Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Engels) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
Swipe to change

Nationale wetgeving

Schotland

Op deze pagina vindt u informatie over het recht en juridische gegevensbanken in het Verenigd Koninkrijk, met speciale aandacht voor Schotland.

Inhoud aangereikt door
Schotland

Rechtsbronnen

De belangrijkste rechtsbronnen voor het rechtsgebied Schotland van het Verenigd Koninkrijk zijn:

  • primaire wetgeving in de vorm van wetten van het Britse parlement en wetten van het Schotse parlement
  • EU-recht
  • Secundaire (of afgeleide) wetgeving in de vorm van wetgevingsinstrumenten en Schotse wetgevingsinstrumenten. Soms komt afgeleide wetgeving ook tot stand als maatregelen van bestuur;
  • Het common law, zoals ontwikkeld via rechterlijke beslissingen.

Soorten rechtsinstrumenten – beschrijving

Primaire wetgeving, ofwel de parlementaire wetten, komt tot stand in het Britse parlement in Londen en kan van toepassing zijn in het gehele Verenigd Koninkrijk of delen ervan. Het Britse parlement heeft ook goedkeuring verleend aan de delegatie van wetgevingsbevoegdheden aan de gedelegeerde parlementen en assemblees, in het kader waarvan zij primaire wetgeving binnen een beperkt aantal gebieden kunnen aannemen die in hun eigen rechtsgebieden van toepassing is. De Kroon kan verder ook primaire wetgeving maken in verschillende vormen, zoals Orders in Council, Proclamations (koninklijke besluiten), Royal Warrants (koninklijke beschikkingen), Royal Instructions (koninklijke aanwijzingen), Regulations (verordeningen) en Letters Patent (open brieven).

Secundaire wetgeving wordt ontworpen in het kader van de bevoegdheden die zijn verleend door Her Majesty in Council, ministers, ministeries, de Schotse ministers, of een andere instelling of persoon. Dit wordt gedelegeerde of secundaire wetgeving genoemd en de wet die de betreffende bevoegdheid overdraagt staat bekend als een Enabling Act (ook wel Empowering Act of Parent Act). Secundaire wetgeving kan verschillende benamingen hebben, zoals Orders in Council (regeringsbesluiten), Regulations of Rules (bestuurlijke besluiten), die gezamenlijk kunnen worden aangeduid als "statutory instruments" (wetgevingsinstrumenten) of “statutory rules” (statutaire voorschriften).

Met de Scotland Act 1998 werden meer bevoegdheden verleend en gedelegeerd aan het Schotse parlement in Edinburgh. Daarmee werd (naar aanleiding van een referendum) het eigen parlement van Schotland, dat ten tijde van de eenwording met Engeland en Wales in 1707 was opgeheven, in ere hersteld. Daar Schotland evenwel nog steeds deel uitmaakt van het VK, is het Britse parlement nog steeds bevoegd om op bepaalde gebieden wetgeving vast te stellen. Primaire wetgeving kan door het Schotse parlement worden vastgesteld op de rechtsgebieden die krachtens de Scotland Act 1998 (en de Scotland Act 2012) onder zijn bevoegdheid zijn gekomen. Deze rechtsgebieden omvatten gezondheidszorg; onderwijs; lokaal bestuur; maatschappelijk werk; huisvesting; ruimtelijke ordening; toerisme en economische ontwikkeling; bepaalde aspecten van vervoer; justitie; vrijheid en veiligheid, met inbegrip van de meeste aspecten van het privaat- en strafrecht; politie en brandweerdiensten; veel milieuaspecten; landbouw en visserij; sport; kunst; en de tenuitvoerlegging van internationale verplichtingen in gedelegeerde gebieden. Door de Scotland Act 2012 zijn de gedelegeerde bevoegdheden verruimd op bepaalde gebieden, waaronder een aantal belastingaspecten. Schotse wetgevingsinstrumenten kunnen ook worden aangenomen door ministers in het kader van de bevoegdheden die zijn gedelegeerd door middel van wetten van het Britse parlement of wetten van het Schotse parlement.

