Bedrijfsleven en mensenrechten

1. Welke rechtsbescherming heb ik in uw land als slachtoffer van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen? Omvat deze bescherming ook schadeloosstelling?

a. Burgerlijk recht

Als u denkt dat uw rechten zijn geschonden door toedoen van een Duitse onderneming, kunt u een rechtszaak aanspannen bij de Duitse burgerlijke rechtbanken. De bevoegde rechtbank is in beginsel de rechtbank van het arrondissement waarbinnen de betrokken onderneming is gevestigd. De plaats van vestiging van een onderneming is de plaats waar de onderneming haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft. Deze internationale jurisdictie van Duitse rechtbanken berust op Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking van Brussel I). Meer informatie over deze verordening vindt u hier.

Als de plaats van vestiging van de betrokken onderneming zich niet bevindt in de Europese Unie of in een staat die partij is bij het op 30 oktober 2007 te Lugano ondertekende Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, kan de internationale jurisdictie van Duitse rechtbanken zijn gebaseerd op Duitse civiele procesregels, met name het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zivilprozessordnung – ZPO). Zo kan op grond van artikel 32 ZPO een zaak aanhangig worden gemaakt bij een Duitse rechtbank als de onrechtmatige daad of een deel daarvan in Duitsland is gepleegd. Een handeling wordt geacht te zijn verricht op de plaats waar de persoon die de schade heeft veroorzaakt, handelde (Handlungsort) en op de plaats waar het wettelijk beschermde recht van de persoon die de schade heeft geleden, werd geschonden (Erfolgsort).

Die jurisdicties zijn ook van toepassing op zaken die worden aangespannen door niet-EU-burgers die geen ingezetene van de EU zijn.

De nationale rechtsorde met jurisdictie voor vorderingen wegens onrechtmatige daad wordt bepaald door Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II). Daarin is bepaald dat het toepasselijk recht gewoonlijk het recht is van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen (artikel 4, lid 1, van de Rome II-verordening). Meer informatie over het toepasselijk recht vindt u hier.

De Duitse civiele procesregels bevatten instrumenten waarmee het mogelijk is vorderingen van verschillende eisers collectief te behandelen, bv. voeging van partijen (Streitgenossenschaft) (zie artikel 59 e.v. ZPO). Overeenkomstig artikel 59 ZPO kunnen meerdere personen gezamenlijk in rechte optreden als zij met betrekking tot het voorwerp van het geschil één juridische entiteit vormen of als zij een recht of verplichting hebben dat is gebaseerd op dezelfde feitelijke of rechtsgrond.

In 2018 voerde Duitsland de mogelijkheid van een voorbeeldprocedure voor een declaratoir vonnis (Musterfeststellungsklage) in voor zaken waarin de rechten van een groot aantal consumenten zijn geschonden door een onderneming. Consumentenorganisaties met speciale bevoegdheden kunnen onder bepaalde voorwaarden een voorbeeldprocedure starten om de rechter te verzoeken om een declaratoir vonnis over essentiële feitelijke en rechtsvragen waarop de vorderingen van alle consumenten zijn gebaseerd. Bij indiening van een verzoek om een voorbeeldprocedure wordt de verjaringstermijn van de in het register van verzoeken ingeschreven vorderingen van elke consument geblokkeerd (zodat de consumenten het resultaat van het verzoek om de voorbeeldprocedure kunnen afwachten zonder te riskeren dat zij hun rechten verliezen). Consumenten kunnen hun vorderingen gratis inschrijven in het register van verzoeken. De uitspraak in de voorbeeldprocedure (over de essentiële feitelijke en rechtsvragen) is bindend voor de onderneming en de in het register ingeschreven consumenten. Na een declaratoir vonnis ten gunste van de consumenten is een onderneming waarschijnlijk bereid vrijwillig een vergoeding te betalen. Als de onderneming niet uit zichzelf betaalt, kunnen de in het register van verzoeken opgenomen consumenten op grond van het declaratoire vonnis in de voorbeeldprocedure gerechtelijk of buitengerechtelijk hun vorderingen opeisen.

b. Wet inzake administratieve overtredingen

Overeenkomstig de wet inzake administratieve overtredingen (Gesetz über Ordnungswidrigkeiten) kan aan ondernemingen een boete tot 10 miljoen EUR worden opgelegd als bijvoorbeeld een lid van het bestuur schuldig is aan een strafbaar feit. Dat geldt tevens voor bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen. Als de onderneming economisch voordeel bij het strafbare feit heeft gehad, kan een hogere boete worden opgelegd om dat voordeel teniet te doen.

