Insolventie/faillissement

Polen
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

In Polen worden faillissementsprocedures in de zin van artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures (herschikking) beheerst door twee wetten:

  • de Wet van 28 februari 2003 - de Faillissementswet (Prawo upadłościowe, staatsblad (Dziennik Ustaw) 2016, nr. 2171) – hierna "Faillissementswet" genoemd;
  • de Wet van 15 mei 2015 - de Herstructureringswet (Prawo restrukturyzacyjne, staatsblad 2016, nr. 1574) – hierna "Herstructureringswet" genoemd.

De bepalingen van de Faillissementswet zijn van toepassing op liquidatieprocedures in verband met insolventie, d.w.z. "faillissement" (upadłość). De Herstructureringswet is van toepassing op herstructureringsprocedures in verband met het risico van insolventie, d.w.z. "procedures voor de goedkeuring van schikkingen" (postępowanie o zatwierdzenie układu, artikelen 210 tot en met 226), "versnelde schikkingsprocedures" (przyspieszone postępowanie układowe, artikelen 227 tot en met 264), "schikkingsprocedures" (postępowanie układowe, artikelen 267 tot en met 282) en "herstelprocedures" (postępowanie sanacyjne, artikelen 283 tot en met 323).

Het doel van faillissementsprocedures is vorderingen van de schuldeisers zo volledig mogelijk te voldoen en, indien redelijkerwijs mogelijk, de onderneming van de schuldenaar te laten voortbestaan. Deze procedures worden uitsluitend op verzoek geopend en bestaan uit twee fasen: een procedure voorafgaand aan de faillietverklaring en een procedure na de faillietverklaring.

Procedures voor de goedkeuring van schikkingen stellen de schuldenaar in staat een schikking te treffen door zelf de stemmen van de schuldeisers te vergaren, zonder tussenkomst van de rechtbank. Een dergelijke procedure kan worden geopend als van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over een schikking, niet meer dan 15% betwist wordt.

Versnelde schikkingsprocedures stellen de schuldenaar in staat een schikking te treffen nadat een lijst van vorderingen is opgesteld en op vereenvoudigde wijze is goedgekeurd. Een dergelijke procedure kan worden gevoerd als van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over een schikking, niet meer dan 15% wordt betwist.

Schikkingsprocedures stellen de schuldenaar in staat een schikking te treffen nadat een lijst van vorderingen is opgesteld en goedgekeurd. Een dergelijke procedure kan worden gevoerd als van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over een schikking, niet meer dan 15% wordt betwist.

Herstelprocedures stellen de schuldenaar in staat herstelmaatregelen te nemen (om zijn onderneming te saneren) en een schikking te treffen nadat een lijst van vorderingen is opgesteld en goedgekeurd. Herstelmaatregelen zijn juridische en praktische maatregelen gericht op verbetering van de economische situatie van de schuldenaar en herstel van zijn vermogen om aan zijn verplichtingen te voldoen, evenals op bescherming tegen executoriale actie.

Faillissementsprocedures kunnen worden geopend tegen een ondernemer. Ingevolge artikel 431 van het Pools Burgerlijk Wetboek (kodeks cywilny) is een ondernemer een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een organisatorische eenheid zonder rechtspersoonlijkheid maar met bij wet toegekende rechtsbevoegdheid, die namens zichzelf een bedrijfs- of beroepsactiviteit verricht.

Een faillissementsaanvraag kan worden ingediend door de schuldenaar en door elk van zijn persoonlijke schuldeisers.

Faillissementsprocedures kunnen ook worden ingesteld tegen:

  1. vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en vennootschappen op aandelen die geen bedrijfsactiviteit verrichten;
  2. vennoten in handelsvennootschappen die ten aanzien van al hun activa onbeperkt aansprakelijk zijn voor de nakoming van de verplichtingen van hun vennootschap;
  3. partners in een maatschap.

Voorts kunnen faillissementsprocedures worden ingesteld tegen natuurlijke personen die geen bedrijfsactiviteit verrichten (artikelen 4911 e.v. Faillissementswet). Een dergelijke procedure wordt uitsluitend op verzoek van de schuldenaar gevoerd, tenzij hij ondernemer was; in dat geval kan tot één jaar na doorhaling van zijn onderneming in het desbetreffende register een faillissementsaanvraag ook worden ingediend door een schuldeiser.

Herstructureringsprocedures kunnen worden geopend ten aanzien van:

  1. ondernemers in de zin van artikel 431 van het Burgerlijk Wetboek;
  2. vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (spółka z ograniczoną odpowiedzialnością) en vennootschappen op aandelen (spółka akcyjna) die geen bedrijfsactiviteit verrichten;
  3. vennoten in handelsvennootschappen (osobowa spółka handlowa) die ten aanzien van al hun activa onbeperkt aansprakelijk zijn voor de nakoming van de verplichtingen van hun vennootschap;
  4. partners in een partnerschap (spółka partnerska).

Herstructureringsprocedures worden niet geopend in verband met natuurlijke personen die geen bedrijfsactiviteit verrichten. Herstructureringsprocedures worden uitsluitend op verzoek van de schuldenaar gevoerd, behalve in het geval van een herstelprocedure, die ook kan worden geopend op verzoek van een schuldeiser als de schuldenaar insolvent is.

Procedures voor de goedkeuring van schikkingen stellen de schuldenaar in staat een schikking te treffen door zelf de stemmen van de schuldeisers te vergaren, zonder tussenkomst van de rechtbank. En dergelijke procedure kan worden gevoerd als van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over een schikking, niet meer dan 15% wordt betwist.

Versnelde schikkingsprocedures stellen de schuldenaar in staat een schikking te treffen nadat een lijst van vorderingen is opgesteld en op vereenvoudigde wijze is goedgekeurd. Een dergelijke procedure kan worden gevoerd als van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over een schikking, niet meer dan 15% wordt betwist.

Schikkingsprocedures stellen de schuldenaar in staat een schikking te treffen nadat een lijst van vorderingen is opgesteld en goedgekeurd. Een dergelijke procedure kan worden gevoerd als van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over een schikking, niet meer dan 15% wordt betwist.

Herstelprocedures stellen de schuldenaar in staat herstelmaatregelen te nemen (om zijn onderneming te saneren) en om een schikking te treffen nadat een lijst van vorderingen is opgesteld en goedgekeurd. Herstelmaatregelen zijn juridische en praktische maatregelen gericht op verbetering van de economische situatie van de schuldenaar en herstel van zijn vermogen om aan zijn verplichtingen te voldoen, evenals op bescherming tegen executoriale actie.

Faillissementsprocedures kunnen worden geopend tegen een ondernemer. Ingevolge artikel 431 van het Burgerlijk Wetboek is een ondernemer een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een organisatorische eenheid zonder rechtspersoonlijkheid maar met bij wet toegekende rechtsbevoegdheid, die namens zichzelf een bedrijfs- of beroepsactiviteit verricht.

Verder kunnen faillissementsprocedures ook worden ingesteld tegen:

  1. vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en vennootschappen op aandelen die geen bedrijfsactiviteit verrichten;
  2. vennoten in handelsvennootschappen die ten aanzien van al hun activa onbeperkt aansprakelijk zijn voor de nakoming van de verplichtingen van hun vennootschap;
  3. partners in een partnerschap.

Procedures voor faillietverklaring kunnen ook worden ingesteld tegen natuurlijke personen die geen bedrijfsactiviteit verrichten (artikelen 4911 e.v. Faillissementswet).

Herstructureringsprocedures kunnen worden geopend in verband met:

  1. ondernemers in de zin van de Wet van 23 april 1964 - Burgerlijk Wetboek (kodeks cywilny, Staatsblad 2016, punten 380 en 585), hierna "Burgerlijk Wetboek" genoemd;
  2. vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (spółka z ograniczoną odpowiedzialnością) en vennootschappen op aandelen (spółka akcyjna) die geen bedrijfsactiviteit verrichten;
  3. vennoten in handelsvennootschappen (osobowa spółka handlowa) die ten aanzien van al hun activa onbeperkt aansprakelijk zijn voor de nakoming van de verplichtingen van hun vennootschap;
  4. partners in een partnerschap (spółka partnerska).

Herstructureringsprocedures worden niet geopend in verband met natuurlijke personen die geen bedrijfsactiviteit verrichten. Herstructureringsprocedures worden alleen op verzoek van de schuldenaar gevoerd, behalve in het geval van een herstelprocedure, die ook kan worden geopend op verzoek van een schuldeiser als de schuldenaar insolvent is.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Faillissementsprocedures worden geopend tegen een schuldenaar die insolvent is geworden (artikel 10 Faillissementswet).

Een schuldenaar is insolvent als hij niet kan voldoen aan zijn financiële verplichtingen wanneer die opeisbaar worden. Een schuldenaar wordt geacht niet aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen als hij meer dan drie maanden achterstallig is. Een schuldenaar die een rechtspersoon is of een organisatorische eenheid zonder rechtspersoonlijkheid met bij afzonderlijk wetgevingsbesluit toegekende rechtsbevoegdheid, is eveneens insolvent als zijn financiële verplichtingen de waarde van zijn activa overtreffen en die situatie meer dan 24 maanden aanhoudt. Een rechtbank kan een faillissementsaanvraag afwijzen als er op korte termijn geen risico is dat de schuldenaar niet in staat zal zijn te voldoen aan zijn financiële verplichtingen wanneer die opeisbaar worden.

Herstructureringsprocedures kunnen worden geopend met betrekking tot een schuldenaar die insolvent is of dat dreigt te worden. Een insolvente schuldenaar is een schuldenaar die insolvent is in de zin van de artikelen 10 en 11 Faillissementswet. Een schuldenaar die dreigt insolvent te worden, is een schuldenaar wiens economische situatie erop wijst dat hij op korte termijn insolvent kan worden.

De rechtbank opent geen herstructureringsprocedure als die nadelig zou zijn voor schuldeisers.

Verder stelt de Herstructureringswet bepaalde voorwaarden aan het openen van elk type herstructureringsprocedure.

Procedures voor de goedkeuring van schikkingen en versnelde schikkingsprocedures kunnen worden gevoerd als van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over de schikking, niet meer dan 15% wordt betwist.

Schikkingsprocedures en herstelprocedures kunnen worden gevoerd als van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over de schikking, meer dan 15% wordt betwist. Bovendien weigert de rechtbank zulke procedures te openen als er geen vermoeden bestaat dat de schuldenaar in staat zal zijn de procedurekosten te dekken en te blijven voldoen aan de verplichtingen die ontstaan na het openen van de procedure.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

In faillissementsprocedures omvat de failliete boedel de activa die de failliet in bezit heeft op de dag van de faillietverklaring en de activa die hij verkrijgt in de loop van de faillissementsprocedure (artikel 62 Faillissementswet). Uitzonderingen op deze regel staan beschreven in de artikelen 63 tot en met 67a Faillissementswet.

Tot de failliete boedel behoren niet de activa die van executoriale actie zijn uitgesloten op grond van de Wet van 17 november 1964 - Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Staatsblad 2016, punten 1822, 1823, 1860 en 1948), de vergoeding voor het werk dat de failliet verricht voor het deel waarop geen beslag rust, het bedrag dat is verkregen door executie van een pand of een hypotheek indien de failliet die in beheer had, voor het deel dat volgens de beheerovereenkomst toekomt aan andere schuldeisers.

Voorts kunnen de andere activa van de failliet bij besluit van de vergadering van schuldeisers worden uitgesloten van de failliete boedel.

