Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Pools) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar
Swipe to change

Alimentatie

Polen
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Ingevolge artikel 128 van het familie- en voogdijwetboek is een “onderhoudsplicht” een verplichting voor bloedverwanten in de rechte (opgaande of neergaande) lijn of in de zijlijn (broers en zussen) om in het levensonderhoud van een bepaalde persoon te voorzien (kleding, voeding, huisvesting, brandstof en geneesmiddelen) alsmede, indien nodig, in de opvoeding van deze persoon (waaronder fysieke en geestelijke ontwikkeling en toegang tot onderwijs en cultuur).

“Levensonderhoud” bestaat in een uitkering in geld of in natura. Bij kinderen omvat het levensonderhoud ook een persoonlijke inbreng in hun opvoeding en inspanningen in een gemeenschappelijk huishouden, in overeenstemming met de onderhoudsplicht.

Een “alimentatievordering” is het recht van een persoon om van een andere persoon te vorderen dat deze zijn of haar onderhoudsplicht nakomt.

In de regel vloeit de onderhoudsplicht voort uit verschillende soorten familiebetrekkingen. Naargelang van de aard van de familiebetrekking wordt in het Poolse recht een onderscheid gemaakt tussen de volgende typen onderhoudsplichten:

1. een onderhoudsplicht tussen bloedverwanten (kinderalimentatie is een specifieke vorm van deze plicht): bloedverwanten hebben alleen recht op alimentatie als ze financiële moeilijkheden hebben. Ouders zijn alimentatie verschuldigd aan hun kinderen zolang die nog niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, tenzij de inkomsten van de goederen van het kind volstaan voor zijn of haar onderhoud en opvoeding. Vanaf hun achttiende verjaardag verliezen kinderen hun recht op levensonderhoud, tenzij zij hun studie voortzetten en hun resultaten tot dan toe die keuze rechtvaardigen of de onderhoudsplicht moet worden gehandhaafd vanwege de gezondheid of de persoonlijke situatie van het kind. Voorts zijn ouders niet verplicht om in het levensonderhoud te voorzien van kinderen van achttien jaar of ouder die weliswaar gereed zijn voor het beroepsleven, maar doorstuderen doch hun studie verwaarlozen, onvoldoende vooruitgang boeken, niet voor hun examens slagen of deze examens niet binnen bepaalde termijnen afleggen en daardoor hun studie niet binnen de door het studieprogramma toegestane termijn voltooien.

Als het onmogelijk is om alimentatie te verkrijgen of het verkrijgen daarvan buitensporige moeilijkheden met zich meebrengt, kunnen andere verwanten worden verplicht om alimentatie te betalen (bv. de grootouders van het kind die de ouders zijn van een in gebreke blijvende onderhoudsplichtige);

2. een onderhoudsplicht die voortvloeit uit adoptie: als de adoptie uitsluitend een relatie tussen de adoptant en de geadopteerde creëert, heeft de onderhoudsplicht van de adoptant jegens de geadopteerde voorrang boven de onderhoudsplicht van de bloedverwanten in de rechte opgaande lijn en in de zijlijn (broers en zussen) van de geadopteerde jegens die persoon, terwijl de onderhoudsplicht van de geadopteerde jegens zijn of haar bloedverwanten in de rechte opgaande lijn en in de zijlijn op de laatste plaats komt. Verder gelden voor de geadopteerde dezelfde regels als die welke hierboven onder punt 1) zijn uiteengezet;

3. een onderhoudsplicht tussen aanverwanten (stiefmoeder, stiefvader, stiefkinderen): alleen personen die in financiële moeilijkheden verkeren hebben recht op levensonderhoud, mits het opleggen van een onderhoudsplicht in de betrokken situatie in overeenstemming is met de beginselen van het maatschappelijke leven. Volgens het Poolse recht en de rechtspraak verkeert een persoon in financiële moeilijkheden wanneer hij of zij niet met eigen middelen en inspanningen in zijn of haar redelijke behoeften kan voorzien;

4. een onderhoudsplicht tussen echtgenoten tijdens het huwelijk: gezinsleden kunnen aanspraak maken op een “gelijke levensstandaard” voor alle gezinsleden. Overeenkomstig artikel 27 van het familie- en voogdijwetboek zijn beide echtgenoten verplicht om in overeenstemming met hun capaciteiten en financiële situatie te helpen voorzien in de behoeften van het gezin dat zij tijdens hun relatie hebben gesticht. Deze verplichting kan ook volledig of gedeeltelijk vervuld worden geacht in de vorm van persoonlijke inspanningen om kinderen op te voeden en zorg te dragen voor het gezamenlijke huishouden;

