Restrictions on successions – special rules

National information on the special rules that apply to certain immovable property, certain enterprises or other special categories of assets

The European Judicial Network in civil and commercial matters has produced some information sheets on the special rules under national law, imposing restrictions concerning the succession typically involving the following assets:

  • certain types of immovable property (real estate)
  • certain types of businesses,
  • other special categories of assets.

For economic, family and/or social reasons, these rules restrict succession involving such assets.

They apply to a succession, under the country’s national law imposing such restrictions, irrespective of the law on succession.

To consult an information sheet on national law that imposes restrictions on or otherwise affects succession involving certain assets, please click on the appropriate national flag on this page.

Last update: 18/01/2019

This page is maintained by the European Commission. The information on this page does not necessarily reflect the official position of the European Commission. The Commission accepts no responsibility or liability whatsoever with regard to any information or data contained or referred to in this document. Please refer to the legal notice with regard to copyright rules for European pages.
The Commission is in the process of updating some of the content on this website in the light of the withdrawal of the United Kingdom from the European Union. If the site contains content that does not yet reflect the withdrawal of the United Kingdom, it is unintentional and will be addressed.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - België

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Artikel 745 quater van het burgerlijk wetboek voorziet in bijzondere regels voor het geval dat de eigendom van bepaalde goederen is verdeeld tussen enerzijds de afstammelingen van de vooroverleden echtgenoot die de blote eigendom krijgen en anderzijds de langstlevende echtgenoot die het vruchtgebruik krijgt.

In principe kan de langstlevende echtgenoot of een van de blote eigenaars vragen dat het vruchtgebruik geheel of ten dele wordt omgezet, d.w.z. dat het mogelijk is om het aandeel van de ander in de blote eigendom of het vruchtgebruik te kopen.

Voor sommige goederen wordt er echter afgeweken van deze regel:

  • de familierechtbank kan de omzetting van het vruchtgebruik weigeren, wanneer zulks de belangen van een onderneming of van een beroepsactiviteit ernstig zou schaden;
  • het vruchtgebruik van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap het gezin tot voornaamste woning diende, en van het daarin aanwezige huisraad, kan niet worden omgezet dan met instemming van de langstlevende echtgenoot of de langstlevende wettelijk samenwonende.

Artikel 745 octies van het burgerlijk wetboek voorziet, ten behoeve van de wettelijk samenwonende, in een soortgelijke bescherming voor het onroerend goed dat het gezin tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende en voor het daarin aanwezige huisraad.

Bovendien voorziet artikel 915 bis van het burgerlijk wetboek in een wettelijk erfdeel voor de langstlevende echtgenoot en wordt daarin bepaald dat dit erfdeel in elk geval van toepassing is op het onroerend goed dat het gezin tot voornaamste woning diende en op het daarin aanwezige huisraad.

Wanneer een nalatenschap voor het geheel of voor een deel een landbouwbedrijf bevat, heeft ieder van de erfgenamen in de rechte nederdalende lijn, het recht van overname naar schatting van de roerende en onroerende goederen die behoren tot het landbouwbedrijf (artikel 1, eerste alinea, van de wet van 29 augustus 1988 op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit).

Ingeval de nalatenschap niet voor het geheel of voor een deel een landbouwbedrijf bevat, maar wel onroerende goederen die behoorden tot het landbouwbedrijf van de erflater en wanneer een van de erfgenamen in de rechte nederdalende lijn thans exploitant is van deze goederen in het kader van zijn eigen landbouwbedrijf, dan kan deze laatste eveneens naar schatting deze goederen overnemen, onverminderd de bepalingen van het burgerlijk wetboek die de rechten van de langstlevende echtgenoot en van de langstlevende wettelijk samenwonende vastleggen (artikel 1, derde alinea, van de wet van 29 augustus 1988).

Tot slot wordt in artikel 4 van de wet van 16 mei 1900 tot erfregeling van de kleine nalatenschappen bepaald dat, wanneer, voor het geheel of voor een deel, een nalatenschap onroerende goederen bevat, waarvan het kadastraal inkomen in het geheel 1 565 EUR niet overtreft (artikel 1 van de wet) en onverminderd de rechten die artikel 1446 van het burgerlijk wetboek toekent aan de langstlevende echtgenoot, ieder van de erfgenamen in de rechte lijn en, in voorkomend geval, de noch uit de echt noch van tafel en bed gescheiden langstlevende echtgenoot het recht heeft tot overname, naar schatting, hetzij van de woning, bij het overlijden, door de decujus, zijn echtgenoot of een van zijn afstammelingen betrokken, benevens de stoffering, hetzij van het huis, de meubelen, alsmede van de gronden die de bewoner van het huis persoonlijk en voor eigen rekening in gebruik had, het landbouwmaterieel en de dieren tot de bebouwing dienende of de goederen, de grondstoffen, de beroepsvoorwerpen en andere hulpmiddelen die aan het handels-, ambachts-, of nijverheidsbedrijf zijn verbonden.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Deze bepalingen zijn dwingend, maar de wet specificeert niet uitdrukkelijk of ze moeten worden toegepast ongeacht het recht dat van toepassing is.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Er bestaan verschillende procedures om deze rechten te waarborgen:

  • toewijzing van een vordering tot omzetting van het vruchtgebruik door de familierechtbank: de familierechtbank kan hetzij de omzetting van het vruchtgebruik en de toewijzing van de volle eigendom weigeren, wanneer zulks de belangen van een onderneming of van een beroepsactiviteit ernstig zou schaden, hetzij de vordering tot omzetting toewijzen indien zij zulks billijk acht wegens omstandigheden die eigen zijn aan de zaak (artikel 745 quater, § 2, van het burgerlijk wetboek);
  • akte van overname van een landbouwbedrijf: wanneer een belanghebbende of zijn schuldeiser dit vraagt, gaat de familierechtbank over tot schatting. De familierechtbank mag daartoe een of meer schatters benoemen (artikel 4, eerste alinea, van de wet van 29 augustus 1988 - artikel 3 voorziet in een voorrangsregeling). Rijzen er betwistingen omtrent de wijze waarop de overname moet geschieden, weigert een van de belanghebbenden daarin toe te stemmen of is hij niet tegenwoordig, dan worden de belanghebbenden of hun wettelijke vertegenwoordigers ten minste vijftien dagen van tevoren bij gerechtsbrief opgeroepen door de familierechtbank. Op de bepaalde dag vergaderen de belanghebbenden onder voorzitterschap van de magistraat die hen heeft opgeroepen. Zelfs bij afwezigheid van een of meer belanghebbenden kan tot de werkzaamheden worden overgegaan. In voorkomend geval benoemt de rechter die de vergadering voorzit, een notaris om de afwezigen te vervangen, hun aandelen te ontvangen en er ontvangstbewijs van te geven; het ereloon van de notaris moet worden betaald door de partijen die hij vertegenwoordigt. De rechter beslecht de geschilpunten en verwijst de partijen voor het verlijden van de akte naar de door hen aangewezen notaris of, indien zij het over deze keus niet eens kunnen worden, naar een ambtshalve benoemde notaris (artikel 4, derde alinea, van de wet van 29 augustus 1988). Behoudens in het geval van een ernstige reden die door de familierechtbank vooraf als geldig is erkend, kan de overnemer gedurende een periode van tien jaar met ingang van de datum waarop de akte van overname is verleden, de overgenomen onroerende goederen niet vervreemden (artikel 6, eerste alinea, van de wet van 29 augustus 1988);
  • akte van overname bij kleine erfenissen: de procedure is grotendeels identiek aan die voor de overname van een landbouwbedrijf (artikel 4, derde en vijfde alinea, van de wet van 16 mei 1900). Het enige verschil is dat de overnemer de overgenomen onroerende goederen niet kan vervreemden gedurende een periode van vijf jaar met ingang van de datum waarop de akte van overname is verleden, behoudens in het geval van een ernstige reden die door de familierechtbank vooraf als geldig is erkend (artikel 5 van de wet van 16 mei 1900).
Laatste update: 27/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Tsjechië

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Er gelden geen dergelijke bijzondere regels.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

-

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Er zijn geen specifieke procedures om deze naleving te waarborgen.

Laatste update: 25/03/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Duitsland

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Bijzondere beperkingen in de zin van artikel 30 van de Europese Erfrechtverordening zijn te vinden in het Duitse agrarische erfrecht (Anerbenrecht), op grond waarvan onder bepaalde voorwaarden landbouwbezittingen aan bijzondere erfrechtelijke regels zijn onderworpen.

