Adapting rights in rem

Heirs in a EU country can benefit from inheritance rights of another EU country when the rights are adapted to closely match the rights in their country of residence.

To allow heirs or legatees in another EU country to benefit from rights created or transferred to them by succession, the Succession Regulation provides for an unknown right in rem (right in immovable or movable property) to be adapted to the closest equivalent right in rem under the law of the other EU country. The aims and interests pursued by the specific right in rem and the effects arising from it should be taken into account when adapting the right.

In that context, the European Judicial Network in civil and commercial matters has published some information sheets on national law which explain:

  • the rights in rem that could arise from a succession
  • whether such rights are recorded in a register of rights in immovable or movable property
  • the effects arising from their registration
  • specific rules and procedures for adapting a right in rem.

To consult an information sheet on national law and procedures for adapting rights in rem in an EU country, please click on the corresponding national flag on this page.

Last update: 18/01/2019

This page is maintained by the European Commission. The information on this page does not necessarily reflect the official position of the European Commission. The Commission accepts no responsibility or liability whatsoever with regard to any information or data contained or referred to in this document. Please refer to the legal notice with regard to copyright rules for European pages.

Aanpassing van zakelijke rechten - België

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

De zakelijke rechten die kunnen voortvloeien uit een erfopvolging naar Belgisch recht zijn het eigendomsrecht en de onderdelen daarvan, namelijk:

- vruchtgebruik (artikel 745 bis van het burgerlijk wetboek);

- gebruik en bewoning (artikel 625 van het burgerlijk wetboek);

- erfdienstbaarheden (artikel 637 van het burgerlijk wetboek);

- erfpacht en opstal.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Wanneer een persoon houder wordt van een eigendomsrecht of van een gesplitst eigendomsrecht als gevolg van een overdracht van het eigendomsrecht wegens overlijden, wordt deze persoon houder erga omnes. Met andere woorden, wanneer een dergelijk recht wordt overgedragen wegens overlijden (erfopvolging of testament), is het niet nodig om een inschrijving in het kadaster te verrichten. Artikel 1 van de hypotheekwet, waarin wordt bepaald in welke gevallen de overdracht van een zakelijk recht openbaar moet worden gemaakt in het kadaster om aan derden te kunnen worden tegengeworpen, heeft immers geen betrekking op deze situatie.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

N.v.t.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Momenteel zijn er geen specifieke voorschriften of procedures ingevoerd inzake de aanpassing van een zakelijk recht.

Laatste update: 31/05/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Tsjechië

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

De volgende zakelijke rechten kunnen uit een erfopvolging voortvloeien:

  • eigendomsrecht (de inschrijving ervan vormt geen belemmering voor andere zakelijke rechten);
  • bouwrecht (voor onroerende goederen vormt de inschrijving ervan geen belemmering voor andere zakelijke rechten);
  • erfdienstbaarheid (voor onroerende goederen vormt de inschrijving ervan geen belemmering voor andere zakelijke rechten);
  • hypotheek: 1) een onroerend goed kan alleen met instemming van de hypotheekhouder met een hypotheek worden bezwaard, 2) voor de eigendomsoverdracht van een met hypotheek bezwaard luchtvaartuig is de instemming van de hypotheekhouder vereist;
  • pandrecht;
  • eigendomsoverdracht tot zekerheid voor een verplichting (voor zaken die in het openbare register zijn ingeschreven (bv. voor onroerende goederen, een aandeel in een besloten vennootschap, een handelsmerk), vormt de inschrijving ervan geen belemmering voor andere zakelijke rechten);
  • voorkeursrecht (voor onroerende goederen vormt de inschrijving van een contractueel vastgesteld voorkeursrecht geen belemmering voor andere zakelijke rechten).

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Bezitstitel:

Bouwrecht: voor onroerende goederen altijd ingeschreven in het kadaster; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op onroerende goederen.

Erfdienstbaarheid: voor onroerende goederen altijd ingeschreven in het kadaster; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op onroerende goederen.

Pandrecht:

  • met betrekking tot onroerende goederen ingeschreven in het kadaster; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op onroerende goederen;
  • met betrekking tot een aandeel in een besloten vennootschap ingeschreven in het handelsregister; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op een aandeel in een besloten vennootschap;
  • met betrekking tot ingeschreven effecten ingeschreven bij de centrale effectenbewaarinstelling; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op ingeschreven effecten;
  • met betrekking tot handelsmerken, industriële ontwerpen en octrooien ingeschreven door het Bureau voor de Industriële Eigendom; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op toegepaste ontwerpen, industriële ontwerpen enz.;
  • met betrekking tot niet in het kadaster ingeschreven onroerende goederen, collectieve eigendom, werken en andere roerende goederen (wanneer de zekerheidsovereenkomst is opgemaakt in de vorm van een notariële akte) ingeschreven in het zekerhedenregister; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.nkcr.cz/sluzby/overovani-a-vypisy-z-rejstriku/vyhledavani-v-rejstricich-a-kontaktni-misto-czech-point

Pandrecht: in geen enkel register ingeschreven.

Eigendomsoverdracht tot zekerheid voor een verplichting:

  • met betrekking tot onroerende goederen ingeschreven in het onroerendgoedkadaster; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op onroerende goederen;
  • met betrekking tot een aandeel in een besloten vennootschap ingeschreven in het handelsregister; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op een aandeel in een besloten vennootschap;
  • met betrekking tot handelsmerken, industriële ontwerpen en octrooien ingeschreven door het Bureau voor de Industriële Eigendom; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op toegepaste ontwerpen, industriële ontwerpen enz.;

Voorkeursrecht:

  • een contractueel vastgesteld voorkeursrecht met betrekking tot onroerende goederen wordt ingeschreven in het kadaster; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op onroerende goederen;
  • een contractueel vastgesteld voorkeursrecht met betrekking tot een aandeel in een besloten vennootschap wordt ingeschreven in het handelsregister; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op een aandeel in een besloten vennootschap;

een contractueel vastgesteld voorkeursrecht met betrekking tot handelsmerken, industriële ontwerpen en octrooien wordt ingeschreven door het Bureau voor de Industriële Eigendom; inschrijving is verplicht; zie voor de inschrijvingsvereisten en de inschrijvingsprocedure het eigendomsrecht op toegepaste ontwerpen, industriële ontwerpen enz.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

De inschrijving van zakelijke rechten als gevolg van het overlijden van de oorspronkelijke eigenaar (overdracht van zakelijke rechten) heeft altijd declaratoire werking. Erfopvolging wordt verkregen door overlijden van de erflater en deze verkrijging moet door een rechtbank worden bevestigd. Met de uitspraak van de rechtbank over de erfopvolging worden de rechtsbetrekkingen van kracht verklaard op de datum van overlijden van de erflater. Dit beginsel is niet uitdrukkelijk bij wet vastgesteld met betrekking tot de individuele openbare registers.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Er zijn geen specifieke regels voor de aanpassing van buitenlandse zakelijke rechten die onbekend zijn in het Tsjechische rechtsstelsel.

Laatste update: 05/06/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Duitsland

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Volgens Duits recht gaat bij overlijden van de erflater diens hele vermogen, dat wil zeggen alle rechten en verplichtingen, over op de erfgenamen. Als de nalatenschap van de erflater aan meerdere erfgenamen toekomt, vormt zij overeenkomstig artikel 2032 van het Burgerlijk Wetboek (Bürgerliches Gesetzbuch – BGB) het gezamenlijke vermogen van de erfgenamen. Door erfopvolging ontstaan geen nieuwe zakelijke rechten. Legaten en instructies van de erflater over de verdeling van de nalatenschap hebben alleen verbintenisrechtelijke werking.

De ervaring sinds de inwerkingtreding van de Europese Erfrechtverordening heeft echter geleerd dat met name beperkingen van de beschikkingsvrijheid problemen kunnen opleveren vanwege de bepalingen betreffende voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging (Vor- und Nacherbfolge) die in het Duitse recht zijn opgenomen (de artikelen 2100 tot en met 2146 van het Burgerlijk Wetboek). Bij de voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging wijst de erflater een aantal opeenvolgende erfgenamen aan, waarbij een persoon (Nacherbe) pas bij de latere erfopvolging erfgenaam wordt, nadat eerst een andere persoon (Vorerbe) erfgenaam is geweest. De voorwaardelijke erfgenaam (verwachter) verwerft echter al bij overlijden van de erflater een verwachtingsrecht (Anwartschaftsrecht). Het verwachtingsrecht is een door het recht gewaarborgde positie in geval van een uit meerdere handelingen bestaande verwerving waarbij de eerste begunstigde de latere eigendomsverwerving (De link wordt in een nieuw venster geopend.Eigentumserwerb) door de andere begunstigde niet meer eenzijdig kan voorkomen. Het verwachtingsrecht is niet uitdrukkelijk geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Vanwege de limitatieve opsomming van zakelijke rechten (numerus clausus in het zakenrecht) kan het dan ook niet als een dergelijk recht worden aangemerkt. Het is een subjectief recht met zakelijke werking.

Voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging brengt voor de voorlopige erfgenamen een groot aantal beperkingen en verplichtingen mee, met name beperkingen van hun beschikkingsbevoegdheid. Beschikkingen over onroerende goederen zijn bij de latere erfopvolging ongeldig, wanneer zij inbreuk maken op de rechten van de voorwaardelijke erfgenaam (artikel 2113, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek). Dit geldt ook voor giften (artikel 2113, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek). De erflater kan echter de voorlopige (bezwaarde) erfgenaam bij uiterste wilsbeschikking van enkele van deze beperkingen ontheffen. Beperkingen van de beschikkingsvrijheid bij de latere erfopvolging moeten in het Duitse kadaster worden ingeschreven.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Volgens Duits recht gaan alle rechten van de erflater bij diens overlijden van rechtswege over op de erfgenaam of de gezamenlijke erfgenamen. Deze rechten en ook aan registratie onderworpen rechten hoeven daartoe niet in een register te worden ingeschreven. Wat de aan registratie onderworpen rechten betreft, zijn de betrokken registers (kadaster, handelsregister) bij de erfopvolging niet meer juist en moeten zij worden aangepast. Daartoe moet de erfopvolging worden bewezen door authentieke of gewaarmerkte akten of een Europese erfrechtverklaring. Bepaalde latere transacties (bv. bezwaring van geërfd onroerend goed) moeten worden gecorrigeerd door inschrijving van de erfgenaam of gezamenlijke erfgenamen in het kadaster.

Ook de met de voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging samenhangende beperkingen van de beschikkingsvrijheid en het verwachtingsrecht van de voorwaardelijke erfgenaam ontstaan onmiddellijk na het overlijden van de erflater. De voorlopige en voorwaardelijke erfopvolging wordt echter in het kadaster ingeschreven om verkrijging te goeder trouw zonder bezwaring door derden te voorkomen.

Als individuele erfgenamen of legatarissen bij wet of uiterlijke wilsbeschikking een (verbintenisrechtelijke) aanspraak hebben op bepaalde vermogensbestanddelen, moet de eigendom van deze vermogensbestanddelen aan hen worden overgedragen door middel van een contract met de erfgenamen en moeten eventuele onroerendgoedrechten op basis van authentieke of gewaarmerkte akten in het kadaster worden ingeschreven.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

De inschrijving van zakelijke rechten die als gevolg van erfopvolging op een erfgenaam of de gezamenlijke erfgenamen zijn overgegaan, heeft zuiver declaratoire werking. Zij vormt echter wel de basis voor de goede trouw van derden en is nodig voor bepaalde latere transacties.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Zakelijke rechten die in het Duitse recht onbekend zijn, worden doorgaans van rechtswege aan een soortgelijk Duits juridisch concept aangepast. Aangezien een eventuele inschrijvingsprocedure altijd een betrouwbare basis voor inschrijving vereist, kan een aanvullende overdrachtshandeling door de erfgenamen nodig zijn, zoals in het Duitse recht voor verbintenisrechtelijke vorderingen is vereist. Overeenkomstig artikel 1, lid 2, onder l), van de Europese Erfrechtverordening heeft de verordening geen gevolgen voor de inschrijvingsprocedures.

Laatste update: 04/06/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Griekenland

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

De zakelijke rechten die naar Grieks recht kunnen worden vererfd, zijn eigendom, zakelijke erfdienstbaarheden, pandrechten, notionele pandrechten, hypotheken en mijneigendom.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Van de genoemde zakelijke rechten moeten eigendom van onroerende goederen, hypotheken, mijneigendom en notionele pandrechten worden ingeschreven. Eigendom van onroerende goederen, hypotheken en mijneigendom moeten worden ingeschreven in het kadaster van de regio waar de goederen zijn gelegen, terwijl notionele pandrechten moeten worden ingeschreven in het pandrechtregister van de woonplaats of de statutaire zetel van de pandgever, of indien de pandgever niet op Grieks grondgebied woonachtig is of zijn statutaire zetel heeft, in het pandrechtregister van Athene.

Het is van essentieel belang om bij het kadaster een verzoek om inschrijving van deze rechten in te dienen en ook moeten de wettelijk vastgestelde vergoedingen worden betaald (zie Wet nr. 2664/1998). Het verzoek moet vergezeld gaan van de in te schrijven akte, een kopie van de opmeetkaart die is opgesteld en bij de akte is gevoegd, een samenvatting van de akte en een gewaarmerkt uittreksel van de kadastrale kaart voor de goederen waarop de akte betrekking heeft.

Om een pandrecht in het pandrechtregister in te schrijven, moet een verzoek worden ingediend en het desbetreffende formulier worden meegezonden.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

De inschrijving van deze zakelijke rechten is bij wet constitutief voor de rechten (zie artikel 12 van Wet nr. 2664/1998), hetgeen inhoudt dat bij het ontbreken van de inschrijving de eigendom van de onroerende goederen niet wordt overgedragen of dat er geen vestiging, overdracht of opheffing van het zakelijke recht op de onroerende goederen plaatsvindt. Dit geldt ook voor de inschrijving van notionele pandrechten.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Griekenland heeft geen rechtsregels of procedures om een in de Griekse wetgeving onbekend zakelijk recht aan te passen aan het in die wetgeving bekende recht dat daar het dichtst bij in de buurt komt.

Laatste update: 06/06/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Spanje

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Zakelijke rechten worden bij overlijden overgedragen als de overledene de houder is van die rechten en deze rechten niet door het overlijden komen te vervallen. Het gaat hierbij om eigendomsrechten, erfdienstbaarheden (samen met rechten in verband met het heersend erf) en zekerheden (hypotheken en gedekt krediet). De rechten in verband met vruchtgebruik komen echter te vervallen wanneer de vruchtgebruiker overlijdt (artikel 513, lid 1, van het Spaanse Burgerlijk Wetboek [Código Civil]).

De erfopvolging kan leiden tot nieuwe zakelijke rechten, omdat de overledene dat wenst (bv. legaten van vruchtgebruik, gebruiks- of woonrechten, vestigen van een erfdienstbaarheid) of omdat de wet dat verlangt (wettelijk vruchtgebruik dat de wet toekent aan een echtgenoot die te maken heeft met erfopvolging met of zonder testament).

