegeling worden gedaan. De maatregel behelst een korte beschrijving van alle tot de boedel behorende goederen en schulden en, op verlangen van een partij, een taxatie van de waarde van de roerende zaken. Indien partijen het niet eens worden over de aanwijzing van de beëdigde taxateur(s), word(t)(en) deze benoemd door de notaris.

1.3 Voorlopige tenuitvoerlegging

De rechter kan zijn uitspraak desgevorderd uitvoerbaar bij voorraad verklaren in alle voorkomende gevallen, tenzij uit de wet of uit de aard van de zaak anders voortvloeit. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad moet, als dit niet uit de wet volgt, door de eiser worden gevorderd. De rechter kan dit niet ambtshalve uitspreken.

De uitspraak kan ingeval van uitvoerbaarverklaring bij voorraad meteen ten uitvoer worden gelegd, ook al zou tegen de beslissing verzet, hoger beroep of cassatie worden ingesteld. De uitvoerbaarverklaring kan de gehele uitspraak betreffen of een deel ervan. Zonder uitvoerbaarheid bij voorraad zou de uitspraak ook kunnen worden geëxecuteerd, maar deze executie zou door het instellen van een rechtsmiddel worden geschorst. Wanneer een vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan de tenuitvoerlegging daarvan worden voortgezet en zelfs nog worden aangevangen nadat een rechtsmiddel tegen het vonnis is ingesteld.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

A. Conservatoir beslag

Conservatoir beslag wordt gelegd met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank. Het verlof wordt verzocht door een advocaat. De rechter mag in beginsel afgaan op de stellingen van de verzoeker. De schuldenaar wordt in beginsel niet gehoord. De beschikking volgt doorgaans dezelfde dag. Bij een geldvordering stelt de rechter het bedrag vast waarvoor het verlof wordt verleend. Hij kan zekerheidstelling bevelen voor schade die het beslag mocht veroorzaken.

Het beslag wordt gelegd bij exploot van een deurwaarder. De beslaglegger die later blijkt ten onrechte beslag te hebben gelegd kan tot schadevergoeding worden veroordeeld.

Aan de procedure met betrekking tot het vragen van conservatoir beslag zijn kosten verbonden zoals: griffierecht ( De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/), kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/) en kosten voor de inschakeling van een deurwaarder (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.kbvg.nl/).

B. Gerechtelijke bewaring

Gerechtelijke bewaring wordt op verzoek van de conservatoire beslaglegger bevolen door de voorzieningenrechter van de rechtbank. De beslagene en eventuele andere belanghebbenden worden gehoord behoudens spoedeisende omstandigheden. Tegen het bevel is geen hogere voorziening toegelaten. De rechter kan zekerheidstelling bevelen.

Los van beslag kan gerechtelijke bewaring worden bevolen door de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding.

Aan de procedure met betrekking tot het vragen van gerechtelijke bewaring zijn kosten verbonden zoals: griffierecht (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/), kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/) en loon bewaarder.

C. Onderbewindstelling

Onderbewindstelling wordt op vordering van de belanghebbende partij uitgesproken door de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding. De maatregel houdt geen verband met enig gelegd beslag. Eventuele op de goederen gelegde beslagen beperken de bewindvoerder niet in zijn bevoegdheden. De maatregel kan alle soorten goederen betreffen, roerende en onroerende zaken en vermogensrechten. Het bewind is vooral van belang om het beheer over de goederen van bijvoorbeeld ondernemingen door een onafhankelijke derde gedurende het geschil te doen voortzetten.

Aan de procedure met betrekking tot het vragen van onderbewindstelling zijn kosten verbonden zoals: griffierecht (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/), kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/) en loon bewindvoerder.

D. Voorlopige maatregelen

Het kort geding is een procedure die geheel los van een bodemprocedure kan worden gevoerd en niet door een bodemprocedure hoeft te worden gevolgd.

De voorzieningenrechter van de rechtbank is desgevraagd in alle zaken bevoegd tot het geven van een voorlopige voorziening. In zaken die als bodemzaak door de kantonrechter moeten worden behandeld is ook de kantonrechter bevoegd. Naast de normale territoriale bevoegdheid geldt een extra bevoegdheid voor de rechter in wiens rechtsgebied de maatregel moet worden getroffen. Ieder gebod of verbod dat in een bodemzaak zou kunnen worden gevorderd kan in kort geding worden gevraagd. Geldvorderingen zijn onder voorwaarden toewijsbaar (zie 2.2).

Bij de voorzieningenrechter moet eiser zich laten bijstaan door een advocaat. Gedaagde mag zich laten bijstaan door een advocaat. Bij de kantonrechter kunnen partijen zonder advocaat procederen. De behandeling is mondeling en informeel. Het vonnis krijgt men doorgaans na enkele weken. De voorlopige maatregel kan ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.  ‘Voorlopig’ wil zeggen dat de uitspraak juridisch omkeerbaar is. In een eventuele bodemprocedure kan immers een andere uitspraak volgen.

Aan deze procedure zijn de volgende kosten verbonden: griffierecht (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/), kosten voor het inschakelen van een deurwaarder (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.kbvg.nl/) en voor de eiser kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/).

Ook in een aanhangige bodemprocedure kunnen voorlopige voorzieningen worden getroffen, die gelden voor de duur van het geding. De te vragen voorlopige vordering moet samenhangen met de vordering in de hoofdzaak. Er wordt weinig gebruik van deze weg gemaakt.

In echtscheidingszaken kunnen voorlopige voorzieningen worden gevraagd voor de duur van de procedure en enige tijd daarna. Voorbeelden zijn: de echtelijke woning, de goederen bedoeld voor dagelijks gebruik, de kinderen en het levensonderhoud van de ene echtgenoot ten laste van de andere.

Deze voorzieningen worden bij apart verzoekschrift gevraagd, voorafgaand aan, tijdens en zelfs na een scheidingsprocedure tot op het moment waarop zij hun werking verliezen. De mondelinge behandeling moet uiterlijk in de derde week na indiening zijn begonnen en de rechter beslist zo spoedig mogelijk.

Aan deze procedure zijn de volgende kosten verbonden: griffierecht (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.rechtspraak.nl/) en kosten voor het inschakelen van een advocaat (De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.advocatenorde.nl/).

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

De rechter in een gewone dagvaardingsprocedure kan op vordering van de eiser zijn vonnis geheel of gedeeltelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren, tenzij uit de wet of uit de aard van de  zaak anders voortvloeit. Hij kan daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling verbinden. In kort geding is uitvoerbaarverklaring bij voorraad ook ambtshalve mogelijk. Hetzelfde geldt in een verzoekschriftprocedure.

2.2 De basisvereisten

A. Conservatoir beslag

Het verzoekschrift dient bepaalde gegevens te bevatten: de aard van het te leggen beslag en  het door de verzoeker ingeroepen recht en, als het om een geldvordering gaat, ook het (maximum) bedrag daarvan. Afhankelijk van het te leggen beslag moet bovendien al dan niet gegronde vrees voor verduistering worden gesteld. Een spoedeisend belang is niet noodzakelijk.

B. Gerechtelijke bewaring

Als het om het verzoek van een beslaglegger gaat is spoedeisendheid niet nodig. In kort geding moet de eiser wel een spoedeisend belang hebben. Vrees voor verduistering hoeft niet te worden gesteld.

C. Onderbewindstelling

Het gaat hier om een kort geding, zodat de eiser een spoedeisend belang moet hebben. Vrees voor verduistering hoeft niet te worden gesteld.

D. Voorlopige maatregelen

In kort geding geldt dat de eiser een spoedeisend belang moet hebben, dat de rechter de belangen van partijen tegen elkaar afweegt en dat de uitspraak een voorlopige voorziening oplevert. Het spoedeisend belang van eiser hoeft niet te liggen in omstandigheden van de gedaagde. De vordering mag betwist of betwistbaar zijn. Voor de toewijsbaarheid van geldvorderingen in kort geding gelden scherpere eisen. Daarbij wordt extra gelet op eisers spoedeisend belang, terwijl voorts in de belangenafweging het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - dat kan leiden tot weigering van de voorziening - zal moeten worden betrokken. Bij alle rechtbanken is een zogenaamd incasso-kort geding mogelijk voor onbetwiste of in redelijkheid niet te betwisten vorderingen uit overeenkomst ter zake van geleverde goederen en/of verrichte diensten.

Voor voorlopige voorzieningen in echtscheidingsprocedures en andere bodemprocedures gelden geen eisen in de sfeer van betwistbaarheid of spoedeisendheid van de zaak. Vrees voor verduistering speelt eveneens geen rol.

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

Niet van toepassing.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

Het doel van bewarende maatregelen is om een feitelijke of juridische situatie te handhaven ter bewaring van (verhaals)rechten. Het doel van voorlopige maatregelen is om, vooruitlopend op een beslissing in een bodemgeding, een feitelijke of juridische situatie in het leven te roepen.

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

A. Conservatoir beslag

In beginsel is conservatoir beslag mogelijk op alle soorten goederen, met uitzondering van  goederen bestemd voor de openbare dienst en op de zaken genoemd in art. 447, 448 en 712 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Voor conservatoir beslag op loon en andere vorderingen tot periodieke betaling geldt een beslagvrije voet. Conservatoir beslag kan ook worden gelegd op een beperkt recht of op een aandeel van een goed. De regels voor conservatoir beslag op een zodanig goed zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing (art. 707 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

B. Gerechtelijke bewaring

Roerende zaken die geen registergoederen zijn.

C. Onderbewindstelling

Alle goederen waarover geschil bestaat aan wie zij toekomen.

D. Voorlopige maatregelen

Alle soorten goederen kunnen inzet zijn van een vordering in kort geding of van een provisionele vordering in een bodemprocedure.

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

Niet van toepassing.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

A. Conservatoir beslag

Het gevolg van conservatoir beslag is blokkering. De beslagene mag de goederen niet meer verkopen, schenken, bezwaren, verhuren e.d. Deze beschikkingsonbevoegdheid is relatief: zij werkt alleen jegens de beslaglegger. Bij derdenbeslag mag de derde-beslagene eveneens geen betaling of afgifte meer doen. De bonafide derde-verkrijger wordt echter onder voorwaarden beschermd. Bij derdenbeslag is de derde-beslagene verplicht te verklaren wat hij voor de beslagene onder zich heeft. Het onttrekken van een goed aan het beslag is strafbaar.

B. Gerechtelijke bewaring

Het onttrekken van een goed aan gerechtelijke bewaring is strafbaar.

C. Onderbewindstelling

Het beheer van de goederen gaat op de bewindvoerder over.

D. Voorlopige maatregelen

De nakoming wordt vaak afgedwongen met een dwangsom.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

A. Conservatoir beslag

De rechter moet bij zijn verlof steeds de termijn bepalen waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet zijn ingesteld. Als nog geen hoofdzaak aanhangig is bepaalt de rechter in het beslagverlof een termijn van ten minste acht dagen na het beslag waarbinnen de hoofdzaak moet zijn ingesteld. Alleen een geding dat strekt tot het verkrijgen van een voor tenuitvoerlegging vatbare veroordeling tot voldoening aan de vordering ter verzekering waarvan het beslag is gelegd, kan als hoofdzaak worden aangemerkt. Het conservatoir beslag kan tussentijds door de rechter worden opgeheven op vordering van degene op wiens goederen beslag is gelegd of op verzoek van een andere belanghebbende. Overschrijding van de door de rechter gestelde termijn doet het beslag vervallen.

Conservatoir beslag gaat over in executoriaal beslag zodra de beslaglegger een voor executie vatbare executoriale titel heeft gekregen en deze aan de beslagene (en bij derdenbeslag ook aan de derde) is betekend.

Bij onherroepelijk worden van een afwijzing van de eis in de hoofdzaak vervalt het conservatoire beslag. Conservatoir beslag kan op vordering van de beslagene worden opgeheven.

B. Gerechtelijke bewaring

Gerechtelijke bewaring kan door de voorzieningenrechter.op vordering van elke belanghebbende in kort geding worden opgeheven Deze bepaalt desverlangd aan wie de bewaarder de zaak dient af te geven. Opheffing van het beslag waarin de bewaring haar grond vindt, heeft opheffing van de bewaring tot gevolg. De bewaarder geeft de zaak dan aan de beslagene af. Nadat bij onherroepelijk of uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is bepaald wie recht heeft op afgifte, geeft de bewaarder de goederen aan deze persoon af.

C. Onderbewindstelling

Voor zover nog niet aanhangig moet de vordering in de hoofdzaak worden ingesteld binnen een door de rechter te bepalen termijn. Bij overschrijding eindigt het bewind.

Nadat bij onherroepelijk of uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is bepaald wie rechthebbende is, doet de bewindvoerder de goederen aan deze persoon toekomen. Het bewind wordt door een gezamenlijk besluit van partijen of op verzoek van een van hen door de voorzieningenrechter opgeheven.

