Bedrijfsleven en mensenrechten

1. Welke rechtsbescherming heb ik in uw land als slachtoffer van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen? Omvat deze bescherming ook schadeloosstelling?

In overeenstemming met artikel 8 van Wet 4443/2016, «1. Bij niet-naleving van het beginsel van gelijke behandeling in het kader van bestuursrechtelijke maatregelen genieten de benadeelden naast rechtsbescherming ook bescherming op grond van de artikelen 24 tot en met 27 van het Wetboek van Administratieve Rechtsvordering (Wet 2690/1999, serie I, nr. 45). 2. Beëindiging van de relatie waarbinnen de schending zich heeft voorgedaan, laat de mogelijkheid van bescherming tegen schending van het beginsel van gelijke behandeling onverlet. 3. Rechtspersonen, verenigingen of organisaties, waaronder sociale partners en vakbonden, die onder andere als doel hebben toe te zien op naleving van het beginsel van gelijke behandeling ongeacht ras, huidskleur, nationale of etnische afkomst, afstamming, religieuze of andere overtuiging, handicap of chronische ziekte, leeftijd, burgerlijke staat of sociale status, seksuele geaardheid, genderidentiteit of genderkenmerken, kunnen benadeelde partijen vertegenwoordigen bij rechtbanken en administratieve autoriteiten of organen, mits de betrokken partij daarmee vooraf heeft ingestemd middels openbare akte, indien vereist, of onderhandse akte, met aangehechte authenticatie van de handtekening.

Daarnaast is in artikel 11 van voornoemde wet (“Boeten”) het volgende bepaald: «1. Personen die zich bij het verkopen van goederen of verlenen van diensten niet houden aan het in deze wet vastgelegde verbod op discriminatie op grond van ras, huidskleur, nationale of etnische afkomst, afstamming, religieuze of andere overtuiging, handicap of chronische ziekte, leeftijd, burgerlijke staat of sociale status, seksuele geaardheid, genderidentiteit of genderkenmerken, worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een boete van duizend tot vijfduizend euro. De in dit lid genoemde handelingen worden ambtshalve vervolgd. 2. Iedere vorm van discriminatie – in strijd met de bepalingen van dit deel – op grond van ras, huidskleur, nationale of etnische afkomst, afstamming, religieuze of andere overtuiging, handicap of chronische ziekte, leeftijd, burgerlijke staat of sociale status, seksuele geaardheid, genderidentiteit of genderkenmerken door een persoon die als werkgever optreedt op enig moment tijdens het werven en tewerkstellen, bij het aangaan of afwijzen van het aangaan van een arbeidsrelatie, of tijdens de duur, geldigheid, voortgang of beëindiging daarvan, is een schending van het arbeidsrecht, in welk geval de Griekse arbeidsinspectie (SEPE) administratieve sancties oplegt uit hoofde van artikel 24 van Wet 3996/2011 (serie I, nr. 170).

Tot slot is het bij schending van het beginsel van gelijke behandeling op grond van ras, huidskleur, nationale of etnische afkomst, afstamming, religieuze of andere overtuiging, handicap of chronische ziekte, leeftijd, burgerlijke staat of sociale status, seksuele geaardheid, genderidentiteit of genderkenmerken aan de tegenpartij of administratieve autoriteit tegenover de rechtbank te bewijzen dat er geen sprake was van schending van dat beginsel. De benadeelde partij geniet tevens bescherming tegen ontslag of nadelige behandeling in het algemeen als reactie op een klacht of verzoek om rechtsbescherming.

2. Zijn er specifieke regels voor ernstige schendingen van de mensenrechten? Zijn deze regels van toepassing op milieucriminaliteit of ernstige vormen van arbeidsuitbuiting?

In artikel 78, onder i), van Wet 4052/2012 is “arbeidsgerelateerde uitbuiting” gedefinieerd als arbeidsomstandigheden, ook die voortvloeiend uit discriminatie op grond van gender of anderszins, die in opvallende wanverhouding staan tot die van legale werknemers, waardoor bijvoorbeeld de gezondheid en veiligheid van de werknemers in gevaar worden gebracht, en die indruisen tegen de menselijke waardigheid. Overeenkomstig artikel 89, lid 3, neemt de bevoegde dienst van de openbare aanklager bij illegale tewerkstelling van niet-begeleide minderjarigen die onderdaan van een derde land zijn, alle benodigde maatregelen om hun identiteit en nationaliteit te bepalen en om vast te stellen of zij niet-begeleid zijn. De dienst doet alles wat mogelijk is om hun familie te vinden en neemt onmiddellijk de benodigde maatregelen om te zorgen voor hun wettelijke vertegenwoordiging, indien nodig ook in een strafprocedure. De bevoegde openbare aanklager voor minderjarigen of, als die niet bestaat, de bevoegde openbare aanklager van de rechtbank van eerste aanleg kan – als de familie van de minderjarige niet is gevonden of als de openbare aanklager vaststelt dat terugkeer in de huidige omstandigheden niet in het belang van de minderjarige is – gelasten dat elke passende maatregel wordt genomen om de bescherming van de minderjarige te waarborgen tot uitspraak wordt gedaan door de rechtbank, waarbij de openbaar aanklager conform de artikelen 1532, 1534 en 1592 van het Burgerlijk Wetboek binnen dertig dagen een verzoek moet indienen voor de aanstelling van een voogd. 4. Aan deze personen worden geschikte leefomstandigheden geboden als zij niet over voldoende middelen beschikken en als de bevoegde openbare aanklager van de rechtbank in eerste aanleg dat nodig acht. 5. Het is de verantwoordelijkheid van de bevoegde diensten van de openbare aanklager, justitiële autoriteiten en politiële autoriteiten voornoemde slachtoffers met voorrang bescherming en waarborgen te bieden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen, vertaal- en tolkdiensten te verlenen indien zij geen Grieks spreken, en hen te informeren over hun wettelijke rechten, de beschikbare diensten en eventuele benodigde rechtsbijstand.

