Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Frans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar
Swipe to change

Insolventie/faillissement

Frankrijk
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Iedere persoon die handels- of ambachtelijke activiteiten verricht, iedere landbouwer, ieder ander natuurlijk persoon die als zelfstandige werkzaam is, waaronder beoefenaars van een vrij beroep met een wettelijke of gereglementeerde status of van een beschermd beroep, en iedere privaatrechtelijke rechtspersoon kan te maken krijgen met een vrijwaringsprocedure, een gerechtelijke saneringsprocedure of een gerechtelijke liquidatieprocedure.

Voor zelfstandigen zonder personeel (in Frankrijk "auto-entrepreneurs" genoemd) kan een insolventieprocedure worden ingeleid.

Alleen voor personen die een activiteit verrichten, kan een vrijwaringsprocedure worden ingeleid. In het geval van een gerechtelijke sanering of een gerechtelijke liquidatie kan de persoon in kwestie zijn activiteit op het moment dat de procedure wordt ingeleid, al hebben gestaakt.

Privaatrechtelijke rechtspersonen die te maken kunnen krijgen met een insolventieprocedure zijn handelsvennootschappen, burgerlijke vennootschappen, economische belangengroeperingen, verenigingen, vakbonden en ondernemingsraden.

Voor privaatrechtelijke groeperingen die geen rechtspersoonlijkheid hebben, zoals joint ventures of vennootschappen in oprichting, kan geen insolventieprocedure worden ingeleid.

Ook alle publiekrechtelijke rechtspersonen zijn hiervan uitgesloten.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring:

Een schuldenaar kan een versnelde vrijwaringsprocedure of een versnelde financiële vrijwaringsprocedure in gang zetten wanneer voor zijn rekeningen een accountantsverklaring is afgegeven of wanneer deze rekeningen door een accountant zijn opgesteld, en de onderneming meer dan 20 werknemers in dienst heeft of de omzet (exclusief belastingen) meer dan 3 miljoen EUR bedraagt of het balanstotaal meer dan 1,5 miljoen EUR. De versnelde vrijwaringsprocedure en de versnelde financiële vrijwaringsprocedure kunnen ook worden ingeleid voor een schuldenaar die geconsolideerde jaarrekeningen heeft opgesteld.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

Een vrijwaring wordt ingeleid wanneer zich onoverkomelijke problemen voordoen voor de schuldenaar en er geen sprake is van staking van de betalingen.

Een gerechtelijke sanering wordt ingeleid wanneer het voor de schuldenaar onmogelijk is om de opeisbare passiva uit de beschikbare activa te voldoen en hij dus in staking van betaling is.

Met een gerechtelijke sanering wordt beoogd dat de activiteiten van de onderneming kunnen worden voortgezet, de werkgelegenheid wordt behouden en de passiva kunnen worden aangezuiverd. De directeur van de onderneming moet binnen 45 dagen na staking van de betalingen om de inleiding van deze procedure verzoeken.

Een gerechtelijke liquidatie wordt ingeleid wanneer de onderneming in staking van betaling is en sanering klaarblijkelijk onmogelijk is.

Alleen de schuldenaar kan om de inleiding van een vrijwaringsprocedure verzoeken.

Daarentegen kan niet alleen door de schuldenaar, maar ook door een schuldeiser of het openbaar ministerie worden verzocht om de inleiding van een gerechtelijke saneringsprocedure, mits er geen bemiddelingsprocedure (een pre-insolventieprocedure) loopt.

Het vonnis tot inleiding van een insolventieprocedure treedt op de dag zelf in werking. Het gaat dan ook in om 0.00 uur op de dag waarop de uitspraak wordt gedaan.

Het vonnis tot inleiding wordt binnen acht dagen na de datum van de uitspraak meegedeeld aan de schuldenaar, en de insolventiefunctionarissen en het openbaar ministerie worden hiervan in kennis gesteld, ook in de andere lidstaten waar de schuldenaar een vestiging heeft.

Het vonnis treedt onmiddellijk voor iedereen in werking.

Binnen twee weken na de datum van het vonnis wordt de beslissing tot inleiding vermeld in het handelsregister, het register van functies of een speciaal register dat wordt bijgehouden door de griffie van het tribunal de grande instance.

Een uittreksel van het vonnis wordt gepubliceerd in het Bodacc ("Bulletin officiel des annonces civiles et commerciales") en in een blad voor wettelijke aankondigingen in de plaats van het hoofdkantoor of het vestigingsadres van de schuldenaar.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring

Tevens bestaat er een versnelde vrijwaringsprocedure en een versnelde financiële vrijwaringsprocedure.

De versnelde vrijwaringsprocedure kan worden ingeleid op verzoek van een schuldenaar die in een bemiddelingsprocedure is verwikkeld en een ontwerpplan kan overleggen waaruit blijkt dat de levensvatbaarheid van de onderneming kan worden gewaarborgd.

De omstandigheid dat de schuldenaar in staking van betaling is, staat de versnelde vrijwaringsprocedure niet in de weg als deze situatie niet langer dan 45 dagen vóór de datum van het verzoek om inleiding van de bemiddelingsprocedure is ontstaan.