Evenmin omvat de failliete boedel activa die zijn bedoeld om werknemers van de failliet en hun gezinnen bij te staan, in de vorm van saldi op een aparte rekening van het bedrijfsfonds voor sociale voorzieningen opgezet overeenkomstig de desbetreffende bepalingen, en bedragen die na de faillietverklaring op die rekening moeten worden gestort, zoals de aflossing van leningen voor huisvesting, de betaling van opgelopen bankrente over de saldi van het fonds en vergoedingen geïnd van personen die gebruikmaken van de sociale diensten en uitkeringen die worden gefinancierd door dat fonds en georganiseerd door de failliet.

In herstructureringsprocedures omvat de boedel activa die worden gebruikt voor de bedrijfsuitoefening van de onderneming en activa die eigendom zijn van de schuldenaar (artikelen 240, 273 en 294 Herstructureringswet).

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

In faillissementsprocedures (procedures gericht op liquidatie van de activa van de schuldenaar) wordt de schuldenaar het recht ontnomen zijn activa te beheren. Het beheer van de activa (de failliete boedel) wordt overgenomen door de curator (syndyk). De curator neemt ook andere verantwoordelijkheden in verband met de activiteit van de onderneming – het bedrijf voeren, aan de rapportageverplichtingen voldoen enz. – van de schuldenaar over.

De schuldenaar blijft deelnemer aan de faillissementsprocedure en is gerechtigd tot betwisting van bepaalde beslissingen van de rechtbank in de loop van die procedure, te weten beslissingen over de uitsluiting van activa van de failliete boedel en de vergoeding van de curator.

In een herstructureringsprocedure zijn de bevoegdheden van de schuldenaar en de insolventiefunctionaris afhankelijk van het type procedure.

In een procedure voor de goedkeuring van schikkingen kan de schuldenaar alle handelingen verrichten, behalve in de periode tussen de dag waarop de beslissing tot goedkeuring van de schikking wordt gegeven en de dag waarop die beslissing definitief wordt. In die periode zijn de toepasselijke voorschriften gelijk aan die van een versnelde schikkingsprocedure, d.w.z. de schuldenaar kan routinematige beheershandelingen verrichten. Andere handelingen dan routinematig beheer behoeven de toestemming van de partij die toeziet op de schikking.

In schikkingsprocedures en versnelde schikkingsprocedures kan de schuldenaar routinematige beheershandelingen verrichten; andere handelingen dan routinematig beheer vereisen evenwel de toestemming van de door de rechtbank aangestelde beheerder, tenzij de toestemming van de commissie van schuldeisers is vereist.

In herstelprocedures wordt de schuldenaar het recht op beheer ontnomen en worden handelingen verricht door de insolventiefunctionaris, tenzij de toestemming van de commissie van schuldeisers is vereist.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

In faillissementsprocedures kunnen de vorderingen van de failliet worden verrekend met die van de schuldeiser als de vorderingen van beiden bestonden op de dag van faillietverklaring, ook als een ervan nog niet opeisbaar was (artikel 93 Faillissementswet).

Verrekening is niet aanvaardbaar als de schuldeiser van de failliet de vordering heeft verkregen door cessie of endossement na de faillietverklaring of verkreeg in de twaalf maanden vóór de faillietverklaring, in de wetenschap dat er gronden voor faillietverklaring waren, tenzij de verkrijging verband hield met de aflossing van een schuld waarvoor de verkrijger aansprakelijk was (ongeacht of het een persoonlijke of een door een bepaald goed zekergestelde betalingsverplichting was) (artikel 94 Faillissementswet).

Verrekening is niet aanvaardbaar als de schuldeiser pas schuldenaar van de failliet werd na de dag van faillietverklaring (artikel 95 Faillissementswet).

De schuldeiser die gebruik wil maken van het recht op verrekening, geeft uiterlijk op de dag van instelling van de vordering kennis van zijn intentie (artikel 96 Faillissementswet).

In herstructureringsprocedures zijn de volgende beperkingen van toepassing op de algemene voorschriften voor verrekening van wederzijdse vorderingen:

  • een schuldeiser is schuldenaar van de schuldenaar geworden na de dag van opening van de herstructureringsprocedure;
  • na opening van de herstructureringsprocedure werd de schuldenaar van de aan de herstructureringsprocedure onderworpen schuldenaar diens schuldeiser door verkrijging, cessie of endossement van een vordering ontstaan voor de dag van opening van de herstructureringsprocedure.

Wederzijdse vorderingen kunnen worden verrekend als de vordering is verkregen door aflossing van een schuld waarvoor de verkrijger aansprakelijk was (persoonlijke of een door een bepaald goed zekergestelde betalingsverplichting) en als de verkrijger voor de schuld aansprakelijk werd vóór de dag van aanvraag van de versnelde schikkingsprocedure.

Een schuldeiser die gebruik wil maken van verrekening in een herstructureringsprocedure, geeft daarvan kennis aan de schuldenaar of, als de schuldenaar het recht van beheer is ontnomen, aan de insolventiefunctionaris, uiterlijk dertig dagen na opening van de herstructureringsprocedure of, als de gronden voor de verrekening later zijn ontstaan, uiterlijk dertig dagen na het ontstaan van die gronden. De kennisgeving kan ook aan een door de rechtbank aangestelde beheerder worden gericht (artikelen 253, 273 en 297 Herstructureringswet).

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Specifieke bepalingen over de gevolgen van de faillietverklaring voor de verplichtingen van de failliet zijn te vinden in de artikelen 83 tot en met 118 Faillissementswet, over de gevolgen voor door de failliet verkregen nalatenschappen, in de artikelen 119 tot en met 123, en over de gevolgen voor het huwelijksvermogensstelsel van de failliet, in de artikelen 124 tot en met 126.

In de artikelen 81 en 82 Faillissementswet is bepaald dat het niet is toegestaan activa in de failliete boedel te bezwaren met een pandrecht, geregistreerd pandrecht of hypotheekrecht.

Als een overeenkomst waarbij de failliete natuurlijke persoon partij is, bepalingen bevat die verwezenlijking van het doel van een faillissementsprocedure verhinderen of belemmeren, zijn die bepalingen ongeldig met betrekking tot de failliete boedel. Een overeenkomst over de overdracht van eigendom van activa, een vordering of een ander recht om een vordering te dekken, is geldig met betrekking tot de failliete boedel als zij schriftelijk is aangegaan op een gecertificeerde datum, tenzij de overeenkomst dient om financiële zekerheid te stellen (artikel 84 Faillissementswet).

Artikel 85 en artikel 85a bevatten gedetailleerde voorschriften voor raamovereenkomsten over termijn- / toekomstige transacties of de verkoop van effecten in het kader van repo-overeenkomsten.

De financiële verplichtingen van de failliet die nog niet opeisbaar zijn, worden opeisbaar op de dag van faillietverklaring. Op de dag van faillietverklaring worden niet-financiële verplichtingen financiële verplichtingen en per die dag betaalbaar, ook als de uitvoeringstermijn nog niet is verstreken (artikel 91 Faillissementswet).

Een schuldeiser kan een vordering uit een overeenkomst die is gebaseerd op zijn aanvaarding van een aanbieding door de failliet, alleen instellen in een faillissementsprocedure als hij die aanbieding heeft aanvaard vóór de faillietverklaring.

Als er verplichtingen uit een overeenkomst over wederzijdse prestaties zijn die op de dag van faillietverklaring niet geheel of gedeeltelijk zijn nagekomen, kan de curator, met toestemming van de faillissementsrechter (sędzia komisarz), de verplichtingen van de failliet vervullen en de wederpartij verzoeken de tegenprestatie te leveren of de overeenkomst ontbinden per de dag van de faillietverklaring. Als de failliet op de dag van de faillietverklaring partij is bij een andere overeenkomst dan een overeenkomst over wederzijdse prestaties, kan de curator die overeenkomst ontbinden, tenzij wettelijk anders is bepaald.

Als de wederpartij daartoe een verzoek indient op een gecertificeerde datum, verklaart de curator binnen drie maanden of hij de overeenkomst ontbindt of uitvoering ervan eist. Indien de curator die verklaring niet of niet tijdig afgeeft, wordt hij geacht de overeenkomst te ontbinden.

De wederpartij van wie wordt verlangd haar verplichting eerder na te komen, kan de nakoming van haar verplichting opschorten tot de tegenprestatie is geleverd of zekergesteld. De wederpartij is niet gerechtigd dat te doen als zij bij het aangaan van de overeenkomst op de hoogte was of had moeten zijn van de gronden voor de faillietverklaring (artikel 98 Faillissementswet).

Als de curator de overeenkomst ontbindt, kan de wederpartij aanspraak maken op teruggave van de nagekomen verplichting, ook als die deel uitmaakt van de failliete boedel. In een faillissementsprocedure kan een partij de nagekomen verplichtingen en geleden verliezen verhalen door de vorderingen voor te leggen aan de faillissementsrechter (artikel 99 Faillissementswet).

Een verkoper kan teruggave van een aan de failliet toegezonden roerend goed eisen - met inbegrip van effecten - als hij er niet voor is betaald en het goed niet vóór de faillietverklaring was verkregen door de failliet of een persoon die de failliet had gemachtigd het goed te vervreemden. Ook de consignatienemer die het goed aan de failliet heeft verzonden, heeft recht op teruggave ervan. De verkoper of consignatienemer aan wie het goed is teruggegeven, vergoedt de kosten die zijn of worden gemaakt, en vooruitbetalingen. De curator kan het goed echter teruggeven als hij de prijs die de failliet verschuldigd is en de kosten betaalt of zeker stelt. De curator is gerechtigd dat te doen binnen een maand na het verzoek om teruggave (artikel 100 Faillissementswet).

Door de failliet gesloten commissie- of consignatieovereenkomsten waarbij hij de opdracht- of consignatiegever is, vervallen bij faillietverklaring; hetzelfde geldt voor door de failliet gesloten effectenbeheerovereenkomsten. De wederpartij kan commissie- of consignatieovereenkomsten met de failliet ontbinden als de failliet op de dag van faillietverklaring de opdrachtnemer of de consignatienemer was (artikel 102 Faillissementswet).

Een overeenkomst van lastgeving vervalt op de dag van faillietverklaring van een partij. Bij faillissement van de opdrachtgever kan de lasthebber in de faillissementsprocedure een vordering instellen voor het geleden verlies als gevolg van het verval van de overeenkomst (artikel 103 Faillissementswet).

Bij faillissement van de leninggever of de leningnemer wordt de bruikleenovereenkomst beëindigd op verzoek van een der partijen, als het voorwerp ervan al is uitgeleend. Als het voorwerp nog niet is uitgeleend, vervalt de overeenkomst (artikel 104 Faillissementswet).

Bij faillissement van een partij bij een leningsovereenkomst vervalt de overeenkomst als de betrokken lening nog niet is verstrekt (artikel 105 Faillissementswet).

Een overeenkomst voor de huur of lease van vastgoed bindt de partijen als het voorwerp van de overeenkomst beschikbaar is gesteld aan de huurder of lessee (artikelen 106 tot en met 108 Faillissementswet). Ingevolge een door de faillissementsrechter gegeven beslissing beëindigt de curator de door de failliet gesloten overeenkomst voor de huur of lease van vastgoed, met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden, ook als het de failliet niet zou zijn toegestaan die overeenkomst te beëindigen (artikelen 109 en 110 Faillissementswet).