De bevoegdheid om internationale verdragen te sluiten namens het Verenigd Koninkrijk berust bij de Kroon, dat wil zeggen bij de Sovereign under the Royal Prerogative, die daarbij op advies van de Britse regering handelt. Het Britse Parlement speelt bij de totstandbrenging van verdragen geen formele rol, maar wanneer een verdrag een wetswijziging of een toewijzing van overheidsmiddelen vereist, zal hierover op de gebruikelijke manier in het parlement worden gestemd. Alle EU-verdragen vereisen wetgeving voor hun tenuitvoerlegging in het VK en zijn derhalve aan de controle van het parlement onderworpen. Na de inwerkingtreding van de Constitutional Reform and Governance Act 2010 zal een verdrag pas kunnen worden geratificeerd als a) een minister het parlement een exemplaar van het verdrag voor behandeling in eerste lezing heeft voorgelegd, b) het verdrag is gepubliceerd en c) een termijn van 21 zittingsdagen is verstreken waarin noch het Lager- noch het Hogerhuis zich tegen ratificatie heeft uitgesproken.

Normenhiërarchie

Wanneer zich tussen de verschillende rechtsbronnen conflicten voordoen, wordt in de eerste plaats de rechter ingeschakeld om deze tot een oplossing te brengen. Rechterlijke instanties kunnen derhalve geschillen over de interpretatie van wetgeving beslechten. Aangezien het VK echter geen "geschreven grondwet" kent, is het niet mogelijk een parlementaire wet aan te vechten met het argument dat deze "ongrondwettig" zou zijn. Het in het VK gehanteerde constitutionele grondbeginsel van "parlementaire soevereiniteit" houdt in dat het Britse parlement de opperste wetgevende autoriteit is, in die zin dat het enigerlei wet mag vaststellen of intrekken en dat geen andere instantie een parlementaire wet mag intrekken of de geldigheid ervan in twijfel mag trekken.

Het grondbeginsel van de parlementaire soevereiniteit wordt evenwel verzwakt door het feit dat het Verenigd Koninkrijk een lidstaat van de Europese Unie is. Krachtens de Britse European Communities Act 1972 maakt het EU-recht deel uit van het recht van Engeland en Wales (en Schotland en Noord-Ierland). Nationale wetgeving moet, indien mogelijk, worden uitgelegd in overeenstemming met het EU-recht.

De Human Rights Act 1998, waarmee het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens in het recht van het Verenigd Koninkrijk werd opgenomen, geeft de rechtbank nog een mogelijkheid om de geldigheid van parlementaire wetten in twijfel te trekken. Voor zover mogelijk moet de nationale wetgeving worden uitgelegd in overeenstemming met de uit bovenvermeld verdrag voortvloeiende rechten.

Beslissingen van de rechterlijke instanties, en in het bijzonder van de appeal courts (appelrechtbanken), vervullen een belangrijke rol bij de rechtsontwikkeling. Rechterlijke beslissingen zijn niet alleen gezaghebbend voor de uitlegging van de wetgeving, maar vormen ook de grondslag van het common law-systeem, dat is afgeleid van beslissingen van rechters in eerdere zaken (jurisprudentie). Het algemene beginsel is dat een rechterlijke instantie gebonden is door eerdere beslissingen van een hogere rechterlijke instantie. Met betrekking tot het EU-recht is het Europees Hof van Justitie de hoogste autoriteit. Het High Court of Justiciary is het hoogste strafhof in Schotland, en de Law Lords in het House of Lords fungeerden als het hooggerechtshof voor civiele zaken in Schotland. Op 1 oktober 2009 zijn zij echter vervangen door het nieuwe Supreme Court. De Law Lords zijn nu de eerste raadsheren van dit Hooggerechtshof en de Senior Law Lord is president.

Institutioneel kader

Instellingen belast met de vaststelling van rechtsvoorschriften en het besluitvormingsproces

De primaire wetgeving wordt vastgesteld door het Britse parlement in Londen. Voordat een wetsontwerp (een Bill) parlementaire wet kan worden, moet het door beide kamers van het parlement (Houses of Parliament) worden goedgekeurd: het House of Commons (Lagerhuis) en het House of Lords (Hogerhuis). De volgende fasen worden daarbij doorlopen:

  • eerste lezing (formele indiening van het wetsontwerp zonder debat);
  • tweede lezing (debat);
  • commissiefase (uitvoerige bespreking door een commissie, debat en amendementen. In het Lagerhuis gebeurt dit meestal in een openbare commissie, een Public Bill Committee);
  • verslagfase (gelegenheid om verdere amendementen in te dienen);
  • derde lezing (laatste gelegenheid voor debat; amendementen zijn mogelijk in het Hogerhuis).

Wanneer een wetsontwerp door beide kamers beoordeeld is, keert het terug naar de oorspronkelijke kamer (waar het in eerste instantie is ingediend), waar dan de amendementen van de andere kamer worden besproken.

Beide kamers moeten instemmen met de definitieve tekst. Een wetsontwerp kan meermalen tussen de kamers heen en weer gaan voordat overeenstemming wordt bereikt over ieder woord ervan. Is dit eenmaal het geval, dan kan het worden doorgestuurd ter verkrijging van de Royal Assent (koninklijke bekrachtiging).

