Hoe kan ik de naleving van een uitspraak afdwingen?

Hongarije
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat betekent tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken?

Tenuitvoerlegging is een burgerlijke, niet-litigieuze procedure waarmee de overheid met dwangmaatregelen zorgt voor naleving van verplichtingen die voortvloeien uit rechterlijke en notariële beslissingen en uit alle andere in de wet vastgestelde handelingen.

2 Welke instantie of instanties zijn bevoegd voor tenuitvoerlegging?

De bevoegdheden voor het bevel tot en de uitvoering van een tenuitvoerlegging zijn in handen van rechtbanken of notarissen, en andere instanties en personen, waaronder in het bijzonder:

a) zelfstandige gerechtsdeurwaarders,

b) gerechtsdeurwaarders bij de rechtbanken,

c) zelfstandige plaatsvervangende gerechtsdeurwaarders,

d) plaatsvervangende gerechtsdeurwaarders bij de rechtbanken

e) kandidaat-gerechtsdeurwaarders.

De procedure via een gerechtsdeurwaarder is als burgerrechtelijke niet-litigieuze procedure gelijk aan een gerechtelijke procedure.

3 Onder welke voorwaarden mag een executoriale titel of beslissing worden uitgevaardigd?

Er kan een executoriale titel worden afgegeven als de beslissing tot tenuitvoerlegging een verplichting (een veroordeling) omvat, zij onherroepelijk of uitvoerbaar bij voorraad is, en de termijn voor tenuitvoerlegging is verstreken. Op basis van een bemiddelingsovereenkomst die door een rechtbank is bekrachtigd, kan een executoriale titel worden afgegeven, ook al is er beroep aangetekend tegen de bekrachtiging. Deze bepaling geldt ook voor bemiddelingsovereenkomsten die zijn bekrachtigd door een notaris, met dezelfde gevolgen als gerechtelijke transacties. Een rechterlijke beslissing in het kader van de procedure zoals vastgelegd in Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen kan leiden tot de afgifte van een executoriale titel, ook al is er beroep tegen die rechterlijke beslissing ingesteld. Een definitief bevel tot betaling kan niet leiden tot de afgifte van een executoriale titel als gedwongen tenuitvoerlegging van de vordering is uitgesloten in de verklaring waaruit blijkt dat er geen beroep is ingesteld.

Voor de inning van alimentatie geldt een speciale regeling op grond waarvan gedwongen tenuitvoerlegging van termijnbetalingen die meer dan zes maanden zijn vervallen, mogelijk is als de persoon die om de tenuitvoerlegging verzoekt, elementen voorlegt op grond waarvan kan worden aangenomen dat de betalingsachterstanden voor de alimentatie te wijten zijn aan kwade trouw van de schuldenaar of de persoon in kwestie gegronde redenen had om zijn of haar vordering niet geldend te maken. Bij de tenuitvoerlegging van een buitenlandse beslissing onderzoekt de rechtbank tevens of deze tenuitvoerlegging is toegestaan op grond van een wet, een internationaal verdrag, een verdrag van wederkerigheid of een Europese norm.

3.1 De procedure

Gedwongen tenuitvoerlegging moet worden bevolen met de afgifte van een executoriale titel. Dit is naargelang het geval ofwel een niet-formele beslissing (executoriaal uittreksel, executoriale clausule), ofwel een bevel. De rechtbank of de notaris geeft de executoriale titel af op verzoek van de persoon die om de tenuitvoerlegging verzoekt. Een verzoek om een tenuitvoerleggingsmaatregel moet worden ingediend met een formulier voor een executoriale titel in het vereiste aantal exemplaren. In een betalingsbevelprocedure kan het verzoek ook digitaal worden ingediend. In het algemeen moet het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die zich in eerste aanleg heeft uitgesproken of bij de notaris, maar in wet LIII van 1994 inzake gedwongen tenuitvoerlegging zijn andere regels vastgelegd voor de bevoegdheid in bepaalde gevallen: zo kan tenuitvoerlegging op grond van een buitenlandse gerechtelijke beslissing worden bevolen door de districtsrechtbank die is gevestigd bij de regionale rechtbank van de woonplaats of het hoofdkantoor van de schuldenaar, of, bij gebreke daarvan, de plaats waar de voor beslag vatbare goederen van de schuldenaar zich bevinden. In Boedapest is dit de centrale arrondissementsrechtbank van Buda (Budai Központi Kerületi Bíróság).