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Inschrijving is niet verplicht, dat wil zeggen dat dit recht volgens de wet ook kan worden verkregen als er geen inschrijving plaatsvindt (behalve in geval van hypotheken). In de praktijk schrijft de houder van een recht zich gewoonlijk echter wel in het kadaster in, omdat dat hem of haar bescherming biedt.

Erfopvolgingsakten kunnen de vorm aannemen van een testament, een erfovereenkomst, een verklaring van erfopvolgers zonder testament of een Europese erfrechtverklaring (artikel 14 van de Spaanse Hypotheekwet [Ley Hipotecaria]). Zo'n akte geeft iemand de status van erfgenaam of legataris, maar toch is het doorgaans niet mogelijk om rechten die eerst op naam van de overledene stonden, meteen opnieuw in te schrijven. De toekenning van rechten op een specifiek goed op basis van de verdeling van de nalatenschap moet door alle andere erfgenamen worden goedgekeurd (en ten overstaan van een notaris, anders kan geen inschrijving plaatsvinden). Als er geen overeenstemming tussen alle erfgenamen wordt bereikt, moet de zaak aan de rechter worden voorgelegd.

Vóór de verdeling van een erfenis kan een erfgenaam alleen vragen dat er in het kadaster een aantekening wordt gemaakt waaruit blijkt dat hij of zij recht heeft op een specifiek ingeschreven goed dat deel uitmaakt van de erfenis. Op die manier kunnen derden van dit recht kennisnemen.

Op grond van de wet krijgt een legataris recht op een specifiek goed van de erfenis op het moment dat de houder van dat recht overlijdt (artikel 882 van het Burgerlijk Wetboek). De legataris kan dat goed echter niet op eigen gezag in bezit nemen (artikel 885 van het Burgerlijk Wetboek), tenzij de overledene hem of haar daarvoor toestemming heeft verleend. De legataris heeft wettelijk gezien het recht om te eisen dat de erfgenaam een specifiek goed aan hem of haar overdraagt; de bijbehorende notariële akte kan worden ingeschreven. Als de erfgenaam een specifiek goed weigert over te dragen, moet de legataris de zaak voor de rechter brengen.

Er bestaan uitzonderingen op de verdeling van een erfenis na overlijden, dat wil zeggen de verdeling door de erflater was een te verwachten erfenis of het testament heeft slechts één erfgenaam.

Voordat een goed kan worden ingeschreven, moet ook de betrokken aangifte bij de belastingdienst worden gedaan, zodat de overdrachtsbelasting kan worden betaald.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

De inschrijving heeft het volgende effect: de erfgenaam van een eigendomsrecht wordt als de wettelijke houder daarvan beschouwd, hij of zij kan daarover beschikken en geniet dezelfde bescherming als de oorspronkelijke houder ten opzichte van andere mogelijke erfgenamen die hun rechten niet hebben ingeschreven.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

In artikel 61 van Wet 29/2015 inzake internationale juridische samenwerking in burgerlijke zaken staat:

"1. Indien op grond van een beslissing of buitenlandse authentieke akte maatregelen moeten worden getroffen of rechten moeten worden overgenomen die niet door het Spaanse recht worden erkend, zal de registerbewaarder deze voor zover mogelijk aanpassen aan een maatregel of recht die/dat wel in de Spaanse wet is vastgesteld of daardoor wordt erkend en die/dat soortgelijke gevolgen of een soortgelijk doel of soortgelijke belangen heeft, zo lang deze aanpassing niet meer gevolgen heeft dan als bepaald in de wet van het land van herkomst. Alvorens een recht in te schrijven, informeert de registerbewaarder de houder van het recht of de maatregel over de noodzakelijke aanpassing daarvan.

2. Iedere belanghebbende kan de aanpassing van een recht of maatregel bij de rechter aanvechten."

Laatste update: 12/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Kroatië

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Artikel 1, lid 1, van de wet op de eigendom en andere zakelijke rechten (Zakon o vlasništvu i drugim stvarnim pravima) (Narodne novine (NN; het Staatsblad van de Republiek Kroatië) nrs. 91/96, 68/98, 137/99, 22/00, 73/00, 114/01, 79/06, 141/06, 146/08, 38/09, 153/09, 143/12 en 152/14; hierna: "de wet") stelt dat, tenzij bij wet anders is bepaald, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon houder kan zijn van het eigendomsrecht of andere zakelijke rechten: erfdienstbaarheid, rechten uit een zakelijke bezwaring, het bouwrecht, en een pandrecht op alles waarop dergelijke rechten betrekking kunnen hebben.

Artikel 128 (leden 2 en 3) van de wet stelt dat iedere erfgenaam het recht heeft om te verzoeken dat zijn eigendomsrecht op onroerende goederen in een kadaster wordt ingeschreven en dat de verkrijging van de eigendom door vererving geen einde maakt aan zakelijke rechten die anderen eerder op de betrokken goederen hadden, behalve rechten waarvoor dat bij wet is voorgeschreven, of rechten die door de aard van de omstandigheden niet langer kunnen bestaan.

In artikel 199, lid 2, en artikel 201 van de wet worden de volgende rechten als persoonlijke erfdienstbaarheden aangeduid: vruchtgebruik, recht van gebruik en recht van bewoning. Deze artikelen bepalen tevens dat, tenzij bij wet anders is bepaald, persoonlijke erfdienstbaarheden slechts gelden gedurende de periode waarvoor zij zijn gevestigd en dat zij uiterlijk op de datum van overlijden van de rechthebbende tenietgaan.

Artikel 285, lid 1, van de wet stelt dat, tenzij bij wet anders is bepaald, het bouwrecht evenzeer vervreemdbaar en vererfbaar is als ander onroerend goed.

Artikel 299, lid 1, van de wet stelt dat een pandrecht niet kan worden gescheiden van het onderpand waaraan het is verbonden. Dit houdt in dat, tenzij bij wet anders is bepaald, eenieder die op welke rechtsgrond ook een onderpand verwerft, dit onderpand heeft verworven op grond van een pandrecht.

Uit het voorgaande volgt dan ook dat andere zakelijke rechten dan persoonlijke erfdienstbaarheden vererfbaar zijn. Tenzij bij wet anders is bepaald, gaan persoonlijke erfdienstbaarheden uiterlijk op de datum van overlijden van de rechthebbende teniet.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

In artikel 2, leden 3 en 4, van de wet wordt "onroerend goed" gedefinieerd als een perceel, gebied of stuk grond, waaronder alles wat aard- en nagelvast met de onroerende zaak is verbonden, hetzij boven, hetzij onder de grond, tenzij bij wet anders is bepaald, en "roerende goederen" (of "roerende zaken") als elke zaak die kan worden verplaatst zonder verlies van zijn wezenlijke kenmerken of inhoud. Voor juridische doeleinden worden goederen die naar hun aard roerend zijn, als onroerend beschouwd als zij tot een onroerend goed behoren of als zij bij wet aan onroerend goed zijn gelijkgesteld.

Artikel 119, lid 1, van de wet stelt dat de eigendom van onroerend goed wordt verworven, zodra de verwerver de eigendom in een kadaster inschrijft, zoals bij wet is bepaald. Daartoe moet de vorige eigenaar hebben aangegeven dat hij wil dat de eigendom op de verwerver overgaat, tenzij bij wet anders is bepaald. Op grond van artikel 122, lid 1, van de wet wordt een kadaster geacht de feitelijke en juridische status van een onroerend goed naar waarheid en volledig weer te geven. Eenieder die te goeder trouw handelt, dat wil zeggen met vertrouwen in de juistheid van de kadasters, en niet op de hoogte is van de onvolledigheid van bepaalde gegevens in het kadaster of van het feit dat de gegevens verschillen van de feitelijke situatie, geniet wettelijke bescherming van zijn rechten met betrekking tot de verwerving.

Artikel 277, lid 1, stelt dat een zakelijke bezwaring die niet in een kadaster is ingeschreven, tenietgaat wanneer het bezwaarde onroerend goed wordt verworven door een persoon die niet op de hoogte was, noch zich op de hoogte had moeten stellen van het feit dat de bezwaring bestaat. Bovendien stelt artikel 278, lid 1, van de wet dat, tenzij anders is bepaald, een zakelijke bezwaring ten gunste van een natuurlijke persoon of rechtspersoon tenietgaat wanneer de natuurlijke persoon overlijdt of wanneer de rechtspersoonlijkheid van de rechtspersoon vervalt.

De te volgen procedure voor de inschrijving van zakelijke rechten op onroerende goederen in een kadaster is opgenomen in de bepalingen van de Kadasterwet (Zakon o zemljišnim knjigama) (NN nrs. 91/96, 68/98, 137/99, 114/01, 100/04, 107/07, 152/08, 126/10, 55/13 en 60/13). Een kadaster bestaat uit het hoofdregister (waarin alle percelen van een bepaalde kadastrale gemeente worden ingeschreven en dat uit eigendomsakten bestaat) en een compendium van identificatiedocumenten. Een verzoek om tijdelijke of permanente inschrijving van een zakelijk recht in het kadaster wordt bij de lokale kadastrale rechtbank ingediend door een persoon die zijn recht op inschrijving wil verwerven of wijzigen, of daarvan afstand wil doen. Een verzoek om een zakelijk recht in het kadaster in te schrijven in de vorm van een registeraantekening, wordt ingediend door een persoon in wiens juridisch belang het is om voor zijn goed een aantekening te maken of die recht heeft op deze procedure op grond van een bijzondere regeling. De eigendomsakte bevat gegevens van het onroerend goed en eventuele veranderingen die daarin zijn aangebracht, alsook zakelijke rechten en andere rechten die door een kadastrale rechtbank zijn verleend en gehandhaafd. Zij bestaat uit een document met een specificatie van het onroerend goed dat in eigendom is verkregen (posjedovnica) (specificatieblad, blad A), het bewijs van eigendom (vlastovnica) (eigenaarsblad, blad B) en de bezwaringen (teretovnica) (bezwaringenblad, blad C).

De te volgen procedure voor de inschrijving van zakelijke rechten op voertuigen is opgenomen in de regels voor (registratie en markering van) voertuigen (Pravilnik o registraciji i označavanju vozila) (NN nrs. 151/08, 89/10, 104/10, 83/13, 52/15 en 45/16). Het ministerie van Binnenlandse Zaken houdt een register bij van alle ingeschreven voertuigen. Naar aanleiding van een verzoek van de bevoegde autoriteiten (rechtbanken, het Kroatische agentschap voor financiële diensten, notarissen enz.) moet het ministerie op grond van bijzondere regelingen bepaalde aantekeningen voor voertuigen in dit register en op rijbewijzen plaatsen. Als een voertuig van eigenaar verandert, moet de nieuwe eigenaar het voertuig op zijn naam laten overschrijven of het binnen 15 dagen na de datum van verwerving laten uitschrijven. Een verzoek daartoe wordt ingediend bij het politiedirectoraat dat verantwoordelijk is voor de plaats waar de nieuwe eigenaar een permanent woonadres of hoofdkantoor heeft, of bij een politiebureau of een voertuigtestcentrum, mits het centrum is goedgekeurd en aan de gestelde voorwaarden voldoet.

De te volgen procedure voor de inschrijving van zakelijke rechten op vaartuigen is opgenomen in het Wetboek voor de zeevaart (Pomorski zakonik) (NN nrs. 181/04, 76/07, 146/08, 61/11, 56/13 en 26/15). Het eigendomsrecht en andere zakelijke rechten op een schip, boot of jacht kan alleen worden verworven, overgedragen, beperkt en beëindigd door de gegevens van een dergelijke handeling in te schrijven in een daartoe bestemd register of in door de bevoegde havenautoriteiten bijgehouden registers, die worden beheerd door het ministerie van Maritieme Zaken. Naar aanleiding van een verzoek van de eigenaar, exploitant of rederij vinden inschrijvingen in het scheepsregister plaats op basis van een beslissing van de betrokken havenautoriteit. Het register bestaat uit het hoofdregister en een compendium van identificatiedocumenten. Het hoofdregister bevat akten bestaande uit blad A (gegevens van het vaartuig en de technische basiskenmerken ervan), blad B (naam en statutaire zetel van de vennootschap, d.w.z. de rechtspersoon, of de naam en het woonadres van de natuurlijke persoon die eigenaar van het vaartuig is en de persoonlijke beperkingen van de eigenaar met betrekking tot het vrije gebruik van het schip) en blad C (zakelijke rechten waarmee het schip is bezwaard en rechten die uit deze rechten voortvloeien).

De te volgen procedure voor de inschrijving van zakelijke rechten op luchtvaartuigen is opgenomen in de regels voor (de inhoud en het bijhouden van) het luchtvaartuigregister (Pravilnik o sadržaju i načinu vođenja hrvatskog registra civilnih zrakoplova) (NN nr. 137/12). Het Kroatische luchtvaartuigregister wordt zowel in gedrukte vorm als in elektronisch formaat bijgehouden door het Kroatische agentschap voor de burgerluchtvaart. Het eigenlijke registerboek bestaat uit delen die met een rangtelwoord zijn aangeduid en elk deel bestaat uit inschrijvingsakten. Elk luchtvaartuig wordt ingeschreven in een afzonderlijke akte, die bestaat uit het inschrijvingsblad (met de verschillende gegevens van het luchtvaartuig), het eigenaarsblad (gegevens van de eigenaar en van de mede-eigenaren of gezamenlijke eigenaren) en het bezwaringenblad (met informatie over het aan het luchtvaartuig verbonden pandrecht of het ideale aandeel van een mede-eigenaar, het recht van voorkoop en terugkoop, eventuele beperkingen van het gebruik, en vermelding van de partij waarop de inschrijving betrekking heeft, de inschrijvingsdatum, het betaalde bedrag, indien relevant voor de inschrijving, en eventuele aantekeningen in verband met de inschrijving). Het elektronische register wordt bijgehouden door gegevens in elektronische inschrijvingsakten in te voeren. Wat de inhoud betreft, zijn elektronische inschrijvingsakten gelijkwaardig aan akten in papieren vorm. Een verzoek om inschrijving wordt ingediend door de eigenaar of de exploitant van het luchtvaartuig en gaat vergezeld van een gewaarmerkte machtigingsbrief van de eigenaar. Inschrijvingen in het register zijn onderworpen aan de beslissing van het Kroatische agentschap voor de burgerluchtvaart.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

Volgens de wet is een openbaar document een document dat in de voorgeschreven vorm door een bevoegde rechtbank of overheidsinstantie binnen de grenzen van hun bevoegdheid is afgegeven. Voorts geldt een openbaar document als bewijs van de zaken die daarin worden bevestigd of geregeld. Dit houdt in dat eenieder die te goeder trouw handelt, dat wil zeggen met vertrouwen in de juistheid van de openbare documenten, en niet op de hoogte is van de onvolledigheid van bepaalde daarin opgenomen gegevens, of van het feit dat deze gegevens van de feitelijke situatie verschillen, wettelijke bescherming van zijn rechten geniet met betrekking tot de verwerving van bepaalde rechten. Bovendien kan niemand aanvoeren niet op de hoogte te zijn van een inschrijving in een kadaster, in de registers van ingeschreven voertuigen die door het ministerie van Binnenlandse Zaken worden bijgehouden, in registers die worden bijgehouden door havenautoriteiten die onder het beheer van het ministerie van Maritieme Zaken staan, of in het Kroatische luchtvaartuigregister.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

De wet schrijft voor dat de regels voor eenzijdige acties van toepassing moeten zijn op alle zaken die betrekking hebben op de aanpassing van een zakelijk recht dat op grond van het toepasselijke erfrecht aan een bepaalde persoon toekomt, wanneer een dergelijk zakelijk recht in het Kroatische recht niet bestaat.