De versnelde financiële vrijwaringsprocedure kan worden ingeleid op dezelfde voorwaarden als die voor de versnelde vrijwaringsprocedure, en wanneer uit de rekeningen van de schuldenaar blijkt dat de schuldeisers die lid zijn van het bestuur van de kredietinstellingen op basis van de schulden een plan kunnen aannemen.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

De insolventieprocedure heeft betrekking op het volledige vermogen van de schuldenaar.

Als de schuldenaar een eenmanszaak heeft, wordt ook zijn persoonlijke vermogen in aanmerking genomen.

De hoofdwoning van zelfstandige ondernemers die handels-, industriële of ambachtelijke activiteiten verrichten, landbouwers en beoefenaars van vrije beroepen is van rechtswege echter niet vatbaar voor beslag door schuldeisers.

Overige bebouwde of onbebouwde grond die niet voor beroepsmatig gebruik is bestemd, kan als niet vatbaar voor beslag worden aangemerkt. Een dergelijke verklaring moet notarieel worden bekrachtigd en worden gepubliceerd, en heeft enkel gevolgen voor schuldeisers in beroepsverband wier rechten na de publicatie ervan ontstaan.

Ter bescherming van de schuldenaar en zijn gezin is de hoofdwoning niet vatbaar voor beslag door schuldeisers.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

Onbevoegdheid tot beschikking en beheer van de schuldenaar

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

Wanneer er een vrijwaringsprocedure of een gerechtelijke saneringsprocedure wordt ingeleid, wordt de schuldenaar niet onbevoegd verklaard en kan hij zijn onderneming blijven leiden en beheren.

In geval van vrijwaring houdt een curator toezicht op de schuldenaar of verleent hij hem bijstand bij het beheer van de onderneming conform de door de rechtbank omschreven opdracht.

In geval van gerechtelijke sanering verleent de curator de schuldenaar bijstand bij het beheer of heeft de curator het beheer zelf geheel of gedeeltelijk in handen, in de plaats van de schuldenaar.

Gerechtelijke liquidatie

Wanneer er een gerechtelijke liquidatieprocedure wordt ingeleid, wordt de schuldenaar onbevoegd verklaard en verliest hij de beschikking over en het beheer van zijn vermogen. Zijn rechten en handelingen met betrekking tot het bedrijfsvermogen worden uitgeoefend door de liquidateur. Zo draagt de liquidateur de verantwoordelijkheid voor het beheer van zijn vermogen.

Insolventiefunctionarissen

Insolventiefunctionarissen zijn door de rechtbank aangewezen functionarissen die onder toezicht staan van het openbaar ministerie en tot de gereglementeerde beroepen behoren.

Deze gespecialiseerde beoefenaars van vrije beroepen moeten zijn ingeschreven op nationale lijsten en moeten voldoen aan strikte voorwaarden op het gebied van geschiktheid en ethiek.

Ook kunnen personen worden aangewezen die niet op deze lijsten zijn ingeschreven, maar wel over specifieke ervaring of een bijzonder kwalificatie terzake beschikken.

Insolventiefunctionarissen worden bij de inleiding van de procedure benoemd door de rechtbank.

Insolventiefunctionarissen kunnen op grond van het gemene recht wettelijk aansprakelijk zijn.

De honoraria van deze functionarissen zijn vastgesteld volgens per decreet vastgelegde tabellen. Hun aldus berekende bezoldiging wordt door de rechter ten laste gelegd van de schuldenaar.

Bevoegdheden van insolventiefunctionarissen en de schuldenaar

De curator

In principe wijst de rechtbank die een vrijwaringsprocedure of een gerechtelijke saneringsprocedure inleidt, een curator aan, die kan worden voorgesteld door de schuldenaar op wie de vrijwaringsprocedure betrekking heeft, of door het openbaar ministerie.

De aanwijzing van deze curator is niet verplicht als de schuldenaar minder dan twintig werknemers heeft en de omzet van de onderneming (exclusief belastingen) minder dan 3 miljoen EUR bedraagt.

Bij een versnelde vrijwaringsprocedure en een versnelde financiële vrijwaringsprocedure is de aanwijzing van een curator altijd verplicht.

In geval van vrijwaring houdt de curator toezicht op de schuldenaar of verleent hij hem bijstand bij het beheer van de onderneming conform de door de rechtbank omschreven opdracht.

In geval van gerechtelijke sanering verleent hij de schuldenaar bijstand bij het beheer of heeft de curator het beheer zelf geheel of gedeeltelijk in handen, in de plaats van de schuldenaar.

De curator moet de maatregelen nemen die noodzakelijk zijn voor het behoud van de rechten van de onderneming tegen haar schuldenaars en de handelingen die noodzakelijk zijn voor het behoud van de productiecapaciteit, of deze door de schuldenaar laten nemen.

De curator beschikt over eigen bevoegdheden zoals de rol van gemachtigde voor de bankrekeningen van de schuldenaar die geen cheques mag uitschrijven, de bevoegdheid om voortzetting van lopende overeenkomsten te verlangen en de bevoegdheid om noodzakelijke ontslagen aan te zeggen.

De bewindvoerder

Bij een collectieve procedure moet de rechtbank een bewindvoerder aanwijzen.

Hij heeft de taak de schuldeisers te vertegenwoordigen en hun collectieve belang te behartigen.