Het Duitse regeerakkoord voor de 19e wetgevingsperiode voorziet in een hervorming van de wet inzake boeten voor ondernemingen. De uitvoering daarvan bevindt zich in het voorbereidend stadium.

2. Zijn er specifieke regels voor ernstige schendingen van de mensenrechten? Zijn deze regels van toepassing op milieucriminaliteit of ernstige vormen van arbeidsuitbuiting?

Het Duits recht inzake niet-contractuele aansprakelijkheid bevat geen specifieke regels over ernstige schendingen van de mensenrechten. Bij schending van een wettelijk beschermd individueel recht als gevolg van een ernstige schending van de mensenrechten kan er echter sprake zijn van algemene niet-contractuele aansprakelijkheid. Zo bepaalt artikel 823, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek (Bürgerliches Gesetzbuch) dat wie opzettelijk of uit nalatigheid onrechtmatig iemands leven, lichamelijk integriteit, gezondheid, vrijheid, eigendom of andere rechten schaadt, daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld. Bij schade aan iemands leven, lichamelijke integriteit, vrijheid, eigendom of andere rechten is niet alleen de directe veroorzaker van de schade aansprakelijk, maar ook iedereen die een risicofactor heeft gevormd en niet de nodige en redelijke maatregelen heeft genomen om schade aan derden te voorkomen (Verkehrssicherungspflicht).

Verder zijn er op het gebied van privaatrechtelijke milieuaansprakelijkheid speciale strafbare feiten met aansprakelijkheid buiten schuld voor schending van wettelijk beschermde rechten van natuurlijke personen, zoals die in artikel 1 e.v. van de milieuaansprakelijkheidswet (Umwelthaftungsgesetz), artikel 25 e.v. van de atoomwet (Atomgesetz), artikel 32 e.v. van de wet inzake gentechnologie (Gentechnikgesetz) en artikel 89 van de waterbeheerwet (Wasserhaushaltsgesetz).

Strafrechtelijk vallen ernstige schendingen van de mensenrechten ook onder algemene strafbare feiten. Ernstige vormen van arbeidsuitbuiting zijn aangemerkt als strafbare feiten in bv. artikel 233 van het Strafwetboek (Strafgesetzbuch – StGB) (mensenhandel voor arbeidsuitbuiting).

Om behoorlijke levensomstandigheden te handhaven, in het bijzonder voor toekomstige generaties, valt milieubescherming ook onder het strafrecht. Daartoe voorzien de bepalingen in artikel 324 e.v. van het Strafwetboek als primair strafrecht (Kernstrafrecht) in Duitsland in uitgebreide bescherming van water, lucht en bodem als essentiële milieubestanddelen. Die fundamentele bescherming wordt aangevuld door diverse bepalingen van het secundaire strafrecht (Nebenstrafrecht) en strekt zich tevens uit tot de flora en fauna. Tegelijkertijd worden de uitvoerige vereisten van het EU-recht in acht genomen met het oog op milieubescherming als grensoverschrijdende taak.

3. Ik ben het slachtoffer van een schending van de mensenrechten die het gevolg is van activiteiten van een Europese transnationale onderneming buiten de Europese Unie. Heb ik als niet-EU-burger of als burger die niet in de EU woont, toegang tot de rechtbanken in uw land? Welke voorwaarden gelden er voor het aanvoeren van een schending van mijn rechten? Waar kan ik meer informatie krijgen?