5. een onderhoudsplicht tussen echtgenoten nadat het huwelijk is beëindigd: als slechts een van de echtgenoten verantwoordelijk wordt gesteld voor de beëindiging van het huwelijk en de echtscheiding voor de andere echtgeno(o)t(e) een aanzienlijke verslechtering van zijn of haar materiële situatie met zich meebrengt, kan laatstbedoelde vorderen dat wordt voorzien in zijn of haar redelijke materiële behoeften, ook als hij of zij niet in financiële moeilijkheden verkeert. In andere gevallen kan een echtgeno(o)t(e) die in financiële moeilijkheden verkeert van de ex-echtgeno(o)t(e) alimentatie vorderen, in verhouding tot zijn of haar redelijke materiële behoeften en het inkomen en de financiële mogelijkheden van de ex-echtgeno(o)t(e). De onderhoudsplicht jegens een echtgeno(o)t(e) houdt op te bestaan, wanneer die (ex-)echtgeno(o)t(e) hertrouwt. Als de gescheiden echtgeno(o)t(e) die niet verantwoordelijk is gesteld voor de beëindiging van het huwelijk alimentatie moet betalen, eindigt deze onderhoudsplicht ook vijf jaar na de datum van de echtscheidingsuitspraak, tenzij de rechtbank op verzoek van de onderhoudsgerechtigde persoon beslist dat de vastgestelde periode van vijf jaar wegens uitzonderlijke omstandigheden moet worden verlengd;

6. een onderhoudsplicht van de vader jegens een kind met wiens moeder hij niet gehuwd is: een vader die niet de echtgenoot van de moeder is, moet naar vermogen bijdragen in de kosten van de zwangerschap en de bevalling en moet de kosten van drie maanden levensonderhoud van de moeder tijdens deze periode betalen. Als daar belangrijke gronden voor bestaan, kan de moeder verzoeken dat de vader langer dan drie maanden bijdraagt in de kosten van haar levensonderhoud.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Ouders zijn verplicht om alimentatie te betalen voor kinderen die nog niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Omdat kinderen verplicht zijn om tot hun achttiende jaar onderwijs te volgen, hebben zij doorgaans recht op alimentatie tot zij meerderjarig zijn, of zelfs totdat ze een mastergraad hebben behaald of een hogere beroepsopleiding hebben voltooid.

Uitkeringen uit het Staatsalimentatiefonds worden verstrekt aan onderhoudsgerechtigde personen tot de leeftijd van 18 jaar. Bij voortgezette studies op een school of een instelling voor hoger onderwijs worden de uitkeringen betaald tot de leeftijd van 25 jaar; en bij een ernstige handicap geldt er geen leeftijdsgrens.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Ja, de volgende situaties zijn mogelijk:

  1. de onderhoudsplichtige betaalt vrijwillig alimentatie;
  2. de partijen bereiken overeenstemming over de betaling van alimentatie;
  3. als de onderhoudsplichtige zijn of haar onderhoudsplicht niet nakomt, kan alimentatie worden gevorderd bij de arrondissementsrechtbank (sąd rejonowy) van de woonplaats van de onderhoudsgerechtigde (artikel 32 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) of van de verweerder (artikel 27, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), of een dergelijk verzoek kan worden ingediend tijdens een echtscheidingsprocedure of een procedure inzake scheiding van tafel en bed bij een regionale rechtbank (sąd okręgowy).

Aan het indienen van het verzoek zijn geen kosten verbonden. Het verzoek moet echter voldoen aan de vereisten voor een officieel verzoekschrift, d.w.z. dat in het verzoek het volgende moet worden vermeld: de naam van de rechtbank waar het verzoek wordt ingediend, de voor- en achternamen van de partijen, hun wettelijke vertegenwoordigers en advocaten, het type verzoek, een duidelijke omschrijving van het verzoek, de waarde van de vordering, een beschrijving van de feiten die het verzoek rechtvaardigen en die indien nodig ook de rechtsbevoegdheid van de rechtbank rechtvaardigen, de handtekening van de partij of haar wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde (de volmacht moet worden bijgevoegd), een lijst van bijlagen, de woonplaatsen of statutaire zetels van de partijen, hun wettelijke vertegenwoordigers en gemachtigden, en een omschrijving van de vordering. In daaropvolgende verzoekschriften moet ook het dossiernummer worden vermeld.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

De volgende personen kunnen een alimentatieverzoek indienen namens de persoon die daar recht op heeft:

  • een gemachtigde (afgezien van een advocaat en een juridisch adviseur kunnen de volgende personen optreden als gemachtigde: de ouders, een echtgeno(o)t(e), broers en zussen, bloedverwanten in de rechte opgaande lijn of personen die door adoptie een verwantschap met de onderhoudsgerechtigde hebben, en een persoon die het vermogen van de onderhoudsgerechtigde beheert);
  • een vertegenwoordiger van een gemeentelijke autoriteit die belast is met sociale bijstand (krachtens de wet betreffende sociale bijstand van 12 maart 2004 (Dziennik Ustaw (staatscourant)) 2004, nr. 64, punt 593), zoals, bijvoorbeeld, directeurs van gemeentelijke instanties voor sociale bijstand of provinciale instanties voor gezinsondersteuning);
  • op grond van artikel 61, lid 1, punt 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kunnen niet-gouvernementele organisaties binnen het kader van hun wettelijke verplichtingen, een alimentatieprocedure inleiden, als een natuurlijke persoon daar schriftelijk toestemming voor geeft;
  • een officier van justitie, wanneer dat met het oog op het algemeen belang en het belang van de rechtsstaat noodzakelijk is.

