Insolventie/faillissement

Bulgarije
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Tegen wie kan een insolventieprocedure worden ingesteld?

Bulgarije kent geen afzonderlijke wet waarin insolventieprocedures worden geregeld. De algemene bepalingen die van toepassing zijn op insolventie, zijn vastgelegd in het hoofdstuk Insolventie van de Handelswet. Insolventie van banken en verzekeringsmaatschappijen wordt geregeld in de bijzondere bepalingen van de Wet inzake insolventie van banken en de Verzekeringswet.

Insolventieprocedures worden geopend tegen ondernemers die insolvent zijn. Daarnaast worden insolventieprocedures geopend tegen vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, naamloze vennootschappen en commanditaire vennootschappen met een overmatige schuldenlast.

Een insolventieprocedure kan ook worden geopend tegen een persoon die heimelijk handel drijft via een insolvente schuldenaar. Bij de inleiding van een insolventieprocedure tegen een handelsonderneming wordt gelijktijdige opening van een procedure tegen een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid verondersteld.

Insolventieprocedures worden ook geopend tegen eenmanszaken waarvan de eigenaar is overleden of wier inschrijving in het Handelsregister is doorgehaald, indien zij insolvent waren op het moment van overlijden of het moment van doorhaling. Insolventieprocedures worden eveneens geopend tegen vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid, ook als de vennoot is overleden of als zijn inschrijving in het Handelsregister is doorgehaald. Een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure moet binnen één jaar na de dag van overlijden van de schuldenaar of de dag van de doorhaling in het Handelsregister worden ingediend.

Insolventieprocedures worden ook geopend tegen insolvente vennootschappen in liquidatie. Insolventieprocedures tegen banken en verzekeringsmaatschappijen zijn geregeld in de in een afzonderlijke wet vastgelegde voorschriften en procedures.

Kwesties die verband houden met de insolventie van een ondernemer die een openbare onderneming is en een staatsmonopolie uitoefent of krachtens een bijzondere wet is opgericht, zijn geregeld in een afzonderlijke wet. Tegen een ondernemer die een openbare onderneming is die een staatsmonopolie uitoefent of krachtens een bijzondere wet is opgericht, kan geen insolventieprocedure worden geopend.

Het nationale recht voorziet niet in een insolventieprocedure tegen natuurlijke personen niet zijnde eigenaren van eenmanszaken.

Een Bulgaarse rechter kan een aanvullende insolventieprocedure openen tegen een ondernemer die insolvent is verklaard door een buitenlandse rechter, indien deze ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit.

2 Wat zijn de voorwaarden om een insolventieprocedure te openen?

De volgende randvoorwaarden voor het openen van een insolventieprocedure gelden voor alle ondernemers:

(1) De schuldenaar moet een ondernemer zijn.

Insolventieprocedures kunnen niet alleen worden geopend tegen ondernemers, maar ook tegen personen die heimelijk handel drijven via een insolvente schuldenaar, tegen een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid (ook als deze is overleden of als zijn inschrijving is doorgehaald) of tegen een eigenaar van een eenmanszaak die is overleden of wiens inschrijving is doorgehaald.

Ingevolge artikel 612 van de Handelswet kan geen insolventieprocedure worden geopend tegen een openbare onderneming die een staatsmonopolie uitoefent of krachtens een bijzondere wet is opgericht.

(2) De aanvraag moet door een van de in artikel 625 en artikel 742, lid 2, van de Handelswet genoemde personen worden ingediend, te weten: de schuldenaar, de vereffenaar of een schuldeiser van de schuldenaar in het geval van een zakelijke transactie, het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten (in het geval van een publiekrechtelijke schuld aan de centrale overheid of gemeenten die voortvloeit uit de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar, of een schuld in de vorm van een kredietvordering van de overheid) of door een lid van het bestuursorgaan van de vennootschap.

Wanneer een schuldenaar insolvent wordt of een overmatige schuldenlast heeft opgelopen, is hij verplicht om binnen dertig dagen een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure in te dienen. In het geval van een eenmanszaak kan de aanvraag door de eigenaar van de eenmanszaak of diens opvolger worden ingediend. Indien de schuldenaar een vennootschap is, wordt de aanvraag ingediend door het bestuursorgaan, een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid, een vertegenwoordiger van de vennootschap of een door de rechtbank aangewezen vereffenaar. In deze gevallen worden de volgende zaken bij de aanvraag gevoegd:

  • een exemplaar van de meest recente door een registeraccountant gecertificeerde jaarrekening en balans per de datum van de aanvraag, indien de ondernemer wettelijk verplicht is een jaarrekening en balans op te maken;
  • een inventaris en beschrijving van de activa en passiva per de datum van de aanvraag;
  • een lijst van schuldeisers, waarin ook hun adressen, het soort en het bedrag van hun vorderingen, en het onderpand voor hun vorderingen zijn opgenomen;
  • een overzicht van het persoonlijk en huwelijksvermogen van eigenaren van eenmanszaken en vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid;
  • bewijs dat het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten op de hoogte is gesteld van de opening van de insolventieprocedure;
  • een expliciete volmacht, indien de aanvraag door een gevolmachtigde wordt ingediend.

In gevallen waarin de aanvraag door een schuldeiser wordt ingediend, worden alle beschikbare bewijsstukken ter staving van de vordering van de schuldeiser en de beweerdelijke insolventie van de schuldenaar bij de aanvraag gevoegd, tezamen met een ontvangstbewijs van zegelrecht en bewijs dat het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten van het indienen van de aanvraag op de hoogte is gesteld.

(3) Voorwaarden voor uitvoerbaarheid:

  • een geldelijke verplichting van de schuldenaar in verband met of voortvloeiend uit een handelstransactie, waaronder begrepen de geldigheid, uitvoering, niet-uitvoering, beëindiging, annulering en vernietiging van die transactie of de gevolgen van die beëindiging;
  • een publiekrechtelijke schuld aan de centrale overheid en gemeenten die voortvloeit uit de handelsactiviteiten van de schuldenaar; of
  • een schuld die voortvloeit uit een kredietvordering van de overheid.

"Handelstransactie" houdt in een transactie die door een ondernemer wordt verricht in de uitoefening van diens beroep, met inbegrip van transacties die uitdrukkelijk worden genoemd in artikel 1, lid 1, van de Handelswet (aankoop van goederen of andere artikelen voor wederverkoop in oorspronkelijke, verwerkte of afgewerkte vorm; verkoop van eigen vervaardigde goederen; aankoop van effecten voor wederverkoop; commerciële bemiddeling en courtage; transacties inzake commissie, expeditie en transport; verzekeringstransacties; bank- en deviezentransacties; wisselbrieven, promesses en cheques; opslagtransacties; licentietransacties; toezicht op goederen; intellectueel-eigendomtransacties; hoteldiensten, diensten op het gebied van toerisme, reclame, informatie, podiumkunsten en de amusementsbranche en overige diensten; aankoop, bouw of inrichting van vastgoed met het oog op verkoop en verhuur), ongeacht de hoedanigheid van de personen die deze transacties uitvoeren. In geval van twijfel wordt een ondernemer geacht een transactie te hebben verricht in de uitoefening van zijn beroep.

De verschillende soorten publiekrechtelijke vorderingen van de centrale overheid en gemeenten staan beschreven in artikel 162, lid 2, van het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures en omvatten:

  • belastingen, waaronder accijnzen en douanerechten, verplichte socialeverzekeringsbijdragen en andere aan de staatsbegroting verschuldigde bijdragen;
  • overige verschuldigde bedragen waarvan de grondslag en de omvang bij wet zijn vastgelegd;
  • zegelrecht en bij wet vastgelegde gemeenteheffingen;
  • socialeverzekeringsuitgaven die geschieden op een wijze die niet overeenstemt met de wettelijke voorschriften;
  • het geldelijke equivalent van aan de overheid verbeurde eigendommen, boetes en dwangsommen, alsmede door de overheid in beslag genomen en verbeurd verklaarde contanten;
  • schulden die voortvloeien uit aan de centrale overheid of gemeenten toegekende bedragen in gerechtelijke vonnissen, arresten en uitspraken die in kracht van gewijsde zijn gegaan, en uit besluiten van de Europese Commissie inzake de terugbetaling van onrechtmatig uitgekeerde overheidssubsidie;
  • schulden die voortvloeien uit dwangsombevelen;
  • onverschuldigd betaalde of te veel betaalde bedragen en onrechtmatig ontvangen of uitbetaalde bedragen in het kader van projecten medegefinancierd door financiële instrumenten van vóór de toetreding, operationele programma's, structuurfondsen en het Cohesiefonds van de Europese Unie, de Europese landbouwfondsen, het Europees Visserijfonds, de Schengenfaciliteit en de overgangsfaciliteit, met inbegrip van de bijbehorende nationale medefinanciering, terug te vorderen op grond van een aangenomen bestuursrechtelijk besluit, en andere boetes en dwangsommen waarin het nationaal recht en het recht van de Unie voorziet;
  • de over de bovengenoemde vorderingen verschuldigde rente.

Onder publieke vorderingen vallen vorderingen die moeten worden betaald aan de begroting van de Europese Unie ingevolge besluiten van de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie, het Europese Hof van Justitie en de Europese Centrale Bank, waarmee geldelijke verplichtingen worden opgelegd die op grond van artikel 256 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap executoriale titel vormen alsmede de vorderingen van lidstaten van de Europese Unie die uitvoerbaar zijn op grond van definitieve besluiten inzake beslag of verbeuring van liquide middelen of het equivalent in liquide middelen van in beslag genomen of verbeurde eigendommen alsmede besluiten inzake de toepassing van financiële sancties die zijn opgelegd in andere lidstaten van de Europese Unie, indien deze erkend en uitvoerbaar zijn in Bulgarije.

Ongeacht de vraag of de vordering voortvloeit uit een handelstransactie of ingevolge publiekrecht, moet worden vastgesteld dat deze geldig is en bestaat per de datum van de uitspraak van de rechter over de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure.

(4) Insolventieprocedures worden geopend tegen ondernemers die insolvent zijn. Daarnaast worden insolventieprocedures geopend tegen een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (дружество с ограничена отговорност), naamloze vennootschap (акционерно дружество) of commanditaire vennootschap (командитно дружество с акции) met een overmatige schuldenlast. Insolventie en een overmatige schuldenlast zijn objectieve feitelijke omstandigheden, waarvan wettelijke definities zijn opgenomen in de Handelswet.

Een ondernemer is insolvent indien hij niet in staat is tot het betalen van:

  • een geldelijke verplichting die opeisbaar is geworden en is ontstaan uit of in verband met een handelstransactie, waaronder begrepen de geldigheid, uitvoering, niet-uitvoering, beëindiging, annulering en vernietiging van die transactie of de gevolgen van die beëindiging;
  • een publiekrechtelijke schuld aan de centrale overheid en gemeenten die is ontstaan in verband met de handelsactiviteiten van de ondernemer;
  • een verplichting in de vorm van kredietvorderingen van de overheid.

Een ondernemer wordt geacht niet in staat te zijn een opeisbaar geworden schuld te voldoen, zoals bedoeld in het eerste geval hierboven, indien hij in de drie jaar voorafgaand aan een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure verzuimd heeft zijn jaarrekeningen te overleggen voor publicatie in het Handelsregister.

Een schuldenaar wordt insolvent geacht indien hij betalingen heeft opgeschort, ook als hij zijn schulden aan bepaalde schuldeisers volledig of gedeeltelijk heeft voldaan. Insolventie wordt eveneens verondersteld indien, ingevolge een executieprocedure op grond van een definitieve uitspraak verkregen door de schuldeiser die de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure heeft ingediend, de schuld niet geheel of gedeeltelijk is voldaan binnen zes maanden nadat de schuldenaar een verzoek of oproep tot vrijwillige betaling heeft ontvangen.

Een vennootschap wordt geacht een overmatige schuldenlast te hebben indien zij over onvoldoende activa beschikt om haar verplichtingen te dekken.

(5) De schuldenaar ondervindt geen tijdelijke problemen, maar is objectief en permanent insolvent met een overmatige schuldenlast.