Als u denkt dat uw rechten zijn geschonden door toedoen van een Duitse onderneming, kunt u een rechtszaak aanspannen bij de Duitse burgerlijke rechtbanken. De bevoegde rechtbank is in beginsel de rechtbank van het arrondissement waarbinnen de betrokken onderneming is gevestigd. De plaats van vestiging van een onderneming is de plaats waar de onderneming haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft. Deze internationale jurisdictie van Duitse rechtbanken berust op Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking van Brussel I). Meer informatie over deze verordening vindt u hier.

Als de plaats van vestiging van de betrokken onderneming zich niet bevindt in de Europese Unie of in een staat die partij is bij het op 30 oktober 2007 te Lugano ondertekende Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, kan de internationale jurisdictie van Duitse rechtbanken zijn gebaseerd op Duitse civiele procesregels, met name het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zivilprozessordnung – ZPO). Zo kan op grond van artikel 32 ZPO een zaak aanhangig worden gemaakt bij een Duitse rechtbank als de onrechtmatige daad of een deel daarvan in Duitsland is gepleegd. Een handeling wordt geacht te zijn verricht op de plaats waar de persoon die de schade heeft veroorzaakt, handelde (Handlungsort) en op de plaats waar het wettelijk beschermde recht van de persoon die de schade heeft geleden, werd geschonden (Erfolgsort).

Die jurisdicties zijn ook van toepassing op zaken die worden aangespannen door niet-EU-burgers die geen ingezetene van de EU zijn.

De nationale rechtsorde met jurisdictie voor vorderingen wegens onrechtmatige daad wordt bepaald door Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II). Daarin is bepaald dat het toepasselijk recht gewoonlijk het recht is van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen (artikel 4, lid 1, van de Rome II-verordening). Meer informatie over het toepasselijk recht vindt u hier.

Meer informatie vindt u hier.

4. Kunnen ombudsdiensten, organen voor gelijke behandeling of nationale mensenrechteninstellingen hulp bieden aan slachtoffers van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen door Europese transnationale ondernemingen buiten de Europese Unie? Kunnen deze instanties mijn zaak onderzoeken als ik geen EU-burger ben of als ik niet in de EU woon? Zijn er in uw land andere openbare diensten (zoals arbeids- of milieu-inspectiediensten) die mijn zaak kunnen onderzoeken? Waar kan ik informatie krijgen over mijn rechten?

Het nationale contactpunt van Duitsland voor de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen (NCP) fungeert als buitengerechtelijke klachteninstantie. Het is gehuisvest in het ministerie van Economie en Energie en heeft als taak bekendheid en een doeltreffende uitvoering te geven aan de OESO-richtsnoeren. Iedereen die aannemelijk maakt daarbij een legitiem belang te hebben, kan bij het NCP een klacht indienen over mogelijke schendingen van de OESO-richtsnoeren door een multinationale onderneming. Het NCP onderzoekt de ontvangen klachten en bij acceptatie biedt het de betrokken partijen ondersteuning in de vorm van een schikkings- of bemiddelingsprocedure om hen te helpen overeenstemming te bereiken in hun geschil. Het NCP is onder andere verantwoordelijk voor klachten over onvoldoende eerbiediging en onvoldoende inachtneming van mensenrechten in het kader van de aan bedrijven gestelde zorgvuldigheidseisen, zoals bepaald in de OESO-richtsnoeren. De herziene versie van de OESO-richtsnoeren van 2011 bevat specifieke aanbevelingen voor de eerbiediging van mensenrechten door bedrijven en is uitdrukkelijk gebaseerd op de beleidslijnen voor het bedrijfsleven en mensenrechten van de Verenigde Naties

Het NCP stemt zijn activiteiten en beslissingen af met het interministeriële comité (IMC) voor de OESO-richtsnoeren. In het IMC zijn nog zeven ministeries vertegenwoordigd. Daarnaast biedt de werkgroep OESO-richtsnoeren een forum voor uitwisseling. In de werkgroep hebben naast de vertegenwoordigers van alle ministeries in het IMC voor de OESO-richtsnoeren ook vertegenwoordigers van bedrijfsverenigingen, vakbonden en niet-gouvernementele organisaties zitting.

Meer informatie over de klachtenprocedure bij het NCP (waaronder informatie over ontvangen klachten en de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen) is beschikbaar op de website van het Duitse NCP; die vindt u hier.