Deze regels zijn te vinden in de Regeling inzake landbouwbedrijven (Höfeordnung), een gedeeltelijk federale wet die geldt in Hamburg, Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Sleeswijk-Holstein, en in het agrarische erfrecht van individuele deelstaten (wet agrarische landgoederen [Hofgütergesetz] en wet vererving agrarische bezittingen [Anerbengesetz] in Baden-Württemberg, waarvan de laatste alleen geldt wanneer de erflater is geboren vóór 1 januari 1930, de Regeling inzake landgoederen [Landgüterordnung] in Hessen, de Regeling inzake landbouwbedrijven [Höfeordnung] in Rijnland-Palts en de wet inzake landbouwbedrijven [Höfegesetz] in Bremen). In andere deelstaten bestaan dergelijke regels niet. Aan de hand van artikel 36, lid 2, onder c), van de Europese Erfrechtverordening wordt bepaald welk agrarisch erfrecht van toepassing is. Bovendien zijn de individuele regels voor vererving van landgoederen in het Burgerlijk Wetboek eveneens van toepassing (artikel 1515, lid 2, en de artikelen 2049 en 2312), evenals artikel 13 van de wet inzake grondtransacties (Grundstücksverkehrsgesetz), op grond waarvan een landbouwbedrijf aan slechts één wettelijke mede-erfgenaam kan worden toegewezen.

In de Regeling inzake landbouwbedrijven zijn bijzondere erfrechtelijke regels voor bepaalde agrarische bedrijven opgenomen om versplintering van land- en bosbouwactiviteiten in geval van erfopvolging te voorkomen. De bepalingen van de Regeling inzake landbouwbedrijven schrijven voor dat de eigendom aan slechts één erfgenaam (enige erfgenaam van het landbouwbedrijf) wordt toegewezen, om zo economisch levensvatbare landbouwbedrijven door de generaties heen te behouden. Deze bepalingen dienen niet alleen de persoonlijke belangen van individuele eigenaren van landbouwbedrijven, maar ook het publieke belang bij voorkoming van versplintering en behoud van de efficiëntie van landbouwbedrijven.

De andere mede-erfgenamen hebben aanspraak op compensatie, al is het bedrag van de aanspraak lager dan in andere erfrechtelijke geschillen, teneinde landbouwbedrijven te beschermen tegen te hoge aanspraken op schadeloosstelling en compensatie die hun bestaan in gevaar zouden brengen.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Gezien het regelgevingsdoel van het agrarische erfrecht om landbouwbedrijven door de generaties heen te behouden, moeten de bovengenoemde bijzondere regels op binnenlandse landbouwbezittingen worden toegepast ongeacht welk recht op de erfopvolging van de overledene van toepassing is.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Volgens het Duitse recht kan de Landbouwkamer (Landwirtschaftsgericht) op grond van de procedurevoorschriften voor landbouwzaken (Verfahrensordnung für Höfesachen – HöfeVfO) bepaalde controleprocedures uitvoeren, bijvoorbeeld om te bepalen of testamentaire beschikkingen of overeenkomsten tot overdracht van landbouwbedrijven in strijd zijn met het agrarisch erfrecht.

Laatste update: 26/11/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Griekenland

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Het Griekse recht bevat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen de vererving van goederen in Griekenland beperken.

Deze bijzondere regels zijn vastgesteld voor:

A) monastieke bezittingen (zie de artikelen 4, 18 en 19 van Wet nr. 3414/1909 betreffende de kerkelijke fondsen en het beheer van de kloosters, ten uitvoer gelegd door artikel 99 van de wet tot invoering van het Griekse Burgerlijk Wetboek, artikel 7, lid 2, en artikel 25 van Wet nr. 4684/1930, artikel 1 van Wet nr. 1918/1942 en artikel I van Wet nr. 2067/1952). In die bepalingen staat met name dat de bezittingen van een monnik van rechtswege overgaan op het klooster waar hij is begraven en in de registers waarvan hij is ingeschreven, na aftrek van het voorbehouden deel van de nalatenschap voor zijn erfgenamen. Legaten, schenkingen en erfenissen die aan de monnik toekomen, nadat hij in het klooster is ingetreden, behoren aan het klooster toe en de monnik behoudt slechts een vruchtgebruik van 50 % daarvan. De goederen die de monnik na het afleggen van zijn geloften onder een andere bezwarende titel heeft verkregen, komen daarentegen aan hem persoonlijk toe. Hij kan over deze goederen beschikken, maar mag dat niet doen via om niet verrichte handelingen. Als hij er niet over beschikt, valt na zijn overlijden 50 % van die goederen toe aan de kerkelijke centrale financiële dienst en 50 % aan het klooster. Opgemerkt zij dat er nog specifiekere regels gelden voor monniken op de berg Athos (zie artikel 101 van het Handvest betreffende de Berg Athos, dat ten uitvoer is gelegd door artikel 99 van de wet tot invoering van het Griekse Burgerlijk Wetboek). Als de monniken goederen verwerven na het afleggen van hun geloften, komen die goederen aan het klooster toe, ongeacht wanneer de monniken overlijden, en is elke beschikking over de goederen in een testament ongeldig, evenals het testament zelf.

B) goederen waarover bij testament, legaat of schenking wordt beschikt ten gunste van de Griekse staat of een publiekrechtelijk lichaam of voor doelen van algemeen nut (zie Wet nr. 4182/2013 inzake nalatenschappen ten behoeve van het algemeen nut, onbeheerde nalatenschappen en andere bepalingen). De minister van Financiën kan de vererving van de goederen bevestigen of weigeren, tenzij het gaat om een nalatenschap van een persoon zonder testament die op de staat is overgegaan. In dat geval kan de nalatenschap niet worden geweigerd. Bovendien wordt de staat geacht dergelijke nalatenschappen te allen tijde te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving, dat wil zeggen dat de staat slechts tot de omvang van de goederen van de nalatenschap aansprakelijk is voor de schulden van de nalatenschap.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Deze bijzondere regels gelden voor de nalatenschap, ongeacht het recht dat daarop van toepassing is.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Wat de bijzondere regels in punt B) betreft, staat in Wet nr. 4182/2013 onder meer dat, wanneer het testament wordt bekrachtigd of wanneer een in het buitenland bekrachtigd testament met een beschikking ten gunste van een algemeen nut beogend doel of ten gunste van de staat of een publiekrechtelijk lichaam wordt ingediend, de griffier en/of de consulaire autoriteit op de plaats waar het testament wordt bekrachtigd of ingediend en de griffier van de rechtbank van eerste aanleg in Athene aan wie het testament wordt toegezonden, verplicht zijn om binnen de eerste tien dagen van de volgende maand een afschrift van de erfrechtprocedure aan het betrokken directoraat van het ministerie van Financiën toe te zenden. In die wet staat eveneens dat goederen die aan het algemeen nut beogende doelen worden nagelaten, moeten worden gebruikt op de wijze zoals door de erflater of de schenker is bepaald en dat het is verboden om de algemeen nut beogende doelen, de wijze van en voorwaarden voor het beheer van de nalatenschap en de bepalingen over de manier waarop deze moet worden beheerd, te wijzigen. In geval van twijfel over de bedoelingen van de erflater of de schenker, of van betwistingen op die punten, moet de kwestie door de bevoegde rechtbank worden beslecht. Op grond van dezelfde wet is ook een register voor nalatenschappen ten behoeve van het algemeen nut (register voor nationale schenkingen) ingesteld, waarin al deze nalatenschappen moeten worden ingeschreven.

Laatste update: 29/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Spanje

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

a) Om ervoor te zorgen dat goederen in dezelfde tak van de familie blijven wanneer deze door een ascendent (bloedverwant in opgaande lijn) worden geërfd, wordt in de wet het volgende bepaald: deze goederen moeten worden gereserveerd voor verwanten in dezelfde lijn (artikel 811 van het Spaanse Burgerlijk Wetboek [Código Civil]) en weduwen en weduwnaars moeten goederen die ze van hun overleden echtgenoot hebben geërfd, reserveren als ze hertrouwen of een kind krijgen (artikel 968 van het Burgerlijk Wetboek). Ascendenten erven voor enige andere partij goederen die geschonken zijn aan hun kinderen of afstammelingen die kinderloos zijn overleden (artikel 812 van het Burgerlijk Wetboek).

b) Onroerend goed in de provincie Vizcaya kan slechts aan bepaalde familieleden worden overgedragen (artikel 17 van Wet 3/1992), een recht dat geldt voor alle buren van Vizcaya (artikel 23 van Wet 3/1992).

c) Om te voorkomen dat bedrijven worden gesplitst, om economische redenen of in het belang van de familie, kan de erflater de andere erfgenamen hun deel in contanten betalen, met de mogelijkheid van uitstel van betaling, zelfs als er niet genoeg contant geld in de erfenis zit (artikel 1056, tweede alinea, van het Burgerlijk Wetboek).

d) Een kapitaalvennootschap (sociedad de capital) kan in haar statuten beperkingen stellen aan de overdraagbaarheid van aandelen, ook bij overlijden van de aandeelhouder. Als zo'n beperking bestaat, moet de vennootschap iemand naar voren schuiven die de aan de erfgenaam toegekende aandelen koopt, of deze zelf kopen (artikel 124 van het Spaanse Koninklijk Wetsbesluit 1/2010 inzake kapitaalvennootschappen [Ley de sociedades de capital]).

e) Om economische redenen is een minimumoppervlak voor agrarisch onroerend goed vastgesteld om te voorkomen dat deze tussen de erfgenamen worden verdeeld (artikelen 23 en volgende van Wet 15/1995 inzake de modernisering van landbouwbedrijven).

f) Om sociale redenen zijn er in de wetgeving van de staat en van de autonome gemeenschappen beperkingen gesteld aan de overdracht van sociale woningen.

g) Op grond van de wetgeving over verpachting en huur in stedelijk gebied kunnen bepaalde erfopvolgers van de pachter of huurder de pacht- of huurrechten via subrogatie verkrijgen (artikel 24 van Wet 49/2003 inzake verpachting, artikelen 16 en 33 van Wet 29/1994 inzake huur in stedelijk gebied).

h) Voor het verkrijgen van rechten op onroerend goed in gebieden waar buitenlands nationaal eigendom wordt beperkt, is toestemming van militaire autoriteiten nodig met het oog op de nationale veiligheid of de soevereiniteit van de staat (artikelen 4, 16 en 18 van Wet 8/1975 van 12 maart 1975 inzake gebieden en installaties die voor de nationale veiligheid van belang zijn, en artikel 46 van Koninklijk Besluit 689/1978 van 10 februari 1978).