De bevoegde insolventierechter is de provinciale rechter met rechtsbevoegdheid in het gebied waarin de ondernemer zijn hoofdkantoor heeft ten tijde van de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure. Een door een schuldenaar of vereffenaar ingediende aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt door de rechter onverwijld in gesloten zitting behandeld en in het Handelsregister wordt een kennisgeving gepubliceerd. Een door een schuldeiser ingediende aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt uiterlijk 14 dagen na de dag van de aanvraag behandeld in gesloten zitting waar de schuldeiser en de aanvrager dienen te verschijnen, na een oproep door de rechter. De rechter zal een procedure die naar aanleiding van een door een schuldenaar of vereffenaar ingediende aanvraag voor insolventie is ingesteld, aanhouden indien er tegen de tijd dat hij een uitspraak doet over de aanvraag een insolventieaanvraag door een schuldeiser is ingediend. Tot het einde van de eerste zitting in de procedure ingesteld naar aanleiding van een door een schuldeiser ingediende aanvraag kunnen andere schuldeisers als partijen optreden, bezwaren indienen en schriftelijk bewijs overleggen. De rechter kent een zaaknummer toe aan de indiening op de dag waarop de aanvraag wordt ingediend en stelt een uiterste datum vast waarop hij een besluit over de aanvraag moet nemen. Die termijn mag niet langer zijn dan drie maanden.

Alvorens over de aanvraag te besluiten, kan de insolventierechter, op initiatief van de schuldeiser of ambtshalve, de volgende anticiperende en conservatoire maatregelen opleggen, indien nodig voor het behoud van de activa van de schuldenaar:

  • benoeming van een curator;
  • toestaan van een zekerheid in de vorm van derdenbeslag, uitwinning of andere conservatoire maatregelen;
  • aanhouden van een executieprocedure tegen eigendommen van de schuldenaar, behalve in het geval van een executieprocedure ingesteld ingevolge het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures;
  • toestaan van de bij wet voorziene maatregelen tot bescherming van de beschikbare activa van de schuldenaar;
  • verzegelen van gebouwen, uitrusting, transportvoertuigen enz. waarin persoonlijke eigendommen en bezittingen van de schuldenaar zijn opgeslagen, met uitzondering van woon- en andere ruimten die de schuldenaar nodig heeft om zijn bedrijf uit te oefenen of om aan bederf onderhevige goederen op te slaan.

Als de maatregelen door een schuldeiser worden verzocht, zal de rechter ze toestaan indien het verzoek van de schuldeiser wordt gestaafd door dwingend schriftelijk bewijs en/of indien ter hoogte van een door de rechter bepaald bedrag zekerheid wordt verstrekt om eventuele schade aan de schuldenaar te vergoeden ingeval vervolgens blijkt dat de schuldenaar niet insolvent is of geen overmatige schuldenlast heeft. De conservatoire maatregelen komen ten goede aan alle schuldeisers van de insolvente boedel en kunnen door de rechter worden opgeheven indien ze niet meer nodig zijn voor het behoud van de boedel en van de rechten van de schuldeisers.

De uitspraak wordt meegedeeld aan de partij waarop de maatregelen betrekking hebben en aan de partij die om de maatregelen heeft verzocht. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en er kan binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving beroep tegen worden aangetekend. Van een beroep gaat geen opschortende werking uit. Conservatoire maatregelen worden geacht te zijn opgeheven vanaf de dag waarop een uitspraak tot afwijzing van de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt ingeschreven. De conservatoire maatregelen zijn van kracht tot de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure.

Wanneer insolventie of een overmatige schuldenlast wordt geconstateerd, stelt de rechter de insolventie of overmatige schuldenlast vast door middel van de uitspraak genoemd in artikel 630, lid 1, van de Handelswet, bepaalt hij de aanvangsdatum ervan, opent hij de insolventieprocedure, wijst hij een voorlopige curator aan, staat hij een zekerheid toe door middel van derdenbeslag, uitwinning of andere conservatoire maatregelen, en stelt hij een datum vast voor de eerste vergadering van schuldeisers, te houden uiterlijk één maand na de dag van de uitspraak.

Wanneer het evident is dat voortzetting van de activiteiten de insolvente boedel zal schaden, kan de rechter, op initiatief van de schuldenaar of de curator, het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten of een schuldeiser, de schuldenaar insolvent verklaren middels de uitspraak beoogd in artikel 630, lid 2, van de Handelswet en hem gelasten zijn handelsactiviteiten te staken, hetzij vanaf de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure is gedaan of vanaf een latere datum vóór de uiterste termijn voor het voorstellen van een herstelplan. Bij een uitspraak tot opening van een insolventieprocedure tegen een exploitant van water- en rioolvoorzieningen mag de rechter deze niet gelasten zijn activiteiten te staken voor er een nieuwe exploitant van water- en rioolvoorzieningen in het gebied is aangewezen.

De uitspraak tot opening van een insolventieprocedure is voor alle partijen bindend.

Nadat de rechter een insolventieprocedure heeft ingesteld of anticiperende en conservatoire maatregelen heeft opgelegd, zet de schuldenaar zijn handelsactiviteiten voort onder toezicht van de curator en kan hij uitsluitend nieuwe contracten afsluiten met voorafgaande toestemming van de curator en op voorwaarde dat hij zich blijft houden aan de in de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure gelaste maatregelen. De rechter kan de schuldenaar het recht ontnemen om zijn eigendom te beheren en erover te beschikken en dat recht aan de curator overdragen, indien hij van mening is dat de handelingen van de schuldenaar schadelijk zijn voor de belangen van schuldeisers.

Door middel van de uitspraak voorzien in artikel 631 van de Handelswet zal de rechter de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure afwijzen indien hij vaststelt dat de problemen van de schuldenaar van tijdelijke aard zijn of dat deze over voldoende activa beschikt om zijn schulden te dekken zonder dat de belangen van schuldeisers worden geschaad.

Indien de beschikbare activa niet toereikend zijn om de initiële kosten van de insolventieprocedure te dekken en deze kosten niet vooraf zijn voldaan, zal de rechter ingevolge artikel 632, lid 1, van de Handelswet een uitspraak doen tot vaststelling van insolventie of een overmatige schuldenlast, de insolventieprocedure openen, een zekerheid toestaan door middel van derdenbeslag, uitwinning of andere conservatoire maatregelen, gelasten dat de vennootschap haar handelsactiviteiten staakt, de schuldenaar insolvent verklaren en de procedure aanhouden, zonder te gelasten dat de inschrijving van de ondernemer in het Handelsregister wordt doorgehaald. Een aangehouden procedure kan worden heropend middels een verzoekschrift van de schuldenaar of de schuldeiser binnen één jaar nadat de uitspraak in het Handelsregister is ingeschreven. De procedure kan worden heropend indien de verzoeker aantoont dat er voldoende activa beschikbaar zijn, of het bedrag stort dat nodig is, om de initiële kosten te dekken. Indien geen der partijen verzoekt om de procedure te heropenen, zal de rechter de procedure beëindigen en gelasten dat de inschrijving van de ondernemer in het Handelsregister wordt doorgehaald. Dezelfde regels gelden indien tijdens de procedure blijkt dat de beschikbare activa van de schuldenaar onvoldoende zijn om de kosten van de insolventieprocedure te dekken.

Uitspraken ingevolge de artikelen 630 en 632 van de Handelswet zijn vatbaar voor beroep binnen zeven dagen vanaf de inschrijving ervan in het Handelsregister. Een uitspraak waarin een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt afgewezen, is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen vanaf de dag waarop deze wordt meegedeeld conform de procedure beschreven in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Een uitspraak ingevolge artikel 630 is uitvoerbaar bij voorraad.

Een insolventieprocedure wordt geacht te zijn geopend vanaf de dag van de inschrijving van de uitspraak ingevolge artikel 630, lid 1, van de Handelswet. Wanneer de uitspraak tot het openen van een insolventieprocedure wordt vernietigd, worden het derdenbeslag en de uitwinning geacht te zijn opgeheven, wordt de schuldenaar in zijn rechten hersteld en worden de bevoegdheden van de curator beëindigd per de datum van inschrijving van de definitieve uitspraak in het Handelsregister.

De rechter keurt het herstelplan van de onderneming goed of af door middel van een specifieke uitspraak. Bij goedkeuring van het herstelplan beëindigt de rechter de insolventieprocedure en benoemt hij het toezichthoudend orgaan dat is voorgesteld in het plan of gekozen door de vergadering van schuldeisers. De uitspraak is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen na de dag van de inschrijving in het Handelsregister.

Door middel van de uitspraak voorzien in artikel 710 van de Handelswet verklaart de rechter de schuldenaar insolvent indien er binnen de geldende wettelijke periode geen herstelplan wordt voorgesteld of indien het voorgestelde plan niet wordt aangenomen of goedgekeurd. Dezelfde regel geldt in de gevallen voorzien in artikel 630, lid 2, artikel 632, lid 1 en artikel 709, lid 1, van de Handelswet (heropenen van de procedure in het geval van verzuim door de schuldenaar om aan zijn verplichtingen in het kader van het herstelplan te voldoen). Met dezelfde uitspraak verklaart de rechter de schuldenaar insolvent, gelast hij de insolvente onderneming haar handelsactiviteiten te staken, staat hij algemeen derdenbeslag en uitwinning ten aanzien van de eigendommen van de schuldenaar toe, beëindigt hij de bevoegdheden van de toezichthoudende organen van een schuldenaar die een rechtspersoon is, ontneemt hij de schuldenaar het recht de insolvente boedel te beheren en erover te beschikken, en gelast hij de omzetting in liquide middelen van de activa in de insolvente boedel en uitdeling van de opbrengst. De uitspraak waarin de insolventie wordt uitgesproken, geldt voor alle partijen en is aan inschrijving in het Handelsregister onderhevig. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en er kan binnen een periode van zeven dagen na de dag van de inschrijving beroep tegen worden aangetekend.

Vanaf het moment van inschrijving in het Handelsregister van de uitspraak waarin de insolventie wordt vastgesteld, worden de onroerende en roerende zaken van de schuldenaar en vorderingen van bonafide derden geacht in beslag te zijn genomen. Het algemeen beslag op de onroerende zaken en vaartuigen in eigendom van de schuldenaar wordt ingeschreven in de notariële registers of scheepsregisters op basis van de uitspraak waarin de schuldenaar insolvent wordt verklaard en die in het Handelsregister is ingeschreven. Alle geldelijke en niet-geldelijke verplichtingen van de schuldenaar worden jegens hem uitvoerbaar vanaf de dag van de uitspraak waarin de insolventie wordt vastgesteld. De marktwaarde in geld van niet-geldelijke vorderingen wordt bepaald op de dag van de uitspraak. Niet-geldelijke verplichtingen worden omgezet in geld op grond van hun marktwaarde op de dag van de uitspraak tot het openen van de insolventieprocedure.

Uitspraken van buitenlandse rechters waarin insolventie wordt vastgesteld, worden in Bulgarije erkend op grond van wederkerigheid indien ze zijn gedaan door een instantie van de Staat waar de schuldenaar zijn statutaire zetel heeft. Op verzoek van een schuldenaar, de door een buitenlandse rechter aangewezen curator of een schuldeiser kan de Bulgaarse rechter een aanvullende insolventieprocedure openen tegen een ondernemer die insolvent is verklaard door een buitenlandse rechter, indien deze ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit. In dat geval geldt de uitspraak uitsluitend voor de activa van de schuldenaar in Bulgarije.

3 Welke goederen behoren tot de insolvente boedel? Hoe worden de goederen behandeld die zijn verworven door of toevallen aan de schuldenaar na de opening van de insolventieprocedure?

Vanaf de dag van de uitspraak tot het openen van een insolventieprocedure vormen de eigendommen van de schuldenaar de insolvente boedel waaruit de vorderingen van alle schuldeisers voortvloeiend uit handelsschulden en niet-handelsschulden moeten worden voldaan.

Volgens het nationale recht omvat de insolvente boedel:

  • de activa in eigendom van de schuldenaar per de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  • de activa door de schuldenaar verkregen na de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  • tot de activa van een schuldenaar die eigenaar van een eenmanszaak is, behoren de helft van de persoonlijke eigendommen, rechten in persoonlijke eigendommen en kasdeposito's in bezit als huwelijksvermogen;
  • tot de activa van een schuldenaar die een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid is, behoren de helft van de persoonlijke eigendommen, rechten in persoonlijke eigendommen en kasdeposito's in bezit als huwelijksvermogen.