Namens onderhoudsgerechtigde minderjarigen treedt een wettelijke vertegenwoordiger op. Nadat kinderen meerderjarig zijn geworden, moeten zij echter zelfstandig optreden.

De levenspartner of een kennis van de onderhoudsgerechtigde kan niet namens de onderhoudsgerechtigde optreden, tenzij hij of zij een van de bovenbedoelde personen is.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Ingevolge het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn de arrondissementsrechtbanken bevoegd in alimentatiezaken. De territoriale bevoegdheid wordt bepaald aan de hand van de wettelijke verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde of van de verweerder. De rechtbanken die bevoegd zijn voor specifieke gemeenten worden vermeld in de verordening van de minister van Justitie van 28 december 2018 inzake de bepaling van de zetels en de bevoegdheid van hoven van beroep, regionale rechtbanken en arrondissementsrechtbanken en de reikwijdte van de door hen behandelde zaken (Dziennik Ustaw 2018, punt 2548).

Regionale rechtbanken zijn bevoegd in zaken betreffende de erkenning van beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten in Polen (artikel 11511, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) als een beslissing is gegeven voordat de staat waar de beslissing is gegeven is toegetreden tot het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (PB L 331 van 16.12.2009, blz. 17).

Conform artikel 115314 van het gewijzigde wetboek van burgerlijke rechtsvordering, kent de Republiek Polen de volgende executoriale titels:

  1. beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten en schikkingen en authentieke akten die door die staten zijn afgegeven en die onder Verordening (EU) nr. 1215/2012 vallen, indien deze uitvoerbaar zijn;
  2. beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten, schikkingen en authentieke akten die door die staten zijn afgegeven en die als Europese executoriale titel zijn gewaarmerkt;
  3. Europese betalingsbevelen van rechtbanken van EU-lidstaten die in die staten uitvoerbaar zijn verklaard op grond van Verordening (EG) nr. 1896/2006;
  4. beslissingen van rechtbanken van EU-lidstaten in de Europese procedure voor geringe vorderingen die in die staten zijn gewaarmerkt op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007;
  5. beslissingen op het gebied van onderhoudsverplichtingen uit EU-lidstaten die partij zijn bij het Haagse Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen (PB L 331 van 16.12.2009, blz. 17), alsmede schikkingen en authentieke akten uit die staten die onder Verordening (EG) nr. 4/2009 vallen;
  6. beslissingen uit EU-lidstaten betreffende de beschermingsmaatregelen die onder Verordening (EU) nr. 606/2013 vallen, indien deze uitvoerbaar zijn.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

In alimentatiezaken is vertegenwoordiging door een advocaat niet verplicht. De partijen kunnen namens zichzelf optreden of ervoor kiezen om een professionele vertegenwoordiger in de arm te nemen.

Zie de antwoorden op de vragen 7 en 18 voor gedetailleerde informatie over de mogelijkheid voor de onderhoudsgerechtigde dat de rechtbank hem of haar een advocaat toewijst om namens hem of haar op te treden.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Conform het Poolse recht zijn de partij die alimentatie vordert en de verweerder, in een zaak over een verlaging van de alimentatie vrijgesteld van de betaling van gerechtskosten (artikel 96, lid 1, punt 2, van de wet van 28 juli 2005 betreffende gerechtskosten in civielrechtelijke zaken (Dziennik Ustaw 2005, nr. 167, punt 1398, als gewijzigd)). Deze personen zijn volledig vrijgesteld, wat betekent dat ze geen gerechtskosten, beroepskosten of tenuitvoerleggingskosten hoeven te betalen.

Daarnaast kan de partij die is vrijgesteld van gerechtskosten in aanmerking komen voor rechtsbijstand in de vorm van een door de rechtbank aangewezen advocaat. Als het verzoek om rechtsbijstand wordt toegewezen, wordt het honorarium van de advocaat betaald door de tegenpartij van de persoon aan wie een advocaat is toegewezen. Als de persoon aan wie een advocaat is toegewezen in het ongelijk wordt gesteld, wordt het honorarium van de advocaat betaald door de staat.

De rechten van onderdanen van andere lidstaten in dit verband zijn vastgelegd in de wet van 17 december 2004 betreffende het recht op bijstand in burgerlijke zaken in de lidstaten van de Europese Unie en het recht op bijstand met het oog op minnelijke schikking van een geschil alvorens een civielrechtelijke procedure in te stellen (Dziennik Ustaw 2005, nr. 10, punt 67).