5. Legt uw land aan Europese transnationale ondernemingen de verplichting op om klachtenmechanismen of bemiddelingsdiensten in te stellen voor het onderzoek van schendingen die het gevolg zijn van hun bedrijfsactiviteiten? Geldt deze verplichting ook voor schendingen buiten de Europese Unie? Wie is in uw land verantwoordelijk voor het toezicht op deze werkzaamheden? Zijn er openbare verslagen met informatie over de werking van het systeem?

In het nationale actieplan voor het bedrijfsleven en mensenrechten 2016-2020 (NAP) heeft de Bondsregering de verwachting vastgelegd dat alle ondernemingen zorgvuldigheidsprocedures voor mensenrechten naar behoren integreren in hun bedrijfsactiviteiten in Duitsland en wereldwijd, dus ook buiten de EU. Die verwachting is geen wettelijke bepaling. Het NAP definieert zorgvuldigheid met betrekking tot mensenrechten op grond van vijf kernelementen, waarvan één het instellen van een klachtenmechanisme door ondernemingen is.

In dat verband benadrukt het NAP de belangrijke rol die niet-gouvernementele klachtenmechanismen kunnen spelen en moedigt het bedrijven aan tot deelname aan of instelling van zulke mechanismen. Het NAP stelt een aantal eisen aan de instelling en werking van niet-gouvernementele klachtenmechanismen. Zo moet de structuur van het klachtenmechanisme zijn afgestemd op de doelgroep. Bij het opzetten van nieuwe mechanismen en het gebruiken van bestaande mechanismen moet ervoor worden gezorgd dat zij garant staan voor een eerlijke, evenwichtige en voorspelbare procedure die toegankelijk is voor iedereen die in beginsel tot de doelgroep behoort. De procedure moet zo transparant mogelijk zijn tegenover de betrokken partijen en beantwoorden aan internationale mensenrechtennormen. Een aantal Duitse ondernemingen heeft al interne of sectorale klachtenmechanismen opgezet zodat hun medewerkers en mensen buiten de onderneming mensenrechtenschendingen kunnen aankaarten.

In de periode 2018 tot en met 2020 heeft de Bondsregering aan de hand van jaarlijkse onderzoeken volgens wetenschappelijke normen getoetst hoe het binnen ondernemingen is gesteld met de zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten. Die onderzoeken leveren empirische gegevens op over de vraag of ondernemingen met meer dan vijfhonderd werknemers klachtenmechanismen hebben opgezet en of die mechanismen voldoen. Daarnaast zijn de resultaten van het NAP-toezicht belangrijk voor het overleg van de Bondsregering over maatregelen in vervolg op het huidige NAP. Als uit het NAP-toezicht blijkt dat minder dan 50 % van de betrokken ondernemingen voldoet aan de NAP-vereisten op het gebied van zorgvuldigheid, zal de Bondsregering conform het NAP overwegen over te gaan tot nadere maatregelen, waaronder wetgeving. Het regeerakkoord van de huidige Bondsregering bepaalt verder dat de Bondsregering naargelang de uitkomst van een uitvoerige, doeltreffende evaluatie van het NAP wetgevingsmaatregelen kan nemen en EU-brede wetgeving kan steunen.

De diverse belanghebbenden die zijn aangesloten bij het partnerschap voor duurzame textiel, hechten er veel belang aan te zorgen voor doeltreffende klachtenmechanismen naast mondiale waarde- en aanvoerketens. Om die reden worden gegevens en voorbeelden van beste praktijken van diverse partners uitgewisseld in het kader van de deskundigengroep klachtenmechanismen. Verder is het textielpartnerschap een samenwerkingsverband aangegaan met de Fair Wear Foundation, die actief is op het gebied van klachtenmechanismen in zeven textielproducerende landen.

In het kader van Duitse ontwikkelingssamenwerking worden momenteel projecten ondersteund om de arbeidsomstandigheden in de textielindustrie in Bangladesh, Myanmar en Pakistan te verbeteren. Uit hoofde van die projecten worden ook strategieën voor doeltreffende klachtenmechanismen ontwikkeld en uitgevoerd.