Hij stelt de lijst van aangemelde vorderingen op, met inbegrip van salarisvorderingen, met zijn voorstellen voor toelating, afwijzing of verwijzing naar de bevoegde instantie, en legt deze lijst voor aan de rechter-commissaris.

De liquidateur

In het vonnis van de gerechtelijke liquidatie stelt de rechtbank een liquidateur aan.

De liquidateur moet de vorderingen controleren en overgaan tot liquidatie van de goederen uit de activa van de schuldenaar, zodat de resterende activa onder de schuldeisers kunnen worden verdeeld.

Hij zegt ontslag aan en kan kiezen voor voortzetting van lopende overeenkomsten.

Hij vertegenwoordigt de schuldenaar die het beheer en de beschikking heeft verloren en verricht gedurende de gerechtelijke liquidatieprocedure derhalve het merendeel van de betrokken vermogensrechtelijke handelingen. Hij kan echter geen immateriële rechten van de schuldenaar uitoefenen.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

Compensatie is een wijze van afbouw van de wederzijdse verplichtingen tot de laagste verplichting.

Hiervan kan slechts sprake zijn tussen twee personen die symmetrisch schuldeiser én schuldenaar van elkaar zijn.

Met compensatie ontstaat zo een verkorte, dubbele betaling tussen wederzijdse vorderingen.

Het is de schuldenaar in principe niet toegestaan om vorderingen te betalen die vóór het vonnis tot inleiding van vrijwaring of gerechtelijke sanering zijn ontstaan.

Niettemin wordt dit verbod op betaling van vroegere vorderingen opgeheven voor compensatiebetaling voor verwante vorderingen. Wederzijdse vorderingen die afkomstig zijn uit of afgeleid zijn van de uitvoering of niet-uitvoering van dezelfde overeenkomst, worden als verwant beschouwd.

Als een vordering die verwant is aan de vroegere vordering ná het vonnis tot inleiding ontstaat, is betaling ervan mogelijk door compensatie van de vroegere vordering, op voorwaarde dat deze is aangemeld.

Wederzijdse vorderingen die afkomstig zijn uit of afgeleid zijn van de uitvoering of niet-uitvoering van dezelfde overeenkomst of een contractueel geheel, worden als verwant beschouwd.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Procedure voor voortzetting van lopende overeenkomsten

De inleiding van een insolventieprocedure doet niets af aan het bestaan van overeenkomsten die de schuldenaar op het moment van de inleiding aan zijn partners (leveranciers, klanten) binden.

Een lopende overeenkomst is een bestaande overeenkomst die bij de inleiding van de procedure wordt uitgevoerd, een voortdurende overeenkomst waarvan de termijn op die datum niet is verstreken of een aflopende overeenkomst die nog niet is uitgevoerd, maar wel reeds is gesloten.

De wederpartij van de lopende overeenkomst komt in aanmerking voor een voorrecht en zal bij voorkeur vóór de overige schuldeisers worden betaald.

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

De overeenkomst wordt a priori automatisch voortgezet; de curator beschikt over een optie van openbare orde op grond waarvan hij de voortzetting van de overeenkomst kan verlangen, met verplichting van betaling van de diensten die worden verleend.

Indien er geen curator is aangesteld, oefent de schuldenaar de bevoegdheid uit om uitvoering van lopende overeenkomsten te verlangen, na toestemming van de bewindvoerder.

De voortgezette overeenkomst wordt op normale wijze en overeenkomstig de contractuele bepalingen ten uitvoer gelegd.

De curator heeft de bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen wegens voorziene niet‑nakoming van de schuldenaar, wanneer hij vaststelt dat hij niet over voldoende middelen beschikt om de verplichtingen na te komen.

De lopende overeenkomst wordt van rechtswege ontbonden als de curator niet binnen een maand uitdrukkelijk heeft aangedrongen op uitvoering van de lopende overeenkomst.

Dit geschiedt ook wanneer de wederpartij niet heeft betaald en geen instemming heeft verleend voor voortzetting van de contractuele betrekkingen.

De curator kan de rechter-commissaris voorts verzoeken om te besluiten tot ontbinding van de lopende overeenkomst als ontbinding noodzakelijk is voor vrijwaring of sanering van de schuldenaar, en op voorwaarde dat deze geen buitensporige inbreuk maakt op de belangen van de wederpartij.

Gerechtelijke liquidatie

In principe blijven alle lopende overeenkomsten intact.

Alleen de liquidateur heeft de bevoegdheid om uitvoering van lopende overeenkomsten te verlangen, door de aan de wederpartij van de schuldenaar beloofde diensten te verlenen.

De lopende overeenkomst wordt van rechtswege ontbonden als de liquidateur niet binnen een termijn van een maand uitdrukkelijk heeft aangedrongen op de uitvoering van de lopende overeenkomst.

Dit geschiedt ook wanneer de dienstverlening van de schuldenaar betrekking heeft op de betaling van een geldbedrag, op de dag dat de wederpartij op de hoogte wordt gesteld van het besluit van de liquidateur om de overeenkomst niet voort te zetten, en bij wanbetaling.

De liquidateur heeft voorts de bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen wegens voorziene niet‑nakoming van de schuldenaar, wanneer hij vaststelt dat hij niet over voldoende middelen beschikt om de verplichtingen na te komen.