Een kredietovereenkomst vervalt op de dag van faillietverklaring als de kredietverstrekker de middelen niet voor die datum beschikbaar heeft gesteld aan de failliet (artikel 111 Faillissementswet).

De faillietverklaring heeft geen gevolgen voor de overeenkomsten van de failliet inzake zijn bank-, effecten- of gezamenlijke rekening (artikel 112 Faillissementswet).

In herstructureringsprocedures mag de schuldenaar of insolventiefunctionaris tussen de dag van opening en de dag van afsluiting van de procedure c.q. de dag waarop de beslissing tot stopzetting van de procedure definitief wordt, geen verplichtingen nakomen die voortkomen uit vorderingen die wettelijk onder een schikking vallen.

Contractuele bepalingen die inhouden dat een rechtsbetrekking waarbij de schuldenaar partij is, wordt gewijzigd of beëindigd bij indiening van een verzoek om een herstructureringsprocedure of bij opening van een dergelijke procedure, zijn nietig.

Als een overeenkomst waarbij de schuldenaar partij is, bepalingen bevat die verwezenlijking van het doel van een herstructureringsprocedure verhinderen of belemmeren, zijn die bepalingen ongeldig met betrekking tot de boedel.

Artikel 250 Herstructureringswet bevat gedetailleerde voorschriften voor raamovereenkomsten over termijn- / futuretransacties of de verkoop van effecten in het kader van repo-overeenkomsten.

Tussen de dag van opening en de dag van afsluiting van de herstructureringsprocedure c.q. de dag waarop de beslissing tot stopzetting van de procedure definitief wordt, mag de lessor de huur- of leaseovereenkomst voor het pand of vastgoed waarin de schuldenaar zijn bedrijf uitoefent, niet beëindigen zonder toestemming van de commissie van schuldeisers.

Bovenstaande voorschriften voor een huur- of leaseovereenkomst zijn mutatis mutandis van toepassing op kredietovereenkomsten met betrekking tot middelen die de leningnemer beschikbaar zijn gesteld vóór de dag van opening van de procedure, op overeenkomsten betreffende leasing, eigendomsverzekering, bankrekeningen, garantie en aan de schuldenaar verleende vergunningen, evenals garanties of kredietbrieven uitgegeven vóór de dag van opening van de herstructureringsprocedure (artikelen 256, 273 en 297 Herstructureringswet).

Daarnaast kan de insolventiefunctionaris in herstelprocedures, na toestemming van de faillissementsrechter, een overeenkomst over wederzijdse prestaties die vóór de dag van opening van de herstelprocedure niet of niet volledig is uitgevoerd, ontbinden als de prestatie van de wederpartij bij die overeenkomst ondeelbaar is. Is de prestatie van de wederpartij bij de overeenkomst wel deelbaar, dan is die bepaling mutatis mutandis van toepassing voor zover de overeenkomst uitgevoerd moest worden door de wederpartij na opening van de herstelprocedure. Als de insolventiefunctionaris de overeenkomst ontbindt, kan de wederpartij aanspraak maken op teruggave van de prestaties geleverd na opening van de herstelprocedure en voordat zij de kennisgeving van ontbinding ontving, indien die prestaties deel uitmaken van de activa van de schuldenaar. Indien dat niet mogelijk is, kan de wederpartij uitsluitend schadeloosstelling eisen voor de prestatie en voor de door haar geleden verliezen. Die vorderingen zijn niet aan schikking onderworpen (artikel 298 Herstructureringswet).

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Na indiening van een faillissementsaanvraag kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar, tijdelijk beheerder of de schuldeiser die de faillissementsaanvraag heeft ingediend, een executieprocedure opschorten en het beslag op de bankrekening opheffen indien dat nodig is om de doelen van de faillissementsprocedure te realiseren (artikel 39 Faillissementswet).

Bij faillietverklaring wordt een executieprocedure voor de activa in de failliete boedel die is geopend vóór de dag van faillietverklaring, per die dag van rechtswege opgeschort. De procedure wordt van rechtswege beëindigd wanneer de beslissing over de faillietverklaring definitief wordt (artikel 146 Faillissementswet).

Na de faillietverklaring kunnen gerechtelijke, administratieve en administratief-gerechtelijke procedures met betrekking tot de failliete boedel alleen worden geopend en uitgevoerd door de curator of tegen de curator. Een schuldeiser mag geen procedure openen voor een vordering die moet worden ingediend (artikel 144 Faillissementswet).

In een herstructureringsprocedure wordt een voordien geopende executieprocedure over een vordering die van rechtswege moet worden geschikt, van rechtswege opgeschort per de dag van opening van de herstructureringsprocedure (artikelen 259 en 278 Herstructureringswet). In herstelprocedures geldt de opschorting voor alle executieprocedures over de activa van de schuldenaar die deel uitmaken van de betrokken boedel (artikel 312 Herstructureringswet).

Op de dag dat de beslissing ter goedkeuring van de schikking definitief wordt, worden zekerheids- en executieprocedures tegen de schuldenaar voor nakoming van de aan schikking onderworpen vorderingen, van rechtswege beëindigd. Opgeschorte zekerheids- en executieprocedures tegen de schuldenaar voor nakoming van niet aan schikking onderworpen vorderingen, kunnen worden hervat op verzoek van de schuldeiser (artikel 170 Herstructureringswet)

De opening van schikkingsprocedures, versnelde schikkingsprocedures of herstelprocedures belet de schuldeiser niet gerechtelijke, administratieve en administratief-gerechtelijke procedures of procedures bij arbitragehoven te openen om vorderingen in te stellen die onderworpen zijn aan opname op de lijst van vorderingen (artikelen 257, 276 en 310 Herstructureringswet).

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Na de faillietverklaring schort de rechtbank procedures ambtshalve op als zij de failliete boedel betreffen, d.w.z. als de uitkomst ervan gevolgen kan hebben voor de failliete boedel (zij betrekking hebben op een in de failliete boedel opgenomen voorwerp) en het faillissement is uitgesproken en als een verplichte bewindvoerder is aangesteld in een procedure om het faillissement uit te spreken (artikel 174, leden 1, 4 en 5, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (kodeks postępowania cywilnego)). De rechtbank verzoekt de curator of verplichte bewindvoerder deel te nemen aan de procedure (artikel 174, lid 3, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Als de failliet (schuldenaar) de eiser is, hervat de rechtbank de opgeschorte procedures ambtshalve zodra de curator (verplichte bewindvoerder) is aangewezen (artikel 180, leden 1 en 5, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Tegen de curator kan alleen een procedure worden ingesteld als in een faillissementsprocedure een vordering niet wordt opgenomen in de lijst van vorderingen nadat de in het wetboek voorgeschreven mogelijkheden zijn uitgeput (artikel 145 Faillissementswet).

In herstructureringsprocedures worden lopende gerechtelijke procedures (aanhangig bij opening van de herstructureringsprocedure) opgeschort als het een schikkingsprocedure (of herstelprocedure) betreft en er een insolventiefunctionaris is aangesteld in de herstructureringsprocedure of als er een tijdelijk bewindvoerder is aangesteld in een procedure om een herstelprocedure te openen en de procedure door zekerheid gedekte activa betreft (artikel 174, leden 1, 4 en 5, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De rechtbank verzoekt de tijdelijk bewindvoerder of insolventiefunctionaris deel te nemen aan de procedure (artikel 174, lid 3, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

In zulke gevallen blijft de toelating van een vordering, afstand van een vordering, schikking of toelating van relevante feiten van de zaak door de schuldenaar zonder toestemming van de door de rechtbank aangestelde beheerder zonder rechtsgevolgen (artikel 258 Herstructureringswet).

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

De deelname van de schuldeisers aan de faillissementsprocedure wordt beheerst door de artikelen 189 tot en met 213 Faillissementswet. Schuldeisers met toegelaten vorderingen mogen deelnemen aan de vergadering van schuldeisers en er hun stem uitbrengen.

De faillissementsrechter stelt de commissie van schuldeisers in en benoemt en ontslaat haar leden ambtshalve of op verzoek. De commissie staat de curator bij, controleert diens werkzaamheden, onderzoekt de status van de middelen waaruit de failliete boedel bestaat, stemt in met handelingen die alleen met haar goedkeuring kunnen worden verricht en geeft op verzoek van de faillissementsrechter of de curator advies over andere aangelegenheden. De commissie van schuldeisers kan de failliet of de curator verzoeken om een toelichting en zij kan boeken en bescheiden in verband met het faillissement onderzoeken voor zover daarmee geen inbreuk wordt gemaakt op de vertrouwelijke aard van bedrijfsgegevens.

De volgende handelingen van de curator zijn alleen geldig als de commissie van schuldeisers ermee instemt:

  1. voortzetting van het beheer van de onderneming door de curator als het beheer langer dan drie maanden duurt na de faillietverklaring;
  2. afstand van de verkoop van de onderneming als geheel;
  3. directe verkoop van activa die deel uitmaken van de failliete boedel;
  4. aangaan van leningen of kredieten en bezwaren van de activa van de failliet met beperkte eigendomsrechten;
  5. toelaten of afzien van, dan wel aangaan van een schikking voor, de betwiste vorderingen en een geschil voorleggen aan een arbitragehof.

Een uitzondering kan worden ingeroepen als een van bovenstaande handelingen onverwijld nodig is en een waarde van ten hoogste 10 000 PLN betreft – in dat geval kan de curator, de door de rechtbank aangestelde beheerder of de insolventiefunctionaris handelen zonder toestemming van de commissie.

Verder is toestemming van de commissie van schuldeisers niet vereist voor de verkoop van roerende goederen als de geschatte waarde van alle roerende goederen in de failliete boedel blijkens de inventaris niet groter is dan 50 000 PLN, en evenmin voor de verkoop van vorderingen en andere rechten als de nominale waarde van alle vorderingen en andere rechten in de failliete boedel blijkens de inventaris niet groter is dan 50 000 PLN.

In faillissementsprocedures kan de schuldeiser een schikkingsvoorstel indienen.

Schuldeisers kunnen de beslissing van een faillissementsrechtbank of faillissementsrechter over de goedkeuring van de boekhoudkundige rapporten van de curator, beslissingen over de lijst van vorderingen (ook in verband met vorderingen van andere schuldeisers), het uitdelingsplan, de beloning van de curator en de beslissing tot stopzetting of beëindiging van de faillissementsprocedure betwisten.

In herstructureringsprocedures wordt de deelname van schuldeisers beheerst door de artikelen 104 tot en met 139 Herstructureringswet. De schuldeisers met vorderingen op een goedgekeurde lijst van vorderingen, evenals de schuldeisers die de vergadering van schuldeisers bijwonen en bij de faillissementsrechter een executoriale titel indienen ter bevestiging van hun vordering, kunnen deelnemen aan de vergadering van schuldeisers en er hun stem in uitbrengen.

Tijdens de vergadering van schuldeisers kan een schikking worden bereikt als van de schuldeisers met stemrecht inzake een schikking, ten minste een vijfde deelneemt aan de vergadering.