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De hoogte van de alimentatie hangt af van het inkomen en de financiële mogelijkheden de onderhoudsplichtige en van de redelijke materiële behoeften van de onderhoudsgerechtigde. Redelijke behoeften van de onderhoudsgerechtigde omvatten alles wat nodig is om te voorzien in zijn of haar levensonderhoud, niet alleen materieel maar ook in andere opzichten (cultureel en spiritueel). De behoeften van minderjarigen omvatten ook de kosten van hun opvoeding. Bij de beoordeling van het inkomen en de financiële mogelijkheden van de onderhoudsplichtige wordt geen rekening gehouden met wat hij of zij daadwerkelijk verdient, maar met wat hij of zij zou kunnen verdienen indien hij of zij zijn of haar verdiencapaciteit ten volle zou benutten. Dat betekent dat zelfs een werkloze persoon die geen regelmatig inkomen heeft, kan worden verplicht om alimentatie te betalen en dat de betalingen kunnen worden afgedwongen.

Als de omstandigheden zijn gewijzigd, kan om een aanpassing van de gerechtelijke beslissing of van de overeenkomst inzake alimentatie worden verzocht. Elke partij in een alimentatierelatie kan verzoeken om een dergelijke aanpassing. Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden kan een partij de annulering van de onderhoudsplicht vorderen, dan wel een verhoging of verlaging van het alimentatiebedrag. Het alimentatiebedrag kan worden gewijzigd als de redelijke materiële behoeften van de onderhoudsgerechtigde of de verdiencapaciteit van de onderhoudsplichtige zijn/is toegenomen of afgenomen.

Polen kent geen vast alimentatiebedrag en de alimentatie wordt niet berekend als percentage van het inkomen van de onderhoudsplichtige. In 2014 bedroeg het bruto minimumloon 1 680 PLN (circa 400 EUR). In 2013 bedroeg het gemiddelde bruto maandloon 3 650 PLN (circa 900 EUR). In 2015 bedroeg het minimumloon PLN 1 750 bruto, in 2016 PLN 1 850 bruto, en in 2019 bedraagt het PLN 2 250 bruto. In de praktijk varieert het bedrag van de door rechtbanken toegekende alimentatie van 300 PLN tot 1 000 PLN per maand per kind. Het alimentatiebedrag wordt niet automatisch geïndexeerd op basis van de leeftijd van het kind of de inflatie.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De persoon die in de executoriale titel als onderhoudsplichtige is aangewezen, moet alimentatie betalen. In de regel moet in Polen toegekende alimentatie elke tiende dag van de maand worden betaald, in Poolse zloty’s (in contanten of door een overboeking), aan de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige. Bij betalingsachterstand voorziet de rechtspraak in een wettelijke rente (sinds 2008 bedraagt die 13% op jaarbasis) op het uitstaande bedrag (zie de door Polen verstrekte informatie over wettelijke rente).

In de regel wordt een onderhoudsplicht alleen door de onderhoudsplichtige gedragen. Als deze persoon niet vrijwillig betaalt, kan de onderhoudsgerechtigde de bevoegde, met de uitvoering belaste autoriteit (doorgaans een gerechtsdeurwaarder) verzoeken om de inleiding van een tenuitvoerleggingsprocedure. De gedwongen tenuitvoerlegging kan ook ambtshalve worden aangevat op verzoek van de rechtbank van eerste aanleg die de beslissing heeft gegeven waarin het alimentatiebedrag is vastgesteld. De onderhoudsgerechtigde kan de executoriale titel ook aanbieden bij de werkgever of de pensioeninstelling van de onderhoudsplichtige en deze verzoeken de verschuldigde alimentatie in te houden op de bedragen die aan de onderhoudsplichtige worden uitgekeerd. Dit verzoek is bindend voor de werkgever of de pensioeninstelling.

Voor onroerend beslag is een afzonderlijk verzoek vereist.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Indien de onderhoudsplichtige zijn onderhoudsplicht niet vrijwillig nakomt, kan hij of zij daartoe worden gedwongen (zie het antwoord op vraag 9).

Daarnaast is het bij voortduur niet-betalen van alimentatie krachtens artikel 209 van het wetboek van strafrecht (Dziennik Ustaw 1997, nr. 88, punt 553) strafbaar met een boete, niet‑vrijheidsbenemende maatregelen of een gevangenisstraf tot twee jaar. Vervolging wegens dit strafbare feit wordt ingesteld op verzoek van het slachtoffer, een welzijnsinstelling of een instantie die verantwoordelijk is voor het instellen van vorderingen tegen onderhoudsplichtigen. Als aan het slachtoffer passende gezinsbijslagen of -toelagen zijn toegekend, die moeten worden uitgekeerd ingeval de onderhoudsverplichting niet wordt nagekomen, wordt ambtshalve vervolging ingesteld.

In artikel 5, lid 3b, punt 2, onder 5, van de wet van 7 september 2007 betreffende bijstand aan onderhoudsgerechtigden (Dziennik Ustaw 2007, nr. 192, punt 1378) wordt bepaald dat de bevoegde autoriteit de intrekking van het rijbewijs van de onderhoudsplichtige kan vorderen.

