Aanpassing van zakelijke rechten

Slowakije
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Welke zakelijke rechten kunnen er overeenkomstig het recht van deze lidstaat voortvloeien uit een erfopvolging?

A – Eigendomsrechten (de artikelen 123 tot en met 151 van het Burgerlijk Wetboek):

1) exclusieve eigendom,

2) mede-eigendom (deelbaar en ondeelbaar huwelijksvermogen),

B – Rechten op andermans zaak (de artikelen 151a tot en met 151 van het Burgerlijk Wetboek):

1) pandrechten (vaststelling van vorderingen, sub-pandrecht),

2) erfdienstbaarheden,

3) retentierechten,

Het eigendomsrecht gaat op de datum van overlijden van de erflater door vererving van de erflater over op de erfgena(a)m(en). De eigendomsoverdracht van onroerend goed moet altijd in het kadaster worden ingeschreven.

Pandrechten worden gebruikt als zekerheid voor vorderingen en daarmee verbonden kosten doordat de pandhouder het recht heeft om ter voldoening van een schuld het pandrecht in te roepen (het "onderpand" uit te winnen) als de schuld niet volledig en tijdig wordt vereffend.

Een pandrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst, door een door de erfgenamen gesloten overeenkomst tot afwikkeling van de nalatenschap, door een beslissing van een rechtbank of een administratieve autoriteit of door een wet, en wordt gewoonlijk van kracht bij inschrijving in het register.

Erfdienstbaarheden leggen aan de eigenaren van onroerende goederen beperkingen ten gunste van andere personen op door hen te verplichten bepaalde handelingen te gedogen, na te laten of te verrichten. Met erfdienstbaarheden overeenkomende rechten houden verband met de eigendom van een bepaald onroerend goed (zoals het recht om over een stuk grond te lopen) of met een bepaalde persoon (vruchtgebruik).

Erfdienstbaarheden in verband met de eigendom van een onroerend goed (zakelijke erfdienstbaarheden) gaan samen met de eigendom van het goed op de verwervende partij over. Aan een persoon gekoppelde erfdienstbaarheden (erfdienstbaarheden in personam) vervallen bij overlijden van de persoon ten behoeve van wie zij waren gevestigd.

Het retentierecht geeft een persoon het recht een roerend goed dat hij verplicht is af te geven, onder zich te houden als zekerheid voor zijn opeisbare geldvordering op een persoon aan wie hij anders verplicht zou zijn het goed af te geven. Goederen die met arbitraire of frauduleuze middelen zijn verkregen, mogen echter niet worden teruggehouden. Het retentierecht geeft een schuldeiser bij de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing het recht om zich bij voorrang op de opbrengst van het teruggehouden goed te verhalen vóór andere schuldeisers, waaronder pandschuldeisers.

2 Worden deze zakelijke rechten ingeschreven in een register van rechten op onroerende en roerende zaken en, zo ja, is een dergelijke inschrijving verplicht? In welk(e) register(s) worden die rechten ingeschreven en wat zijn de voorwaarden en de procedure voor de inschrijving?

A – Eigendomsrechten op onroerend goed, residentieel onroerend goed en niet-residentiële gebouwen moeten altijd in het kadaster worden ingeschreven en de inschrijving heeft in het algemeen bindende werking. Bij overeenkomsten tot eigendomsoverdracht worden de eigendomsrechten pas van kracht, wanneer deze overeenkomsten in dat register worden ingeschreven. Met andere woorden: inschrijving in het register heeft constitutieve werking. In geval van overlijden zijn de rechtsgevolgen van de inschrijving verschillend, aangezien de eigendomsoverdracht aan de erfgenaam in het kader van de erfopvolgingsprocedure pas bij de inschrijving met terugwerkende kracht op de datum van overlijden plaatsvindt. Deze procedure wordt geregeld door Wet nr. 162/1995 inzake het kadaster en inschrijving van de eigendomsoverdracht na voltooiing van de erfopvolgingsprocedure is verplicht. Het verzoek om inschrijving in het kadaster wordt ingediend door een notaris die door de rechtbank met de erfopvolgingsprocedure is belast of door een andere gemachtigde (erfgenaam). Het verzoek wordt ingediend bij de kadastrale afdeling van het territoriaal bevoegde districtsbureau.

