Bewijsverkrijging

Portugal
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 De bewijslast

1.1 Wat zijn de rechtsregels betreffende de bewijslast?

De regel met betrekking tot de bewijslast is dat de partij waarop de bewijslast rust, moet aantonen dat de beweerde feiten waar zijn, zodat de geldigheid van het bij het gerecht aangevoerde argument kan worden beoordeeld.

Wat betreft de toewijzing van de bewijslast, d.w.z. welke partij de bewijslast moet dragen, is in artikel 342 van het burgerlijk wetboek een basisregel vastgelegd. Krachtens dat artikel moet de persoon die zich op een recht beroept, de feiten aantonen die bewijzen dat het recht bestaat en moet de tegenpartij de feiten aantonen die in de weg staan aan dat recht of waardoor het wordt gewijzigd of beëindigd. Feiten die het recht in de weg staan, zijn feiten die een obstakel vormen voor de daadwerkelijke vestiging van het recht. Feiten waardoor het recht wordt gewijzigd, zijn feiten die de reikwijdte veranderen van het recht dat is aangevoerd. Feiten waardoor een recht wordt beëindigd, zijn feiten die, nadat is vastgesteld dat een recht een geldig recht is, ertoe leiden dat dit niet langer het geval is. Bij twijfel moeten de feiten als constitutief worden beschouwd.

In het geval van een negatieve beoordelingsprocedure, waarbij de ene partij niet naar een beslissing tegen de andere partij streeft, maar slechts wenst dat het gerecht vaststelt dat een recht of feit niet bestaat, is het aan de verweerder (de partij tegen wie het geding is ingesteld) de elementen te bewijzen die het geclaimde recht vormen.

In gerechtelijke procedures die moeten worden ingesteld binnen een bepaalde termijn na de datum waarop de eiser (de partij die de procedure inleidt) zich bewust is geworden van een bepaald feit, is het aan de verweerder om te bewijzen dat de termijn al verstreken is, tenzij er bij wet speciaal een andere oplossing is vastgesteld.

Indien er voor het recht waarop de eiser zich beroept, een ontbindende voorwaarde (een onzekere gebeurtenis die zich in de toekomst moet voordoen om de gevolgen van de rechtshandeling tussen partijen in te laten treden) of een aanvankelijke termijn (tijdsmoment waarna het recht kan ontstaan) geldt, is het aan de verzoeker te bewijzen dat aan de voorwaarde is voldaan of dat de aanvankelijke termijn is verstreken. Indien er voor het recht een beëindigende voorwaarde (een onzekere gebeurtenis die zich in de toekomst moet voordoen om de gevolgen van de rechtshandeling tussen partijen te laten eindigen) of een eindtermijn (tijdsmoment waarna het recht eindigt) geldt, is het aan de verweerder te bewijzen dat aan de voorwaarde is voldaan of dat de eindtermijn is verstreken.

De hierboven genoemde regels worden omgekeerd als er sprake is van een rechtsvermoeden (gevolg dat, of conclusie die, de wet aan een bekend feit ontleent om een onbekend feit vast te stellen), vrijstelling van of ontslag uit de bewijslast of een geldige overeenkomst daarover, en, in het algemeen, alle gevallen waarin dit wettelijk zo is vastgesteld. De bewijslast wordt ook omgekeerd indien de tegenpartij het opzettelijk onmogelijk maakt dat het bewijs overgelegd kan worden door de partij die het moet verstrekken.

Een overeenkomst over het omkeren van de bewijslast is ongeldig indien het een onvervreemdbaar recht betreft (een recht waarvan een partij niet zomaar mag afzien door te verklaren dat men ervan wil afzien) of indien het door zo’n overeenkomst voor een van de partijen buitensporig moeilijk wordt het recht uit te oefenen. Ook een overeenkomst tot uitsluiting van bepaalde wettelijke bewijsmiddelen of tot het toestaan van een ander bewijsmiddel dan bij wet is vastgesteld, is ongeldig. Indien de uit het recht of de wet voortkomende beslissingen in verband met het bewijs gebaseerd zijn op redenen van openbaar beleid, zijn de desbetreffende overeenkomsten onder alle omstandigheden ongeldig.