Laatste update: 11/06/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Luxemburg

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Het Luxemburgse recht kent geen specifieke zakelijke rechten die in de zin van de vraag kunnen "voortvloeien" uit een erfopvolging. Er zijn wel zakelijke rechten die bij een erfopvolging betrokken kunnen zijn of, anders gezegd, die als gevolg van overlijden kunnen worden overgedragen.

Het gaat daarbij om eigendom in de zin van artikel 544 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (Code civil) en erfdienstbaarheden in de zin van artikel 637 e.v. van het hetzelfde wetboek.

Eigendom, zoals gedefinieerd in artikel 544 van het Burgerlijk Wetboek, is het recht om van een zaak het genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen gebruik van maakt op een wijze die strijdig is met wet- en regelgeving of die overlast veroorzaakt die de normale ongemakken van het nabuurschap overschrijdt en het evenwicht tussen gelijkwaardige rechten verstoort. Overeenkomstig artikel 546 van het Burgerlijk Wetboek geeft de eigendom van een roerende of een onroerende zaak recht op al wat zij voortbrengt en op hetgeen, hetzij natuurlijk, hetzij kunstmatig, als bijzaak ermee wordt verenigd (recht van natrekking). Volgens artikel 711 van het Burgerlijk Wetboek kan de eigendom van een zaak door erfopvolging worden verworven en overgedragen.

Een erfdienstbaarheid wordt in artikel 637 van het Burgerlijk Wetboek gedefinieerd als een last op een erf gelegd tot gebruik en tot nut van een erf dat aan een andere eigenaar toebehoort. Volgens artikel 639 van het Burgerlijk Wetboek kan een erfdienstbaarheid ontstaan uit de natuurlijke ligging van de erven (zie artikel 640 e.v. van het Burgerlijk Wetboek), uit door de wet opgelegde verplichtingen (zie artikel 649 van het Burgerlijk Wetboek), of uit tussen de eigenaren gesloten overeenkomsten (zie artikel 686 e.v. van het Burgerlijk Wetboek).

Wat de laatste categorie erfdienstbaarheden betreft, kunnen eigenaren in beginsel op hun eigendommen of ten voordele van hun eigendommen de erfdienstbaarheden vestigen die zij passend achten, mits echter de gevestigde dienstbaarheden noch aan een persoon, noch ten voordele van een persoon, maar slechts aan een erf en ten behoeve van een erf worden opgelegd, en mits deze dienstbaarheden overigens niet strijdig zijn met de openbare orde (artikel 686, eerste alinea, van het Burgerlijk Wetboek). Volgens deze regels kunnen erfdienstbaarheden worden gevestigd ofwel voor het gebruik van gebouwen, ofwel voor het gebruik van gronderven (artikel 687, eerste alinea). Bovendien kunnen erfdienstbaarheden voortdurend zijn (voortdurend gebruik zonder dat daartoe een daad van de mens is vereist, bijvoorbeeld waterlopen, goten, uitzichten enz.) of niet voortdurend (vereisen om te worden uitgeoefend een daad van de mens, bijvoorbeeld het recht van overpad, het recht om water te putten enz.; zie artikel 688, eerste alinea, van het Burgerlijk Wetboek).

Ook moet erop worden gewezen dat erfdienstbaarheden zichtbaar kunnen zijn, als ze worden gekenmerkt door uitwendige werken, of niet zichtbaar, als ze geen uitwendig teken van hun bestaan vertonen (artikel 691, eerste alinea, van het Burgerlijk Wetboek). Voortdurende en zichtbare erfdienstbaarheden kunnen worden verkregen door een titel of door dertigjarig bezit (artikel 690 van het Burgerlijk Wetboek), terwijl voortdurende en niet-zichtbare erfdienstbaarheden en niet-voortdurende al dan niet zichtbare erfdienstbaarheden uitsluitend door een titel kunnen worden gevestigd (artikel 691, eerste alinea, van het Burgerlijk Wetboek). De erfdienstbaarheid gaat teniet wanneer het heersende erf en het dienstbare erf in dezelfde hand worden verenigd (artikel 705 van het Burgerlijk Wetboek).

Volledigheidshalve moeten ook de volgende zakelijke rechten worden genoemd waarvoor specifieke regels gelden, wanneer de persoon die er tijdens zijn leven gebruik van heeft gemaakt, komt te overlijden.

Volgens artikel 617 van het Burgerlijk Wetboek eindigt vruchtgebruik door de dood van de vruchtgebruiker als gevolg van een natuurlijke oorzaak en door vermenging of vereniging van de beide hoedanigheden van vruchtgebruiker en van eigenaar in dezelfde persoon. Het tweede geval doet zich bijvoorbeeld voor wanneer de vruchtgebruiker ten gevolge van overlijden de eigendom verwerft van de zaak waarop hij een recht van vruchtgebruik bezat. De inhoud van het vruchtgebruik is in artikel 578 e.v. van het Burgerlijk Wetboek gedefinieerd als het recht om van een zaak waarvan een ander de eigendom heeft, het genot te hebben, zoals de eigenaar zelf, maar onder verplichting om de zaak zelf in stand te houden. Vruchtgebruik kan worden gevestigd door de wet of door de wil van de mens, kan zuiver en eenvoudig, voor een bepaalde tijd of onder een voorwaarde zijn gevestigd, en kan op alle soorten van roerende of onroerende goederen betrekking hebben.

Zakelijke rechten met betrekking tot het recht van gebruik en het recht van bewoning, zoals gedefinieerd in artikel 625 e.v. van het Burgerlijk Wetboek, gaan op dezelfde wijze teniet als het vruchtgebruik.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

In het groothertogdom bestaat een "onroerendgoedregister", dat wil zeggen bureaus voor de bewaring van hypotheken (bureaux de la conservation des hypothèques) waar overeenkomstig artikel 1 van de gewijzigde wet van 25 september 1905 betreffende de overschrijving van onroerende zakelijke rechten (loi modifiée sur la transcription des droits réels immobiliers du 25 septembre 1905) alle akten onder levenden, om niet of onder bezwarende titel, tot overdracht of aanwijzing van onroerende zakelijke rechten, andere dan voorrechten en hypotheken, worden ingeschreven. De inschrijving van deze akten is verplicht, in die zin dat de rechten in kwestie daarmee bindend worden voor derden (zie artikel 11 van de bovengenoemde wet). Volgens de Luxemburgse jurisprudentie omvat de in artikel 1 van die wet gehanteerde term "onroerende zakelijke rechten" ook erfdienstbaarheden (arrondissementsrechtbank (Tribunal d'arrondissement) Diekirch, 17 februari 1937).

Ook moet erop worden gewezen dat alleen rechterlijke uitspraken, authentieke akten en bestuurlijke handelingen voor inschrijvingsdoeleinden worden aanvaard.

In het geval van erfopvolging worden de in punt 1 genoemde zakelijke rechten die deel kunnen uitmaken van een nalatenschap, overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek overgedragen.

Meer specifiek gaan overeenkomstig artikel 724, eerste en tweede alinea, van het Burgerlijk Wetboek alle bezittingen van de overledene van rechtswege op zijn wettelijke erfgenamen over als gevolg van het openvallen van de nalatenschap. Die erfgenamen kunnen de rechten en handelingen van de overledene na diens dood uitoefenen.

In het in artikel 1004 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde geval betreffende de algemene legataris, dat wil zeggen de persoon aan wie de erflater door testamentaire beschikking bij overlijden alle goederen nalaat (zie artikel 1003 van het Burgerlijk Wetboek), moet de algemene legataris de erfgenamen aan wie de wet een voorbehouden erfdeel op zijn goederen toekent, vragen de in het testament begrepen goederen af te geven. Volgens artikel 1005 van het Burgerlijk Wetboek heeft de algemene legataris het genot van de in het testament begrepen goederen vanaf de datum van overlijden, indien de vordering tot afgifte binnen een jaar na die datum wordt ingesteld. Bij gebreke daarvan vangt het genot pas aan op de datum waarop de rechtsvordering is ingesteld of op de datum waarop de afgifte vrijwillig is toegestaan. Wanneer bij het overlijden van de erflater geen erfgenamen bestaan aan wie de wet een voorbehouden erfdeel op diens goederen toekent, treedt de algemene legataris door de dood van de erflater van rechtswege in het bezit zonder de afgifte te moeten vragen (artikel 1006 van het Burgerlijk Wetboek). Tot slot moet in het in artikel 1006 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde geval, indien het een eigenhandig of verzegeld testament betreft, de algemene legataris zich in het bezit doen stellen door een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg (tribunal de première instance) van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen.

Als een of meer onroerende goederen in de erfopvolging zijn begrepen, is na overlijden een overdracht vereist die wordt uitgevoerd op basis van de aangifte van nalatenschap die door de erfgenamen moet worden ingediend bij het bestuur der registratie en domeinen (administration de l'enregistrement et des domaines). Het bestuur verstrekt vervolgens een afschrift van de aangifte aan de kadastrale en topografische dienst (administration du cadastre et de la topographie) (zie het einde van artikel 10 van de gewijzigde wet van 25 juli 2002 betreffende de reorganisatie van de kadastrale en topografische dienst (loi modifiée du 25 juillet 2002 portant réorganisation de l'administration du cadastre et de la topographie)).

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

Zie het antwoord op de vorige vraag.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Ja. Er zijn bepalingen opgenomen in de wet van 14 juni 2015 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring en tot wijziging van a) de gewijzigde wet van 25 september 1905 betreffende de overschrijving van onroerende zakelijke rechten en b) het Nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (loi du 14 juin 2015 relative à la mise en application du règlement (UE) n° 650/2012 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 relatif à la compétence, la loi applicable, la reconnaissance et l'exécution des décisions, et l'acceptation et l'exécution des actes authentiques en matière de successions et à la création d'un certificat successoral européen et modifiant a) la loi modifiée du 25 septembre 1905 sur la transcription des droits réels immobiliers et b) le Nouveau Code de procédure civile).

Artikel 1 van deze wet bepaalt als volgt: "Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring, zijn bij groothertogelijk besluit benoemde notarissen bevoegd om de in artikel 31 van die verordening bedoelde aanpassing van onroerende zakelijke rechten uit te voeren. De in de eerste alinea bedoelde aanpassing wordt uiterlijk uitgevoerd op de datum van overdracht onder levenden om niet of onder bezwarende titel van het goed dat valt onder het zakelijke recht als bedoeld in artikel 31 van Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring".

Daarnaast omvat die wet een wijziging van artikel 1, tweede alinea, van de gewijzigde wet van 25 september 1905 betreffende de overschrijving van onroerende zakelijke rechten door toevoeging van notariële akten waarin rechten op buitenlandse onroerende goederen worden aangepast aan de akten waarin de daarin genoemde onroerende zakelijke rechten worden overgedragen. Deze akten moeten worden overgeschreven op het bureau voor de bewaring van hypotheken van de afdeling waar de goederen zijn gelegen.

Laatste update: 28/05/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Hongarije

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

1) Eigendom

De erfgenaam verwerft de eigendom van de nalatenschap van rechtswege bij overlijden van de erflater. De nalatenschap is de som van de rechten, lichamelijke zaken, vorderingen en verplichtingen van de erflater op het moment van zijn overlijden die niet tenietgaan bij overlijden. Dit alles spreekt voor zich in het Hongaarse recht. In de erfrechtelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek worden de begrippen "nalatenschap van de erflater" en "goederen" als synoniemen gebruikt. Een goed is niets anders dan een lichamelijke zaak, een recht of een vordering (artikel 8:1 van het Burgerlijk Wetboek). De goederen zijn de som van al deze goederen. In het geval van een vindicatielegaat (legatum vindicationis) verwerft de legataris de eigendom (rechtstreeks van de erflater) van het gelegateerde goed.

2) Vruchtgebruik

Als de erflater nakomelingen en een overlevende echtgenoot (in het geval van erfopvolging bij versterf) heeft nagelaten, heeft naar Hongaars recht de overlevende echtgenoot recht op een levenslang vruchtgebruik van bepaalde goederen van de nalatenschap, namelijk

  • de woning die hij of zij samen met de erflater heeft bewoond en
  • het in de woning aanwezige meubilair en huisraad (artikel 7:58, lid 1, onder a), van het Burgerlijk Wetboek).

De algemene regels voor vruchtgebruik naar burgerlijk recht zijn van overeenkomstige toepassing op de inhoud van het recht van vruchtgebruik van de overlevende echtgenoot (het "weduwenrecht") (hoofdstuk XXX van het Burgerlijk Wetboek). Vruchtgebruik is een van de zogeheten beperkte zakelijke rechten. De vruchtgebruiker kan de opbrengst van lichamelijke zaken van een andere persoon bezitten, gebruiken, exploiteren en innen. De rechten van de vruchtgebruiker blijven bestaan, ongeacht eventuele wijzigingen in de identiteit van de eigenaar (artikel 5:147, leden 1 en 2, van het Burgerlijk Wetboek).

Ook kan de erflater in zijn testament vruchtgebruik op een goed vestigen.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

De genoemde rechten worden ingeschreven in het onroerendgoedregister (of andere openbare registers). Inschrijving van deze rechten in een register is verplicht.

Als de erfopvolging tot eigendom of vruchtgebruik leidt, neemt de met de afwikkeling van de erfopvolgingsprocedure in Hongarije belaste notaris contact op met de binnenlandse autoriteit die het onroerendgoedregister of de registers van andere goederen bijhoudt, teneinde deze rechten te laten inschrijven. In dergelijke gevallen zendt de notaris de verklaring van erfrecht (nadat deze definitief is geworden) aan deze autoriteit toe (artikel 91, lid 2, van Wet nr. XXXVIII van 2010 betreffende de erfopvolgingsprocedure (hagyatéki eljárásról szóló 2010. évi XXXVIII. tv.). De door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht dient als basis voor de inschrijving.

Wanneer de erfopvolgingsprocedure daarentegen in een andere lidstaat plaatsvindt, moet de rechthebbende (erfgenaam, legataris) zelf actie ondernemen om het recht in te schrijven. In dergelijke gevallen moet hij het verzoek om inschrijving rechtstreeks indienen bij de Hongaarse autoriteit die het register in kwestie bijhoudt (bijvoorbeeld het kadaster).