Door een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid niet betaalde aandelen of niet gestorte inbreng worden door de curator geïncasseerd om bij de insolvente boedel te worden gevoegd. Eventuele bijkomende recent geïncasseerde vorderingen van de schuldenaar, opbrengsten uit de verkoop van zijn activa en vorderingen waarvan schuldeisers afstand hebben gedaan, worden in de insolvente boedel opgenomen.

Indien de verkoopprijs van een onroerende zaak die als zekerheid is verstrekt hoger is dan de zekergestelde vordering, inclusief de opgebouwde rente, wordt het restbedrag opgenomen in de insolvente boedel. Deze regel geldt ook voor schuldeisers aan wie het recht is toegekend om een zekerheid aan te houden.

Indien de rechter een transactie in verband met de schuldeisers van de insolvente boedel nietig heeft verklaard, worden de door een derde verstrekte activa geretourneerd, en als die activa niet zijn opgenomen in de insolvente boedel of er geld verschuldigd is, zal de derde als schuldeiser deelnemen aan de procedure.

Indien de opbrengst van de te gelde gemaakte activa die zijn onderworpen aan conservatoire maatregelen opgelegd voor aanvang van de insolventieprocedure met het oog op zekerstelling van publiekrechtelijke schulden of waartegen executieprocedures voor de inning van publiekrechtelijke schulden lopen, groter is dan het bedrag van de vordering, inclusief de opgebouwde rente en de opgelopen invorderingskosten, dan stort de overheidsdeurwaarder het restbedrag op de bankrekening van de insolvente boedel. Indien de overheidsdeurwaarder de activa niet binnen zes maanden na aanvang van de insolventieprocedure te gelde maakt, gaan de activa over van de overheidsdeurwaarder op de curator en worden ze te gelde gemaakt in de insolventieprocedure. Indien een betaling ten gunste van een eiser wordt gedaan tussen de dag waarop een executieprocedure is aangehouden en de inschrijving van de opening van de insolventieprocedure, wordt het betaalde bedrag teruggestort in de insolvente boedel. Indien er stappen worden genomen om de zekerheid ten gunste van een zekerheidsgerechtigde schuldeiser te gelde te maken, wordt dat deel van de opbrengst dat hoger is dan het bedrag van de zekerheid bij de insolvente boedel gevoegd.

De volgende zaken behoren niet tot de insolvente boedel:

  • de activa van de schuldenaar en de vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid waarop geen beslag kan worden gelegd;
  • de financiële zekerheden bedoeld in artikel 22h en artikel 63a, lid 2, van de Wet inzake ondergrondse natuurlijke hulpbronnen;
  • de activa van exploitanten van water- en rioolvoorzieningen die nodig zijn voor hun primaire activiteiten, tot een nieuwe exploitant van water- en rioolvoorzieningen is aangewezen;
  • de bedragen gestort op de bankrekening bedoeld in artikel 60, lid 2, van de Wet inzake afvalbeheer.

Volgens het nationaal recht (artikelen 444 tot en met 447 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) kan executie niet zijn gericht tegen de volgende persoonlijke eigendommen van een schuldenaar die een natuurlijk persoon is:

  • zaken bestemd voor normaal gebruik door de schuldenaar en zijn gezin zoals vermeld in een door de Raad van Ministers aangenomen lijst;
  • de voedingsmiddelen die nodig zijn voor het levensonderhoud van de schuldenaar en zijn gezin gedurende een periode van een maand of, in het geval van landbouwproducenten, tot de nieuwe oogst of het equivalent daarvan in andere landbouwproducten;
  • de brandstof die nodig is voor drie maanden verwarming, koken en verlichting;
  • de machines, gereedschappen, apparaten en boeken die als wezenlijke persoonlijke eigendom worden beschouwd en die een freelance beroepsbeoefenaar of ambachtsman in staat stellen zijn beroep uit te oefenen;
  • de grond van een schuldenaar die landbouwproducent is, en in het bijzonder: tuinen en wijngaarden met een oppervlakte tot 0,5 ha of velden met een oppervlakte tot 3 ha, inclusief de nodige landbouwmachines, gereedschappen, kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en zaaigoed voor één jaar;
  • een span trekdieren, een koe en vijf stuks kleinvee, tien bijenkorven en pluimvee, inclusief het nodige voeder tot de nieuwe oogst of tot ze naar de weide worden gebracht om te grazen;
  • de woning van de schuldenaar, indien hij noch enig gezinslid die dezelfde leefruimte deelt, een andere woning bezit, ongeacht of de schuldenaar daarin woont. Indien de woning de huisvestingsbehoefte van de schuldenaar en zijn gezinsleden overtreft, als bepaald door een decreet van de Raad van Ministers, wordt het overtollige deel te koop gezet indien aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 39, lid 2, van de Eigendomswet is voldaan;
  • overige eigendommen waarop geen beslag kan worden gelegd en vorderingen die door andere wetgeving worden beschermd tegen executie.

Bovenstaande beperkingen gelden niet voor schuldenaren in verband met eigendom waarop recht van pand is gevestigd of dat met hypotheek is bezwaard, indien de eiser de schuldeiser uit hoofde van de zekerheid of hypotheek is. In verband met de grond en de woning van de schuldenaar gelden de beperkingen niet voor:

  • schuldenaren die onderhoudsuitkeringen verschuldigd zijn, vergoedingen die zijn toegekend in het kader van onrechtmatige daad en financiële tekorten die moeten worden aangezuiverd;
  • schuldenaren in andere, uitdrukkelijk bij wet bepaalde gevallen.

Waar de executie zich richt tegen het salaris van een schuldenaar of een andere voor werkzaamheden ontvangen beloning, of tegen een pensioen dat hoger is dan het minimumloon, kunnen de volgende inhoudingen worden toegepast:

  1. indien het inkomen van een persoon die gelast wordt bovenstaande kosten te betalen niet hoger is dan 300 BGN per maand: een kwart van het bedrag indien de persoon geen kinderen heeft en een vijfde van het bedrag indien de persoon kinderen ten laste heeft;
  2. indien het inkomen van een persoon die gelast wordt bovenstaande kosten te betalen tussen 300 BGN en 600 BGN per maand ligt: een derde van het bedrag indien de persoon geen kinderen heeft en een kwart van het bedrag indien de persoon kinderen ten laste heeft;
  3. indien het inkomen van een persoon die gelast wordt bovenstaande kosten te betalen tussen 600 BGN en 1200 BGN per maand ligt: de helft van het bedrag indien de persoon geen kinderen heeft en een derde van het bedrag indien de persoon kinderen ten laste heeft;
  4. indien het inkomen van een persoon die gelast wordt bovenstaande kosten te betalen hoger is dan 1200 BGN per maand: het bedrag boven 600 BGN indien de persoon geen kinderen heeft en het bedrag boven 800 BGN indien de persoon kinderen ten laste heeft.

In deze gevallen worden het maandsalaris of de maandelijkse beloning berekend na aftrek van belasting en verplichte socialezekerheidsbijdragen. Deze beperkingen gelden echter niet voor vorderingen voortvloeiend uit onderhoudsuitkeringen. In dat geval wordt het voor levensonderhoud toegekende bedrag volledig in mindering gebracht en worden de inhoudingen op het salaris of andere beloning voor werkzaamheden of een pensioen, in verband met andere verplichtingen van de persoon die gelast wordt achterstallige onderhoudsuitkeringen te betalen, in mindering gebracht op het restant van het totale inkomen. Executie gericht tegen onderhoudsvorderingen is niet toegestaan. Executie gericht tegen beurzen is alleen toegestaan in verband met vorderingen voortvloeiend uit onderhoudsuitkeringen.

Een eventuele afstandsverklaring, door een schuldenaar die een natuurlijk persoon is, van de aan zijn persoonlijke eigendom, salaris of andere beloning voor werk, of pensioen toegekende bescherming, is nietig.

In artikel 22h en artikel 63a, lid 2, van de Wet inzake ondergrondse natuurlijke hulpbronnen zijn de eisen vastgelegd voor de financiële zekerheden die de exploitant, vergunninghouder of concessiehouder moet verstrekken aan de minister voor Energiezaken alvorens werkzaamheden in het kader van de vergunning aan te vangen, te weten: een onherroepelijke bankgarantie afgegeven ten behoeve van de minister voor Energiezaken; een trustrekening bij een door de exploitant opgegeven en voor de minister voor Energiezaken aanvaardbare bank; een verzekeringspolis waarin de minister voor Energiezaken als begunstigde wordt genoemd; een documentair accreditief in het kader waarvan gelden uitsluitend mogen worden opgenomen ter uitvoering van de gespecificeerde werkzaamheden of een andere, in overleg met de minister voor Energiezaken vastgestelde wettelijke zekerheid.

In artikel 60, lid 2, van de Wet inzake afvalbeheer zijn de eisen voor de te verstrekken zekerheden ter dekking van toekomstige kosten voor de sluiting van stortplaatsen en nazorg als volgt vastgelegd: maandelijkse inhoudingen gestort in een trustrekening van de Regionale Milieu- en Waterinspectiedienst die verantwoordelijk is voor het gebied waar de stortplaats is gelegen; maandelijkse inhoudingen gestort op een voor dit doel bestemde rekening die geblokkeerd is tot alle maatregelen ten aanzien van de sluiting van de stortplaats en nazorg zijn voltooid en goedgekeurd, behoudens voor zover het gebruik van de gelden uitdrukkelijk is toegestaan; of een bankgarantie afgegeven ten gunste van de bevoegde Regionale Milieu- en Waterinspectiedienst die verantwoordelijk is voor het gebied waar de stortplaats is gelegen.

De laatste vergadering van schuldeisers neemt een besluit aan over de onverkoopbare persoonlijke eigendommen in de insolvente boedel en kan daarin bepalen dat persoonlijke eigendommen van verwaarloosbare waarde of vorderingen waarvan de inning onredelijke inspanningen zou vergen, aan de schuldenaar worden geretourneerd.

Nadat alle schulden volledig zijn betaald, wordt het restant van de insolvente boedel aan de schuldenaar geretourneerd.

4 Wat zijn de bevoegdheden van respectievelijk de schuldenaar en de insolventiefunctionaris?

De schuldenaar en de curator in de insolventieprocedure zijn tot het volgende gerechtigd:

  • aantekenen van bezwaar tegen de balans en het rapport die door de vereffenaar zijn opgesteld wanneer er een procedure tegen een in liquidatie verkerende vennootschap is geopend. De rechter zal binnen 14 dagen uitspraak doen over het bezwaar met een besluit dat niet vatbaar is voor beroep;
  • verzoeken dat de rechter de schuldenaar insolvent verklaart en deze gelast zijn handelsactiviteiten te staken, hetzij vanaf de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure of vanaf een latere datum, echter vóór het vervallen van de uiterste termijn voor het voorstellen van een herstelplan, wanneer het evident is dat voortzetting van de activiteiten de insolvente boedel zou schaden;
  • de rechter verzoeken om in te stemmen met de bij wet voorziene conservatoire maatregelen tot bescherming van de beschikbare activa van de schuldenaar;
  • een herstelplan voorstellen;
  • de rechter verzoeken om een vergadering van schuldeisers te beleggen.

De handelingen van de schuldenaar en de curator worden vastgelegd in een openbaar register dat eventueel elektronisch wordt bijgehouden en dat beschikbaar is bij de griffie van de insolventierechter.

De schuldenaar, zijn vertegenwoordiger en de curator mogen rechtstreeks noch door middel van een plaatsvervanger of een andere verbonden partij deelnemen aan biedingen of als kopers deelnemen aan veilingen voor de verkoop van persoonlijke eigendommen of eigendomsrechten behorend tot de insolvente boedel. Wanneer een eigendomsrecht wordt verkregen door een bieder die hiervoor niet in aanmerking komt, is de verkoop nietig en wordt het door de koper betaalde geld aangehouden en gebruikt ter voldoening van de vorderingen van schuldeisers.

Nadat de rechter een insolventieprocedure heeft geopend of anticiperende en conservatoire maatregelen heeft opgelegd, zet de schuldenaar zijn bedrijfsactiviteiten voort onder toezicht van de curator en kan hij uitsluitend nieuwe contracten afsluiten met voorafgaande toestemming van de curator en op voorwaarde dat hij zich blijft houden aan de in de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure gelaste maatregelen.