Indien het bewijs wordt overgelegd door de partij waarop de bewijslast voor een bepaald feit rust, kan de tegenpartij tegenbewijs overleggen om voor twijfel te zorgen. Bij voldoende twijfel moet in het nadeel worden beslist van de partij die de verplichting had het feit in kwestie te bewijzen.

Tegen volledig wettelijk bewijs kan alleen bewijs worden ingebracht waaruit blijkt dat het feit dat er aanleiding toe gaf, niet waar is, onder voorbehoud van verdere restricties die specifiek bij wet zijn vastgesteld.

Eenieder die zich op gewoonte-, lokaal of buitenlands recht beroept, is ervoor verantwoordelijk te bewijzen dat dit recht bestaat en wat de inhoud ervan is, maar het gerecht moet ernaar streven de desbetreffende kennis ambtshalve te verkrijgen. Het gerecht is ook verantwoordelijk voor ambtshalve kennis telkens als het gerecht op basis van gewoonte-, lokaal of buitenlands recht moet beslissen en geen van de partijen zich erop beroepen heeft, of de tegenpartij het bestaan en de inhoud ervan heeft erkend of hiertegen geen verweer heeft ingesteld. Als het niet mogelijk is de inhoud van het toepasselijk recht te bepalen, past het gerecht de regels van het reguliere Portugese recht toe.

1.2 Bestaan er rechtsregels krachtens welke bepaalde feiten niet hoeven te worden bewezen? In welke gevallen? Kan bij deze vermoedens een tegenbewijs worden geleverd?

Ja, dergelijke regels bestaan.

Er is geen bewijs vereist voor bekende feiten, met andere woorden feiten die algemeen bekend zijn.

Er is ook geen bewijs vereist voor feiten waarmee het gerecht bekend is vanwege de uitoefening van de functies van het gerecht; indien het gerecht deze feiten wil gebruiken, moet er schriftelijk bewijs van de feiten aan de zaak worden gehecht.

Zo hoeft ook een partij met een rechtsvermoeden (zoals hierboven gedefinieerd) in haar voordeel het veronderstelde feit niet te bewijzen.

Tegen rechtsvermoedens kan tegenbewijs worden overgelegd, met uitzondering van gevallen waarin de wet zulks niet toestaat.

1.3 In welke mate moet de rechtbank overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel erop te mogen baseren?

Het gerecht beoordeelt het bewijs geheel naar eigen oordeel en de rechter neemt zijn beslissing op basis van zijn zorgvuldige overtuiging met betrekking tot elk feit.

De vrije beoordeling van bewijs betreft geen feiten waarvoor de wet speciale formaliteiten vereist om ze te bewijzen of die slechts kunnen worden bewezen aan de hand van documenten of die volledig zijn bewezen, hetzij door documenten, hetzij door instemming of een bekentenis van de partijen.

Het gerecht moet al het bewijs in overweging nemen, ongeacht of dit afkomstig is van de partij die het zou moeten leveren, en onder voorbehoud van bepalingen die stellen dat bewijs van een feit irrelevant is indien het niet door bepaalde belanghebbenden wordt overgelegd.

Elke twijfel over de waarheid van een feit of de bewijslast is in het nadeel van de partij die voordeel zou halen uit het feit.

2 Het verkrijgen van bewijs

2.1 Kan bewijsverkrijging enkel op verzoek van een partij plaatsvinden of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

De wet maakt het mogelijk de taak van bewijsverkrijging op initiatief van de rechter uit te voeren.

Het is de verantwoordelijkheid van de rechter om alle maatregelen te treffen of te bevelen, ook ambtshalve, die nodig zijn om de waarheid en de ware aard van het geschil aan het licht te brengen met betrekking tot de feiten die bekend moeten zijn.

De rechter kan in elke fase van het proces de partijen oproepen persoonlijk te verschijnen om een verklaring af te leggen met betrekking tot de feiten die van belang zijn voor de beslissing in kwestie.

Het is de verantwoordelijkheid van het gerecht om, ambtshalve of op verzoek van de partijen, om informatie, technische rapporten, plannen, foto’s, tekeningen, voorwerpen of andere documenten te verzoeken die nodig zijn om de waarheid aan het licht te brengen. Dergelijke verzoeken kunnen worden gericht tot overheidsinstanties, de procespartijen of derde partijen.