D. Voorlopige maatregelen

Voorlopige voorzieningen gelden totdat de rechter in de bodemprocedure heeft beslist.

De rechter in kort geding kan ook zelf de werking in tijd begrenzen of daaraan de voorwaarde verbinden dat binnen zekere termijn een bodemprocedure wordt gestart. Voorlopige voorzieningen gegeven in een bodemprocedure eindigen voorts als de hoofdzaak voortijdig tot een einde komt.

Voorlopige voorzieningen in scheidingsprocedures kunnen nog enige tijd na de scheiding doorwerken. Zij kunnen worden gewijzigd of ingetrokken. Voorlopige voorzieningen die voorafgaand aan de scheidingsprocedure zijn gegeven vervallen als het verzoek tot scheiding niet binnen vier weken na de uitspraak van de voorlopige voorzieningen is ingediend.

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

De rechter in hoger beroep kan de tenuitvoerlegging schorsen. Schorsing kan ook worden bereikt via een executiegeschil.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Algemene regels

Tegen een vonnis zijn verzet, hoger beroep en cassatie mogelijk.

Verzet staat binnen vier weken (aanvang variabel) open bij de rechter die het verstekvonnis wees voor de bij verstek veroordeelde gedaagde.

Hoger beroep staat (boven € 1.750,--) binnen drie maanden na de dag van de uitspraak open bij het gerechtshof voor de in het ongelijk gestelde partij.

Cassatie staat binnen drie maanden na de dag van de uitspraak die, hetzij in eerste en hoogste ressort, hetzij in hoger beroep is gewezen, open bij de Hoge Raad der Nederlanden voor de in het ongelijk gestelde partij.

Tegen een beschikking zijn hoger beroep bij het gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden mogelijk.

Hoger beroep wordt door de verzoeker en door in de procedure verschenen belanghebbenden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na bekend worden met de beschikking.

Cassatie kan worden ingesteld door hen die in een van de vorige instanties zijn verschenen, binnen drie maanden na de uitspraak.

Het effect van deze rechtsmiddelen is dat zij de executie schorsen, tenzij de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.

A. Conservatoir beslag

Tegen een gegeven beslagverlof is geen hogere voorziening toegelaten (art. 700 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Tegen een afwijzende beschikking staat voor de beslaglegger hoger beroep open en vervolgens cassatie.

B. Gerechtelijke bewaring

Is gerechtelijke bewaring bevolen op verzoek van de beslaglegger, dan is tegen het bevel geen hogere voorziening toegelaten.

Tegen een afwijzing staat voor de verzoeker hoger beroep open en vervolgens cassatie.

Tegen een uitspraak in kort geding zijn verzet, hoger beroep en cassatie mogelijk.

C. Onderbewindstelling

In geval van onderbewindstelling zijn verzet, hoger beroep en cassatie mogelijk.

D. Voorlopige maatregelen

Tegen voorlopige voorzieningen gegeven in kort geding of in een bodemprocedure staan verzet, hoger beroep en cassatie open. Tegen voorlopige voorzieningen in scheidingsprocedures is geen appel of cassatie toegelaten.

E. Voorlopige tenuitvoerlegging

Is een uitspraak niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan kan dat alsnog in hoger beroep en in cassatie, of via een executiegeschil. Is een uitspraak wel uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan kan de rechter in hoger beroep de tenuitvoerlegging schorsen. In cassatie kan dat niet. Schorsing kan ook worden bereikt via een executiegeschil.

Laatste update: 01/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Pools) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Voorlopige en beschermende maatregelen - Polen

1 De verschillende soorten maatregelen

Het type maatregel hangt af van de aard van het recht dat moet worden beschermd. Krachtens artikel 747 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen geldvorderingen veilig worden gesteld door:

  • beslag op een roerend goed, beslag op salaris, derdenbeslag op een bankrekening of beslag op een andere vordering of ander vermogensrecht;
  • de bezwaring van een onroerend goed van degene die een gerechtelijke hypotheek verschuldigd is;
  • het verbod om een onroerend goed te vervreemden of te bezwaren waarvoor geen kadaster is of waarvan het kadaster verloren is gegaan of is verwoest;
  • de bezwaring van een schip of een schip in aanbouw met een scheepshypotheek;
  • het verbod om een recht van mede-eigendom van een ruimte te vervreemden;
  • de gerechtelijke bewindvoering van een onderneming of een landbouwbedrijf van de schuldenaar of van een vestiging die deel uitmaakt van een onderneming of van een deel daarvan of van een deel van het landbouwbedrijf van de schuldenaar.

Indien de maatregel geen betrekking heeft op een geldvordering, keurt de rechtbank de zekerheid goed die hij geschikt acht in de omstandigheden van het geval, zonder de maatregelen voor geldvorderingen uit te sluiten (artikel  755 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). In het bijzonder is de rechtbank bevoegd om:

  • de rechten en plichten van de partijen of de deelnemers aan de procedure vast te stellen voor de duur daarvan,
  • de vervreemding van goederen of rechten waarop de procedure betrekking heeft, te verbieden,
  • de uitvoeringsprocedure of een andere procedure voor de uitvoering van een gerechtelijke uitspraak op te schorten,
  • kwesties in verband met toezicht op minderjarige kinderen en de contacten met de kinderen te regelen,
  • opdracht te geven voor de inschrijving van een passende vermelding in het kadaster of in een ander geschikt register.

Bij de keuze voor het type maatregel is het van belang om rekening te houden met de belangen van de partijen of de deelnemers aan de procedure, zodat de schuldeiser een passende rechtsbescherming krijgt en dat de schuldenaar geen overmatige last hoeft te dragen.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Voorlopige of conservatoire maatregelen kunnen op de volgende wijze worden bevolen:

  • op verzoek van een partij of een deelnemer bij de procedure, dat wordt ingediend bij de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van de zaak in eerste aanleg. Als het niet mogelijk is om die rechtbank aan te duiden, is de bevoegde rechtbank de rechtbank in het rechtsgebied waarin de beslissing ter goedkeuring van een voorlopige of conservatoire maatregel moet worden uitgevoerd. Als dit onderdeel ontbreekt of als de beslissing van toekenning van een voorlopige of conservatoire maatregel moet worden uitgevoerd in het rechtsgebied van verschillende rechtbanken, is de bevoegde rechtbank de arrondissementsrechtbank van Warschau. Een verzoek om toekenning van een voorlopige of conservatoire maatregel dat wordt ingediend tijdens een procedure, wordt beoordeeld door de rechtbank waar de genoemde procedure aanhangig is gemaakt, met uitzondering van gevallen waarin het hoogste rechtscollege de rechtbank is waar de zaak aanhangig is gemaakt. In het laatste geval wordt het verzoek beoordeeld door de in eerste aanleg bevoegde rechtbank (artikel 734 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering);
  • van rechtswege, wanneer de procedure van rechtswege kan worden ingesteld (artikel 732 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Het verzoek om een conservatoire of voorlopige maatregel moet schriftelijk worden opgesteld. Het moet voldoen aan de vereisten van een procedureel geschrift. Het moet bovendien vermelden welk type maatregel moet worden bevolen en, in het geval van een zaak ten aanzien van geldaanspraken, welk bedrag veilig moet worden gesteld (dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de aanspraak vermeerderd met rente die wordt berekend tot aan de datum van de uitspraak waarmee de maatregel wordt opgelegd en de uitvoeringskosten van de maatregel. Het veilig te stellen bedrag kan ook een raming van de proceskosten omvatten). Het verzoek moet ook de omstandigheden vermelden die het verzoek rechtvaardigen. Indien het verzoek om een voorlopige of conservatoire maatregel is ingediend vóór aanvang van de procedure, moet ook kort de grond van de zaak uiteen worden gezet (artikel 736 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Een voorlopige of conservatoire maatregel kan worden opgelegd vóór aanvang van de procedure of tijdens de procedure. Als de schuldenaar een executoriale titel heeft ontvangen, mag een maatregel alleen maar worden toegekend als deze tot doel heeft om een aanspraak te beschermen waarvan de uitvoeringstermijn nog niet is verlopen (artikel 736, lid 2, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Wanneer er een voorlopige of conservatoire maatregel wordt bevolen vóór aanvang van een procedure, bepaalt de rechter de termijn waarbinnen het stuk dat het geding inleidt, moet worden ingediend op straffe van nietigheid van de maatregel (artikel 733 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Het verzoek om een voorlopige of conservatoire maatregel moet onmiddellijk en uiterlijk één week na ontvangst ervan door de rechtbank worden onderzocht, behalve als de wet anders bepaalt. Als de wet bepaalt dat het verzoek moet worden onderzocht tijdens een hoorzitting, moet de datum daarvan zo worden vastgesteld dat er binnen een maand na ontvangst van het verzoek door de rechtbank wordt gehandeld (artikel 733 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De toekenning van voorlopige of conservatoire maatregelen gebeurt op basis van een gerechtelijke uitspraak.

2.2 De basisvereisten

Om toekenning van voorlopige of conservatoire maatregelen kan worden verzocht bij elke civiele zaak die onder de bevoegdheid valt van een rechtbank of een hof van arbitrage (artikel 730 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De voorwaarden voor toekenning van voorlopige of conservatoire maatregelen zijn de volgende: de aannemelijkheid van de aanspraak en het juridische belang van de maatregel moeten worden gerechtvaardigd. Er is sprake van rechtsbelang van een voorlopige of conservatoire maatregel wanneer de afwezigheid van zo'n maatregel de uitvoering van een rechtsbesluit dat is verstrekt in een zaak onmogelijk of zeer moeilijk maakt of op een andere wijze de uitvoering van het doel van de procedure onmogelijk of zeer moeilijk maakt (artikel 7301 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De voorlopige of conservatoire maatregel mag niet gericht zijn op het voldoen van een aanspraak, behalve als de wet anders bepaalt (artikel 731 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De rechtbank kan de uitvoering van een beslissing van toekenning van een voorlopige of conservatoire maatregel laten afhangen van de betaling van een borg door de schuldeiser ter garantie van de aanspraken van de schuldenaar die zijn ontstaan door de uitvoering van de beslissing over de toekenning van de maatregel, behalve wanneer de openbare schatkist de schuldeiser is of wanneer de maatregel gericht is op de bescherming van een alimentatie, een uitkering of bedragen die verschuldigd zijn aan een werknemer in het kader van het arbeidsrecht, en dit voor een deel dat niet hoger is dan het gehele maandsalaris (artikel 739 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

De volgende goederen kunnen het doel zijn van een voorlopige of conservatoire maatregel:

  • roerende goederen,
  • het salaris,
  • de bankrekening of andere vorderingen of andere vermogensrechten,
  • onroerende goederen,
  • schepen of schepen in aanbouw,
  • een recht van mede-eigendom van een ruimte,
  • een onderneming of een landbouwbedrijf, een etablissement dat deel uitmaakt van een onderneming of van een deel daarvan of van een deel van een landbouwbedrijf.

Een voorlopige of conservatoire maatregel mag geen betrekking hebben op goederen, vorderingen en rechten waarvan de uitvoering is uitgesloten. Op goederen die snel kunnen bederven, kan een voorlopige of conservatoire maatregel van toepassing zijn als de schuldenaar geen andere goederen heeft die de aanspraak van de schuldeiser kunnen beschermen en als de mogelijkheid bestaat om die goederen meteen te gelde te maken.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De hoofdfunctie van de procedure voor toekenning van een voorlopige of conservatoire maatregel is om de houder van een recht (meestal een schuldeiser) bescherming te bieden tegen de mogelijke negatieve gevolgen in verband met de duur van de zaak die door de rechtbank wordt onderzocht en om zijn situatie in de uitvoeringsprocedure te verbeteren als het doel van de gerechtelijke procedure en de maatregel een opeisbare schuld is. Een voorlopige of conservatoire maatregel kan, op beperkte wijze, ook dienen voor het verkrijgen, door de gemachtigde entiteit, van een prestatie in contant geld.

Daarnaast kan een voorlopige of conservatoire maatregel een reactie zijn op handelingen van de schuldenaar die schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de schuldeiser.