Als de dienstverlening iets anders betreft dan de betaling van een geldbedrag kan de liquidateur de rechter-commissaris ook verzoeken om te besluiten tot ontbinding van de overeenkomst als dit noodzakelijk is voor de liquidatie en hiermee geen buitensporige inbreuk wordt gemaakt op de belangen van de wederpartij.

Overdracht van lopende overeenkomsten

Bij een gerechtelijke sanering kan de rechtbank opdracht geven tot de overdracht van overeenkomsten die van nut zijn voor de onderneming (huurovereenkomsten, leveringsovereenkomsten, franchiseovereenkomsten, leasingsovereenkomsten en exploitatievergunningen) als in het saneringsplan is vastgelegd dat de onderneming wordt overgedragen aan een derde partij.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Bij een insolventieprocedure mogen schuldeisers hun rechten jegens de schuldenaar uitsluitend doen gelden in het kader van de insolventieprocedure, en kunnen zij niet individueel handelen om betaling te verkrijgen van de schuldenaar.

Het vonnis tot sluiting van de gerechtelijke liquidatieprocedure wegens ontoereikendheid van het vermogen heeft niet tot gevolg dat schuldeisers het recht terugkrijgen om acties tegen de schuldenaar individueel uit te oefenen.

De volgende gevallen vormen hierop een uitzondering:

- voor acties die betrekking hebben op goederen die zijn verkregen in het kader van een nalatenschap die is opengevallen tijdens de gerechtelijke liquidatieprocedure;

- wanneer de schuldvordering voortvloeit uit een delict waarvoor de schuld van de schuldenaar is vastgesteld of wanneer deze betrekking heeft op rechten die zijn ontleend aan de persoon van de schuldeiser;

- wanneer de schuldvordering haar oorsprong vindt in frauduleuze handelingen ten nadele van socialezekerheidsinstanties. De frauduleuze oorsprong van de vordering wordt vastgesteld door een rechterlijke beslissing of blijkt uit een sanctie die is opgelegd door een socialezekerheidsinstantie.

Schuldeisers krijgen ook in de volgende gevallen het recht op individuele vervolging terug:

- de schuldenaar is persoonlijk failliet verklaard;

- de schuldenaar is schuldig bevonden aan het faillissement;

- voor een van de onderdelen van zijn vermogen is de schuldenaar, of een rechtspersoon waarvan hij aan het hoofd stond, eerder onderworpen aan een gerechtelijke liquidatieprocedure die minder dan vijf jaar vóór de inleiding van de procedure tegen hem is afgesloten wegens ontoereikendheid van activa, of de schulden van de schuldenaar zijn in de loop van de vijf jaren voorafgaand aan die datum kwijtgescholden;

- er is een territoriale procedure ingeleid in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures.

In het geval van fraude jegens een of meerdere schuldeisers, stemt de rechtbank voorts in met de hervatting van individuele procedures van elke schuldeiser tegen de schuldenaar. De rechtbank wijst zijn vonnis bij de sluiting van de procedure, na de schuldenaar, de liquidateur en de controleurs te hebben gehoord of naar behoren te hebben opgeroepen. Het vonnis kan op verzoek van iedere belanghebbende ook daarna worden gewezen, op dezelfde voorwaarden.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

Het vonnis tot inleiding van een insolventieprocedure leidt tot onderbreking van of een verbod op acties tegen de schuldenaar die strekken tot de betaling van een geldbedrag of de ontbinding van een overeenkomst wegens wanbetaling.

Ook uitvoeringsprocedures en conservatoire maatregelen worden opgeschort.

Acties van schuldeisers die vóór de inleiding van de collectieve procedure stappen hebben ondernomen, worden onderbroken of opgeschort.

Dit geldt voor alle schuldeisers, ongeacht de vraag of zij over zekerheden beschikken.

De onderbreking van en het verbod op vervolging gelden voor alle insolventieprocedures.

Aanhangige rechtsgedingen worden onderbroken totdat de agerende schuldeiser is overgegaan tot aanmelding van zijn vordering.

Vervolgens worden zij van rechtswege hervat, maar zij hebben dan enkel tot doel de vordering vast te stellen en de hoogte ervan te bepalen, met uitsluiting van de veroordeling van de schuldenaar.

Andere dan de hierboven genoemde gerechtelijke en uitvoeringsprocedures vinden plaats in de loop van de waarnemingsperiode die voor de schuldenaar is ingesteld, na het in het geding roepen van de bewindvoerder en van de curator wanneer deze de taak heeft de schuldenaar bijstand te verlenen of hem te vertegenwoordigen, of na hervatting van het geding op initiatief van de bewindvoerder of de curator.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

Met het oog op goedkeuring van het reddingsplan wordt met schuldeisers overlegd over de termijnen voor betaling of kwijtschelding van schulden.

De voorstellen worden door de curator voorgelegd aan de bewindvoerder, die de schuldeisers vertegenwoordigt.

De bewindvoerder moet individuele of collectieve instemming verkrijgen van iedere schuldeiser die zijn vordering heeft aangemeld.

De bewindvoerder is niet verplicht de schuldeisers te raadplegen voor wie het ontwerpplan geen wijzigingen van de betalingsvoorwaarden inhoudt of volledige betaling in geld omvat zodra het plan definitief wordt of de vorderingen worden toegelaten.