De voornaamste openbare registers waarin de eigendom van specifieke goederen wordt ingeschreven, zijn:

- het onroerendgoedregister

bijgehouden door: het kadaster

inschrijving van: onroerend goed

regels: Wet nr. CXLI van 1997 inzake het kadaster (az ingatlan-nyilvántartásról szóló 1997. évi CXLI törvény) (zie artikel 16 van de wet)

- nationaal luchtvaartuigregister (Magyarország Légijármű Lajstroma)

bijgehouden door: het bureau voor de luchtvaart van de nationale vervoersautoriteit (Nemzeti Közlekedési Hatóság Légügyi Hivatal)

inschrijving van: burgerluchtvaartuigen

regels:

artikel 12 van Wet nr. XCVII van 1995 inzake het luchtverkeer (a légiközlekedésről szóló 1995. évi XCVII. törvény)

artikel 5 van regeringsbesluit nr. 141/1995 van 30 november 1995 tot uitvoering van Wet nr. XCVII van 1995 (Korm. rendelet a légi közlekedésről szóló 1995. évi XCVII. törvény végrehajtásáról) inzake het luchtverkeer (a légiközlekedésről szóló 1995. évi XCVII. törvény)

- register van drijvende installaties

bijgehouden door: het ministerie van Nationale Ontwikkeling en het hoofdstedelijk regeringsbureau van Boedapest als scheepvaartautoriteiten

inschrijving van: drijvende installaties (drijflichamen, constructies en werktuigen die geschikt zijn voor vervoer over water, werkzaamheden op het water en de uitoefening van verwante activiteiten)

regels:

de artikelen 7 tot en met 15 en met name artikel 11, lid 3, van Wet nr. XLII van 2000 inzake vervoer over water (a víziközlekedésről szóló 2000. évi XLII. törvény)

regeringsbesluit nr. 198/2000 van 29 november 2000 inzake inschrijving van drijvende installaties (az úszólétesítmények lajstromozásáról szóló 198/2000. Korm. rendelet)

- voertuigregister

bijgehouden door: het ministerie van Binnenlandse Zaken (onderministerie van staat dat verantwoordelijk is voor registers) als registratie-instantie voor het wegverkeer

inschrijving van: wegvoertuigen

regels:

Wet nr. LXXXIV van 1999 inzake registers voor het wegvervoer (közúti közlekedési nyilvántartásról szóló 1999. évi LXXXIV. törvény), met name artikel 9

- bedrijfsregister

bijgehouden door: regionale rechtbanken als registratierechtbanken

inschrijving van: bedrijven (een bedrijf is een juridische entiteit die is opgericht om bedrijfsactiviteiten op commerciële basis uit te voeren door inschrijving in het bedrijfsregister; daarbij gaat het met name om vennootschappen, coöperatieve vennootschappen, Hongaarse vestigingen van buitenlandse ondernemingen, Europese economische samenwerkingsverbanden, Europese coöperatieve vennootschappen, eenmanszaken enz.)

regels: Wet V van 2006 inzake de openbaarmaking van gegevens van ondernemingen, de gerechtelijke procedure van inschrijving van ondernemingen en de vrijwillige ontbinding en vereffening (a cégnyilvánosságról, a bírósági cégeljárásról és a végelszámolásról szóló 2006. évi V. törvény), met name de artikelen 24 en 25.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

1) Inschrijving van eigendom

In het algemeen kan de eigendom van onroerend goed naar Hongaars recht alleen worden verworven door inschrijving in het onroerendgoedregister; met andere woorden: inschrijving van de eigendom in het onroerendgoedregister heeft constitutieve werking (er wordt een recht gecreëerd) (inschrijvingsbeginsel).

In enkele gevallen maakt de wet echter een uitzondering; een van de uitzonderingen is erfopvolging. In het Hongaarse recht geldt het beginsel van erfopvolging ipso jure. Dit houdt in dat de erfgenaam de nalatenschap uitsluitend van rechtswege verwerft, wanneer deze openvalt, zonder dat aanvaarding of een andere rechtshandeling nodig is (artikel 7:87 van het Burgerlijk Wetboek). In het geval van erfopvolging wordt de eigendom dus door de erfgenaam verworven op het moment van openvallen van de nalatenschap of van overlijden van de erflater. De inschrijving van de eigendom van door erfopvolging verworven onroerend goed in een register heeft daarom alleen declaratoire werking. Dit geldt ook voor de verwerving van goederen op basis van een vindicatielegaat (legatum per vindicationem).

Als gevolg van erfopvolging ipso jure heeft de inschrijving van eigendom in openbare registers voor andere goederen eveneens declaratoire werking, wanneer de verandering van eigenaar het gevolg is van erfopvolging.

2) Inschrijving van vruchtgebruik

Het recht van vruchtgebruik van de overlevende echtgenoot (weduwenrecht) ontstaat van rechtswege. In dit licht heeft de inschrijving van vruchtgebruik in het onroerendgoedregister (net als de inschrijving van door erfopvolging verworven eigendom) declaratoire werking. Het recht zelf is dus niet het gevolg van de inschrijving.

Als een uit de wetgeving voortvloeiend vruchtgebruik niet in het onroerendgoedregister wordt ingeschreven, kan dit recht overeenkomstig artikel 5:146, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek alleen worden tegengeworpen aan een verwerver van de goederen die te kwader trouw is, of een verwerver die geen vergoeding voor de goederen heeft betaald. Daarom is voor een volledige civielrechtelijke bescherming van het recht van een vruchtgebruiker op onroerend goed inschrijving ervan in het onroerendgoedregister verplicht, ook al ontstaat dit recht van rechtswege (en niet door inschrijving).

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Ja,

als een bij een erfopvolgingskwestie betrokken rechthebbende (bijvoorbeeld een erfgenaam of legataris) in Hongarije een uit erfopvolging voortvloeiend zakelijk recht wil uitoefenen dat op grond van de Hongaarse wetgeving niet in het onroerendgoedregister (of een ander register in het onderhavige geval) kan worden ingeschreven, wordt de operatie uit hoofde van artikel 31 van de verordening (aanpassing van zakelijke rechten) uitgevoerd in een afzonderlijke procedure. Deze procedure staat bekend als de "aanpassingsprocedure", die wordt geregeld door Wet nr. LXXI van 2015.

Een aanpassingsprocedure is een niet-contentieuze procedure die onder de bevoegdheid van de rechtbanken valt. Aangezien de toepassing van artikel 31 van de verordening speciale expertise vereist, fungeert slechts één rechtbank (de in Boedapest gevestigde centrale districtsrechtbank van Buda (Budai Központi Kerületi Bíróság)) als rechtbank van eerste aanleg voor het gehele Hongaarse grondgebied. Deze rechtbank beslist over kwesties betreffende de vraag welk ander recht kan worden ingeschreven in plaats van het buitenlandse recht in kwestie (of het recht dat het in de Hongaarse wetgeving bekende recht het dichtst benadert, als het gaat om de inhoud en het doel van dit recht). De beslissing van de rechtbank is bindend voor de verzoekende partij.

De bij de erfopvolging betrokken persoon (bijvoorbeeld de erfgenaam of legataris) leidt deze aanpassingsprocedure niet zelf in als verzoekende partij. De autoriteit die het openbare register (zoals het kadaster) bijhoudt en waarbij de inschrijvingsprocedure aanhangig is (hoofdprocedure), is de verzoekende partij in de gerechtelijke procedure.

In de loop van de procedure onderzoekt de rechtbank de buitenlandse wetgeving met betrekking tot het buitenlandse recht in kwestie. De rechtbank zorgt er eigenmachtig voor dat de aard van het buitenlandse recht wordt vastgesteld, maar kan ook de bij de erfopvolging betrokken persoon verzoeken om informatie en alle hem ter beschikking staande documenten over de betekenis van het buitenlandse recht bij te voegen.

Anders beslist de rechtbank alleen op basis van documenten zonder rekening te houden met ander bewijs (bijvoorbeeld van getuigen).

Zowel de verzoekende partij (de autoriteit die het register in kwestie bijhoudt) als de bij de erfopvolging betrokken persoon kan tegen de beslissing van de centrale districtsrechtbank van Buda beroep instellen. Het beroepschrift moet worden gericht aan de regionale rechtbank en worden ingediend bij de rechtbank die de beslissing heeft genomen. Het beroep wordt behandeld door de hoofdstedelijke rechtbank Boedapest.

De kosten van deze procedure worden gedragen door de bij de erfopvolging betrokken persoon, die ze moet betalen in de hoofdprocedure zelf (d.w.z. in de procedure bij de autoriteit die het register bijhoudt).

Laatste update: 11/06/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Nederland

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Deze kwestie is in Nederland geregeld in artikel 4: 182 Burgerlijk Wetboek (BW).

Artikel 182 BW  luidt:

  • Met het overlijden van de erflater volgen zijn erfgenamen van rechtswege op in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap. De eerste zin geldt niet wanneer de nalatenschap ingevolge artikel 13 wordt verdeeld. In dat geval volgt de echtgenoot van rechtswege op in het bezit en houderschap van de erflater.
  • Zij worden van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan. Is een prestatie deelbaar, dan is ieder van hen gebonden voor een deel, evenredig aan zijn erfdeel, tenzij zij hoofdelijk zijn gebonden.

In Nederland geldt het beginsel van de saisine, inhoudende dat de erfgenamen van rechtswege de positie van de erflater overnemen. De eigendom van de goederen en de schulden van de nalatenschap gaan onder algemene titel over naar de erfgenamen, die de nalatenschap aanvaard hebben.

Is er sprake van een wettelijke verdeling dan neemt de langstlevende echtgenoot/geregistreerd partner alle goederen en schulden over en krijgen de afstammelingen alleen een vordering. De afstammelingen zijn niet aansprakelijk voor de schulden uit de nalatenschap. Alleen de langstlevende echtgenoot/geregistreerd partner is aansprakelijk voor de schulden, wanneer de wettelijke verdeling is toegepast.

Het beginsel van de saisine houdt in dat geen eigen zakelijk of goederenrecht voortvloeit uit de erfopvolging als zodanig. De nalatenschap vormt geen afgezonderd vermogen in Nederland. Er geldt geen vervreemdingsverbod van de goederen van de nalatenschap en er kan ook geen beslag op de nalatenschap gelegd worden. Beslag op de goederen uit de nalatenschap onder de erfgenamen is wel mogelijk.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Aangezien de nalatenschap zelf geen afzonderlijk vermogen is, is inschrijving in registers niet aan de orde.

Overigens kan de Verklarting van erfrecht of de Europese verklaring van erfrecht wel in het kadaster worden ingeschreven, zie de artikelen 27 en 27a Kadasterwet. Daarmee maken de erfgenamen bekend dat de eigenaar overleden is en de eigendom onder algemene titel is overgegaan naar hen. Die inschrijving is echter geen constitutief vereiste. Ook zonder die inschrijving is de eigendom van rechtswege overgegaan. Verdelen de erfgenamen vervolgens de goederen uit de nalatenschap dan is een levering vereist. Men spreekt van een overgang onder bijzondere titel. De verdeling bepaalt artikel 3: 186 BW.

Artikel 186 BW luidt:

  • Voorde overgang van het aan ieder der deelgenoten toegedeeld is een levering vereist op dezelfde wijze als voor de overdracht is voorgeschreven.
  • Hetgeen een deelgenoot verkrijgt, houdt hij onder dezelfde titel als waaronder de deelgenoten dit tezamen voor de verdeling hielden.

Voor levering van onroerend goed op beperkte rechten daarop schrijft artikel 3:89 BW een notariele akte en inschrijving daarvan in de openbare registers voor.

Artikel 89 BW luidt:

  • De voor overdracht van de onroerende zaken vereiste levering geschiedt door een daartoe bestemde, tussen de partijen opgemaakte notariele akte, gevolgd door de inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare registers. Zowel de verkrijger als de vervreemder kan de akte doen inschrijven.
  • De tot levering bestemde akte moet nauwkeurig de titel van overdracht vermelden; bijkomstige bedingen die niet de overdracht betreffen, kunnen in  de akte worden weggelaten.
  • Treedt bij een akte van levering iemand als gevolmachtigde van een der partijen op, dan moet in de akte de volmacht nauwkeurig worden vermeld.
  • Het in dit artikel bepaalde vindt overeenkomstige toepassing op de levering, vereist voor de overdracht van andere registergoederen.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

Zie het hierboven gegeven antwoord.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Neen, er gelden geen specifieke voorschriften in het BW of de Kadasterwet.

Laatste update: 17/09/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Oostenrijk

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Volgens het Oostenrijkse recht wordt na overlijden de rechtspositie van de erflater door de nalatenschap als rechtspersoon voortgezet (artikel 546 van het Oostenrijkse Burgerlijk Wetboek – Allgemeines Bürgerliches Gesetzbuch, ABGB). Bij de devolutie (Einantwortung) van de nalatenschap neemt de erfgenaam de rechtspositie van de nalatenschap over. Dit geldt ook voor besluiten tot toe-eigening van de nalatenschap door de federale overheid (artikel 547 van het Oostenrijkse Burgerlijk Wetboek). Niemand mag een nalatenschap eigenmachtig in bezit nemen. Een nalatenschap wordt in de regel na afronding van een erfopvolgingsprocedure verworven door devolutie, dat wil zeggen overdracht van de juridische eigendom aan de erfgenamen (artikel 797 van het Oostenrijkse Burgerlijk Wetboek).

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Volgens het Oostenrijkse recht moeten de verwerving, overdracht, beperking en opheffing van zakelijke rechten (eigendom, erfdienstbaarheid, grondrente, pandrecht, bouwrecht), terugkooprechten, voorkeursrechten en huurrechten om rechtsgeldig te worden, in het door de arrondissementsrechtbanken (Bezirksgerichte) beheerde kadaster worden ingeschreven.

Niettemin verwerft een erfgenaam zakelijke rechten op een onroerend goed al wanneer de devolutie rechtsgeldig wordt, en niet pas wanneer zijn eigendomsrechten in het kadaster worden ingeschreven. De inschrijving in het kadaster heeft dus een meer declaratoir karakter. De bepalingen van artikel 21 en 94 van de Kadasterwet (Grundbuchsgesetz) verhinderen echter dat bij kadastrale transacties met de feitelijke eigendomsrechten rekening wordt gehouden, wanneer deze niet in het kadaster zijn opgenomen. Een inschrijving tegen de (nog niet ingeschreven) erfgenamen is daarom, op enkele uitzonderingen na, niet toegestaan, ook niet wanneer zij naar materieel recht al onroerend goed in eigendom hebben. Met betrekking tot inschrijvingen in het kadaster mag met het feit dat devolutie heeft plaatsgevonden, dan ook pas rekening worden gehouden, nadat de eigendomsrechten van de erfgenamen in het kadaster zijn ingeschreven.