De rechter kan de schuldenaar het recht ontnemen om zijn eigendom te beheren en erover te beschikken en dat recht aan de curator overdragen, indien hij van mening is dat de handelingen van de schuldenaar schadelijk zijn voor de belangen van schuldeisers.

Schuldenaar

Binnen dertig dagen nadat hij insolvent is geworden of een overmatige schuldenlast heeft opgelopen, moet een schuldenaar de rechter om toestemming vragen voor het openen van een insolventieprocedure. De aanvraag wordt ingediend door de schuldenaar, de erfgenaam van de schuldenaar, een bestuursorgaan, gevolmachtigde of vereffenaar van de commerciële onderneming, of door een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid. Wanneer de aanvraag wordt ingediend door een gevolmachtigde is er een expliciete volmacht nodig. In de aanvraag kan de schuldenaar een herstelplan voorstellen en een persoon aanwijzen die voldoet aan de eisen gesteld aan te benoemen curatoren, indien de rechter de opening van een insolventieprocedure gelast.

De schuldenaar kan, in persoon of door middel van een bevoegde vertegenwoordiger, alle noodzakelijke procedurele maatregelen in de insolventieprocedure nemen, evenals in procedures inzake vorderingen tot verkrijging van een verklaring van recht of tot nietigverklaring, met uitzondering van die maatregelen welke strikt onder de bevoegdheid van de curator vallen.

Onder bepaalde omstandigheden hebben de schuldenaar en zijn gezin recht op een onderhoudsuitkering. Het bedrag van die uitkering wordt bepaald door de rechter en behoort tot de onkosten van de insolventieprocedure.

Een schuldenaar kan aan de vergadering van schuldeisers deelnemen indien de schuldeisers dat nodig achten.

Op initiatief van de schuldenaar kan de rechter een besluit van de vergadering van schuldeisers vernietigen indien dat besluit onrechtmatig is of de belangen van een aantal van de schuldeisers ernstig schaadt.

De schuldenaar kan schriftelijk bezwaar aantekenen tegen een door de curator erkende of afgewezen vordering, met afschrift aan de curator, binnen zeven dagen na publicatie van de lijsten van toegelaten en afgewezen vorderingen in het Handelsregister. De schuldenaar kan een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet aanhangig maken binnen 14 dagen na de publicatie van de gerechtelijke beschikking waarin de lijst in het Handelsregister wordt goedgekeurd, indien de rechter het bezwaar van de schuldenaar tegen een door de curator goedgekeurde vordering afwijst of een vordering heeft opgenomen in de lijst van goedgekeurde vorderingen.

De schuldenaar kan de rechter verzoeken de benoemde curator uit zijn functie te ontheffen indien de curator zich niet van zijn taken kwijt of indien hij handelt op een wijze die de belangen van de schuldeiser of schuldenaar schaadt.

De schuldenaar kan de door de rechter uitgebrachte toekenningsbeslissing in de verkoop van persoonlijke eigendommen en eigendomsrechten in de insolvente boedel betwisten.

De schuldenaar kan bij de rechter een schriftelijk bezwaar indienen tegen de uitdelingsrekening en het bevel waarmee de rekening is goedgekeurd, betwisten.

De schuldenaar kan verzoeken dat de rechter, ten tijde van goedkeuring van het herstelplan door een specifieke uitspraak of op een later tijdstip, met het oog op het behoud van activa en ten behoeve van de uitvoering van het plan, activa aanwijst die de schuldenaar mag verkopen met voorafgaande toestemming van het toezichthoudend orgaan of, indien er geen toezichthoudend orgaan is, met voorafgaande toestemming van de rechter, of dat de rechter een of meerdere leden van het toezichthoudend orgaan vervangt.

Ingevolge artikel 740 van de Handelswet kan een schuldenaar in iedere fase van de procedure een akkoord treffen met alle schuldeisers met toegelaten vorderingen teneinde hun geldelijke vorderingen af te doen. In dit geval vertegenwoordigt de curator niet de schuldenaar als partij. Indien de schuldenaar zijn verplichtingen ingevolge het akkoord niet nakomt, kunnen schuldeisers wier vorderingen goed zijn voor ten minste 15 % van het totale bedrag aan vorderingen verzoeken om hervatting van de insolventieprocedure.

De schuldenaar kan om hervatting van de insolventieprocedure verzoeken binnen één jaar na de dag van de inschrijving in het Handelsregister van het besluit om de procedure aan te houden, waarbij hij heeft vastgesteld dat er voldoende activa beschikbaar zijn of het bedrag heeft gestort dat nodig is om de initiële proceskosten te dekken.

De schuldenaar kan de rechter vragen een aangehouden procedure binnen één jaar na de dag van het bevel om de procedure aan te houden te hervatten, indien gedurende die periode voor betwiste vorderingen gereserveerde bedragen vrijkomen of activa worden ontdekt die niet bekend waren tijdens de insolventieprocedure.

De schuldenaar kan de rechter verzoeken hem restitutio in integrum te verlenen ten aanzien van zijn voor herstel in aanmerking komende rechten, indien hij alle in de procedure toegelaten schulden volledig heeft voldaan, inclusief de rente en gemaakte onkosten. De schuldenaar wordt in zijn rechten hersteld zonder dat alle schulden zijn betaald indien de insolventie is veroorzaakt door ongunstige zakelijke en economische ontwikkelingen. Partners met onbeperkte aansprakelijkheid worden onder gelijke voorwaarden in hun rechten hersteld. De gerechtelijke uitspraak waarmee restitutio in integrum wordt verleend, is niet vatbaar voor beroep. De schuldenaar heeft zeven dagen om een besluit tot afwijzing van zijn verzoek aan te vechten. De definitieve uitspraak wordt in het door het Handelsregister bijgehouden zaakdossier van de insolvente ondernemer bijgeschreven.

De schuldenaar kan tegen het eindverslag van de curator dat deze vóór het einde van zijn benoeming opstelt, bezwaar aantekenen binnen zeven dagen vanaf de dag waarop het verslag aan de rechter wordt aangeboden. De rechter doet binnen 14 dagen uitspraak over het verslag en zijn uitspraak is niet vatbaar voor beroep.

De schuldenaar is gerechtigd tot het eventuele restant van de insolvente boedel na de volledige en definitieve afhandeling van zijn schulden.

Indien de door een schuldeiser ingediende aanvraag voor insolventie middels een definitieve uitspraak is afgewezen, heeft de schuldenaar – hetzij een natuurlijk persoon, hetzij een rechtspersoon – recht op een schadevergoeding indien de schuldeiser met opzet of grove nalatigheid heeft gehandeld. Schadevergoeding is verschuldigd voor alle als gevolg van de onrechtmatige daad geleden materiële en immateriële schade. Indien handelingen van de schuldenaar hebben bijgedragen aan de schade, wordt de schadevergoeding mogelijk verminderd. Indien de aanvraag voor toestemming tot het openen van een insolventieprocedure door meerdere schuldeisers is ingediend, zijn deze schuldeisers hoofdelijk aansprakelijk.

De schuldenaar dient uiterlijk 14 dagen na het openen van de insolventieprocedure het volgende aan de rechter en de curator te verstrekken:

  1. de noodzakelijke informatie over de bedrijfsactiviteiten van de vennootschap en de eigendommen van de schuldenaar;
  2. een overzicht van de in de laatste zes maanden voor aanvang van de insolventieprocedure gedane betalingen in contanten of per bankoverschrijving van bedragen hoger dan 1200 BGN;
  3. een overzicht van de door de schuldenaar aan verbonden partijen gedane betalingen gedurende de laatste twaalf maanden voor aanvang van de insolventieprocedure;
  4. een notariële verklaring waarin alle persoonlijke eigendommen, eigendomsrechten en vorderingen vermeld staan, alsmede de namen en adressen van de desbetreffende schuldenaren.

De schuldenaar voorziet de rechter of de curator binnen zeven dagen na de dag van een schriftelijk verzoek daartoe, van informatie over zijn activa en bedrijfsactiviteiten, inclusief alle relevante documenten. De informatie dient actueel te zijn per de datum van het verzoek. Bij verzuim legt de rechter een boete op.

Uiterlijk één maand na de dag van het besluit tot aanhouden van de insolventieprocedure vanwege niet-betaling van de initiële kosten van de insolventieprocedure beëindigt de schuldenaar de arbeidsovereenkomsten van zijn werknemers en bedienden, stelt hij het bevoegde plaatselijke directoraat van het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten op de hoogte, geeft hij de voor socialeverzekeringsdoeleinden vereiste documenten af waaruit de werkervaring en duur van het dienstverband van genoemde werknemers en bedienden blijken, stelt hij een referentiedocument op waarin alle personen met gegarandeerde vorderingen staan vermeld in het kader van de Wet inzake gegarandeerde vorderingen werknemers en bedienden in geval van insolventie van de werkgever alsmede de verordeningen waarin de regels voor de implementatie ervan zijn vastgelegd, en overhandigt hij de bedrijfsadministratie aan het bevoegde plaatselijke kantoor van het Nationaal Verzekeringsinstituut.

De schuldenaar brengt aan het in het herstelplan genoemde toezichthoudend orgaan ten minste eenmaal per kwartaal verslag uit over zijn activiteiten en de maatregelen die zijn genomen om dat plan te implementeren en stelt dat orgaan op de hoogte van eventuele omstandigheden die een wezenlijk effect op het herstel kunnen hebben.

De bestuursorganen van de schuldenaar kunnen slechts met voorafgaande toestemming van de toezichthoudende organen over de volgende zaken een besluit nemen:

  • herstructurering van de schuldenaar;
  • de sluiting of overdracht van ondernemingen of substantiële delen daarvan;
  • vastgoedtransacties anders dan routinematige handelingen en transacties in verband met het beheer van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar;
  • een substantiële wijziging van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar;
  • substantiële organisatorische wijzigingen;
  • het tot stand brengen of beëindigen van duurzame samenwerking die van wezenlijk belang is voor de tenuitvoerlegging van het herstelplan;
  • opening of sluiting van filialen.

Het door de rechter goedgekeurde herstelplan heeft een verplichtend karakter voor de schuldenaar, die de structurele veranderingen onverwijld dient te implementeren.

De schuldenaar onthoudt zich van de in de artikelen 645, 646 en 647 van de Handelswet vermelde handelingen en transacties binnen de termijnen en onder de voorwaarden die daarin zijn vermeld; blijft hij hierin in gebreke, dan kunnen deze handelingen en transacties ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel nietig worden verklaard.

Curator

Ingevolge de Bulgaarse wetgeving is een curator een natuurlijk persoon die:

  1. niet als meerderjarige is veroordeeld voor een vrijwillig begaan strafbaar feit, tenzij hiervoor volledige gerechtelijke rehabilitatie is verleend;
  2. niet is gehuwd met, en geen bloedverwant in rechte lijn, zijverwant tot de zesde graad of aanverwant tot de derde graad is van de schuldenaar of schuldeiser;
  3. geen schuldeiser in de insolventieprocedure is;
  4. geen insolvente schuldenaar is aan wie geen restitutio in integrum is verleend;
  5. geen betrekkingen met de schuldenaar of met de schuldeiser heeft die aanleiding kunnen geven tot redelijke twijfel aangaande zijn onpartijdigheid;
  6. een universitaire graad in de economische of rechtswetenschappen en ten minste drie jaar relevante beroepservaring heeft;
  7. met goed gevolg een competentietest heeft afgelegd conform de in een specifiek reglement vastgelegde regels en procedure en is opgenomen in een lijst van specialisten die voldoen aan de criteria voor benoeming als curator, goedgekeurd door de minister van Justitie en gepubliceerd in de Staatscourant;
  8. niet als curator uit zijn functie ontheven is op grond van plichtsverzuim of handelingen die de belangen van schuldeisers of de schuldenaar hebben geschaad; niet van het door de Centrale Bank aangehouden register is geschrapt of naar inzicht van het Fonds of op voorstel van de minister van Financiën uit zijn functie is ontheven vanwege plichtsverzuim of handelingen die schadelijk zijn voor de belangen van schuldeisers;
  9. geen onderwerp is geweest van de maatregelen voorzien in artikel 65, lid 2, punt 11, van de Bankenwet of artikel 103, lid 2, punt 16, van de Wet inzake kredietinstellingen.