Het eigendomsrecht op bepaalde roerende goederen moet worden ingeschreven in de daarvoor bestemde registers. Tot deze registers behoren: het handelsregister (Wet nr. 530/2003 inzake het handelsregister) — de registratierechtbanken zijn de districtsrechtbanken van de plaats waar de regionale rechtbank is gevestigd;

het register van motorvoertuigen, dat onder de verantwoordelijkheid van het districtsinspectoraat voor het wegverkeer van de politie valt;

het bureau voor industriële eigendom in Banská Bystrica, dat voor heel Slowakije bevoegd is en octrooien, handelsmerken, ontwerpen en andere door eigendomsrechten beschermde gegevens registreert;

de centrale effectenbewaarinstelling (overdracht van girale effecten), de Centrale Effectenbewaarinstelling van de Slowaakse Republiek, a.s., die voor heel Slowakije bevoegd is;

het scheepvaartregister (inschrijving van pleziervaartuigen), het door het Slowaakse ministerie van Vervoer en Bouw bijgehouden Scheepvaartregister van de Slowaakse Republiek, dat voor heel Slowakije geldt.

B – Rechten op andermans zaak

In de registers worden ook rechten op andermans zaak ingeschreven die de eigenaar beperken in de wijze waarop hij over de zaak kan beschikken. In het algemeen worden pandrechten op onroerend goed, residentieel onroerend goed en niet-residentieel onroerend goed gevestigd wanneer zij in het kadaster worden ingeschreven.

1) Het retentierecht op een roerend goed wordt gevestigd bij inschrijving in het centraal notarieel register van retentierechten (de artikelen 73d tot en met 73i van Wet nr. 323/1992 inzake notarissen en notariële activiteiten (Wet op de notarissen) en interne regels van de Kamer van Notarissen), dat wordt bijgehouden door de Kamer van Notarissen. Wanneer een afzonderlijk register voor het goed in kwestie bestaat, vindt de inschrijving in dat register plaats (zoals vermeld onder bovenstaand punt A). Het retentierecht, wijzigingen in de informatie over een retentierecht en het begin van de handhaving van het recht worden door een notaris ingeschreven naar aanleiding van een verzoek van een bevoegde persoon, zoals vastgesteld in de relevante wetgeving. Dit geldt ook voor het schrappen van een retentierecht uit het register van retentierechten. Personen die om inschrijving verzoeken, moeten aan de notaris hun identiteit bewijzen en, als zij het verzoek namens iemand anders indienen, moeten zij het bewijs leveren dat zij daartoe bevoegd zijn. Personen die om inschrijving van een pandrecht verzoeken, moeten aan de notaris alle bij wet vereiste gegevens verstrekken. Deze gegevens worden vervolgens in het register van pandrechten ingeschreven. Wanneer het pandrecht wordt gevestigd door middel van een door de erfgenamen gesloten erfopvolgingsovereenkomst of door een beslissing van een rechtbank of administratieve instantie, moet de indiener van het verzoek om inschrijving van het pandrecht de beslissing tot vestiging van het pandrecht aan de notaris verstrekken.

2) Zakelijke erfdienstbaarheden worden gevestigd bij inschrijving in het kadaster.

3) Retentierechten die alleen voor roerende goederen zijn toegestaan, kunnen niet worden ingeschreven.

3 Welke gevolgen heeft de inschrijving van zakelijke rechten?

In geval van overlijden van de erflater gaat het eigendomsrecht op de datum van overlijden van de erflater op de erfgenaam over. De inschrijving in het register heeft zuiver declaratoire werking.

4 Gelden er voor de aanpassing van een zakelijk recht waartoe een persoon krachtens het op de erfopvolging toepasselijke recht gerechtigd is, specifieke voorschriften en procedures wanneer het recht van de lidstaat waar het recht wordt ingeroepen het betreffende zakelijk recht niet kent?

Op 1 december 2015 is artikel 67a van Wet nr. 97/1963 betreffende het internationaal privaatrecht en de internationale privaatrechtelijke procesvoering in werking getreden, op grond waarvan een zakelijk recht, maatregel of bevel als vermeld in een buitenlandse beslissing kan worden aangepast. Wanneer een beslissing wordt genomen over de verklaring van uitvoerbaarheid van een buitenlandse uitspraak over erfopvolging in verband met een zakelijk recht, regelt deze wet de aanpassing van het onbekende zakelijke recht overeenkomstig die procedure.

Laatste update: 12/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.