In het Schotse parlement vindt een soortgelijk proces plaats, met de indiening van een Bill, bespreking, debat en stemming, hoewel het gedelegeerde parlement slechts een enkele kamer heeft. Het proces bestaat uit drie fasen:

  • Fase 1: De betreffende parlementaire commissie neemt nota van de Bill en stelt een verslag op over de algemene beginselen van de Bill. Vervolgens wordt in een parlementaire vergadering het verslag besproken en gedebatteerd over goedkeuring van de algemene beginselen van de Bill. Als het parlement zijn goedkeuring geeft, gaat de Bill naar fase 2.
  • Fase 2: De Bill wordt in detail bestudeerd door een commissie of in enkele gevallen door een commissie van het hele parlement. In deze fase kan de Bill door middel van amendementen worden gewijzigd.
  • Fase 3: De Bill wordt opnieuw besproken tijdens een vergadering van het parlement. Er kunnen verdere amendementen worden doorgevoerd, waarna het parlement debatteert en de definitieve vorm van de Bill vaststelt.

Wanneer een wetsontwerp alle parlementaire fasen in het Britse of het Schotse parlement heeft doorlopen, wordt het ter verkrijging van de Royal Assent naar de koningin gezonden, waarna het een wet wordt (Act). In Schotland geldt een periode van vier weken waarin de Law Officers bezwaar kunnen maken tegen de wet als zij van mening zijn dat deze buiten de wetgevingsbevoegdheden van het Schotse parlement valt.

Primaire wetgeving kan in principe alleen door middel van nieuwe primaire wetgeving worden geamendeerd of ingetrokken. In uitzonderlijke gevallen kunnen wetten echter geamendeerd of ingetrokken worden door middel van een wetgevingsinstrument, bijvoorbeeld wanneer er EU-verplichtingen of wetgevingshervormingen ter vermindering of afschaffing van administratieve lasten geïmplementeerd moeten worden. Dergelijke regelingen moeten echter door beide kamers van het Britse parlement worden bevestigd en goedgekeurd (affirmative resolution) voordat ze definitief worden.

Primaire wetgeving treedt in werking in overeenstemming met de inwerkingtredingsbepalingen in de betreffende wet. In wetten en maatregelen kan een specifieke datum voor inwerkingtreding worden aangegeven. Het kan zijn dat dit direct na verkrijging van de Royal Assent is, op een specifiek aangegeven datum (meestal ten minste twee maanden na de Royal Assent) of op een door een minister of ministerie door middel van een Commencement Order (wetgevingsinstrument) aan te geven datum. Voor verschillende wetsartikelen kunnen verschillende inwerkingtredingsdata worden vastgesteld.

De inwerkingtredingsdatum voor secundaire wetgeving wordt in het algemeen in het instrument zelf aangegeven. In uitzonderlijke gevallen wordt deze datum vastgesteld in een kennisgeving in een van de publicatiebladen (de London Gazette of de Edinburgh Gazette).

Juridische gegevensbanken

Er is een aantal juridische gegevensbanken.

  • Op de website van de Office of Public Sector Information (OPSI) is de volledige tekst te vinden van alle primaire wetgeving die is vastgesteld door het Britse parlement, het Schotse Parlement, de Northern Ireland Assembly en de National Assembly for Wales, evenals alle secundaire wetgeving die van toepassing is in (delen van) het Verenigd Koninkrijk. Deze informatie is gratis toegankelijk.
  • Herziene primaire wetgeving vanaf 1235 tot op heden die alle onderdelen van het Verenigd Koninkrijk betreft, is ook te vinden in de UK Statute Law Database. Deze gegevensbank is gratis toegankelijk.

Hoewel alle Schotse wetgeving beschikbaar is op de website van de OPSI, is alle primaire en secundaire Schotse wetgeving die sinds de delegatie in 1999 is ontworpen en ten uitvoer is gelegd ook beschikbaar op de website van de Office of the Queen's Printer for Scotland. Deze informatie is gratis toegankelijk.

De website Legislation.gov.uk, die zowel de website van de OPSI als de website van de Statute Law Database omvat, en waarop bovendien de op de website van de Office of the Queen's Printer for Scotland gepubliceerde wetgeving is overgenomen, is de officiële pagina van alle wetgeving van het VK.

Links

Office of Public Sector Information (OPSI), Statute Law Databaselegislation.gov.uk, Office of the Queen’s Printer for Scotland

Laatste update: 30/04/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website