Alimentatie

Letland
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat betekenen de begrippen "levensonderhoud" en "onderhoudsplicht" in de praktijk? Welke personen zijn jegens anderen onderhoudsplichtig?

Het Letse nationale recht geeft geen uitvoerige definitie van het begrip levensonderhoud, maar er bestaat algemene overeenstemming over specifieke kwesties in verband met het levensonderhoud van een andere persoon. Zo omvat het levensonderhoud van een kind alle uitgaven ten behoeve van het kind die alle ouders, ongeacht hun financiële situatie, moeten doen. Het minimumbedrag hiervoor wordt vastgesteld door de regering (Ministru kabinets, "ministerraad"). De definitie van levensonderhoud van kinderen wordt gegeven in de Wet betreffende het Alimentatiewaarborgfonds.

Voor vele kwesties betreffende onderhoudsplichten – waarvoor verschillende benamingen worden gebruikt, zoals "levensonderhoud" (uzturlīdzekļi) of "bestaansmiddelen om de vroegere levenstandaard in stand te houden" (līdzekļi iepriekšējā labklājības līmeņa nodrošināšanai) – is de algemene overeenstemming gebaseerd op middels gerechtelijke vonnissen tot stand gekomen jurisprudentie. Zo wordt algemeen aanvaard dat onder alimentatie tussen echtgenoten wordt verstaan: financiële bijstand op lange termijn van een echtgeno(o)t(e) aan de andere echtgeno(o)t(e) van wie de materiële omstandigheden zijn verslechterd.

Onderhoudsplichtige personen:

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun kinderen

De ouders van een kind zijn onderhoudsplichtig jegens het kind tot het kind in staat is om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. De verplichting om in het levensonderhoud van een kind te voorzien eindigt derhalve niet bij de meerderjarigheid van het kind. Als het kind meerderjarig is, kan een rechtbank echter beoordelen of een alimentatievordering al dan niet moet worden toegewezen indien het meerderjarige kind geen hoger onderwijs of voortgezette beroepsopleiding meer volgt en wel in staat is om door arbeid in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien, maar dat niet doet. Daarbij moet in gedachten worden gehouden dat de verplichting van de ouders om in het levensonderhoud van hun kinderen te voorzien in verhouding moet staan tot de financiële middelen van elke ouder. Dat neemt niet weg dat elke ouder, ongeacht zijn of haar financiële situatie, verplicht is om het door de regering voorgeschreven minimumbedrag aan levensonderhoud te verstrekken. De verplichting om in het levensonderhoud van het kind te voorzien is bindend, ongeacht of het kind bij een van de ouders, beide ouders of elders woont.

In het levensonderhoud van een kind voorzien betekent dat het kind moet worden voorzien van voeding, kledij, onderdak en gezondheidszorg, persoonlijke verzorging, onderwijs en opvoeding (zodat voor zowel de geestelijke als de fysieke ontwikkeling van het kind wordt gezorgd, met de nodige aandacht voor zijn of haar persoonlijkheid, vaardigheden en interesses, en het kind wordt voorbereid op een nuttige rol in de samenleving).

Kinderen zijn onderhoudsplichtig jegens hun ouders

Alle kinderen zijn in gelijke mate verplicht om in het levensonderhoud van hun ouders te voorzien. Als de financiële omstandigheden van de kinderen ongelijk zijn, kan een rechtbank de onderhoudsplicht van elk kind jegens de ouders vaststellen in verhouding tot zijn of haar financiële middelen.

Een echtgeno(o)t(e) is onderhoudsplichtig jegens de andere echtgeno(o)t(e)

Als een huwelijk nietig wordt verklaard en een van de ex-echtgenoten bij het sluiten van het huwelijk op de hoogte was van de mogelijke nietigheid, kan de andere echtgeno(o)t(e), die daar niet van op de hoogte was, van hem of haar bestaansmiddelen eisen in verhouding tot de financiële middelen van deze ex-echtgeno(o)t(e) teneinde zijn of haar vroegere levensstandaard te behouden. Ook na een echtscheiding kan een ex-echtgeno(o)t(e) van de andere ex-echtgeno(o)t(e) bestaansmiddelen eisen in verhouding tot de financiële middelen van deze ex-echtgeno(o)t(e) teneinde zijn of haar vroegere levensstandaard te behouden.

Er bestaat geen verplichting om een ex-echtgeno(o)t(e) te voorzien van de bestaansmiddelen om zijn of haar vroegere levensstandaard in stand te houden indien:

  1. de periode die is verstreken sinds het huwelijk is ontbonden of nietig is verklaard even lang of langer is dan de periode die het huwelijk dan wel het samenleven heeft geduurd;
  2. de ex-echtgeno(o)t(e) is hertrouwd;
  3. het inkomen van de ex-echtgeno(o)t(e) voldoende is om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien;
  4. de ex-echtgeno(o)t(e) afziet van alimentatie omdat hij of zij zelf voldoende verdient;
  5. de ex-echtgeno(o)t(e) onderhoudsplichtig is, maar over onvoldoende middelen beschikt om op het bestaansminimum te leven of arbeidsongeschikt is geworden;
  6. de ex-echtgeno(o)t(e) een misdrijf heeft gepleegd tegen de andere ex-echtgeno(o)t(e) of een van diens familieleden in opgaande of neergaande lijn, zoals een aanslag op het leven of de gezondheid, vrijheidsberoving, beschadiging of diefstal van eigendom of smaad;
  7. de ex-echtgeno(o)t(e) heeft nagelaten, ook al was hij of zij daar wel toe in staat, om de andere ex-echtgeno(o)t(e) te helpen toen deze in een hulpeloze toestand verkeerde;
  8. de ex-echtgeno(o)t(e) een van de onder punt 6 bedoelde personen doelbewust valselijk heeft beschuldigd van een misdrijf;
  9. de ex-echtgeno(o)t(e) een immoreel of spilziek leven leidt;
  10. een van de ex-echtgenoten stervende is of geacht wordt te zijn overleden;
  11. er andere zwaarwegende redenen van toepassing zijn.

Ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun kleinkinderen

Als er geen ouders zijn, of als deze niet in het levensonderhoud van hun kind kunnen voorzien, rust deze plicht in gelijke mate op de grootouders. Als de financiële middelen van de grootouders ongelijk zijn, kan een rechtbank hun onderhoudsplichten vaststellen in verhouding tot de financiële middelen van elke grootouder.

Kleinkinderen zijn onderhoudsplichtig jegens hun grootouders

De onderhoudsplicht jegens grootouders, indien nodig, rust in gelijke mate op alle kleinkinderen. Als de financiële omstandigheden van de kleinkinderen ongelijk zijn, kan een rechtbank hun onderhoudsplichten jegens hun grootouders vaststellen in verhouding tot de financiële middelen van elk kleinkind.

Onderhoudsplichten op grond van een alimentatieovereenkomst

Partijen kunnen een onderhoudsplicht vastleggen in een alimentatieovereenkomst. Krachtens deze overeenkomst voorziet een partij de andere partij van materiële voordelen, in contanten of in natura, in ruil waarvoor de andere partij hem of haar voor de duur van zijn of haar leven of voor een andere overeengekomen duur alimentatie verstrekt. Tenzij anders wordt overeengekomen, omvat alimentatie voeding, onderdak, kledij en verzorging, maar als de ontvanger van de alimentatie minderjarig is ook opvoeding en onderwijs in een instelling voor basisonderwijs.

Onderhoudsplicht als gevolg van persoonlijk letsel

Als een persoon die onderhoudsplichtig is jegens een andere persoon overlijdt als gevolg van een persoonlijk letsel, gaat de onderhoudsplicht over op de persoon die aansprakelijk is voor dit overlijden. Het bedrag van de schadevergoeding zal door een rechtbank naar eigen inzicht worden vastgesteld, rekening houdend met de leeftijd van de overledene, de mate waarin hij of zij bij leven in staat was om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien, en ten slotte de behoeften van de persoon aan wie de alimentatie moet worden verstrekt. Als de persoon aan wie de alimentatie moet worden verstrekt over voldoende middelen beschikt om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien, kan deze geen alimentatie vorderen.

2 Tot welke leeftijd heeft een kind aanspraak op levensonderhoud? Zijn de regels inzake levensonderhoud verschillend voor minderjarigen en volwassenen?

De ouders van een kind zijn onderhoudsplichtig jegens dat kind tot het in staat is om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien. De verplichting om in het levensonderhoud van een kind te voorzien eindigt derhalve niet bij de meerderjarigheid van het kind. Als het kind meerderjarig is, kan een rechtbank echter beoordelen of een alimentatievordering al dan niet moet worden toegewezen indien het meerderjarige kind geen hoger onderwijs of voortgezette beroepsopleiding meer volgt en wel in staat is om door arbeid in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien, maar dat niet doet.

In het Letse recht wordt niet omschreven welke bestaansmiddelen nodig zijn om de vroegere levensstandaard van de andere ex-echtgeno(o)t(e) in stand te houden. Ook wordt niet omschreven wat de onderhoudsplicht jegens ouders en grootouders precies inhoudt.

Wel wordt in het Letse recht gedefinieerd wat in het levensonderhoud van een kind voorzien betekent, namelijk dat het kind moet worden voorzien van voeding, kledij, onderdak en gezondheidszorg, persoonlijke verzorging, onderwijs en opvoeding (zodat voor zowel de geestelijke als de fysieke ontwikkeling van het kind wordt gezorgd, met de nodige aandacht voor zijn of haar persoonlijkheid, vaardigheden en interesses, en het kind wordt voorbereid op een nuttige rol in de samenleving). De mate waarin in het levensonderhoud van een kind moet worden voorzien is afhankelijk van het recht van het kind op passende levensomstandigheden en de feitelijke behoeften van het kind.

3 Moet ik om alimentatie verzoeken bij een bevoegde autoriteit of rechterlijke instantie? Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze procedure?

Om de vervulling van een onderhoudsplicht af te dwingen, moet de verzoeker een daartoe strekkend verzoek indienen bij een rechtbank overeenkomstig de in de Wet burgerlijke rechtsvordering beschreven procedure. Dit verzoek moet vergezeld gaan van de vereiste documenten.

De ouders van een kind kunnen een overeenkomst hebben gesloten in de vorm van een notariële akte (notarial akts) waarin wordt voorzien in de betaling van maandelijkse alimentatie. Een dergelijke overeenkomst vormt een civielrechtelijke transactie, die rechtsgevolgen heeft in de zin dat de overeenkomst beide partijen ertoe verbindt om de bepalingen van een wettig opgesteld contract te respecteren en na te leven. Als een van de ouders van het kind verzuimt om een overeenkomst inzake vaste of periodieke alimentatiebetalingen na te leven, kan de overeenkomst aan de gerechtsdeurwaarder (tiesu izpildītājs) worden overgelegd voor tenuitvoerlegging.