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

De paragrafen b), e), f), g) en h) onder vraag 1 zijn van toepassing op onroerend goed in Spanje ongeacht welk recht voor de erfopvolging geldt; paragraaf d) is van toepassing als de betrokken vennootschap onder Spaans recht valt.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

De notaris die een overdracht vastlegt en de registerbewaarder van het kadaster controleren of die overdracht rechtmatig is. Uiteraard kan ook om een rechterlijke beslissing worden verzocht.

Laatste update: 31/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Kroatië

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Het Kroatische recht kent geen bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Zie het vorige antwoord.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Zie het vorige antwoord.

Laatste update: 29/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Cyprus

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Cyprus kent geen dergelijke bijzondere regels. Er gelden echter wettelijke bepalingen ter bescherming van wettelijke erfgenamen, die verbieden dat er bij testament wordt beschikt over het zogenaamde "wettelijke erfdeel".

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Zie het antwoord hierboven.

Wat de onroerende goederen betreft, zijn de regels van de wet betreffende testamenten en erfenissen, hoofdstuk 195, zoals gewijzigd, van toepassing.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Er zijn geen speciale nalevingsprocedures. De nalevingsprocedures zijn dezelfde als in alle andere gevallen.

Laatste update: 29/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Luxemburg

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Ja, het Luxemburgse recht kent dergelijke beperkingen. Het gaat om het wettelijk erfdeel zoals gedefinieerd in het burgerlijk wetboek. Er zij echter op gewezen dat deze bepalingen geen beperkingen opleggen met betrekking tot bepaalde specifieke goederen of ondernemingen in de zin van de vraag, noch met betrekking tot bijzondere categorieën goederen waarnaar in de vraag wordt verwezen. Het wettelijk erfdeel houdt immers in dat er beperkingen worden opgelegd met betrekking tot een in de wet vastgesteld deel van de nalatenschap, ongeacht de aard van de goederen die daar deel van uitmaken.

Zo wordt in artikel 913 van het burgerlijk wetboek bepaald dat de giften bij testament de helft van de goederen van de beschikker niet mogen overschrijden indien de beschikker bij zijn overlijden een kind achterlaat en een derde indien hij twee kinderen achterlaat en een vierde indien hij drie of meer kinderen achterlaat. Volgens artikel 916 van het burgerlijk wetboek mogen giften, bij akten onder de levenden of bij testament, bij gebreke van bloedverwanten in de nederdalende lijn de gehele nalatenschap omvatten.

Volledigheidshalve moet, ook al vallen deze beperkingen niet onder het erfrecht, worden gewezen op de gewijzigde wet van 18 juli 1983 inzake het behoud en de bescherming van nationale monumenten en landschappen (loi modifiée du 18 juillet 1983 concernant la conservation et la protection des sites et monuments nationaux). Gebouwen die conform deze wet zijn beschermd, zijn onderworpen aan een aantal beperkingen, ongeacht of zij deel uitmaken van een toekomstige of reeds opengevallen nalatenschap. Zo wordt in artikel 10, eerste alinea, eerste zin, van de bovengenoemde wet bepaald dat een beschermd gebouw niet mag worden vernietigd of verplaatst, noch een andere bestemming mag krijgen, noch mag worden gerestaureerd, hersteld of gewijzigd, tenzij de bevoegde minister daarvoor toestemming heeft gegeven. Bovendien wordt in artikel 15, eerste alinea, van die wet voorgeschreven dat er, zonder specifieke toestemming van de minister, geen nieuwbouw tegen een beschermd gebouw mag worden gebouwd.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

In de rechtsleer zijn de meningen verdeeld over de vraag of het wettelijk erfdeel deel onder de internationale openbare orde valt en dus moet worden geëerbiedigd ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Ja, wat betreft het wettelijk erfdeel. Beschikkingen, hetzij onder de levenden, hetzij ter zake des doods, die het beschikbaar gedeelte overschrijden, kunnen na het openvallen van de erfenis tot dat gedeelte worden ingekort. In de artikelen 920 e.v. van het burgerlijk wetboek is de procedure vastgesteld voor de inkorting van schenkingen en legaten, die in dit soort situaties van toepassing is.

Laatste update: 29/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Hongarije

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

1) Landbouw- en bosgronden

1.1 In het algemeen

Volgens Hongaars recht is de verwerving van de eigendom van landbouw- en bosgronden aan strikte regels onderworpen. Deze beperkingen zijn ook van invloed op verwerving door erfopvolging, ongeacht of de verwerving gebeurt door Hongaarse burgers, burgers van andere lidstaten of andere buitenlanders. De beperkende bepalingen zijn opgenomen in de twee volgende wetten:

  • Wet nr. CXXII van 2013 betreffende de handel in landbouw- en bosgrond (a mező- és erdőgazdasági földek forgalmáról szóló 2013. évi CXXII. törvény) (wet inzake grondtransacties) en
  • Wet nr. CCXII van 2013 tot vaststelling van bepaalde voorschriften en overgangsregels in verband met Wet nr. CXXII van 2013 betreffende de handel in landbouw- en bosgrond (a mező- és erdőgazdasági földek forgalmáról szóló 2013. évi CXXII. törvénnyel összefüggő egyes rendelkezésekről és átmeneti szabályokról szóló 2013. évi CCXII. törvény) (wet van 2013 inzake overgangsregels).

De regels zijn zeer gecompliceerd; de voornaamste bepalingen die van belang zijn voor erfopvolging kunnen als volgt worden samengevat:

1.2 Onroerende goederen die onder de materiële werkingssfeer van de beperkingen vallen

De wettelijke beperkingen betreffen de verwerving van "landbouw- en bosgrond". Overeenkomstig artikel 5, lid 17, van de wet inzake grondtransacties omvat de term "landbouw- en bosgrond" (landbouwgrond):

  • alle percelen grond die voor een van de volgende doeleinden in het onroerendgoedregister zijn ingeschreven: akkerland, wijngaard, boomgaard, tuin, maaiweide, graasweide (grasland), riet, bos en bosland (ongeacht of de grond in een stedelijke of een perifere zone ligt); en
  • percelen grond die zijn ingeschreven als uit cultuur genomen en die in het onroerendgoedregister zijn opgenomen als "gebied dat in de nationale bosbouwdatabank als bos is ingeschreven".

1.3 Beperkingen die van invloed zijn op de verwerving van eigendom door erfopvolging

In de wet inzake grondtransacties worden erfopvolging bij versterf en testamentaire erfopvolging verschillend behandeld als het gaat om de verwerving van de eigendom van landbouwgrond. De in de wet beschreven beperkingen gelden uitsluitend voor verwervingen door testamentaire opvolging en niet voor de verwerving van landbouwgrond door erfopvolging bij versterf.

In de zin van artikel 8, lid 1, van de wet van 2013 inzake overgangsregels wordt een geval waarin een testamentaire erfgenaam van rechtswege erfgenaam kan worden, bij ontbreken van een testament en mits andere erfgenamen van erfopvolging zijn uitgesloten, voor de toepassing van de beperkingen op de verwerving van eigendom eveneens als verwerving van eigendom door erfopvolging bij versterf beschouwd.

1.3.1 Regels voor de verwerving van eigendom door testamentaire erfopvolging

a) vergunning van de overheidsinstantie vereist

Als de erflater in een testament over de eigendom van landbouwgrond heeft beschikt, is goedkeuring door een overheidsinstantie (agrarisch bestuursorgaan) in de vorm van een vergunning voor de verkrijging van de eigendom door de testamentaire erfgenaam nodig (artikel 34 van de wet inzake grondtransacties). In de loop van de goedkeuringsprocedure stelt het agrarische bestuursorgaan vast

  • of de erfgenaam voor verwerving in aanmerking komt en
  • dat het testament niet leidt tot overtreding of ontduiking van een beperking van de verwerving van eigendom.

b) beperkingen op de verwerving van landbouwgrond

In de wet inzake grondtransacties worden individuele categorieën juridische entiteiten verschillend behandeld wat het recht op verwerving van landbouwgrond betreft. In dit verband moeten de volgende categorieën personen worden onderscheiden:

i) juridische entiteiten die in geen geval de eigendom van landbouwgrond mogen verwerven

Daartoe behoren

  • buitenlandse natuurlijke personen (burgers van lidstaten vallen niet onder deze definitie);
  • buitenlandse staten (of hun provincies, lokale overheden of een van hun organen);
  • binnenlandse of buitenlandse rechtspersonen (op enkele uitzonderingen na).