Afhankelijk van het type gekozen maatregel verschillen de gevolgen voor de schuldenaar en kunnen deze als volgt zijn:

  • bij beslag op een roerend goed is het beheer van dit goed na het beslag niet van invloed op het verdere verloop van de procedure. De uitvoeringsprocedure ten aanzien van het in beslag genomen goed kan ook ten opzichte van de koper worden uitgevoerd,
  • bij beslag op een bankrekening van de ondernemer of eigenaar van een landbouwbedrijf, mag de schuldenaar alleen door de rechtbank vastgestelde bedragen opnemen voor de betaling van de lopende salarissen, pensioenpremies en overige wettelijke kosten en voor de betaling van de lopende kosten in verband met de economische activiteiten,
  • de schuldenaar heeft slechts een beperkte mogelijkheid om te genieten van overige vorderingen en vermogensrechten waarop beslag is gelegd (de wijze van genot wordt vastgesteld door de rechtbank),
  • een gerechtsdeurwaarder mag elk in beslag genomen goed verkopen, evenals de rechten die voortvloeien uit financiële instrumenten die zijn geregistreerd op de rekening van roerende goederen of een andere rekening in de zin van de bepalingen ten aanzien van de handel in financiële instrumenten en mag het aldus verkregen bedrag op de depositorekening van de rechtbank zetten,
  • de schuldenaar mag geen onroerend goed, noch een recht van mede-eigendom van een ruimte vervreemden of bezwaren,
  • een schip of een schip in aanbouw van de schuldenaar mag worden bezwaard met een scheepshypotheek;
  • de schuldenaar kan uit het bestuur worden gezet en er kan een gerechtelijk bewind worden ingesteld, waarbij de inkomsten die voortvloeien uit het gerechtelijke bewind het doel van het beslag vormen,
  • bij zaken met betrekking tot alimentatie kan de schuldenaar gehouden zijn om aan de schuldeiser, in één keer of periodiek, een bepaald geldbedrag te betalen.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

De schuldenaar mag op ongeacht welk moment verzoeken om nietigverklaring of wijziging van het wettelijk bindende beslissing waarmee een voorlopige of conservatoire maatregel is toegekend als de reden van de goedkeuring van de maatregel ophoudt te bestaan of verandert.

De maatregel wordt nietig verklaard als:

  • de schuldenaar het te garanderen bedrag dat wordt geëist door de houder in het verzoek om toekenning van de maatregel, op de depositorekening van de rechtbank stort,
  • de rechtbank de maatregel definitief afwijst of verwerpt,
  • de rechtbank de eiser afwijst of de zaak buiten vervolging stelt,
  • de eiser niet verzoekt om de hele aanspraak in de zaak of andere aanspraken indient dan degene die waren gegarandeerd vóór aanvang van de procedure,
  • de gerechtelijke uitspraak die recht geeft op het verzoek dat gegarandeerd wordt door de maatregel, definitief is geworden (de maatregel wordt nietig na verstrijking van de termijn van een maand na de datum waarop de uitspraak definitief is geworden),
  • de eiser niet binnen een termijn van twee weken na de datum waarop een uitspraak die recht geeft op zijn verzoek definitief is geworden, verzoekt om andere uitvoeringsmaatregelen in zaken waar een voorlopige of conservatoire maatregel is toegekend in de vorm van beslag op een roerend goed, beslag op salaris, derdenbeslag op een bankrekening of beslag van een andere vordering of een ander financieel recht, of in de vorm van gerechtelijke bewindvoering van een onderneming of een landbouwbedrijf van de schuldenaar of van een vestiging die deel uitmaakt van een onderneming of een deel daarvan of van een deel van het landbouwbedrijf van de schuldenaar.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

De eiser kan, net als de schuldenaar, bezwaar aantekenen tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg ten aanzien van een voorlopige of conservatoire maatregel (artikel 741 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Laatste update: 08/01/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Portugal

1 De verschillende soorten maatregelen

Voorlopige en conservatoire maatregelen zijn voorbeelden van bewarende maatregelen waartoe binnen het kader van een beschermingsprocedure een verzoek bij het gerecht kan worden ingediend. De voorlopige bescherming van rechten is niet beperkt tot beschermingsprocedures, aangezien het Portugese rechtssysteem voorziet in andere voorlopige bewarende maatregelen bij bepaalde juridische situaties - bijv.:

  1. voorlopige maatregelen in het kader van procedures voor een gerechtelijk bevel of onbevoegdverklaring;
  2. voorlopige bewindvoering over het vermogen van iemand die afwezig is;
  3. aanstelling van een juridisch vertegenwoordiger voor een minderjarige of van een bewindvoerder;
  4. maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van vermogen dat een onbekende nalatenschap vormt.

Het doel van bewarende maatregelen is periculum in mora wegnemen (de vrees dat in afwachting van de uitspraak van de rechter er ernstige en onherstelbare schade wordt aangericht aan het betreffende recht) en zeker stellen dat de eindbeslissing ten uitvoer kan worden gelegd (zie artikel 2 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Het gerecht onderneemt stappen om bepaalde maatregelen te gelasten, vanuit de verwachting of inschatting dat de voorlopige beslissing van het gerecht door de einduitspraak zal worden bevestigd.

Tenzij er een bevel wordt gegeven voor omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen, betreffen beschermingsprocedures zaken op basis van beschermde rechten (artikel 364 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), het beschermen van of voorlopig anticiperen op de gevolgen van de definitieve maatregel, ervan uitgaande dat de in het hoofdgeding gegeven beslissing ten gunste van de verzoeker zal zijn.

De dreiging van periculum in mora geeft het gerecht de bevoegdheid om via een verkorte procedure voor een voorlopige voorziening een materiële rechtsbetrekking te beoordelen die vervolgens grondiger en meer uitgebreid moet worden onderzocht; indien de beoordeling in deze verkorte procedure ten gunste van de verzoeker uitvalt, worden maatregelen opgelegd waarmee bescherming tegen de bedreiging wordt geboden.

Het doel van bewarende maatregelen is de praktische resultaten van de procedure zeker stellen, ernstige schade voorkomen of vooruit lopen op het verwezenlijken van het recht (hypothetische instrumentaliteit), en daarmee een zo goed mogelijk evenwicht realiseren tussen de belangen van snelheid en rechtszekerheid.

Het Portugese wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet in twee soorten bewarende maatregelen:

  1. gewone bewarende maatregelen;
  2. gespecificeerde bewarende maatregelen.

Voor de eerste soort geldt artikel 362 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, dat erin voorziet dat, waar is aangetoond dat er een gerechtvaardigde vrees bestaat dat rechten in ernstige en onherstelbare mate worden aangetast en geen van de bij wet vastgestelde bewarende maatregelen geschikt is voor de zaak in kwestie, de belanghebbende mag verzoeken om de passende conservatoire of voorlopige maatregel om de doeltreffendheid van het bedreigde recht zeker te stellen. Het belang van de verzoeker kan gebaseerd zijn op een bestaand recht of op een recht dat voortkomt uit een beslissing die moet worden gegeven in een procedure voor een constitutieve beslissing, ongeacht of deze procedure al aanhangig is of zich nog in de verzoekfase bevindt. Gewone bewarende maatregelen zijn niet van toepassing als het de bedoeling is bescherming te bieden tegen het risico van schade of letsel dat wordt voorkomen door een van de gespecificeerde maatregelen.

Gespecificeerde bewarende maatregelen zijn de bewarende maatregelen waarin uitdrukkelijk wordt voorzien in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering of in afzonderlijke wetgeving.

De onderstaande maatregelen zijn gespecificeerde bewarende maatregelen die zijn vervat in het Portugese wetboek van burgerlijke rechtsvordering:

  1. voorlopig herstel van eigendom;
  2. opschorting van beslissingen van rechtspersonen;
  3. een voorlopige onderhoudsverplichting;
  4. voorlopige schadeloosstelling;
  5. beslaglegging;
  6. berbod op nieuwe bouwwerken;
  7. het in bewaring nemen van zaken.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

Iemand die aantoont dat er sprake is van terechte vrees dat een ander zijn of haar rechten ernstig en onherstelbaar schaadt, kan verzoeken om de passende conservatoire of voorlopige maatregel om het bedreigde recht zeker te stellen. Het belang van de verzoeker kan gebaseerd zijn op een bestaand recht of op een recht dat voortkomt uit een beslissing die moet worden gegeven in een procedure voor een constitutieve beslissing, ongeacht of deze procedure al aanhangig is of zich nog in de verzoekfase bevindt.

Dergelijke maatregelen worden getroffen indien er een serieuze mate van waarschijnlijkheid bestaat dat het recht een reëel recht is en er een voldoende goed gemotiveerd risico bestaat dat het wordt geschonden. Het gerecht mag het verzoek tot maatregelen echter afwijzen indien de schade voor de verzoeker die het gevolg zou zijn van het instemmen met het verzoek in ernstige mate groter zou zijn dan de schade die de verzoeker wil vermijden met de maatregel.

Het subsidiaire gebruik van gewone bewarende maatregelen is ook afhankelijk van het ontbreken van een gespecificeerde bewarende maatregel die passend is voor de situatie in kwestie.

Zo zijn aan de niet-gespecificeerde preventieve maatregelen zoals bedoeld in artikel 362 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering de volgende wettelijke eisen gesteld:

  1. het duidelijke bestaan van een recht;
  2. de gegronde vrees dat een ander iemands recht ernstig en onherstelbaar beschadigt (periculum in mora);
  3. de praktische geschiktheid van de conservatoire of voorlopige maatregel om de doeltreffendheid van het bedreigde recht zeker te stellen;
  4. de maatregel waarom wordt verzocht mag niet worden afgedekt door andere beschermingsprocedures.

Om een bevel tot maatregelen te geven moet er summier bewijs - summaria cognitio - zijn van de ernstige waarschijnlijkheid dat het aangevoerde recht een reëel recht (fumus bonis juris) is en van de gerechtvaardigde vrees dat de tijd die via de reguliere procedure nog nodig is om tot een definitieve uitspraak in het geding te komen,tot onherstelbare of moeilijk herstelbare schade kan leiden (periculum in mora). De rechter moet geneigd zijn te geloven dat het hoofdgeding gunstig zal uitvallen voor de verzoeker, aangezien conservatoire maatregelen duidelijk tot inmenging in de rechtssfeer van de verweerder zullen leiden.

Wat betreft gespecificeerde bewarende maatregelen:

  1. voorlopig herstel van eigendom: In het geval van beroving met geweld mag de eigenaar, die de feiten bezit, beroving en geweld aanvoert, erom verzoeken dat zijn of haar eigendom voorlopig aan hem of haar wordt teruggegeven. Indien de rechter bij bestudering van het bewijs van mening is dat de verzoeker de bezitter was en met geweld van het bezit beroofd is, mag de rechter dit herstel gelasten zonder de dader te dagvaarden of te verhoren.
  2. opschorting van beslissingen door rechtspersonen: Als een vereniging of bedrijf, van welke aard dan ook, beslissingen neemt die indruisen tegen de wet, de statuten of de akte van oprichting mag elke partner, binnen 10 dagen (met ingang van de datum van de vergadering waarin de beslissingen zijn genomen of de datum waarop de verzoeker hiervan heeft vernomen als de verzoeker niet naar behoren is uitgenodigd voor de vergadering), verzoeken om opschorting van uitvoering van deze beslissingen. De partner moet zijn of haar rol als partner motiveren en aantonen dat de tenuitvoerlegging van de beslissingen ernstige schade kan aanrichten. Het verzoekschrift moet vergezeld gaan van een afschrift van de notulen van de vergadering waarin de beslissingen zijn genomen en het afschrift van deze notulen wordt, met uitzondering van jaarlijkse algemene vergaderingen, vervangen door schriftelijk bewijs van de beslissing.
  3. voorlopige onderhoudsverplichting: Iemand die recht heeft op een onderhoudsbijdrage kan erom verzoeken dat het maandelijkse bedrag dat hij of zij zou moeten ontvangen wordt vastgesteld in de vorm van een voorlopige onderhoudsverplichting, mits de eerste definitieve betaling niet is gedaan. Zodra het gerecht het verzoekschrift tot een voorlopige onderhoudsbijdrage heeft ontvangen, wordt er een datum vastgesteld voor de behandeling en wordt aan partijen te kennen gegeven dat ze daar persoonlijk moeten verschijnen of zich moeten laten vertegenwoordigen door een gevolmachtigde die de bevoegdheid heeft om een schikking aan te gaan. Het verweer wordt tijdens de feitelijke behandeling ingediend en de rechter tracht tot een overeenkomst over het vaststellen van de onderhoudsverplichting te komen die vervolgens bij een rechterlijke uitspraak wordt goedgekeurd.
    Bij afwezigheid van een van de partijen, of indien men niet geen overeenstemming kan bereiken, gelast de rechter de bewijsverkrijging alvorens mondelinge uitspraak te doen. Hiervoor moeten beknopte overwegingen worden gegeven.
  4. voorlopige schadeloosstelling: In verband met vorderingen tot schadeloosstelling voor overlijden of lichamelijk letsel, mag/mogen de benadeelde en partijen die het recht hebben op onderhoudsbijdragen van de benadeelde, evenals degenen aan wie het slachtoffer vanwege een natuurlijke verplichting een onderhoudsbijdrage betaalde, een verzoek indienen tot toekenning van een bepaald geldbedrag in de vorm van een maandelijkse som als voorlopige schadeloosstelling voor letsel. De rechter zal de verzochte maatregel toekennen indien er bewijs is van de noodzaak daartoe als gevolg van het geleden letsel en bewijs van de verplichting dat de verweerder schadeloos moet worden gesteld. De voorlopige regeling, die moet worden bekrachtigd in de definitieve schaderegeling, wordt naar redelijkheid en billijkheid door het gerecht vastgesteld. Dit is ook van toepassing op zaken waar de vordering tot schadevergoeding ook gebaseerd is op schade die het levensonderhoud of de huisvesting van de benadeelde partij in ernstige mate in gevaar kan brengen. De bovengenoemde punten met betrekking tot een voorlopige onderhoudsverplichting zijn ook van overeenkomstige toepassing op het doorvoeren van deze maatregel.
  5. beslaglegging: Een schuldeiser die de gerechtvaardigde vrees heeft dat activa die als zekerheid voor zijn of haar vordering dienen verloren gaan, kan het gerecht verzoeken om beslag te laten leggen op die goederen. De partij die om beslaglegging verzoekt, overlegt de feiten die aantonen dat het aannemelijk is dat de vordering bestaat, evenals een lijst van de goederen waarop beslag moet worden gelegd, samen met alle informatie die nodig is om het onderzoek af te ronden. Als wordt verzocht om beslaglegging onder de koper van het eigendom van de schuldenaar overlegt de verzoeker, zelfs als de betreffende aankoop niet voor het gerecht wordt betwist, nog altijd de feiten die de gronden van het geschil aannemelijk maken.
    Na bestudering van het bewijs wordt de beslaglegging bevolen zonder de andere partij te horen, mits de rechter van oordeel is dat aan de juridische eisen is voldaan.
    In het geval van beslaglegging op schepen of de vracht van schepen is de verzoeker ervoor verantwoordelijk om, naast het voldoen aan de algemene eisen, aan te tonen dat het beslag gezien de aard van de vordering toelaatbaar is. In dit geval wordt er geen beslag gelegd indien de schuldenaar onmiddellijk aanvaardbare zekerheid verstrekt aan de schuldeiser of indien de rechter binnen twee dagen bepaalt dat het vertrek van het schip moet worden uitgesteld totdat er zekerheid is verstrekt.
  6. verbod op nieuwe bouwwerken: Eenieder die denkt dat zijn of haar alleenrecht of gedeelde recht op een onroerende zaak of een ander zakelijk of persoonlijk recht wordt aangetast als gevolg van een nieuw bouwwerk of een nieuwe dienst die de desbetreffende schade voor de betreffende partij veroorzaakt of waarvan aannemelijk is dat daardoor die schade veroorzaakt wordt, mag, binnen 30 dagen vanaf de datum waarop de partij bekend wordt met het feit, om de onmiddellijke opschorting van de werkzaamheden of de dienst verzoeken. De verzoeker mag het verbod ook rechtstreeks buitengerechtelijk opleggen door kennisgeving te doen aan de ontwikkelaar, of bij afwezigheid daarvan, de persoon die de leiding heeft of diens plaatsvervanger, in het bijzijn van twee getuigen, dat het werk gestaakt moet worden. Dit buitengerechtelijke verbod is niet rechtsgeldig indien er niet binnen vijf dagen een verzoek tot bekrachtiging ervan bij het gerecht wordt ingediend.
  7. het in bewaring nemen van zaken: Indien er een redelijke vrees bestaat dat roerende of onroerende zaken of documenten verloren zullen gaan, verborgen zullen worden of kwijt worden gemaakt, wordt om het in bewaring nemen ervan verzocht. Dit in bewaring nemen is gekoppeld aan de procedure die betrekking heeft op het specificeren van goederen of bewijs van eigendom van de rechten op de in bewaring genomen goederen. Om inbewaringneming mag worden verzocht door eenieder die een belang heeft bij het behoud van de goederen of documenten, maar in zaken die aanleiding geven tot het innen van een nalatenschap mogen alleen schuldeisers om inbewaringneming verzoeken. De verzoeker moet summier bewijs overleggen van het recht met betrekking tot de goederen en de feiten waarop de vrees voor het verloren gaan of kwijt gemaakt worden ervan gebaseerd is. Als het recht dat de goederen betreft afhankelijk is van een geding dat is ingesteld of dat al aanhangig is, moet de verzoeker het gerecht ervan overtuigen dat het aannemelijk is dat het verzoekschrift in kwestie geldig is. Zodra het gevraagde bewijs verstrekt is, kent de rechter de maatregelen toe indien de rechter de mening is toegedaan dat het belang van de verzoeker zonder de inbewaringneming ernstig gevaar loopt.

2.1 De procedure

Met uitzondering van het verbod op nieuwe bouwwerken, waarvoor het mogelijk is eerst buitengerechtelijke maatregelen te treffen, gevolgd door een verzoekschrift tot bekrachtiging door het gerecht, zijn alle andere bewarende maatregelen gebaseerd op een inleidend verzoekschrift bij het gerecht waarin de verzoeker summier bewijs verstrekt van het bedreigde recht en de vrees van schade of letsel rechtvaardigt. In het kader van dit verzoek wordt een lijst overgelegd van getuigen en wordt om ander bewijs verzocht; het maximum is vijf getuigen.

Op verzoek kan de rechter, in de beslissing waarin de maatregel wordt bevolen, de verzoeker ontslaan van de last om het hoofdgeding in te stellen indien het tijdens de procedure verkregen materiaal ertoe heeft geleid dat de rechter van mening is dat het beschermde recht een reëel recht is en de aard van de gelaste maatregel passend is om tot een definitieve beslechting van het geschil te leiden. Een verzoek tot deze vrijstelling mag worden ingediend tot aan het eind van de definitieve behandeling; in het geval van een niet-contradictoire procedure mag de verweerder beroep instellen tegen de omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen en tegen de bevolen maatregel.

Het regime van omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen is van overeenkomstige toepassing op het voorlopige herstel van eigendom, de opschorting van beslissingen van een rechtspersoon, de voorlopige onderhoudsverplichting, verboden op nieuwe bouwwerken en andere maatregelen waarin afzonderlijke wetgeving voorziet die, vanwege de aard ervan, een definitieve beslechting van het geschil mogelijk maken.

Indien bij wet niet is vastgesteld dat de maatregel wordt getroffen zonder de verweerder te horen, wordt de verweerder door het gerecht gehoord, tenzij de doelen van doeltreffendheid van de maatregel door dit horen in ernstige mate in het gedrang zouden kunnen komen.

Indien de verweerder wordt gehoord voordat er een beslissing wordt genomen over de maatregel, wordt de verweerder gedagvaard om binnen tien dagen verweer in te stellen. De dagvaarding wordt door een kennisgeving vervangen indien de verweerder al voor de hoofdprocedure gedagvaard is.

Indien de termijn voor het instellen van verweer is verstreken en de verweerder gehoord is, wordt, indien van toepassing, het vereiste of door het gerecht vastgestelde bewijs verzameld.

Indien de verweerder niet is gehoord en over de maatregel moet worden beslist, wordt de verweerder pas van die beslissing op de hoogte gesteld nadat deze is genomen. Na kennisgeving heeft de verweerder recht op beroep, onder algemene voorwaarden, tegen het bevel voor de maatregel indien de verweerder van mening is dat, gezien de feiten, de maatregel niet had moeten worden toegekend. Ook kan de verweerder verweer instellen indien de verweerder feiten wil aanvoeren of bewijs wil overleggen die/dat het gerecht niet in overweging heeft genomen en waarmee de gronden voor de bewarende maatregel zouden kunnen worden weggenomen of waardoor deze maatregel zou kunnen worden afgezwakt. De verweerder mag, met behulp van een van de bovengenoemde middelen, verweer instellen tegen de beslissing om de verantwoordelijkheid tot handelen om te keren. Indien de verweerder verweer instelt, moet het gerecht beslissen over het aanhouden, afzwakken of intrekken van de maatregel waartoe eerder is besloten. Tegen deze beslissing en, indien van toepassing, tegen het in stand houden of intrekken van omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen kan beroep worden ingesteld en dit leidt, in voorkomende gevallen, tot levering van het vereiste bewijs of tot ambtshalve vaststelling van het bewijs door het gerecht.

De relatieve bevoegdheid wordt geregeld in artikel 78 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, waarin het volgende is bepaald:

  1. verzoekschriften tot beslaglegging en het in bewaring nemen van goederen kunnen worden ingediend bij het gerecht waar de bijbehorende procedure moet worden ingesteld, of in het gerecht voor de plaats waar de activa zich bevinden, of, indien er zich activa in meer districten bevinden, in één daarvan.
  2. voor een verbod op nieuwe bouwwerken berust de bevoegdheid bij het gerecht dat bevoegd is voor de plaats waar het werk moet worden verricht.
  3. voor de andere bewarende maatregelen is het gerecht bevoegd waar het bijbehorende geding moet worden ingesteld.

Indien de verantwoordelijkheid tot handelen niet wordt omgekeerd, wordt de procedure aan de dossiers toegevoegd zodra het geding is ingesteld; indien het geding wordt ingesteld bij een ander gerecht wordt het daar naartoe verwezen en heeft dat gerecht uitsluitende bevoegdheid over de vervolgstappen.

Indien er gedurende een procedure om bewarende maatregelen wordt verzocht, dient dit verzoek te worden ingesteld bij het gerecht waar de hoofdprocedure aanhangig is, tenzij er een beroepsprocedure is ingesteld; in dat geval vindt de samenvoeging pas plaats nadat de procedure is afgerond of indien de dossiers van de hoofdprocedure aan het gerecht van eerste aanleg worden overgedragen.

Vertegenwoordiging door een advocaat is verplicht indien de waarde van de maatregel hoger is dan € 5 000,00 of indien hoger beroep mogelijk is.

De waarde van bewarende maatregelen wordt als volgt bepaald:

  1. voor voorlopige onderhoudsverplichtingen en voorlopige schadeloosstelling: door het maandelijks te betalen bedrag waarom verzocht wordt, vermenigvuldigd met twaalf;
  2. voor voorlopig herstel van eigendom: door de waarde van het voorwerp dat aan de eigenaar ontnomen is;
  3. voor het opschorten van beslissingen van rechtspersonen: door de omvang van de schade;
  4. voor een verbod op nieuwe bouwwerken en niet-gespecificeerde bewarende maatregelen: door de te voorkomen schade;
  5. voor beslaglegging: door de hoogte van het te garanderen bedrag van de vordering;
  6. voor het in bewaring nemen van goederen: door de waarde van de in bewaring genomen goederen.

2.2 De basisvereisten

Bij het beoordelen van de criteria voor het bevelen van een bewarende maatregel moet het gerecht altijd onderzoeken of de aangevoerde vrees gefundeerd is, hoe ernstig de mogelijke schending van het recht in kwestie is en hoe moeilijk dit te herstellen zal zijn. Ook beoordeelt het gerecht of de conservatoire of voorlopige maatregel passend is in de specifieke zaak, wat betreft het veiligstellen van het vermeend bedreigde recht. Het gerecht moet vaststellen dat verder uitstel een risico met zich zou meebrengen.

Ook onderzoekt het gerecht of de procedure daadwerkelijk of mogelijk afhangt van een ingestelde of in te stellen nieuwe procedure op basis van het veilig te stellen recht.

In deze vorm van procedure moet voor het gerecht summier (d.w.z. minder nauwgezet dan in de hoofdprocedure) worden aangetoond dat het echt aannemelijk is dat het te beschermen recht bestaat en dat de vrees dat dit recht wordt geschaad in afdoende mate wordt gerechtvaardigd.

Zie het antwoord op vraag 1 en 2 voor de andere voorwaarden waaraan moet worden voldaan met betrekking tot specifieke bewarende maatregelen.

Alle bewarende maatregelen worden als urgent beschouwd en gaan voor op andere, niet-urgente rechtshandelingen, en hierover moet in eerste aanleg binnen maximaal twee maanden worden beslist of, indien de verweerder niet hoeft te worden gedagvaard, binnen 15 dagen.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Rechten en onroerende en roerende zaken die niet volledig of deels bij wet zijn uitgesloten kunnen het onderwerp worden van bewarende maatregelen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Omdat ze op last van de gerechten worden uitgevoerd, zijn bewarende maatregelen bindend voor alle publieke en private lichamen en gaan ze voor op door een andere instantie vastgestelde maatregelen (artikel 205, lid 2, van de Grondwet van de Portugese Republiek). Eenieder die de vastgestelde bewarende maatregel schendt, krijgt de sanctie opgelegd voor gekwalificeerde niet-naleving, ongeacht welke maatregelen de juiste zijn voor de tenuitvoerlegging ervan.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Ongeacht of de verzoeker wordt ontslagen van de last van het instellen van het hoofdgeding vervalt de bewarende maatregel of loopt deze, als deze is afgekondigd, af:

  1. indien de verzoeker de procedure waarvan de maatregel afhankelijk is niet instelt binnen 30 dagen na de datum waarop aan de verzoeker kennisgeving is gedaan van het feit dat de beslissing waarin de maatregel werd bevolen kracht van gewijsde heeft gekregen;
  2. indien, nadat de procedure is ingesteld, het proces langer dan 30 dagen wordt gestaakt vanwege nalatigheid door de verzoeker;
  3. als de procedure niet ontvankelijk wordt verklaard, door een beslissing met kracht van gewijsde;
  4. indien de verweerder in het gelijk wordt gesteld en de verzoeker niet tijdig een verdere procedure instelt om voordeel te kunnen ontlenen aan de gevolgen van de eerdere procedure;
  5. indien het recht dat de verzoeker wil beschermen niet meer bestaat.