Letland heeft een Alimentatiewaarborgfonds (Uzturlīdzekļu garantiju fonds) ingesteld om uit de begroting van de centrale overheid alimentatie te verstrekken aan minderjarige kinderen. De middelen van het fonds worden beheerd door een speciaal daartoe ingestelde dienst (Uzturlīdzekļu garantiju fonda administrācija). Deze dienst (de beherende dienst) valt rechtstreeks onder het ministerie van Justitie.

Bij het Alimentatiewaarborgfonds kan alimentatie worden verkregen op voorwaarde dat eerst langs gerechtelijke weg is geprobeerd alimentatie te innen; pas als is gebleken dat de vordering niet ten uitvoer kan worden gelegd, kan de onderhoudsgerechtigde een aanvraag indienen bij de beherende dienst.

De beherende dienst verstrekt alleen voorschotten op de alimentatie als is vastgesteld dat de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het door de regering vastgestelde minimumbedrag aan alimentatie te betalen.

De beherende dienst heeft de plicht om een schuld te innen bij een onderhoudsplichtige zonder dat daarvoor een speciale gerechtelijke beslissing nodig is, tot de hoogte van het door de dienst uitgekeerde alimentatiebedrag.

De procedure voor het verkrijgen van alimentatie van de beherende dienst is als volgt:

De verzoeker – het onderhoudsgerechtigde kind – kan rechtstreeks een verzoek indienen bij de beherende dienst, dat vergezeld moet gaan van de volgende documenten:

  • een afschrift van de gerechtelijke beslissing waarbij alimentatie wordt toegekend;
  • een verklaring van een deurwaarder waarin deze bevestigt dat de tenuitvoerlegging van een beslissing tot toekenning van alimentatie is mislukt of dat de alimentatieplichtige de beslissing naleeft, maar niet in staat is om het door de regering vastgestelde minimumbedrag aan alimentatie te betalen; deze verklaring moet binnen een maand na de afgifte ervan bij de beherende dienst worden ingediend;
  • als de alimentatie wordt gevorderd door een gevolmachtigde vertegenwoordiger, een document waarin de volmacht is vastgelegd.

4 Kan het verzoek worden gedaan namens een familielid (zo ja, van welke graad) of een kind?

Ja, een gevolmachtigde vertegenwoordiger kan een vordering instellen namens een familielid of een nauwe verwant. In geval van minderjarige kinderen kan de vordering worden ingesteld door hun wettelijke vertegenwoordigers, d.w.z. hun ouders of voogden.

5 Indien ik naar de rechter wil stappen, hoe weet ik dan welke rechter bevoegd is?

De regels inzake de bevoegdheid van rechtbanken bepalen dat de bevoegde rechtbank voor de inning van alimentatie van welk type ook de arrondissements- of stadsrechtbank (rajona (pilsētas) tiesa) is.

In Letland is de rechtbank bevoegd op grond van:

  • Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen (de "alimentatieverordening");
  • bilaterale en multilaterale verdragen die voor de Republiek Letland bindend zijn;
  • de Wet burgerlijke rechtsvordering, als de bepalingen van de alimentatieverordening of de bepalingen van voor de Republiek Letland bindende bilaterale en multilaterale verdragen niet van toepassing zijn.

De Wet burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de volgende Letse rechtbanken bevoegd zijn voor de behandeling van alimentatievorderingen:

  • een gerechtelijke actie kan aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van de plaats waar de verweerder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft;
  • indien de gewone verblijfplaats van de verweerder niet bekend is, of als de verweerder geen vaste verblijfplaats heeft in Letland, kan een gerechtelijke actie aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van de plaats waar de verweerder onroerende zaken bezit, of bij de rechtbank van de laatste bekende verblijfplaats van de verweerder;
  • een gerechtelijke actie betreffende de inning van alimentatie voor een kind of een ouder kan ook aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank van de gewone verblijfplaats van de eiser;
  • een gerechtelijke actie betreffende een onderhoudsplicht die voortvloeit uit persoonlijk letsel kan ook aanhangig worden gemaakt in de plaats waar de eiser zijn of haar gewone verblijfplaats heeft of de plaats waar het letsel is toegebracht.

6 Heb ik als verzoeker een vertegenwoordiger (bv. advocaat, centrale of lokale autoriteit enz.) nodig om de zaak bij de rechter aanhangig te maken? Zo nee, welke procedures zijn van toepassing?

Om een actie aanhangig te maken en een vordering in te stellen bij een rechtbank hoeft de verzoeker geen advocaat of enige andere tussenpersoon in te schakelen. Ook hoeft de verzoeker voorafgaand aan de behandeling van de zaak door de rechtbank geen poging tot verzoening te ondernemen.

Tijdens de voorbereiding van de zaak moet de rechter er echter naar streven om de partijen met elkaar te verzoenen. De partijen worden daarom aangemoedigd om een tot een onderling vergelijk te komen voordat de zaak door de rechtbank wordt onderzocht.

Ook moet worden benadrukt dat de partijen overeenstemming over alimentatievorderingen kunnen bereiken zonder de zaak voor de rechter te brengen.