Comités van schuldeisers

Wanneer een schuldenaar meer dan 150 werknemers in dienst heeft en zijn omzet meer dan 20 miljoen EUR bedraagt, worden comités van schuldeisers opgericht die zich uitspreken over de ontwerpplannen voor aanzuivering van de passiva.

In comités van schuldeisers worden voor verschillende categorieën schuldeisers vergaderingen belegd, zodat aan hen voorstellen kunnen worden voorgelegd, die zij kunnen bespreken en waarover zij zich collectief uitspreken, wat inhoudt dat de minderheid zich moet schikken naar het besluit van de meerderheid.

Er bestaat een comité van kredietinstellingen, dat bestaat uit financieringsmaatschappijen en kredietinstellingen en soortgelijke instanties, en een comité dat bestaat uit de belangrijkste leveranciers van goederen of diensten. Wanneer er obligatiehouders zijn, wordt er een algemene vergadering georganiseerd bestaande uit alle schuldeisers met obligaties die in Frankrijk of daarbuiten zijn uitgegeven, zodat kan worden overlegd over het ontwerpplan dat door de comités van schuldeisers is aangenomen.

De comités van schuldeisers moeten door de curator worden geraadpleegd over het ontwerpplan en vóór een plan stemmen voordat de rechtbank zijn vonnis kan vellen.

Wanneer er comités van schuldeisers zijn, kan iedere schuldeiser die lid is van een comité alternatieve voorstellen voor het ontwerpplan van de schuldenaar voorleggen.

Zo kan het ontwerpplan afkomstig zijn van de schuldenaar of, bij een gerechtelijke sanering, van de curator in overleg met de schuldenaar, maar kan het ook worden ingediend op initiatief van de schuldeisers die lid zijn van deze comités. Het door de comités goedgekeurde plan en, indien verschillend, het plan van de schuldenaar of de curator kunnen vervolgens als concurrerende plannen worden voorgelegd aan de rechtbank.

Versnelde vrijwaring

Bij de inleiding van een versnelde vrijwaringsprocedure moeten comités van schuldeisers (comité van kredietinstellingen en comité van leveranciers van goederen en diensten) worden opgericht, en, in voorkomend geval, de algemene vergadering van obligatiehouders.

De schuldeisers buiten de comités worden ook individueel geraadpleegd.

Versnelde financiële vrijwaring

Bij de inleiding van een versnelde financiële vrijwaringsprocedure is alleen de oprichting van het comité van kredietinstellingen verplicht, en, in voorkomend geval, de algemene vergadering van obligatiehouders.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

Alle vorderingen die vóór het vonnis tot inleiding van de procedure zijn ontstaan, moeten worden aangemeld, ongeacht de aard: handels-, civiele of administratieve vorderingen (belastingautoriteiten, socialezekerheidsinstanties) of strafrechtelijke vorderingen (boetes). Het is niet van belang of de vordering wel of niet bevoorrecht is, opeisbaar is of nog moet vervallen, en zeker of voorwaardelijk is.

Vorderingen die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure of een tegenprestatie vormen voor een prestatie ten behoeve van de schuldenaar voor zijn beroepswerkzaamheden, worden op de vervaldag ervan betaald.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Alle schuldeisers wier vordering vóór het vonnis tot inleiding is ontstaan, moeten hun vorderingen in geval van vrijwaring of sanering aanmelden bij de bewindvoerder, en in geval van liquidatie bij de liquidateur.

De termijn voor aanmelding bedraagt twee maanden vanaf de wettelijke publicatie van het vonnis tot inleiding.

De schuldenaar kan de vordering van een van zijn schuldeisers onder dezelfde voorwaarden ook zelf aanmelden.

De aanmelding heeft tevens betrekking op bepaalde vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan, waarvoor niet het voorrecht van betaling geldt dat bestaat ten gunste van vorderingen die van nut zijn voor de onderneming of verband houden met de eisen van de procedure.

In de aangemelde vordering moet het volgende worden opgenomen: de reeds vervallen en de nog te vervallen bedragen, de datums van de termijnen, de aard van het bestaande voorrecht of de bestaande zekerheid en de wijze van berekening van de rente.

De vorderingsaanmelding hoeft niet in een specifieke vorm te worden opgesteld. Uit de aanmelding moet ondubbelzinnig naar voren komen dat de schuldeiser de betaling van zijn vordering wil opeisen, op de lijst van schuldvorderingen wil worden opgenomen en aan de procedure wil deelnemen.

Na raadpleging van de schuldenaar stelt de bewindvoerder de lijst van aangemelde vorderingen op met voorstellen voor toelating, afwijzing of verwijzing naar de bevoegde instantie.

Deze lijst wordt doorgegeven aan de rechter-commissaris en meegedeeld aan de curator.

Vóór de toelating of afwijzing van een vordering controleert de rechter-commissaris het bestaan ervan, het bedrag en de aard, op basis van de bewijsstukken die de opsteller van de aanmelding voorlegt en eventueel elementen die zijn aangedragen door de gehoorde personen en de bewindvoerder.

Schuldeisers die hun vorderingen niet binnen de gestelde termijn hebben aangemeld, worden uitgesloten en kunnen dan ook niet worden betrokken bij de verdelingen, en evenmin aanspraak maken op dividenden in het geval van goedkeuring van een plan of tegeldemaking van de activa van de schuldenaar indien hun uitsluiting niet door de rechter-commissaris wordt opgeheven.