Als het gerecht dit gepast acht, kan het op eigen initiatief of op verzoek van een partij, zaken of personen onderzoeken. Dit moet zodanig gebeuren dat de integriteit van het privé- en gezinsleven en de menselijke waardigheid wordt veiliggesteld en het moet gericht zijn op het ophelderen van feiten die relevant zijn voor de beslissing in kwestie. Het gerecht kan een schouwing ter plaatse uitvoeren of een reconstructie van de gebeurtenissen laten uitvoeren als het dit nodig acht.

Als er tijdens het verloop van een rechtszaak redenen zijn om aan te nemen dat een persoon die niet als getuige is opgeroepen kennis heeft van feiten die belangrijk zijn voor het treffen van een juiste beslissing in de zaak, dient de rechter te gelasten dat die persoon gedagvaard wordt om voor de rechter bewijs te komen leveren.

De rechter mag ambtshalve deskundigen oproepen om verklaringen voor de rechter af te leggen.

2.2 Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

In het algemeen wordt bewijs aangeboden in combinatie met schriftelijke uiteenzettingen van de feiten van de zaak. Aan het eind van het verzoekschrift moet de verzoeker de lijst van getuigen opnemen en om andere vormen van bewijs verzoeken; indien de verweerder verweer instelt, moet de verweerder samen met het verweerschrift een lijst met getuigen indienen en om andere vormen van bewijs verzoeken. Het is de verzoeker toegestaan zijn/haar oorspronkelijke verzoekschrift te veranderen om bewijs te verkrijgen, en de verzoeker kan dit doen in zijn/haar reactie, indien van toepassing, of binnen 10 dagen na op de hoogte te zijn gesteld van het verweer. Indien de verweerder een tegenvordering instelt en de verzoeker hierop reageert, is het de verweerder toegestaan zijn/haar oorspronkelijke verzoekschrift aan te passen om bewijs te verkrijgen; dit kan binnen 10 dagen na ontvangst van de kennisgeving van de reactie worden gedaan.

In het algemeen vindt de bewijsverkrijging plaats tijdens de definitieve behandeling. Bij uitzondering kan er al eerder bewijs worden aangedragen. Bewijs kan de vorm aannemen van de getuigenis van personen, een deskundigenverklaring of bewijs dat is verzameld via gerechtelijk onderzoek. Om dergelijk bewijs al vroeg te laten leveren, moet er sprake zijn van gefundeerde vrees dat het onmogelijk of zeer moeilijk zou kunnen zijn om een getuigenis van bepaalde personen te verkrijgen tijdens de feitelijke behandeling bij de rechter of om bepaalde feiten door middel van expertise of inspectie te verifiëren.

Nadat verzoekschriften tot het verkrijgen van bewijs tijdens de voorbereidende behandeling ontvankelijk zijn verklaard, en dan ook nog aangepast kunnen worden, of indien dit niet van toepassing is op het bevoegde bevel, wordt de definitieve behandeling op de rol geplaatst nadat de wettelijke vertegenwoordigers zijn gehoord.

De lijst met getuigen mag ook worden aangevuld of gewijzigd tot twintig dagen voor de datum waarop de definitieve behandeling plaatsvindt en de tegenpartij wordt in kennis gesteld om desgewenst binnen vijf dagen van deze mogelijkheid gebruik te maken.

Behalve in gevallen waarin de omstandigheden rechtvaardigen dat de rechter de volgorde van rechtsgebeurtenissen wijzigt, start de bewijsgaring tijdens de definitieve behandeling met de partijen die hun verklaringen afleggen.

Vervolgens worden eventuele film- of geluidsopnames die deel uitmaken van het bewijs vertoond of ten gehore gebracht.

Dit kan worden gevolgd door mondelinge toelichtingen van deskundigen die op verzoek van een van de partijen of het gerecht zelf zijn opgeroepen om in het gerecht te verschijnen. Daarna worden de getuigen verhoord.

Na de bewijsgaring worden de feiten van de zaak besproken. Hierbij stellen de advocaten de conclusies vast, zowel feitelijk als rechtens, die zij hebben getrokken uit het overgelegde bewijs; elke advocaat mag één keer reageren.