Uitzondering: het verbod voor rechtspersonen om landbouwgrond te verwerven via een uiterste wilsbeschikking geldt niet voor gevestigde kerken (en evenmin voor "rechtspersonen die de interne kerkelijke regels volgen").

ii) personen die onder de definitie van "landbouwer" vallen

De term "landbouwer" is gedefinieerd in artikel 5, lid 7, van de wet inzake grondtransacties. Onder deze definitie vallen natuurlijke personen met de Hongaarse nationaliteit of de nationaliteit van een andere lidstaat die door de bevoegde autoriteiten zijn ingeschreven in een daartoe bijgehouden officieel register. Om te kunnen worden ingeschreven, moet worden voldaan aan bij wet gestelde voorwaarden (kwalificaties als landbouw- of bosbouwspecialist, gecertificeerde landbouw- of bosbouwactiviteiten en inkomsten uit deze activiteiten enz.).

Voor deze categorie personen ligt de maximale oppervlakte landbouwgrond die een van hen in eigendom mag hebben, de "maximale grondverwerving", op 300 hectare; dit is inclusief de oppervlakte grond die al eigendom van de betrokkene is, en de oppervlakte grond waarvan hij al het vruchtgebruik heeft (artikel 16, lid 1, van de wet inzake grondtransacties).

iii) natuurlijke personen die geen "landbouwer" zijn, maar die wel onderdaan zijn van Hongarije of een andere lidstaat

Personen uit deze categorie kunnen de eigendom van landbouwgrond verwerven, indien de oppervlakte landbouwgrond die zij in bezit hebben, samen met de oppervlakte landbouwgrond die zij willen verwerven, niet groter is dan 1 hectare (artikel 10, lid 2, van de wet inzake grondtransacties).

Uitzondering: de bovengenoemde beperking geldt niet voor verwervingen tussen naaste familieleden. De maximale grondverwerving van 300 hectare is in dergelijke gevallen echter wel van toepassing (artikel 10, lid 3, en artikel 16, lid 1, van de wet inzake grondtransacties).

Voor de toepassing van de bovengenoemde bepalingen vallen de volgende personen onder de definitie van "onderdaan van een lidstaat" (artikel 5, lid 24, van de wet inzake grondtransacties):

  • een onderdaan van een lidstaat (anders dan Hongarije) van de Europese Unie;
  • een onderdaan van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
  • een onderdaan van een andere staat die op grond van een internationaal verdrag op dezelfde wijze als de bovengenoemde personen wordt behandeld.

1.3.2 Verwerving van eigendom door erfopvolging bij versterf

De hierboven beschreven beperkingen (punt 1.3.1) gelden niet voor verwerving van landbouwgrond door erfopvolging bij versterf. Bijgevolg zou iemand die uitgesloten is van verwerving van de eigendom van Hongaarse landbouwgrond door testamentaire erfopvolging (of door verwerving tussen levenden) (bijvoorbeeld iemand die geen onderdaan is van een lidstaat), de eigendom kunnen verwerven door erfopvolging bij versterf.

2) Vuurwapens en munitie

2.1 In het algemeen

Volgens Hongaars recht kunnen vuurwapens en munitie alleen met een vuurwapenvergunning worden verkregen. De volgende wetgeving bevat de bepalingen betreffende het bezit van vuurwapens:

  • Wet nr. XXIV van 2004 inzake vuurwapens en munitie (a lőfegyverekről és lőszerekről szóló 2004. évi XXIV. törvény) (vuurwapenwet),
  • Regeringsbesluit nr. 253/2004 van 31 augustus 2004 inzake wapens en munitie (a fegyverekről és lőszerekről szóló 253/2004. Korm. rendelet) (regeringsbesluit inzake wapens),
  • Besluit nr. 49/2004 van 31 augustus 2004 van de minister van Binnenlandse Zaken inzake schietbanen, de bewaring van vuurwapens en munitie door overheidsinstanties en de theoretische kennis en vaardigheden die voor het bezit van vuurwapens zijn vereist (a lőterekről, a lőfegyverek, lőszerek hatósági tárolásáról, a fegyvertartáshoz szükséges elméleti és jártassági követelményekről szóló 49/2004. BM rendelet),
  • Aanwijzing nr. 2/2016 van 7 januari 2016 van de hoofdcommissaris van de nationale politie inzake de regels voor bewaring door overheidsinstanties, verkoop, vervreemding, verwijdering, inlevering zonder tegenprestatie en vernietiging van vuurwapens (a lőfegyverek hatósági tárolásának, értékesítésének, elidegenítésének, hatástalanításának, érték nélküli leadásának, megsemmisítésének szabályairól szóló 2/2006. ORFK utasítás).

2.2 Zaken die onder de materiële werkingssfeer van de beperkingen vallen

De wettelijke beperkingen betreffen de verwerving van "vuurwapens en munitie". In de zin van artikel 2, leden 16 en 22, van de vuurwapenwet

  • worden onder vuurwapens verstaan alle draagbare wapens en luchtdrukwapens waaruit een projectiel van vast materiaal kan worden afgevuurd met een vuurkracht van meer dan 7,5 joule;
  • worden onder munitie verstaan alle patronen die bestaan uit een projectiel, buskruit en een ontsteker en die vooraf zijn samengevoegd in een enkele huls.

2.3 Beperkingen met betrekking tot de vererving van wapens

Overeenkomstig artikel 14, leden 1 en 2, van Besluit nr. 49/2004 van 31 augustus 2004 van de minister van Binnenlandse Zaken kan bij overlijden van een vergunninghouder de erfgenaam verzoeken om het vuurwapen en/of de munitie, nadat de verklaring van erfrecht definitief is geworden

  • te laten verkopen door een vuurwapenhandelaar,
  • te vervreemden aan een persoon of organisatie die over een vergunning voor de verwerving ervan beschikt,
  • te verwijderen, te vernietigen, of
  • in te leveren zonder tegenprestatie.

Als de erfgenaam geen gebruik maakt van de hierboven beschreven opties, kan de politie het in bewaring genomen vuurwapen en/of de in bewaring genomen munitie vernietigen of aan een vuurwapenhandelaar overhandigen om na taxatie door een handelsdeskundige te worden verkocht. De opbrengst van de verkoop van het wapen en/of de munitie moet na aftrek van kosten aan de eigenaar worden betaald.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Ja (met betrekking tot elk van de bovengenoemde goederen).

Wat landbouw- en bosgronden (landbouwgronden) betreft, worden in de preambule van de wet zelf (wet inzake grondtransacties) economische, familiale en sociale overwegingen genoemd (zoals het vermogen van dorpen om hun bevolking te behouden, de leeftijdsstructuur van hun lokale bevolking te verbeteren, de werkgelegenheid op het platteland te verbeteren, een stabiele exploitatie van kleine landbouwbedrijven te waarborgen enz.). Daaruit blijkt duidelijk de bedoeling van de wetgever dat de in de wet inzake grondtransacties vastgestelde beperkingen in elk afzonderlijk geval moeten worden toegepast, ongeacht welk nationaal recht voor de erfopvolging geldt.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

1) Landbouw- en bosgronden

Ja.

Als de met de uitvoering van de erfopvolgingsprocedure belaste notaris er tijdens de procedure kennis van neemt dat de nalatenschap ook landbouw- of bosgronden (landbouwgronden) omvat en de erflater in zijn testament over deze gronden heeft beschikt, stuurt hij het testament naar het agrarische bestuursorgaan met jurisdictie voor de plaats waar de grond is gelegen. Dit laatste orgaan is bevoegd officiële goedkeuring te verlenen voor de verwerving van de eigendom van de landbouwgrond (artikel 34 van de wet inzake grondtransacties). In dergelijke gevallen schorst de notaris de erfopvolgingsprocedure, totdat het agrarische bestuursorgaan een beslissing heeft genomen (artikel 71, lid 2, onder d), van Wet nr. XXXVIII van 2010 betreffende de erfopvolgingsprocedure).

In de loop van de goedkeuringsprocedure stelt het agrarische bestuursorgaan vast

  • of de erfgenaam voor verwerving in aanmerking komt en
  • dat het testament niet leidt tot overtreding of ontduiking van een beperking van de verwerving van eigendom.