In het verzoek om een tenuitvoerleggingsmaatregel moeten de gegevens van de partijen en de uitvoerbare beslissing worden vermeld, de te innen vordering, en zo veel mogelijk informatie over de voor beslag vatbare goederen van de schuldenaar.

De rechter of de notaris behandelt het verzoek onverwijld, maar uiterlijk 15 dagen na de ontvangst, om vast te stellen dat het verzoek moet worden doorverwezen naar de ter zake bevoegde persoon, zonder inhoudelijke behandeling moet worden afgewezen, of moet worden teruggestuurd naar de indiener om het in overeenstemming te brengen met de regels, behalve wanneer hij wordt bijgestaan door een wettelijke vertegenwoordiger, en neemt de noodzakelijke maatregelen. Elke beslissing over het verzoek moet binnen 15 dagen na ontvangst of aanpassing worden genomen. Als het verzoek gegrond wordt verklaard, wordt de executoriale titel afgegeven, zo niet dan wordt de tenuitvoerlegging afgewezen.

3.2 De grondvoorwaarden

Zie punt 2.

4 Het doel en de aard van tenuitvoerleggingsmaatregelen

Met bepaalde dwangmaatregelen worden de vermogensrechten van de schuldenaar beperkt en met andere maatregelen zijn individuele rechten. Dwangmaatregelen die betrekking hebben op goederen, kunnen worden toegepast door de rechtbank of de gerechtsdeurwaarder, terwijl dwangmaatregelen die betrekking hebben op personen kunnen worden uitgevoerd door de politie, op basis van maatregelen die zijn genomen door de rechtbank of de gerechtsdeurwaarder. De belangrijkste dwangmaatregelen met betrekking tot goederen zijn:

  • loonbeslag en beslag op andere beloningen,
  • beslag op en verkoop van roerende zaken,
  • inhouding van geldbedragen die bij financiële instellingen worden beheerd, conservatoir beslag op bankrekeningen,
  • beslag op vorderingen van de schuldenaar op derden,
  • beslag op en verkoop van onroerende zaken,
  • opleggen van boetes.

4.1 Welke soorten activa kunnen voorwerp van tenuitvoerlegging zijn?

Voor beslag vatbare goederen zijn:

  • salaris, pensioen of andere inkomsten van de schuldenaar (die tot een bepaalde hoogte zijn vrijgesteld);
  • tegoeden die worden beheerd bij financiële instellingen (voor natuurlijke personen is een bepaald bedrag hiervan wettelijk vrijgesteld);
  • roerende zaken (goederen waarmee een schuldenaar in zijn levensonderhoud moet voorzien, zijn echter niet vatbaar voor beslag, zoals noodzakelijke kleding, meubels voor het huishouden van de schuldenaar, noodzakelijke geneesmiddelen vanwege ziekte van de schuldenaar enzovoort);
  • vorderingen en aandelen van de schuldenaar jegens derden;
  • onroerende zaken, ongeacht de aard, toewijzing, rechten of verboden hierop, feiten die in het kadaster zijn geregistreerd (onroerende zaken die in een liquidatieprocedure niet kunnen worden meegenomen als vermogensbestanddelen van de schuldenaar, zijn echter vrijgesteld).

4.2 Wat zijn de gevolgen van tenuitvoerleggingsmaatregelen?

Tenuitvoerleggingsmaatregelen omvatten een fundamentele beperking van de bevoegdheid van de schuldenaar om over zijn vermogen te beschikken.

Met het beslag op roerende zaken en bankrekeningen wordt de schuldenaar het recht ontnomen om over zijn vermogen te beschikken. Wanneer in beslag genomen roerende goederen in bewaring zijn gegeven, wordt hem ook het bezit daarvan ontnomen. Bij beslaglegging op een onroerende zaak kan de schuldenaar erover beschikken en het verkopen, hoewel het blijft bezwaard met het recht op tenuitvoerlegging.

