Alimentatie

Litouwen
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

De onderhoudsplicht van ouders ten aanzien van hun kinderen

Ouders hebben een onderhoudsplicht ten aanzien van hun minderjarige kinderen. De ouders bepalen zelf, in onderling overleg, hoe zij deze plicht in de praktijk vervullen. Het bedrag van de alimentatie moet evenredig zijn met de behoeften van de minderjarige kinderen en de financiële situatie van de ouders; het moet de voorwaarden waarborgen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind. Beide ouders zijn verplicht om te voorzien in het onderhoud van hun minderjarige kinderen overeenkomstig hun eigen financiële situatie (artikel 3.192 van het Burgerlijk Wetboek (Civilinis kodeksas)). Onder specifieke, bij wet bepaalde omstandigheden moeten ouders die daartoe in staat zijn, ook voorzien in het onderhoud van meerderjarige kinderen tot de leeftijd van 24 jaar (artikel 3.192, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek).

De onderhoudsplicht van meerderjarige kinderen ten aanzien van hun ouders

Meerderjarige kinderen zijn verplicht te voorzien in het levensonderhoud van hun ouders als die geen eigen inkomen meer kunnen verdienen en behoeftig zijn. Dat onderhoud wordt door de rechter toegewezen en wordt verstrekt in de vorm van een maandelijkse vaste toelage (artikel 3.205 van het Burgerlijk Wetboek).

De wederzijdse onderhoudsplicht van echtgenoten

Wanneer de rechter een scheiding van tafel en bed uitspreekt, kan hij de echtgeno(o)t(e) die schuld treft opdragen de andere echtgeno(o)t(e) alimentatie te betalen als die laatste dat nodig heeft, tenzij de beide echtgenoten zaken betreffende het levensonderhoud in onderling overleg hebben geregeld. Alimentatie kan worden toegekend als bedrag ineens of in de vorm van een maandelijkse toelage of van een overdracht van activa (artikel 3.78 van het Burgerlijk Wetboek). Wordt het huwelijk ontbonden, dan kan de echtgeno(o)t(e) die geen schuld treft, indien hij of zij behoeftig is, gedurende maximaal drie jaar alimentatie eisen van de echtgeno(o)t(e) die wel schuldig is bevonden (artikel 3.47 van het Burgerlijk Wetboek).

De wederzijdse onderhoudsplicht van voormalige echtgenoten

Bij het uitspreken van de echtscheiding kent de rechter alimentatierecht toe aan de behoeftige echtgeno(o)t(e), tenzij de echtgenoten de kwestie van het levensonderhoud in hun echtscheidingsovereenkomst hebben geregeld. Een echtgeno(o)t(e) kan geen aanspraak maken op alimentatie als zijn of haar vermogen of inkomsten toereikend zijn om geheel in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Alimentatie wordt geacht noodzakelijk te zijn indien de behoeftige echtgeno(o)t(e) een minderjarig kind uit het huwelijk opvoedt of als gevolg van zijn of haar leeftijd of gezondheidstoestand niet in staat is om te werken. De echtgeno(o)t(e) die verantwoordelijk is voor de echtscheiding, kan geen aanspraak maken op alimentatie. Wanneer de rechter een alimentatiebeschikking afgeeft en beslist over de hoogte van de alimentatie, houdt hij rekening met de duur van het huwelijk, de behoefte aan alimentatie, de activa van de voormalige echtgenoten, hun gezondheidstoestand, leeftijd en vermogen om te werken, de kans dat de werkloze echtgeno(o)t(e) een baan vindt en andere belangrijke factoren. Alimentatie kan worden toegekend als bedrag ineens of in de vorm van een maandelijkse toelage of van een overdracht van activa (artikel 3.72 van het Burgerlijk Wetboek).

Wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen overige familieleden

Voor zover mogelijk moet een volwassen persoon voorzien in het onderhoud van zijn of haar minderjarige broer of zus indien die laatste behoeftig is, geen ouders heeft of niet door hen onderhouden kan worden (artikel 3.236 van het Burgerlijk Wetboek). Volwassen kleinkinderen die daartoe in staat zijn, moeten alimentatie betalen aan hun grootouders als die niet kunnen werken en behoeftig zijn. Grootouders die daartoe in staat zijn, moeten alimentatie betalen aan hun minderjarige kleinkinderen als die geen ouders hebben of niet door hun ouders onderhouden kunnen worden (artikel 3.237 van het Burgerlijk Wetboek).