Bij ontheffing van de gevolgen van het verstrijken van de termijn kunnen zij na hun aanvraag in aanmerking komen voor de verdelingen.

Versnelde vrijwaring en versnelde financiële vrijwaring

De schuldenaar stelt de lijst op van de in de vorderingsaanmelding op te nemen vorderingen van alle schuldeisers die hebben deelgenomen aan de bemiddeling. De lijst wordt gecertificeerd door de accountant van de schuldenaar en ingediend bij de griffie van de rechtbank.

De bewindvoerder verstrekt iedere schuldeiser een uittreksel van de lijst met betrekking tot diens vordering.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

Een bevoorrechte schuldeiser beschikt over een garantie waarmee hij zich verzekerd weet van betalingsvoorrang op andere, niet-bevoorrechte schuldeisers van zijn schuldenaar, wanneer er een collectieve procedure tegen de schuldenaar wordt ingeleid.

Zo kan een schuldeiser bevoorrecht zijn:

- omdat hij beschikt over een garantie waarmee zijn schuldenaar heeft ingestemd of die hij via een gerechtelijke procedure heeft verkregen, of

- omdat hij in zijn hoedanigheid op wettelijke gronden over een voorrecht beschikt.

Niet alle bevoorrechte schuldeisers zijn gelijk. In geval van samenloop van meerdere bevoorrechte schuldeisers, worden zij in een wettelijk vastgelegde volgorde betaald, maar altijd vóór niet-bevoorrechte schuldeisers.

Niet-bevoorrechte schuldeisers worden betaald uit de activa van de schuldenaar die resteren na betaling van bevoorrechte schuldeisers. De verdeling geschiedt pondspondsgewijs.

Niveaus van voorrechten

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

De tegeldemaking van de verkoopprijs van een onroerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de zestig laatste werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  2. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure: kosten met betrekking tot behoud en liquidatie van goederen en de verdeling van de prijs tussen de schuldeisers (kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen).
  3. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voort te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  4. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  5. Vorderingen die worden gegarandeerd door het algemene voorrecht van werknemers: betaling van het salaris van de zes maanden voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  6. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal voorrecht of een hypotheek.
  7. Niet-bevoorrechte vorderingen.

De tegeldemaking van de verkoopprijs van een roerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Vorderingen die worden gegarandeerd door een zekerheidsrecht op een speciaal roerend goed met een retentierecht.
  2. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de zestig laatste werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  3. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding met het oog op het verloop van de procedure: kosten met betrekking tot behoud en liquidatie van goederen en de verdeling van de prijs tussen de schuldeisers (kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen).
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voort te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie voor een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  6. Voorrecht van de schatkist.
  7. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal voorrecht betreffende een roerend goed zonder retentierecht.
  8. Vorderingen die worden gegarandeerd door andere algemene voorrechten betreffende roerende goederen.
  9. Niet-bevoorrechte vorderingen.

Gerechtelijke liquidatie

De tegeldemaking van de verkoopprijs van een onroerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de zestig laatste werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  2. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding voor het verloop van de procedure: kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen.
  3. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling: dit geldt voor schuldeisers die instemmen met een nieuwe inbreng van contanten of nieuwe goederen of diensten leveren, met als doel de activiteit van de onderneming voor te zetten en haar levensvatbaarheid veilig te stellen.
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door speciale zekerheden op onroerende goederen.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het voorlopige behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijk persoon.
  6. Niet-bevoorrechte vorderingen.

De tegeldemaking van de verkoopprijs van een roerend goed tussen schuldeisers geschiedt in de onderstaande volgorde.

  1. Vorderingen die worden gegarandeerd door een speciaal zekerheidsrecht op roerende goederen met een retentierecht.
  2. Primair bevoorrechte vorderingen betreffende salarissen: betaling van de salarissen van de zestig laatste werkdagen voorafgaand aan het vonnis tot inleiding.
  3. Gerechtskosten die op wettige wijze zijn ontstaan na het vonnis tot inleiding voor het verloop van de procedure: kosten voor inventaris en reclame, bezoldiging van door de rechtbank aangewezen functionarissen.
  4. Vorderingen die worden gegarandeerd door het voorrecht betreffende bemiddeling.
  5. Voorrecht betreffende vorderingen die na het vonnis tot inleiding zijn ontstaan: vorderingen die verband houden met het regelmatige verloop van de procedure of het tijdelijk behoud van de activiteit, of vorderingen die zijn ontstaan als tegenprestatie van een prestatie die ten behoeve van de schuldenaar is verricht tijdens het behoud van de activiteit of bij de uitvoering van een lopende overeenkomst die door de liquidateur werd voortgezet, of vorderingen betreffende het levensonderhoud van de schuldenaar als natuurlijke persoon.
  6. Vorderingen die worden gegarandeerd door een hypotheek op roerende goederen of vorderingen die worden gegarandeerd door een onderpand op materieel of outillage.
  7. Voorrecht van de schatkist.
  8. Een vordering die wordt gegarandeerd door een speciaal zekerheidsrecht op een roerend goed zonder retentierecht.
  9. Overige voorrechten betreffende roerende goederen (artikel 2331 van het Franse Burgerlijk Wetboek) en het algemene voorrecht betreffende salarissen.
  10. Niet-bevoorrechte vorderingen.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

Vrijwaring en gerechtelijke sanering

In het kader van de procedures voor vrijwaring en gerechtelijke sanering kunnen de activiteiten van de onderneming worden voortgezet, kan de werkgelegenheid worden behouden en kunnen de passiva worden aangezuiverd door middel van een plan. Een plan voor vrijwaring of sanering kan pas worden opgesteld wanneer aan deze voorwaarden is voldaan.