Als de schuldenaar of iedere andere aanwezige persoon zich lichamelijk verzet tegen de uitvoering van de tenuitvoerleggingsmaatregelen, verzoekt de gerechtsdeurwaarder de politie om op te treden. Zij mag dwangmaatregelen tegen personen toepassen om het verzet te beëindigen.

Als een persoon de werkzaamheden van de gerechtsdeurwaarder met actief gedrag belemmert (door middel van geweld), kan hij hiervoor strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Ook pleegt de schuldenaar een strafbaar feit wanneer hij het in beslag genomen goed aan de tenuitvoerlegging onttrekt, bij de tenuitvoerlegging aangebrachte zegels verwijdert of de ruimte opent waar het in beslag genomen verzegelde of in bewaring gegeven goed is opgeslagen (overtreding van het verbreken van een zegel).

De rechtbank legt een schuldenaar of iedere persoon of elke organisatie die medewerking aan de tenuitvoerleggingsprocedure dient te verlenen, een boete op wanneer de wettelijke verplichtingen niet worden nageleefd of er dusdanig wordt gehandeld dat de tenuitvoerleggingsmaatregel wordt verhinderd.

4.3 Welke geldigheid hebben deze maatregelen?

De maatregelen blijven geldig totdat de vorderingen zijn geïnd of totdat de gerechtsdeurwaarder of de rechtbank de maatregelen beëindigt of deze conform de wet verlopen. Vorderingen kunnen worden geïnd vóór de verjaringstermijn die is vastgelegd in het burgerlijk recht voor vorderingen (de verjaringstermijn bedraagt doorgaans 5 jaar). Deze termijn gaat in op de datum waarop de gerechtelijke beslissing definitief wordt. Het is niet mogelijk om een bevel tot tenuitvoerlegging te geven of een reeds ingestelde tenuitvoerleggingsprocedure voort te zetten wanneer het verzoek hiertoe na de verjaringstermijn voor de betreffende vordering wordt ingediend. Met elke handeling voor tenuitvoerlegging en elke gerechtelijke procedure waarmee aanspraak wordt gemaakt op de vordering, wordt de verjaring gestuit en begint de termijn opnieuw lopen.

5 Is er een mogelijkheid tot beroep tegen de beslissing om een dergelijke maatregel toe te staan?

a) Intrekking van het executoriaal uittreksel en schrapping van de executoriale clausule. Wanneer de tenuitvoerlegging is bevolen middels de afgifte van een executoriaal uittreksel of een executoriale clausule, vormt intrekking van het executoriaal uittreksel of schrapping van de executoriale clausule een mogelijk rechtsmiddel wanneer er geen reden is geweest om een executoriale titel af te geven. Voor intrekking van het executoriale uittreksel of schrapping van de executoriale clausule kan een verzoek worden ingediend door de schuldenaar of de persoon die om de tenuitvoerlegging heeft verzocht. Hiertoe kan ook ambtshalve bevel worden gegeven door de rechtbank. Het verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank dat of de notaris die het bevel tot tenuitvoerlegging heeft gegeven. Dit verzoek kan te allen tijde worden ingediend. Er is geen uiterste termijn voor vastgelegd. Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt de intrekking van het executoriale uittreksel of schrapping van de executoriale clausule omgezet in een bevel, waartegen de partij beroep kan aantekenen.

b) Beroep in verband met het tenuitvoerleggingsbevel. In gevallen waarin met een formeel bevel toestemming wordt verleend voor de tenuitvoerlegging, kan hiertegen beroep worden ingesteld. Het beroep kan worden aangetekend door de schuldenaar of de persoon die om de tenuitvoerlegging heeft verzocht. Het beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank die de tenuitvoerlegging heeft bevolen, maar worden gericht aan het hof van beroep. Het hof van beroep is bevoegd voor de behandeling van het beroep. Als het bevel van de rechtbank die de tenuitvoerlegging heeft bevolen, gegrond is, wordt het door het hof van beroep bevestigd. Zo niet dan wordt het bevel door het hof van beroep gewijzigd. Indien er sprake is van een procedurefout, wordt het bevel door het hof van beroep nietig verklaard en wordt de rechtbank die de tenuitvoerlegging heeft bevolen, opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.