Als tenuitvoerlegging niet tot het gewenste resultaat leidt, kan een gerechtsdeurwaarder verzoeken dat de onderhoudsplichtige wordt ingeschreven in het register van insolvabele debiteuren.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Conform artikel 1083, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan met het oog op de volledige betaling van uitstaande alimentatiebedragen beslag worden gelegd op de bankrekening van een onderhoudsplichtige.

Ingevolge artikel 833, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is het salaris vatbaar voor beslag conform het bepaalde in het arbeidswetboek. In de regel kan op 60 % van het salaris beslag worden gelegd. Ook kan beslag worden gelegd op maximaal drie vijfde van de door de staat voor bijzondere doelen uitgetrokken bedragen, met name subsidies en bijstand (artikel 831, lid 1, punt 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Bovendien kan er krachtens artikel 829 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geen beslag worden gelegd op de volgende zaken:

  1. huishoudelijke goederen, beddengoed, ondergoed en dagelijkse kleding die strikt noodzakelijk zijn voor de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke gezinsleden, evenals de kleding die strikt noodzakelijk is om een ambt uit te oefenen of beroepswerkzaamheden te verrichten;
  2. de hoeveelheid voedsel en brandstof die de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke gezinsleden gedurende een maand strikt nodig hebben;
  3. een koe of twee geiten of drie schapen die strikt noodzakelijk zijn om de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke gezinsleden te voeden, alsmede een voorraad veevoer en stro die voldoende is tot aan de volgende oogst;
  4. instrumenten en andere voorwerpen die de onderhoudsplichtige strikt nodig heeft om betaald werk te kunnen verrichten en de strikt noodzakelijke grondstoffen voor de productie van één week, met uitzondering van motorvoertuigen;
  5. in het geval van onderhoudsplichtigen met een periodieke vaste betrekking, een bedrag dat gelijk is aan het deel van het salaris dat niet vatbaar is voor beslag voor de periode tot aan de volgende betaaldatum, en in het geval van onderhoudsplichtigen zonder vast salaris, zoveel geld als strikt noodzakelijk is voor het levensonderhoud van de onderhoudsplichtige en van hem of haar afhankelijke gezinsleden voor een periode van twee weken;
  6. voorwerpen die nodig zijn voor een studie, persoonlijke documenten, decoraties, voorwerpen die worden gebruikt voor godsdienstbeoefening en dagelijkse voorwerpen die alleen ver onder hun waarde zouden kunnen worden verkocht, maar die voor de onderhoudsplichtige gebruikswaarde hebben;
  7. geneesmiddelen in de zin van de geneesmiddelenwet van 6 september 2001 (Dziennik Ustaw 2008, nr. 45, punt 271, zoals gewijzigd) die strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van een gezondheidsinstelling in de zin van de wettelijke bepalingen inzake gezondheidszorg gedurende een periode van drie maanden, evenals de medische hulpmiddelen die strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van de instelling in de zin van de wet van 20 mei 2010 inzake medische hulpmiddelen (Dziennik Ustaw nr. 107, punt 679, en Dziennik Ustaw 2011, nr. 102, punt 586, en nr. 113, punt 637);
  8. artikelen die strikt noodzakelijk zijn in verband met de handicap van de onderhoudsplichtige of van zijn of haar gezinsleden.

De minister van Justitie zal in overleg met de minister van Landbouw en de minister van Financiën bij ministeriële verordening specificeren welke voorwerpen in het bezit van een boer niet voor beslag vatbaar zijn (artikel 830).

Ingevolge artikel 831 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan evenmin beslag worden gelegd op socialebijstandsuitkeringen in de zin van de wet van 12 maart 2004 betreffende sociale bijstand (Dziennik Ustaw 2013, punt 182, als gewijzigd) en op de door de staat of het nationale gezondheidsfonds (Narodowy Fundusz Zdrowia) verschuldigde uitkeringen in het kader van ziektekostenvergoedingen in de zin van de wet van 27 augustus 2004 betreffende uit publieke middelen gefinancierde ziektekostenvergoedingen (Dziennik Ustaw 2008, nr. 164, punt 1027, als gewijzigd), voordat deze uitkeringen zijn betaald en tot maximaal 75% van elke betaling, tenzij het vorderingen betreft van de werknemers van de onderhoudsplichtige of dienstverleners als bedoeld in artikel 5, lid 41, onder a) en b), van de wet van 27 augustus 2004 inzake de met publieke middelen gefinancierde gezondheidszorg.

In artikel 137, lid 1, van het familie- en voogdijwetboek wordt bepaald dat alimentatievorderingen na drie jaar verjaren.

In artikel 121, lid 1, van het burgerlijk wetboek wordt bepaald dat in geval van vorderingen van kinderen tegen ouders een verjaringstermijn niet begint te lopen, en, als de termijn al loopt, hij wordt opgeschort gedurende de duur van het ouderlijk gezag.