Ongeacht de regels over de verdeling van de bewijslast wordt de verweerder, zodra de beslissing waarin de bewarende maatregel wordt afgekondigd en de verantwoordelijkheid tot handelen wordt omgekeerd kracht van gewijsde heeft gekregen, ervan op de hoogte gesteld dat een procedure om het bestaan van het beschermde recht aan te vechten binnen 30 dagen na de kennisgeving moet worden ingesteld, aangezien de vastgestelde maatregel anders wordt vastgelegd als definitieve component van het geschil.

Dezelfde sanctie is van toepassing indien, nadat de procedure is ingesteld, het proces langer dan 30 dagen wordt gestaakt vanwege de nalatigheid van de verzoeker of indien de verweerder in het gelijk wordt gesteld en de verzoeker nalaat tijdig een verdere procedure in te stellen waarmee hij of zij de gevolgen van de eerdere procedure kan benutten.

Het verstrijken van de termijn van de maatregelen waartoe is besloten, is afhankelijk van de geldigheid, bij uitspraak met kracht van gewijsde, van de procedure die is ingesteld door de verzoeker.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Gewoon hoger beroep is toegestaan indien de waarde in het geding hoger is dan de grens voor het gerecht waar beroep tegen de beslissing wordt ingesteld en indien de aangevochten beslissing de partij die het beroep instelt voor meer dan de helft van dit bedrag benadeelt. Er kan altijd beroep worden ingesteld tegen beslissingen met betrekking tot de waarde van bewarende maatregelen op grond dat de waarde hoger is dan grens van het gerecht dat de betwiste beslissing heeft gegeven en op grond van de voorafgaande afwijzing van inleidende verzoekschriften tot bewarende maatregelen.

Tegen beslissingen tot omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen kan alleen beroep worden ingesteld in combinatie met een beroep tegen een beslissing over de maatregel waarom is verzocht; beslissingen tot afwijzing van de omkering hebben kracht van gewijsde.

Er kan geen beroep bij het Hooggerechtshof worden ingesteld tegen beslissingen waarin bewarende maatregelen worden bevolen, waaronder beslissingen waarmee de omkering van de verantwoordelijkheid tot handelen wordt vastgesteld; dit is onder voorbehoud van zaken waarin beroep altijd mogelijk is.

Een partij in de procedure die in het ongelijk wordt gesteld en eenieder die geen partij is in de procedure maar die directe materiële schade ondervindt van de bewarende maatregel, kan de maatregel aanvechten.

Het voor het beroep bevoegde gerecht is een gerecht van tweede aanleg in het arrondissement waarin het gerecht zich bevindt dat de aangevochten beslissing heeft gegeven.

De termijn voor het instellen van beroep is 15 dagen gerekend vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing. Indien het beroep ook het opnieuw beoordelen van geregistreerd bewijs betreft, wordt de termijn met 10 dagen verlengd.

Een beroep dat wordt ingesteld tegen een beslissing waarmee de maatregel volledig wordt verworpen of waarin de maatregel niet wordt bevolen, heeft schorsende werking. In andere gevallen heeft het een zuiver devolutieve werking.

Aanvullende informatie

Nadere informatie is te vinden op de volgende websites:

De link wordt in een nieuw venster geopend.Justitieportaal

De link wordt in een nieuw venster geopend.Directoraat-generaal voor justitieel beleid

De link wordt in een nieuw venster geopend.CITIUS Portal

De link wordt in een nieuw venster geopend.Database van juridische documenten

De link wordt in een nieuw venster geopend.Portugees staatsblad

Laatste update: 30/09/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Roemenië

1 De verschillende soorten maatregelen

De voorlopige maatregelen zijn conservatoir beslag, gerechtelijk beslag en derdenbeslag. Voorlopige maatregelen zijn procedurele maatregelen van beslag en bewaring die worden genomen door de rechtbank ten aanzien van het vermogen van de schuldenaar teneinde de wederpartij te verhinderen om de goederen te vernietigen/vervreemden of om de activa te verminderen.

Conservatoir beslag is het beslag op traceerbare goederen van de schuldenaar teneinde deze te gelde te maken op het moment dat de schuldeiser de executoriale titel verkrijgt. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevat een reeks bijzondere bepalingen ten aanzien van de procedure van conservatoir beslag op civiele schepen.

Gerechtelijk beslag bestaat uit de inbeslagneming van goederen waarvan de bewaring wordt toevertrouwd aan een gerechtelijke bewaarder.

Gerechtelijk beslag kan worden ingesteld in het geval van een geding over eigendom of een ander belangrijk zakelijk recht, over het bezit van een goed of over het genot of beheer van een goed in mede-eigendom, waarbij de rechtbank toestemming kan geven tot het gerechtelijke beslag van het goed.

Derdenbeslag kan worden ingesteld op bedragen, roerende effecten of andere traceerbare immateriële roerende goederen die door een derde verschuldigd zijn aan de schuldenaar.

Executoriaal beslag is de vorm van de indirecte gedwongen uitvoering waarmee de bedragen, roerende effecten of andere traceerbare immateriële roerende goederen te gelde worden gemaakt.

Bepaalde uitspraken in eerste aanleg zijn, van rechtswege, bij voorraad uitvoerbaar wanneer deze de vaststelling tot doel hebben van de wijze van uitoefening van de ouderlijke macht, van het recht om een persoonlijke band te hebben met de minderjarige en van de woonplaats van de minderjarige; beloningen, werkloosheidsuitkeringen; schadevergoedingen voor arbeidsongevallen; uitkeringen, alimentatie, gezinstoelagen en pensioenen; schadevergoedingen bij overlijden of schade aan de lichamelijke integriteit of aan de gezondheid; dringende reparaties; het aanbrengen of opheffen van verzegelingen of het opstellen van inventarissen; verzoeken ten aanzien van bezit; rechterlijke beslissingen die zijn uitgesproken waarbij de verweerder de aanspraken van de eiser erkent enz. De uitvoering van deze rechterlijke beslissingen heeft een voorlopig karakter.

De rechtbank kan toestemming geven voor de voorlopige uitvoering van rechterlijke beslissingen ten aanzien van goederen.

Voor de verstrekking van bewijsstukken mag iedere persoon die dringend de getuigenis van een persoon, de mening van een deskundige, de staat van bepaalde goederen wil laten vaststellen of die de erkenning wil krijgen van een bewijsstuk, van een feit of van een recht, vóór of tijdens het proces, verzoeken om het beheer van die bewijzen.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

In de gevallen van conservatoir beslag en derdenbeslag moet er een beslissing worden gegeven dat het beslag op goederen of traceerbare bedragen van de schuldenaar goedkeurt. De maatregelen kunnen alleen worden genomen door de rechtbank die bevoegd is om uitspraak te doen in de zaak in eerste aanleg (gerechtelijk beslag, derdenbeslag) of door de rechtbank die uitspraak doet in eerste aanleg of die zich in dezelfde plaats bevindt als het goed (gerechtelijk beslag). Bijstand van een advocaat is niet verplicht voor deze bijzondere procedures. De uitvoering van de rechterlijke beslissingen ten aanzien van het conservatoir beslag en derdenbeslag gebeurt door een gerechtsdeurwaarder. De gerechtelijke bewaarder mag alle stukken voor bewaring en beheer opstellen, hij mag de inkomsten en verschuldigde bedragen ontvangen en hij mag de lopende schulden en de schulden die in de executoriale titel zijn vastgesteld, betalen. De te voorziene kosten zijn alleen de kosten die verband houden met gerechtelijke zegelrechten die, in overeenstemming met artikel 11, lid 1, punt b), van NOODBESLUIT nr. 80 van 26 juni 2013 ten aanzien van de gerechtelijke zegelrechten, 100 RON bedragen voor verzoeken in verband met voorlopige maatregelen en 1000 RON voor verzoeken voor beslag op schepen en vliegtuigen. De schuldeiser moet mogelijk een borg betalen waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de rechtbank. Als de vordering van de schuldeiser niet schriftelijk wordt vastgesteld, wordt het bedrag van de borg wettelijk vastgesteld op de helft van de geëiste waarde.

Executoir beslag wordt op verzoek van de schuldeiser uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder wiens kantoor zich bevindt in het rechtsgebied van het hof van beroep waar de schuldenaar of de derde zijn woonplaats/vestiging heeft of, in het geval van bankrekeningen, van de woonplaats/vestiging van de schuldenaar of van de hoofd-/nevenvestiging van de kredietinstelling.

Wat betreft de voorlopige uitvoering mag het verzoek schriftelijk of mondeling worden ingediend bij de bevoegde rechtbank tot aan sluiting van de mondelinge behandeling. De rechtbank kan toestemming geven voor de voorlopige uitvoering van de rechterlijke beslissingen ten aanzien van de goederen wanneer hij van mening is dat de maatregel nodig is ten opzichte van de duidelijke gegrondheid van het recht of de toestand van insolventie van de schuldenaar of wanneer hij van mening is dat het feit om die maatregel niet onmiddellijk in te stellen duidelijk nadelig is voor de schuldeiser. In die gevallen kan de rechtbank de schuldeiser verplichten tot de betaling van een borg.

Voor de verstrekking van bewijsstukken wordt het verzoek, vóór het geding, gericht aan de arrondissementsrechtbank in het rechtsgebied waarin de getuige of het voorwerp van vaststelling zich bevindt en, tijdens het geding, aan de rechtbank die uitspraak doet in eerste aanleg. In zijn verzoek presenteert de partij de bewijsstukken, de feiten die zij wil aantonen en de redenen die de verstrekking daarvan of de instemming van de tegenpartij nodig maken.

2.2 De basisvereisten

In de gevallen van conservatoir beslag en derdenbeslag moet er een geding aanhangig zijn gemaakt. In het geval van gerechtelijk beslag kan de maatregel ook worden ingesteld zonder een hangend geding. De schuldeiser die geen executoriale titel heeft, mag verzoeken om de uitvoering van een conservatoir beslag of een derdenbeslag als hij bewijst dat hij een geding aanhangig heeft gemaakt bij een rechtbank.

Bij dringende zaken mag het verzoek om uitvoering van een conservatoir beslag op een schip ook worden gedaan vóór het aanhangig maken van het bodemgeschil.

De rechtbank kan toestemming geven voor het gerechtelijke beslag of derdenbeslag als deze maatregel nodig is voor het behoud van het desbetreffende recht en als er een geding loopt ten aanzien van eigendom of een ander belangrijk zakelijk recht, het bezit van een goed of het genot of het beheer van een goed in mede-eigendom.

Gerechtelijk beslag kan, ook zonder een bodemgeding, worden opgelegd op een goed dat de schuldenaar aanbiedt voor zijn vrijgeving, op een goed waarvoor de betrokkene goede redenen heeft om te vrezen dat dit door de bezitter kan worden weggenomen/vernietigd/veranderd, op roerende goederen die de zekerheid van de schuldeiser vormen wanneer deze voorziet dat zijn schuldenaar insolvent wordt of wanneer hij redenen heeft om te geloven dat de schuldenaar zal proberen om zich te onttrekken aan vervolging of om te vrezen dat die goederen zullen worden weggenomen of vernietigd.

De rechtbank beslist, in de raadkamer, over het verzoek om dringend conservatoir beslag/derdenbeslag zonder de partijen te dagvaarden, middels executoir bevel waarin, al naar gelang het geval, het bedrag van de borg en de termijn voor de betaling daarvan worden vastgesteld. Over het verzoek om gerechtelijk beslag wordt uitspraak gedaan in kort geding en de partijen worden gedagvaard. Als het verzoek ontvankelijk is, kan de rechtbank de eiser verplichten tot de betaling van een borg en in het geval van onroerende goederen worden deze geregistreerd in het kadaster.

Er zijn geen vereisten voor wat betreft de dringende aard van het verzoek, maar de schuldeiser kan aantonen dat de rechterlijke beslissing niet wordt uitgevoerd om reden van verwijdering of vernietiging van de goederen van de schuldenaar, in het geval van conservatoir beslag en derdenbeslag, ook als de vordering niet opeisbaar is.