De minister van Justitie haalt de inschrijving van een curator op de lijst door wanneer sprake blijkt van een schending van de aan het ambt van curator verbonden bevoegdheden en plichten, ongeacht of deze schending al dan niet is vastgesteld door de insolventierechter, en ziet erop toe dat de gewijzigde lijst in de Staatscourant wordt gepubliceerd.

De aan de curator toekomende bevoegdheden kunnen door verschillende personen worden uitgeoefend. In dat geval worden besluiten met eenparigheid van stemmen aangenomen en worden maatregelen gezamenlijk getroffen, tenzij de schuldeisers of, in het geval van een geschil tussen de partijen die de bevoegdheden van curator uitoefenen, de rechter, anders beslissen/beslist. Indien de aan de curator toekomende bevoegdheden worden uitgeoefend door verschillende personen die besluiten met eenparigheid van stemmen aannemen en gezamenlijk optreden, zijn deze personen hoofdelijk aansprakelijk.

De curator betaalt een jaarlijkse vergoeding in verband met nascholing. De inschrijving van een curator die verzuimt deze vereiste vergoeding tijdig te betalen, wordt doorgehaald. Uiterlijk drie dagen na de benoeming van een curator en vóór deze is bevestigd, sluit de curator een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af voor de gehele duur van de insolventieprocedure teneinde beschermd te zijn tegen vorderingen voor schade die voortvloeit uit schending van de verplichtingen van zijn ambt.

De minister van Justitie organiseert gezamenlijk met de minister van Economische Zaken jaarlijkse opleidingscursussen voor curatoren.

Volgens de Handelswet vallen curatoren in de volgende categorieën uiteen:

  • voorlopige curatoren benoemd in de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  • voorlopige curatoren benoemd bij wijze van conservatoire maatregel;
  • permanente curatoren, die gekozen kunnen worden door de vergadering van schuldeisers of, indien die vergadering het niet eens kan worden over een benoeming, door de rechter;
  • assistent-curatoren;
  • ambtshalve curatoren, die worden benoemd wanneer een permanente curator wordt ontslagen en diens functie vervullen tot er een nieuwe permanente curator is aangewezen.

De bevoegdheden van de voorlopige curator zijn gelijk aan die van de permanente curator. Daarnaast stelt de voorlopige curator binnen 14 dagen na de dag waarop de insolventieprocedure is ingesteld de volgende documenten op:

  • een overzicht van de schuldeisers op basis van de boekhouding van de schuldenaar, in welk overzicht het bedrag van hun vorderingen staat aangegeven alsmede welke schuldeisers aan de schuldenaar verbonden zijn of in de laatste drie jaar voor de opening van de insolventieprocedure aan de schuldenaar verbonden zijn geweest op basis van de in het Handelsregister en in de boekhouding van de schuldenaar beschikbare informatie;
  • een gewaarmerkte kopie van de boekhouding van de schuldenaar;
  • een schriftelijk verslag inzake de redenen voor de insolventie, de huidige activa van de schuldenaar, de genomen conservatoire maatregelen en de mogelijkheden voor herstructurering van de vennootschap.

De voorlopige curator woont de eerste vergadering van schuldeisers bij.

De insolventierechter benoemt de op de vergadering van schuldeisers gekozen curator, mits deze beantwoordt aan de genoemde eisen en hij zijn voorafgaande schriftelijke toestemming heeft verleend in de vorm van een notariële verklaring, en stelt de dag vast waarop de curator zijn taken op zich dient te nemen. Op het moment van zijn benoeming dient de curator een notariële verklaring in die blijk geeft van de aan- of afwezigheid van bepaalde juridische belemmeringen voor de uitoefening van de in de Handelswet beschreven verplichtingen van zijn ambt, zoals aandeelhouderschap in een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of vennootschap op aandelen, het gelijktijdig uitoefenen van de taken van vereffenaar en curator, en het bekleden van andere bezoldigde ambten. De curator stelt de insolventierechter onmiddellijk op de hoogte indien van een van deze omstandigheden sprake is. De curator aanvaardt zijn functie op de door de rechter vastgestelde dag. Indien hij verzuimt dit te doen, zal de rechter de benoemde curator binnen zeven dagen vervangen door een ander persoon, gekozen uit de door de eerste vergadering van schuldeisers voorgedragen personen. Indien er geen alternatieve personen waren voorgedragen, wordt een curator uit de relevante lijst benoemd en wordt er een nieuwe vergadering van schuldeisers belegd. Indien de vergadering van schuldeisers er niet in slaagt om overeenstemming te bereiken over de benoeming van een curator of een besluit te nemen over diens beloning, wordt de beloning voor de curator vastgesteld door de rechter.

In de volgende gevallen wordt de curator door de rechter uit zijn ambt ontheven:

  1. op schriftelijk verzoek van de curator;
  2. indien de curator juridisch handelingsonbekwaam wordt;
  3. indien de curator niet meer aan de wettelijk vastgelegde eisen voldoet;
  4. op verzoek van de schuldeisers die meer dan de helft van het totale bedrag aan vorderingen vertegenwoordigen;
  5. bij een door de vergadering van schuldeisers genomen besluit;
  6. in gevallen waarin de curator niet meer bij machte is zijn bevoegdheden uit te oefenen;
  7. in geval van overlijden.

De rechter kan, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, de commissie van schuldeisers of een schuldeiser, de curator te allen tijde uit zijn functie ontheffen, indien deze tekortschiet in het vervullen van zijn plichten of handelt op een wijze die de belangen van de schuldeiser of schuldenaar schaadt. Een op eigen verzoek ontslagen curator blijft zijn taken vervullen tot er een nieuwe curator is benoemd. Het bevel tot ontslag van de curator is uitvoerbaar bij voorraad en een daartegen aangetekend beroep heeft geen opschortende werking. Vernietiging van het ontslagbevel leidt niet tot herbenoeming van de als curator ontslagen partij in de insolventieprocedure. De rechter zal oproepen tot een vergadering van schuldeisers en deze opdragen een nieuwe curator voor te dragen. Totdat een vervanger is gekozen, worden de taken van curator uitgevoerd door een door de rechter aangewezen ambtshalve curator.

De curator verzoekt uiterlijk drie dagen nadat hij zijn functie heeft aanvaard dat de verzegelde eigendommen van de schuldenaar worden vrijgegeven en maakt een inventaris op van het onroerend goed en persoonlijk bezit, contant geld, waardevolle eigendommen, effecten, contracten, vorderingen enz. van de schuldenaar, waaronder ook persoonlijke eigendommen die in het bezit zijn van derden. De curator maakt de inventaris op, en stelt een aanvullende inventaris op indien op een later tijdstip andere activa worden aangetroffen. Vanaf het moment dat de inventaris wordt opgemaakt, is de curator verantwoordelijk voor de daarin beschreven activa, tenzij deze aan de schuldenaar of aan een derde in bewaring worden gegeven.

De curator is gerechtigd tot het volgende:

  1. vertegenwoordigen van de onderneming;
  2. beheren van de lopende zaken van de onderneming;
  3. toezien op de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar indien diens recht om bedrijfsactiviteiten uit te oefenen is beperkt;
  4. verkrijgen en bijhouden van de boekhouding en voeren van de bedrijfscorrespondentie van de onderneming;
  5. navraag doen naar en vaststellen van de activa van de schuldenaar;
  6. in bij wet bepaalde gevallen, verzoeken dat contracten waarbij de schuldenaar partij is worden beëindigd, opgezegd of vernietigd;
  7. deelnemen aan rechtsgedingen waarin de onderneming partij is en namens de onderneming zaken in rechte aanhangig maken;
  8. aan de schuldenaar verschuldigde gelden innen en de opbrengst op een bijzondere rekening storten;
  9. met toestemming van de rechter, beschikken over de banktegoeden van de schuldenaar, indien nodig voor het beheer en het behoud van de activa van de schuldenaar;
  10. navraag doen naar en vaststellen van de identiteit van de schuldeisers van de schuldenaar;
  11. krachtens gerechtelijke beschikking oproepen tot en beleggen van vergaderingen van schuldeisers;
  12. een herstelplan voorstellen;
  13. nemen van de noodzakelijke maatregelen om de eigendomsbelangen van de schuldenaar in andere vennootschappen te beëindigen;
  14. de insolvente boedel te gelde maken;
  15. nemen van andere, bij wet voorgeschreven en door de rechter gelaste maatregelen.

Alle overheidsorganen en -instellingen zijn verplicht de curator te helpen bij de vervulling van zijn plichten.

Met ingang van de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat, worden gelden ter voldoening van de vorderingen van de schuldenaar aanvaard door de curator.

De curator zorgt ervoor dat de lijsten van toegelaten en afgewezen vorderingen, samen met de jaarrekeningen van de schuldenaar worden gepubliceerd in het Handelsregister zodra deze definitief zijn, en stelt ze beschikbaar aan de schuldeisers en de schuldenaar bij de griffie van de rechtbank.

Om de omvang van de insolvente boedel te vergroten, zal de curator niet-gestorte aandelen en bijdragen van vennoten in vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid innen en mogelijk een vordering in verband met de insolventieprocedure instellen ingevolge de artikelen 645, 646 en 647 van de Handelswet en artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten, en in verband met die vordering overeenkomstige vorderingen tot nakoming aanhangig maken. Indien de vordering door een schuldeiser wordt ingesteld, benoemt de rechter de curator ambtshalve als medeëiser. De curator is verplicht aan een procedure deel te nemen die wordt ingesteld in verband met een zaak tot verkrijging van een verklaring van recht ingesteld door de schuldenaar of een schuldeiser ingevolge artikel 694 van de Handelswet.

De curator draagt zorg voor de verkoop van eigendomsrechten die deel uitmaken van de insolvente boedel na hiervoor toestemming te hebben gekregen van de rechter, stelt een schema op voor de uitdeling van de beschikbare bedragen onder de schuldeisers met vorderingen ingevolge artikel 722, lid 1, van de Handelswet, afhankelijk van rangorde, preferentie en zekerheden, draagt ervoor zorg dat het schema in het Handelsregister wordt ingeschreven en keert overeenkomstig het schema bedragen uit. Bij gerechtelijke beschikking stort de curator de bedragen die op het moment van de definitieve uitdeling zijn gereserveerd voor niet-geïnde of betwiste vorderingen bij een bank.

Als de schuldenaar met alle schuldeisers met toegelaten vorderingen tot een schikking komt, vertegenwoordigt de curator niet de schuldenaar als partij.

De curator dient de bevoegdheden van zijn ambt zorgvuldig en oordeelkundig uit te oefenen. Het is de curator niet toegestaan zijn bevoegdheden aan een derde te delegeren zonder de uitdrukkelijke toestemming van de rechter. Het is de curator noch in persoon noch via een verbonden partij toegestaan onderhandelingen te voeren namens de schuldenaar. Het is de curator op geen enkele wijze, noch rechtstreeks noch via een ander persoon, toegestaan om persoonlijke eigendommen of eigendomsrechten uit de insolvente boedel te verwerven. Deze beperking geldt ook voor de echtgenoot of echtgenote van de curator, zijn bloedverwanten in rechte lijn en zijn zijverwanten tot de zesde graad en aanverwanten tot de derde graad. Het is de curator niet toegestaan feiten, gegevens en informatie openbaar te maken waarvan hij in de uitoefening van de hem uit hoofde van zijn ambt toekomende bevoegdheden en plichten kennis heeft genomen.

Indien een curator zijn verplichtingen niet of niet naar behoren nakomt, kan de rechter de curator een boete ten bedrage van maximaal één maand beloning opleggen. De curator is een vergoeding verschuldigd ten bedrage van de wettelijke rente voor enige vertraging bij het overmaken van de door hem ontvangen bedragen naar een bank. De curator is een vergoeding aan de schuldenaar en schuldeisers verschuldigd voor enige bij de vervulling van zijn plichten op toerekenbare wijze veroorzaakte schade.