c) Beroep tegen een bevel tot afwijzing van de afgifte van een executoriale titel. De persoon die om tenuitvoerlegging heeft verzocht, kan beroep aantekenen tegen een bevel tot afwijzing van de afgifte van een executoriale titel. Het beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank die de tenuitvoerlegging heeft bevolen, maar worden gericht aan het hof van beroep. Het hof van beroep is bevoegd voor de behandeling van het beroep. Als het bevel van de rechtbank die de tenuitvoerlegging heeft bevolen, gegrond is, wordt het door het hof van beroep bevestigd. Zo niet dan wordt het bevel door het hof van beroep gewijzigd. Indien er sprake is van een procedurefout, wordt het bevel door het hof van beroep nietig verklaard en wordt de rechtbank of de notaris die de tenuitvoerlegging heeft bevolen, opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.

d) Nadat het bevel tot tenuitvoerlegging is gegeven, neemt de gerechtsdeurwaarder zelfstandig dwangmaatregelen. Voor de tenuitvoerlegging daarvan is geen gerechtelijk bevel vereist. Tegen de door de gerechtsdeurwaarder genomen maatregelen kan een bijzonder rechtsmiddel worden aangewend, namelijk bezwaar dat kan worden ingesteld door de schuldenaar, de persoon die om tenuitvoerlegging heeft verzocht of een andere belanghebbende. Als de rechtbank het bezwaar toewijst, wordt de onrechtmatige maatregel van de gerechtsdeurwaarder nietig verklaard en wordt de gerechtsdeurwaarder in geval van nalatigheid bevolen de betreffende maatregel te treffen. Zo niet dan wordt het bezwaar afgewezen. Het bezwaar moet worden ingediend bij de gerechtsdeurwaarder.

e) Naast bovengenoemde rechtsmiddelen kan de tenuitvoerlegging ook worden beëindigd. De rechter beëindigt de tenuitvoerlegging middels een bevel indien de persoon die om tenuitvoerlegging heeft verzocht dit vraagt en deze maatregel de rechten van derden niet aantast, of indien dit in een bijzondere wet is vastgelegd. De tenuitvoerlegging wordt met name beëindigd wanneer de schuldenaar de vordering voldoet. De rechter geeft ook bevel tot beëindiging van de tenuitvoerlegging wanneer hij op basis van een authentieke akte heeft vastgesteld dat de tenuitvoerleggingsbeslissing middels een onherroepelijke beslissing is ingetrokken.

f) In de loop van de tenuitvoerleggingsprocedure heeft een derde partij die aanspraak maakt op een goed waarop in het kader van de tenuitvoerlegging beslag is gelegd, op basis van haar eigendomsrecht of elk ander recht dat de verkoop tijdens de tenuitvoerlegging in de weg staat, de mogelijkheid om stappen te ondernemen tegen de indiener van het tenuitvoerleggingsverzoek, om het beslag op het desbetreffende goed op te heffen. Als de rechter het verzoek om onttrekking van het goed toewijst, wordt het beslag op het desbetreffende goed opgeheven.

6 Zijn er beperkingen aan tenuitvoerlegging, in het bijzonder wat bescherming van de schuldenaar of termijnen betreft?

Schorsing van de gedwongen tenuitvoerlegging:

De bevoegde rechtbank kan op verzoek van de schuldenaar de tenuitvoerlegging bij wijze van uitzondering opschorten als de schuldenaar een omstandigheid heeft kunnen bewijzen op grond waarvan opschorting is gerechtvaardigd en er op een eerder moment in de tenuitvoerleggingsprocedure geen boete aan de schuldenaar is opgelegd.

Indien nodig hoort de rechter de partijen alvorens over de opschorting te beslissen.

Omstandigheden op grond waarvan opschorting is gerechtvaardigd en die door de rechter in aanmerking worden genomen, zijn met name het aantal schuldeisers met een alimentatievordering van de schuldenaar die deze alimentatie absoluut nodig hebben, een chronische en ernstige ziekte van de schuldenaar of van degenen die hij ten laste heeft en natuurrampen die zich tijdens de tenuitvoerleggingsprocedure hebben voorgedaan en ook gevolgen hebben voor de schuldenaar.

Wanneer de tenuitvoerlegging ontruiming van een woning inhoudt, kan de schorsing op verzoek van de schuldenaar één maal worden bevolen voor een maximale duur van zes maanden.