Onderhoudsovereenkomst en lijfrenteovereenkomst

Ingevolge een onderhoudsovereenkomst verplicht de partij die de kosten van levensonderhoud betaalt (de onderhoudsplichtige) zich ertoe om hetzij kosteloos hetzij in ruil voor kapitaal, periodieke betalingen te verrichten aan de andere partij (de begunstigde) van een in de onderhoudsovereenkomst vastgesteld geldbedrag, dan wel om de begunstigde op een andere manier te onderhouden. De verplichting tot het betalen van de kosten van levensonderhoud kan in een overeenkomst worden vastgelegd dan wel voortvloeien uit de wet, een gerechtelijke beslissing of een testament (artikel 6.439 van het Burgerlijk Wetboek). Krachtens een lijfrenteovereenkomst draagt de lijfrentetrekker – een natuurlijk persoon – de eigendom van een hem of haar toebehorend huis, appartement, perceel of ander onroerend goed over aan de lijfrentebetaler, tegenover de verplichting van deze laatste om de lijfrentetrekker en/of een of meer door de lijfrentetrekker aangewezen andere personen te onderhouden zolang zij in leven zijn (de artikelen 6.460 en 6.461 van het Burgerlijk Wetboek).

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

Ouders hebben een onderhoudsplicht ten aanzien van hun minderjarige kinderen. De ouders bepalen zelf, in onderling overleg, hoe zij deze plicht in de praktijk vervullen. Het bedrag van de alimentatie moet evenredig zijn met de behoeften van de minderjarige kinderen en de financiële situatie van de ouders; het moet de voorwaarden waarborgen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind (artikel 3.192 van het Burgerlijk Wetboek). Ouders zijn derhalve in beginsel verplicht om in alle gevallen te voorzien in het onderhoud van hun kinderen totdat die volwassen (18 jaar) zijn.

Onder bepaalde omstandigheden evenwel geldt die onderhoudsplicht totdat de kinderen 24 jaar zijn. Voor zover zij daartoe in staat zijn, hebben ouders een onderhoudsplicht ten aanzien van hun volwassen kinderen tot de leeftijd van 24 jaar die met het oog op het behalen van een initiële kwalificatie zijn ingeschreven in het voortgezet onderwijs of een formele beroepsopleiding, dan wel deelnemen aan een voltijdsopleiding in het hoger onderwijs, indien die volwassen kinderen financiële ondersteuning nodig hebben op grond van hun financiële situatie, hun inkomsten, hun mogelijkheden om zelfstandig inkomsten te verwerven en andere belangrijke factoren. Ouders hebben geen onderhoudsplicht ten aanzien van volwassen kinderen die een opleiding volgen voor een aanvullend diploma in het hoger onderwijs of beroepsonderwijs (artikel 3.192, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek). De vereisten wat betreft de vorm en hoogte van de alimentatie zijn voor minderjarige en volwassen kinderen hetzelfde en zijn afhankelijk van de specifieke omstandigheden.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Als een kind geen alimentatie ontvangt, wordt alimentatie toegekend langs gerechtelijke weg. Als de ouder(s) zijn, haar of hun plicht om te voorzien in het levensonderhoud van het minderjarige kind niet vervult/vervullen, kan de rechtbank een alimentatiebeschikking uitvaardigen in een procedure die door een ouder of de voogd van het kind of door de overheidsinstantie voor bescherming van de rechten van het kind is ingesteld. De rechtbank kan ook een alimentatiebeschikking uitvaardigen als de ouders bij hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed geen overeenstemming hebben bereikt omtrent het onderhoud van hun minderjarige kinderen (artikel 3.194 van het Burgerlijk Wetboek). Als de ouder(s) van een volwassen kind zijn, haar of hun onderhoudsplicht ten aanzien van het kind niet nakomt/nakomen, kan het kind alimentatie vorderen via een gerechtelijke procedure (artikel 3.192, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek). Ook aan echtgenoten, voormalige echtgenoten en andere familieleden kan via een gerechtelijke procedure alimentatie worden toegekend.