3. Ik ben het slachtoffer van een schending van de mensenrechten die het gevolg is van activiteiten van een Europese transnationale onderneming buiten de Europese Unie. Heb ik als niet-EU-burger of als burger die niet in de EU woont, toegang tot de rechtbanken in uw land? Welke voorwaarden gelden er voor het aanvoeren van een schending van mijn rechten? Waar kan ik meer informatie krijgen?

Deze mogelijkheid is niet beschikbaar.

4. Kunnen ombudsdiensten, organen voor gelijke behandeling of nationale mensenrechteninstellingen hulp bieden aan slachtoffers van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen door Europese transnationale ondernemingen buiten de Europese Unie? Kunnen deze instanties mijn zaak onderzoeken als ik geen EU-burger ben of als ik niet in de EU woon? Zijn er in uw land andere openbare diensten (zoals arbeids- of milieu-inspectiediensten) die mijn zaak kunnen onderzoeken? Waar kan ik informatie krijgen over mijn rechten?

Deze mogelijkheid is niet beschikbaar.

5. Legt uw land aan Europese transnationale ondernemingen de verplichting op om klachtenmechanismen of bemiddelingsdiensten in te stellen voor het onderzoek van schendingen die het gevolg zijn van hun bedrijfsactiviteiten? Geldt deze verplichting ook voor schendingen buiten de Europese Unie? Wie is in uw land verantwoordelijk voor het toezicht op deze werkzaamheden? Zijn er openbare verslagen met informatie over de werking van het systeem?

Griekenland verplicht Europese transnationale ondernemingen niet om klachtenmechanismen of bemiddelingsdiensten in te stellen voor het onderzoek van schendingen die het gevolg zijn van hun bedrijfsactiviteiten.

6. Heb ik specifieke rechten als ik kwetsbaar slachtoffer ben dat verhaal zoekt voor een mensenrechtenschending waarbij bedrijven zijn betrokken? Heb ik toegang tot rechtsbijstand en, zo ja, onder welke voorwaarden? Welke kosten worden door de rechtsbijstand gedekt? Heb ik onder dezelfde voorwaarden toegang tot rechtsbijstand als ik geen EU-burger ben of niet in de EU woon?

In artikel 78, onder i), van Wet 4052/2012 is “arbeidsgerelateerde uitbuiting” gedefinieerd als arbeidsomstandigheden, ook die voortvloeiend uit discriminatie op grond van gender of anderszins, die in opvallende wanverhouding staan tot die van legale werknemers, waardoor bijvoorbeeld de gezondheid en veiligheid van de werknemers in gevaar worden gebracht, en die indruisen tegen de menselijke waardigheid. Overeenkomstig artikel 89, lid 3, neemt de bevoegde dienst van de openbare aanklager bij illegale tewerkstelling van niet-begeleide minderjarigen die onderdaan van een derde land zijn, alle benodigde maatregelen om hun identiteit en nationaliteit te bepalen en om vast te stellen of zij niet-begeleid zijn. De dienst doet alles wat mogelijk is om hun familie te vinden en neemt onmiddellijk de benodigde maatregelen om te zorgen voor hun wettelijke vertegenwoordiging, indien nodig ook in een strafprocedure. De bevoegde openbare aanklager voor minderjarigen of, als die niet bestaat, de bevoegde openbare aanklager van de rechtbank van eerste aanleg kan – als de familie van de minderjarige niet is gevonden of als de openbare aanklager vaststelt dat terugkeer in de huidige omstandigheden niet in het belang van de minderjarige is – gelasten dat elke passende maatregel wordt genomen om de bescherming van de minderjarige te waarborgen tot uitspraak wordt gedaan door de rechtbank, waarbij de openbaar aanklager conform de artikelen 1532, 1534 en 1592 van het Burgerlijk Wetboek binnen dertig dagen een verzoek moet indienen voor de aanstelling van een voogd. 4. Aan deze personen worden geschikte leefomstandigheden geboden als zij niet over voldoende middelen beschikken en als de bevoegde openbare aanklager van de rechtbank in eerste aanleg dat nodig acht. 5. Het is de verantwoordelijkheid van de bevoegde diensten van de openbare aanklager, justitiële autoriteiten en politiële autoriteiten voornoemde slachtoffers met voorrang bescherming en waarborgen te bieden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen, vertaal- en tolkdiensten te verlenen indien zij geen Grieks spreken, en hen te informeren over hun wettelijke rechten, de beschikbare diensten en eventuele benodigde rechtsbijstand.

Krachtens Wet 3226/2004 kan rechtsbijstand worden geboden aan burgers van EU-lidstaten met een laag inkomen en aan onderdanen van derde landen en staatlozen met een wettelijke woonplaats of gewone verblijfplaats in de EU. Rechtsbijstand kan niet worden geboden aan onderdanen van derde landen en staatlozen als zij geen wettelijke woonplaats of gewone verblijfplaats in de EU hebben.

Bij verlening van rechtsbijstand geldt volledige of gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot betaling van proceskosten en, op specifiek verzoek, de aanstelling van een juridisch adviseur, notaris en gerechtsdeurwaarder belast met de verdediging van de begunstigde, vertegenwoordiging in rechte en verlening van bijstand voor uitvoering van de benodigde maatregelen.

Laatste update: 20/08/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website