Betaling in termijnen:

De gerechtsdeurwaarder kan op verzoek van een schuldenaar die een natuurlijke persoon is, voorwaarden vaststellen voor de betaling in termijnen van geldelijke schulden, met uitzondering van belastingschulden en openbare schuldvorderingen, als hij maatregelen heeft genomen voor het opsporen en in beslag nemen van de goederen van de schuldenaar en de schuldenaar een deel van de vordering reeds heeft betaald. De gerechtsdeurwaarder stelt de schuldenaar die niet over voor beslag vatbare goederen beschikt, ook in kennis van de mogelijkheden van en de voorwaarden voor betaling in termijnen.

De gerechtsdeurwaarder stelt een proces-verbaal op waarin de termijnen voor en de voorwaarden van betaling worden vastgelegd en betekent dit aan de partijen. Binnen 15 dagen na ontvangst van het proces-verbaal kan de persoon die om tenuitvoerlegging verzoekt, de gerechtsdeurwaarder schriftelijk meedelen dat hij niet instemt met de voorwaarden voor betaling in termijnen. Hij kan ook een voorstel indienen voor de voorwaarden voor de betaling in termijnen en het bedrag van de betalingen, en de schuldenaar om aanvullende garanties voor tenuitvoerlegging verzoeken. Op basis van een verklaring van de persoon die om tenuitvoerlegging heeft verzocht, kan de gerechtsdeurwaarder de voorwaarden voor de betaling in termijnen als volgt wijzigen:

a) Hij komt terug op de vaststelling van de termijnen als de persoon die om tenuitvoerlegging heeft verzocht, niet instemt met de betaling in termijnen van de alimentatie, het salaris of elke andere soortgelijke vordering zoals deze is toegestaan, of wanneer de indiener van het verzoek om tenuitvoerlegging een particulier is en hij verklaart dat hij door de betaling in termijnen mogelijk niet in zijn levensonderhoud kan voorzien, of wanneer de indiener een ondernemer is tegen wie een faillissements-, liquidatie- of tenuitvoerleggingsprocedure is ingesteld.

b) In gevallen die niet onder a) vallen, stelt hij de termijnen vast met een maximale duur van een jaar als de indiener van het tenuitvoerleggingsverzoek een rechtspersoon of een instelling zonder rechtspersoonlijkheid is, en van zes maanden als het een natuurlijke persoon betreft.

c) Hij stelt als voorwaarde voor de betaling in termijnen een gedeeltelijke betaling van de vordering vast, die in verhouding staat tot het vorderingsbedrag, als dit de strekking is van de verklaring van de indiener van het tenuitvoerleggingsverzoek.

De gerechtsdeurwaarder kent de schuldenaar een betaling in termijnen toe in maandelijks gelijke bedragen gedurende maximaal zes maanden als hij de noodzakelijke maatregelen heeft getroffen voor beslag op tegoeden die bij financiële instellingen worden beheerd, het salaris en de roerende zaken van de schuldenaar, en het totale schuldbedrag hiermee niet kon worden voldaan, en

a) niet eerder een betaling in termijnen is toegekend,

b) de gedwongen tenuitvoerlegging jegens de schuldenaar betrekking heeft op de inning van een geldelijke vordering van maximaal 500 000 HUF, of maximaal 1 000 000 HUF als er bij het kadaster een hypotheek is geregistreerd op de onroerende zaak die door de schuldenaar als woonruimte wordt gebruikt, en

c) de onroerende zaak die door de schuldenaar als woonruimte wordt gebruikt, voor de inning van de schuld door middel van een openbaar verkoop zou moeten worden verkocht.

Voor de toestemming voor betaling in termijn is geen instemming nodig van de persoon die om tenuitvoerlegging heeft verzocht. Wel moet het proces-verbaal waarin de betaling in termijnen is vastgelegd, aan hem worden betekend.

Geldbedragen die door middel van beslag bij de schuldenaar worden ingehouden, worden verrekend met de deelbetalingen.

De vaststelling van de taxatiewaarde en de aankondiging van de eerste openbare verkoop van de onroerend zaak die als woonruimte wordt gebruikt, kunnen pas plaatsvinden wanneer de schuldenaar zijn betalingsverplichtingen niet nakomt (artikelen 52/A en 52/B van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging).