Na afsluiting van de definitieve behandeling wordt de zaak aan de rechter voorgelegd. Deze geeft binnen 30 dagen een beslissing. Indien het gerecht van mening is niet voldoende geïnformeerd te zijn, kan het naar de rechtszaal terugkeren om de personen te horen die het wil horen en om de noodzakelijke stappen te gelasten die moeten worden genomen om zaken op te helderen waarover twijfel bestaat.

2.3 In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

Het verzoekschrift om bewijs te verkrijgen kan worden afgewezen indien het wordt ingediend buiten de termijn die wettelijk voor dit doel is vastgesteld.

Een verzoekschrift tot het verkrijgen van bewijs kan in de volgende omstandigheden geheel of gedeeltelijk worden afgewezen, zelfs als het tijdig is ingediend: het aantal getuigen voor een bepaalde soort procedure wordt overschreden (de getuigen waardoor de limiet wordt overschreden moeten worden afgewezen); de rechter acht een verzoekschrift voor deskundigenbewijs irrelevant of vertragend; iemand die als partij zou kunnen getuigen is als getuige op de lijst geplaatst; er wordt om door een partij afgelegde verklaringen gevraagd die oneerlijke of strafbare feiten betreffen waarvan de partij in kwestie wordt beschuldigd; of de partij wordt gevraagd om te getuigen over feiten die geen bekentenis betreffen. Ander bewijs dat niet toelaatbaar is, is bewijs waarvoor het staats- of beroepsgeheim geschonden wordt of moet worden waaraan ambtenaren zich moeten houden. Deze geheimhoudingsplicht mag echter krachtens de wettelijk vastgestelde voorwaarden worden opgeheven.

Daarna, gedurende de definitieve behandeling en nadat de getuige de eed heeft afgelegd, voert de rechter een voorbereidend verhoor waarmee hij tracht de identiteit van de getuige vast te stellen en te bepalen of de getuige een verwant, vriend of vijand van een van de partijen is, een afhankelijkheidsrelatie met partijen heeft, of een direct of indirect belang in de zaak heeft. Indien uit de antwoorden blijkt dat de partij die een verklaring aflegt, niet in staat is als getuige op te treden of niet de persoon is die is voorgesteld, staat de rechter die persoon niet toe te getuigen. Alleen wie niet aan een psychische stoornis leidt en fysiek en mentaal in staat is om een getuigenis af te leggen met betrekking tot de feiten die bewezen moeten worden, is bekwaam om een getuigenverklaring af te leggen, en de rechter is ervoor verantwoordelijk de natuurlijke bekwaamheid te beoordelen van personen die als getuigen op een lijst zijn geplaatst teneinde te bepalen of hun bewijs toelaatbaar en geloofwaardig is.

Bewijs in de vorm van een getuigenis wordt niet toegelaten indien bij wet of door de partijen is vastgesteld dat de zakelijke verklaring op schrift moet zijn gesteld of schriftelijk moet worden bewezen. Bewijs in de vorm van een getuigenis wordt ook niet toegelaten als de gebeurtenis volledig bewezen is door documenten of door andere middelen met volledige bewijskracht. Bewijs in de vorm van een getuigenis mag niet worden toegelaten indien het gebaseerd is op overeenkomsten die indruisen tegen of aanvullend zijn op de inhoud van authentieke of onderhandse documenten met volledige bewijskracht, ongeacht of de overeenkomsten eerder dan, tegelijkertijd met of na het opstellen van het document tot stand zijn gekomen.

2.4 Wat zijn de verschillende bewijsmiddelen?

De volgende bewijsmiddelen bestaan:

a)      Documenten;

b)      Bewijs door een bekentenis;

c)      De verklaringen van de partijen bij het geding;

d)     Deskundigenverslagen;

e)      Gerechtelijk onderzoek;

f)       De verklaringen van getuigen;

g)      Bewijs via de productie van voorwerpen;

h)      Aannames.

2.5 Wat zijn de methodes om bewijs te verkrijgen van getuigen en zijn deze verschillend van de middelen om bewijs te verkrijgen van deskundigen? Wat zijn de regels betreffende het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten/-adviezen?

De verschillen in de mate waarin bewijsmiddelen iets aantonen zijn niet afhankelijk van of het bewijs mondeling of schriftelijk wordt gegeven.