7 Moet ik vergoedingen betalen voor het aanhangig maken van de zaak? Zo ja, hoeveel bedragen deze ongeveer? Kan ik, wanneer mijn financiële middelen ontoereikend zijn, rechtsbijstand krijgen om de kosten van de procedure te dekken?

Overeenkomstig artikel 43 van de Wet burgerlijke rechtsvordering zijn de volgende personen vrijgesteld van de betaling van gerechtskosten aan de staat (valsts nodeva), griffierechten (kancelejas nodeva) en procedurekosten (ar lietas izskatīšanu saistītie izdevumi):

  • eisers in geval van vorderingen voor de inning van alimentatie voor een kind of een ouder en vorderingen voor de vaststelling van vaderschap indien de actie aanhangig wordt gemaakt samen met een vordering voor de inning van kinderalimentatie;
  • verzoekers in verband met de erkenning of de erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing van een ander land met betrekking tot de betaling van alimentatie voor een kind of een ouder;
  • eisers in geval van vorderingen wegens persoonlijk letsel dat verminking, andere gezondheidsschade of het overlijden van een persoon tot gevolg heeft gehad;
  • verweerders in zaken met betrekking tot de verlaging van door een rechter vastgestelde alimentatiebetalingen voor een kind of een ouder.

Een vordering (prasības pieteikumu) kan een oorspronkelijke vordering of een tegenvordering zijn, of een verzoek dat is ingediend in een zaak die reeds aanhangig is gemaakt door een derde met een onafhankelijke vordering in verband met het onderwerp van het geschil, of een verzoek dat is ingediend in een bijzondere arbitrageprocedure, of een ander bij de rechtbank ingediend verzoek waarin de toepasselijke wetgeving voorziet. Voor elke vordering is een vergoeding verschuldigd, die als volgt wordt berekend:

  • tot 2 134 EUR: 15 % van het gevorderde bedrag, maar niet minder dan 71,14 EUR;
  • van 2 135 EUR tot 7 114 EUR: 320,10 EUR plus 4 % van het gevorderde bedrag dat 2 134 EUR overschrijdt;
  • van 7 115 EUR tot 28 457 EUR: 519,30 EUR plus 3,2 % van het gevorderde bedrag dat 7 114 EUR overschrijdt;
  • van 28 458 EUR tot 142 287 EUR: 1 202,28 EUR plus 1,6 % van het gevorderde bedrag dat 28 457 EUR overschrijdt;
  • van 142 288 EUR tot 711 435 EUR: 3 023,56 EUR plus 1 % van het gevorderde bedrag dat 142 287 EUR overschrijdt;
  • meer dan 711 435 EUR: 8 715,04 EUR plus 0,6 % van het gevorderde bedrag dat 711 435 EUR overschrijdt.

In zaken betreffende de inning van alimentatie wordt het gevorderde bedrag geacht gelijk te zijn aan het totale jaarlijks te betalen alimentatiebedrag.

In Letland wordt rechtsbijstand voor buitenlandse eisers of verzoekers die krachtens de alimentatieverordening recht op rechtsbijstand hebben, verleend door de op grond van de verordening aangewezen centrale autoriteit, te weten de beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds. Deze dienst verleent kosteloze rechtsbijstand en voorziet in vertegenwoordiging ten overstaan van de Letse rechtbanken en tenuitvoerleggingsinstanties voor nationale onderhoudsgerechtigden en buitenlandse onderhoudsgerechtigden die krachtens de verordening recht hebben op rechtsbijstand.

In gevallen waarin de alimentatieverordening niet voorziet verleent de Letse staat kosteloze rechtsbijstand aan personen wier bijzondere situatie of bezittingen en inkomen verhinderen dat ze hun rechten naar behoren kunnen beschermen. Rechtsbijstand wordt toegekend overeenkomstig de Wet betreffende van staatswege toegekende rechtsbijstand.

In dergelijke gevallen is rechtsbijstand beschikbaar om de kosten van het opstellen van processtukken, juridisch advies tijdens de procedure en vertegenwoordiging voor de rechtbank te dekken. In grensoverschrijdende geschillen kan de betrokkene daarnaast ook aanspraak maken op de diensten van een tolk, de vertaling van bepaalde gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken en door de betrokkene ingediende documenten als die voor de zaak noodzakelijk zijn, en in bepaalde gevallen kunnen ook de reiskosten voor deelname aan terechtzittingen worden vergoed. De gerechtskosten worden niet door de staat gedekt. Gerechtskosten omvatten de vergoeding aan de staat, griffierechten en procedurekosten, zoals de te betalen vergoedingen voor getuigen en deskundigen, kosten in verband met de ondervraging van getuigen, kosten in verband met de afgifte van een afschrift van het verzoekschrift van de eiser en de betekening van een dagvaarding enz. De rechtbank kan een persoon echter, na de materiële omstandigheden van een persoon te hebben beoordeeld, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de betaling van gerechtskosten aan de staat of toestaan dat deze kosten in termijnen worden betaald.

8 Welk soort alimentatie kan door de rechter worden toegekend? Hoe wordt het bedrag van de alimentatie berekend? Kan de rechterlijke beslissing worden herzien wanneer de kosten voor levensonderhoud of de gezinssituatie wijzigen? Zo ja, hoe (bv. via een automatisch indexeringssysteem)?