Verjaringstermijn voor het recht op tenuitvoerlegging:

De termijn voor het recht op tenuitvoerlegging verstrijkt tegelijkertijd met de te innen vordering. De verjaringstermijn voor het recht op tenuitvoerlegging wordt doorgaans op verzoek opgeheven. Deze wordt ambtshalve opgeheven als de verjaring van de vordering waarop zij is gebaseerd, ambtshalve moet worden opgeheven. Als de verjaringstermijn voor het recht op tenuitvoerlegging overeenkomstig het voorgaande in aanmerking moet worden genomen, is het niet mogelijk om een bevel tot tenuitvoerlegging te geven of een reeds bevolen tenuitvoerlegging voort te zetten wanneer het verzoek hiertoe na het verstrijken van de verjaringstermijn voor de betreffende vordering wordt ingediend. De verjaringstermijn voor het recht op tenuitvoerlegging wordt met elke tenuitvoerleggingshandeling gestuit.

Beperkingen:

Tijdens de tenuitvoerlegging wordt het loonbeslag berekend over het bedrag dat overblijft na aftrek van belastingen (fiscaal voorschot), premies voor de ziektekostenverzekering en het pensioen, bijdragen aan particuliere pensioenfondsen en andere bijdragen die op grond van specifieke rechtsregels moeten worden ingehouden op het loon. Het maximaal aftrekbare aandeel bedraagt in het algemeen 33 % en in uitzonderingsgevallen 50 %.

Bij de aftrek is het deel van de maandelijkse inkomsten dat overeenkomt met de minimale pensioenuitkering vrijgesteld van tenuitvoerlegging. Deze vrijstelling is echter niet van toepassing als de tenuitvoerlegging betrekking heeft op de inning van alimentatie voor kinderen of van kosten voor een bevalling.

Het maximaal aftrekbare percentage van inkomsten uit arbeid in loondienst, bedraagt 33 %.

Het maximaal aftrekbare percentage van inkomsten uit arbeid in loondienst, bedraagt 50 % voor de inning van de volgende vorderingen:

a) alimentatie,

b) een salarisvordering jegens de schuldenaar,

c) ten onrechte ontvangen salaris en sociale uitkeringen (artikel 65, lid 2, van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging).

Het maximaal aftrekbare percentage van de bedragen die door de sociale zekerheid aan de schuldenaar worden uitgekeerd uit hoofde van pensioenuitkeringen, uitkeringen voor vervroegd pensioen, diensttoeslagen, lijfrente voor balletdansers en tijdelijke lijfrente voor mijnwerkers (hierna gezamenlijk "pensioenuitkeringen" genoemd) bedraagt 33 % (artikel 67, lid 1, van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging).

Het maximaal aftrekbare percentage van pensioenuitkeringen bedraagt 50 % voor de inning van de volgende vorderingen:

a) alimentatie voor kinderen

c) ten onrechte ontvangen pensioenuitkeringen (artikel 67, lid 2, van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging)

Het maximaal aftrekbare percentage van uitkeringen aan werkzoekenden (werkloosheidsuitkering, uitkering voor vervroegd pensioen voor werklozen, aanvullende uitkering en vervangende vergoeding) bedraagt 33 % voor de inning van de volgende vorderingen:

a) alimentatie;

b) ten onrechte ontvangen werkloosheidsuitkeringen;

c) ten onrechte ontvangen geldelijke uitkeringen voor de beroepsbevolking;

De volgende uitkeringen en toelagen zijn niet vatbaar voor beslag:

- de uitkering voor nationale bijstand en invaliditeitsuitkeringen door oorlog, lijfrente op grond van de wet inzake schadeloosstelling van personen die om politieke redenen van hun leven en hun vrijheid zijn benomen;

- gemeentelijke financiële bijstand, buitengewone gemeentelijke financiële bijstand, geldelijke uitkeringen die zijn vastgesteld in het kader van rechten op uitkeringen voor de beroepsbevolking, lijfrente voor ouderen, vervangende vergoeding voor werklozen, zorgtoeslag;

- de zwangerschapstoelage;