Als de onderhoudsplichtige de geldigheid van de onderhoudsplicht jegens een meerderjarig kind betwist, kan een gerechtsdeurwaarder de onderhoudsgerechtigde verzoeken om een verklaring waarin deze bevestigt dat hij of zij nog onderwijs volgt, geen inkomen heeft of een medische behandeling ondergaat en daarom nog steeds financiële steun van de onderhoudsplichtige nodig heeft.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Zoals vermeld in het antwoord op vraag 4 kan een verzoek om alimentatie worden ingediend namens de onderhoudsgerechtigde, door, onder andere, directeurs van bepaalde sociale instellingen, vertegenwoordigers van lokale overheden die belast zijn met sociale bijstand en in sommige gevallen ook openbare aanklagers. Deze entiteiten kunnen de onderhoudsgerechtigde ook ondersteunen door op te treden in reeds lopende alimentatieprocedures. Hun rol bestaat er in dat geval in om de onderhoudsgerechtigde te ondersteunen in zijn of haar procedure bij de rechtbank.

Regionale rechtbanken helpen onderhoudsgerechtigden bij het indienen van alimentatieverzoeken in het buitenland.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

In de wet van 7 september 2007 betreffende bijstand aan onderhoudsgerechtigden (Dziennik Ustaw 2009, nr. 1, punt 7, als gewijzigd) zijn de regels vastgesteld inzake overheidsbijstand aan onderhoudsgerechtigden in geval van een mislukte tenuitvoerlegging.

Uitkeringen uit een alimentatiefonds kunnen alleen worden verkregen als het maandelijkse gezinsinkomen per persoon niet meer bedraagt dan 725 PLN (circa 170 EUR) – per 1 juli 2019 is dit 800 PLN (artikel 9, lid 2). Een verzoek kan worden ingediend bij de gemeente waar de onderhoudsgerechtigde verblijft.

Indien de persoon die recht heeft op voorschotten op alimentatie in een instelling voor voltijdse opvang verblijft (bijvoorbeeld een instelling voor sociale bijstand, een opvoedingsinstelling, een jeugddetentiecentrum of een huis van bewaring) of bij een pleeggezin woont, gehuwd is of een kind heeft en recht heeft op gezinstoelagen, worden er echter geen voorschotten aan die persoon uitgekeerd.

Deze wet is alleen van toepassing, indien de onderhoudsgerechtigde tijdens de periode waarvoor de voorschotten worden toegekend, in Polen woont.

Meer informatie is te vinden op http://www.mpips.gov.pl/wsparcie-dla-rodzin-z-dziecmi/fundusz-alimentacyjny/swiadczenia-z-funduszu-alimentacyjnego/

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

Als de onderhoudsplichtige zijn of haar verblijfplaats in het buitenland heeft en de onderhoudsgerechtigde in Polen verblijft, helpt de regionale rechtbank van de verblijfplaats van de onderhoudsgerechtigde deze bij het opstellen van het alimentatieverzoek. Hem of haar wordt alle informatie en bijstand verstrekt die nodig is voor het invullen van de vereiste documenten en er wordt gecontroleerd of het verzoek formeel juist is opgesteld.

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Ja.

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Deel A van een verzoek dat wordt ingediend op grond van Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, wordt ingevuld door een regionale rechtbank.

Regionale rechtbank

Correspondentieadres

Tel ++48

Fax ++48

E-mailadres

Regionale rechtbank

in Białystok

ul. Marii Skłodowskiej-Curie 1

15-950 Białystok

85 7459220

85 7424640

oz@bialystok.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Bielsko-Biała

ul. Cieszyńska 10

43-300 Bielsko-Biała

33 4990424

33 4990488

33 4990488

bpokusa@bielsko-biala.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Bydgoszcz

ul. Wały Jagiellońskie 2

85-128 Bydgoszcz

52 3253155

52 3253255

oz@bydgoszcz.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Częstochowa

ul. Dąbrowskiego 23/35

42-200 Częstochowa

34 3684425

34 3684427

34 3684708

prezes@czestochowa.so.gov.pl

so.czestochowa@czestochowa.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Elbląg

pl. Konstytucji 1

82-300 Elbląg

55 6112409

55 6112408

55 6112215

oddzial.administracyjny@elblag.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Gdańsk

ul. Nowe Ogrody 30/34

80-803 Gdańsk

58 3213141

58 3213119

58 3213140

58 3213119

section.oz@gdansk.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Gliwice

ul. Kościuszki 15

44-100 Gliwice

32 3380052

32 3380102

oz@gliwice.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Gorzów Wielkopolski

ul. Mieszka I 33

66-400 Gorzów Wielkopolski

95 7256718

95 7202807

95 7256790

msamolak@gorzow-wlkp.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Jelenia Góra

ul. Wojska Polskiego 56

58-500 Jelenia Góra

75 6415113

75 6415113

oz@jelenia-gora.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Kalisz

al. Wolności 13

62-800 Kalisz

62 7657700

62 7574936

administracja2@kalisz.so.gov.pl

administracja@kalisz.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Katowice

ul. Francuska 38

40-028 Katowice

32 6070183

32 6070498

32 6070184

32 6070211

obrot_zagraniczny@katowice.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Kielce