De rechtbank kan alimentatie voor een kind toekennen in de vorm van een vast bedrag of in andere vormen, zoals voedsel, kledij, onderdak enz., of beide.

Om het definitieve bedrag van de alimentatie te beoordelen en vast te stellen, zal de rechtbank eerst de financiële situatie en de woon- en gezinsomstandigheden van de partijen in aanmerking nemen, rekening houdend met het door de partijen verstrekte bewijsmateriaal.

In zaken betreffende de inning van kinderalimentatie zal de rechtbank alle omstandigheden en bewijsmiddelen in de zaak afwegen en vervolgens het bedrag van de alimentatie vaststellen. Het minimumbedrag aan alimentatie dat elke ouder volgens de door de regering vastgestelde regelgeving maandelijks moet betalen voor elk kind vanaf de geboorte tot de leeftijd van 7 jaar, is 25 % van het door de regering vastgestelde minimummaandloon, en vanaf 7 jaar tot de leeftijd van 18 jaar 30 % van het door de regering vastgestelde minimummaandloon.

Wanneer eenmaal alimentatie is toegekend, moet voor elke wijziging van het bedrag en de termijn waarover alimentatie moet worden betaald, en ook voor het verkrijgen van een vrijstelling van de betaling van de alimentatie, door de betrokken partij een afzonderlijk verzoek worden ingediend. De rechtbank kan vervolgens, in een nieuwe procedure, het alimentatiebedrag evalueren en naar boven of naar beneden bijstellen op grond van veranderingen in de materiële en gezinssituatie van de betrokken partijen.

9 Hoe en aan wie wordt de alimentatie betaald?

De onderhoudsplichtige moet de alimentatie betalen aan de onderhoudsgerechtigde. Als een vordering namens een minderjarig kind aanhangig wordt gemaakt door de ouders of voogd van het kind, wordt de alimentatie aan de ouders of voogd betaald in plaats van aan het kind. Traditioneel wordt alimentatie periodiek betaald in de vorm van vaste bedragen, bijvoorbeeld door middel van inhoudingen op het loon; in een beperkt aantal gevallen wordt alimentatie in andere vormen uitgekeerd.

10 Hoe kan een persoon (de onderhoudsplichtige) die niet vrijwillig betaalt, tot betaling worden gedwongen?

Als de onderhoudsplichtige nalaat vrijwillig alimentatie te betalen, moet de persoon waaraan die is toegekend een dwangbevel (izpildu raksts) verkrijgen bij de rechtbank die de zaak heeft behandeld. Dat dwangbevel, of een in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven executiebevel, moet vervolgens voor tenuitvoerlegging worden ingediend bij een deurwaarder (tiesu izpildītājs), uiterlijk 10 jaar nadat de gerechtelijke beslissing of het rechterlijk vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij andere verjaringstermijnen gelden (indien periodieke betalingen worden geïnd op grond van een gerechtelijk vonnis, blijft het dwangbevel van kracht gedurende de hele periode waarover de periodieke betalingen zijn toegekend, en de verjaringstermijn loopt vanaf de uiterste betalingsdatum voor elke betaling). De deurwaarder zal op schriftelijk verzoek van de persoon die om de tenuitvoerlegging van het bevel verzoekt tot gedwongen executie overgaan. De deurwaarder is verplicht het dwangbevel ten uitvoer te leggen indien de verblijfplaats van de onderhoudsplichtige, de locatie van zijn of haar vermogen of de plaats waar hij of zij werkt in zijn ambtsgebied (iecirknis) gelegen is. De deurwaarder kan ook andere dwangbevelen aanvaarden die ten uitvoer moeten worden gelegd in het rechtsgebied van de regionale rechtbank (apgabaltiesa) waaraan de deurwaarder is verbonden, dat het gebied is waar de deurwaarder bevoegd is om op te treden.

Dwangmaatregelen zijn bijvoorbeeld: a) beslag op roerende zaken die aan de onderhoudsplichtige toebehoren, met inbegrip van roerende zaken die in het bezit zijn van andere personen, en op immateriële activa van de onderhoudsplichtige, door de verkoop daarvan, b) beslag op door andere personen aan de onderhoudsplichtige verschuldigde geldbedragen (beloningen voor werkzaamheden, daaraan gelijkwaardige betalingen, andere inkomsten van de onderhoudsplichtige, deposito's bij kredietinstellingen), c) beslag op onroerende zaken die aan de onderhoudsplichtige toebehoren door de verkoop daarvan, of d) andere in het vonnis beschreven maatregelen.

11 Beschrijf kort alle met betrekking tot de tenuitvoerlegging geldende beperkingen, met name de voorschriften ter bescherming van de onderhoudsplichtige en inzake verval- of verjaringstermijnen.