In Oostenrijk worden de rechten van erfgenamen ingeschreven in het kader van de in artikel 136 van de Kadasterwet geregelde kadastrale correctie. Daarbij wordt het kadaster gecorrigeerd, zodat het de feitelijke juridische situatie weergeeft. Dit gebeurt, wanneer achteraf juridische wijzigingen zijn aangebracht die nog niet in het kadaster zijn doorgevoerd. De inschrijving is daarom zuiver declaratoir van aard. In het kader van de procedure van artikel 136 van de Kadasterwet volstaat "bewijs van onjuistheid" als basis voor de inschrijving; het "bewijs van onjuistheid" treedt in de plaats van de documenten die anders nodig zouden zijn. Dit bewijs is geleverd wanneer de onjuistheid evident is of wordt aangetoond aan de hand van authentieke akten (zoals een gerechtelijke verklaring van devolutie of een Europese erfrechtverklaring). Een onjuistheid wordt bijvoorbeeld als evident beschouwd, wanneer de door de aanvrager gestelde niet in het kadaster ingeschreven herhaalde overdracht van rechten en de daarmee samenhangende rechtsopvolging onder algemene titel in het vermogen van de rechtsvoorganger rechtstreeks uit de wet voortvloeien.

Inschrijvingen in het kadaster vinden plaats op verzoek van de partijen. Inschrijving van ambtswege is alleen mogelijk in uitzonderlijke gevallen die hier niet van toepassing zijn.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

Rechtsopvolging onder algemene titel door de erfgenaam vindt naar Oostenrijks recht zonder inschrijving in het kadaster plaats, wanneer de devolutie rechtsgeldig wordt. De inschrijving in het kadaster is in dergelijke gevallen dan ook zuiver declaratoir.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Volgens de Oostenrijkse wetgeving inzake appartementsrechten mag het onlosmakelijk met het appartementsrecht verbonden minimumaandeel niet worden gedeeld, zolang het appartementsrecht bestaat, behalve in geval van een "partnerschap van eigenaren" (Eigentümerpartnerschaft). Dit is een rechtsgemeenschap van twee natuurlijke personen die mede-eigenaar van het appartement zijn.

Wanneer meerdere personen de eigendom van het minimumaandeel door erfopvolging hebben verworven zonder een partnerschap van eigenaren te vormen, bijvoorbeeld wanneer de nalatenschap in het buitenland is afgewikkeld en bij de rechtsopvolging verscheidene personen zijn betrokken, kan hun eigendom niet in het kadaster worden ingeschreven. Wanneer om inschrijving van eigendomsrechten wordt verzocht, moet de kadastrale rechtbank (Grundbuchsgericht) de indieners van het verzoek erop wijzen dat de gewenste rechten niet in het kadaster kunnen worden ingeschreven en hun een redelijke termijn geven om in plaats daarvan te regelen dat het minimumaandeel door één enkele persoon of een partnerschap van eigenaren wordt verworven. Als deze termijn verstrijkt zonder dat een dergelijke regeling is getroffen, moet de kadastrale rechtbank ervoor zorgen dat een openbare verkoop plaatsvindt (artikel 12, lid 3, van de wet inzake mede-eigendom van appartementen van 2002 – Wohnungeigentumsgesetz).

Laatste update: 04/06/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Polen

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Uit een nalatenschap voortvloeiende zakelijke rechten omvatten eigendomsrechten op roerende en onroerende goederen, eeuwigdurend vruchtgebruik, beperkte zakelijke rechten zoals zakelijke erfdienstbaarheden (waaronder het eigendomsrecht op het heersende erf), hypotheken en pandrechten (waaronder de schulden die daardoor zijn gedekt), eigendomsrechten van corporatieleden in een woningcorporatie, rechten en plichten van buren, rechtsvorderingen tot teruggave en rechtsvorderingen tot weigering (van erfdienstbaarheden) en vorderingen tot aankoop krachtens artikel 231 van het Burgerlijk Wetboek (d.w.z. vorderingen tot aankoop van grond tegen een persoon die een gebouw of andere inrichting op andermans grond heeft gebouwd).

Gebruiksrechten en persoonlijke erfdienstbaarheden worden niet vererfd.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

In de regel worden zakelijke rechten ingeschreven in de kadasters die worden bijgehouden door de bevoegde arrondissementsrechtbanken (kadastrale rechtbanken) (sądy wieczystoksięgowe). Een dergelijke inschrijving is echter niet altijd verplicht en heeft constitutieve werking. Zo kan het eigendomsrecht van een corporatielid worden vererfd, als het gaat om een woningcorporatie waarvoor geen kadaster is ingericht.

Door erfopvolging verworven eigendomsrechten op onroerende goederen waarvoor een kadaster is ingericht, moeten in het kadaster worden ingeschreven op basis van een passend document waaruit de wettelijke erfopvolging van de in het kadaster ingeschreven eigenaar (erflater) blijkt. De inschrijving van eigendom door erfopvolging heeft geen constitutieve werking.

Inschrijving in een kadaster is vereist om een hypotheek te vestigen. Een dergelijke inschrijving heeft constitutieve werking, hetgeen inhoudt dat het recht ontstaat bij inschrijving in het kadaster.

Een inschrijving in het kadaster waarin al een beperkt zakelijk recht is ingeschreven, heeft constitutieve werking en is een voorwaarde voor de geldigheid van de overdracht van een recht.

Dergelijke rechten worden in een kadaster ingeschreven, hetzij op verzoek van de eigenaar van een onroerend goed (recht van overpad, verkrijgende verjaring), hetzij ambtshalve, bijvoorbeeld in het geval van een administratieve beslissing.

Een verzoek om inschrijving wordt schriftelijk bij de kadastrale rechtbank ingediend op een officieel formulier De link wordt in een nieuw venster geopend.KW-WPIS. De formulieren zijn beschikbaar op de website van het ministerie van Justitie en van de kadastrale afdelingen van de arrondissementsrechtbanken.

Om een beperkt zakelijk recht op onroerende goederen in te schrijven, is het voldoende dat de eigenaar verklaart dat een dergelijk recht is gevestigd.

Tenzij anders bepaald door specifieke regelgeving, is een vaste vergoeding van 200 PLN verschuldigd voor een verzoek om inschrijving in het kadaster van eigendom, eeuwigdurend vruchtgebruik of een beperkt zakelijk recht. Wat gedeelde eigendom betreft, wordt een deel van de vaste vergoeding in verhouding tot het gehouden aandeel in rekening gebracht, maar niet minder dan 100 PLN.

Met betrekking tot eigendom, eeuwigdurend vruchtgebruik of een eigendomsrecht van een corporatielid voortvloeiend uit een erfopvolging of een legaat of uit de verdeling van een nalatenschap of de ontbinding van gemeenschappelijke eigendom, wordt voor een verzoek om inschrijving in het kadaster een enkele vaste vergoeding van 150 PLN in rekening gebracht, ongeacht het aantal aandelen in deze rechten. De vergoeding moet tegelijk met het verzoek worden betaald. Een verzoek waarvoor een vaste vergoeding is verschuldigd, wordt geretourneerd, wanneer de betaling niet tijdig plaatsvindt. In dat geval wordt niet om betaling verzocht.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

In het kadaster ingeschreven beperkte zakelijke rechten worden beschermd door het beginsel van publieke geloofwaardigheid van kadasters. Als er geen inschrijving plaatsvindt, vervallen de rechten in geval van verwerving onder de voorwaarden van publieke geloofwaardigheid. Bovendien heeft een in het kadaster ingeschreven beperkt zakelijk recht op onroerende goederen voorrang op een dergelijk recht dat niet in het kadaster is ingeschreven.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Er zijn geen specifieke procedures.

Laatste update: 12/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Portugal

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

OPMERKING VOORAF

Ten eerste moet worden opgemerkt dat het bij zakelijke rechten kan gaan om gebruiksrechten (direitos reais de gozo) of zekerheidsrechten (direitos reais de garantia).

Ten tweede verdedigt een deel van de doctrine naast zakelijke rechten op materiële zaken ook het bestaan van zakelijke rechten op immateriële zaken.

Tot slot wordt in het Portugese recht uitgegaan van het beginsel van numerus clausus, oftewel het limitatieve karakter van zakelijke rechten (artikel 1306 van het Burgerlijk Wetboek (Código Civil)).

RECHTEN DIE DOOR ERFOPVOLGING KUNNEN OVERGAAN

Alle rechten die niet vervallen bij overlijden van hun houder en ook daarna blijven bestaan, kunnen door erfopvolging overgaan.

In artikel 2025 van het Portugese Burgerlijk Wetboek (Código Civil) is het volgende bepaald met betrekking tot hetgeen door erfopvolging kan overgaan:

"1 – Rechtsbetrekkingen die door overlijden van hun respectieve eigenaar, door hun aard of van rechtswege tenietgaan, gaan niet door erfopvolging over.

2 – Voor afstand vatbare rechten kunnen ook bij overlijden van de houder tenietgaan indien de houder dit heeft bepaald."

Om een voorbeeld te noemen: vruchtgebruik en het zakelijke recht van gebruik en bewoning zijn zakelijke rechten die door overlijden van hun houder van rechtswege tenietgaan (artikel 1476, lid 1, onder a), en artikel 1485 van het Burgerlijk Wetboek (Código Civil)).

De huidige versie van het De link wordt in een nieuw venster geopend.Burgerlijk Wetboek kan in het Portugees worden geraadpleegd.

Met uitzondering van vruchtgebruik, het zakelijke recht van gebruik en bewoning, zakelijke rechten die onder een van de situaties van artikel 2025 van het Burgerlijk Wetboek vallen en andere gevallen waarin andere wettelijke bepalingen specifiek voorzien, kunnen de overige zakelijke rechten in de regel door erfopvolging overgaan.

Er gelden beperkingen ten aanzien van bepaalde rechten, zoals zakelijke rechten betreffende aangegeven wapens, die alleen door erfopvolging kunnen overgaan onder bepaalde voorwaarden als bedoeld in artikel 37 van het wetgevingskader inzake wapens en munitie (Regime Jurídico das armas e munições). Dit artikel luidt als volgt:

"1 – De verwerving van een aangegeven wapen door erfopvolging in de nalatenschap van een overleden persoon is toegestaan met goedkeuring van de nationale directeur van de polícia de segurança publica – PSP (politie).

2 - Voor de toepassing van het voorgaande lid moet het bestaan van wapens bij de PSP worden aangegeven binnen 90 dagen na het overlijden van de vorige eigenaar of bij ontdekking van de wapens door degene die ze in zijn bezit heeft.

3 – De nationale directeur van de PSP kan goedkeuring verlenen voor inschrijving van het wapen op naam van de beheerder van de nalatenschap tot aan de verdeling van de goederen van de overleden persoon, in welk geval het wapen in bewaring moet worden gegeven bij de PSP.

4 – Indien de beheerder van een nalatenschap of een andere erfgenaam aan de wettelijke voorwaarden voor het bezit van het wapen voldoet, kan om inschrijving op zijn naam worden verzocht als het wapen in zijn bezit blijft.

5 – Op verzoek van de beheerder van de nalatenschap kan het wapen worden overgedragen aan een partij die aan de criteria voor het bezit ervan voldoet, waarbij de verwervende partij door de belanghebbende wordt gekozen; ook kan het wapen door de PSP worden geveild, in welk geval de waarde van de overdracht na aftrek van kosten aan de nalatenschap wordt betaald.

6 – Nadat de verdeling is afgerond, wordt het wapen aan de rechthebbende erfgenaam gegeven, mits deze aan de wettelijke voorwaarden voor het bezit ervan voldoet.

7 – Nadat een termijn van tien jaar is verstreken zonder dat het wapen is gevorderd, wordt het verbeurd verklaard aan de staat."

Het bij De link wordt in een nieuw venster geopend.Wet nr. 5/2006 van 23 februari 2006 goedgekeurde wetgevingskader inzake wapens en munitie kan in het Portugees worden geraadpleegd.

ZAKELIJKE GEBRUIKSRECHTEN

De wet voorziet in de volgende zakelijke gebruiksrechten (de artikelen 1302 tot en met 1575 van het Burgerlijk Wetboek en het hierna vermelde wetgevingskader inzake timesharing (Regime Jurídico da Habitação Periódica)):

  • eigendomsrecht (direito de propriedade)
  • mede-eigendom (compropriedade)
  • appartementsrecht (propriedade horizontal)
  • vruchtgebruik (usufruto)
  • zakelijk recht van gebruik en bewoning (direito real de uso e habitação)
  • zakelijke timesharingrechten (direito real de habitação periódica)
  • opstalrecht (direito de superficie)
  • erfdienstbaarheden (servidões prediais)

Het wetgevingskader inzake timesharing is goedgekeurd bij De link wordt in een nieuw venster geopend.Wetsbesluit nr. 275/93 van 5 augustus 1993, dat in het Portugees kan worden geraadpleegd.

ZAKELIJKE RECHTEN MET BETREKKING TOT GARANTIES

Het Burgerlijk Wetboek voorziet in de volgende zakelijke rechten met betrekking tot garanties:

  • huuroverdracht (consignação de rendimentos) – artikel 656
  • pandrecht (penhor) – artikel 666
  • hypotheek (hipoteca) – artikel 686
  • onroerendgoedprivilege (privilégios imobiliários) – de artikelen 743 en 744
  • retentierecht (direito de retenção) – de artikelen 754 en 755

ZAKELIJKE RECHTEN OP MATERIËLE ZAKEN

Artikel 1302 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat alleen roerende of onroerende materiële zaken (waaronder water) onder het eigendomsrecht in de zin van dat wetboek kunnen vallen.

ZAKELIJKE RECHTEN OP IMMATERIËLE ZAKEN

Artikel 1303 van het Burgerlijk Wetboek heeft betrekking op intellectuele eigendom, die weer wordt geregeld door het Wetboek van industriële eigendom (Código da Propriedade Industrial). Een deel van de doctrine is van mening dat intellectuele eigendom een concept is dat auteursrecht en aanverwante rechten, en industriële eigendom omvat. Het Portugese recht handhaaft de twee benamingen: intellectuele eigendom (in het Burgerlijk Wetboek) en industriële eigendom (in het Wetboek van industriële eigendom).

Overeenkomstig artikel 1 van het Wetboek van industriële eigendom vallen de visserij, landbouw, bosbouw, veeteelt en de winningsindustrieën, industrie en handel in strikte zin, en alle natuurlijke of vervaardigde producten en diensten onder industriële eigendom.

De doctrine is het er niet over eens of het eigendomsrecht en andere zakelijke rechten op immateriële zaken (bv. eigendom van een commerciële inrichting of intellectuele eigendom) in het nationale recht worden aanvaard. Deze kwestie is onderworpen aan de interpretatie van de rechtbanken.

Het Wetboek van industriële eigendom is van toepassing op rechten op octrooien, gebruiksmodellen, halfgeleiderproducten, ontwerpen, handelsmerken, beloningen, logo's, oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, alsook op de wijziging en overdracht daarvan.

Uit octrooien en gebruiksmodellen voortvloeiende rechten, alsook registers van topografieën van halfgeleiderproducten, ontwerpen en handelsmerken, en andere onderscheidende handelstekens kunnen in pand worden gegeven — artikel 6 van het Wetboek van industriële eigendom.