De faillissementsrechter stelt de commissie van schuldeisers in en benoemt en ontslaat haar leden ambtshalve of op verzoek. De commissie van schuldeisers staat de door de rechtbank aangestelde beheerder of insolventiefunctionaris bij, controleert diens werkzaamheden, onderzoekt de status van de middelen waaruit de boedel in de schikkings- of herstelprocedure bestaat, stemt in met handelingen die uitsluitend met haar goedkeuring kunnen worden verricht en geeft op verzoek van de faillissementsrechter, de door de rechtbank aangestelde beheerder of de insolventiefunctionaris advies over andere aangelegenheden. De vergadering van schuldeisers en haar leden kunnen hun opmerkingen over de activiteiten van de schuldenaar, de door de rechtbank aangestelde beheerder of de insolventiefunctionaris indienen bij de faillissementsrechter. De commissie kan de schuldenaar, de door de rechtbank aangestelde beheerder of de insolventiefunctionaris verzoeken om een toelichting en zij kan de boeken en bescheiden van de schuldenaar onderzoeken mits daarmee geen inbreuk wordt gemaakt op de vertrouwelijke aard van bedrijfsgegevens. In andere gevallen en bij twijfel bepaalt de faillissementsrechter in hoeverre de leden van de commissie van schuldeisers gerechtigd zijn tot onderzoek van de boeken en bescheiden van de onderneming van de schuldenaar.

De volgende handelingen van de schuldenaar of insolventiefunctionaris behoeven de toestemming van de commissie van schuldeisers:

  • onderdelen van de boedel in een schikkings- of herstelprocedure bezwaren met een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand of maritieme hypotheek als zekerheid voor een niet aan schikking onderworpen vordering;
  • de eigendom van een voorwerp of een recht overdragen als zekerheid voor een niet aan schikking onderworpen vordering;
  • onderdelen van de boedel in de schikkings- of herstelprocedure bezwaren met andere rechten;
  • kredieten of leningen aangaan;
  • een overeenkomst sluiten inzake het leasen van de onderneming van de schuldenaar of een georganiseerd deel daarvan, of een vergelijkbare overeenkomst sluiten.

(uitvoering met toestemming van de commissie van schuldeisers houdt in dat bovenstaande handelingen niet als onuitvoerbaar kunnen worden beschouwd met betrekking tot de failliete boedel)

  • de verkoop door de schuldenaar van vastgoed of andere activa met een waarde van meer dan 500 000 PLN.

Schuldeisers kunnen ook de beslissing van een herstructureringsrechtbank of faillissementsrechter over de goedkeuring van boekhoudkundige rapporten van de insolventiefunctionaris, beslissingen over de lijst van vorderingen (in schikkings- en herstelprocedures) en vorderingen van andere schuldeisers, de beloning van de door de rechtbank aangestelde beheerder of insolventiefunctionaris en de beslissing tot stopzetting of beëindiging van de faillissementsprocedure betwisten.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

In faillissementsprocedures stelt de curator na de faillietverklaring een inventaris en een raming van de failliete boedel op, alsmede een liquidatieplan. Het liquidatieplan beschrijft de voorgestelde wijze van verkoop van de activa van de failliet, met name de onderneming, het tijdstip van de verkoop, een raming van de uitgaven en de economische onderbouwing van de voortzetting van de bedrijfsactiviteit (artikel 306 Faillissementswet). Na de inventaris en het financieel rapport te hebben opgesteld of na een algemeen schriftelijk verslag te hebben ingediend, liquideert de curator de failliete boedel (artikel 308 Faillissementswet).

Na de liquidatie kan de curator het beheer van de onderneming van de failliet voortzetten als een schikking met schuldeisers mogelijk is of als de onderneming van de failliet in haar geheel of in georganiseerde delen kan worden verkocht (artikel 312 Faillissementswet).

In herstructureringsprocedures, d.w.z. schikkingsprocedures en versnelde schikkingsprocedures, behoudt de schuldenaar normaliter het beheer van zijn onderneming. Ingevolge artikel 239, lid 1, en artikel 295 Herstructureringswet kan de schuldenaar het recht op beheer worden ontnomen als:

  1. de schuldenaar bewust of anderszins de wet overtreedt met een vorm van beheer die nadelig is, of in de toekomst nadelig zou kunnen zijn, voor de schuldeisers;
  2. het duidelijk is dat de wijze van beheer geen garantie biedt voor de uitvoering van de schikking of als er voor de schuldenaar een curator (kurator) is aangesteld overeenkomstig artikel 68, lid 1;
  3. de schuldenaar zich niet houdt aan de instructies van de faillissementsrechter of van de door de rechtbank aangestelde beheerder, met name door te verzuimen wettige schikkingsvoorstellen in te dienen binnen de door de faillissementsrechter gestelde termijn.

In herstelprocedures kan de rechter toestaan dat de schuldenaar zijn onderneming volledig of gedeeltelijk beheert voor zover dit routinematig beheer betreft, als het voor de uitvoering van de herstelprocedure nodig is dat de schuldenaar of diens vertegenwoordigers persoonlijk deelnemen en tegelijkertijd een adequaat beheer waarborgen (artikel 288, lid 3, Herstructureringswet).

In procedures voor de goedkeuring van schikkingen beheert de schuldenaar zijn onderneming gedurende de gehele procedure.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

In faillissementsprocedures worden alle vorderingen van persoonlijke schuldeisers ingediend. Een vordering kan ook worden ingediend door een schuldeiser met een vordering die is gedekt door een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand, fiscaal pand of maritieme hypotheek of andere inschrijving in het kadaster, hypotheek- of scheepsregister (als de vordering niet wordt ingediend door de schuldeiser, wordt zij ambtshalve op de lijst geplaatst). Vorderingen uit een arbeidsverhouding worden ambtshalve op de lijst geplaatst (artikel 236, leden 1 en 2, en artikel 237 Faillissementswet).

De kosten van de faillissementsprocedure worden eerst gedekt, vóór de verplichtingen van de failliete boedel die ontstaan na de faillietverklaring – (artikel 230, lid 2, en artikel 343, leden 1 en 11 Faillissementswet), zonder opstelling van een uitdelingsplan.

In herstructureringsprocedures staan op de lijst met vorderingen ook de persoonlijke vorderingen op de schuldenaar die zijn ontstaan vóór opening van de herstructureringsprocedure (artikel 76 Herstructureringswet). Op de lijst met vorderingen worden vorderingen die wettelijk onderworpen zijn aan schikking apart vermeld van vorderingen die onderworpen zijn aan schikking met toestemming van de schuldeiser (artikel 86 Herstructureringswet).

In herstructureringsprocedures worden vorderingen niet ingediend. De lijst met vorderingen wordt opgesteld door de beheerder of insolventiefunctionaris op basis van de boekhouding van de schuldenaar, zijn overige documenten, inschrijvingen in het kadaster, hypotheek- en overige registers.

De schikking is bindend voor schuldeisers met vorderingen die overeenkomstig de Wet onderworpen zijn aan schikking, ook als zij niet op de lijst met vorderingen staan.

De schikking is niet bindend voor schuldeisers die niet bekend zijn gemaakt door de schuldenaar en die niet hebben deelgenomen aan de procedure (artikel 166 Herstructureringswet).

De schikking kan niet gaan over onderhoudsvorderingen, uitkeringen betaald ter vergoeding van het veroorzaken van ziekte, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit of overlijden, en lijfrente in ruil voor rechten uit hoofde van een lijfrente-overeenkomst; vorderingen voor de overdracht van eigendom en voor de beëindiging van de schending van rechten; en vorderingen waarvoor de schuldenaar aansprakelijk is in verband met de verkrijging van een nalatenschap na opening van een herstructureringsprocedure, nadat de nalatenschap is opgenomen in de boedel in de schikkings- of herstelprocedure; vorderingen met betrekking tot het deel van socialeverzekeringspremies dat door de verzekerde wordt gefinancierd waarbij de schuldenaar betaalt.

Van de schikking zijn ook uitgesloten vorderingen uit hoofde van een arbeidsverhouding en vorderingen die zeker zijn gesteld door eigendom van de schuldenaar in de vorm van een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand, fiscaal pand of maritieme hypotheek, in het deel waarvan de waarde is gedekt door de zekerheid, tenzij de schuldeiser instemt met opneming van die vorderingen in de schikking (artikel 151 Herstructureringswet).

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

De voorschriften voor het indienen, verifiëren en toelaten van vorderingen in faillissementsprocedures zijn vastgesteld in de artikelen 239 tot en met 266 Faillissementswet.

In faillissementsprocedures zijn de schuldeisers verantwoordelijk voor het indienen van vorderingen. Vorderingen moeten worden ingediend binnen dertig dagen na bekendmaking van de beslissing over de faillietverklaring in het publicatieblad voor rechts- en handelszaken (Monitor Sądowy i Gospodarczy), en vervolgens in het centrale register voor herstructureringen en faillissementen (Centralny Rejestr Restrukturyzacji i Upadłości) (artikel 51 Faillissementswet en artikel 455 Herstructureringswet).

Vorderingen uit hoofde van een arbeidsverhouding hoeven niet te worden ingediend. Vorderingen van dit type worden ambtshalve in de lijst van vorderingen opgenomen (artikel 237 Faillissementswet).

De schuldeiser dient zijn vordering schriftelijk in tweevoud in. Bij indiening vermeldt de schuldeiser zijn naam en adres, het nummer van zijn PESEL (BSN) of KRS (nationaal rechtbankregister) dan wel, indien hij die niet heeft, gegevens op basis waarvan zijn identiteit duidelijk kan worden vastgesteld; verder beschrijft hij de vordering samen met de bijkomende kosten en de waarde van de niet-geldelijke vordering, bewijs van het bestaan van die vordering (als de vordering is opgenomen in de lijst van vorderingen die is opgesteld in de herstructureringsprocedure, kan worden volstaan met vermelding van dat feit), de categorie waarin zij kan worden opgenomen, aan de vordering gekoppelde zekerheden en de status van de zaak als de vordering het voorwerp is van een lopende gerechtelijke, administratieve, administratief-gerechtelijke of arbitrageprocedure. Bij indiening van een vordering waarbij de failliet geen persoonlijke schuldenaar is, wordt het voor voldoening van de vordering te gebruiken voorwerp van de zekerheid vermeld. Als de schuldeiser vennoot of aandeelhouder in een failliete onderneming is, vermeldt hij het aantal en type van de door hem gehouden aandelen.

Een correct ingediende vordering wordt door de faillissementsrechter doorgestuurd naar de curator, die controleert of de ingediende vordering wordt bevestigd door de boekhouding of andere documenten van de failliet of door inschrijvingen in het kadaster, hypotheek- of andere registers en die de failliet verzoekt binnen een bepaalde termijn te verklaren of hij de vordering erkent. Als de ingediende vordering niet wordt gestaafd door de boekhouding of andere documenten van de failliet of door inschrijvingen in het kadaster, hypotheek- of andere registers, verzoekt de curator de schuldeiser binnen een week de bij indiening van de vordering genoemde documenten te verstrekken, op straffe van weigering van toelating van de vordering. De curator kan echter na die termijn ingediende documenten in acht nemen als indiening van de lijst bij de faillissementsrechter daardoor geen vertraging oploopt.

Binnen twee weken na de bekendmaking dat de lijst met vorderingen is toegevoegd aan het dossier van de procedure, kan de schuldeiser bezwaar aantekenen bij de faillissementsrechter. Van zijn kant kan de failliet bezwaar maken als de concept-lijst met vorderingen niet overeenstemt met zijn verzoeken of verklaringen. Als de failliet geen verklaringen heeft afgelegd, ook al was hij daarom gevraagd, kan hij alleen bezwaar maken als hij aantoont dat hij geen verklaringen heeft kunnen afleggen door oorzaken buiten zijn macht.