Indien de curator zijn activiteiten beëindigt, draagt hij de boekhouding, grootboeken en rekeningen, samen met eventuele in bewaring gegeven eigendommen, onmiddellijk over aan de nieuwe curator of een door de rechter aangewezen persoon, en, indien het herstelplan in overweging wordt genomen [door de vergadering van schuldeisers], aan de schuldenaar. De bevoegdheden van de curator eindigen bij de afsluiting van de insolventieprocedure. De curator draagt de boekhouding en het restant van de eigendommen van de schuldenaar over aan diens bestuursorgaan. De curator wordt in zijn rechten hersteld indien wordt besloten de insolventieprocedure te heropenen.

De rol van assistent-curator is geïntroduceerd in 2017. Een assistent-curator is een natuurlijk persoon die aan alle aan curatoren gestelde eisen voldoet, behalve de volgende: beschikken over relevante beroepservaring van ten minste twee jaar; zijn geslaagd voor een competentietest conform de in een specifiek reglement vastgelegde procedure; en zijn opgenomen in een door de minister van Justitie goedgekeurde en in de Staatscourant gepubliceerde lijst van specialisten die als curatoren kunnen worden benoemd. Assistent-curatoren mogen nimmer onderworpen zijn geweest aan de maatregelen voorzien in artikel 65, lid 2, punt 11, van de Bankenwet of artikel 103, lid 2, punt 16, van de Wet inzake kredietinstellingen.

Om als assistent-curator te kunnen worden benoemd, dienen kandidaten te zijn geslaagd voor een competentietest conform een in een reglement vastgestelde procedure. De minister van Justitie geeft opdracht om assistent-curatoren die aan de verplichte competentie-eisen voldoen, bij te schrijven op een speciaal daarvoor bestemde lijst.

Het is de assistent-curator toegestaan bepaalde maatregelen te nemen die onder de bevoegdheid van de curator vallen, mits dat geschiedt in opdracht van de curator en conform de geldende procedure (op grond van autorisatie met de uitdrukkelijke toestemming van de rechter). Het is de assistent-curator toegestaan bepaalde documenten te ondertekenen die verband houden met de werkzaamheden van de curator, onder toevoeging van het woord "assistent-curator" aan zijn handtekening. De assistent-curator is samen met de curator hoofdelijk aansprakelijk voor bij de vervulling van zijn plichten op toerekenbare wijze veroorzaakte schade. De verhouding tussen een curator en een assistent-curator is geregeld in een overeenkomst. Bij afwezigheid van speciale regels zijn op de activiteiten van assistent-curatoren de regels geldend voor curatoren van toepassing.

De curator die bij uitspraak van een buitenlandse rechter is aangewezen, oefent de rechten uit die aan zijn ambt zijn verbonden in het land waar de insolventieprocedure is geopend, zolang zijn gedragingen niet in strijd zijn met de openbare orde in de Republiek Bulgarije. Op verzoek van de door een buitenlandse rechter aangewezen curator kan de Bulgaarse rechter een aanvullende insolventieprocedure openen tegen een ondernemer die insolvent is verklaard door een buitenlandse rechter indien deze ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit. Voor de goedkeuring van het herstelplan in de aanvullende insolventieprocedure is de toestemming van de curator in de hoofdzaak vereist. Een door de curator ingediende vordering tot nietigverklaring van een transactie in de hoofdinsolventieprocedure of de aanvullende insolventieprocedure wordt geacht te zijn ingediend in beide procedures.

5 Onder welke voorwaarden kan een verrekening worden tegengeworpen?

In een insolventieprocedure kan de vordering van een schuldeiser worden verrekend met de aansprakelijkheid van de schuldeiser jegens de schuldenaar, indien beide schulden reeds bestonden vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, deze wederzijds uitvoerbaar en van dezelfde soort waren, en de vordering van de schuldeiser opeisbaar was geworden. Indien de vordering van de schuldeiser opeisbaar wordt tijdens de insolventieprocedure of als gevolg van de uitspraak waarin de schuldenaar insolvent wordt verklaard, vooropgesteld dat beide schulden als gevolg van de uitspraak in dezelfde categorie in de rangorde vallen, kan de schuldeiser zijn schuld pas verrekenen nadat de schuld opeisbaar is geworden of de twee schulden dezelfde plaats in de rangorde hebben verkregen. De curator dient van de verklaring tot verrekening in kennis te worden gesteld.

Een verrekening kan ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel nietig worden verklaard indien de schuldeiser de vordering heeft verkregen en de schuld is aangegaan vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure en er ten tijde van de verkrijging van de vordering of het aangaan van de schuld van op de hoogte was dat de schuldenaar insolvent was of een overmatige schuldenlast had of dat er een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure was ingediend. Ongeacht het moment waarop de wederzijdse schulden zijn aangegaan, is een verrekening die door de schuldenaar is gerealiseerd na de verklaring van insolventie of overmatige schuldenlast maar niet eerder dan één jaar voor de dag waarop de aanvraag is ingediend, nietig ten opzichte van de schuldeisers van de insolvente boedel, behalve voor het deel van de schuld dat de schuldeiser zou ontvangen op het moment van uitdeling volgend op de tegeldemaking van de activa.

Een vordering tot nietigverklaring van een verrekening kan aanhangig worden gemaakt door de curator of, indien er geen vordering door de curator aanhangig wordt gemaakt, door iedere schuldeiser van de insolvente boedel, binnen een jaar na de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend of de dag van de uitspraak tot heropening van een aangehouden insolventieprocedure. Indien de schuld is verrekend na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, vangt de termijn voor het aanhangig maken van een vordering tot nietigverklaring aan op de dag van de verrekening.

De opening van de insolventieprocedure heeft een opschortende werking voor alle rechtszaken en arbitrageprocedures in verband met eigendoms-, burgerlijke en handelsgeschillen waarbij de schuldenaar partij is (behalve arbeidsgeschillen in verband met financiële vorderingen van de schuldenaar). Deze bepaling geldt niet indien de rechter ten tijde van de opening van de insolventieprocedure in een andere zaak waarin de schuldenaar verweerder is, heeft ingestemd met het behandelen van een door de schuldenaar ingediend bezwaar tegen een verrekening.

6 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is?

Uiterlijk één maand na de dag van de uitspraak tot het aanhouden van een insolventieprocedure op grond van niet-betaling van de initiële kosten van de insolventieprocedure (uitspraak krachtens artikel 632, lid 1, van de Handelswet) beëindigt de schuldenaar de arbeidsovereenkomsten van zijn medewerkers en werknemers, stelt hij het bevoegde plaatselijke directoraat van het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten op de hoogte, geeft hij de voor socialeverzekeringsdoeleinden vereiste documenten af waaruit de werkervaring en duur van het dienstverband van genoemde werknemers en bedienden blijken, stelt hij een referentiedocument op waarin alle personen met gegarandeerde vorderingen staan vermeld in het kader van de Wet inzake gegarandeerde vorderingen werknemers en bedienden in geval van insolventie van de werkgever en de bijbehorende uitvoeringsverordeningen, en overhandigt hij de bedrijfsadministratie aan het bevoegde plaatselijke kantoor van het Nationaal Verzekeringsinstituut.

De curator kan iedere overeenkomst waarbij de schuldenaar partij is, beëindigen op grond van gedeeltelijke of fundamentele niet-nakoming. De curator neemt daarbij een opzegtermijn in acht van 15 dagen en is verplicht te reageren op informatieverzoeken van de andere partij over de vraag of de overeenkomst wordt beëindigd of geldig blijft binnen die periode. Indien de curator niet op een dergelijk verzoek reageert, wordt de overeenkomst geacht te zijn beëindigd. Indien een overeenkomst wordt beëindigd, heeft de andere partij recht op schadevergoeding. Indien een overeenkomst in het kader waarvan de schuldenaar periodiek betalingen verricht, geldig blijft, ontstaat er voor de curator geen verplichting tot voldoening van een eventuele betalingsachterstand in dat kader die van vóór de uitspraak tot het openen van de insolventieprocedure dateert.

Met ingang van de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat, worden gelden ter voldoening van de vorderingen van de schuldenaar aanvaard door de curator. De voldoening van een vordering van een schuldenaar na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure maar vóór de dag waarop genoemde uitspraak wordt ingeschreven, is geldig indien de partij die de vordering voldeed er niet van op de hoogte was dat er een insolventieprocedure was geopend of, indien deze daar wel van op de hoogte was, dat het economisch voordeel waarmee de vordering was voldaan, deel uitmaakte van de insolvente boedel. Er wordt uitgegaan van goede trouw tot het tegendeel is bewezen.

Volgens artikel 646 van de Handelswet zijn de volgende zaken nietig ten aanzien van schuldeisers, indien zij in strijd met het reglement voor procesvordering zijn verricht na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure:

  • de voldoening van een schuld die is aangegaan vóór de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  • de vestiging van een zekerheid of hypotheek op een recht of een persoonlijk eigendom uit de insolvente boedel;
  • een transactie waarbij een recht of een actief uit de insolvente boedel betrokken is.

7 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor individuele vervolgingen door schuldeisers (met uitzondering van lopende rechtsvorderingen)?

Alvorens een uitspraak te doen over de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure, kan de rechter op verzoek van een schuldeiser of ambtshalve en indien nodig tot behoud van de activa van de schuldenaar, gelasten dat de executieprocedure tegen de activa van de schuldenaar, met uitzondering van een executieprocedure ingesteld krachtens het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures, wordt aangehouden. Als de maatregelen door een schuldeiser worden verzocht, zal de rechter ze toestaan indien het verzoek van de schuldeiser wordt gestaafd door dwingend schriftelijk bewijs en/of indien ter hoogte van een door de rechter bepaald bedrag zekerheid wordt verstrekt om eventuele schade aan de schuldenaar te vergoeden ingeval vervolgens blijkt dat de schuldenaar niet insolvent is of geen overmatige schuldenlast heeft. De rechter kan de opgelegde conservatoire maatregel opheffen indien deze voor het behoud van de boedel niet langer nodig is.

De uitspraak wordt meegedeeld aan de partij waarop de maatregelen betrekking hebben en aan de partij die om de maatregelen heeft verzocht. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en er kan binnen een periode van zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving beroep tegen worden aangetekend. Van een beroep gaat geen opschortende werking uit. Conservatoire maatregelen worden geacht te zijn opgeheven vanaf de dag waarop een uitspraak strekkend tot afwijzing van de aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure wordt ingeschreven. De opgelegde conservatoire maatregel blijft van kracht tot de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure. Met ingang van deze dag wordt de werking ervan tenietgedaan door de werking van de uitspraak tot het openen van een insolventieprocedure.

Van de uitspraak tot het openen van een insolventieprocedure gaat een opschortende werking uit ten aanzien van de executieprocedure tegen de activa die deel uitmaken van de insolvente boedel, met uitzondering van de activa beoogd in artikel 193 van het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures. Indien een betaling ten gunste van een eiser wordt gedaan tussen de dag waarop een executieprocedure is aangehouden en de inschrijving van de opening van de insolventieprocedure, wordt het betaalde bedrag teruggestort in de insolvente boedel. Indien de belangen van de schuldeisers mogelijk worden bedreigd en er stappen worden genomen om de zekerheid ten gunste van een zekerheidsgerechtigde schuldeiser te gelde te maken, kan de rechter toestemming geven de procedure voort te zetten op voorwaarde dat het deel van de opbrengst dat hoger is dan het bedrag van de zekerheid aan de insolvente boedel wordt toegevoegd. Indien er een vordering wordt ingesteld en tot de insolventieprocedure wordt toegelaten, wordt een aangehouden procedure beëindigd. Derdenbeslagen en uitwinning die in de executieprocedure zijn opgelegd, zijn niet uitvoerbaar ten opzichte van de vorderingen van de schuldeisers van de insolvente boedel. Nadat de insolventieprocedure is geopend, kunnen ten aanzien van de eigendommen van de schuldenaar geen conservatoire maatregelen ingevolge het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures worden opgelegd.