Alimentatiezaken worden in Litouwen behandeld door de arrondissementsrechtbanken. Het verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de verweerder. Is de woonplaats van de verweerder onbekend, dan kan het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is ten aanzien van de activa van de verweerder of in diens laatst bekende woonplaats. Heeft de verweerder geen woonplaats in de Republiek Litouwen, dan kan het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is ten aanzien van de activa van de verweerder of in diens laatst bekende woonplaats in de Republiek Litouwen. Een alimentatievordering kan echter ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de verzoeker (de artikelen 26, 29 en 30 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

De staat voorziet in het onderhoud van minderjarige kinderen die langer dan een maand geen alimentatie hebben ontvangen van hun ouders of van volwassen naaste familieleden die wel over de middelen beschikken om ze te onderhouden (artikel 3.204 van het Burgerlijk Wetboek). De alimentatie wordt toegekend en betaald door het bestuur van het sociaal verzekeringsfonds van de staat, dat valt onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid. Bij het verzoek om alimentatie moet de verzoeker (de ouder aan wie de rechtbank de voogdij over het kind heeft toegewezen, of de voogd) de volgende bescheiden indienen: het alimentatieverzoek, de gerechtelijke beslissing of de door de rechtbank gewaarmerkte kinderalimentatieovereenkomst dan wel gelegaliseerde kopieën, afschriften of uittreksels daarvan, waarin het vastgestelde bedrag van de benodigde kinderalimentatie staat vermeld, alsmede de documenten waaruit blijkt dat: het kind een onderdaan van de Republiek Litouwen dan wel een staatloze persoon of een permanent in Litouwen verblijvende vreemdeling is; het kind langer dan een maand geen kinderalimentatie of slechts een deel daarvan heeft ontvangen; de verzoeker een onderdaan van de Republiek Litouwen dan wel een staatloze persoon of een permanent in Litouwen verblijvende vreemdeling is (wanneer de instantie de genoemde bescheiden of gegevens niet uit overheids- of instellingsregisters of uit de informatiesystemen van de overheid kan verkrijgen). Zodra het conform de voorgeschreven procedure de alimentatie heeft betaald, verkrijgt het bestuur van het sociale verzekeringsfonds (onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid) het recht om de betaalde bedragen plus de daarover verschuldigde rente voor iedere dag dat terugbetaling uitblijft, terug te vorderen van de onderhoudsplichtige. Een beslissing inzake het terugvorderen van betaalde alimentatie en/of verschuldigde rente vormt een executoriale titel.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Ja. Een verzoek kan namens een minderjarige worden ingediend door zijn of haar wettige vertegenwoordigers (ouder(s), adoptiefouder(s) of voogd). Een dergelijk verzoek kan ook worden ingediend door een persoon die handelingsbevoegd is als vertegenwoordiger van een natuurlijk persoon in een rechtbank (advocaat, juridisch raadsman enz.). Een natuurlijk persoon kan in een rechtbank ook worden vertegenwoordigd door een handelingsbevoegd persoon die een universitaire opleiding in de rechten heeft genoten, mits dat een nauw familielid of echtgeno(o)t(e) is. Onder nauw familielid wordt verstaan bloedverwanten tot de tweede graad (ouders en kinderen, grootouders en kleinkinderen) alsmede bloedverwanten in de zijlijn tot de tweede graad (broer or zus) (artikel 3.135 van het Burgerlijk Wetboek).

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

Alimentatiezaken worden in Litouwen behandeld door de arrondissementsrechtbanken. Het verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de verweerder. Is de woonplaats van de verweerder onbekend, dan kan het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is ten aanzien van de activa van de verweerder of in diens laatst bekende woonplaats. Heeft de verweerder geen woonplaats in de Republiek Litouwen, dan kan het verzoek worden ingediend bij de rechtbank die bevoegd is ten aanzien van de activa van de verweerder of in de laatst bekende woonplaats in de Republiek Litouwen. Een alimentatievordering kan echter ook worden ingesteld bij de rechtbank die bevoegd is in de woonplaats van de verzoeker (de artikelen 26, 29 en 30 van het Wetboek van Strafvordering).