- de invaliditeitsuitkering en persoonlijke uitkering voor blinden en slechtzienden;

- de salarisaanvulling bij invaliditeit, de tijdelijke salarisaanvulling, de aanvullende inkomenstoeslag, de tijdelijke aanvullende inkomenstoeslag, de invaliditeitstoeslag voor mijnwerkers;

- de rechtmatige alimentatietoeslagen, waaronder alimentatietoeslagen voor kinderen, geldelijke uitkeringen ter bescherming van kinderen, die worden uitgekeerd op grond van de wet inzake de bescherming van kinderen en voogdijzaken;

- de onderwijstoelage, de speciale toelage en de gezinstoelage voor een pleegouder die kinderen opvangt die tijdelijk bij hem zijn geplaatst of tijdelijk of langdurig aan hem zijn toevertrouwd, of voor jongeren waarvoor hij zorg draagt;

- de studiebeurs, met uitzondering van de studiebeurs die te vergelijken is met het salaris van studenten met een beurs die een wetenschappelijke opleiding volgen;

- toelagen voor missies, diplomatieke diensten en reizen van en naar het werk;

- alle bedragen waarmee specifieke uitgaven worden gedekt;

- de invaliditeitsuitkering (artikel 74 van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging).

Voor wat betreft de bedragen die zijn verschuldigd aan natuurlijke personen en die worden beheerd door een aanbieder van betalingsdiensten, is het hoogste deel dat meer dan vier keer het minimumbedrag van de pensioenuitkering bedraagt, onbeperkt vatbaar voor beslag en onder deze grens is het deel tussen het laagste bedrag van het ouderdomspensioen en het viervoudige van dit bedrag hoogstens voor 50 % vatbaar voor beslag (artikel 79/A, lid 2, van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging).

Goederen die wettelijk zijn vrijgesteld van tenuitvoerlegging, zijn niet vatbaar voor beslag, ook al stemt de schuldenaar hiermee in.

De volgende roerende zaken zijn vrijgesteld van tenuitvoerlegging:

- goederen die onmisbaar zijn voor de uitoefening van het beroep van de schuldenaar, zoals gereedschap, instrumenten, technische en militaire apparatuur of elke andere uitrusting, uniformen, zelfverdedigingswapens, vervoermiddelen, met uitzondering van motorvoertuigen;

- goederen die noodzakelijk zijn voor systematische studie, zoals schoolboeken, onderwijsmateriaal en muziekinstrumenten;

- noodzakelijke kleding, 3 stukken bovenkleding, 1 winterjas, 1 jas, 3 paar schoenen;

- noodzakelijk beddengoed: 1 set bestaande uit 2 bij elkaar passende hoezen per persoon;

- noodzakelijk meubilair, gelet op de samenstelling van het huishouden van de schuldenaar, maximaal 3 tafels en 3 kasten of soortgelijke meubelstukken, alsmede, per persoon, 1 bed of ander meubel waarin kan worden geslapen en 1 stoel of een ander stuk zitmeubilair;

- noodzakelijk materiaal voor verwarming en verlichting;

- keukengerei en huishoudelijke apparatuur die noodzakelijk is voor het huishouden van de schuldenaar, 1 koelkast of vriezer en 1 wasmachine;

- onderscheidingen van de schuldenaar, inclusief documenten waarmee deze worden gestaafd (orde van verdienste, medailles, insignes, eervolle onderscheidingen);

- geneesmiddelen en therapeutische en technische materialen die noodzakelijk zijn wegens een ziekte of fysieke handicap van de schuldenaar, het motorvoertuig van de schuldenaar met een beperkte mobiliteit;

- voorwerpen die worden gebruikt door minderjarige kinderen in het huishouden van de schuldenaar en specifiek zijn bestemd voor kinderen;

- voor 1 maand noodzakelijke levensmiddelen en voor 3 maanden noodzakelijke brandstof voor de schuldenaar en de personen die tot zijn huishouden behoren;

- ongeoogste gewassen of niet-geplukte vruchten;

- voorwerpen die tijdens de liquidatieprocedure niet kunnen worden beschouwd als goederen die de schuldenaar toebehoren;

- culturele goederen die zijn opgenomen in het certificaat zoals ingesteld krachtens de wet inzake specifieke bescherming van geleende culturele goederen, gedurende de periode van specifieke bescherming (artikel 90, lid 1, van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging).