Executoir beslag wordt uitgevoerd zonder sommatie, krachtens een beschikking die toestemming geeft voor de uitvoering, door middel van een bevel waarin ook de executoriale titel wordt genoemd die aan de derde bekend wordt gemaakt samen met de beschikking voor uitvoering. De genomen maatregel wordt ook aan de schuldenaar betekend. Het bevel van beslag informeert de derde, die derde-beslagene wordt, over het verbod om aan de schuldenaar de bedragen te betalen of de roerende goederen die aan hem verschuldigd zijn of worden en verklaart dat deze in beslag worden genomen voor zover dat nodig is voor het doeleinde van de plicht van gedwongen uitvoering.

Voor de verstrekking van bewijsstukken is de voorwaarde het risico dat het bewijs verdwijnt of dat dit in de toekomst lastig te genereren zal zijn. Als de tegenpartij instemt, mag het verzoek worden ingediend, ook als het niet dringend is. De rechtbank geeft opdracht voor de dagvaarding van de partijen en verstrekt aan de tegenpartij een afschrift van het verzoek. De rechtbank beslist in de raadkamer over het verzoek door middel van een beschikking. Als er een risico van vertraging is, kan de rechtbank het verzoek behandelen zonder de partijen te dagvaarden.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Er kan derdenbeslag worden gelegd op bankrekeningen, immateriële goederen, roerende titels enz.

Er kan conservatoir beslag worden gelegd op materiële roerende goederen, geregistreerde vervoermiddelen, onroerende goederen enz.

Er kan gerechtelijk beslag worden gelegd op onroerende goederen, roerende goederen enz.

Er kan executoir beslag worden gelegd op bedragen, roerende effecten of andere immateriële roerende goederen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

In de gevallen van conservatoir beslag en derdenbeslag kan de tegeldemaking van goederen die in beslag zijn genomen alleen worden uitgevoerd nadat de schuldeiser de executoriale titel heeft verkregen.

Conservatoir beslag op een schip gebeurt door aanhouding van het schip door de autoriteit van de haven waar dit zich bevindt. In dat geval verstrekt de havenautoriteit geen documenten die nodig zijn voor de scheepvaart en geeft geen toestemming voor vertrek van het schip uit de haven of ligplaats.

Er kan alleen een boete worden opgelegd als sanctie als de eiser te kwader trouw een voorlopige maatregel verkrijgt die schadelijk is voor de verweerder. De verweerder/schuldenaar kan een strafrechtelijke sanctie krijgen voor niet-naleving van rechterlijke beslissingen.

Als de schuldenaar een toereikende zekerheid stelt, kan de rechtbank, op verzoek van de schuldenaar, het conservatoir beslag opheffen. Over het verzoek om opheffing wordt beslist in de raadkamer, middels een beschikking in kort geding en met een dagvaarding van de partijen op korte termijn.

Ook wanneer de eis ten principale, op grond waarvan de voorlopige maatregel is uitgevoerd, nietig wordt verklaard, wordt verworpen of is achterhaald door een definitieve rechterlijke beslissing of als degene die deze heeft ingediend, afziet van de rechterlijke beslissing, kan de schuldenaar verzoeken om opheffing van de maatregel door de rechtbank die deze heeft ingesteld. De rechtbank spreekt zich uit over dit verzoek middels een definitieve beschikking die wordt verstrekt zonder de partijen te dagvaarden.

Wat betreft executoir beslag worden alle bedragen en goederen bevroren vanaf de datum van bekendmaking van het bevel van beslag aan de derde-beslagene. In de periode tussen de bevriezing en de volledige betaling van de plichten krachtens de executoriale titel, verricht de derde-beslagene geen enkele andere betaling of transactie die de in beslag genomen goederen kunnen verminderen. Wanneer de in beslag genomen vordering wordt gegarandeerd door een hypotheek of een andere zakelijke zekerheid, heeft de beslag leggende schuldeiser het recht om te verzoeken om registratie van het beslag in het kadaster of in andere openbare registers.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

In de gevallen van conservatoir beslag en derdenbeslag kunnen gerechtelijke uitspraken termijnen vaststellen die niet de duur van de door de rechtbank ingestelde maatregel omvatten (bijvoorbeeld de termijn waarbinnen de schuldeiser de borg moet storten, op straffe van opheffing van het beslag).

De maatregel geldt tot aan de rechterlijke beslissing over het verzoek om opheffing van het beslag, als het verzoek is verworpen, is achterhaald of nietig is verklaard of, als het verzoek ontvankelijk is, tot aan de uitvoering van de rechterlijke beslissing of tot de instelling van een toereikende zekerheid door de schuldenaar.

In hoger beroep wordt altijd uitspraak gedaan met dagvaarding van de partijen.

In het geval van executoriaal beslag worden alle bedragen en goederen bevroren vanaf de datum van kennisgeving van het bevel van beslag aan de derde-beslagene. In de periode tussen de bevriezing en de volledige betaling van de plichten krachtens de executoriale titel, met inbegrip van de periode van opschorting van rechtsvervolging door beslag, verricht de derde-beslagene geen enkele andere betaling of transactie die de in beslag genomen goederen kunnen verminderen, tenzij de wet anders bepaalt.

Binnen een termijn van 5 dagen na betekening van het beslag of vanaf de vervaldatum van de verschuldigde bedragen moet de derde-beslagene het bedrag in bewaring geven of de in beslag genomen immateriële roerende goederen bevriezen. De gerechtsdeurwaarder zorgt voor de vrijgeving of de verdeling van het in bewaring gegeven bedrag.

Als de derde partij niet voldoet aan zijn verplichtingen mag de beslag leggende schuldeiser, de schuldenaar of de gerechtsdeurwaarder dit melden bij de uitvoerende rechtbank teneinde het beslag te bekrachtigen. Als uit de overgelegde bewijsstukken blijkt dat de derde-beslagene geld schuldig is aan de schuldenaar, geeft de rechtbank een rechterlijke beslissing die het beslag bekrachtigt en waarmee hij de derde-beslagene verplicht om aan de schuldeiser het bedrag te betalen dat hij verschuldigd is aan de schuldenaar en in het tegengestelde geval beslist hij tot opheffing van het beslag. Als het beslag is uitgevoerd op immateriële roerende goederen die, op het moment van uitvoering, in handen zijn van de derde-beslagene, beslist de rechtbank tot de verkoop daarvan.

Voor de verstrekking van bewijsstukken worden de ontvankelijkheid en de relevantie van de verstrekte bewijsstukken onderzocht door de rechtbank op het moment van het geding. De verstrekte bewijsstukken kunnen ook worden gebruikt door de partij die niet heeft verzocht om verstrekking daarvan. De kosten die worden gemaakt door de verstrekking van bewijsstukken worden gedragen door de rechtbank die uitspraak doet in de zaak ten principale.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Bij conservatoir beslag en derdenbeslag kan er alleen beroep worden ingesteld tegen de beschikking binnen een termijn van 5 dagen na de uitspraak of de betekening, afhankelijk van of de uitspraak is gedaan met of zonder dagvaarding van de partijen, voor een hogere rechtbank. Als de bevoegdheid in eerste aanleg bij het hof van beroep ligt, is het rechtsmiddel hoger beroep. Dit beroep is gericht op het opheffen of behouden van de voorlopige maatregel. De betrokkenen kunnen bezwaar maken tegen de uitvoering van het beslag of het derdenbeslag.

Bij executoriaal beslag kan er tegen de beslissing over de bekrachtiging van het beslag alleen beroep worden ingesteld binnen 5 dagen na betekening. De definitieve beslissing van bekrachtiging heeft het effect van een vorderingsoverdracht en vormt een executoriale titel tegen de derde-beslagene voor de bedragen die het doel waren van de bekrachtiging. Na de bekrachtiging van het beslag zorgt de derde-beslagene voor het in bewaring geven of de betaling binnen de grenzen van het bedrag dat uitdrukkelijk is vastgesteld in de beslissing van bekrachtiging.

Bij voorlopige uitvoering kan het verzoek, als dit in eerste aanleg is verworpen, opnieuw worden ingediend in hoger beroep. Om opschorting van de voorlopige uitvoering kan worden verzocht door de eis in hoger beroep of afzonderlijk tijdens de procedures in hoger beroep. In afwachting van de uitkomst van het verzoek om opschorting kan, middels presidentiële beschikking, voorlopige toestemming worden gegeven voor de uitvoering, ook nog voor de komst van het dossier.

Voor de verstrekking van bewijsstukken is de beschikking ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzoek om verstrekking van bewijsstukken executoir en hiertegen kan geen bezwaar worden aangetekend. De beslissing van verwerping kan alleen afzonderlijk worden aangevochten met een beroep binnen 5 dagen na de uitspraak, als deze is gedaan met dagvaarding van de partijen, en 5 dagen na de betekening als deze is gedaan zonder dagvaarding van de partijen.

De bewijsstukken die moeten worden verstrekt, kunnen onmiddellijk worden overgelegd of op de datum die hiervoor is vastgesteld. De overlegging van de verstrekte bewijzen wordt geconstateerd door middel van een beschikking waartegen geen bezwaar kan worden aangetekend.

Laatste update: 05/01/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Slowakije

1 De verschillende soorten maatregelen

Het nationale Slowaakse recht kent de begrippen spoedeisende voorlopige maatregel, conservatoire maatregel en bewaring van bewijselementen. Deze maatregelen vallen onder de bepalingen van artikel 324 e.v. van wet nr. 160/2015 inzake contentieuze procedures in burgerrechtelijke zaken, en wat betreft specifieke procedures onder de bepalingen van artikel 360 e.v. van wet nr. 161/2015 inzake niet-contentieuze procedures in burgerrechtelijke zaken.

Door een conservatoire maatregel te bevelen, kan de rechter een zekerheidsrecht op de goederen, rechten of andere activa van de schuldenaar vastleggen, waarmee de geldelijke vordering van de schuldeiser wordt gewaarborgd wanneer het gevaar bestaat dat de tenuitvoerlegging niet kan doorgaan.

De rechter beveelt tot een spoedeisende voorlopige maatregel wanneer een situatie onverwijld moet worden opgelost, wanneer het gevaar bestaat dat de tenuitvoerlegging niet kan doorgaan of wanneer het beoogde doel niet met een conservatoire maatregel kan worden bereikt. Een dergelijke beslissing biedt ook een garantie voor de doeltreffendheid van de gedwongen tenuitvoerlegging van de aanstaande gerechtelijke beslissing.

In het kader van de bewaring van bewijselementen kan bewijs vóór het begin van de procedure worden bewaard (in welke vorm dan ook: of het nu afkomstig is van een getuige, een deskundige e.d.), en wel enkel op verzoek, en niet op initiatief van de rechter. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat degene die een dergelijk verzoek mag indienen, degene is die het verzoek tot inleiding van de procedure mocht indienen waarin de resultaten van de bewaring van de bewijselementen zouden kunnen worden gebruikt.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

De districtsrechtbank is bevoegd voor de behandeling ten gronde en voor het bevelen van een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel.

De rechter geeft op verzoek bevel tot een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel. Er hoeft geen verzoek te worden ingediend wanneer het gaat om een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel die wordt aangenomen in het kader van een procedure die ambtshalve door de rechter kan worden ingesteld.

Wettelijk is het niet verplicht om zich door een advocaat te laten bijstaan.

In de specifieke wet is vastgelegd dat er gerechtelijke kosten van 33 EUR in rekening worden gebracht voor verzoeken die moeten leiden tot de aanneming of nietigverklaring van een maatregel.

Voor de bewaring van bewijselementen worden geen kosten in rekening gebracht. Kosten voor bewijsgaring die niet door een voorschot worden gedekt, worden gedragen door de staat. De rechtbank kan de partij bij de procedure die niet voldoet aan de desbetreffende vrijstellingsvoorwaarden, wel de betaling van een voorschot voor de kosten voor bewijsgaring opleggen. Dit laat de mogelijkheid van latere terugbetaling echter onverlet.

Wettelijk is het evenmin verplicht om zich door een advocaat te laten bijstaan.

Een bewijselement kan worden bewaard in het kader van een contentieuze of een niet‑contentieuze procedures.

2.2 De basisvereisten

De rechter kan vóór het begin van de procedure, tijdens de procedure en na afloop ervan bevel geven tot een spoedeisende voorlopige maatregel. Voor conservatoire maatregelen wordt het zekerheidsrecht vastgelegd door aanneming van het bevel waarin de conservatoire maatregel wordt ingesteld.