De verzoeker hoeft zich bij het instellen van een vordering niet te laten vertegenwoordigen door een advocaat of andere tussenpersoon. Zie ook de vragen 3 en 4.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

De verzoeker hoeft zich bij het instellen van een vordering niet te laten vertegenwoordigen door een advocaat of andere tussenpersoon. Zie ook de vragen 3 en 4.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Gerechtskosten omvatten zegelrecht en zittingskosten (artikel 79 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De hoogte van het zegelrecht dat in rekening wordt gebracht voor het instellen van een vordering is geregeld in artikel 80 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In het geval van een vermogensgeschil wordt het zegelrecht berekend op basis van de waarde van de vordering: voor vorderingen tot en met 30 000 EUR – 3 %, met een minimum van 20 EUR; voor vorderingen van 30 000 EUR tot en met 100 000 EUR – 900 EUR plus 2 % van het bedrag van de vordering boven 30 000 EUR; voor vorderingen boven 100 000 EUR – 900 EUR plus 1 % van het bedrag van de vordering boven 100 000 EUR. Het maximale totale zegelrecht bij een vermogensgeschil bedraagt 15 000 EUR (artikel 80 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

In het geval van een vordering voor alimentatie in termijnen wordt voor het bedrag van de vordering uitgegaan van het totaalbedrag van de alimentatie per jaar (artikel 85 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). In een alimentatievordering is de verzoeker vrijgesteld van zegelrecht (artikel 83 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Een persoon die niet over voldoende financiële middelen beschikt, kan in aanmerking komen voor rechtsbijstand van de overheid op grond van de wettelijke procedure voor rechtsbijstand. De proceskosten in een burgerlijke procedure worden ook door secundaire rechtsbijstand van de overheid gedekt.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

Wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen ouders en kinderen

Als een van de ouders of beide ouders hun onderhoudsverplichtingen ten aanzien van hun kinderen niet vervullen, kan de rechter hen via een alimentatiebeschikking verplichten tot het betalen van kinderalimentatie in de vorm van: 1) een maandelijkse betaling; 2) een bedrag ineens; 3) activa die aan het kind worden overgedragen. In afwachting van de uitkomst van de procedure kan de rechter ook een voorlopige alimentatiebeschikking uitvaardigen. Het bedrag van de alimentatie moet evenredig zijn met de behoeften van de kinderen en de financiële situatie van de ouders; het moet de voorwaarden waarborgen die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind. Beide ouders zijn verplicht om te voorzien in het onderhoud van hun kinderen naargelang hun eigen financiële situatie dat toestaat (de artikelen 3.192 en 3.196 van het Burgerlijk Wetboek).

In geval van een vordering die door een kind, de ouder van het kind, de overheidsinstantie voor bescherming van de rechten van het kind of een openbaar aanklager is ingesteld, kan de rechter het bedrag van de alimentatie verlagen of verhogen indien de financiële situatie van de partijen na toekenning van de alimentatiebeschikking fundamenteel is gewijzigd. De rechter kan gelasten dat het bedrag van de alimentatie moet worden verhoogd als ten behoeve van de zorg voor het kind aanvullende onkosten worden gemaakt (in verband met ziekte, letsel, verpleging of permanente verzorging). De rechter kan zo nodig ook een beschikking uitvaardigen ter dekking van toekomstige onkosten in verband met de behandeling van het kind. Op verzoek van de bovengenoemde personen kan de rechter besluiten de eerder vastgestelde vorm van kinderalimentatie te wijzigen (artikel 3.201 van het Burgerlijk Wetboek).

Alimentatie voor volwassen kinderen wordt aan de ouders betaald (toegekend) in de vorm van een vaste maandelijkse som. De rechter stelt het bedrag van de alimentatie vast, rekening houdend met de financiële situatie van de kinderen en de ouders en met andere belangrijke omstandigheden. Bij het vaststellen van het alimentatiebedrag moet de rechter rekening houden met de onderhoudsverplichting ten aanzien van alle volwassen kinderen van de ouder, ongeacht of de alimentatievordering ten aanzien van alle kinderen of slechts één van hen is ingesteld (artikel 3.205 van het Burgerlijk Wetboek).

Wanneer de alimentatie in de vorm van periodieke betalingen wordt toegekend, wordt het alimentatiebedrag jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de inflatie, volgens de daartoe door de regering ingestelde procedure (artikel 3.208 van het Burgerlijk Wetboek).