De faillissementsrechter wijzigt de lijst van vorderingen nadat de beslissing over het bezwaar definitief is geworden — en als die beslissing wordt betwist, nadat de beslissing van de rechtbank definitief is geworden — en bevestigt de lijst met vorderingen. Als er geen bezwaar wordt aangetekend, keurt hij de lijst met vorderingen goed nadat de bezwaartermijn is verstreken. De faillissementsrechter kan de lijst met vorderingen ambtshalve wijzigen. Als blijkt dat de lijst vorderingen bevat die geheel of gedeeltelijk niet bestaan, of dat vorderingen ontbreken die ambtshalve hadden moeten worden opgenomen, kan de faillissementsrechter de lijst met vorderingen ambtshalve wijzigen.

Een vordering die niet hoeft te worden ingediend en na het verstrijken van de termijn wordt ingediend of bekendgemaakt, wordt opgenomen in het aanhangsel bij de lijst met vorderingen. De lijst met vorderingen wordt gecorrigeerd overeenkomstig de definitieve uitspraken. Bij het opstellen van het uitdelingsplan of het stemmen tijdens de vergadering van schuldeisers wordt rekening gehouden met een wijziging van het vorderingsbedrag die zich voordoet nadat de lijst met vorderingen is opgesteld.

Na afsluiting of stopzetting van de faillissementsprocedure dient een uittreksel van de lijst met door de faillissementsrechter goedgekeurde vorderingen waarop de vordering en het daarvoor door de schuldeiser ontvangen bedrag zijn vermeld, als executoriale titel tegenover de failliet (dit is niet van toepassing op schuldeisers voor wie de failliet geen persoonlijke schuldenaar was). Als de failliet een in de faillissementsprocedure ingediende vordering niet heeft erkend en de rechtbank er nog geen definitieve uitspraak over heeft gedaan, kan de failliet verzoeken een vordering op de lijst met vorderingen aan te merken als niet-bestaand of als beperkt bestaand. Nadat het uittreksel van de lijst uitvoerbaar is verklaard, kan de failliet het bezwaar maken dat de vordering op de lijst met vorderingen niet bestaat of in beperktere mate bestaat, waartoe hij de rechtbank verzoekt de executoriale titel onuitvoerbaar te verklaren.

Het opstellen van de lijst met vorderingen in herstructureringsprocedures wordt beheerst door de artikelen 84 tot en met 102 Herstructureringswet.

De lijst met vorderingen wordt opgesteld door de beheerder of insolventiefunctionaris op basis van de boekhouding van de schuldenaar, zijn overige bescheiden en inschrijvingen in het kadaster, hypotheek- en overige registers. In een op basis van een vereenvoudigd verzoek geopende herstelprocedure wordt de lijst met vorderingen voor zover mogelijk opgesteld op grond van de in de vorige herstructureringsprocedure opgestelde lijst met vorderingen. In een schikkingsvoorstel dat voorziet in opdeling van de schuldeisers in groepen, wordt bij het opstellen van de lijst met vorderingen rekening gehouden met de voorgestelde opdeling.

Op de lijst met vorderingen worden vorderingen die wettelijk onderworpen zijn aan schikking apart vermeld van vorderingen die onderworpen zijn aan schikking met toestemming van de schuldeiser.

In een versnelde schikkingsprocedure kan de schuldenaar bezwaar aantekenen tegen opname van een vordering op de lijst met vorderingen. Een dergelijke vordering wordt beschouwd als een betwiste vordering. De faillissementsrechter past de lijst met vorderingen en de lijst met betwiste vorderingen dan dienovereenkomstig aan.

In schikkingsprocedures en in herstelprocedures kunnen de deelnemers aan de procedure binnen twee weken nadat de datum voor indiening van de lijst met vorderingen en de lijst met betwiste vorderingen bekend is gemaakt, bij de faillissementsrechter bezwaar maken tegen de opname van een vordering op de lijst met vorderingen. De schuldenaar kan bezwaar maken als de lijst met vorderingen niet overeenstemt met wat hij heeft verklaard over erkenning of verwerping van een vordering. Als de schuldenaar geen verklaring heeft afgelegd, kan hij alleen bezwaar maken als hij bewijst dat hij geen verklaring heeft kunnen afleggen door oorzaken buiten zijn macht. Binnen dezelfde termijn kan een schuldenaar of schuldeiser die niet is opgenomen op de lijst met vorderingen, daar bezwaar tegen maken.

Een bezwaar dat na die termijn wordt ingediend of om andere redenen niet wordt toegelaten, of een bezwaar met tekortkomingen die niet zijn hersteld door de bezwaar makende partij of waarvoor de partij de verschuldigde vergoeding niet tijdig heeft betaald, wordt door de faillissementsrechter verworpen.

De faillissementsrechter negeert verklaringen en bewijzen die niet in het bezwaar zijn opgenomen, tenzij de bezwaar makende partij het aannemelijk maakt dat zij die niet in het bezwaar had opgenomen door een oorzaak buiten haar macht of dat het onderzoek van de zaak niet zal worden vertraagd als de verklaringen en bewijzen alsnog worden opgenomen.

Feiten ter staving van het bezwaar kunnen alleen worden bewezen met schriftelijk materiaal of het oordeel van een deskundige. Als de vordering wordt vastgesteld bij definitieve beslissing van de rechtbank, mag het bezwaar tegen de opname van de vordering op de lijst met vorderingen alleen zijn gebaseerd op gebeurtenissen na afsluiting van de procedure waarin de beslissing is gegeven.

Het bezwaar wordt binnen twee maanden na indiening op een niet-openbare zitting onderzocht door de faillissementsrechter, diens vervanger of een aangestelde rechter. Als de rechter die het bezwaar in onderzoek heeft, beslist dat een hoorzitting nodig is, geeft hij daarvan kennis aan de door de rechtbank aangestelde beheerder of insolventiefunctionaris, de schuldenaar, de schuldeiser die het bezwaar heeft ingediend en de schuldeiser tegen wiens vordering bezwaar is gemaakt. Als zij niet op de hoorzitting verschijnen, ook al is daar een gegronde reden voor, staat dat het geven van een beslissing niet in de weg. De faillissementsrechter, diens vervanger of een aangestelde rechter kan afzien van het verkrijgen van bewijs op basis van het oordeel van een deskundige, als de deskundige al een oordeel heeft gegeven in een andere procedure voor een rechtbank, arbitragehof of administratief orgaan. In dat geval gelden de documenten met het deskundigenoordeel als bewijs.

Tegen een beslissing over het voorwerp van een bezwaar kan beroep worden ingesteld door de schuldenaar, de door de rechtbank aangestelde beheerder of insolventiefunctionarissen en schuldeisers.

Nadat de beslissing ter gegrondverklaring van het bezwaar definitief is geworden, wordt de lijst met vorderingen gewijzigd voor zover dat in de beslissing is bepaald. In versnelde schikkingsprocedures wordt de lijst met vorderingen door de faillissementsrechter goedgekeurd tijdens de vergadering van schuldeisers.

In schikkings- en herstelprocedures keurt de faillissementsrechter de lijst met vorderingen goed nadat de bezwaartermijn is verstreken of, als er bezwaar wordt gemaakt, nadat de beslissing over het bezwaar definitief is geworden.

De faillissementsrechter hecht zijn goedkeuring aan de lijst met vorderingen die geen voorwerp zijn van bezwaren waarover nog definitief moet worden beslist, als de gezamenlijke waarde van de met die bezwaren gemoeide vorderingen niet groter is dan 15% van alle vorderingen die schuldeisers het recht geven te stemmen over een schikking. Procedures over die bezwaren worden stopgezet door de rechtbank of faillissementsrechter als zij vóór de stemming over de schikking niet het voorwerp van een definitieve beslissing zijn geweest.

Als blijkt dat een vordering op de lijst met vorderingen geheel of gedeeltelijk niet bestaat of aan een andere persoon toekomt dan die welke als schuldeiser op de lijst staat vermeld, kan de faillissementsrechter de vordering ambtshalve uit de lijst verwijderen. De beslissing om de vordering uit de lijst te verwijderen, wordt betekend aan de betrokken schuldeiser, de schuldenaar en de beheerder of insolventiefunctionaris. Deze personen kunnen geen beroep instellen tegen die beslissing.

De beheerder of insolventiefunctionaris stelt een aanhangsel bij de lijst met vorderingen op als er na indiening van de lijst een vordering bekend wordt die niet in de lijst is opgenomen.

Nadat goedkeuring van een schikking definitief is geweigerd of de herstructureringsprocedure definitief is stopgezet, dient een uittreksel van de lijst met goedgekeurde vorderingen waarop de naam van de schuldeiser en zijn vordering zijn vermeld, als executoriale titel tegenover de failliet.

Na definitieve goedkeuring van een schikking dient een uittreksel van de goedgekeurde lijst met vorderingen, samen met een uittreksel van een definitieve beslissing ter goedkeuring van de schikking, als executoriale titel tegenover de schuldenaar en de partij die de zekerheid heeft gesteld ter waarborging van de uitvoering van de schikking, indien een document dat de zekerstelling bevestigt bij de rechtbank is ingediend, en tegenover de partij die een aanvullende betaling moet verrichten, indien de schikking voorziet in aanvullende betalingen tussen schuldeisers.

Als de schuldenaar in een herstructureringsprocedure bezwaar heeft gemaakt en de rechtbank nog geen definitieve beslissing over de vordering heeft gegeven, kan de schuldenaar verzoeken een vordering op de lijst met vorderingen aan te merken als niet-bestaand of als beperkt bestaand.

Nadat het uittreksel van de goedgekeurde lijst met vorderingen uitvoerbaar is verklaard, kan de schuldenaar het bezwaar maken dat een vordering op de lijst met vorderingen niet bestaat of in beperktere mate bestaat, waartoe hij de rechtbank verzoekt de executoriale titel onuitvoerbaar te verklaren.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

De voorschriften voor de uitdeling van opbrengsten in faillissementsprocedures zijn opgenomen in de artikelen 335 tot en met 351 Faillissementswet.

Eerst worden de kosten van de procedure gedekt en vervolgens, als de opbrengsten dat toelaten, andere verplichtingen in de failliete boedel naarmate de betrokken bedragen worden toegevoegd aan de failliete boedel.

Onderhoudsvorderingen voor de periode na faillietverklaring worden door de curator voldaan wanneer ze opeisbaar worden, tot het definitieve uitdelingsplan wordt opgesteld, steeds voor iedere rechthebbende tot een bedrag dat niet hoger is dan het minimumloon. De rest van die vorderingen wordt niet voldaan uit de failliete boedel.