Bij beslaglegging op een voertuig dat onmisbaar is voor de uitoefening van het beroep van de schuldenaar die een natuurlijke persoon is, behalve bij inbewaringgeving, wordt alleen het kentekenbewijs in beslag genomen, en dit moet tezamen met een kopie van het proces-verbaal van beslag, worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke instantie voor het wegverkeer, of, als deze niet kan worden vastgesteld, de instantie waar het voertuig is geregistreerd. De schuldenaar mag het voertuig blijven gebruiken totdat het is verkocht, behalve in geval van inbewaringgeving.

Als de taxatiewaarde van het motorvoertuig lager is dan het bedrag dat is vastgelegd in het decreet van de minister van Justitie, zoals bekendgemaakt in overeenstemming met de minister voor fiscaal beleid, wordt het betreffende voertuig vrijgesteld van tenuitvoerlegging.

A) Intrekking van het executoriaal uittreksel en schrapping van de executoriale clausule:

Als het executoriaal uittreksel door de rechtbank is afgegeven in strijd met de wet, moet het worden ingetrokken.

Als de rechter in strijd met de wet een executoriale clausule heeft ingevoegd, moet deze worden geschrapt.

De rechter trekt het executoriaal uittreksel ook in of schrapt de executoriale clausule wanneer hij op verzoek van de schuldenaar vaststelt dat aan de voorwaarden wordt voldaan voor:

a) weigering van de tenuitvoerlegging op grond van artikel 21 van Verordening (EG) nr. 805/2004;

b) weigering van de tenuitvoerlegging op grond van artikel 22, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1896/2006 of artikel 22, lid 1, van Verordening (EG) nr. 861/2007; of

b) weigering van de tenuitvoerlegging op grond van artikel 21, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad of artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1215/2012.

Beroep tegen het tenuitvoerleggingsbevel:

Als de rechter middels een tenuitvoerleggingsbevel opdracht heeft gegeven tot tenuitvoerlegging, of de rechter in het geval van afgifte van een executoriale titel die niet overeenstemt met het verzoek, een bevel heeft afgegeven over dit gebrek aan overeenstemming, kunnen de partijen beroep aantekenen tegen dit bevel. Het beroep tegen het bevel heeft geen schorsende werking op de tenuitvoerlegging, maar er kan geen enkele maatregel worden getroffen voor de verkoop van de in beslag genomen goederen en het bedrag dat bij de tenuitvoerlegging is geïnd, kan niet aan de rechthebbende worden betaald, tenzij in de wet anders is bepaald.

Bezwaar tegen tenuitvoerlegging:

De betrokken partij of iedere andere belanghebbende kan bij de bevoegde rechtbank bezwaar maken tegen de maatregelen die de gerechtsdeurwaarder in strijd met wezenlijke voorschriften voor de tenuitvoerleggingsprocedure heeft genomen, met zijn recht op het indienen van bezwaar of met zijn gerechtvaardigde belangen, of tegen de nalatigheid van de gerechtsdeurwaarder. Een wezenlijke schending van de regels voor tenuitvoerleggingsprocedures vormt een overtreding met substantiële gevolgen voor de uitkomst van de tenuitvoerleggingsprocedure (artikel 217, lid 1, van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging).

Als de maatregel waartegen bezwaar is gemaakt, voldoet aan de wetgeving of geen wezenlijke schending van de wetgeving oplevert, bevestigt de rechter de aangevochten maatregel en wijst het bezwaar af. Als de maatregel waartegen bezwaar is gemaakt, een wezenlijke schending van de wetgeving oplevert, verklaart de rechter de betwiste maatregel geheel of gedeeltelijk nietig, of wijzigt deze geheel of gedeeltelijk, als dit wettelijk is toegestaan en de voor zijn beslissing noodzakelijke feiten kunnen worden vastgesteld. In geval van nalatigheid van de gerechtsdeurwaarder wordt hem bevolen de nagelaten maatregel te treffen (artikel 217/A, lid 5, van de wet inzake gedwongen tenuitvoerlegging).

Laatste update: 16/10/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.