De wederzijdse onderhoudsplicht van echtgenoten

Wanneer de rechter een alimentatiebeschikking afgeeft en beslist over de hoogte van de alimentatie, houdt hij rekening met de duur van het huwelijk, de behoefte aan alimentatie, de financiële situatie van de beide echtgenoten, hun gezondheidstoestand, leeftijd en mogelijkheid om inkomsten te verwerven, de kans dat de werkloze echtgenoot een baan vindt en andere belangrijke omstandigheden. De rechter kan bevelen dat de alimentatie wordt betaald als bedrag ineens, in maandelijkse termijnen of in de vorm van de overdracht van activa. Wordt de alimentatie toegekend in de vorm van periodieke betalingen, dan kan ieder van de echtgenoten een verzoek indienen tot verhoging, verlaging of beëindiging van de betalingen indien de omstandigheden fundamenteel wijzigen. Periodieke betalingen worden jaarlijks geïndexeerd krachtens de daartoe door de regering vastgestelde procedure (artikel 3.78 van het Burgerlijk Wetboek).

De wederzijdse onderhoudsplicht van voormalige echtgenoten.

Wanneer de rechter een alimentatiebeschikking afgeeft en beslist over de hoogte van de alimentatie, houdt hij rekening met de duur van het huwelijk, de behoefte aan alimentatie, de financiële situatie van beide voormalige echtgenoten, hun gezondheidstoestand, leeftijd en vermogen om te werken, de kans dat de werkloze echtgeno(o)t(e) een baan vindt en andere belangrijke omstandigheden. De alimentatie wordt verminderd, van tijdelijke aard verklaard of geweigerd wanneer sprake is van ten minste één van de volgende omstandigheden:

1) het huwelijk heeft minder dan één jaar geduurd; 2) de tot alimentatie gerechtigde echtgeno(o)t(e) heeft een misdrijf begaan tegen de andere echtgeno(o)t(e) of diens naaste verwanten; 3) de precaire financiële situatie van de tot alimentatie gerechtigde echtgeno(o)t(e) is toe te schrijven aan diens eigen verwijtbare handelingen; 4) de om alimentatie verzoekende echtgeno(o)t(e) heeft tijdens het huwelijk niet bijgedragen aan de gezamenlijke bezittingen van de echtgenoten of heeft moedwillig in strijd met de belangen van de andere echtgeno(o)t(e) of familieleden gehandeld. De rechter kan bevelen dat de alimentatie wordt betaald als bedrag ineens, in maandelijkse termijnen of in de vorm van de overdracht van activa.

Wordt de alimentatie toegekend in de vorm van periodieke betalingen, dan kan ieder van de echtgenoten een verzoek indienen tot verhoging, verlaging of beëindiging van de betalingen indien de omstandigheden fundamenteel wijzigen. De periodieke betalingen worden verricht zolang de onderhoudsgerechtigde in leven is en worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de inflatievoet conform de daartoe door de regering vastgestelde procedure. Wanneer de voormalige echtgeno(o)t(e) aan wie alimentatie is toegekend, overlijdt of hertrouwt, wordt de betaling van de alimentatie beëindigd (artikel 3.72 van het Burgerlijk Wetboek).

Wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen overige familieleden

Voor zover mogelijk heeft een volwassen persoon een onderhoudsplicht ten aanzien van zijn of haar minderjarige broer of zus als die laatste behoeftig is, geen ouders meer heeft of niet door hen onderhouden kan worden (artikel 3.236 van het Burgerlijk Wetboek). Voor zover zij daartoe in staat zijn, hebben volwassen kleinkinderen een onderhoudsplicht ten aanzien van hun grootouders als die laatsten niet kunnen werken en behoeftig zijn. Voor zover zij daartoe in staat zijn, hebben grootouders een onderhoudsplicht ten aanzien van hun minderjarige kleinkinderen als die laatsten geen ouders meer hebben of niet door hen onderhouden kunnen worden (artikel 3.237 van het Burgerlijk Wetboek). De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wederzijdse onderhoudsverplichtingen tussen kinderen en hun ouders zijn van overeenkomstige toepassing.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De onderhoudsplichtige betaalt de alimentatie aan de onderhoudsgerechtigde. Wanneer een verzoek namens een minderjarig kind wordt ingediend door een van diens ouders, dan wordt de alimentatie betaald aan die ouder en niet aan het kind zelf. Is het kind onder voogdij geplaatst, dan wordt de alimentatie betaald aan de voogd, en is die laatste verplicht de alimentatie uitsluitend aan te wenden in het belang van het kind.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Een verzoek om tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing moet aan een deurwaarder worden gericht. De ingediende executoriale titel is de basis voor de tenuitvoerleggingsmaatregel. Onder executoriale titel wordt onder meer verstaan een executoriale titel die op grond van een gerechtelijke beslissing is uitgevaardigd, maar bijvoorbeeld ook een gerechtelijk bevel. Als de executoriale beschikking eenmaal definitief is geworden, verstrekt de rechtbank van eerste aanleg de executoriale titel aan de onderhoudsgerechtigde op basis van een schriftelijk verzoek daartoe.