Krachtens artikel 570 van de Wet burgerlijke rechtsvordering kan inning niet plaatsvinden op basis van het vermogen van de onderhoudsplichtige indien de onderhoudsplichtige werkt of een pensioen of studietoelage ontvangt en het te innen bedrag niet hoger is dan het deel van een maandinkomen dat wettelijk voor inning in aanmerking komt. In deze wet worden vermogensbestanddelen vermeld die niet in aanmerking komen voor beslag, zoals bepaalde huishoudelijke gebruiksvoorwerpen en apparatuur en de noodzakelijke kleding van de onderhoudsplichtige en gezinsleden te zijner of harer laste. Krachtens artikel 594 van de Wet burgerlijke rechtsvordering kunnen er, tot de te innen schuld is afbetaald en in overeenstemming met de tenuitvoerleggingsdocumenten, bedragen worden ingehouden op het loon (en daaraan gelijkwaardige betalingen) van de onderhoudsplichtige, afhankelijk van het volgende:

  • in zaken betreffende de inning van alimentatie voor de voeding van minderjarige kinderen of ten behoeve van de beherende dienst moet een deel van de bezoldiging van de onderhoudsplichtige (en daaraan gelijkwaardige betalingen) dat gelijk is aan 50 % van het minimummaandloon intact blijven, en voor elk minderjarig kind ten laste van de onderhoudsplichtige moeten middelen die gelijk zijn aan de sociale bijstandsuitkering intact blijven;
  • in andere zaken betreffende de inning van alimentatie kan het bedrag dat wordt ingehouden op de bezoldiging van de onderhoudsplichtige (en daaraan gelijkwaardige bedragen) oplopen tot 50 %, zij het dat het minimummaandloon intact moet worden gelaten, en voor elk minderjarig kind ten laste van de onderhoudsplichtige moeten middelen die gelijk zijn aan de sociale bijstandsuitkering intact blijven.

Krachtens artikel 632 van de Wet burgerlijke rechtsvordering kan een bij een gerechtelijk vonnis erkende onderhoudsgerechtigde of een onderhoudsplichtige, specifieke situaties daargelaten, een naar behoren gemotiveerde klacht indienen tegen de handelingen van een deurwaarder bij de tenuitvoerlegging van een vonnis of tegen een weigering door een deurwaarder om deze handelingen te verrichten; de klacht moet worden ingediend binnen 10 dagen vanaf de datum waarop de betwiste handeling plaatsvond, of, indien de klager niet in kennis was gesteld van het tijdstip en de plaats van de te verrichten handeling, de datum waarop de klager kennis heeft verkregen van de betreffende handelingen. Krachtens artikel 634 van de Wet burgerlijke rechtsvordering wordt, indien een vonnis dat reeds ten uitvoer is gelegd wordt vernietigd en indien na een nieuwe beoordeling van de zaak een vonnis tot afwijzing van de vordering wordt gewezen of een beslissing tot beëindiging van de gerechtelijke procedure of tot seponering van de zaak wordt gegeven, de tenuitvoerlegging van een vonnis teruggedraaid en moet alles wat op grond van het inmiddels vernietigde vonnis bij de verweerder ten gunste van de eiser is geïnd worden teruggegeven aan de verweerder.

Krachtens artikel 546 van de Wet burgerlijke rechtsvordering kunnen tenuitvoerleggingsdocumenten voor gedwongen executie worden ingediend binnen 10 jaar vanaf de datum waarop een toekenning door een rechtbank of rechter van kracht wordt, mits de wet geen andere verjaringstermijnen vaststelt. Indien periodieke betalingen worden geïnd als gevolg van een gerechtelijk vonnis, blijft het dwangbevel van kracht gedurende de hele periode waarover de periodieke betalingen zijn toegekend, en de verjaringstermijn loopt vanaf de uiterste betalingsdatum voor elke betaling.

12 Zijn er organisaties of autoriteiten die mij kunnen helpen bij de invordering van alimentatie?

Een persoon kan bij de beherende dienst een aanvraag voor alimentatie voor een minderjarige indienen als de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen.

Overeenkomstig de alimentatieverordening kan een persoon de beherende dienst verzoeken om alimentatie te innen van een onderhoudsplichtige die niet meer in Letland verblijft. Deze dienst vervult de functie van centrale autoriteit in Letland voor de doeleinden van de verordening.

Overeenkomstig de alimentatieverordening kan een persoon die een wettelijk recht op alimentatie heeft zich tot de beherende dienst wenden met een verzoek aan een andere lidstaat van de Europese Unie om:

  1. een beslissing tot inning van alimentatie in het land waar de verweerder verblijft te bekrachtigen;
  2. de hoogte van de alimentatie (naar boven of naar beneden) aan te passen;
  3. een beslissing tot inning van alimentatie en vaststelling van het vaderschap van het kind in het land waar de verweerder verblijft te bekrachtigen;
  4. de erkenning van een beslissing van een Letse rechtbank tot inning van alimentatie te verkrijgen, deze beslissing uitvoerbaar te laten verklaren of de beslissing ten uitvoer te laten leggen.

13 Kunnen organisaties (overheids- of privéorganisaties) een voorschot op (een deel van) het alimentatiebedrag betalen in de plaats van de onderhoudsplichtige?

De beherende dienst kan in de plaats van een kinderalimentatieplichtige treden als de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing tot inning van kinderalimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is of als de alimentatieplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de kinderalimentatie naleeft, maar niet in staat is het door de regering vastgestelde minimumbedrag aan alimentatie te betalen. Als deze dienst alimentatie betaalt, heeft hij het recht om stappen te ondernemen om betaalde bedragen terug te vorderen, inclusief wettelijke rente (zie het antwoord op vraag 3).

14 Indien ik mij in deze lidstaat bevind en de onderhoudsplichtige zijn/haar verblijfplaats in een ander land heeft:

14.1 Kan ik in deze lidstaat hulp krijgen van een autoriteit of een privéorganisatie?

Als de eiser en het kind hun vaste verblijfplaats in Letland hebben maar de onderhoudsplichtige in een ander land verblijft, kan de eiser bij de beherende dienst een aanvraag indienen indien de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen.