De vorderingen die worden betaald uit de failliete boedel (nadat de kosten van de procedure, de verplichtingen uit de failliete boedel en de onderhoudsvorderingen zijn voldaan) bestaan uit de volgende categorieën:

  1. de eerste categorie - vorderingen uit hoofde van een arbeidsverhouding in de periode voor de faillietverklaring (is mutatis mutandis van toepassing op de vorderingen van het Garantiefonds voor werknemersuitkeringen voor terugbetaling uit de failliete boedel van aan de werknemers van de failliet betaalde uitkeringen), behalve vorderingen die betrekking hebben op de vergoeding van vertegenwoordigers van de failliet of een persoon die handelingen verricht die het beheer van, of toezicht op de onderneming van de failliet betreffen, vorderingen van landbouwers uit overeenkomsten voor de levering van producten van hun eigen boerderij, onderhoudsvorderingen en uitkeringen betaald ter vergoeding van het veroorzaken van ziekte, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit of overlijden, en lijfrente in ruil voor rechten uit hoofde van een lijfrente-overeenkomst in de laatste drie jaar vóór de faillietverklaring, vorderingen met betrekking tot socialeverzekeringspremies en vorderingen ontstaan in een herstructureringsprocedure door het handelen van de insolventiefunctionaris of vorderingen ontstaan door het handelen van de schuldenaar na opening van een herstructureringsprocedure, waarbij de toestemming van de commissie van schuldeisers of die van de door de rechtbank aangestelde beheerder niet is vereist of waarbij is gehandeld met toestemming van de commissie van schuldeisers of met die van de door de rechtbank aangestelde beheerder, indien de faillietverklaring de uitkomst is van het onderzoek in een vereenvoudigde faillissementsaanvraag, evenals vorderingen met betrekking tot kredieten, leningen, obligaties, garanties of kredietbrieven of andere vormen van financiering die zijn vastgesteld in de in de herstructureringsprocedure aangenomen schikking en die zijn toegekend in het kader van de uitvoering van die schikking, als de faillietverklaring de uitkomst is van het onderzoek van een faillissementsaanvraag die uiterlijk drie maanden na de definitieve vernietiging van de schikking is ingediend;
  2. de tweede categorie - overige vorderingen, zijnde vorderingen die niet worden voldaan in andere categorieën, met name belastingen en heffingen, evenals andere vorderingen in verband met socialeverzekeringspremies;
  3. de derde categorie - rente over vorderingen in de bovenstaande categorieën, in de volgorde waarin de hoofdsommen worden betaald, evenals gerechtelijke en administratieve boeten, en vorderingen met betrekking tot donaties en legaten;
  4. de vierde categorie - vorderingen van partners of aandeelhouders in verband met een lening of andere rechtshandeling met vergelijkbare gevolgen, in het bijzonder de levering van goederen op afbetaling aan een failliet die een kapitaalvennootschap was in de vijf jaar voorafgaande aan de faillietverklaring, met rente.

Als de uit te delen som niet volstaat om alle vorderingen te voldoen, worden de vorderingen van een categorie pas voldaan nadat die van de voorgaande categorie volledig zijn voldaan; als de uit te delen som niet volstaat om alle vorderingen in een gegeven categorie te voldoen, worden zij voldaan in verhouding tot het bedrag van elk van die vorderingen.

Vorderingen die zijn gedekt met een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand, fiscaal pand of maritieme hypotheek, evenals rechten die vervallen overeenkomstig de bepalingen van de Wet en de gevolgen van de bekendmaking van persoonlijke rechten en vorderingen op vastgoed, een recht op eeuwigdurend vruchtgebruik, het eigendomsrecht van een coöperatielid op woonruimte of een in het scheepsregister ingeschreven zeeschip, worden voldaan uit de opbrengsten van de liquidatie van de failliete boedel verminderd met de kosten van die liquidatie en andere kosten van de faillissementsprocedure, tot een bedrag van een tiende van het met de liquidatie verkregen bedrag; het in mindering gebrachte deel van de kosten van de faillissementsprocedure kan echter niet groter zijn dan het deel dat overeenkomt met de verhouding van de waarde van het bezwaarde voorwerp tot de waarde van de totale failliete boedel. Die vorderingen en rechten worden voldaan overeenkomstig hun onderlinge rangorde. Als het bedrag dat is verkregen met de liquidatie van de failliete boedel wordt gebruikt voor het voldoen van zowel vorderingen die zijn gedekt door een recht van hypotheek als vervallen rechten en persoonlijke rechten en vorderingen, hangt de rangorde af van het moment waarop de inschrijving van een hypotheek, recht of vordering in het kadaster en hypotheekregister van kracht is geworden.

Bijkomende vorderingen die worden gedekt door de zekerstelling ingevolge aparte bepalingen, worden in gelijke mate voldaan als voornoemde vorderingen. Met het aan de schuldeiser uit te delen bedrag wordt eerst de hoofdvordering voldaan, daarna de rente en andere bijkomende vorderingen, terwijl als laatste de procedurekosten worden gedekt.

Als vastgoed, een recht op eeuwigdurend vruchtgebruik, het eigendomsrecht van een coöperatielid op woonruimte of een in het scheepsregister ingeschreven zeeschip wordt verkocht voordat vorderingen worden voldaan die zijn gedekt met een recht van hypotheek of maritieme hypotheek en andere rechten, met inbegrip van persoonlijke rechten en vorderingen waarmee het verkochte voorwerp was bezwaard en die zijn verlopen als gevolg van de verkoop, worden onderhoudsvorderingen voldaan, evenals uitkeringen betaald ter vergoeding van het veroorzaken van ziekte, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit of overlijden, en lijfrente in ruil voor rechten uit hoofde van een lijfrente-overeenkomst voor de periode na de faillietverklaring en de vergoeding voor werk door werknemers verricht voor het vastgoed, het schip of de woonruimte in de drie maanden vóór de verkoop, maar slechts tot drie maal het bedrag van het minimumloon.

In herstructureringsprocedures worden vorderingen voldaan overeenkomstig de schikking die is goedgekeurd door de rechtbank. De voorschriften voor het voldoen van vorderingen zijn neergelegd in de artikelen 155 tot en met 163 Herstructureringswet.

De schikking kan bepalen dat de schuldeisers worden ingedeeld in groepen volgens verschillende belangencategorieën, te weten:

  • schuldeisers met vorderingen uit hoofde een arbeidsverhouding die hebben ingestemd met de schikking;
  • landbouwers met vorderingen in verband met de levering van producten van hun eigen boerderij;
  • schuldeisers met vorderingen die zijn gedekt door activa van de schuldenaar door middel van een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand, fiscaal pand of maritieme hypotheek, evenals de overdracht van eigendom van een voorwerp, vorderingen of ander recht aan een schuldeiser die ermee instemt te worden gedekt door die schikking;
  • schuldeisers die partner of aandeelhouder van een schuldenaar zijn, terwijl de schuldenaar een kapitaalvennootschap is en zij houder zijn van aandelen in de vennootschap die ten minste 5 % van de stemmen vertegenwoordigen op de vergadering van partners of op de algemene vergadering van aandeelhouders.

De voorwaarden voor herstructurering van de verplichtingen van de schuldenaar zijn gelijk voor alle schuldeisers en, bij stemming over de schikking in groepen schuldeisers, gelijk voor de schuldeisers in dezelfde groep, tenzij een van hen uitdrukkelijk instemt met minder gunstige voorwaarden.

Gunstiger voorwaarden voor herstructurering van de verplichtingen van een schuldenaar zijn toegestaan voor een schuldeiser die na opening van de herstructureringsprocedure financiering heeft toegekend of gaat toekennen in de vorm van een krediet, obligaties, bankgaranties, kredietbrieven of een ander financieel instrument om de schikking te kunnen uitvoeren.

De voorwaarden van herstructureringsvorderingen uit hoofde van een arbeidsverhouding laten het recht van werknemers op minimumloon onverlet.

Herstructurering is in gelijke mate van toepassing op financiële als op niet-financiële verplichtingen. Als de schuldeiser binnen een week na ontvangst van een kennisgeving over de datum van de vergadering van schuldeisers met een exemplaar van het schikkingsvoorstel bezwaar heeft gemaakt tegen de herstructurering van zijn vordering als niet-geldelijke vordering, onder overlegging van een verklaring aan de beheerder of insolventiefunctionaris, of als de aard van de niet-geldelijke vordering herstructurering niet toelaat, wordt die vordering omgezet in een geldelijke vordering. Die werking treedt op bij opening van een procedure.

De voorwaarden voor het herstructureren van de vorderingen bedoeld in artikel 161, lid 1 en lid 3, kunnen worden onderscheiden overeenkomstig de onderlinge rangorde van die vorderingen.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Faillissementsprocedures worden afgesloten door de rechtbank nadat het definitieve uitdelingsplan is uitgevoerd of nadat alle schuldeisers zijn voldaan in het kader van de procedure.

Op de dag waarop de beslissing ter afsluiting van de faillissementsprocedure definitief wordt, herkrijgt de failliet het recht zijn activa te beheren en te vervreemden.

Na afsluiting van de faillissementsprocedure worden alle lopende procedures die door de curator zijn geopend om een voor de schuldeisers nadelige handeling van de failliet nietig te verklaren, beëindigd en vervallen wederzijdse vorderingen voor de invordering van procedurekosten. In andere civiele procedures treedt de failliet in de plaats van de curator.

In de dertig dagen na bekendmaking van de beslissing tot afsluiting van de faillissementsprocedure kan een failliet die een natuurlijk persoon is, een verzoek indienen tot opstelling van een afbetalingsplan voor de schuldeisers en tot kwijting van de resterende schuld die niet is voldaan in de faillissementsprocedure. De rechtbank verwerpt dat verzoek als de failliet zijn insolventie opzettelijk of door grove nalatigheid heeft veroorzaakt of wezenlijk heeft vergroot en als:

  1. het bewijs in de zaak wijst op feiten die aanleiding vormen om de failliet uit te sluiten van het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten als zelfstandige of als deelnemer aan een maatschap en van het handelen als lid van een raad van toezicht, lid van een auditcomité, vertegenwoordiger van een natuurlijk persoon die zakelijk actief is in dezelfde bedrijfssector, van een handelsvennootschap, overheidsbedrijf, coöperatie, stichting of vereniging; of
  2. de failliet niet naar behoren heeft voldaan aan de verplichtingen die hem zijn opgelegd in de faillissementsprocedure; of
  3. er in de tien jaar vóór indiening van de faillissementsaanvraag een faillissementsprocedure tegen hem liep waarin zijn schulden geheel of gedeeltelijk werden gekweten, tenzij de insolventie van de failliet ontstond of verergerde in weerwil van zijn gepaste zorgvuldigheid; of
  4. in de tien jaar vóór indiening van de faillissementsaanvraag het voor de failliet opgestelde afbetalingsplan voor de schuldeisers werd vernietigd overeenkomstig artikel 370e, lid 1 of lid 2, of artikel 49120; of
  5. in de tien jaar vóór indiening van de faillissementsaanvraag een rechtshandeling van de failliet bij definitieve beslissing werd beoordeeld als nadelig voor schuldeisers;

- tenzij de kwijting van de resterende schuld van de failliet billijk of op humanitaire gronden gerechtvaardigd is.

In zijn beslissing over het opstellen van het afbetalingsplan voor de schuldeisers vermeldt de rechter in hoeverre en wanneer (uiterlijk binnen 36 maanden) de schuldenaar is gehouden tot betaling van de schulden die verband houden met de lijst met toegelaten vorderingen en die in de loop van de faillissementsprocedure niet volgens uitdelingsplannen zijn betaald, en welk deel van de verplichtingen van de failliet die zijn ontstaan vóór de faillietverklaring zal worden voldaan na uitvoering van het afbetalingsplan voor de schuldeisers. Tijdens de uitvoering van het afbetalingsplan voor de schuldeisers is het niet mogelijk een procedure te openen voor vorderingen die zijn ontstaan vóór de faillietverklaring (behalve vorderingen naar aanleiding van de verplichtingen beschreven in artikel 370f, lid 2, en vorderingen die niet zijn bekendgemaakt door de failliet als de schuldeiser niet deelnam aan de procedure), en evenmin is het dan voor de failliet mogelijk rechtshandelingen te verrichten als dat negatief zou kunnen uitwerken op zijn vermogen om het afbetalingsplan voor de schuldeisers uit te voeren (in uitzonderlijke gevallen kan de rechter op verzoek van de failliet instemmen met of zijn goedkeuring verlenen aan een dergelijke rechtshandeling).