ul. Seminaryjska 12 a

25-372 Kielce

41 3402320

41 3402320

41 3402320

41 3402320

oz@kielce.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Konin

ul. Energetyka 5

62-510 Konin

63 2451443

63 2423022 +172

63 2426569

oz@konin.so.gov.pl

administracja@konin.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Koszalin

ul. Waryńskiego 7

75-541 Koszalin

94 3428750

94 3428897

administracja@koszalin.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Kraków

ul. Przy Rondzie 7

31-547 Kraków

12 6195697

12 6195241

12 6195648

12 6195648

12 6195373

oz@krakow.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Krosno

ul. Sienkiewicza 12

38-400 Krosno

13 4373671

13 4373673

Obrot.zagr@krosno.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Legnica

ul. Złotoryjska 40

59-220 Legnica

76 7225936

76 7225936

76 7225912

oz@legnica.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Lublin

ul. Krakowskie Przedmieście 43

20-076 Lublin

81 4601004

81 4601004

mstec@so.lublin.gov.pl

mzarzeczny@so.lublin.gov.pl

Regionale rechtbank

in Łomża

ul. Dworna 16

18-400 Łomża

86 2163807

86 2166753

sekretariat@lomza.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Łódź

pl. Dąbrowskiego 5

90-921 Łódź

42 6778799

42 6778978

oz@lodz.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Nowy Sącz

ul. Pijarska 3

33-300 Nowy Sącz

18 4482145

alimenty@nowy-sacz.so.gov.pl

Regionale rechtbank in Olsztyn

Ul. Dąbrowszczaków 44A 10-001 Olsztyn

89 5216049

89 5216160

oz@olsztyn.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Opole

pl. Daszyńskiego 1

45-064 Opole

77 5418134

Obrot.zagr@opole.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Ostrołęka

ul. Gomulickiego 5

07-410 Ostrołęka

29 7650130

29 7650181

sekretariat@ostroleka.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Piotrków Trybunalski

ul. Słowackiego 5

97-300 Piotrków Trybunalski

44 6494121

44 6494159

44 6478919

administracja@piotrkow-tryb.so.gov.pl

biblioteka@piotrkow-tryb.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Płock

pl. Narutowicza 4

09-404 Płock

24 2697220

24 2697220

24 2697364

24 2625253

so.plock.oz@plock.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Poznań

al. Marcinkowskiego 32

61-745 Poznań

61 8566205

61 8528751

opzagr@poznan.so.gov.pl

Regionale rechtbank in Przemyśl

ul. Konarskiego 6

37-700 Przemyśl

16 6761336

16 6761353

m.telega@przemysl.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Radom

ul. Marszałka

J. Piłsudskiego 10

26-600 Radom

48 3680288

48 3680287

wizytacje@radom.so.gov.pl

wizytacja@radom.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Rzeszów

pl. Śreniawitów 3

35-959 Rzeszów

17 8756394

17 8756349

e.czudec@rzeszow.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Siedlce

ul. Sądowa 2

08-110 Siedlce

25 6407846

25 6407812

poczta@siedlce.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Sieradz

al. Zwycięstwa 1

98-200 Sieradz

43 8266650

43 8266607

43 8271287

43 8271014

sekretariat@sieradz.so.gov.pl

administracja@sieradz.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Słupsk

ul. Zamenhofa 7

76-200 Słupsk

59 8469422

59 8469424

59 8469424

rzecznik.prasowy@slupsk.so.gov.pl

poczta@slupsk.so.gov.pl

administracja@slupsk.so.gov.pl

magdalena.miklinska@slupsk.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Suwałki

ul. Waryńskiego 45

16-400 Suwałki

87 5631213

87 5631303

oz@suwalki.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Szczecin

ul. Kaszubska 42

70-952 Szczecin

91 4830147

91 4830170

91 4830170

91 4830170

91 4830170

91 4830170

administracyjny@szczecin.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Świdnica

pl. Grunwaldzki 14

58-100 Świdnica

74 8518 287

71 8518270

sekretarz@swidnica.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Tarnobrzeg

ul. Sienkiewicza 27

39-400 Tarnobrzeg

15 8234880+425

hrojek@tarnobrzeg.so.gov.pl

sadokregowy@tarnobrzeg.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Tarnów