De bijgewerkte versie van het De link wordt in een nieuw venster geopend.Wetboek van industriële eigendom kan in het Portugees worden geraadpleegd.

Met betrekking tot handelsvennootschappen worden erfopvolging in de rechten op deelnemingen of aandelenbelangen door overlijden van een van de vennoten en de daaraan gestelde eisen geregeld in het Wetboek van handelsvennootschappen (Código das Sociedades Comerciais), te weten in:

  • artikel 184, met betrekking tot erfopvolging door het overlijden van een vennoot van een vennootschap onder firma;
  • artikel 198, 225 en 252, met betrekking tot erfopvolging door het overlijden van een aandeelhouder van een besloten vennootschap;
  • artikel 469 en 475, met betrekking tot erfopvolging door het overlijden van een vennoot van een commanditaire vennootschap.

De bijgewerkte versie van het De link wordt in een nieuw venster geopend.Wetboek van handelsvennootschappen kan in het Portugees worden geraadpleegd.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Ja, in de regel worden deze rechten ingeschreven in een register, zoals hierna is uiteengezet.

KADASTERKANTOREN

Op de kadasterkantoren (Conservatórias do Registo Predial) worden handelingen met betrekking tot de juridische status van onroerende goederen ingeschreven, waaronder de volgende zakelijke rechten (de artikelen 1 en 2 van de Kadasterwet (Código de Registo Predial)):

  • rechtshandelingen met betrekking tot de vestiging, erkenning, verwerving of wijziging van het recht van eigendom, vruchtgebruik, gebruik en bewoning, opstal of erfdienstbaarheid;
  • rechtshandelingen met betrekking tot de vestiging of wijziging van appartementsrechten en timesharingrechten;
  • veranderingen in grondbezit als gevolg van de opsplitsing van grond, de aanpassing van de structuur en de verdeling van de mede-eigendom, en de respectieve wijzigingen;
  • aanbod van overdracht of bezwaring, preferentiële overeenkomsten en preferentiële bepalingen van een testament, wanneer daaraan daadwerkelijk uitvoering is gegeven, en de toewijzing van de uit deze feiten voortvloeiende contractuele positie;
  • eigendomsoverdracht aan schuldeisers;
  • hypotheek, overdracht of wijziging daarvan, toewijzing van de mate van prioriteit van de respectieve inschrijving en de huuroverdracht;
  • overdracht van door hypotheek of huuroverdracht gedekte vorderingen, wanneer overdracht van de garantie belangrijk is;
  • verhuur voor een periode van meer dan zes jaar en overdracht ervan of onderverhuur, met uitzondering van pacht;
  • verpanding van door hypotheek of huuroverdracht gedekte kredietvorderingen en alle andere handelingen of regelingen die betrekking hebben op dezelfde vorderingen;
  • andere beperkingen van het eigendomsrecht waarvoor een wettelijke inschrijvingsplicht geldt;
  • rechtshandelingen die leiden tot het tenietgaan van rechten, bezwaringen of ingeschreven lasten.

Inschrijving van de bovengenoemde feiten is verplicht, met uitzondering van die welke in artikel 8‑A van de Kadasterwet zijn opgenomen.

Op grond van artikel 687 van het Burgerlijk Wetboek moet de hypotheek worden ingeschreven om te worden erkend met betrekking tot de partijen.

De voorwaarden voor de inschrijving van grond zijn vastgesteld in de volgende wettelijke bepalingen van de Kadasterwet:

  • Degenen voor wie de verplichting tot inschrijving geldt, de uiterste termijnen en het in aanmerking komen voor rechten op onroerend goed zijn opgenomen in de artikelen 8-B, 8-C, 8-D en 9.
  • Voorinschrijving en voortzetting van de inschrijving, met name het beginsel van rechtsopvolging en vrijstelling van voorinschrijving in de aankooplegger op basis van verdeling/erfopvolging, zijn opgenomen in de artikelen 34 en 35.
  • De voorwaarden voor verzoeken om inschrijving en de mogelijkheid van vertegenwoordiging zijn vastgesteld in de artikelen 36 tot en met 39.
  • De vorm en wijze van indiening van een verzoek om inschrijving, met name het recht op elektronische inschrijving, zijn vermeld in de artikelen 41 en 42-A.
  • De in te dienen documenten zijn die welke zijn vastgesteld in de artikelen 43 tot en met 46.

De De link wordt in een nieuw venster geopend.Kadasterwet kan in het Portugees worden geraadpleegd.

Meer gedetailleerde informatie over verzoeken om inschrijving in het kadaster, het handelsregister en het voertuigregister, zoals de wijze van verzending van het verzoek, de eisen en de diensten, is De link wordt in een nieuw venster geopend.online beschikbaar.

HANDELSREGISTERKANTOREN

Op de handelsregisterkantoren worden handelingen ingeschreven die zijn gericht op het publiceren van de juridische status van individuele handelaren, handelsvennootschappen, verenigingen naar burgerlijk recht in commerciële vorm en individuele inrichtingen met beperkte aansprakelijkheid. De inschrijving van bepaalde handelingen betreffende de juridische status van coöperaties, openbare bedrijven, complementaire groepen ondernemingen en Europese economische samenwerkingsverbanden vindt eveneens op de handelsregisterkantoren plaats.

De in artikel 15 van de handelsregisterwet (Código de Registo Comercial) opgenomen handelingen moeten in het door de handelsregisterkantoren bijgehouden register worden ingeschreven, te weten:

"Artikel 15 (Handelingen die verplicht moeten worden ingeschreven)

1 – De inschrijving van de handelingen als bedoeld in artikel 3, leden 1 en 2, onder a) tot en met c) en e) tot en met z), artikel 4, artikel 5, onder a), e) en f), de artikelen 6, 7 en 8, en artikel 10, onder c) en d), is verplicht.

2 – Tenzij in de volgende leden anders is bepaald, moet binnen twee maanden na de datum van publicatie om inschrijving van de in het voorgaande lid genoemde handelingen worden verzocht.

3 – De in artikel 5, onder a), e) en f), genoemde handelingen moeten worden aangevraagd binnen twee maanden na de datum van publicatie van het besluit tot vaststelling ervan.

4 – Het verzoek om inschrijving van de jaarrekening van de vennootschap en de jaarrekeningen van individuele inrichtingen met beperkte aansprakelijkheid moet uiterlijk worden ingediend op de 15e dag van de zevende maand die volgt op het einde van het boekjaar.

5 – De in artikel 9 genoemde handelingen, beslissingen, procedures en conservatoire maatregelen moeten eveneens verplicht worden ingeschreven.

6 – Inschrijving van de voorlopige maatregel is niet verplicht, wanneer het verzoek om inschrijving van de gevraagde conservatoire maatregel reeds is ingediend, en inschrijving daarvan is niet verplicht, wanneer de aanvraag voor inschrijving van de hoofdhandeling reeds is ingediend.

7 – De inschrijving van de handelingen en de voorlopige maatregelen tot schorsing van vennootschapsbesluiten moet worden aangevraagd binnen twee maanden na de datum van het voorstel daartoe.

8 – De inschrijving van definitieve beslissingen met betrekking tot de in het voorgaande lid genoemde handelingen en maatregelen moet worden aangevraagd binnen twee maanden nadat de beslissing definitief en onherroepelijk is geworden."

De voorwaarden voor inschrijving in het handelsregister zijn vermeld in de artikelen 28 tot en met 53 van de handelsregisterwet.

Overeenkomstig artikel 32, leden 1 en 2, van de handelsregisterwet:

  • kunnen alleen handelingen worden ingeschreven die zijn vastgesteld in documenten waarin zij juridisch worden onderbouwd;
  • kunnen alleen documenten in een vreemde taal worden aanvaard, wanneer deze zijn vertaald, tenzij in de documenten wordt verwezen naar feiten die moeten worden ingeschreven door transcriptie, de documenten zijn opgesteld in het Engels, Frans of Spaans, en de bevoegde functionaris die taal vloeiend beheerst.

Wat de fiscale verplichtingen betreft, kunnen op grond van artikel 51, lid 1, van de handelsregisterwet handelingen waarvoor heffingen van fiscale aard zijn verschuldigd, pas definitief worden ingeschreven, wanneer de rechten zijn betaald of, wanneer daarvoor zekerheid is gesteld.

De De link wordt in een nieuw venster geopend.handelsregisterwet kan in het Portugees worden geraadpleegd.

INSCHRIJVING VAN EFFECTEN

Naast andere als zodanig bij wet aangewezen effecten worden onder meer als effecten aangemerkt:

  • aandelen;
  • obligaties;
  • deelnemingen;
  • aandelen in instellingen voor collectieve belegging;
  • de beleenbare rechten van de hierboven genoemde effecten, mits de beleenbaarheid betrekking heeft op de hele uitgifte of reeks, of in beleenbaarheid wordt voorzien op het moment van uitgifte;
  • autonome warrants;
  • andere documenten met betrekking tot homogene juridische situaties, mits zij op de markt kunnen worden overgedragen.

De effecten zijn op naam gesteld (artikel 52 van de Portugese effectenwet (Código de Valores Mobiliário)).

De verwerving van effecten en de vestiging, wijziging of opheffing van vruchtgebruik, pandrecht of andere juridische situaties die effecten bezwaren, worden ingeschreven (in de regel bij de uitgevende instelling of bij een beherende instelling) en kunnen door erfopvolging overgaan.

De inschrijving van effecten, de inschrijvingsinstanties, de inschrijvingsvereisten, de gevolgen van inschrijving voor de vestiging, overdracht en uitoefening van rechten en de erfopvolging in deze rechten variëren naargelang de bovengenoemde vermogenscategorieën.

Deze kwestie is geregeld in de Portugese effectenwet, goedgekeurd bij De link wordt in een nieuw venster geopend.Wetsbesluit nr. 486/99 van 13 november 1999, waarvan de bijgewerkte versie in het Portugees.

REGISTERS VAN MOTORVOERTUIGEN

Feiten met betrekking tot de juridische status van motorvoertuigen en hun aanhangwagens worden ingeschreven in registers van motorvoertuigen (Conservatórias do Registo Automóvel).

Voor inschrijvingsdoeleinden worden voertuigen beschouwd als motorvoertuigen en hun aanhangwagens die op grond van de Wegenverkeerswet (Código da Estrada) moeten worden ingeschreven.

In artikel 117 van de Wegenverkeerswet staat welke voertuigen en aanhangwagens verplicht moeten worden ingeschreven. De bijgewerkte versie van de bij De link wordt in een nieuw venster geopend.Wetsbesluit nr. 114/94 van 3 mei 1994 goedgekeurde Wegenverkeerswet kan in het Portugees worden.

Artikel 5 van de wet inzake de inschrijving van motorvoertuigen (Código de Registo Automóvel) bepaalt het volgende met betrekking tot de verplichte inschrijving van motorvoertuigen:

"Artikel 5

1 – Aan inschrijving onderworpen zijn:
a) het recht van eigendom en van vruchtgebruik;
b) het eigendomsvoorbehoud in contracten voor de verkoop van motorvoertuigen;
c) hypotheek, wijziging en overdracht daarvan, alsook toekenning van de mate van prioriteit van de betrokken inschrijving;
d) financiële lease en overdracht van daaruit voortvloeiende rechten;
e) verhuur voor een periode van langer dan één jaar, wanneer het desbetreffende contract leidt tot de verwachting dat de eigendom wordt overgedragen;
f) toewijzing van het voertuig voor verhuur zonder bestuurder;
g) overdracht van ingeschreven rechten of kredietvorderingen, en verpanding, conservatoir beslag en inbeslagneming met betrekking tot deze vorderingen;
h) inbeslagneming, conservatoir beslag, inventarisatie of confiscatie, confiscatie in strafrechtelijke procedures of andere gerechtelijke of administratieve maatregelen of handelingen die van invloed zijn op de vrije beschikking over voertuigen;
i) de in de belastingwetgeving vastgestelde lasten van onvervreemdbaarheid of onbeschikbaarheid;
j) verval of wijziging van eerder ingeschreven rechten of lasten, een wijziging in de samenstelling van de naam of benaming en de wijziging van de gewone verblijfplaats of het hoofdkantoor van de eigenaren, vruchtgebruikers en lessees van de voertuigen;
l) andere rechtshandelingen die aan de wettelijke registratieplicht zijn onderworpen.
2 – De onder a), b), d), e), f) en i) genoemde handelingen en inschrijving van de wijziging van de naam of benaming en de gewone verblijfplaats of het hoofdkantoor van de eigenaren, vruchtgebruikers en lessees van de voertuigen.
3 – Inschrijving van eigendom wordt in geval van erfopvolging achterwege gelaten, wanneer het voertuig door de erfgena(a)m(en) zal worden overgedragen."

Motorvoertuigen kunnen niet worden verpand — artikel 8 van de wet inzake de inschrijving van motorvoertuigen.

De voorwaarden voor de inschrijving van motorvoertuigen zijn opgenomen in artikel 11 van de wet inzake de inschrijving van motorvoertuigen:

"Artikel 11

1 – Handelingen die op het inschrijvingsbewijs zijn aangetekend of die de verwijdering of wijziging van daarin vermelde feiten betreffen, mogen alleen worden uitgevoerd, wanneer het eerder afgegeven bewijs wordt overgelegd.
2 – De bepalingen van het vorige lid zijn niet van toepassing:
a) in geval van verlies of vernietiging van het inschrijvingsbewijs;
b) wanneer verzoeken om inschrijving van voertuigen via het internet worden ingediend.
3 – Wanneer om inschrijving wordt verzocht door een belanghebbende die niet in het bezit is van het inschrijvingsbewijs, moet de bewaarder overeenkomstig lid 2 van het voorgaande artikel de houder van dat bewijs daarvan in kennis stellen, zonder afbreuk te doen aan de inschrijving.
4 – Als de kennisgeving niet wordt gedaan of als het bewijs niet binnen de vastgestelde periode aan de bewaarder wordt toegezonden, verzoekt de bewaarder een administratieve of politiële autoriteit om dit document in beslag te nemen."

De inschrijving van motorvoertuigen is geregeld in De link wordt in een nieuw venster geopend.Wetsbesluit nr. 54/75 van 12 december 1975.

NATIONAAL LUCHTVAARTUIGREGISTER

Luchtvaartuigen en autonome uitrustingsstukken (motor, rotor, propeller enz.) moeten worden ingeschreven in het nationale luchtvaartuigregister.

Het verzoek om inschrijving wordt met gebruikmaking van het formulier ingediend samen met de volgende documenten:

  1. verkoopakte of ander document waaruit de verkoop blijkt;
  2. certificaat van sloop in het luchtvaartuigregister van het land van eerdere inschrijving of een verklaring van niet-inschrijving;
  3. bewijs van inklaring in het geval van een luchtvaartuig dat uit een niet-EU-land is ingevoerd;
  4. twee foto's van het luchtvaartuig, één van voren en één van opzij, met de nationaliteit en het registratienummer erop geschilderd, in het formaat 9×12, randloos en afgedrukt in neutrale kleuren.

