Bewijsverkrijging

Frankrijk
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 De bewijslast

1.1 Wat zijn de rechtsregels betreffende de bewijslast?

Volgens het burgerlijk wetboek moet hij die de uitvoering van een verbintenis vordert, het bestaan daarvan bewijzen. Omgekeerd moet hij die stelt bevrijd te zijn, het bewijs leveren van het tenietgaan van zijn verbintenis.

Elk van de partijen moet dus in beginsel het bewijs van de gestelde feiten leveren. Zo wordt in artikel 9 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaald dat de partijen volgens de eisen van de wet de feiten moeten bewijzen waarop zij hun vordering doen steunen.

1.2 Bestaan er rechtsregels krachtens welke bepaalde feiten niet hoeven te worden bewezen? In welke gevallen? Kan bij deze vermoedens een tegenbewijs worden geleverd?

In bepaalde gevallen bestaan er vermoedens; er wordt dan geen bewijs verlangd van feiten die niet of moeilijk kunnen worden bewezen.

De wettelijke vermoedens keren de bewijslast in zekere zin om voor de persoon die het gestelde feit moet bewijzen. In het algemeen gaat het om zogenaamde "weerlegbare" vermoedens, d.w.z. dat het tegendeel kan worden bewezen. Voorbeeld: het kind dat is geboren tijdens het huwelijk heeft de echtgenoot van de moeder tot vader, maar er kan wel een vordering tot betwisting van het vaderschap worden ingesteld.

In zeldzame gevallen gaat het om "onweerlegbare" vermoedens: er kan dan geen tegenbewijs worden geleverd.

1.3 In welke mate moet de rechtbank overtuigd zijn van een feit om zijn oordeel erop te mogen baseren?

De rechter kan zijn beslissing alleen baseren op bewezen of niet-betwiste feiten.

2 Het verkrijgen van bewijs

2.1 Kan bewijsverkrijging enkel op verzoek van een partij plaatsvinden of kan de rechter in bepaalde gevallen eigener beweging bewijs verkrijgen?

De rechter kan op verzoek van een partij een onderzoeksmaatregel gelasten, maar kan ook ambtshalve bewijs verkrijgen.

2.2 Als een verzoek tot leveren van bewijs is toegewezen, welke stappen volgen dan?

Indien de rechter op verzoek van een partij een onderzoeksmaatregel gelast, deelt de betrokken griffie aan de aangewezen deskundige mee wat zijn taak is; deze deskundige nodigt de partijen uit om alle door hem verrichte onderzoekshandelingen bij te wonen. Een deskundigenonderzoek kan pas van start gaan nadat de partij conform de beslissing van de rechter en ter waarborging van de betaling van de deskundige een geldsom (deposito) heeft betaald. Alle onderzoeksmaatregelen worden verricht in aanwezigheid van de partijen.

2.3 In welke gevallen kan de rechter een bewijsaanbod afwijzen?

De rechter kan een verzoek om een onderzoeksmaatregel afwijzen wanneer hij van oordeel is dat deze maatregel ertoe zou leiden de nalatigheid van een partij bij de bewijsvoering te herstellen dan wel wanneer hij van mening is dat deze maatregel niet nodig is voor de bewijsvoering.

2.4 Wat zijn de verschillende bewijsmiddelen?

In het Franse burgerlijk recht wordt het hieronder uiteengezette onderscheid gemaakt. Voor juridische feiten (bv. een ongeval) is het bewijs vrij en kan het dus op alle mogelijke manieren worden geleverd (documenten, getuigenissen enz.). Voor rechtshandelingen (overeenkomsten, schenkingen enz.) is in beginsel een schriftelijk bewijs vereist, maar de wet voorziet in uitzonderingen (bv. voor handelingen waarmee een bedrag is gemoeid dat een bepaalde, bij decreet vastgestelde drempel niet overschrijdt of wanneer er geen schriftelijk bewijs kan worden overgelegd). Er zij op gewezen dat tussen handelaren het beginsel van de vrijheid van bewijsvoering geldt, ook voor rechtshandelingen.

2.5 Wat zijn de methodes om bewijs te verkrijgen van getuigen en zijn deze verschillend van de middelen om bewijs te verkrijgen van deskundigen? Wat zijn de regels betreffende het overleggen van schriftelijk bewijs en deskundigenrapporten/-adviezen?

Van getuigen kan op twee verschillende wijzen bewijs worden verkregen: mondeling, in het kader van een onderzoeksprocedure, of schriftelijk, in de vorm van een verklaring waarbij aan bepaalde formele voorwaarden moet worden voldaan. In de schriftelijke verklaring moet met name de identiteit van de getuige worden vermeld en, in voorkomend geval, zijn bloed- of aanverwantschap, zijn band van ondergeschiktheid of samenwerking dan wel zijn gemeenschappelijke belangen met een van de partijen. In de verklaring wordt voorts vermeld dat zij is opgesteld met het oog op haar overlegging in rechte en dat de auteur op de hoogte is van het feit dat een valse verklaring kan leiden tot strafrechtelijke sancties. Het getuigenbewijs kan ook worden neergelegd in een akte van bekendheid (d.w.z. een door een rechter of openbare ambtenaar opgesteld document waarin de verklaringen van meerdere getuigen over de te bewijzen feiten zijn opgenomen).