ul. J. Dąbrowskiego 27

33-100 Tarnów

14 6887409

sad_okregowy@tarnow.so.gov.pl

Regionale rechtbank

w Toruń

ul. Piekary 51

87-100 Toruń

56 6105609

oz@so.torun.pl

Regionale rechtbank

in Warschau

al. Solidarności 127

00-951 Warszawa

22 440 11 54

22 6544411

karcz.19wiz@warszawa.gov.pl

Regionale rechtbank

Warszawa-Praga in Warschau

al. Solidarności 127

00-951 Warszawa

22 4404040

22 4401066

oz@warszawapraga.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Włocławek

ul. Wojska Polskiego 22

87-800 Włocławek

54 4120353

54 4118575

oz@wloclawek.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Wrocław

ul. Sądowa 1

50-950 Wrocław

71 3704391

71 3704391

oz@wroclaw.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Zamość

ul. Akademicka 1

22-400 Zamość

84 6382970

84 6393 359

84 6382970

84 6393359

prezes@zamosc.so.gov.pl

Regionale rechtbank

in Zielona Góra

pl. Słowiański 1

65-958 Zielona Góra

68 3220221

68 3220193

oz@zielona-gora.so.gov.pl

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

14.3 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Krachtens artikel 55 van Verordening (EG) nr. 4/2009 van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen is het niet vereist dat verzoeken worden ingediend via de centrale autoriteit van de staat waar de verzoeker wettelijk verblijft. Verzoeken kunnen rechtstreeks worden ingediend bij de bevoegde Poolse rechtbank (waarmee aan de formele eisen van de hoofdstukken IV en VI van de verordening en die van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt voldaan).

Gegevens van verzendende autoriteiten zijn beschikbaar op:

http://bip.ms.gov.pl/pl/ministerstwo/wspolpraca-miedzynarodowa/alimenty/

De verzendende autoriteiten van andere landen, als vermeld in de bijlage bij de verordening, verstrekken de onderhoudsgerechtigde alle noodzakelijke informatie, helpen hem of haar bij het invullen van de vereiste documenten, controleren of het verzoek formeel juist is opgesteld en sturen het verzoek door naar het buitenland.

14.4 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Als de rechtbank alimentatie heeft toegekend en de zaak binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 4/2009 valt, kan een eiser die in het buitenland woont gebruikmaken van de in deze verordening vastgestelde procedure en zich wenden tot de bevoegde verzendende autoriteit van het land waar hij of zij woont of een verzoek om de afgifte van een verklaring van uitvoerbaarheid van een buitenlandse beslissing indienen bij de bevoegde rechtbank (zie het antwoord op vraag 5). Tenuitvoerleggingsverzoeken moeten worden ingediend bij een gerechtsdeurwaarder.

Als Polen en het land waar de eiser woont partij zijn bij een verdrag of bilaterale overeenkomst inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in alimentatiezaken, wordt bijstand verleend voor zover daar in dat verdrag of die overeenkomst in wordt voorzien. In de regel voorzien bilaterale overeenkomsten in rechtstreekse verzoeken aan Poolse rechtbanken of aan een Poolse rechtbank via een rechtbank van het land waar de beslissing is gegeven. In dat laatste geval worden verzoeken verzonden via centrale autoriteiten, die meestal het ministerie van Justitie of onder het Verdrag van New York vallende autoriteiten zijn:

http://treaties.un.org/doc/Publication/MTDSG/Volume%20II/Chapter%20XX/XX-1.en.pdf

Gegevens van rechtbanken zijn beschikbaar op:

http://bip.ms.gov.pl/pl/rejestry-i-ewidencje/lista-sadow-powszechnych/

terwijl gegevens van deurwaarders beschikbaar zijn op: https://www.komornik.pl/

15 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja, sinds 18 juni 2011.

16 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Niet van toepassing.

17 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

De in Polen geldende bepalingen zijn de wet van 17 december 2004 inzake het recht op bijstand in civielrechtelijke procedures in de lidstaten van de Europese Unie (Dziennik Ustaw 2005, nr. 10, punt 67, als gewijzigd) en Richtlijn 2003/8/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen, door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand bij die geschillen (PB L 26 van 31.1.2003, blz. 41), die de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en de wet betreffende gerechtskosten in civielrechtelijke zaken aanvullen. De partij die verzoekt om een specifieke vorm van bijstand (bv. de aanstelling van een advocaat, vertaling van documenten, vergoeding van reiskosten) moet de rechtbank hierover duidelijke informatie verschaffen met behulp van een EU-formulier.

18 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

De wet tot wijziging van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en andere wetten (wet van 28 april 2011 tot wijziging van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, de wet betreffende het recht op bijstand in burgerlijke zaken in de lidstaten van de Europese Unie en het recht op bijstand met het oog op minnelijke schikking van een geschil alvorens een civielrechtelijke procedure in te stellen en de wet betreffende bijstand aan onderhoudsgerechtigden – Dziennik Ustaw 2011, nr. 129, punt 735) op grond waarvan de Poolse centrale autoriteit de voor de onderhoudsplichtige bevoegde autoriteit kan opdragen om een alimentatieonderzoek te verrichten, is op 28 april 2011 aangenomen.

Als de onderhoudsplichtige of deelnemer niet kan worden gelokaliseerd, raadpleegt het ministerie van Justitie centrale en lokale registers en dossiers (en kan zij de databank PESEL.SAD raadplegen) om te bepalen welke rechtbank of gerechtsdeurwaarder bevoegd is of om antwoord te geven op verzoeken om specifieke maatregelen. Op dit moment zijn er geen wijzigingen betreffende wettelijke grondslagen, financiering en het personeelsbestand van de centrale autoriteit gepland met het oog op de goede werking van de in artikel 51 beschreven activiteiten.

Laatste update: 24/06/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website