Binnen de mensenrechtenbenadering van het ministerie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling zijn door gouvernementele organisaties die initiatieven voor ontwikkelingssamenwerking van Duitsland uitvoeren, klachtenmechanismen ingevoerd: de staatsonderneming Deutsche Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit GmbH (GIZ) en de publiekrechtelijke stimuleringsbank KfW Entwicklungsbank (KfW) stellen al sinds 2013 klachtenmechanismen voor mensenrechten op. In 2017 kwamen daar twee hogere federale instanties bij: de federale instelling voor aardwetenschap en grondstoffen (Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffe – BGR) en de dienst van het ijkwezen (Physikalisch-Technische Bundesanstalt – PTB).

De klachtenmechanismen zijn openbaar toegankelijk en zijn ook bedoeld voor klachten in verband met activiteiten buiten de Europese Unie. Op verzoek verstrekken GIZ, KfW, BGR en PTB informatie over de ontvangen klachten aan het ministerie.

Verder heeft Deutsche Investitions- und Entwicklungsgesellschaft mbH (DEG), een dochteronderneming van KfW, in 2014 haar eigen klachtenmechanisme opgezet.

Duitsland kent de volgende buitengerechtelijke mechanismen voor de beslechting van geschillen (zie vraag 4 voor procedures bij het NCP voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen):

  1. In bemiddelingsprocedures wordt een beroep gedaan op een derde die uitsluitend bemiddelt maar geen beslissingsbevoegdheid heeft. Bemiddeling is een toegankelijke methode voor conflictoplossing die in beginsel geen verband houdt met een specifiek gebied. Dat maakt dat de methode zich leent voor alle gebieden waar conflicten kunnen ontstaan.
  2. Verder bestaat in Duitsland de mogelijkheid om geschillen te beslechten waarbij een derde de partijen een (niet-bindend) voorstel voor een beslissing doet. De wet alternatieve geschillenbeslechting in consumentenzaken (Gesetz über die alternative Streitbeilegung in Verbrauchersachen – VSBG) bevat een speciale vorm van geschillenbeslechting voor consumentenovereenkomsten. Deze wet biedt consumenten een handige manier om hun geschillen gratis op te lossen, en ondernemingen een mechanisme om klachten van hun klanten af te handelen op een manier waarmee zij hun reputatie verbeteren en een rechtsproces kunnen vermijden.
  3. Verder is er de mogelijkheid van (buitengerechtelijke) arbitrage, als de partijen daarmee akkoord gaan.

Meer informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling vindt u hier.

6. Heb ik specifieke rechten als kwetsbaar slachtoffer dat schadevergoeding vraagt voor een bedrijfsgerelateerde schending van de mensenrechten? Heb ik toegang tot rechtsbijstand en, zo ja, onder welke voorwaarden? Welke kosten worden door de rechtsbijstand gedekt? Heb ik onder dezelfde voorwaarden toegang tot rechtsbijstand als ik geen EU-burger ben of niet in de EU woon?

Het Duitse burgerlijke procesrecht kent diverse mechanismen om toegang tot de Duitse burgerlijke rechtbank te vergemakkelijken. Zo kunnen eisers rechtsbijstand aanvragen als zij de kosten van de procedure niet kunnen betalen (artikel 114 e.v. ZPO). Nadat de persoonlijke en financiële omstandigheden van de eiser en de kans van slagen van de zaak zijn onderzocht, worden de gerechtskosten en het honorarium van de juridisch adviseurs geheel of gedeeltelijk gedekt, afhankelijk van de behoefte van de eiser, mits de zaak niet vexatoir lijkt. Buitenlandse natuurlijke personen kunnen ook verzoeken om rechtsbijstand voor rechtszaken in Duitsland. Rechtspersonen met een statutaire zetel in de EU – bv. slachtofferorganisaties – kunnen rechtsbijstand krijgen onder de voorwaarden van het Duitse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Richtlijn 2002/8/EG beoogt de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen te verbeteren door gemeenschappelijke minimumvoorschriften voor rechtsbijstand bij die geschillen vast te stellen.

Laatste update: 28/07/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website