Wie niet voldoet aan een onderhoudsverplichting ten aanzien van een kind, kan strafrechtelijk worden vervolgd: ingevolge artikel 164 van het Wetboek van Strafrecht moet aan een persoon die niet voldoet aan een door de rechter opgelegde verplichting om in het onderhoud van een kind te voorzien, om kinderalimentatie te betalen of om anderszins noodzakelijke financiële steun voor een kind te verstrekken, een taakstraf, vrijheidsbeperking, hechtenis of een gevangenisstraf tot twee jaar worden opgelegd. Ook een persoon die verzuimt te voldoen aan een andersoortige gerechtelijke beslissing kan strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld: ingevolge artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht pleegt een persoon die zich niet houdt aan een niet-bestraffende gerechtelijke beslissing een strafbaar feit waarvoor hij kan worden veroordeeld tot een taakstraf, een boete, een vrijheidsbeperking of hechtenis.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Een vordering jegens een natuurlijk persoon mag niet ten uitvoer worden gelegd ten laste van huishoudelijke materialen, werkmaterialen, opleidingsmaterialen of andere activa die noodzakelijk zijn voor het levensonderhoud van de onderhoudsplichtige of zijn of haar gezin of voor zijn of haar beroepsmatige werkzaamheden of opleiding. Zie voor een volledig overzicht van dergelijke activa het handboek voor tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen. Evenmin mag een vordering tot het bedrag van het van overheidswege vastgestelde maandelijkse minimumloon worden verhaald op voorwerpen die kinderen of gehandicapten nodig hebben (artikel 668 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Op grond van een executoriale titel worden bedragen ingehouden op het aandeel van de onderhoudsplichtige in loon of gelijkwaardige betalingen en toelagen tot het wettelijke maandelijkse minimumloon, totdat de in te vorderen bedragen geheel zijn gedekt: bij de tenuitvoerlegging van een plicht tot het betalen van alimentatie in termijnen of vergoeding voor schade die door verminking of andersoortige aantasting van de gezondheid of door overlijden van de kostwinner is veroorzaakt, wordt 30 % ingehouden, tenzij anderszins in de executoriale titel voorgeschreven dan wel door de wet of de rechtbank vereist. Op het deel van het loon en gelijksoortige betalingen en toelagen dat het wettelijke maandelijkse minimumloon overschrijdt, wordt 50 % ingehouden, tenzij anderszins door de wet of de rechtbank vereist (artikel 736 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Verder worden in artikel 739 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de geldbedragen vermeld die zijn vrijgesteld van invordering (zoals moederschaps- en vaderschapsuitkeringen, kinderbijslag enz.).

Een vordering mag niet op de activa van de onderhoudsplichtige worden verhaald, als die laatste tegenover de deurwaarder heeft bewezen dat hij het in te vorderen bedrag en de tenuitvoerleggingskosten in zes maanden kan betalen of, bij invordering ten laste van de enige woning van de onderhoudsplichtige, die ook zijn verblijfplaats is, in achttien maanden door middel van inhouding van de in artikel 736 van het Wetboek van Burgerlijke Strafvordering genoemde bedragen op loon, pensioen, een studiebeurs of andere door de onderhoudsplichtige genoten inkomsten.

Een op grond van een gerechtelijke beslissing uitgevaardigde executoriale titel kan met het oog op tenuitvoerlegging worden ingediend tot vijf jaar na het van kracht worden van die beslissing. Heeft de rechter bepaald dat het gevorderde bedrag periodiek moet worden terugbetaald, dan blijft de executoriale titel gedurende de hele invorderingsperiode geldig, waarbij de uiterste termijn aanvangt op de dag waarop de termijn voor iedere afzonderlijke betaling is verstreken (artikel 605 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