Vóór het begin van de procedure, tijdens de procedure en na afloop ervan kan een bewijselement op verzoek worden bewaard wanneer het gevaar bestaat dat het op een later tijdstip niet mogelijk of zeer problematisch zal zijn om bewijs te vergaren. Voor bewaring van een bewijselement is het gerecht bevoegd dat kennis moet nemen van de zaak ten gronde of het gerecht in het rechtsgebied waar het bewijselement zich bevindt dat in gevaar is. Naast de algemene bepalingen gelden voor contentieuze procedures in burgerrechtelijke zaken specifieke bepalingen inzake de bewaring van bewijselementen die betrekking hebben op intellectuele eigendom.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Met een spoedeisende voorlopige maatregel kan een gerecht een partij bij de procedure in het bijzonder bevelen tot het volgende:

a. voor zover noodzakelijk, betaling van een alimentatiebedrag,

b. de zorg voor het kind aan de andere ouder of aan de door de rechter aangewezen persoon toevertrouwen,

c. betaling van ten minste een deel van de beloning als het gaat om de duur van de arbeidsrelatie en als de indiener om ernstige redenen is gestopt met werken,

d. storting van een geldbedrag aan of depot van een goed bij de rechtbank,

e. ontheffing van de beschikking over bepaalde goederen of rechten,

f. het verrichten van een bepaalde handeling, het nalaten van een bepaalde handeling of tolereren van een bepaalde handeling/gebeurtenis,

g. tijdelijk wegblijven uit een woning waar een naaste woont of een persoon die door de desbetreffende partij wordt verzorgd, opgevangen of opgevoed, wanneer er sterke vermoedens bestaan dat de partij geweld jegens deze persoon heeft gebruikt,

h. onthouding van elke handeling waarmee intellectuele-eigendomsrechten worden geschonden of in gevaar komen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

De soorten spoedeisende voorlopige maatregelen worden aan de hand van voorbeelden omschreven. Dit houdt in dat de rechter ook andere spoedeisende voorlopige maatregelen kan bevelen.

Een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel inzake de niet‑beschikking over goederen of rechten bestaat uit een verbod op de beschikking over bepaalde goederen of rechten, bijvoorbeeld omdat het gevaar bestaat dat de verweerder zich zou ontdoen van deze goederen of rechten (door ze over te dragen aan een andere persoon, te vernietigen, te beschadigen e.d.).

De rechter kan een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel gelasten zonder de partijen te horen. De partijen worden vóór de aanneming van het bevel dus niet noodzakelijkerwijs door de rechter gehoord. De reden hiervoor is dat het doel van de spoedeisende voorlopige maatregel of de conservatoire maatregel door een hoorzitting mogelijk teniet wordt gedaan en dat er met dit optreden van de rechter in principe geen bewijzen worden verkregen. Niettemin kan de rechter het bevel geven de partijen te horen: in dat geval moet hij alle procedureregels inzake bewijsverkrijging in acht nemen. Wanneer het bij de bewijsgaring uitsluitend gaat om documenten, vindt er geen openbare hoorzitting plaats, maar beslist de rechter zonder interactie met de partijen.

Een spoedeisende voorlopige maatregel is direct na kennisgeving uitvoerbaar, behalve wanneer in speciale wetgeving anders is bepaald.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel komt in de volgende gevallen te vervallen:

a. de in het bevel vastgestelde periode is verstreken;

b. de maatregel is bevolen na de indiening van het verzoek ten gronde en het gerecht van eerste aanleg of het hof van beroep heeft dit verzoek afgewezen of de procedure opgeschort;

c. de rechter had in zijn beslissing een termijn vastgesteld voor de indiening van het verzoek ten gronde en er is binnen deze termijn is geen dergelijk verzoek ingediend;

d. de rechtbank heeft het verzoek ten gronde toegewezen;

e. gelet op de stand van de tenuitvoerlegging is de maatregel niet meer noodzakelijk.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Er kan beroep worden ingesteld tegen een bevel waarbij een spoedeisende voorlopige maatregel of een conservatoire maatregel wordt opgelegd. Het bevoegde gerecht dat dergelijke beroepen behandelt, is het hof van beroep (dus het gerecht van tweede aanleg) waaraan het gerecht van eerste aanleg dat de spoedeisende voorlopige maatregel of de conservatoire maatregel heeft bevolen, ondergeschikt is.

Het beroep moet binnen 15 dagen na de datum van kennisgeving van de bestreden beslissing worden ingesteld bij het gerecht dat die beslissing heeft gegeven. Het beroep heeft geen schorsende werking.

Laatste update: 14/01/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Finland

1 De verschillende soorten maatregelen

In Finland kunnen crediteuren en andere eisers in civiele of handelszaken voorlopige maatregelen ('voorlopige voorzieningen') in hun voordeel verkrijgen. Het doel van een voorlopige (of bewarende) maatregel is om ervoor te zorgen dat een latere gerechtelijke uitspraak ten gronde ten uitvoer kan worden gelegd. Hoofdstuk 7 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (oikeudenkäymiskaari) bevat bepalingen inzake de vaststelling van voorlopige maatregelen, en hoofdstuk 8 van het Wetboek inzake Tenuitvoerlegging (ulosottokaari) bevat bepalingen inzake de tenuitvoerlegging van vonnissen. Er zijn drie soorten voorlopige maatregelen van dit type:

  • beslaglegging om de betaling van een schuld veilig te stellen;
  • beslaglegging om eigendomsrechten of andere, zogeheten voorrangsrechten te waarborgen;
  • andere voorzorgsmaatregelen (algemene voorzorgsmaatregelen).

Deze voorlopige maatregelen, die beschikbaar zijn in alle typen civiele aangelegenheden, worden hieronder beschreven. Ook zijn er voorlopige maatregelen die alleen beschikbaar zijn in bepaalde soorten geschillen op grond van specifieke wetgeving. Voorbeelden hiervan zijn voorlopige maatregelen om bewijs in civiele aangelegenheden betreffende industriële en auteursrechten veilig te stellen. In strafrechtelijke aangelegenheden kan de Wet dwangmaatregelen (pakkokeinolaki) worden toegepast; de dwangmaatregelen waarin deze wet voorziet omvatten beslaglegging, een verbod op vervreemding en sekwestratie (inbewaringstelling).

Er wordt onderscheid gemaakt tussen voorlopige maatregelen en voorlopige (tussentijdse) tenuitvoerlegging van vonnissen in civiele zaken. Deze laatstgenoemde maatregel houdt in dat een vonnis ten uitvoer wordt gelegd voordat het definitief wordt en er geen beroep meer tegen kan worden ingesteld. Een vonnis in civiele aangelegenheden dat nog niet definitief is, is doorgaans onmiddellijk uitvoerbaar, maar kan vaak niet volledig ten uitvoer worden gelegd. Een voorbeeld: op grond van een niet-definitief vonnis van een rechtbank van eerste aanleg met betrekking tot een schuld kan beslag worden gelegd op de eigendommen van de schuldenaar als de schuldenaar geen zekerheid voor de schuld heeft gesteld. Anderzijds kunnen eigendommen waarop beslag is gelegd alleen worden vervreemd, waarna de opbrengst aan de crediteur toevalt, als de crediteur een zekerheid voor eventuele schade voor de verweerder heeft gesteld. Verstekvonnissen zijn daarentegen onmiddellijk volledig uitvoerbaar.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Besluiten over bovengenoemde typen voorlopige maatregelen worden genomen door algemene rechtbanken, waarbij districtsrechtbanken (käräjäoikeus) optreden als rechtbanken van eerste aanleg. Door de rechtbank opgelegde voorlopige maatregelen kunnen door deurwaarders ten uitvoer worden gelegd. Verzoeken om voorlopige maatregelen moeten worden ingediend bij de rechtbank waar de zaak ten gronde wordt behandeld. Als een procedure nog niet is ingeleid, moet een verzoek om een voorlopige maatregel worden ingediend bij de districtsrechtbank waar ook de zaak ten gronde (de bodemprocedure) aanhangig moet worden gemaakt.

De rechtbank kan een verzoek om een voorlopige maatregel niet definitief toewijzen zonder de verweerder de gelegenheid te geven om te worden gehoord. De rechtbank kan een verzoek om een voorlopige maatregel echter toewijzen zonder de andere partij te horen als het doel van de maatregel anders niet meer realiseerbaar zou zijn. In de praktijk kunnen voorlopige maatregelen zeer snel worden verkregen. Tussentijdse beschikkingen zijn van kracht zolang niet anders is besloten.

Wanneer een verzoeker reeds gronden voor tenuitvoerlegging (een executoriale titel) heeft, maar de tenuitvoerleggingsprocedure niet onmiddellijk kan worden gestart, kan een deurwaarder onder bepaalde voorwaarden direct voorlopige maatregelen opleggen. Hieronder zullen alleen de door de rechtbank opgelegde voorlopige maatregelen worden besproken.

2.2 De basisvereisten

De vereisten voor beslaglegging om een schuld of een voorrangsrecht veilig te stellen zijn de volgende:

  • de verzoeker moet voldoende aannemelijk maken dat hij of zij een vordering op de schuldenaar of een voorrangsrecht op een gegeven eigendom heeft die of dat voldoende aanleiding vormt voor beslaglegging, en
  • er moet een reëel gevaar bestaan dat de verweerder zodanig zal handelen dat de vordering of het recht van de verzoeker wordt geschaad.

Dienovereenkomstig vereisen andere voorlopige maatregelen prima facie-bewijs van een ander recht en van een reëel gevaar dat de verweerder inbreuk op dat recht pleegt.

Voordat voorlopige maatregelen ten uitvoer kunnen worden gelegd, moet de verzoeker een zekerheid voor eventuele schade voor de verweerder stellen bij de deurwaarder.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

Alle soorten eigendommen kunnen worden onderworpen aan een voorlopige maatregel. Als het doel van de beslaglegging is om de betaling van een schuld veilig te stellen, verordent de rechtbank de beslaglegging op roerende en onroerende zaken die eigendom van de verweerder zijn tot de waarde van de schuld aan de verzoeker. Vervolgens besluit de deurwaarder op welke elementen daarvan daadwerkelijk beslag wordt gelegd. Als het doel van de beslaglegging is om een voorrangsrecht veilig te stellen, verordent de rechtbank de beslaglegging op specifieke eigendommen die vatbaar zijn voor beslaglegging en legt de deurwaarder de beslaglegging ten uitvoer.

Bij wijze van andere voorlopige maatregelen kan de rechtbank:

  • de verweerder, op straffe van een boete, verbieden om iets te doen of zich tot iets te verbinden;
  • de verweerder, op straffe van een boete, bevelen om iets te doen;
  • de verzoeker toestemming verlenen om iets te doen of iets te laten doen;
  • bevelen dat bepaalde eigendommen van de verweerder in bewaring bij of onder curatele van een derde worden geplaatst; of
  • enige andere voorlopige maatregel opleggen om de rechten van de verzoeker veilig te stellen.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Wanneer een bevel tot beslaglegging ten uitvoer wordt gelegd, verliest de schuldenaar de controle over zijn of haar eigendom(men). De verhandeling van eigendommen die onder een bevel tot beslaglegging vallen is strafbaar. Wanneer bedragen op een bankrekening van een schuldenaar onder een bevel tot beslaglegging vallen, mag de bank deze middelen aan niemand anders dan de deurwaarder overboeken. Een bevel tot beslaglegging verleent de persoon die om het bevel heeft verzocht echter geen voorkeursrecht op de middelen waarop beslag is gelegd ten opzichte van andere crediteuren van de schuldenaar.

De effecten van andere voorlopige maatregelen zijn afhankelijk van de aard van de desbetreffende maatregel.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Binnen een maand nadat een voorlopige maatregel is opgelegd moet de verzoeker bij een rechtbank of een andere instantie een bodemprocedure aanhangig maken, of een andere procedure die kan resulteren in een uitvoerbare beslissing, zoals arbitrage. Als hij of zij verzuimt dat te doen, zal de voorlopige maatregel worden ingetrokken. Voorlopige maatregelen kunnen ook worden ingetrokken als de gronden waarop de beslissing is genomen om een of andere reden niet langer bestaan. Wanneer een rechtbank uitspraak doet in de bodemprocedure, moet ze tegelijk een beslissing nemen over de voorlopige maatregel(en).

De aansprakelijkheid voor kosten die voortvloeien uit een voorlopige maatregel ligt primair bij de verzoeker. Als een voorlopige maatregel ongegrond blijkt te zijn, is de verzoeker aansprakelijk voor schade die als gevolg van de maatregel is veroorzaakt aan de verweerder, ongeacht of deze al dan niet nalatig is geweest. Derhalve moet de verzoeker voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de voorlopige maatregel een zekerheid stellen. Aan de andere kant kan de verweerder over het algemeen verhinderen dat een voorlopige maatregel ten uitvoer wordt gelegd door een zekerheid te stellen.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Tegen beslissingen van rechtbanken om een voorlopige maatregel op te leggen, kan beroep worden ingesteld bij een hogere rechtbank, zoals een hof van beroep (hovioikeus) of het Hooggerechtshof (korkein oikeus). Het instellen van beroep staat de tenuitvoerlegging van de maatregel niet in de weg, tenzij de beroepsinstantie de eerdere uitspraak opschort. Tegen tussentijdse beschikkingen kan echter geen beroep worden ingesteld.