De activa genoemd in artikel 193 van het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures zijn de activa die voorwerp zijn van reeds opgelegde conservatoire maatregelen in een executieprocedure voor de uitwinning van een publiekrechtelijke schuld die is aangevangen vóór de opening van de insolventieprocedure. De activa in kwestie worden door de overheidsdeurwaarder te gelde gemaakt conform de voorschriften en procedure vastgelegd in het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures. Indien de opbrengst van de tegeldemaking van de activa ontoereikend is om het volledige bedrag van de vordering, de opgebouwde rente en de in de publiekrechtelijke executieprocedure gemaakte kosten te dekken, wordt het nog te betalen deel van de vordering van de centrale overheid of gemeente in overeenstemming met de algemene voorschriften voldaan. Indien de opbrengst van de tegeldemaking van de activa hoger is dan het volledige bedrag van de vordering, de opgebouwde rente en de in de publiekrechtelijke executieprocedure gemaakte kosten, zal de overheidsdeurwaarder het restant van de opbrengst op de rekening van de insolvente boedel storten. Indien de overheidsdeurwaarder de activa niet binnen zes maanden na aanvang van de insolventieprocedure te gelde maakt, gaan de activa over van de overheidsdeurwaarder op de curator en worden ze te gelde gemaakt in de insolventieprocedure.

Als de insolventieprocedure eenmaal is geopend, kunnen er geen rechtsgedingen in verband met eigendomsgeschillen ingevolge burgerlijk of handelsrecht bij een rechter of scheidsgerecht aanhangig worden gemaakt anders dan in de volgende gevallen:

  • ter bescherming van de rechten van derden die eigenaar zijn van activa die deel uitmaken van de insolvente boedel;
  • arbeidsgeschillen;
  • financiële vorderingen die zijn zekergesteld door activa in eigendom van derden.

De volgende partijen kunnen een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet aanhangig maken met het oog op erkenning van een bestaande vordering die niet is toegelaten tot de insolventieprocedure of teneinde het bestaan van een toegelaten vordering te betwisten:

  • de schuldenaar, indien de rechter een bezwaar tegen een door de curator toegelaten vordering afwijst of die vordering in de lijst van toegelaten vorderingen opneemt;
  • een schuldeiser met een niet-toegelaten vordering, indien de rechter het bezwaar niet in overweging neemt of de vordering niet in de lijst van toegelaten vorderingen opneemt;
  • een schuldeiser, indien de rechter het bezwaar van die schuldeiser tegen de toelating van een vordering van een andere schuldeiser afwijst of een vordering van een andere schuldeiser in de lijst van toegelaten vorderingen opneemt.

De vordering tot nietigverklaring kan worden ingesteld binnen 14 dagen na de dag waarop de uitspraak over de goedkeuring van de lijst van toegelaten vorderingen in het Handelsregister werd gepubliceerd. De curator dient aan de procedure deel te nemen. De definitieve uitspraak is bindend voor de schuldenaar, de curator en alle schuldeisers in de insolventieprocedure.

De geldigheid van de verkoop van activa die deel uitmaken van de insolvente boedel teneinde deze te gelde te maken, kan middels een civiele procedure worden betwist indien het actief door een partij is verworven die niet gerechtigd was te bieden in de veiling of indien de verkoopprijs niet is voldaan. In het laatste geval kan de koper die procedure bestrijden door het verschuldigde bedrag te voldoen, inclusief de opgebouwde rente vanaf de dag waarop hij tot koper van het verkochte actief werd verklaard.

Indien een partij niet meer in bezit is van een eigendomsrecht na de verkoop van een actief teneinde dit te gelde te maken en de verwerving en inbezitneming van dat actief door de koper, rest die partij geen ander rechtsmiddel dan het aanhangig maken van een zaak in verband met eigendom.

8 Wat zijn de gevolgen van de insolventieprocedure voor de voortzetting van lopende rechtsvorderingen op het tijdstip van de inleiding van de insolventieprocedure?

De opening van de insolventieprocedure heeft een opschortende werking voor alle rechtszaken en arbitrageprocedures in verband met eigendoms-, burgerlijke en handelsgeschillen waarbij de schuldenaar partij is, met uitzondering van arbeidsgeschillen in verband met financiële vorderingen van de schuldenaar. Deze bepaling geldt niet indien de rechter ten tijde van de opening van de insolventieprocedure in een andere zaak waarin de schuldenaar verweerder is, heeft ingestemd met het behandelen van een door de schuldenaar ingediend bezwaar tegen een verrekening. Een aangehouden procedure wordt heropend indien de vordering tot de insolventieprocedure wordt toegelaten, d.w.z. wordt opgenomen in de door de rechter goedgekeurde lijst van toegelaten vorderingen.

Een aangehouden procedure wordt hervat met de deelname van: 1) de curator en de schuldeiser, indien de vordering niet is opgenomen in de lijst van door de curator toegelaten vorderingen of in de lijst van door de rechter goedgekeurde vorderingen, of 2) de curator, de schuldeiser en de bezwaar makende partij, indien de vordering is opgenomen in de lijst van door de curator toegelaten vorderingen, maar de opneming ervan wordt betwist. In dit geval is de uitspraak bindend voor de schuldenaar, de curator en alle schuldeisers met vorderingen op de insolvente boedel.

Een hangende procedure tegen de schuldenaar in verband met financiële vorderingen die zijn zekergesteld door eigendommen van derden, kan niet worden aangehouden.

9 Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de deelname van de schuldeisers aan de insolventieprocedure?

Een schuldeiser met een vordering jegens een schuldenaar in het kader van een handelstransactie kan een insolventie-aanvraag indienen of zich voegen bij de procedure die is ingesteld naar aanleiding van een door een andere schuldeiser ingediende insolventie-aanvraag. In de aanvraag kan de schuldenaar ook een herstelplan voorstellen en een persoon aanwijzen die voldoet aan de eisen gesteld aan curatoren en benoemd kan worden, indien de rechter de opening van een insolventieprocedure gelast. De schuldeiser kan de rechter vragen anticiperende en conservatoire maatregelen te nemen voordat deze uitspraak heeft gedaan over de insolventie-aanvraag, indien nodig tot behoud van de eigendommen van de schuldenaar.

Wanneer het evident is dat voortzetting van de activiteiten van de onderneming de insolvente boedel zal benadelen, kan de rechter, op initiatief van een schuldeiser, gelasten dat de activiteiten worden gestaakt, hetzij vanaf de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure is gedaan of vanaf een latere datum, maar vóór het verstrijken van de termijn voor het voorstellen van een herstelplan.

Indien de beschikbare activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de initiële kosten van de insolventieprocedure te dekken, stelt de rechter een bedrag vast dat binnen een bepaalde termijn door een schuldeiser moet worden vooruitbetaald teneinde de insolventieprocedure te openen. Indien de activa van de schuldenaar ontoereikend zijn of de initiële kosten niet zijn vooruitbetaald, kan de schuldeiser binnen één jaar vanaf de beschikking tot aanhouding van de procedure verzoeken de insolventieprocedure te heropenen.

Schuldeisers kunnen de in de insolventieprocedure gegeven gerechtelijke bevelen en uitspraken en de handelingen en besluiten van de bestuursorganen van de schuldenaar betwisten, mits aan de in de Handelswet beoogde randvoorwaarden is voldaan.

In een insolventieprocedure worden oproepingen en dagvaardingen aan schuldeisers die als partij optreden, in de procedure betekend op hun adres in Bulgarije. Indien een schuldeiser van adres is veranderd zonder de rechter hiervan op de hoogte te stellen, worden alle dagvaardingen en stukken aan het zaakdossier gehecht en geacht rechtsgeldig te zijn betekend. Indien een schuldeiser niet over een adres in Bulgarije beschikt en zijn hoofdkantoor in een ander land is gelegen, moet hij een postadres in Bulgarije opgeven. Indien er geen postadres in Bulgarije wordt opgegeven, wordt de dagvaarding in het Handelsregister gepubliceerd. Na aanvang van de insolventieprocedure worden de onbetwistbare handelingen van de rechter waarop ingevolge het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen inschrijving in het Handelsregister of kennisgeving aan de partijen van toepassing is, geacht aan de partijen te zijn meegedeeld door middel van inschrijving ervan ter griffie van de rechter. Indien de Handelswet voorziet in de betekening van dagvaardingen aan partijen door middel van in het Handelsregister gepubliceerde kennisgevingen, dient de betreffende uitnodiging, oproep of dagvaarding ten minste zeven dagen vóór de geplande datum van de bijeenkomst of zitting te zijn gepubliceerd.

De eerste vergadering van schuldeisers wordt bijgewoond door de schuldeisers op de lijst die door de voorlopige curator is opgesteld op grond van de boekhouding van de schuldenaar en uittreksels van deze boekhouding en die op de eerste vergadering wordt gepresenteerd. De schuldeisers wonen de vergadering persoonlijk bij of via een vertegenwoordiger met uitdrukkelijke volmacht om in de plaats van de schuldeiser op te treden. Indien de schuldeiser een natuurlijk persoon is, moet de ondertekening door de volmachtgever van de volmacht bij de notaris rechtsgeldig zijn gemaakt. Besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van de stemmen van de schuldeisers op de lijst, met uitzondering van de stemmen van schuldeisers die op dat moment gelieerd zijn aan de schuldenaar, schuldeisers die in de drie jaar voorafgaand aan de opening van de insolventieprocedure aan de schuldenaar gelieerd zijn geweest, en de schuldeisers die vorderingen van partijen hebben verkregen die in de drie jaar voorafgaand aan de opening van de insolventieprocedure aan de schuldenaar gelieerd zijn geweest. De eerste vergadering van schuldeisers:

  • neemt kennis van het door de voorlopige curator opgestelde verslag;
  • draagt een permanente curator voor en legt deze voordracht voor aan de rechter;
  • kiest een commissie van schuldeisers.

In de volgende gevallen wordt er geen vergadering van schuldeisers belegd:

  1. De schuldenaar heeft gedurende drie jaar voorafgaand aan de indiening van een insolventie-aanvraag nagelaten zijn jaarrekeningen te overleggen.
  2. De schuldenaar voldoet niet aan zijn verplichting medewerking te verlenen aan de curator en weigert zijn boekhouding over te dragen, of zijn boekhouding is bijgehouden op een wijze die kennelijk niet naar behoren is.

In dit geval vervult de door de rechter benoemde voorlopige curator zijn taken tot de vergadering van schuldeisers een permanente curator heeft aangewezen nadat de rechter de door de curator toegelaten vorderingen heeft goedgekeurd.

De vergadering van schuldeisers kan worden belegd op verzoek van de schuldenaar, de curator, de commissie van schuldeisers of schuldeisers die goed zijn voor een vijfde van het totale bedrag aan toegelaten vorderingen. De vergadering van schuldeisers wordt gehouden ongeacht het aantal schuldeisers dat daarbij aanwezig is en wordt voorgezeten door de rechter die de procedure leidt. Ten behoeve van het aannemen van besluiten beschikt elke schuldeiser over een aantal stemmen dat overeenkomt met het aandeel van zijn vordering in het totale bedrag van toegelaten vorderingen waarvoor de rechter stemrecht heeft verleend. Stemrechten kunnen ook worden verleend aan schuldeisers in hervatte rechtsgedingen of arbitrageprocedures tegen de schuldenaar in verband met eigendomsgeschillen ingevolge burgerlijk of handelsrecht, mits de vordering wordt geschraagd door steekhoudend schriftelijk bewijs; aan schuldeisers met niet-toegelaten vorderingen die een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet aanhangig hebben gemaakt; en aan schuldeisers met toegelaten vorderingen tegen wie een zaak tot betwisting van het bestaan van de vordering aanhangig is gemaakt ingevolge artikel 694 van de Handelswet. Er worden geen stemrechten toegekend aan schuldeisers met niet-zekergestelde vorderingen in verband met rente ontstaan van rechtswege of in het kader van een contract, die betaalbaar is na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure; aan schuldeisers met vorderingen in verband met leningen die door een vennoot of aandeelhouder aan de schuldenaar zijn verstrekt; en aan schuldeisers met vorderingen voortvloeiend uit schenkingen of tijdens de procedure door de schuldeiser gemaakte onkosten, behalve in het geval van vooraf betaalde onkosten, wanneer de activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de gemaakte onkosten te dekken. Besluiten worden met een gewone meerderheid aangenomen, tenzij anders bepaald in de Handelswet.