De staat onderhoudt minderjarige kinderen als zij meer dan een maand geen alimentatie hebben ontvangen van hun ouders of volwassen naaste verwanten, ook als die wel over de middelen daartoe beschikken (artikel 3.204 van het Burgerlijk Wetboek). De alimentatie wordt toegekend en betaald door het bestuur van het sociale verzekeringsfonds van de staat, dat valt onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid. Bij het verzoek om alimentatie moet de verzoeker (de ouder aan wie de rechtbank de voogdij over het kind heeft toegewezen, of de voogd) de volgende bescheiden indienen: het alimentatieverzoek, de gerechtelijke beslissing of de door de rechtbank gewaarmerkte kinderalimentatieovereenkomst dan wel gelegaliseerde kopieën, afschriften of uittreksels daarvan, waarin het vastgestelde bedrag van de benodigde kinderalimentatie staat vermeld, alsmede de bescheiden waaruit blijkt dat: het kind een onderdaan van de Republiek Litouwen dan wel een staatloze persoon of een permanent in Litouwen verblijvende vreemdeling is; het kind langer dan een maand in het geheel geen kinderalimentatie of slechts een deel daarvan heeft ontvangen; de verzoeker een onderdaan van de Republiek Litouwen dan wel een staatloze persoon of een permanent in Litouwen verblijvende vreemdeling is (wanneer de instantie de genoemde documenten of gegevens niet uit overheids- of instellingsregisters of informatiesystemen van de overheid kan verkrijgen). Zodra het conform de voorgeschreven procedure de alimentatie heeft betaald, verkrijgt het bestuur van het sociale verzekeringsfonds (onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid) het recht om de betaalde bedragen plus de daarover verschuldigde rente voor iedere dag dat terugbetaling uitblijft, terug te vorderen van de onderhoudsplichtige. Een beslissing inzake het terugvorderen van betaalde alimentatie en/of verschuldigde rente vormt een executoriale titel.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

Zie vraag 12.

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

De dienst voor rechtsbijstand van de overheid is de centrale autoriteit die de taken uitvoert zoals genoemd in Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (hierna de “alimentatieverordening” genoemd).

Voor zover een verzoek betrekking heeft op onderhoudsverplichtingen van personen jonger dan 21 jaar voortvloeiende uit de relatie tussen ouders en kinderen, worden de in artikel 51 van de alimentatieverordening genoemde taken van de centrale autoriteit verricht door het bestuur van het sociale verzekeringsfonds van de staat (dat valt onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid).

Contactgegevens van de dienst voor rechtsbijstand van de overheid:

Adres: Odminių g. 3, 01122 Vilnius, tel. +370 700 00 211, fax +370 700 35 006, e-mail: teisinepagalba@vgtpt.lt

Contactgegevens van het bestuur van het sociale verzekeringsfonds van de staat, dat valt onder het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid:

Board of the State Social Insurance Fund, Mažeikiai branch. Adres: Odminių g. 4, 01122 Vilnius, tel. +370 443 00 26659, fax +370 443 35 27341, e-mail: mazeikiai@sodra.lt

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

15.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie en welk soort bijstand kan ik krijgen?

Zie vraag 14.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Ja.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Het Haagse Protocol van 2007 is in Litouwen van toepassing.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Wanneer de alimentatieverordening van toepassing is, wordt rechtsbijstand verleend overeenkomstig de artikelen 44 tot en met 47 van die verordening, artikel 31, lid 5, van de Wet inzake de tenuitvoerlegging van EU- en internationale wetgeving betreffende civiele procedures en de Wet inzake rechtsbijstand van de overheid. Een verzoek om rechtsbijstand van de overheid wordt rechtstreeks doorgestuurd naar de bevoegde autoriteiten die voor dit type rechtsbijstand verantwoordelijk zijn (de dienst voor rechtsbijstand van de overheid en zijn plaatselijke vestigingen).

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Met het oog op tenuitvoerlegging van de alimentatieverordening zijn er wetswijzigingen aangenomen op de Litouwse Wet inzake de tenuitvoerlegging van EU- en internationale wetgeving betreffende civiele procedures. Met die wijzigingen worden de instellingen vermeld die bevoegd zijn tot uitvoering van de taken van de centrale autoriteit uit hoofde van de alimentatieverordening en de rechtsbijstandsprocedure, en verkrijgen de instellingen die optreden als centrale autoriteit de bevoegdheid om bij nationale en gemeentelijke instellingen, andere instanties, banken en andere krediet- en financiële instellingen, en overheidsregisters en andere informatiesystemen kosteloos de informatie op te vragen die zij nodig hebben om hun taken uit hoofde van de alimentatieverordening te kunnen uitvoeren.

Laatste update: 29/06/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website