Beroepen tegen maatregelen of besluiten van deurwaarders inzake de tenuitvoerlegging van voorlopige maatregelen worden behandeld door districtsrechtbanken. Het recht om beroep in te stellen is ook van toepassing op derden die van mening zijn dat er beslag op hun eigendom(men) is gelegd als gevolg van de schuld van de schuldenaar.

Laatste update: 06/09/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Voorlopige en beschermende maatregelen - Zweden

1 De verschillende soorten maatregelen

Hoofdstuk 15 van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering (“rättegångsbalken”) bevat enkele fundamentele bepalingen inzake bewarende maatregelen. De algemene regel is dat er geen uitvoeringsmaatregel met betrekking tot een civielrechtelijke vordering kan worden genomen totdat een rechtbank uitspraak in de zaak heeft gedaan. De bepalingen inzake bewarende maatregelen vormen een uitzondering op deze regel. Bewarende maatregelen hebben over het algemeen tot doel om ervoor te zorgen dat de verliezende partij uitvoert wat na een toekomstige rechterlijke uitspraak van hem of haar zal worden verlangd.

De meest gebruikelijke bewarende maatregel is conservatoir beslag, d.w.z. dat een verzoeker beslag kan laten leggen op de eigendommen van de andere partij of het recht van vervreemding van de wederpartij op enige andere wijze kan laten intrekken.

Volgens hoofdstuk 15, afdeling 1, van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan conservatoir beslag worden verleend om de toekomstige uitvoering van een vonnis inzake een vordering te waarborgen. Als algemene regel moet een beslissing tot conservatoir beslag op grond van deze bepaling zodanig worden geformuleerd dat beslag wordt gelegd op eigendommen van de schuldenaar voor het bedrag van een bepaalde gespecificeerde vordering. In uitzonderlijke gevallen kan in de beslissing echter ook worden vermeld welke eigendommen in aanmerking komen voor conservatoir beslag.

Conservatoir beslag kan ook worden opgelegd om de toekomstige tenuitvoerlegging van een vonnis inzake een hoger recht op bepaalde eigendommen te waarborgen (hoofdstuk 15, afdeling 2, van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Voorbeelden van dergelijke vonnissen zijn vonnissen die inhouden dat de eiser een hoger recht op bepaalde aandelen heeft, of vonnissen die de verweerder verplichten om de aandelen onmiddellijk over te dragen.

Hoofdstuk 5, afdeling 3, van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat een algemene bepaling inzake het recht van de rechtbank om een geschikte maatregel voor de waarborging van de rechten van de verzoeker voor te schrijven. Deze bepaling wordt bijvoorbeeld toegepast in geval van dwangbevelen. Ook een vordering om bevestiging dat de verweerder niet het recht heeft om met bepaalde in een mededingingsclausule gespecificeerde goederen te werken wordt geacht onder het toepassingsgebied van deze bepaling te vallen.

Bovendien kan de rechtbank volgens hoofdstuk 15, afdeling 4, van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering in geval van een hoger recht op bepaalde eigendommen de teruggave van weggemaakte activa enz., gelasten.

Voorts wordt in hoofdstuk 15, afdeling 5, van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaald dat onder bepaalde voorwaarden een voorlopige bewarende maatregel kan worden opgelegd.

Daarnaast zijn er ook afzonderlijke bepalingen met betrekking tot bewarende maatregelen op enkele bijzondere gebieden, zoals het octrooirecht.

2 De voorwaarden om maatregelen te kunnen treffen

2.1 De procedure

Beslissingen inzake bewarende maatregelen worden door de rechtbank gegeven terwijl de gerechtelijke procedure nog loopt. Als er geen gerechtelijke procedure loopt, zijn de van toepassing zijnde bepalingen inzake de rechtbank die rechtsbevoegdheid heeft in grote lijnen dezelfde als die welk in civielrechtelijke zaken in het algemeen gelden.

De rechtbank kan niet uit eigen beweging de vraag opwerpen of er een bewarende maatregel moet worden getroffen. De partij die een dergelijke gerechtelijke beslissing wenst, moet daartoe een verzoek indienen. Indien er geen gerechtelijke procedure loopt, moet dit verzoek schriftelijk worden ingediend.

Er is geen verplichting dat een verzoeker moet worden bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat. Aan het aanhangig maken van gerechtelijke procedures bij Zweedse rechtbanken zijn geen kosten verbonden, met uitzondering van een vergoeding voor het indienen van het verzoek, die momenteel circa 450 SEK (circa 50 EUR) bedraagt.

2.2 De basisvereisten

Een voorwaarde voor het toekennen van maatregelen in overeenstemming met hoofdstuk 15, afdelingen 1 tot en met 3, van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering (“rättegångsbalken”) is dat de hoofdkwestie zelf (bijvoorbeeld een vordering overeenkomstig afdeling 1) het voorwerp van een rechtszaak of onderzoek in een andere, gelijkaardige procedure kan zijn (waaronder arbitrageprocedures).

Het Zweedse hooggerechtshof (“Högsta domstolen”) heeft geoordeeld dat conservatoir beslag of andere bewarende maatregelen overeenkomstig hoofdstuk 15 van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering ook kunnen worden verleend met betrekking tot vorderingen die door buitenlandse rechtbanken moeten worden behandeld mits de beslissing van de buitenlandse rechtbank in Zweden ten uitvoer kan worden gelegd.

Om conservatoir beslag overeenkomstig hoofdstuk 15, afdelingen 1 tot en met 3, van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering te kunnen leggen, moet ook aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • Eén vereiste is dat de verzoeker moet aantonen aannemelijke gronden te hebben voor zijn of haar vordering tegen een andere persoon en dat van deze gronden kan worden aangenomen dat ze het voorwerp van een rechtszaak of onderzoek in een andere, gelijkaardige procedure zouden kunnen zijn.
  • Ook moet de verzoeker aantonen dat “redelijkerwijs kan worden gevreesd” dat de andere partij, door met de noorderzon te vertrekken, eigendommen weg te halen of anderszins te werk te gaan, zijn of haar aansprakelijkheid voor de betaling van de schuld zal trachten te ontlopen (afdeling 1), dat de andere partij eigendommen zal wegnemen, aanzienlijk zal verminderen of anderszins van de hand zal doen ten nadele van de verzoeker (afdeling 2) of dat de andere partij, door bepaalde activiteiten te verrichten of verbintenissen aan te gaan of door na te laten om bepaalde handelingen te verrichten of anderszins, het voor de verzoeker onmogelijk of moeilijker zal maken om zijn of haar rechten uit te oefenen of de waarde van de eigendommen aanzienlijk zal doen verminderen (afdeling 3).
  • Om intussen een maatregel te kunnen opleggen, moet er ook een risico van schade als gevolg van vertraging bestaan. Dit heeft betrekking op het risico dat de tenuitvoerlegging van een beslissing in gevaar komt indien de maatregel niet onmiddellijk wordt opgelegd zonder de andere partij te horen. Indien de maatregel op deze manier wordt toegekend, wordt de beslissing aan de partijen toegezonden en wordt de verweerder opgedragen om opmerkingen te maken over de beslissing. Als opmerkingen worden ontvangen, moet de rechtbank onderzoeken of de maatregel in stand moet worden gehouden.
  • Tot slot kan de maatregel alleen worden toegekend als de verzoeker een zekerheid stelt voor eventuele schade die de andere partij mogelijk zal lijden. Indien de verzoeker niet in staat is om een zekerheid te stellen, maar tegelijkertijd aantoont dat hij of zij bijzondere gronden voor zijn of haar vordering heeft, heeft de rechtbank de mogelijkheid om de verzoeker vrij te stellen van de verplichting om een zekerheid te stellen.

3 Het doel en de aard van dergelijke maatregelen

3.1 Welke goederen kunnen het voorwerp uitmaken van dergelijke maatregelen?

De tenuitvoerlegging van beslissingen inzake conservatoir beslag in verband met een vordering bestaat uit de beslaglegging op eigendommen tot een bepaalde waarde. Over het geheel genomen zijn op beslag dezelfde beginselen van toepassing als op de tenuitvoerlegging van een vonnis. De eigendommen zullen echter niet worden verkocht.

In beginsel kan bij de tenuitvoerlegging van een vonnis beslag worden gelegd op elk type eigendom. De eigendommen kunnen roerende of onroerende zaken zijn.

Op bepaalde eigendommen kan geen beslag worden gelegd. Dat geldt bijvoorbeeld voor zogeheten “beneficiaire eigendommen”. Deze term heeft onder meer betrekking op:

  • kleding en andere objecten die zijn bedoeld voor persoonlijk gebruik door de schuldenaar, tot een redelijke waarde;
  • meubilair, huishoudelijke apparaten en andere zaken die nodig zijn voor het voeren van een huishouding;
  • instrumenten en andere uitrustingstukken die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van een beroep of het volgen van een beroepsopleiding door de schuldenaar;
  • persoonlijke bezittingen, zoals medailles en sportprijzen met een persoonlijke waarde voor de schuldenaar, waarvoor geldt dat het onbillijk zou zijn om er beslag op te leggen.

Eigendommen kunnen ook worden beschermd op grond van afzonderlijke wettelijke bepalingen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij schadeloosstelling.

Er kan geen conservatoir beslag worden gelegd op lonen en dergelijke voordat deze zijn uitgekeerd.

3.2 Wat zijn de gevolgen van dergelijke maatregelen?

Wanneer beslag wordt gelegd op eigendommen in verband met een schuld, mag de verweerder deze eigendommen niet overdragen of op andere wijze vervreemden ten nadele van de verzoeker. De Zweedse tenuitvoerleggingsinstantie (“Kronofogdemyndigheten”) kan echter uitzonderingen op het verbod op vervreemding toestaan indien er daarvoor bijzondere gronden zijn. Elke vervreemding die strijdig is met het verbod kan resulteren in strafrechtelijke aansprakelijkheid.

3.3 Is de geldigheid van de maatregelen beperkt in de tijd?

Wanneer een maatregel op grond van hoofdstuk 15, afdelingen 1 tot en met 3, van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering is toegekend, moet de verzoeker, indien dit niet reeds is gebeurd, binnen een maand na de datum van de beslissing een zaak met betrekking tot de vordering aanhangig maken. Indien de vordering in het kader van een andere procedure moet worden behandeld, moet de verzoeker in plaats daarvan maatregelen nemen die door die procedure worden voorgeschreven.

Als in de tussentijd de maatregel is toegekend, moet de beslissing aan de partijen worden toegezonden en moet de verweerder opdracht worden gegeven om opmerkingen over de beslissing in te dienen. Als deze opmerkingen worden ontvangen, moet de rechtbank onmiddellijk onderzoeken of de maatregel moet worden behouden.

Een maatregel moet onmiddellijk worden ingetrokken indien, nadat deze is toegekend, een zekerheid is gesteld die toereikend is om het doel van de maatregel te verwezenlijken.

4 Rechtsmiddelen tegen de maatregelen

Een kwestie die bewarende maatregelen behelst, moet worden beslecht bij een beslissing, zowel wanneer deze kwestie zich voordoet als procedurele kwestie in verband met de behandeling van een zaak als wanneer het nemen van bewarende maatregelen een afzonderlijke kwestie is.

In beide situaties kan de persoon tegen wie de beslissing is gericht daartegen beroep instellen. Een persoon die beroep wenst in te stellen tegen een beslissing van een arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”) moet dit schriftelijk en binnen drie weken vanaf de datum van de beslissing doen. Indien de beslissing niet tijdens een rechtszitting is gegeven en op geen enkele zitting is aangekondigd wanneer de beslissing zal worden gegeven, vangt de termijn voor het instellen van beroep aan op de datum waarop de appellant de beslissing ontvangt. Het beroep moet worden ingesteld bij het hof van beroep (“hovrätt”), maar moet worden ingediend bij de arrondissementsrechtbank (“tingsrätt”).

Indien de arrondissementsrechtbank in een civiele zaak een verzoek om een bewarende maatregel overeenkomstig hoofdstuk 15 van het Zweedse wetboek van burgerlijke rechtsvordering (‘rättegångsbalken’) heeft afgewezen of een beslissing over een dergelijke maatregel heeft ingetrokken, kan het hof van beroep de maatregel per direct en tot nader order van toepassing verklaren. Indien de arrondissementsrechtbank een dergelijke maatregel heeft toegekend of heeft verklaard dat de beslissing ten uitvoer kan worden gelegd hoewel de beslissing nog niet definitief en onherroepelijk is, kan het hof van beroep onmiddellijk beslissen dat de beslissing van de arrondissementsrechtbank tot nader order niet ten uitvoer mag worden gelegd.

Laatste update: 06/09/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.