Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Engels) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
Swipe to change

Nationale wetgeving

Noord-Ierland

Op deze pagina vindt u informatie over het recht en juridische gegevensbanken in het Verenigd Koninkrijk, met speciale aandacht voor Noord-Ierland.

Inhoud aangereikt door
Noord-Ierland
Er bestaat geen officiële vertaling in de door u gewenste taal.
U kunt van deze tekst wel een automatische vertaling raadplegen. Let op: zo'n automatische vertaling dient alleen ter informatie. De beheerder van deze website kan niet instaan voor de kwaliteit van die vertaling.

Rechtsbronnen

De belangrijkste rechtsbronnen voor het rechtsgebied Noord-Ierland van het Verenigd Koninkrijk zijn:

  • primaire wetgeving in de vorm van wetten van het parlement van het Verenigd Koninkrijk en wetten van de Northern Ireland Assembly. Soms komt primaire wetgeving voor Noord-Ierland ook tot stand via Orders in Council (wetgevingsinstrumenten);
  • EU‑recht;
  • secundaire (of afgeleide) wetgeving in de vorm van wetgevingsinstrumenten en statutaire voorschriften voor Noord-Ierland. Soms komt afgeleide wetgeving ook tot stand als maatregelen van bestuur;
  • het common law zoals tot stand gekomen via rechterlijke uitspraken.

Soorten rechtsinstrumenten – beschrijving

Primaire wetgeving, oftewel de parlementaire wetten, komt tot stand in het parlement in Londen en kan van toepassing zijn in het gehele Verenigd Koninkrijk of delen ervan. Het Britse parlement heeft daarnaast zijn goedkeuring gehecht aan de overdracht van wetgevingsbevoegdheden aan de gedecentraliseerde parlementen en assembly’s, die zelf primaire wetgeving kunnen aannemen over een beperkt aantal onderwerpen voor hun eigen rechtsgebieden. De Kroon kan verder ook primaire wetgeving aannemen in verschillende vormen, zoals Orders in Council, Proclamations (koninklijke besluiten), Royal Warrants (koninklijke beschikkingen), Royal Instructions (koninklijke aanwijzingen), Regulations (verordeningen) en Letters Patent (open brieven).

Secundaire wetgeving komt tot stand krachtens bevoegdheden verleend door de Kroon aan ministers, ministeries, de Northern Ireland Executive, of andere instanties of personen. Dit wordt gedelegeerde of secundaire wetgeving genoemd en de wet die de betreffende bevoegdheid overdraagt staat bekend als een enabling Act (ook wel empowering Act of parent Act). Secundaire wetgeving kan verschillende benamingen hebben, zoals Orders in Council (regeringsbesluiten), Regulations of Rules (bestuurlijke besluiten), die gezamenlijk kunnen worden aangeduid als "statutory instruments" (wetgevingsinstrumenten) of “statutory rules” (statutaire voorschriften).

In Noord-Ierland omvat de wetgeving wetten (acts/statutes), die wetten kunnen zijn van het Britse parlement, het Noord-Ierse parlement (1921-1972) of van de Northern Ireland Assembly in Belfast. De decentrale regeringen in Noord-Ierland zijn verschillende keren opgeschort en veel wetgeving is toen vervat in Orders in Council, welke technische gezien secundaire wetgeving zijn, maar als primaire wetgeving worden gebruikt. De wetgeving in Noord-Ierland omvat ook statutaire voorschriften (secundaire of afgeleide wetgeving) vastgesteld op basis van een wet van het Britse parlement, een Order in Council of een wet van de Northern Ireland Assembly.