Het agrarische bestuursorgaan deelt zijn beslissing over de inhoud van de goedkeuring ook aan de notaris mee. Als het agrarische bestuursorgaan weigert de erfgenaam goedkeuring te verlenen om de eigendom van de grond te verwerven, moet deze bepaling van het testament als ongeldig worden beschouwd (artikel 34 van de wet inzake grondtransacties). In een dergelijk geval is de bepaling van het testament in kwestie dus rechtens nietig, waarmee de notaris rekening moet houden, en kan de overdracht van het deel van de betrokken nalatenschap (de landbouwgrond in kwestie) aan de testamentaire erfgenaam niet worden vastgesteld (artikel 71, lid 6, van Wet nr. XXXVIII van 2010 betreffende de erfopvolgingsprocedure).

De taken van het agrarische bestuursorgaan worden uitgevoerd door de regionale regeringsbureaus.

2) Vuurwapens en munitie

Ja.

Overeenkomstig artikel 13 van Besluit nr. 49/2004 van 31 augustus 2004 van de minister van Binnenlandse Zaken moeten bij overlijden van een persoon met een vuurwapenvergunning alle vuurwapens en munitie onmiddellijk bij de politie worden aangegeven door de persoon die ze in zijn bezit heeft. Deze persoon moet ook voor een veilige bewaring zorgen, totdat de politie arriveert. De politie neemt de aangegeven vuurwapens en munitie over en bewaart ze, en maakt daar proces-verbaal van op.

Overeenkomstig hoofdstuk III van Aanwijzing nr. 2/2016 van 7 januari 2016 van de hoofdcommissaris van de nationale politie zal de politie na overname van de vuurwapens en munitie:

  • de ambtenaar van de lokale overheid van de overleden vergunninghouder die de inventaris van de nalatenschap heeft opgemaakt (inventarisatieambtenaar), er schriftelijk van in kennis stellen dat de vuurwapens en munitie door een overheidsinstantie worden bewaard;
  • tegelijkertijd verzoeken om de vuurwapens en munitie in de inventaris van de nalatenschap op te nemen;
  • en verzoeken om mee te delen welke notaris de erfopvolgingsprocedure zal uitvoeren.

De politie deelt de met de erfopvolgingsprocedure belaste notaris schriftelijk mee waar de vuurwapens en de munitie zich bevinden en verzoekt de definitieve verklaring van erfrecht aan haar toe te sturen nadat de erfopvolgingsprocedure is beëindigd.

De notaris stuurt bijgevolg de na beëindiging van de erfopvolgingsprocedure afgegeven verklaring van erfrecht aan de politie toe. Op basis van de verklaring van erfrecht stelt de politie de erfgenaam ervan in kennis dat hij binnen 180 dagen kan verzoeken om de vuurwapens en de munitie te laten verkopen door een vuurwapenhandelaar of te vervreemden aan een persoon of organisatie die beschikt over een vergunning voor de verwerving ervan. Ook kan de politie overgaan tot verwijdering, vernietiging of inlevering zonder tegenprestatie van de vuurwapens en de munitie.

Als de erfgenaam binnen de gestelde termijn geen gebruik maakt van de hierboven beschreven opties, kan de politie de in bewaring genomen vuurwapens en munitie vernietigen of aan een vuurwapenhandelaar overhandigen om na taxatie door een handelsdeskundige te worden verkocht. De opbrengst van de verkoop van de wapens en munitie moet na aftrek van kosten aan de eigenaar worden betaald (de artikelen 13 en 14 van Besluit nr. 49/2004 van 31 augustus 2004 van de minister van Binnenlandse Zaken).

Laatste update: 02/09/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Nederland

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Nederland kent geen bijzondere goederen zoals aangegeven in artikel 30 van de Europese Erfrechtverordening. Niet alle goederen zijn echter vrij verhandelbaar en overdraagbaar.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Niet van toepassing in Nederland.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Niet van toepassing in Nederland.

Laatste update: 01/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Oostenrijk

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Er kunnen beperkingen gelden op grond van de wetgeving inzake onroerendgoedtransacties van de deelstaten (Grundverkehrsgesetze). Deze wetgeving geeft uitvoering aan de overeenkomst tussen de bondsstaat en de deelstaten conform artikel 15a van de federale grondwet (Bundesverfassungsgesetz) over civielrechtelijke bepalingen inzake onroerendgoedtransacties (BGBl. nr. 260/1993 in de versie van BGBl. I nr. 1/2017, beschikbaar op De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.ris.bka.gv.at/GeltendeFassung.wxe?Abfrage=Bundesnormen&Gesetzesnummer=10001259).

Ingevolge § 14 van de wet van 2002 houdende regeling van de gemeenschappelijke eigendom van gebouwen (Wohnungseigentumsgesetz) geldt er bij het overlijden van een van de partners in een mede-eigendom een bijzondere regel: het aandeel van de overledene in het minimumaandeel en de gemeenschappelijke woning wordt van rechtswege overgedragen aan de overlevende partner, die echter van deze eigendomsoverdracht kan afzien; BGBl. I nr. 70/2002 in de versie van BGBl. I nr. 87/2015, beschikbaar op De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.ris.bka.gv.at/.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

De bepaling in § 14 van de bovengenoemde wet van 2002 inzake een recht van eigendomsoverdracht voor de overlevende partner valt onder de uitzonderingen van artikel 1, lid 2, onder g), van de EU-erfrechtverordening.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Met het oog op de naleving van § 14 van de bovengenoemde wet van 2002, wordt in § 14, lid 7, bepaald dat, wanneer een nalatenschap in het buitenland wordt afgehandeld, de taken en bevoegdheden van de (Oostenrijkse) rechter die normaal gesproken bevoegd is voor erfeniszaken (Verlassenschaftsgericht) worden toegewezen aan de Oostenrijkse rechter die bevoegd is voor kadastrale zaken (Grundbuchsgericht).

Laatste update: 28/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Polen

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Nee.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Ingevolge artikel 7 van de wet van 4 februari 2011 betreffende het internationaal privaatrecht (Staatsblad 2015, punt 1792) is buitenlands recht niet van toepassing indien de gevolgen van de toepassing ervan in strijd zouden zijn met de fundamentele beginselen van het rechtsstelsel van de Republiek Polen.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Nee.

Laatste update: 29/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Portugal

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Ja, er zijn regels die de vererving van bepaalde goederen beperken of daarop van invloed zijn.

IN HET BURGERLIJK WETBOEK

De artikelen 1476, lid 1, onder a), en 1485 van het Burgerlijk Wetboek (Código Civil) bepalen dat vruchtgebruik en het zakelijke recht van gebruik en bewoning zakelijke rechten zijn die door overlijden van hun houder van rechtswege tenietgaan.

De artikelen 2103-A en 2103-B van het Burgerlijk Wetboek voorzien in een wettelijk erfdeel: de overlevende echtgenoot heeft op het moment van verdeling onder bepaalde in het wetboek vastgestelde voorwaarden prioriteit als het gaat om het recht om de echtelijke woning te bewonen en het recht om van de inboedel gebruik te maken.

IN HET WETBOEK VAN HANDELSVENNOOTSCHAPPEN

Volgens artikel 184 van het Wetboek van handelsvennootschappen (Código das Sociedades Comerciais) moeten bij overlijden van een vennoot van een vennootschap onder firma, tenzij in de oprichtingsakte anders is bepaald, de overige vennoten of de vennootschap de respectieve waarde verrekenen met de erfgenaam aan wie de rechten van de erflater toekomen, tenzij zij ervoor kiezen de vennootschap te ontbinden en dit aan de erfgenaam meedelen binnen negentig dagen na de datum waarop zij van het overlijden van de vennoot kennis hebben genomen. De overlevende vennoten kunnen echter de vennootschap voortzetten met de erfgenaam van de erflater, mits de erfgenaam daarmee uitdrukkelijk instemt.

Artikel 225 van het Wetboek van handelsvennootschappen stelt dat in een overeenkomst voor een besloten vennootschap kan zijn bepaald dat bij overlijden van een aandeelhouder zijn aandeel niet aan de erfgenamen van de erflater mag worden overgedragen en dat de overdracht aan bepaalde eisen moet voldoen.

Wanneer als gevolg van een dergelijke overeenkomst het aandeel niet aan de erfgenamen van de overleden aandeelhouder wordt overgedragen, moet de vennootschap dit amortiseren, verwerven of laten verwerven door een aandeelhouder of een derde; indien geen van deze maatregelen wordt uitgevoerd binnen negentig dagen nadat een bestuurder van het overlijden van de aandeelhouder kennisneemt, wordt het aandeel als overgedragen beschouwd.

Volgens de artikelen 469 en 475 van het Wetboek van handelsvennootschappen geldt dezelfde regeling in geval van overlijden van een vennoot van een commanditaire vennootschap.

Volgens artikel 252, lid 4, van het Wetboek van handelsvennootschappen kan het bestuur van een besloten vennootschap niet door erfopvolging overgaan, ook niet in combinatie met een aandeel.