Als de onderhoudsplichtige in een ander land verblijft en in Letland geen vermogensbestanddelen heeft waarop beslag zou kunnen worden gelegd, moet de eiser de gerechtelijke beslissing overleggen om deze in het betrokken land erkend te krijgen en ten uitvoer te laten leggen voordat een aanvraag bij de beherende dienst kan worden ingediend. Als de tenuitvoerlegging van de beslissing in het betrokken land in het buitenland onmogelijk blijkt, kan de eiser de beherende dienst verzoeken om in de plaats van de onderhoudsplichtige te treden in verband met de uitvoerbare alimentatieverplichting.

Deze dienst vervult de functie van centrale autoriteit uit hoofde van de alimentatieverordening (zie de antwoorden op de vragen 3 en 13), en een persoon kan zich tot de dienst wenden voor hulp in het kader van de verordening.

Als een Letse rechtbank een beslissing tot tenuitvoerlegging van een onderhoudsverplichting geeft en een persoon die in Letland verblijft wenst dat deze beslissing wordt erkend en/of ten uitvoer wordt gelegd in een andere lidstaat van de Europese Unie, of als een persoon een gerechtelijke beslissing tegen een onderhoudsplichtige die in een andere lidstaat van de Europese Unie verblijft wil verkrijgen, kan de beherende dienst die persoon op grond van de alimentatieverordening helpen om de beslissing van de Letse rechtbank door te sturen naar de betrokken lidstaat voor erkenning en/of tenuitvoerlegging en voor een besluit over het verzoek.

De beherende dienst kan in de plaats van de onderhoudsplichtige treden en de alimentatie voor een minderjarig kind uitkeren, en kan ook informatie over alimentatieaangelegenheden verstrekken.

(zie de antwoorden op de vragen 3 en 13).

14.2 Zo ja, hoe kan ik contact opnemen met die autoriteit of privéorganisatie?

Beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds (Uzturlīdzekļu garantiju fonda administrācija)

Adres: Pulkveža Brieža iela 15, Riga

LV-1010, Letland

Tel.: +371 67830626

Fax: +371 67830636

E-mail: pasts@ugf.gov.lv

15 Indien ik mij in een ander land bevind en de onderhoudsplichtige zich in deze lidstaat bevindt:

15.1 Kan ik mij in deze lidstaat rechtstreeks wenden tot een autoriteit of een privéorganisatie?

Als de onderhoudsgerechtigde in een andere EU-lidstaat verblijft en de onderhoudsplichtige in Letland, kan de onderhoudsgerechtigde uit hoofde van de alimentatieverordening een aanvraag indienen bij de centrale autoriteit van de lidstaat waar hij of zij verblijft. Daarin kan de onderhoudsgerechtigde verzoeken om de afgifte van een beslissing tot inning van alimentatie in Letland, waar de onderhoudsplichtige woont, of een beslissing tot inning van alimentatie in samenhang met de vaststelling van vaderschap in Letland, of een beslissing waarbij een buitenlandse beslissing tot inning uitvoerbaar wordt verklaard in Letland, of een beslissing tot tenuitvoerlegging van een buitenlandse beslissing. Overeenkomstig de verordening zal de centrale autoriteit van de andere lidstaat de noodzakelijke formaliteiten verrichten en het verzoek van de onderhoudsgerechtigde doorsturen naar de in overeenstemming met de alimentatieverordening aangewezen centrale autoriteit in Letland. De Letse centrale autoriteit – de beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds – zal de buitenlandse eiser helpen om een buitenlandse gerechtelijke beslissing tot uitvoerbaarheid of tot erkenning en uitvoerbaarheid in Letland in te dienen, of zal de eiser helpen om een verzoek tot inning van alimentatie in te dienen bij de Letse rechtbank van de plaats waar de onderhoudsplichtige verblijft, of een verzoek tot inning van alimentatie in samenhang met de vaststelling van vaderschap in Letland.

Als de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing tot inning van alimentatie in overeenstemming met de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is verklaard, of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen, kan een persoon die, met zijn of haar kind, zijn of haar vaste verblijfplaats in Letland heeft zich tot de beherende dienst wenden met een verzoek om hem of haar alimentatie uit te keren.

Overeenkomstig de alimentatieverordening moet een verzoek worden ingediend bij de centrale autoriteit van de lidstaat waar deze persoon verblijft. Een persoon die in Letland verblijft, kan de beherende dienst verzoeken:

  1. een beslissing tot inning van alimentatie in een andere lidstaat van de Europese Unie waar de verweerder verblijft te bekrachtigen;
  2. een beslissing tot inning van alimentatie in samenhang met de vaststelling van vaderschap in een andere lidstaat van de Europese Unie waar de verweerder verblijft te bekrachtigen;
  3. er, indien er reeds een beslissing tot inning van alimentatie is gegeven, voor te zorgen dat die beslissing wordt erkend, uitvoerbaar wordt verklaard en ten uitvoer wordt gelegd in een andere lidstaat van de Europese Unie waar de verweerder verblijft.

Als de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing tot inning van alimentatie in overeenstemming met de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is verklaard, of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de alimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen, kan een persoon die, met zijn of haar kind, zijn of haar vaste verblijfplaats in Letland heeft zich tot de beherende dienst wenden met een verzoek om hem of haar alimentatie uit te keren.

Beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds (Uzturlīdzekļu garantiju fonda administrācija)

Adres: Pulkveža Brieža iela. 15, Riga

LV-1010, Letland

Tel.: +371 67830626

Fax: +371 67830636

E-mail: pasts@ugf.gov.lv

Overeenkomstig de alimentatieverordening vervult de beherende dienst de taken van centrale autoriteit in Letland.

Deze dienst verstrekt, in plaats van de onderhoudsplichtige, een voorschot op de alimentatie aan de onderhoudsgerechtigde als de tenuitvoerlegging van een gerechtelijke beslissing tot inning van kinderalimentatie overeenkomstig de toepasselijke civielrechtelijke procedure onmogelijk is verklaard of als de onderhoudsplichtige de gerechtelijke beslissing tot inning van de kinderalimentatie naleeft, maar niet in staat is om het minimumbedrag aan alimentatie te betalen.

16 Is deze lidstaat gebonden door het Haagse Protocol van 2007?

Letland is gebonden door het Haagse Protocol van 2007.

17 Indien deze lidstaat niet is gebonden door het Haagse Protocol van 2007, welk rechtsstelsel zal er dan overeenkomstig zijn regels van internationaal privaatrecht worden toegepast op de alimentatievordering? Wat zijn de desbetreffende regels van internationaal privaatrecht?

Letland is gebonden door het Haagse Protocol van 2007.

18 Welke regels gelden er met betrekking tot de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende zaken in de EU (conform de structuur van hoofdstuk V van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen)?

Volgens artikel 43 van de Wet burgerlijke rechtsvordering zijn de volgende personen vrijgesteld van de betaling van gerechtskosten aan de staat:

  • eisers in geval van vorderingen voor de inning van alimentatie voor een kind of een ouder en vorderingen voor de vaststelling van vaderschap indien de actie aanhangig wordt gemaakt samen met een vordering voor de inning van kinderalimentatie;
  • verzoekers in verband met de erkenning of de erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing van een ander land met betrekking tot de betaling van alimentatie voor een kind of een ouder;
  • verweerders in zaken met betrekking tot het verlagen van door een rechter vastgestelde alimentatiebetalingen voor een kind of een ouder.

Wanneer een verzoek tot inning van de middelen die nodig zijn om de vroegere levensstandaard te behouden aanhangig wordt gemaakt door een ex-echtgeno(o)te, of door een verzoeker die de erkenning of de erkenning en tenuitvoerlegging van een buitenlandse gerechtelijke beslissing tot inning van alimentatie van een ex-echtgeno(o)te of een andere persoon wenst te verkrijgen, kan een rechtbank of rechter, krachtens artikel 43, vierde alinea, rekening houdend met de financiële situatie van de verzoeker, de verzoeker geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de betaling van gerechtskosten aan de staat of toestaan dat de kosten in termijnen worden betaald.

In Letland wordt rechtsbijstand voor buitenlandse eisers of verzoekers die krachtens de alimentatieverordening recht op rechtsbijstand hebben, verleend door de op grond van de verordening aangewezen centrale autoriteit, te weten de beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds. Deze dienst verleent kosteloze rechtsbijstand en voorziet in vertegenwoordiging ten overstaan van de Letse rechtbanken en tenuitvoerleggingsinstanties voor nationale onderhoudsgerechtigden en buitenlandse onderhoudsgerechtigden die krachtens de verordening recht hebben op rechtsbijstand.

19 Welke maatregelen heeft deze lidstaat genomen om de uitvoering van de taken die zijn beschreven in artikel 51 van de verordening inzake onderhoudsverplichtingen te waarborgen?

Letland heeft diverse nationale wetten en regelingen gewijzigd om de in overeenstemming met de alimentatieverordening aangewezen centrale autoriteit in staat te stellen haar taken als bedoeld in artikel 51 te vervullen. De wet- en regelgeving van Letland, als gewijzigd, waarborgt de verlening van rechtsbijstand aan buitenlandse onderhoudsgerechtigden of verzoekers die recht hebben op rechtsbijstand zoals bepaald door de verordening, met inbegrip van vertegenwoordiging ten overstaan van rechtbanken en tenuitvoerleggingsinstanties. Om de plaats waar de onderhoudsplichtige of de onderhoudsgerechtigde in Letland verblijft vast te stellen, of om informatie te verkrijgen over het inkomen van de onderhoudsplichtige of onderhoudsgerechtigde en de locatie van hun toebehorende vermogensbestanddelen in Letland, heeft de centrale autoriteit van Letland, te weten de beherende dienst van het Alimentatiewaarborgfonds, directe toegang tot verschillende Letse registers waarin deze informatie te vinden is. De informatie die de centrale autoriteit rechtstreeks van de respectieve registers kan verkrijgen, kan worden gebruikt als ondersteunende documentatie of bewijs. Om een procedure te initiëren of te vergemakkelijken, de nodige tijdelijke maatregelen te treffen en bewijs te verkrijgen, heeft de beherende dienst het recht om bij Letse rechtbanken verzoeken in te dienen namens eisers of verzoekers. De beherende dienst kan, namens de eiser, rechtstreeks bij de rechtbank een vordering tot vaststelling van het ouderschap van een kind aanhangig maken indien de vordering wordt ingesteld samen met een vordering tot inning van alimentatie.

Laatste update: 07/02/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.