Het gerecht wordt alleen gebonden door bewijs met wettelijk vooraf vastgestelde bewijskracht en krachtens de gestelde voorwaarden en limieten: bewijs door authentieke of onderhandse documenten waarvan de authenticiteit met erkende middelen wordt vastgesteld (zie de artikelen 362 tot en met 387 van het burgerlijk wetboek), bekentenis (zie de artikelen 352 tot en met 360 van het burgerlijk wetboek) en rechtsvermoedens (de artikelen 349 tot en met 350 van het burgerlijk wetboek).

Het overige bewijs wordt beoordeeld volgens het beginsel van vrije beoordeling van bewijs zonder dat hiervoor regels gelden behalve de ervaringsregels, d.w.z. de algemene en abstracte beslissingen van causale gevolgen. Bewijs wordt beoordeeld overeenkomstig de overtuiging die de rechter met inachtneming van deze regels over de feiten heeft gevormd.

2.6 Hebben bepaalde bewijsmiddelen meer bewijskracht dan andere?

De wet kent inderdaad een verschillende mate van bewijskracht toe aan de verschillende bewijsmiddelen.

Indien de wet een specifieke mate van belang toekent aan bepaalde bewijsmiddelen of indien de wet een bepaalde speciale formaliteit vereist voor het bestaan of bewijs van een rechtsfeit, wordt de vrije beoordeling van bewijs terzijde geschoven en krijgen bepaalde bewijsmiddelen voorrang op andere. In gevallen van negatief wettelijk bewijs verbiedt de wet het gebruik van bepaalde soorten bewijs door de rechter om tot een beslissing te komen.

Wat betreft bewijsgaring door het vergaren van verklaringen van getuigen, het mondeling horen van deskundigen (als algemene regel worden deskundigen alleen maar tijdens de definitieve behandeling gehoord indien het nodig is mondelinge toelichting te geven, aangezien de resultaten van hun onderzoeken in schriftelijke verslagen worden opgenomen), gerechtelijke onderzoeken, onderzoeksverslagen en documenten waarvan bij wet niet is bepaald dat ze een speciale betekenis hebben, beoordeelt het gerecht al dergelijke bewijzen geheel naar eigen inzicht.

De bewijskracht van verklaringen van getuigen wordt geheel naar eigen inzicht door de rechter beoordeeld. De verklaring van een getuige kan echter niet worden gebruikt ter vervanging van een document dat krachtens de wet vereist is, noch om de inhoud van bepaalde documenten te weerleggen of aan te vullen.

De kracht van het bewijs dat wordt gegeven in de antwoorden van deskundigen wordt geheel naar eigen inzicht door het gerecht beoordeeld en hetzelfde is van toepassing wat betreft de resultaten van gerechtelijk onderzoek.

Authentieke documenten (dat wil zeggen documenten die op schrift zijn gesteld door een bevoegde openbare instantie of ambtenaar tijdens de uitoefening van zijn/haar bevoegdheden) worden beschouwd als volledig bewijs van het feit dat de feiten waarnaar ze verwijzen zijn uitgevoerd door de desbetreffende personen en dat de entiteit die het document opstelt de betreffende feiten op basis van haar inzicht als bewezen acht (dat wil zeggen dat dergelijke documenten een blijk van bewijs vertegenwoordigen waartegen alleen bewijs van het tegendeel kan worden aangevoerd). Onderhandse documenten met handtekeningen of een handschrift, of alleen een handtekening, die worden erkend of niet worden tegengesproken door de partij tegen wie het document wordt aangevoerd, of waarvan die persoon verklaart niet te weten of de handtekening en het handschrift van hem of haar zijn, ondanks dat ze aan die persoon zijn toegeschreven, of onderhandse documenten die geacht worden zowel wettelijk als justitieel authentiek te zijn, en onderhandse documenten met handtekeningen of handschrift die door een notaris officieel zijn bekrachtigd, kunnen worden gebruikt als bewijs van verklaringen die worden toegeschreven aan de schrijver ervan. Dit staat echter niet in de weg aan de mogelijkheid argumenten of bewijs van valsheid aan te voeren tegen dergelijke documenten. De feiten die in de verklaring worden opgenomen worden als bewezen beschouwd voor zover zij indruisen tegen de belangen van de partij die de verklaring aflegt. De verklaring moet echter in haar geheel in aanmerking worden genomen. Onderhandse documenten die notarieel zijn bekrachtigd hebben de bewijskracht van authentieke documenten, maar vervangen deze niet als de wet dergelijke documenten vereist om een handeling geldig te laten zijn.