WETGEVINGSKADER VOOR WAPENS EN MUNITIE

Artikel 37 van het wetgevingskader voor wapens en munitie (Regime Jurídico das Armas e Munições), goedgekeurd bij Wet nr. 5/2006 van 23 februari 2006, bepaalt dat de verwerving van aangegeven wapens door erfopvolging alleen is toegestaan met toestemming van de nationale directeur van de PSP (Polícia de Segurança Publica (politie)), die kan worden verkregen op grond van de bovengenoemde wettelijke bepaling.

De bijgewerkte versie van het Burgerlijk Wetboek kan in het Portugees worden geraadpleegd op De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.pgdlisboa.pt/leis/lei_mostra_articulado.php?nid=775&tabela=leis&so_miolo=&

De bijgewerkte versie van het Wetboek van handelsvennootschappen kan in het Portugees worden geraadpleegd op De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.pgdlisboa.pt/leis/lei_mostra_articulado.php?nid=524&tabela=leis&so_miolo=&

Het bij Wet nr. 5/2006 van 23 februari 2006 goedgekeurde wetgevingskader voor wapens en munitie kan in het Portugees worden geraadpleegd op De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.pgdlisboa.pt/leis/lei_mostra_articulado.php?nid=692&tabela=leis&so_miolo

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Het antwoord is ja in geval van tenietgaan van het vruchtgebruik en het zakelijke recht van gebruik en bewoning door overlijden, en de regels die zijn opgenomen in het Wetboek van handelsvennootschappen en in het bovengenoemde wetgevingskader voor wapens en munitie.

Deze conclusie vloeit eveneens voort uit de bepalingen van artikel 1, lid 2, onder h), k) en l), van Verordening nr. 650/2012.

Het antwoord is nee in geval van het wettelijke erfdeel als bedoeld in de artikelen 2103-A en 2103-B van het Burgerlijk Wetboek.

Het bovengenoemde antwoord doet echter geen afbreuk aan de verschillende interpretaties van de rechtbanken.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

In geval van het openvallen van een erfenis zijn er regels in het Burgerlijk Wetboek die bevoegdheden voor het beheer van de nalatenschap toekennen en de naleving van de bovengenoemde bijzondere regels kunnen waarborgen.

De procedures en voorschriften van het Burgerlijk Wetboek zijn als volgt:

  • Wanneer de nalatenschap nog onbeheerd is, met andere woorden: wel is opengevallen, maar nog niet is aanvaard of niet-opgeëist en aan de staat vervallen is verklaard, kunnen de rechtsopvolgers (artikel 2047) of de executeur van de onbeheerde nalatenschap (artikel 2048) de goederen laten beheren, wanneer uitstel van dergelijke maatregelen nadelig zou kunnen zijn.
  • Na de aanvaarding van de nalatenschap valt het beheer toe aan de beheerder van de nalatenschap (de artikelen 2079 en 2087).
  • De beheerder van de nalatenschap kan de erfgenamen of derden verzoeken de te beheren goederen over te dragen en vorderingen tot beslaglegging of uitzetting tegen hen instellen om de aan hun beheer onderworpen zaken te behouden of terug te krijgen (artikel 2088).
  • De beheerder kan schuldvorderingen van de nalatenschap innen, wanneer de invordering door uitstel in gevaar zou kunnen komen of wanneer de betaling vrijwillig wordt gedaan (artikel 2089).
  • Bovendien kan de erfgenaam een nalatenschapsvordering tot gerechtelijke erkenning van zijn hoedanigheid van rechtsopvolger en teruggave van al zijn nalatenschapsgoederen of een deel ervan instellen tegen degenen die ze in hun bezit hebben als erfgenaam of door een andere titel, of zelfs zonder titel (artikel 2075).

OPMERKING

De informatie in dit factsheet is niet volledig, noch bindend voor het contactpunt, voor de rechtbanken en voor andere entiteiten en autoriteiten. Hoewel de factsheets regelmatig worden bijgewerkt, bevatten zij mogelijk niet alle herzieningen van de wet en kunnen zij niet in de plaats treden van de geldende wetsteksten.

Laatste update: 14/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Roemenië

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Ja.

De Roemeense wetgeving bevat bijzondere bepalingen betreffende de verwerving van eigendom op in Roemenië gelegen grond.

In de Roemeense grondwet en de desbetreffende wetgeving is bijvoorbeeld bepaald dat buitenlanders en staatlozen alleen privé-eigendom van grond mogen verwerven onder de voorwaarden die voortvloeien uit de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie en uit andere internationale verdragen waarbij Roemenië partij is, op basis van wederkerigheid en onder de in de wet vastgestelde voorwaarden, dan wel door wettelijke erfopvolging. Deze personen kunnen geen eigendomsrecht op grond verwerven door testamentaire erfopvolging.

Daarnaast zijn er bijzondere regels voor bepaalde categorieën goederen. Deze zijn van toepassing ongeacht het staatsburgerschap van de begunstigde en ongeacht of het gaat om een wettelijke erfopvolging dan wel een testamentaire erfopvolging. Krachtens het burgerlijk recht wordt het auteursrecht bijvoorbeeld geërfd voor een periode van 70 jaar, ongeacht de datum waarop het werk wettelijk werd gepubliceerd.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Ja.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

De wetgeving voorziet uitdrukkelijk in dat verbod.

Laatste update: 27/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Slovenië

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

De denationaliseringwet (Zakon o denacionalizaciji) voorziet in bijzondere regels voor de vererving van geprivatiseerde goederen.

Deze regels worden toegepast in het geval van een erfopvolgingsprocedure waarbij de geprivatiseerde goederen niet ter sprake zijn gekomen en er nog geen beslissingen zijn genomen. In die situatie kan de rechter op verzoek van een “rechtsopvolger” een speciale nieuwe erfopvolgingsprocedure inleiden voor de geprivatiseerde goederen. Het besluit inzake privatisering wordt genomen in naam van degene die ten tijde van de nationalisering eigenaar van de goederen was.

Er gelden bijzondere regels voor de vererving van de vermogensbestanddelen van een vennootschap. De regels betreffen de overdracht van goederen die de overleden eigenaar van een eenmanszaak heeft gebruikt voor het verrichten van winstgevende werkzaamheden of de overdracht van de deelneming/aandelen in de deelname in (lidmaatschap van) een vennootschap of kapitaalvennootschap aan een rechtsopvolger of rechtsopvolgers. De wet inzake erfenissen (Zakon o dedovanju) bevat geen specifieke bepaling voor deze situatie. Op grond van de wet inzake erfenissen ontstaat er op het moment van overlijden van de erflater een gemeenschap van mede-erfgenamen totdat de nalatenschap wordt verdeeld; dit houdt in dat ook de vennootschap door de erfgenamen gezamenlijk wordt beheerd. Wanneer de geërfde nalatenschap de vennootschap betreft, kan een van de hieronder beschreven situaties optreden. Als een van de erfgenamen bij testament is aangewezen als opvolger van de onderneming, maar deze de vennootschap niet wenst voort te zetten, moeten alle erfgenamen akkoord gaan met een alternatieve oplossing. Als de erflater een testament heeft opgesteld waarin geen opvolger wordt aangewezen of geen testament heeft nagelaten, moeten de erfgenamen akkoord gaan met de voortzetting van de vennootschap. Zij kunnen besluiten dat geen van hen de onderneming voortzet als eenmanszaak – in dat geval staakt de onderneming haar handelsactiviteiten of wordt verkocht. Zij kunnen ook besluiten dat een van de erfgenamen de onderneming als eenmanszaak voortzet of dat de onderneming door een aantal of alle erfgenamen wordt voortgezet. In het laatste geval zetten zij het bedrijf om in een van de vennootschapsvormen.

Een maatschap houdt bij het overlijden van een van de maten op te bestaan, tenzij in de maatschapsovereenkomst anders is bepaald. De deelneming van de overledene in een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid kan worden vererfd. Als er meerdere erfgenamen zijn, worden de erfgenamen gezamenlijk eigenaar van de deelneming. Zij moeten de nalatenschap gezamenlijk beheren totdat hun respectieve erfdelen zijn bepaald. Bij de verdeling van de nalatenschap zijn twee situaties mogelijk: de deelneming blijft eigendom van de gemeenschap van mede-erfgenamen, in gelijke of ongelijke delen (in onderling overleg bepaald), of de deelneming wordt bij overeenkomst verdeeld, tenzij in de oprichtingsakte anders is bepaald. Wordt de deelneming verdeeld, dan wordt de oude deelneming omgezet in nieuwe deelnemingen.

Aandelen in een vennootschap op aandelen kunnen worden vererfd. Als er meerdere erfgenamen zijn, worden de mede-erfgenamen gezamenlijk eigenaar van de deelneming. Alle mede-erfgenamen tezamen beheren en beschikken over (de aandelen in) de deelneming.

Voor nalatenschappen bestaande uit landbouwbedrijven gelden bijzondere regels, zoals vastgelegd in de wet op de vererving van landbouwbedrijven (Zakon o dedovanju kmetijskih gospodarstev).