Ieder jaar dient de failliet aan het eind van de maand april een rapport van de uitvoering van het afbetalingsplan voor de schuldeisers over het voorgaande kalenderjaar in bij de rechtbank, met informatie over de geboekte omzet, de afbetaalde bedragen en de verkregen activa met een hogere waarde dan de gemiddelde maandelijkse bezoldiging in de private sector, met uitzondering van de uitkering van een dividend over de winst in het derde kwartaal van het voorafgaande jaar.

Op verzoek van de failliet en na de schuldeisers te hebben gehoord, kan de rechter het afbetalingsplan voor de schuldeisers wijzigen als de failliet de daarin vastgestelde verplichtingen niet kan nakomen. Ook kan de rechter de termijn voor afbetaling van de schulden verlengen met maximaal achttien maanden.

Als de economische situatie van de failliet wezenlijk verbetert tijdens de uitvoering van het afbetalingsplan voor de schuldeisers en die verbetering te danken is aan andere omstandigheden dan een loonsverhoging of omzetstijging die is behaald met de door de failliet zelf verrichte handelsactiviteit, kunnen de schuldeiser en de failliet verzoeken om wijziging van het afbetalingsplan voor de schuldeisers. De rechter beslist over de wijziging van het afbetalingsplan voor de schuldeisers na de failliet en de in het afbetalingsplan opgenomen schuldeisers te hebben gehoord.

Ambtshalve of op verzoek van een schuldeiser vernietigt de rechter het afbetalingsplan voor de schuldeisers, na de failliet en de in het afbetalingsplan opgenomen schuldeisers te hebben gehoord, als de failliet de verplichtingen in het afbetalingsplan verzuimt na te komen, tenzij dat verzuim onbeduidend is of kwijting van de resterende schuld van de failliet billijk of op humanitaire gronden gerechtvaardigd is; dit is mutatis mutandis van toepassing als de failliet:

  1. niet tijdig een rapport over de uitvoering van het afbetalingsplan voor de schuldeisers heeft ingediend;
  2. in het rapport over de uitvoering van het afbetalingsplan voor de schuldeisers geen informatie verstrekt over geboekte omzet of verkregen activa;
  3. zonder instemming of goedkeuring van de rechter een rechtshandeling heeft verricht die negatief zou kunnen uitwerken op zijn vermogen om het afbetalingsplan voor de schuldeisers uit te voeren;
  4. activa heeft achtergehouden of blijkens een definitieve beslissing een voor schuldeisers nadelige rechtshandeling heeft verricht.

Vernietiging van het afbetalingsplan houdt geen kwijting van de verplichtingen van de failliet in.

De rechtbank geeft een beslissing waarin zij de uitvoering van het afbetalingsplan bevestigt en de failliet kwijting verleent voor diens verplichtingen die ontstonden vóór de faillietverklaring en die niet zijn voldaan gedurende de uitvoering van het afbetalingsplan voor de schuldeisers nadat de failliet de in dat afbetalingsplan vermelde verplichtingen is nagekomen. Als de schuldeiser niet heeft deelgenomen aan de procedure, wordt geen kwijting verleend voor: onderhoudsvorderingen, verplichtingen in verband met uitkeringen betaald ter vergoeding van het veroorzaken van ziekte, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit of overlijden, opeisbare boeten die door de rechtbank zijn opgelegd, verplichtingen om toegebrachte schade en lijden te vergoeden, verplichtingen om aanvullende schadevergoeding of uitkeringen te betalen die als straf- of proefmaatregel zijn opgelegd door de rechter, evenals verplichtingen om schade te vergoeden die voortkomt uit een bij definitieve uitspraak vastgesteld misdrijf of overtreding en vorderingen die de failliet bewust heeft achtergehouden.

Tenzij een afzonderlijk wetgevingsbesluit anders bepaalt, blijven veranderingen in rechtsbetrekkingen die zijn aangebracht overeenkomstig de bepalingen van de Wet bindend voor de failliet en voor de wederpartij nadat de faillissementsprocedure is afgesloten.

Herstructureringsprocedures worden afgesloten wanneer de beslissing van de rechtbank tot goedkeuring of afwijzing van de schikking definitief wordt. De schuldenaar herkrijgt dan het recht zijn activa te beheren als dat recht hem was ontnomen of was beperkt, tenzij de schikking anders bepaalt (artikel 171 Herstructureringswet).

Na uitvoering van de schikking of de in de schikking bedoelde vorderingen, geeft de rechter, op verzoek van de schuldenaar, de beheerder van de schikking of een andere persoon die ingevolge de schikking gerechtigd is de schikking uit te voeren of toe te zien op de uitvoering ervan, een beslissing ter bevestiging van de uitvoering van de schikking (artikel 172 Herstructureringswet).

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

Als na afsluiting van een faillissementsprocedure tegen een natuurlijke persoon die een economische of beroepsactiviteit verricht een afbetalingsplan wordt opgesteld, kan de schuldeiser de rechter verzoeken het afbetalingsplan voor de schuldeisers te vernietigen als de failliet in dat plan opgenomen verplichtingen niet nakomt, niet tijdig een rapport over de uitvoering van het plan indient, in het rapport over de uitvoering van het afbetalingsplan voor de schuldeisers geen informatie verstrekt over geboekte omzet of verkregen activa, zonder instemming of goedkeuring van de rechter een rechtshandeling verricht die negatief zou kunnen uitwerken op zijn vermogen om het afbetalingsplan voor de schuldeisers uit te voeren, of als de failliet activa achterhoudt of blijkens een definitieve beslissing een voor schuldeisers nadelige rechtshandeling heeft verricht (artikel 370e Faillissementswet).

In herstructureringsprocedures kan de schuldeiser de rechter verzoeken de schikking te vernietigen als de schuldenaar de bepalingen ervan niet nakomt of als het duidelijk is dat de schikking niet zal worden uitgevoerd (er wordt aangenomen dat de schikking niet zal worden uitgevoerd als de schuldenaar verplichtingen die zijn goedgekeurd na goedkeuring van de schikking, niet nakomt). De verzoekende partij kan beroep instellen tegen een beslissing tot afwijzing van het verzoek (artikel 176 Herstructureringswet).

Als de schikking wordt vernietigd of vervalt, kunnen de bestaande schuldeisers hun vorderingen instellen voor de oorspronkelijke bedragen en worden de overeenkomstig de schikking betaalde bedragen voor hen meegerekend. Een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand, fiscaal pand of maritieme hypotheek waarborgt een vordering tot het uitstaande bedrag (artikel 177 Herstructureringswet).

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Faillissementsprocedures bestrijken grofweg twee fasen, te weten de procedure voorafgaand aan de faillietverklaring en de procedure na de faillietverklaring.

De kosten van procedures voorafgaand aan de faillietverklaring worden eerst gedekt uit de door de aanvrager vooraf verrichte betaling van een bedrag gelijk aan de gemiddelde maandelijkse bezoldiging in de private sector, met uitzondering van de uitkering van een dividend over de winst in het derde kwartaal van het voorafgaande jaar zoals bekendgemaakt door de directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als de procedure wordt geopend op verzoek van de schuldeiser, zijn de kosten voor rekening van de failliet als het faillissement wordt uitgesproken of als het verzoek wordt afgewezen vanwege de geringe waarde van de boedel.

De kosten van procedures na de faillietverklaring worden gedekt uit de failliete boedel. Als de activa van de insolvente schuldenaar niet of slechts strekken tot dekking van de procedurekosten, wijst de rechter de faillissementsaanvraag af.

De kosten van herstructureringsprocedures zijn voor rekening van de schuldenaar. De kosten te betalen door een schuldenaar wie het recht op beheer is ontnomen, worden op verzoek van de rechter of van de faillissementsrechter voldaan door de insolventiefunctionaris.

Deelnemers aan een procedure dragen de kosten in verband met hun eigen deelname.

De kosten van procedures naar aanleiding van een bezwaar tegen de opname van een vordering van een andere eiser worden door de schuldenaar voldaan aan de schuldeiser die bezwaar heeft gemaakt, indien het bezwaar als resultaat heeft dat de betwiste vordering niet wordt opgenomen, tenzij de schuldenaar de opname van de vordering op de lijst met vorderingen heeft betwist in een overeenkomstig artikel 86, leden 2 en 9, ingediende verklaring of bezwaar heeft aangetekend.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

In faillissementsprocedures zijn rechtshandelingen die de failliet verricht met betrekking tot de failliete boedel nietig. Verkoop door de failliet van een erfenis of een deel daarvan of een aandeel daarin is eveneens nietig, evenals zijn verkoop van een aandeel in een in voorwerp dat deel uitmaakt van de erfenis en zijn instemming met de verkoop door een andere erfgenaam van een aandeel in een voorwerp dat deel uitmaakt van de erfenis.

Op straffe van nietigheid zijn de volgende handelingen onderworpen aan instemming van de commissie van schuldeisers (artikel 206 Faillissementswet):

  1. voortzetting van het beheer van de onderneming door de curator als het beheer langer dan drie maanden duurt na de faillietverklaring;
  2. afstand van de verkoop van de onderneming als geheel;
  3. directe verkoop van de in de failliete boedel opgenomen activa;
  4. aangaan van leningen of kredieten en bezwaren van de activa van de failliet met beperkte eigendomsrechten;
  5. toelaten, afzien of aangaan van een schikking voor de betwiste vorderingen en een geschil voorleggen aan een arbitragehof.

Een uitzondering kan worden ingeroepen als een van bovenstaande handelingen geen uitstel duldt en een waarde van ten hoogste 10 000 PLN betreft, in welk geval de curator, de door de rechter aangestelde beheerder of de insolventiefunctionaris kan handelen zonder toestemming van de commissie.

Verder is geen toestemming van de commissie van schuldeisers vereist voor de verkoop van roerende goederen als de geschatte waarde van alle roerende goederen in de failliete boedel blijkens de inventaris niet groter is dan 50 000 PLN, en evenmin voor de verkoop van vorderingen en andere rechten als de nominale waarde van alle vorderingen en andere rechten in de failliete boedel blijkens de inventaris niet groter is dan 50 000 PLN. Dit geldt ook voor toestemming voor de verkoop van vorderingen en andere rechten als de nominale waarde van alle vorderingen en andere rechten in de failliete boedel, zoals blijkt uit de lijst met vorderingen, niet groter is dan het equivalent van 50 000 PLN.

Een inschrijving in het kadaster, het hypotheek- of een ander register die de activa van de failliet bezwaart met een beperkt eigendomsrecht en is gedaan zonder de bij artikel 1 vereiste toestemming, wordt ambtshalve doorgehaald. De grond voor doorhaling is een definitieve beslissing van de faillissementsrechter waarin de inschrijving als ontoelaatbaar wordt beoordeeld (artikel 206, lid 5, Faillissementswet).

De faillissementsrechter bepaalt de handelingen die de curator niet zonder toestemming van de rechter of van de commissie van schuldeisers mag verrichten. Dat betekent dat de faillissementsrechter de lijst van in artikel 206 beschreven handelingen waarmee de commissie van schuldeisers moet instemmen, op straffe van nietigheid, kan uitbreiden.