In andere landen afgegeven documenten moeten de naar behoren notarieel bekrachtigde en gelegaliseerde handtekeningen van personen bevatten en zijn voorzien van een aangehechte apostille, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 3 en 4 van het Haags Verdrag van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten, geratificeerd bij Wetsbesluit nr. 48450 van 24 juni 1968, of naar behoren notarieel zijn bekrachtigd en gelegaliseerd door een Portugese diplomatieke of consulaire ambtenaar in dat land.

Documenten die door een juridische entiteit in Portugal worden afgegeven, moeten zijn voorzien van de handtekeningen van de bij wet erkende wettelijke vertegenwoordigers en van de woorden "naar behoren gemachtigd en handelende in de uitoefening van zijn bevoegdheden".

Meer informatie is te vinden op de De link wordt in een nieuw venster geopend.website van de nationale burgerluchtvaartautoriteit (Autoridade Nacional de Aviação Civil).

SCHEEPSREGISTER

De inschrijving van schepen is geregeld in de meest recente versie van de algemene verordening inzake havenautoriteiten (Regulamento Geral das Capitanias), De link wordt in een nieuw venster geopend.Wetsbesluit nr. 265/72 van 31 juli 1972, die kan worden geraadpleegd op: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.pgdlisboa.pt/leis/lei_mostra_articulado.php?nid=1721&tabela=leis&ficha=1&pagina=1&so_miolo=&

Daarnaast zijn van toepassing Wetsbesluit nr. 96/89 van 28 maart 1989 tot vaststelling van het internationaal scheepsregister van Madeira en Ministerieel Uitvoeringsbesluit nr. 715/89 van 23 augustus 1989, waarin bepaalde aspecten daarvan worden geregeld.

Op grond van dit wetgevingskader:

  • moeten nationale schepen, met uitzondering van schepen van de marine, geregistreerd eigendom zijn om de activiteit waaronder zij zijn geclassificeerd, te kunnen uitvoeren;
  • moeten op grond van de toepasselijke wetgeving ook koopvaardijschepen in het handelsregister worden ingeschreven;
  • worden nationale schepen ingeschreven bij maritieme bureaus, met uitzondering van pleziervaartuigen, die worden ingeschreven bij de organisaties die in de geldende wetgeving zijn vermeld;
  • is in het geval van nieuwe aankopen of nieuwbouw het in de betreffende vergunning vermelde maritieme bureau bevoegd;
  • is in het geval van aankoop of vervanging het maritieme bureau waar de vervangen eenheden zijn geregistreerd, bevoegd tot inschrijving;
  • mag een vaartuig dat in een haven in welk deel van het nationale grondgebied dan ook is gebouwd of verworven, worden verkocht of ingeschreven in een andere haven in hetzelfde of een ander deel van het grondgebied, mits de daarvoor vereiste vergunning is verleend;
  • zijn lichte vaartuigen aan boord (ook reddingsboten), kleine ondersteunende vissersvaartuigen en kleine ongemotoriseerde strandboten zonder zeilen, zoals rubberboten, skiffs, opblaasbare boten en waterfietsen voor gebruik tot 300 meter bij laagtij, uitgezonderd van de registratieplicht en vallen zij onder de bevoegdheid van de maritieme autoriteit, die verantwoordelijk is voor het afgeven van vergunningen voor het gebruik ervan.

De vereisten voor de inschrijving van vaartuigen zijn opgenomen in artikel 77 van de algemene verordening inzake havenautoriteiten.

Voor de inschrijving van vaartuigen in geval van erfopvolging geldt met name dat:

  • in geval van erfopvolging wijzigingen in de inschrijving zijn gebaseerd op legalisatie van de akte van verdeling, of de verdelingstabel en de betrokken bekrachtigingsbeslissing, vergezeld van een door de bevoegde belastingdienst afgegeven document waarin wordt bevestigd dat de betreffende erfbelasting (artikel 82, lid 2, van de algemene verordening inzake havenautoriteiten) is betaald, zekergesteld of niet is verschuldigd;
  • buitenlandse vaartuigen die door erfopvolging of door een bij een Portugese rechtbank ingestelde vordering zijn verkregen, worden ingeschreven op het door een hogere autoriteit aangewezen maritieme bureau (artikel 75, lid 3, van de algemene verordening inzake havenautoriteiten).

Inschrijving van wapens

Wapens en munitie moeten verplicht worden aangegeven en ingeschreven door de PSP (staatsveiligheidspolitie).

Het hierboven reeds genoemde wetgevingskader voor wapens en munitie is van toepassing en de aangifte- en inschrijvingsverplichtingen zijn daarin opgenomen.

Erfopvolging is onderworpen aan de vereisten van artikel 37 van bovengenoemd wetgevingskader inzake wapens en munitie.

De inschrijving van intellectuele eigendom vindt plaats bij het Nationaal instituut voor industriële eigendom (Instituto Nacional da Propriedade Industrial).

De verlening van rechten op octrooien, gebruiksmodellen en halfgeleiderproducten en de inschrijving van ontwerpen of modellen, handelsmerken, beloningen of logo's en van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen vallen onder de bevoegdheid van het Nationaal instituut voor industriële eigendom, waarbij de betreffende verzoeken moeten worden ingediend.

De vereisten voor en de gevolgen van het verzoek om verlening of inschrijving zijn voor elk van de bovengenoemde categorieën opgenomen in het Wetboek van industriële eigendom, onverminderd de wetgeving van de Europese Unie en de toepasselijke internationale verdragen.

Zie voor praktische informatie over het indienen en opstellen van een verzoek om verlening of inschrijving de De link wordt in een nieuw venster geopend.website van het Nationaal instituut voor industriële eigendom.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

In de regel is de inschrijving van zakelijke rechten op onroerende goederen niet constitutief voor een wettelijk recht. Voor andere categorieën goederen kan deze regel echter ook in speciale wettelijke bepalingen vastgestelde uitzonderingen omvatten.

RECHTSGEVOLGEN VAN KADASTRALE INSCHRIJVING

De rechtsgevolgen van de inschrijving van zakelijke rechten op onroerende goederen zijn die welke zijn vastgesteld in de artikelen 4 tot en met 7 van de kadasterwet:

"Artikel 4 (Rechtsgevolgen tussen de partijen)

1 – Inschrijvingsplichtige handelingen kunnen worden ingeroepen tussen de partijen zelf of hun erfgenamen, ook wanneer zij niet zijn ingeschreven.

2 – De bovengenoemde bepaling is niet van toepassing op handelingen waarbij een hypotheek wordt gevestigd; de rechtsgevolgen ervan tussen de partijen zelf hangen af van de vraag of de inschrijving is verricht."

"Artikel 5 (Tegenwerpbaarheid aan derden)

1 – Inschrijvingsplichtige handelingen hebben alleen rechtsgevolgen voor derden na de datum van inschrijving.

2 – De bepalingen van het vorige lid zijn niet van toepassing in de volgende gevallen:

a) verwerving op basis van verjaring van de in artikel 2, lid 1, onder a), genoemde rechten;

b) zichtbare erfdienstbaarheden;

c) handelingen met betrekking tot onbepaalde goederen, wanneer deze niet naar behoren zijn vermeld en gespecificeerd.

3 – Het ontbreken van inschrijving kan niet aan de belanghebbende worden tegengeworpen door degenen die verplicht zijn de inschrijving te bevorderen, noch door hun erfgenamen.

4 – Voor inschrijvingsdoeleinden worden onder derden verstaan zij die onderling onverenigbare rechten hebben verworven van een gemeenschappelijke auteur.

5 – Een niet-ingeschreven huurovereenkomst met een looptijd van meer dan zes jaar kan niet aan derden worden tegengeworpen."

"Artikel 6 (Prioriteit van de inschrijving)

1 – Het eerst ingeschreven recht heeft voorrang op later ingeschreven rechten in verband met dezelfde goederen, in volgorde van de datum van inschrijving en, op dezelfde datum, in chronologische volgorde van de desbetreffende indieningen.

2 – (Ingetrokken)

3 – Een inschrijving die definitief wordt, behoudt de prioriteit die zij had toen zij nog voorlopig was.

4 – In geval van weigering behoudt een inschrijving naar aanleiding van een beroep dat gegrond wordt geacht, de prioriteit van de indiening van het geweigerde document."

"Artikel 7 (Uit de inschrijving voortvloeiende vermoedens)

Definitieve inschrijving geldt als vermoeden dat het recht bestaat en toekomt aan de ingeschreven houder, in de precieze bewoordingen waarin het in de inschrijving is gedefinieerd."

RECHTSGEVOLGEN VAN INSCHRIJVING IN HET HANDELSREGISTER

De rechtsgevolgen van inschrijving in het handelsregister vloeien hoofdzakelijk voort uit de bepalingen van de artikelen 11 tot en met 14 van de handelsregisterwet:

"Artikel 11 (Uit de inschrijving voortvloeiende vermoedens)

Inschrijving door definitieve transcriptie geldt als vermoeden dat de juridische situatie bestaat, in de precieze bewoordingen waarin deze is gedefinieerd."

"Artikel 12 (Prioriteit van de inschrijving)

De eerst ingeschreven handeling heeft voorrang op latere handelingen in verband met dezelfde aandelen of deelnemingen, in de volgorde van het betreffende verzoek."

"Artikel 13 (Rechtsgevolgen tussen de partijen)

1 – Inschrijvingsplichtige handelingen kunnen worden ingeroepen tussen de partijen zelf of hun erfgenamen, ook wanneer zij niet zijn ingeschreven.

2 – Uitzonderingen op het voorgaande lid zijn oprichtingsakten van vennootschappen en wijzigingen daarin, waarop de bepalingen van het Wetboek van handelsvennootschappen (Código das Sociedades Comerciais) en de wetgeving inzake Europese naamloze vennootschappen van toepassing zijn."

"Artikel 14 (Tegenwerpbaarheid aan derden)

1 – Inschrijvingsplichtige handelingen hebben alleen rechtsgevolgen voor derden na de datum van inschrijving.

2 – Inschrijvingsplichtige handelingen die overeenkomstig artikel 70, lid 2, verplicht moeten worden gepubliceerd, hebben alleen rechtsgevolgen voor derden na de datum van publicatie.

3 – Het ontbreken van inschrijving kan niet aan de belanghebbenden worden tegengeworpen door hun wettelijke vertegenwoordigers die deze inschrijving moeten bevorderen, noch door hun erfgenamen.

4 – De bepalingen van dit artikel laten de bepalingen van het Wetboek van handelsvennootschappen en de wetgeving inzake Europese naamloze vennootschappen onverlet."

RECHTSGEVOLGEN VAN DE INSCHRIJVING VAN EFFECTEN

De rechtsgevolgen van de inschrijving van effecten kunnen worden geraadpleegd in de bovengenoemde effectenwet (Código dos Valores Imobiliários) en variëren naargelang van de betrokken effectencategorie. De inschrijving kan constitutief zijn voor een recht met betrekking tot bepaalde effectencategorieën (artikel 73 van de bovengenoemde effectenwet).

RECHTSGEVOLGEN VAN INSCHRIJVING VAN DE OVERIGE BOVENGENOEMDE GOEDERENCATEGORIEËN

De rechtsgevolgen van de inschrijving van wapens, luchtvaartuigen, schepen, motorvoertuigen, intellectuele eigendom en industriële eigendom kunnen voor elk van die goederencategorieën worden geraadpleegd in de reeds genoemde speciale wetgeving.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

De wettelijke bepalingen die in geval van erfopvolging op de aanpassing van zakelijke rechten kunnen worden toegepast, zijn in beginsel artikel 15 van het Burgerlijk Wetboek (bv. wanneer de aanpassing door de rechtbank wordt uitgevoerd in een gerechtelijke procedure) en artikel 43-A van de Kadasterwet (bv. wanneer de aanpassing door de bewaarder wordt uitgevoerd in de inschrijvingsakte).

Artikel 15 van het Burgerlijk Wetboek (Voorwaarden)

"Het aan een wet toegekende gezag betreft alleen de regels die door hun inhoud en functie in die wet deel uitmaken van het in de collisieregel bedoelde systeem van de doctrine."

Artikel 43-A van de Kadasterwet (Bewijs van buitenlands recht)

"Wanneer de haalbaarheid van het verzoek om inschrijving moet worden beoordeeld op basis van buitenlands recht, moet de belanghebbende de inhoud ervan bewijzen aan de hand van een passend document."

Naast deze wettelijke bepalingen zijn er door de doctrine ontwikkelde interpretatieregels. Volgens deze doctrinale regels omvat het brede concept van aanpassing ten minste twee verschillende situaties.

Aanpassing in strikte zin, die kan voorkomen, wanneer zich een technisch probleem voordoet als gevolg van de toepassing van twee verschillende successiewetten. Wanneer bijvoorbeeld in het geval van een geadopteerd kind wiens biologische en adoptieouders overlijden het recht van land X wordt toegepast op erfopvolging als gevolg van het overlijden van de adoptieouders en het recht van land Y als gevolg van het overlijden van de biologische ouders, dan kan dit leiden tot een uitkomst die door geen van de betrokken rechtsstelsels is beoogd (bv. dat het adoptiekind uiteindelijk erfgenaam is van noch de adoptieouders, noch de biologische ouders). De rechtbank moet dit probleem oplossen door middel van aanpassing.

Een andere situatie, waarbij geen sprake is van aanpassing in de strikte zin van het woord maar van substitutie/transpositie, doet zich voor, wanneer een doctrine van een ander recht wordt vervangen door een doctrine die bekend is in de nationale wetgeving.

Het concept van substitutie/transpositie biedt een passender kader voor gevallen van aanpassing van zakelijke rechten als bedoeld in artikel 31 van Verordening nr. 650/2012. Dit is bijvoorbeeld het geval bij substitutie van de doctrine van "erfpacht" (komt wel voor in het recht van een andere staat, maar niet in de Portugese wetgeving) door het zakelijke recht van opstal (komt wel voor in de Portugese wetgeving).

Zowel de rechtbank (gerechtelijke maatregelen) als de bewaarder (op het moment van inschrijving) kan een dergelijke substitutie/transpositie uitvoeren. Tegen de beslissing van de bewaarder kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank (de artikelen 140 tot en met 146 van de Kadasterwet).

OPMERKING

De informatie in dit factsheet is niet volledig, noch bindend voor het contactpunt, voor de rechtbanken en voor andere entiteiten en autoriteiten. Hoewel het factsheet regelmatig wordt bijgewerkt, bevat het mogelijk niet alle herzieningen van de wet en kan het niet in de plaats treden van de geldende wetsteksten.