Het overkoepelende beginsel van deze regels is opdeling van landbouwbedrijven in geval van erfopvolging te voorkomen. Verdere bepalingen van de wet volgen uit dat beginsel. In de regel wordt de eigendom van het landbouwbedrijf aan slechts één erfgenaam toegewezen, maar deze dient wel aan aanvullende voorwaarden te voldoen. Als de erflater volledig eigenaar van een beschermd landbouwbedrijf was, gaat dit naar de erfgenaam die de intentie heeft zelf op het bedrijf te werken en die door alle erfgenamen gezamenlijk is gekozen. Als de erfgenamen niet tot overeenstemming kunnen komen, heeft de erfgenaam die aantoonbaar de intentie heeft om zelf op het landbouwbedrijf te werken, bv. door een afgeronde landbouwopleiding of door zich op dit gebied te scholen, voorrang op de overige erfgenamen. Onder dezelfde voorwaarden heeft de echtgeno(o)t(e) van de overledene voorrang op de nakomelingen van de erflater. Als het beschermde landbouwbedrijf de gezamenlijke eigendom van de erflater en de overlevende echtgeno(o)t(e) of het bepaalde goed van een van hen was, of als de echtgenoten mede-eigenaren van een materieel landbouwbedrijf waren, erft de overlevende echtgeno(o)t(e) van de erflater het bedrijf. Als het beschermde landbouwbedrijf eigendom was van een van de ouders en zijn/haar nakomeling of van de adoptieouder en zijn/haar geadopteerde kind, is de nakomeling of het geadopteerde kind de erfgenaam. De wettelijke deelnemingen van personen die het landbouwbedrijf niet erven, worden beschouwd als voorbehouden erfdelen. Bovendien moet de erfgenaam van een beschermd landbouwbedrijf in staat zijn het bedrijf over te nemen onder voorwaarden die voor hem/haar geen overmatige belasting vormen.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

De vererving van een beschermd landbouwbedrijf is een geval waarin het nationale recht van het land waarin zich bepaalde bijzondere categorieën goederen bevinden, voorziet in bijzondere regels die beperkingen opleggen met betrekking tot of van invloed zijn op de erfopvolging wat betreft dergelijke bestanddelen. In gevallen waarin een beschermd landbouwbedrijf in Slovenië deel uitmaakt van de nalatenschap, is derhalve het nationale Sloveense recht van toepassing, ongeacht welk recht van toepassing is op de erfopvolging (de wet op de vererving van landbouwbedrijven).

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

De wet op de vererving van landbouwbedrijven bevat bepalingen die niet voorkomen in of afwijken van de wet inzake erfenissen. Bij gebrek aan meer specifieke bepalingen in de wet op de vererving van landbouwbedrijven die betrekking hebben op de vererving van beschermde landbouwbedrijven zijn de algemene regels voor erfopvolging, d.w.z. de bepalingen van de wet inzake erfenissen, van toepassing.

Laatste update: 08/01/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Slowakije

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

Ja, er zijn specifieke categorieën activa waarop een bijzondere regeling van toepassing is, overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring. Slowakije heeft de Commissie van deze categorieën activa in kennis gesteld, alsook van de wetgeving die ten tijde van de kennisgeving van kracht was. In dit document wordt de thans geldende regelgeving beschreven.

De bepalingen inzake bijzondere regelingen zijn ingedeeld overeenkomstig de activacategorie die onder de erfopvolging valt:

A – landbouw- en bosgrond:

Artikel 23 van wet nr. 180/1995 inzake bepaalde maatregelen voor de regeling van eigendomsrechten op land, zoals gewijzigd

1) Tenzij in deze wet anders is bepaald, mag een rechtshandeling of rechterlijke uitspraak over de regeling van mede‑eigendom of een rechterlijke uitspraak over de erfopvolging, door de opdeling van het in artikel 21, lid 1, genoemde land, niet leiden tot percelen landbouwgrond kleiner dan 2 000 m2 of percelen bosgrond kleiner dan 5 000 m2.

2) Als de begunstigden de erfopvolging van het in artikel 21, lid 1, genoemde land niet overeenkomstig de voorwaarden van punt 1 regelen, of als de rechtbank vanwege die voorwaarden niet het erfdeel van iedere begunstigde kan bepalen, beslist de rechtbank dat het land toevalt aan de begunstigden die het beste in staat zijn het te beheren. De rechtbank doet tevens uitspraak over de plicht van de begunstigde om een regeling te treffen met de andere begunstigden.

4) De begunstigden moeten de in punt 3 genoemde schriftelijke verklaring opstellen en kunnen die niet intrekken.

6) De verjaringstermijn voor vorderingen van begunstigden die voortvloeien uit de overeenkomstig de punten 2 en 3 getroffen erfopvolgingsregeling bedraagt tien jaar. Om voor dergelijke vorderingen zekerheid te bedingen, wordt bij de registratie van het eigendom van de schuldenaar ten behoeve van de schuldeiser op deze grond een pandrecht gevestigd; een houder van een ouder pandrecht geniet geen voorrang. De schuldeiser heeft een voorkeursrecht op het land waarop het pandrecht is gevestigd.

7) Indien de rechtbank heeft besloten tot een regeling voor mede-eigenaarschap, gelden de voorwaarden in de punten 2 tot en met 5 tevens voor deze regeling.

B – verenigingen van grondbezitters:

Artikel 8 van wet nr. 97/2013 inzake verenigingen van grondbezitters, zoals gewijzigd

1) In deze wet wordt onder “gemeenschappelijk onroerend eigendom” één enkel onroerend goed verstaan dat uit meerdere afzonderlijke percelen bestaat. Gemeenschappelijk onroerend eigendom is ondeelbaar, met uitzondering van de in punt 2 genoemde gevallen (N.B.: erfopvolging valt niet onder dat punt, dus er geldt geen vrijstelling). Het gezamenlijk eigendom van gemeenschappelijk onroerend goed kan niet worden ontbonden en geregeld op grond van de algemene bepalingen voor het ontbinden en regelen van mede-eigenaarschap (conform het Burgerlijk Wetboek).

C – huur van een appartement en overgang van het aandeel van een lid in een wooncoöperatie:

De artikelen 706-707 van wet nr. 40/1964 van het Burgerlijk Wetboek (Občiansky zákonník)

Omdat de overgang van een huurovereenkomst niet onder de erfopvolging valt, verstrekt de notaris op verzoek alleen een bevestiging van de betrokken begunstigden voor de toepassing van artikel 706 van het Burgerlijk Wetboek. Een ledenaandeel daarentegen is een activum en valt derhalve onder de erfopvolging overeenkomstig de aanspraken van de begunstigden.

Artikel 706 van het Burgerlijk Wetboek:

1) Wanneer de huurder overlijdt en de echtgeno(o)t(e) geen medehuurder is van het appartement, worden de kinderen, kleinkinderen, ouders, broers en zussen, schoonzoon en schoondochter die op de dag waarop de erflater overleed, met hem of haar een huishouden vormden, indien zij niet zelf over een appartement beschikken, de huurders (medehuurders). Personen die zorgden voor de gezamenlijke huishouding van de overleden huurder of van hem of haar afhankelijk waren, worden eveneens huurders (medehuurders), op voorwaarde zij ten minste drie jaar een gezamenlijke huishouding met de erflater hebben gevoerd en niet over een eigen appartement beschikken.

2) …

3) Indien de huurder van een appartement in een wooncoöperatie overlijdt en de echtgeno(o)t(e) geen medehuurder van het appartement is, gaat het lidmaatschap van de coöperatie en de huur van het appartement bij het overlijden van de huurder over op de begunstigde die het ledenaandeel heeft geërfd.

Artikel 707 van het Burgerlijk Wetboek:

1) Indien één van de echtgenoten als medehuurder van een appartement overlijdt, wordt de overlevende echtgeno(o)t(e) de enige huurder.

2) Indien het daarbij een appartement in een wooncoöperatie betreft, vervalt het medehuurderschap van de echtgenoten bij het overlijden van één van hen. Indien het appartement in een wooncoöperatie tijdens het huwelijk in eigendom is gekomen, blijft de overlevende echtgeno(o)t(e) lid van de coöperatie en is zij of hij eigenaar van het ledenaandeel; in de erfopvolgingsprocedure houdt de rechtbank rekening met dit feit. Indien een echtgeno(o)t(e) overlijdt die het eigendom van het appartement reeds voor het huwelijk had verworven, gaat het lidmaatschap van de coöperatie en de huur van het appartement in de coöperatie bij het overlijden van de echtgeno(o)t(e) over op de begunstigde die het ledenaandeel heeft geërfd. Als er sprake is van meerdere huurovereenkomsten, kan het lidmaatschap van de overledene op meerdere begunstigden overgaan.

3) Indien één van de medehuurders overlijdt, gaan zijn of haar rechtsaanspraken over op de andere medehuurders.