Een schriftelijke gerechtelijke bekentenis heeft volledige bewijskracht tegen de persoon die de bekentenis aflegt. Een niet-gerechtelijke bekentenis, in de vorm van een authentiek of onderhands document, wordt als bewezen beschouwd krachtens de voorwaarden die van toepassing zijn op deze documenten en heeft, indien de bekentenis is afgelegd aan de andere partij of haar vertegenwoordiger, volledige bewijskracht.

Een niet-gerechtelijke bekentenis anders dan in de vorm van een document mag niet worden bewezen door getuigen in gevallen waarin bewijs in de vorm van een getuigenis niet wordt toegelaten; indien dit wel wordt toegelaten beoordeelt het gerecht de bewijskracht ervan geheel naar eigen oordeel.

Niet-schriftelijke gerechtelijke bekentenissen en niet-gerechtelijke bekentenissen die worden afgelegd aan een derde of in een testament zijn vervat, kunnen door het gerecht geheel naar eigen oordeel in overweging worden genomen.

Een bekentenis is geen bewijs tegen de persoon die bekent: a) indien bij wet wordt gesteld dat de bekentenis onvoldoende is of indien de bekentenis gebaseerd is op feiten die bij wet niet mogen worden erkend of onderzocht; b) indien de bekentenis gebaseerd is op feiten met betrekking tot onvervreemdbare rechten; c) indien het feit dat bekend wordt onmogelijk is of duidelijk niet bestaat.

2.7 Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

Ja, dit is het geval in Portugees recht.

Als de wet een document met een bepaald formeel karakter als zakelijke verklaring vereist, kan dit document niet worden vervangen door andere bewijsmiddelen of door een ander document, tenzij het vervangende bewijsmiddel of document grotere bewijskracht heeft.

Als de wet een speciale formaliteit vereist voor het bestaan of het bewijs van een rechtsfeit, dan moet aan deze formaliteit worden voldaan.

2.8 Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Alle personen, ongeacht of ze al dan niet partij zijn bij de zaak, dienen mee te werken aan het achterhalen van de waarheid. Ze moeten antwoorden op vragen, zich aan het nodige onderzoek onderwerpen, verstrekken wat er van hen verlangd wordt en de handelingen verrichten waartoe wordt besloten.

2.9 In welke gevallen kan een getuige zich beroepen op het verschoningsrecht?

De volgende getuigen hebben het recht te weigeren te getuigen, tenzij het een procedure voor het vaststellen van de geboorte of het overlijden van een kind betreft:

  • Bloedverwanten in de opgaande lijn in zaken die afstammelingen betreffen en adoptief ouders in zaken die geadopteerde kinderen betreffen en andersom;
  • Een schoonvader of -moeder in zaken die hun schoonzoon of -dochter betreffen en andersom;
  • Een echtgeno(o)t(e) of ex-echtgeno(o)t(e) in zaken waar een van de partijen de andere (ex-)echtgeno(o)t(e) is;
  • Wie met een van de partijen in een huwelijk volgens gewoonterecht leeft of heeft geleefd in omstandigheden vergelijkbaar met die van echtgenoten.

Het is de verantwoordelijkheid van de rechter de bovengenoemde personen te wijzen op hun recht te weigeren te getuigen.

Getuigen die gebonden zijn door beroepsgeheim, ambtsgeheim of staatsgeheim hebben het legitieme recht te weigeren te getuigen in verband met feiten waarop die geheimhouding van toepassing is.

2.10 Kan een persoon die weigert te getuigen, daartoe worden gedwongen? Kan hij worden gestraft?

Overeenkomstig het antwoord op de vorige vraag wordt aan personen die weigeren te getuigen geen sanctie opgelegd, noch wordt er van hen verlangd met het gerecht mee te werken, aangezien dit hun wettelijk recht is.

2.11 Zijn er personen van wie geen getuigenis kan worden verkregen?

Ja, er zijn personen van wie geen getuigenis kan worden verkregen.