Als er een serieuze mogelijkheid is dat de onderneming wordt gered, wordt het ontwerpplan in geval van vrijwaring opgesteld door de schuldenaar en in geval van sanering door de curator. Het plan bestaat uit drie onderdelen:

— een economisch en financieel onderdeel, waarin de vooruitzichten voor sanering worden bepaald op basis van de mogelijkheden en de wijzen waarop de werkzaamheden worden verricht, de marktsituatie en de beschikbare financieringsmiddelen;

— een definitie van de wijze van vereffening van de schulden en eventuele garanties die de directeur moet stellen om de uitvoering te waarborgen;

— een sociaal onderdeel, waarin het niveau en de vooruitzichten van werkgelegenheid worden uiteengezet en gerechtvaardigd evenals de beoogde sociale voorwaarden voor voortzetting van de activiteiten. Indien in het plan sprake is van ontslagen om economische redenen, worden de reeds getroffen maatregelen uiteengezet en wordt omschreven welke stappen moeten worden ondernomen om te kunnen zorgen voor herindeling en vergoeding van met ontslag bedreigde werknemers.

In het plan worden alle afspraken vermeld die zijn aangegaan door de personen die moeten zorgen voor de uitvoering en die noodzakelijk zijn voor de sanering van de onderneming.

De rechtbank beslist vervolgens over het ontwerpplan dat door de schuldenaar of een schuldeiser is voorgelegd.

Het vonnis van de rechtbank tot vaststelling van een plan voor vrijwaring, sanering of overdracht vormt een rechterlijke beslissing. Het plan omvat tevens een contractueel aspect als er comités van schuldeisers zijn opgericht.

Het plan heeft een looptijd van maximaal tien jaar, en wat betreft landbouwers vijftien jaar.

De rechtbank stelt voor de duur van het plan de curator of bewindvoerder aan als commissaris voor de uitvoering van het plan, die op de tenuitvoerlegging moet toezien.

Met de vaststelling van het plan wordt de waarnemingsperiode beëindigd. De schuldenaar krijgt weer de beschikking over zijn goederen en kan zijn onderneming weer leiden, onder voorbehoud van de maatregelen die hem in het plan zijn opgelegd door de rechtbank.

De schuldenaar dient zich aan alle bepalingen van het plan te houden.

Indien hij dit nalaat, wanneer de afspraken niet worden nagekomen of wanneer zich een staking van de betalingen voordoet tijdens de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering, loopt de schuldenaar het risico dat het plan wordt ingetrokken en de procedure wordt hervat.

Omzetting in gerechtelijke liquidatie

Tijdens of na afloop van de waarnemingsperiode die is ingegaan met een vonnis tot vrijwaring of een vonnis tot gerechtelijke sanering, kan worden besloten tot gerechtelijke liquidatie.

De rechtbank moet het vonnis tot gerechtelijke liquidatie vellen zodra de voortzetting van de onderneming onmogelijk blijkt of er in het kader van de procedure voor gerechtelijke sanering geen overdrachtsplan kan worden vastgesteld.

Einde van de verplichtingen van de schuldenaar als natuurlijk persoon in gerechtelijke liquidatie

De onbevoegdheid tot beschikking en beheer van de schuldenaar gaat in op de dag van de uitspraak van de gerechtelijke liquidatie en wordt beëindigd bij de sluiting van de liquidatie. Op dat moment krijgt de schuldenaar zijn rechten terug en kan hij weer acties ondernemen.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

De voltooiing van de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering betekent niet dat schuldeisers die hun vordering niet hadden aangemeld, de schuldenaar kunnen vervolgen.

Uitzonderlijke hervatting van individuele gerechtelijke stappen is uitdrukkelijk enkel mogelijk na afsluiting van de gerechtelijke liquidatie wegens een ontoereikend vermogen.

Moment waarop de insolventieprocedure als afgesloten wordt beschouwd

De waarnemingsperiode beslaat het tijdsbestek vanaf de dag van het vonnis tot inleiding tot en met de dag van het vonnis waarmee het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering wordt vastgesteld, of waarin de gerechtelijke liquidatie wordt uitgesproken.

Zowel bij de vrijwaringsprocedure als bij de gerechtelijke saneringsprocedure wordt de activiteit gedurende de waarnemingsperiode voortgezet en blijft de schuldenaar zijn onderneming in principe leiden, zij het met bepaalde beperkingen.

Als er een serieuze mogelijkheid is de onderneming te redden, zal de waarnemingsperiode uitmonden in een plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering.

Met de goedkeuring van een vrijwaringsplan of een saneringsplan krijgt de schuldenaar het beheer van zijn zaken weliswaar weer in handen, maar wordt de procedure niet beëindigd.