Een deskundigenonderzoek verschilt van een getuigenverklaring omdat het daarbij gaat om een onderzoeksmaatregel waarbij een bijzonder bekwame persoon de opdracht krijgt om een louter technisch advies uit te brengen, nadat de partijen werd verzocht hun standpunt ter zake uiteen te zetten. Het deskundigenadvies wordt mondeling of schriftelijk gegeven. In dat laatste geval wordt het advies neergelegd in een verslag, dat onder meer schriftelijke opmerkingen van de partijen bevat. De rechter is niet gebonden door het advies van de deskundige.

2.6 Hebben bepaalde bewijsmiddelen meer bewijskracht dan andere?

Authentieke akten worden verleden door openbare ambtenaren (notarissen, gerechtsdeurwaarders) in de uitoefening van hun ambt. Zij leveren tussen partijen bewijs op, behoudens in het geval van betichting van valsheid.

Onderhandse akten worden zonder interventie van een openbare ambtenaar door de partijen zelf opgesteld en door hen ondertekend; zij leveren tussen partijen bewijs op, behoudens in het geval van tegenbewijs.

De beoordeling van het getuigenbewijs en van de andere bewijsmiddelen wordt aan de rechter overgelaten.

2.7 Zijn voor het bewijzen van bepaalde feiten bepaalde bewijsmiddelen verplicht?

Er is een schriftelijk bewijs vereist voor alle rechtshandelingen die het drempelbedrag van 1 500 EUR overschrijden (zie ook punt 2.4). Het bewijs van een juridisch feit kan daarentegen door alle middelen worden geleverd.

2.8 Zijn getuigen wettelijk verplicht te getuigen?

Iedere persoon moet met het gerecht samenwerken met het oog op de waarheidsvinding.

2.9 In welke gevallen kan een getuige zich beroepen op het verschoningsrecht?

Een persoon die in het bezit is van informatie die hij in het kader van de uitoefening van zijn beroep heeft verzameld en die onder het beroepsgeheim valt, moet weigeren te getuigen; een schending van deze regel kan strafrechtelijk worden vervolgd. Een persoon kan bovendien ook op ad hoc basis weigeren te getuigen, wanneer er sprake is van een wettige verhindering (voorbeelden: onmogelijkheid zich te verplaatsen, ziekte, beroepsredenen). De rechter zal beoordelen of deze verhindering wettig is.

2.10 Kan een persoon die weigert te getuigen, daartoe worden gedwongen? Kan hij worden gestraft?

Getuigen die niet verschijnen en getuigen die zonder wettige reden weigeren te getuigen of de eed af te leggen, kunnen worden veroordeeld tot een civiele geldboete van maximaal 3 000 EUR.

Bovendien kan ook meineed strafrechtelijk worden bestraft.

2.11 Zijn er personen van wie geen getuigenis kan worden verkregen?

Iedere persoon kan als getuige worden gehoord, behalve personen die onbekwaam zijn om in rechte te getuigen, met inbegrip van handelingsonbekwame personen (minderjarigen en beschermde meerderjarigen) of bepaalde strafrechtelijk veroordeelde personen (verlies van burgerrechten). Ter informatie kan de rechter deze personen echter wel horen, zonder hen echter de eed te laten afleggen. In echtscheidingsprocedures of procedures inzake scheiding van tafel en bed kunnen de descendenten van de betrokken echtgenoten niet getuigen.

2.12 Wat is de rol van de rechter en van de partijen bij het horen van een getuige? Onder welke voorwaarden kan een getuige worden gehoord via nieuwe technologieën zoals videoconferencing?

De rechter heeft de leiding van het getuigenverhoor en stelt de vragen. Wanneer de partijen aanwezig zijn, mogen zij de getuige niet onderbreken en hem geen directe vragen stellen, teneinde deze getuige niet te beïnvloeden. De rechter stelt, indien hij dat nodig acht, de vragen die de partijen aan de getuige wensen te stellen.

Niets belet dat de rechter een geluids-, beeld- of audiovisuele opname laat maken van onderzoekshandelingen, wanneer de omstandigheden zulks vereisen (bv. geografische afstand).

3 De waardering van het bewijs

3.1 Gelden voor de rechter beperkingen om tot zijn oordeel te komen op basis van onrechtmatig verkregen bewijs?

De rechter houdt geen rekening met bewijs dat op frauduleuze wijze is verkregen (bv. met een verborgen camera, of opnames van telefoongesprekken zonder dat de betrokkene daarvan op de hoogte was) of waarbij de privacy is geschonden.

3.2 Geldt ook de verklaring van een partij als bewijs?

De verklaringen van procespartijen gelden niet als bewijs.

Links

De website Legifrance

Laatste update: 14/11/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website