Dit zijn personen die niet in staat zijn tot getuigen, vanwege een psychische stoornis en personen die lichamelijk of geestelijk niet bekwaam zijn om te getuigen inzake de te bewijzen feiten.

Het is de verantwoordelijkheid van de rechter om te bepalen of personen die als getuigen zijn opgeroepen bekwaam zijn.

Het is personen die als partij in de zaak een getuigenis mogen afleggen niet toegestaan als getuige een verklaring af te leggen.

2.12 Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologieën zoals videoconferencing?

Getuigen leggen tijdens de definitieve behandeling persoonlijk of via een videoconferentie getuigenis af, behalve in de volgende omstandigheden:

  • Als het bewijs in een eerder stadium wordt verkregen (dit kan gedaan worden als er sprake is van gefundeerde vrees dat het onmogelijk of zeer lastig kan zijn om een getuigenis te verkrijgen van een bepaalde persoon);
  • Als bewijs wordt vergaard op basis van een rechtshulpverzoek dat aan een Portugees consulaat wordt gestuurd;
  • Als bewijs wordt verkregen in de woonplaats of op het hoofdkantoor van de dienst waar een persoon werkt (een voorrecht dat op basis van wederkerigheid wordt verleend aan de president van de republiek en aan buitenlandse diplomaten);
  • Als het onmogelijk voor de getuige is om in het gerecht te verschijnen;
  • Als er gebruik wordt gemaakt van het voorrecht om schriftelijk getuigenis af te leggen.

De getuige moet nauwkeurig getuigenis afleggen en daarbij de reden en omstandigheden aangeven die zijn kennis van de feiten onderbouwen; voor zover mogelijk wordt de reden waarop men zich beroept voor de kennis in detail beschreven en goed gemotiveerd.

De advocaat van de partij die de getuige heeft opgeroepen, ondervraagt de getuige. De advocaat van de andere partij kan, ten aanzien van de feiten die in de getuigenis aan de orde komen, aan de getuige vragen stellen om de getuigenis aan te vullen of te verhelderen.

De rechter moet voorkomen dat de advocaten onbeleefd zijn ten opzichte van de getuigen en dat ze vragen stellen of zaken aanvoeren die irrelevant, suggestief, bedrieglijk of beledigend zijn.

Verhoren en kruisverhoren worden uitgevoerd door vertegenwoordigers van de partijen, zonder afbreuk te doen aan de informatie waarom de rechter verzoekt of het recht van de rechter om vragen te stellen waarvan de rechter denkt dat die passend zijn om de waarheid te kunnen achterhalen.

De rechter verhoort zelf indien dit nodig is om te zorgen dat de getuige zijn rust bewaart en om een einde te maken aan een ongepast kruisverhoor.

Voordat de getuige antwoord geeft op de gestelde vragen kan de getuige de zaak inzien, vragen om bepaalde documenten te mogen inzien die deel uitmaken van de zaak, of documenten overleggen die zijn getuigenis moeten staven; alleen documenten die de desbetreffende partij niet had kunnen aanbieden worden in ontvangst genomen en in het dossier opgenomen.

3 De waardering van het bewijs

3.1 Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

Onwettig verkregen bewijs mag door het gerecht niet in aanmerking worden genomen.

3.2 Geldt ook de verklaring van een partij als bewijs?

Ja, in aanvulling op de getuigenis van de partij zoals hierboven bedoeld, biedt het Portugese procesrecht de partijen de optie om verklaringen af te leggen.

De partijen mogen inderdaad, tot aan het begin van de mondelinge pleidooien in eerste aanleg, toestemming vragen om verklaringen af te leggen over feiten waarbij ze persoonlijk betrokken zijn geweest of waarover ze directe kennis hebben.

Het gerecht beoordeelt de verklaringen van de partijen geheel naar eigen oordeel, tenzij het een bekentenis betreft.

Zie in dit opzicht ook het antwoord op vraag 2.6

Aanvullende informatie

Wetgeving die van toepassing is

Burgerlijk wetboek

Wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Aanvullende informatie

Ministerie van Justitie

Parket van de procureur-generaal

Staatsblad

Database van juridische documenten

Laatste update: 30/04/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.