De bevoegdheid om internationale verdragen te sluiten namens het Verenigd Koninkrijk berust bij de Kroon, dat wil zeggen bij de Sovereign under the Royal Prerogative, die daarbij op advies van de Britse regering handelt. Het Britse Parlement speelt bij de totstandbrenging van verdragen geen formele rol, maar wanneer een verdrag een wetswijziging of een toewijzing van overheidsmiddelen vereist, zal hierover op de gebruikelijke manier een stemming in het parlement worden gehouden. Alle EU-verdragen vereisen wetgeving voor hun tenuitvoerlegging in het VK en zijn derhalve aan de controle van het parlement onderworpen. De artikelen 20 tot en met 25 van de Constitutional Reform and Governance Act 2010 zijn op 11 november 2010 in werking getreden en hierin is bepaald dat een verdrag pas kan worden geratificeerd als a) een minister het parlement een exemplaar van het verdrag voor behandeling in eerste lezing heeft voorgelegd, b) het verdrag is gepubliceerd en c) een termijn van 21 zittingsdagen is verstreken waarin noch het Lager- noch het Hogerhuis zich tegen ratificatie heeft uitgesproken.

Normenhiërarchie

Wanneer zich tussen de verschillende rechtsbronnen conflicten voordoen, wordt in de eerste plaats de rechter ingeschakeld om deze tot een oplossing te brengen. Rechterlijke instanties kunnen derhalve geschillen over de interpretatie van wetgeving beslechten. Aangezien het VK echter geen "geschreven grondwet" kent, is het niet mogelijk een parlementaire wet aan te vechten met het argument dat deze "ongrondwettig" zou zijn. Het in het VK gehanteerde constitutionele grondbeginsel van "parlementaire soevereiniteit" houdt in dat het Britse parlement de opperste wetgevende autoriteit is, in die zin dat het enigerlei wet mag vaststellen of intrekken en dat geen andere instantie een parlementaire wet mag intrekken of de geldigheid ervan in twijfel mag trekken.

Het grondbeginsel van de parlementaire soevereiniteit wordt evenwel verzwakt door het feit dat het Verenigd Koninkrijk een lidstaat van de Europese Unie is. Krachtens de Britse European Communities Act 1972 maakt het EU‑recht deel uit van het recht van Noord-Ierland. Nationale wetgeving moet, indien mogelijk, worden uitgelegd in overeenstemming met het EU‑recht.

De Human Rights Act 1998, waarmee het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens in het recht van het Verenigd Koninkrijk werd opgenomen, geeft de rechtbank nog een mogelijkheid om de geldigheid van parlementaire wetten in twijfel te trekken. Voor zover mogelijk moet de nationale wetgeving worden uitgelegd in overeenstemming met de uit bovenvermeld verdrag voortvloeiende rechten.

Beslissingen van de rechterlijke instanties, en in het bijzonder van de appeal courts (appelrechtbanken), vervullen een belangrijke rol bij de rechtsontwikkeling. Rechterlijke beslissingen zijn niet alleen gezaghebbend voor de uitlegging van de wetgeving, maar vormen ook de grondslag van het common law‑systeem, dat is afgeleid van beslissingen van rechters in eerdere zaken (jurisprudentie). Het algemene beginsel is dat een rechterlijke instantie gebonden is door eerdere beslissingen van een hogere rechterlijke instantie. Met betrekking tot het EU‑recht is het Europees Hof van Justitie de hoogste autoriteit. De Law Lords in het House of Lords (Hogerhuis) hebben gefungeerd als het hooggerechtshof van het Verenigd Koninkrijk, maar met ingang van 1 oktober 2009 zijn zij vervangen door het nieuwe Supreme Court. De Law Lords zijn nu de eerste raadsheren van dit Hooggerechtshof en de Senior Law Lord is president.

Institutioneel kader

Instellingen belast met de vaststelling van rechtsvoorschriften en het besluitvormingsproces

De primaire wetgeving wordt vastgesteld door het Britse parlement in Londen. Voordat een wetsontwerp (een Bill) parlementaire wet kan worden, moet het door beide kamers van het parlement (Houses of Parliament) worden goedgekeurd: het House of Commons (Lagerhuis) en het House of Lords (Hogerhuis). De volgende fasen worden daarbij doorlopen:

  • eerste lezing (formele indiening van het wetsontwerp zonder debat);
  • tweede lezing (debat);
  • commissiefase (uitvoerige bespreking door een commissie, debat en amendementen. In het Lagerhuis gebeurt dit meestal in een openbare commissie, een Public Bill Committee.)
  • verslagfase (gelegenheid om verdere amendementen in te dienen);
  • derde lezing (laatste gelegenheid voor debat; amendementen zijn mogelijk in het Hogerhuis).