De procedure wordt namelijk afgesloten wanneer het eindverslag van de curator en de bewindvoerder door de rechter-commissaris is goedgekeurd. De president van de rechtbank geeft dan opdracht tot afsluiting, wat een maatregel van de rechterlijke macht is waartegen geen beroep kan worden aangetekend.

De procedure wordt zo op het moment van de beschikking tot afsluiting gerechtelijk afgesloten.

De gevolgen van de procedure houden echter niet op bij de beschikking tot afsluiting, want het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering blijft dan nog van kracht.

De schuldenaar dient zich aan alle bepalingen van het plan te houden.

Indien hij dit nalaat, wanneer de afspraken niet worden nagekomen of wanneer zich een staking van de betalingen voordoet tijdens de uitvoering van het plan voor vrijwaring of gerechtelijke sanering, loopt de schuldenaar het risico dat het plan wordt ingetrokken en de procedure wordt hervat.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

De kosten en uitgaven van de procedure komen ten laste van de onderneming waarvoor de insolventieprocedure is ingesteld.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

Wanneer de rechtbank een procedure voor gerechtelijke sanering of gerechtelijke liquidatie inleidt, is de datum waarop de schuldenaar de betalingen staakt, in principe de datum van het vonnis tot inleiding van de procedure.

De rechtbank heeft echter de mogelijkheid om de datum van staking van de betalingen vast te stellen op een eerdere datum, tot 18 maanden voorafgaand aan de datum van inleiding van de insolventieprocedure.

De periode vanaf de datum van staking van betaling tot de datum van inleiding van een procedure voor gerechtelijke sanering of gerechtelijke liquidatie wordt in dit geval de "verdachte periode" genoemd.

Bepaalde handelingen die in de verdachte periode door de schuldenaar zijn verricht en die frauduleus lijken, worden nietig verklaard.

Het instellen van een vordering tot nietigverklaring van handelingen die gedurende de verdachte periode zijn verricht, valt onder de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank waarbij de procedure aanhangig is.

Het instellen van een vordering tot nietigheid is voorbehouden aan de curator, de bewindvoerder, de liquidateur en het openbaar ministerie.

Schuldeisers kunnen individueel, of collectief via de bewindvoerder, een vordering tot niet‑tegenwerpbaarheid instellen van handelingen die door de schuldenaar zijn verricht.

De handeling is voor iedereen nietig en wordt met terugwerkende kracht vernietigd.

In de onderstaande twaalf gevallen is er sprake van verplichte nietigheid die geldt voor abnormale handelingen.

  • Alle handelingen tot kosteloze overdracht van een roerend of onroerend goed.
  • Elk wederkerig contract waarin de verplichtingen van de schuldenaar die van de andere partij aanzienlijk te boven gaan.
  • Elke betaling, ongeacht de wijze waarop deze is verricht, voor schulden die op de dag van betaling nog niet waren vervallen.
  • Elke betaling voor schulden die op andere wijze is verricht dan in contanten, handelspapieren, via overschrijvingen, overdrachtsdocumenten of elke andere betalingswijze die algemeen wordt aanvaard in zakelijke betrekkingen.
  • Alle deposito's en consignaties van geldsommen die, zonder dat er een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde is, zijn verricht als onderpand voor een goed.
  • Elke conventionele hypotheek, elke gerechtelijke hypotheek en de wettelijke hypotheek van de echtgenoten en elk recht op verpanding of op onderpand die zijn gevormd op de goederen van de schuldenaar in verband met eerder ontstane schulden.
  • Elke conservatoire maatregel, tenzij de inschrijving of de executiehandeling heeft plaatsgevonden vóór de datum van staking van de betalingen.
  • Iedere toestemming en uitoefening van opties door de werknemers van de onderneming.
  • Iedere inbreng van goederen of rechten in een trustvermogen, tenzij deze inbreng heeft plaatsgevonden als garantie voor een gelijktijdig aangegane schuld.
  • Elke aanpassingsovereenkomst bij een trustovereenkomst die gevolgen heeft voor rechten of goederen die reeds zijn ingebracht in een trustvermogen als garantie voor schulden die vóór deze aanpassingsovereenkomst zijn aangegaan.
  • Wanneer de schuldenaar een individuele ondernemer met beperkte aansprakelijkheid is, iedere bestemming of wijziging in de bestemming van een goed, onder voorbehoud van storting van de inkomsten die niet zijn bestemd voor de beroepsactiviteit, die heeft geleid tot een vermindering van het vermogen waarop de procedure betrekking heeft ten gunste van een ander vermogen van deze ondernemer.
  • De door de schuldenaar bij een notaris afgelegde verklaring dat bepaalde zaken niet vatbaar zijn voor beslag.

Deze handelingen moeten door de rechtbank nietig worden verklaard, ongeacht de vraag of de partijen te goeder of te kwader trouw hebben gehandeld.

Voorts kan de rechtbank de handeling tot kosteloze overdracht van een roerend of onroerend goed en de verklaring dat bepaalde zaken niet vatbaar zijn voor beslag die tot zes maanden voorafgaand aan de datum van staking van betaling is verricht of afgelegd, nietig verklaren. Voor deze gevallen geldt een facultatieve nietigheid.

Laatste update: 16/02/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website