Rechtshandelingen waarmee de failliet zijn activa heeft verkocht in de twaalf maanden voor indiening van de faillissementsaanvraag zijn nietig als zij om niet zijn verricht of weliswaar tegen betaling maar waarbij de waarde van de prestatie door de failliet kennelijk groter was dan de vergoeding die hij ervoor heeft gekregen of die voor hem of voor een derde is gereserveerd. Dit voorschrift is mutatis mutandis van toepassing op een gerechtelijke schikking, toelating van een vordering en afstand van een vordering.

Verder hebben de zekerstelling en aflossing van een nog niet opeisbare schuld geen gevolgen als de failliet die verricht in de zes maanden voor indiening van de faillissementsaanvraag. De partij die de betaling of zekerheid heeft verkregen, kan bij wijze van vordering of bezwaar evenwel verzoeken om toelating van de rechtsgevolgen van die handelingen als zij ten tijde van die handelingen niet op de hoogte was van het bestaan van gronden voor faillissement.

Bovenstaande voorschriften zijn niet van toepassing op zekerheden die vóór de faillietverklaring zijn gesteld in verband met termijn- / futuretransacties, leningen of financiële instrumenten of de verkoop van effecten in het kader van repo-overeenkomsten in de zin van artikel 85, lid 1.

Op verzoek van een derde kan de faillissementsrechter gelasten dat de tegenprestatie van die persoon wordt teruggegeven uit de failliete boedel, als die prestatie is geleverd in verband met een rechtshandeling door die derde en de failliet betreffende eigendommen in de failliete boedel. De bepalingen over een ten onrechte geleverde prestatie zijn mutatis mutandis van toepassing op dit soort prestatie. De teruggave van die prestatie kan worden gelast als de rechtshandeling plaatsvond na de faillietverklaring en vóór de publicatie van de beslissing tot faillissement in het register, als de derde zorgvuldig handelde en niet op de hoogte kon zijn van de faillietverklaring (artikel 77 Herstructureringswet).

De toewijzing van een toekomstige vordering heeft geen werking met betrekking tot de failliete boedel als die vordering ontstaat na de faillietverklaring, tenzij de overeenkomst waarbij de vordering werd toegewezen tot stand kwam binnen zes maanden na indiening, op een gecertificeerde datum, van een schriftelijke faillissementsaanvraag.

Een rechtshandeling die tegen betaling is verricht, wordt door de faillissementsrechter ambtshalve of op verzoek van de curator ongeldig verklaard met betrekking tot de failliete boedel, als de failliet die handeling in de zes maanden voorafgaande aan indiening van de faillissementsaanvraag verrichtte met zijn echtgenote, een familielid, ook door huwelijk, in de rechte lijn, een familielid, ook door huwelijk, in de zijlijn tot en met de tweede graad, met een persoon die een feitelijke relatie met de failliete natuurlijke persoon heeft, met hem een huishouden voert of zijn adoptieouder of -kind is, tenzij de wederpartij bij de handeling bewijst dat het belang van schuldeisers daarbij niet is benadeeld. Tegen de beslissing van de faillissementsrechter kan beroep worden ingesteld.

Bovenstaand voorschrift geldt ook voor handelingen verricht door de failliet met een vennootschap waarvan hij bestuurslid of enige partner of aandeelhouder is, en met vennootschappen waarin de in de eerste alinea genoemde personen bestuurslid of enige partner of aandeelhouder zijn. Het is mutatis mutandis eveneens van toepassing op handelingen verricht door een failliet die een vennootschap of rechtspersoon is, als de handelingen worden verricht met zijn vennoten, hun vertegenwoordiger of echtgenoot, of met gelieerde vennootschappen, hun vennoten en de vertegenwoordiger en echtgenoten van die personen, en op handelingen verricht door een failliet die een vennootschap is met een andere vennootschap, als een daarvan de moedermaatschappij is of als die vennootschap de moedermaatschappij van zowel de failliet als de wederpartij bij de handeling is.

Ambtshalve of op verzoek van de curator verklaart de faillissementsrechter het deel van de vergoeding over een periode voorafgaand aan de faillietverklaring die niet verder teruggaat dan zes maanden vóór indiening van de faillissementsaanvraag, ongeldig met betrekking tot de failliete boedel, als de beloning voor het werk verricht door een persoon die de failliet vertegenwoordigt of een werknemer die bedrijfsbeheertaken uitvoert, of de vergoeding van een persoon die diensten verleent in verband met het beheer van, of toezicht op de onderneming van de failliet overeenkomstig een arbeidsovereenkomst, een dienstverleningsovereenkomst of een besluit van het bestuursorgaan van de failliet gesloten respectievelijk genomen vóór de faillietverklaring kennelijk hoger is dan de gemiddelde beloning voor dit soort werkzaamheden of diensten en niet wordt gerechtvaardigd door de omvang van de werkzaamheden, ook al is die beloning reeds betaald.

De faillissementsrechter kan de beloning van voornoemde personen over de periode na de faillietverklaring geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaren met betrekking tot de failliete boedel, als zij niet wordt gerechtvaardigd door de omvang van de werkzaamheden, aangezien het beheer is overgenomen door de curator.

Op verzoek van de curator verklaart de faillissementsrechter ook de volgende handelingen ongeldig in verband met de failliete boedel:

  • bezwaring van de activa van de failliet met een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand of maritieme hypotheek, als de failliet geen persoonlijke schuld had bij de pandhouder en de bezwaring werd gevormd in de twaalf maanden vóór indiening van de faillissementsaanvraag en aan de failliet geen prestatie werd verleend in verband met die vorming;
  • bezwaring van de activa van de failliet met een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand of maritieme hypotheek, als de bezwaring werd gevormd als tegenprestatie voor een prestatie met een waarde die onevenredig veel lager was dan de waarde van de gestelde zekerheid;
  • bovenstaande vormen van bezwaring ongeacht de waarde van de prestatie, als zij dienen ter dekking van de schulden van personen in de zin van artikel 128 Faillissementswet (naasten of verwanten van de failliet), tenzij de wederpartij bewijst dat het belang van de schuldeisers daarbij niet is geschaad;
  • contractuele boeten voor het niet of niet naar behoren nakomen van een verplichting, als de verplichting overwegend werd verricht door de failliet of als de contractuele boete kennelijk buitensporig is.

Door de failliet verrichte rechtshandelingen die nadelig zijn voor de schuldeisers in kwesties die niet onder de Faillissementswet vallen, worden mutatis mutandis beheerst door de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake de bescherming van de schuldeiser tegen insolventie van de schuldenaar.

In herstructureringsprocedures kan de schuldenaar of de insolventiefunctionaris ingevolge artikel 129 Herstructureringswet de volgende handelingen uitsluitend verrichten met toestemming van de commissie van schuldeisers, op straffe van nietigheid:

  • onderdelen van de boedel in een schikkings- of herstelprocedure bezwaren met een recht van hypotheek, pand, geregistreerd pand of maritieme hypotheek als zekerheid voor een niet aan schikking onderworpen vordering;
  • de eigendom van een voorwerp of een recht overdragen als zekerheid voor een niet aan schikking onderworpen vordering;
  • onderdelen van de boedel in de schikkings- of herstelprocedure bezwaren met andere rechten;
  • kredieten of leningen aangaan;
  • een overeenkomst sluiten over het leasen van de onderneming van de schuldenaar of een georganiseerd deel daarvan, of een vergelijkbare overeenkomst sluiten;

(Als bovenstaande handelingen worden verricht met toestemming van de commissie van schuldeisers, kunnen zij niet als ongeldig worden beschouwd met betrekking tot de failliete boedel.)

  • de verkoop door de schuldenaar van vastgoed of andere activa met een waarde van meer dan 500 000 PLN.

Als een overeenkomst waarbij de schuldenaar partij is, bepalingen bevat die verwezenlijking van het doel van een herstructureringsprocedure verhinderen of belemmeren, zijn die bepalingen ongeldig met betrekking tot de boedel (artikelen 248, 273 en 297 Herstructureringswet).

In herstelprocedures zijn de rechtshandelingen van de schuldenaar waarmee hij zijn activa heeft vervreemd, ongeldig met betrekking tot de boedel in de herstelprocedure als de waarde van de prestatie die de schuldenaar leverde aanmerkelijk groter is dan de waarde van de prestatie die in de twaalf maanden vóór indiening van het verzoek tot opening van een herstelprocedure werd geleverd aan of was gereserveerd voor de schuldenaar of een derde. Dit voorschrift is mutatis mutandis van toepassing op een gerechtelijke schikking, toelating van een vordering en afstand van een vordering.

Zekerheden met betrekking tot de boedel in een schikkingsprocedure zijn eveneens ongeldig als zij zijn gesteld in rechtstreeks verband met een prestatie die wordt geleverd aan de schuldenaar, als zij door de schuldenaar zijn gesteld in de twaalf maanden vóór indiening van het verzoek tot opening van een herstelprocedure, en zekerheden met betrekking tot het deel waarvan de waarde op de dag van zekerstelling de waarde van de verzekerde prestatie aan de schuldenaar met meer dan 50 % overtrof, samen met bijkomende vorderingen die zijn vermeld in het document dat ten grondslag ligt aan de zekerstelling in de twaalf maanden vóór indiening van het verzoek tot opening van een herstelprocedure (artikel 304 Herstructureringswet).

In herstelprocedures verklaart de faillissementsrechter ambtshalve of op verzoek van de insolventiefunctionaris het deel van de beloning over een periode voorafgaand aan de faillietverklaring die niet verder teruggaat dan tot drie maanden vóór indiening van het verzoek tot opening van een herstelprocedure, ongeldig met betrekking tot de boedel, als de beloning voor de werkzaamheden van de vertegenwoordiger van de schuldenaar of een werknemer die bedrijfsbeheertaken uitvoert, of de beloning voor een persoon die diensten verleent in verband met het beheer van, of toezicht op de onderneming van de schuldenaar overeenkomstig een arbeidsovereenkomst, een dienstverleningsovereenkomst of een besluit van het bestuursorgaan van de failliet gesloten respectievelijk genomen vóór opening van de herstelprocedure kennelijk hoger is dan de gemiddelde beloning voor dit type werkzaamheden of diensten en niet wordt gerechtvaardigd door de omvang van de werkzaamheden, ook al is die beloning reeds betaald.

De faillissementsrechter kan de beloning van voornoemde personen over de periode na opening van de herstelprocedure geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaren met betrekking tot de boedel, als zij niet wordt gerechtvaardigd door de omvang van de werkzaamheden, aangezien het beheer is overgenomen door de insolventiefunctionaris (artikel 305 Herstructureringswet).

De insolventiefunctionaris kan een procedure inleiden om handelingen ongeldig te verklaren en een andere procedure waarin een vordering is gegrond op de ongeldigheid van een handeling.

Een handeling kan niet meer ongeldig worden verklaard nadat een jaar is verstreken sinds de opening van een herstelprocedure, tenzij die bevoegdheid eerder is vervallen overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek. Die termijn is niet van toepassing als het verzoek tot ongeldigverklaring van een handeling gedaan werd bij wijze van bezwaar.

Door de failliet verrichte rechtshandelingen die nadelig zijn voor de schuldeisers in kwesties die niet vallen onder de hiervoor besproken bepalingen, kunnen dienovereenkomstig worden betwist ingevolge de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake de bescherming van de schuldeiser tegen insolventie van de schuldenaar (artikelen 306 tot en met 308 Herstructureringswet).

Laatste update: 14/11/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website