Laatste update: 14/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Roemenië

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

Naast het eigendomsrecht en een aandeel in het eigendomsrecht kunnen de volgende zakelijke rechten door erfopvolging worden verworven:

1. recht van vruchtgebruik

2. recht van gebruik

3. recht van bewoning

4. recht van opstal

5. recht van erfdienstbaarheid

Het Roemeense recht staat niet toe dat wettelijke erfgenamen in het kader van een wettelijke erfopvolging een keuze maken tussen een aandeel in de nalatenschap waarop zij recht zouden hebben, en het recht van vruchtgebruik van de nalatenschap. Aangezien de rechten van vruchtgebruik, gebruik en bewoning ten gunste van een fysieke persoon hooguit levenslang gelden en door overlijden van de rechthebbende tenietgaan, kunnen zij niet door wettelijke erfopvolging, maar alleen op basis van een mortis causa-bepaling worden verworven. Met betrekking tot de uitoefening van zowel deze rechten als andere zakelijke rechten kan de auteur bepaalde beperkingen opleggen.

Wanneer de overledene houder was van een zakelijke garantie (hypotheek op roerende of onroerende goederen, pandrecht enz.), wordt dit recht samen met de gegarandeerde vordering door erfopvolging overgedragen.

Een bijzondere situatie doet zich voor wanneer de overlevende echtgenoot geen zakelijk recht heeft om een woning te gebruiken. Na het openvallen van de nalatenschap heeft die persoon een wettelijk recht van bewoning van de woning waarin hij of zij met de overledene woonde, als de woning in kwestie tot de goederen van de nalatenschap behoort. Het is echter mogelijk dat de andere erfgenamen in bepaalde omstandigheden verzoeken om het recht van bewoning te beperken of om van woning te veranderen. Het in die omstandigheden verworven recht van bewoning mag door de overlevende echtgenoot niet worden gebruikt om geldelijk gewin te behalen, aangezien hij/zij bijvoorbeeld niet het recht heeft om de woning te verhuren. Het recht van bewoning gaat teniet door deling, maar niet eerder dan één jaar na de datum van openvallen van de nalatenschap. Dit recht vervalt, ook voor het einde van de periode van één jaar, in geval van een nieuw huwelijk van de overlevende echtgenoot.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

De overdracht door erfopvolging wordt in het algemeen volledig van kracht op de datum van openvallen van de nalatenschap, door het enkele overlijden van de rechthebbende, en hoeft niet in een register te worden ingeschreven.

Overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek vindt publicatie plaats in het kadaster, het elektronische archief voor zekerheidsrechten op roerende goederen, het handelsregister en andere vormen van publicatie waarin de wet voorziet. Op dit moment schept inschrijving in een register over het algemeen geen recht, maar wordt daarmee de publicatie en tegenwerpbaarheid van de ingeschreven rechten gewaarborgd.

Inschrijving in het kadaster van zakelijke rechten op onroerende goederen schept wel een recht, maar pas na voltooiing van de betrokken kadastrale werkzaamheden in elke administratieve territoriale eenheid en na opening, op verzoek of ambtshalve, van kadastrale registers voor de desbetreffende onroerende goederen. Niettemin worden overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek ook in een dergelijk geval zakelijke rechten verworven zonder inschrijving in het kadaster wanneer zij uit een nalatenschap voortvloeien. Inschrijving in het kadaster is echter wel nodig voordat de erfgenaam het recht van beschikking inter vivos verwerft met betrekking tot verkoop, schenking, hypotheek enz.

Zakelijke rechten worden voor publicatiedoeleinden ingeschreven in andere registers (bijvoorbeeld inschrijving in het elektronische archief voor zekerheidsrechten op roerende goederen, als gevolg van de overdracht van een zekergestelde vordering door erfopvolging), als het overgedragen recht ook was ingeschreven.

De inschrijving in registers vindt plaats op basis van het document waarin de status van de erfgenaam wordt vastgesteld (erfrechtverklaring, rechterlijke beslissing).

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

Inschrijving in de registers geschiedt voor publicatiedoeleinden en met het oog op het waarborgen van de tegenwerpbaarheid aan derden. Zie voor de rechtsgevolgen van de inschrijving in het kadaster van zakelijke rechten op door erfopvolging verworven onroerende goederen het antwoord hierboven.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen (Wet nr. 206/2016) vallen verzoeken om aanpassing van zakelijke rechten op grond van artikel 31 van dezelfde verordening onder de bevoegdheid van de rechtbanken.

Laatste update: 31/05/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Slowakije

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

A – Eigendomsrechten (de artikelen 123 tot en met 151 van het Burgerlijk Wetboek):

1) exclusieve eigendom,

2) mede-eigendom (deelbaar en ondeelbaar huwelijksvermogen),

B – Rechten op andermans zaak (de artikelen 151a tot en met 151 van het Burgerlijk Wetboek):

1) pandrechten (vaststelling van vorderingen, sub-pandrecht),

2) erfdienstbaarheden,

3) retentierechten,

Het eigendomsrecht gaat op de datum van overlijden van de erflater door vererving van de erflater over op de erfgena(a)m(en). De eigendomsoverdracht van onroerend goed moet altijd in het kadaster worden ingeschreven.

Pandrechten worden gebruikt als zekerheid voor vorderingen en daarmee verbonden kosten doordat de pandhouder het recht heeft om ter voldoening van een schuld het pandrecht in te roepen (het "onderpand" uit te winnen) als de schuld niet volledig en tijdig wordt vereffend.

Een pandrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst, door een door de erfgenamen gesloten overeenkomst tot afwikkeling van de nalatenschap, door een beslissing van een rechtbank of een administratieve autoriteit of door een wet, en wordt gewoonlijk van kracht bij inschrijving in het register.

Erfdienstbaarheden leggen aan de eigenaren van onroerende goederen beperkingen ten gunste van andere personen op door hen te verplichten bepaalde handelingen te gedogen, na te laten of te verrichten. Met erfdienstbaarheden overeenkomende rechten houden verband met de eigendom van een bepaald onroerend goed (zoals het recht om over een stuk grond te lopen) of met een bepaalde persoon (vruchtgebruik).

Erfdienstbaarheden in verband met de eigendom van een onroerend goed (zakelijke erfdienstbaarheden) gaan samen met de eigendom van het goed op de verwervende partij over. Aan een persoon gekoppelde erfdienstbaarheden (erfdienstbaarheden in personam) vervallen bij overlijden van de persoon ten behoeve van wie zij waren gevestigd.

Het retentierecht geeft een persoon het recht een roerend goed dat hij verplicht is af te geven, onder zich te houden als zekerheid voor zijn opeisbare geldvordering op een persoon aan wie hij anders verplicht zou zijn het goed af te geven. Goederen die met arbitraire of frauduleuze middelen zijn verkregen, mogen echter niet worden teruggehouden. Het retentierecht geeft een schuldeiser bij de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing het recht om zich bij voorrang op de opbrengst van het teruggehouden goed te verhalen vóór andere schuldeisers, waaronder pandschuldeisers.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

A – Eigendomsrechten op onroerend goed, residentieel onroerend goed en niet-residentiële gebouwen moeten altijd in het kadaster worden ingeschreven en de inschrijving heeft in het algemeen bindende werking. Bij overeenkomsten tot eigendomsoverdracht worden de eigendomsrechten pas van kracht, wanneer deze overeenkomsten in dat register worden ingeschreven. Met andere woorden: inschrijving in het register heeft constitutieve werking. In geval van overlijden zijn de rechtsgevolgen van de inschrijving verschillend, aangezien de eigendomsoverdracht aan de erfgenaam in het kader van de erfopvolgingsprocedure pas bij de inschrijving met terugwerkende kracht op de datum van overlijden plaatsvindt. Deze procedure wordt geregeld door Wet nr. De link wordt in een nieuw venster geopend.162/1995 inzake het kadaster en inschrijving van de eigendomsoverdracht na voltooiing van de erfopvolgingsprocedure is verplicht. Het verzoek om inschrijving in het kadaster wordt ingediend door een notaris die door de rechtbank met de erfopvolgingsprocedure is belast of door een andere gemachtigde (erfgenaam). Het verzoek wordt ingediend bij de kadastrale afdeling van het territoriaal bevoegde districtsbureau.

Het eigendomsrecht op bepaalde roerende goederen moet worden ingeschreven in de daarvoor bestemde registers. Tot deze registers behoren: het handelsregister (Wet nr. 530/2003 inzake het handelsregister) — de registratierechtbanken zijn de districtsrechtbanken van de plaats waar de regionale rechtbank is gevestigd;

het register van motorvoertuigen, dat onder de verantwoordelijkheid van het districtsinspectoraat voor het wegverkeer van de politie valt;

het bureau voor industriële eigendom in Banská Bystrica, dat voor heel Slowakije bevoegd is en octrooien, handelsmerken, ontwerpen en andere door eigendomsrechten beschermde gegevens registreert;

de centrale effectenbewaarinstelling (overdracht van girale effecten), de Centrale Effectenbewaarinstelling van de Slowaakse Republiek, a.s., die voor heel Slowakije bevoegd is;

het scheepvaartregister (inschrijving van pleziervaartuigen), het door het Slowaakse ministerie van Vervoer en Bouw bijgehouden Scheepvaartregister van de Slowaakse Republiek, dat voor heel Slowakije geldt.

B – Rechten op andermans zaak

In de registers worden ook rechten op andermans zaak ingeschreven die de eigenaar beperken in de wijze waarop hij over de zaak kan beschikken. In het algemeen worden pandrechten op onroerend goed, residentieel onroerend goed en niet-residentieel onroerend goed gevestigd wanneer zij in het kadaster worden ingeschreven.

1) Het retentierecht op een roerend goed wordt gevestigd bij inschrijving in het centraal notarieel register van retentierechten (de artikelen 73d tot en met 73i van Wet nr. 323/1992 inzake notarissen en notariële activiteiten (Wet op de notarissen) en interne regels van de Kamer van Notarissen), dat wordt bijgehouden door de Kamer van Notarissen. Wanneer een afzonderlijk register voor het goed in kwestie bestaat, vindt de inschrijving in dat register plaats (zoals vermeld onder bovenstaand punt A). Het retentierecht, wijzigingen in de informatie over een retentierecht en het begin van de handhaving van het recht worden door een notaris ingeschreven naar aanleiding van een verzoek van een bevoegde persoon, zoals vastgesteld in de relevante wetgeving. Dit geldt ook voor het schrappen van een retentierecht uit het register van retentierechten. Personen die om inschrijving verzoeken, moeten aan de notaris hun identiteit bewijzen en, als zij het verzoek namens iemand anders indienen, moeten zij het bewijs leveren dat zij daartoe bevoegd zijn. Personen die om inschrijving van een pandrecht verzoeken, moeten aan de notaris alle bij wet vereiste gegevens verstrekken. Deze gegevens worden vervolgens in het register van pandrechten ingeschreven. Wanneer het pandrecht wordt gevestigd door middel van een door de erfgenamen gesloten erfopvolgingsovereenkomst of door een beslissing van een rechtbank of administratieve instantie, moet de indiener van het verzoek om inschrijving van het pandrecht de beslissing tot vestiging van het pandrecht aan de notaris verstrekken.

2) Zakelijke erfdienstbaarheden worden gevestigd bij inschrijving in het kadaster.

3) Retentierechten die alleen voor roerende goederen zijn toegestaan, kunnen niet worden ingeschreven.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

In geval van overlijden van de erflater gaat het eigendomsrecht op de datum van overlijden van de erflater op de erfgenaam over. De inschrijving in het register heeft zuiver declaratoire werking.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Op 1 december 2015 is artikel 67a van Wet nr. 97/1963 betreffende het internationaal privaatrecht en de internationale privaatrechtelijke procesvoering in werking getreden, op grond waarvan een zakelijk recht, maatregel of bevel als vermeld in een buitenlandse beslissing kan worden aangepast. Wanneer een beslissing wordt genomen over de verklaring van uitvoerbaarheid van een buitenlandse uitspraak over erfopvolging in verband met een zakelijk recht, regelt deze wet de aanpassing van het onbekende zakelijke recht overeenkomstig die procedure.

Laatste update: 12/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aanpassing van zakelijke rechten - Zweden

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

In beginsel neemt eenieder die door erfopvolging goederen ontvangt, de goederen met volledige eigendomsrechten over. Was de erflater gehuwd, dan gaat de nalatenschap met vrij beschikkingsrecht naar de overlevende echtgenoot. Dit houdt in dat de echtgenoot tijdens zijn leven met de goederen kan doen wat hij wil — zelfs ze helemaal opmaken —, maar er niet per testament over mag beschikken. De overlevende echtgenoot mag evenmin zijn goederen door schenkingen of vergelijkbare handelingen substantieel verminderen zonder rekening te houden met de erfgenamen van de eerst overleden echtgenoot.

Bovendien kan de erflater bij testament bepalen dat iemand het vruchtgebruik van de goederen krijgt. Tenzij bij testament anders is bepaald, beheert de vruchtgebruiker de goederen en heeft hij recht op alle inkomsten ervan, maar moet hij ook alle noodzakelijke kosten voor de goederen betalen. De vruchtgebruiker moet ook rekening houden met de rechten en belangen van de eigenaar en mag het vruchtgebruik niet overdragen. De eigenaar van de goederen mag deze niet overdragen of er anderszins over beschikken zonder de instemming van de vruchtgebruiker.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

Iedereen die onroerende goederen met eigendomsrechten heeft verworven, moet verzoeken om inschrijving daarvan (inschrijving van rechten) in het kadaster, dat wordt bijgehouden door de De link wordt in een nieuw venster geopend.Zweedse autoriteit voor kadastrale registratie en plattegronden (Lantmäteriet). In de regel moet het verzoek binnen drie maanden na de verwerving worden ingediend. Eenieder die om inschrijving van rechten verzoekt, moet de akte van verwerving en de andere benodigde bewijsstukken ter onderbouwing van de verwerving overleggen. In het geval van een aankoop houdt dit in dat het aankoopdocument moet worden overgelegd. Als de goederen door vererving worden verworven, is het in sommige gevallen (als er slechts één partij bij de nalatenschap is betrokken) in beginsel voldoende om het origineel en een gewaarmerkt afschrift van de ingeschreven boedelinventaris over te leggen. In andere gevallen moeten ook het origineel en een gewaarmerkt afschrift van het document inzake de verdeling van de nalatenschap worden overgelegd. Ook kan overlegging van andere documenten worden verlangd, zoals de toestemming van de eerste voogd, als een partij bij de nalatenschap minderjarig of handelingsonbekwaam is. In sommige gevallen kan om inschrijving van rechten worden verzocht door overlegging van een testament dat rechtsgeldig is geworden in plaats van een document inzake de verdeling van de nalatenschap.

Vruchtgebruik dat door middel van een schriftelijk document is verleend, moet in het kadaster worden ingeschreven. Verzoeken om inschrijving moeten tezamen met het document waarop het recht is gebaseerd, worden ingediend bij de De link wordt in een nieuw venster geopend.Zweedse autoriteit voor kadastrale registratie en plattegronden.

Zakelijke rechten op roerende goederen worden niet ingeschreven.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

De persoon die het laatst een verzoek om inschrijving van rechten heeft ingediend, wordt als eigenaar van de goederen beschouwd.

Als het vruchtgebruik is ingeschreven, geldt dat in de regel ook voor een nieuwe eigenaar van de goederen.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Nee.

Laatste update: 31/05/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.