Wanneer een wetsontwerp door beide kamers beoordeeld is, keert het terug naar de oorspronkelijke kamer (waar het in eerste instantie is ingediend), waar dan de amendementen van de andere kamer worden besproken.

Beide kamers moeten instemmen met de definitieve tekst. Een wetsontwerp kan meermalen tussen de kamers heen en weer gaan voordat overeenstemming wordt bereikt over ieder woord ervan. Is dit eenmaal het geval, dan wordt het ter verkrijging van de Royal Assent (koninklijke bekrachtiging) voorgelegd.

In de Northern Ireland Assembly vindt een vergelijkbaar proces plaats (formele indiening, bespreking, debat en stemming), al kent deze slechts een enkele kamer. Ministers, commissies en individuele leden kunnen een wetsontwerp aan de speaker (voorzitter) van de Assembly voorleggen. Nadat de Speaker heeft vastgesteld dat de voorstellen binnen de bevoegdheden van de Assembly vallen, wordt het wetsontwerp ingediend en is er een debat over in de kamer. Het wordt dan voor nader onderzoek naar de geschikte statutaire commissie verwezen. De commissie doet verslag aan de Assembly, zodat de leden de details van het wetsontwerp kunnen overwegen en amendementen kunnen voorstellen. De Assembly als geheel buigt zich dan nogmaals over het wetsontwerp en er vindt een eindstemming plaats.

Wanneer een wetsontwerp alle parlementaire fasen in het Britse parlement of in de Northern Ireland Assembly heeft doorlopen, wordt het ter verkrijging van de Royal Assent naar de koningin gezonden, waarna het een wet wordt.

Primaire wetgeving kan in principe alleen door middel van nieuwe primaire wetgeving worden geamendeerd of ingetrokken. In uitzonderlijke gevallen kunnen wetten echter geamendeerd of ingetrokken worden door middel van een Statutory Instrument, bijvoorbeeld wanneer er EU-verplichtingen of wetgevingshervormingen ter vermindering of afschaffing van administratieve lasten geïmplementeerd moeten worden. Dergelijke regelingen moeten echter door beide kamers van het Britse parlement worden bevestigd en goedgekeurd (affirmative resolution) voordat ze gemaakt worden.

Primaire wetgeving treedt in werking in overeenstemming met de inwerkingtredingsbepalingen in de betreffende wet (Act of Measure). In wetten en maatregelen kan een specifieke datum voor inwerkingtreding worden aangegeven. Het kan zijn dat dit direct na verkrijging van de Royal Assent is, op een specifiek aangegeven datum (meestal ten minste twee maanden na de Royal Assent) of op een door een minister of ministerie door middel van een Commencement Order (wetgevingsinstrument) aan te geven datum. Voor verschillende wetsartikelen kunnen verschillende inwerkingtredingsdata worden vastgesteld.

De inwerkingtredingsdatum voor secundaire wetgeving wordt in het algemeen in het instrument zelf aangegeven. In uitzonderlijke gevallen wordt deze datum vastgesteld in een kennisgeving in een van de publicatiebladen (de London Gazette of de Belfast Gazette).

Juridische gegevensbanken

Er is een aantal juridische gegevensbanken.

  • Op de website UK Legislation is de volledige tekst te vinden van alle primaire wetgeving die is vastgesteld door het Britse parlement, het Schotse Parlement, de Northern Ireland Assembly en de National Assembly for Wales, evenals alle secundaire wetgeving die van toepassing is op (delen van) het Verenigd Koninkrijk. Deze informatie is gratis toegankelijk.
  • Herziene primaire wetgeving vanaf 1235 tot op heden die alle onderdelen van het Verenigd Koninkrijk betreft is ook te vinden in de website UK Legislation. Deze gegevensbank is gratis toegankelijk.

Links

Website UK Legislation

Laatste update: 28/08/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website