D – eigendomsbelang in een besloten vennootschap:

De artikelen 116-117 van wet nr. 513/1991, zoals gewijzigd – indien de erflater na 1 januari 1992 is overleden

Artikel 116 van het Wetboek van Koophandel (Obchodný zákonník):

1) …

2) Een eigendomsbelang is overerfbaar. Indien het geen onderneming met één vennoot betreft, kan de akte van oprichting de erfopvolging van een eigendomsbelang uitsluiten. Een begunstigde die niet de enige vennoot is, kan om intrekking van zijn of haar deelneming verzoeken, indien van de begunstigde niet redelijkerwijs verlangd kan worden vennoot te zijn …

Artikel 117 van het Wetboek van Koophandel:

1) Alleen bij toewijzing of overdracht van een eigendomsbelang aan de begunstigde van de vennoot of een rechtsopvolger is verdeling ervan mogelijk. Voor de verdeling van een eigendomsbelang is de goedkeuring van de algemene vergadering vereist.

2) De akte van oprichting kan de verdeling van een eigendomsbelang uitsluiten.

3) Bij het verdelen van een eigendomsbelang moet het in artikel 109, lid 1, genoemde investeringsbedrag worden aangehouden (de waarde van de investering van een vennoot moet ten minste 750 EUR bedragen).

E – het salaris van de overledene:

Artikel 35 van wet nr. 311/2001, de arbeidswet (Zákonník práce), zoals gewijzigd

De geldelijke rechten van een werknemer vervallen niet bij zijn of haar dood, tenzij in specifieke wetgeving anders is bepaald. De loonaanspraken van de werknemer gaan, tot viermaal het gemiddelde maandloon, rechtstreeks over op de echtgeno(o)t(e), kinderen en ouders, indien deze ten tijde van het overlijden van de werknemer deel uitmaakten van zijn of haar huishouding. Bij afwezigheid van dergelijke personen vallen de loonaanspraken onder de erfopvolging.

F – pensioenen:

1) Artikel 21 van wet nr. 650/2004 inzake aanvullende pensioenregelingen, zoals gewijzigd

De actuele waarde van de persoonlijke pensioenrekening van een deelnemer die een tijdelijk ouderdomspensioen of een tijdelijk aanvullend anciënniteitspensioen ontvangt, valt onder de erfopvolging, indien de overleden deelnemer die een tijdelijk ouderdomspensioen of een tijdelijk aanvullend anciënniteitspensioen ontvangt, in de pensioenovereenkomst geen andere natuurlijke of rechtspersoon als begunstigde had aangewezen aan wie de actuele waarde van de persoonlijke rekening moet worden uitbetaald.

2) Artikelen 40-40a van wet nr. 43/2004 inzake regelingen voor ouderdomspensioenen, zoals gewijzigd

Artikel 40

1) Bij het overlijden van een deelnemer aan een ouderdomspensioenregeling heeft de door de deelnemer in de pensioenovereenkomst genoemde begunstigde recht op uitbetaling van een bedrag dat overeenkomt met de actuele waarde van de persoonlijke pensioenrekening van de overledene op de datum waarop het pensioenfonds kennis kreeg van het overlijden van de deelnemer, met aftrek van de door het socialeverzekeringsfonds (Sociálna poisťovňa) verlangde verplichte premies die namens de overledene ten onrechte zijn overgemaakt, en met aftrek van de kosten die het pensioenfonds redelijkerwijs heeft moeten maken voor de uitbetaling van dit bedrag in contanten of voor het overmaken ervan naar een land dat niet tot de eurozone behoort, en plus de verplichte uitkeringen die het socialeverzekeringsfonds nog moet overmaken. Indien de deelnemer in de pensioenovereenkomst geen enkele begunstigde heeft genoemd, of als er geen begunstigden zijn, vallen deze activa onder de erfopvolging.

2) De begunstigde heeft geen recht op uitbetaling van het in punt 1 genoemde bedrag, indien een rechtbank in een definitieve uitspraak vaststelt dat deze persoon de dood van de pensioendeelnemer moedwillig heeft veroorzaakt.

Artikel 40a

1) Bij het overlijden van een ontvanger van een levenslange pensioenuitkering heeft de door de ontvanger in de pensioenverzekeringsovereenkomst genoemde begunstigde recht op uitbetaling van een bedrag uit hoofde van artikel 32, lid 2, of van een afkoopsom uit hoofde van artikel 46g, lid 5, per de datum waarop de verzekeraar kennis heeft gekregen van het overlijden van de ontvanger. Indien de ontvanger in de pensioenverzekeringsovereenkomst geen enkele begunstigde heeft genoemd, of als er geen begunstigden zijn, valt het in de eerste zin bedoelde bedrag onder de erfopvolging.

2) De in punt 1 bedoelde begunstigde heeft geen recht op uitbetaling van het bedrag uit hoofde van artikel 32, lid 2, of van een afkoopsom uit hoofde van artikel 46g, lid 5, indien een rechtbank in een definitieve uitspraak vaststelt dat deze persoon de dood van de ontvanger moedwillig heeft veroorzaakt.

Artikel 118 van wet nr. 461/2003 inzake sociale zekerheid, zoals gewijzigd

1) Indien een natuurlijke persoon die voldeed aan de voorwaarden voor het recht op een uitkering, overlijdt na dit recht op een uitkering en de uitbetaling daarvan te hebben opgeëist, gaat het recht van deze persoon op de bedragen die op de dag van overlijden aan hem of haar verschuldigd waren, over op achtereenvolgens de echtgeno(o)t(e), de kinderen en de ouders.

2) Indien een natuurlijke persoon die voldeed aan de voorwaarden voor het recht op een uitkering wegens ziekte, een toelage wegens letsel, revalidatie of omscholing, een faillissementsuitkering of een werkloosheidsuitkering, overlijdt alvorens het recht op deze uitkeringen te hebben opgeëist, gaat het recht van deze persoon op de bedragen die op de dag van overlijden aan hem of haar verschuldigd waren, over op achtereenvolgens de echtgeno(o)t(e), de kinderen en de ouders.

3) Indien voorafgaand aan de dood van een natuurlijke persoon die voldeed aan de voorwaarden voor het recht op een uitkering en de uitbetaling daarvan, een uitkering is toegekend, worden de per de datum van overlijden van deze persoon nog uitstaande verschuldigde bedragen uitbetaald aan de in punt 1 genoemde natuurlijke personen (eerste zin).

4) De aanspraken die overgaan op de in de punten 1 tot en met 3 genoemde natuurlijke personen vallen niet onder de erfopvolging; bij afwezigheid van deze natuurlijke personen vallen de aanspraken onder de erfopvolging.

5) Bij afwezigheid van natuurlijke personen die de rechten op de uitkeringen in de punten 1 tot en met 4 kunnen verwerven, vallen de uitkeringen als andere inkomsten toe aan het fonds dat deze anders had moeten uitbetalen.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

Ja. De erflater maakt of zelf gebruik van het recht om personen aan te wijzen die na zijn of haar dood in plaats van de wettelijk begunstigden de activa zullen verkrijgen (bv. een aanvullende pensioenovereenkomst), of het betreft een bepaalde categorie activa waarvoor wettelijk is bepaald hoe die na het overlijden van de erflater moet worden afgehandeld (bv. maatregelen voor de regeling van eigendomsrechten op land of socialezekerheidsuitkeringen).

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

Als de erfopvolgingsprocedure in het geval van onroerend goed voorbijgaat aan de voorschriften die bij de eerste vraag uiteen zijn gezet, gaat de instantie die verantwoordelijk is voor het bijhouden van het kadaster, niet over tot inschrijving van de nieuw verworven eigendomstitel.

Bij erfopvolgingsprocedures in Slowakije worden de voorschriften bij de eerste vraag op last van de rechtbank toegepast door de notaris die de erfopvolgingsprocedure afwikkelt. Deze procedure mondt uit in een erfrechtverklaring; partijen die menen dat die verklaring tegen de geldende speciale regelingen indruist, kunnen beroep aantekenen.

Laatste update: 29/06/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Beperkingen inzake erfopvolging — bijzondere regels - Zweden

1 Gelden er krachtens het recht van deze lidstaat bijzondere regels die uit economische, familiale of sociale overwegingen beperkingen opleggen die de erfopvolging betreffende zich in die lidstaat bevindende bepaalde onroerende goederen, ondernemingen of andere bijzondere categorieën goederen, betreffen of raken?

In Zweden gelden er nog steeds enkele 'fideikommisse'. Een fideikommiss is een testamentaire regeling op grond waarvan bepaalde activa, die niet mogen worden vervreemd, in een bepaalde volgorde worden overgedragen aan leden van een of meer families. Overeenkomstig de wet inzake de liquidatie van fideikommiss‑activa (De link wordt in een nieuw venster geopend.lagen (1963:583) om avveckling av fideikommiss) gelden er voor de liquidatie van de betrokken activa bijzondere regels.

2 Zijn deze bijzondere regels overeenkomstig het recht van die lidstaat van toepassing op de erfopvolging betreffende die bestanddelen, ongeacht het op de erfopvolging toepasselijke recht?

N.v.t.

3 Voorziet het recht van deze lidstaat in speciale procedures die de naleving van de bovenbedoelde bijzondere regels moeten waarborgen?

N.v.t.

Laatste update: 28/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.