De vergadering van schuldeisers:

  • neemt kennis van het verslag van de activiteiten van de curator;
  • neemt kennis van het verslag van de commissie van schuldeisers;
  • kiest een curator indien er nog geen curator is gekozen;
  • neemt besluiten over het ontslag van de curator en diens vervanging;
  • bepaalt de huidige beloning, past de beloning aan en stelt de definitieve beloning van de curator vast;
  • kiest een commissie van schuldeisers indien er geen commissie is gekozen of wijzigt de samenstelling ervan;
  • stelt aan de rechter de aan de schuldenaar en zijn gezin toe te kennen onderhoudsuitkering voor;
  • bepaalt de wijze waarop de activa van de schuldenaar te gelde worden gemaakt, de methode en voorwaarden voor de taxatie van eigendommen, de keuze van taxateurs, en hun beloning.

Indien de vergadering van schuldeisers er niet in slaagt een besluit te nemen over de benoeming van een curator, wordt deze benoemd door de rechter, en indien zij er niet in slaagt een besluit te nemen over de wijze waarop de eigendommen van de schuldenaar te gelde worden gemaakt en de regels die daarvoor gelden, wordt dit besluit genomen door de curator. De rechter ontslaat de curator op verzoek van de schuldeisers die tezamen goed zijn voor meer dan de helft van het totale bedrag van alle vorderingen. De rechter kan, op verzoek van de schuldeiser, de curator te allen tijde uit zijn functie ontheffen, indien deze tekortschiet in het vervullen van de verplichtingen van zijn ambt of handelt op een wijze die de belangen van de schuldeiser of schuldenaar schaadt.

De vergadering van schuldeisers kan een besluit aannemen over de benoeming van een toezichthoudend orgaan dat bevoegd is gezag uit te oefenen over de activiteiten van de schuldenaar gedurende de periode waarin het herstelplan in werking is of gedurende een kortere periode, ook indien dit niet expliciet in het herstelplan wordt voorzien.

Met instemming van de vergadering van schuldeisers kan de rechter de curator toestaan om persoonlijke eigendommen van de schuldenaar te verkopen alvorens toestemming te geven voor de tegeldemaking van de insolvente boedel, indien de kosten van de opslag van dergelijke persoonlijke eigendommen tot de tegeldemaking van de boedel conform de algemene procedure hoger zijn dan de waarde ervan. Overige activa in de insolvente boedel kunnen met toestemming van de vergadering van schuldeisers worden verkocht, indien dat nodig is om de kosten van de insolventieprocedure te dekken en geen van de schuldeisers ermee heeft ingestemd de onkosten vooraf te betalen na hiertoe te zijn uitgenodigd.

Op verzoek van de curator en conform het door de vergadering van schuldeisers aangenomen besluit, geeft de insolventierechter toestemming voor de verkoop van de activa van de schuldenaar door middel van rechtstreekse onderhandeling of via een tussenpersoon, indien de persoonlijke eigendommen en eigendomsrechten, welke in hun geheel, als afzonderlijke delen of als losse artikelen en rechten te koop zijn aangeboden, niet zijn verkocht als gevolg van het ontbreken van kopers of de terugtrekking van een koper.

De besluiten van de vergadering van schuldeisers zijn bindend voor alle schuldeisers, ook voor hen die de vergadering niet hebben bijgewoond. Op initiatief van de schuldenaar kan de rechter een besluit van de vergadering van schuldeisers vernietigen indien dat besluit onrechtmatig is of de belangen van een aantal van de schuldeisers ernstig schaadt.

De vergadering van schuldeisers kan een commissie van schuldeisers kiezen die uit ten minste drie en niet meer dan negen leden bestaat. De commissie van schuldeisers moet bestaan uit leden die zowel de zekerheidsgerechtigde als de niet-zekerheidsgerechtigde schuldeisers vertegenwoordigen, met uitzondering van die schuldeisers bedoeld in artikel 616, lid 2, van de Handelswet (de schuldeisers wier vorderingen pas worden voldaan nadat de vorderingen van alle overige schuldeisers volledig zijn voldaan). De commissie van schuldeisers verleent hulp bij en ziet toe op de handelingen van de curator in verband met het beheer van de activa van de schuldenaar, voert controles uit op de handelsadministratie van de schuldenaar en beschikbare liquide middelen, geeft adviezen over de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van de schuldenaar en over de beloning van de voorlopige en ambtshalve curator, over de genomen maatregelen ten aanzien van tegeldemaking van de boedel en over de aansprakelijkheid van de curator in overige gevallen. De leden van de commissie van schuldeisers hebben recht op beloning, voor rekening van de schuldeisers, waarvan het bedrag wordt bepaald op het moment dat zij worden gekozen.

Het is een lid van de commissie van schuldeisers niet toegestaan om op enigerlei wijze, rechtstreeks of via een ander persoon, persoonlijke eigendommen of eigendomsrechten uit de insolvente boedel te verwerven. Deze beperking geldt ook voor de echtgenoot of echtgenote van een lid van de commissie van schuldeisers, zijn of haar bloedverwanten in rechte lijn en zijn of haar zijverwanten tot de zesde graad en aanverwanten tot de derde graad.

Aangehouden rechtsgedingen en arbitrageprocedures in verband met eigendomsgeschillen ingevolge burgerlijk en handelsrecht waarbij de schuldenaar partij is, worden hervat en de procedure wordt voortgezet met de deelname van de curator en de schuldeiser, indien de vordering niet is opgenomen in de lijst van door de curator toegelaten vorderingen of in de lijst van door de rechter goedgekeurde vorderingen, of met de deelname van de curator, de schuldeiser en de bezwaar makende partij, indien de vordering is opgenomen in de lijst van door de curator toegelaten vorderingen maar de opneming ervan wordt betwist.

Op verzoek van de schuldeiser kan de insolventierechter de bij wet voorziene conservatoire maatregelen tot bescherming van de beschikbare activa van de schuldenaar toestaan.

De schuldeiser kan een schuld die hij bij de schuldenaar heeft, verrekenen mits aan de in artikel 645 van de Handelswet beschreven voorwaarden is voldaan. Om de omvang van de insolvente boedel te vergroten, kan de curator een rechtsgeding ingevolge de artikelen 645, 646 en 647 van de Handelswet en artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten aanhangig maken in verband met de insolventieprocedure, en rechtsgedingen tot nakoming aanhangig maken in verband met die vorderingen. Indien een vordering door een schuldeiser aanhangig is gemaakt, zal een tweede aanhangigmaking inzake dezelfde vordering niet worden toegestaan. De tweede schuldeiser kan de rechter echter verzoeken hem als medeëiser aan te wijzen voorafgaand aan de eerste zitting in de zaak.

De schuldeiser kan de curator verzoeken om inzage in het register en het verslag en om een speciaal verslag over zaken die van belang zijn en niet worden besproken in het verslag over de betreffende periode. De schuldeiser kan tegen het schriftelijke verslag van de curator in verband met diens ontslag bezwaar maken binnen zeven dagen vanaf de dag waarop het verslag wordt aangeboden.

Schuldeisers kunnen hun vorderingen schriftelijk aan de insolventierechter overleggen. Zij kunnen bij de rechter schriftelijk bezwaar maken tegen vorderingen, ongeacht of die door de curator zijn toegelaten, binnen zeven dagen na de dag waarop de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd en een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet aanhangig maken binnen 14 dagen na de dag waarop de gerechtelijke uitspraak tot goedkeuring van de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd.

Schuldeisers kunnen hun vorderingen schriftelijk aan de insolventierechter overleggen. Zij kunnen bij de rechter schriftelijk bezwaar maken tegen vorderingen, ongeacht of die door de curator zijn toegelaten, binnen zeven dagen na de dag waarop de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd en vervolgens een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht aanhangig maken om niet-toegelaten vorderingen geldig te maken of het bestaan van toegelaten vorderingen te betwisten binnen zeven dagen na de dag waarop de gerechtelijke uitspraak tot goedkeuring van de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd.

Door de schuldeisers die tezamen goed zijn voor ten minste een derde van de zekergestelde vorderingen en de schuldeisers die tezamen goed zijn voor ten minste een derde van de niet-zekergestelde vorderingen kan een herstelplan worden ingediend, met uitzondering van de volgende schuldeisers: zij die vorderingen hebben die zijn ontstaan uit wettelijke of contractuele rente op niet door zekerheid gedekte schulden, en die betaalbaar zijn geworden na de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure; schuldeisers met vorderingen uit hoofde van leningen die aan de schuldenaar door een zakelijk partner of aandeelhouder zijn verstrekt; schuldeisers met vorderingen uit hoofde van schenkingen en door de schuldeiser in de insolventieprocedure gemaakte onkosten, met uitzondering van vooraf betaalde onkosten, indien de eigendommen van de schuldenaar ontoereikend zijn om deze te dekken.

Een schuldeiser met een toegelaten vordering of een door de rechter erkend stemrecht kan een herstelplan voorstellen en hierover zijn stem uitbrengen (ook in absentia, middels een notariële verklaring voorzien van zijn handtekening) ten behoeve van de exploitanten van de insolvente onderneming van de schuldenaar. Schuldeisers, waaronder die met niet-toegelaten vorderingen waarvoor een rechtsgeding tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet bij de rechter aanhangig is gemaakt, kunnen bezwaar maken tegen het herstelplan binnen zeven dagen na de dag waarop het is goedgekeurd.

Indien de schuldenaar zijn verplichtingen ingevolge het plan niet nakomt, kunnen schuldeisers wier gezamenlijke vorderingen goed zijn voor ten minste 15 % van het totale bedrag aan vorderingen dat in het kader van het plan te gelde is gemaakt, verzoeken om heropening van de insolventieprocedure.

De schuldeiser kan schriftelijk bezwaar maken tegen het uitdelingsschema en vervolgens in beroep gaan tegen de uitspraak waarmee de rechter het schema heeft goedgekeurd.

Indien de schuldenaar een op grond van artikel 740 van de Handelswet met de schuldeisers aangegaan buitengerechtelijk akkoord niet nakomt, kunnen schuldeisers die tezamen goed zijn voor ten minste 15 % van het totale bedrag van alle vorderingen de rechter verzoeken de insolventieprocedure te heropenen.

De schuldenaar of een schuldeiser met een toegelaten vordering of een vordering die in een civiele procedure geldig is verklaard, kan verzoeken om heropening van een aangehouden insolventieprocedure binnen één jaar na de dag van het gerechtelijk bevel om de procedure aan te houden, indien er gedurende die periode voor betwiste vorderingen gereserveerde bedragen vrijkomen of activa worden ontdekt waarvan het bestaan tijdens de insolventieprocedure onbekend was.

Binnen één maand na de dag waarop het verzoek van de schuldenaar om restitutio in integrum in het Handelsregister wordt gepubliceerd, kan iedere schuldeiser met een toegelaten vordering of een vordering die in een civiele procedure geldig is verklaard, tegen dat verzoek bezwaar maken.

Op verzoek van een schuldeiser kan de Bulgaarse rechter een aanvullende insolventieprocedure instellen tegen een ondernemer die insolvent is verklaard door een buitenlandse rechter, indien deze ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit. Een schuldeiser die in de hoofdprocedure een gedeeltelijke betaling heeft ontvangen, neemt ook deel aan de uitdeling van eigendommen in de aanvullende procedure indien het aandeel dat hij zou ontvangen groter is dan het in de aanvullende procedure aan de overige schuldeisers uit te delen bedrag.

10 Op welke wijze kan de insolventiefunctionaris de goederen van de boedel gebruiken of te gelde maken?

De bevoegdheden van de curator zijn als volgt: vergaren van inlichtingen over en vaststellen van eigendommen die aan de schuldenaar toebehoren; deelnemen aan rechtsgedingen tegen de schuldenaar en het aanhangig maken van rechtsgedingen namens de schuldenaar; in bij wet bepaalde zaken verzoeken dat overeenkomsten waarbij de schuldenaar partij is, worden beëindigd, opgezegd of nietig verklaard; innen van aan de schuldenaar verschuldigde bedragen en deze storten op een bijzondere rekening; met toestemming van de rechter beschikken over de banktegoeden van de schuldenaar, indien nodig voor het beheer en het behoud van de activa van de schuldenaar; en tegeldemaking van de activa die deel uitmaken van de insolvente boedel.

De curator zal de persoonlijke eigendommen en de eigendomsrechten die deel uitmaken van de insolvente boedel in hun geheel, als afzonderlijke delen of als losse artikelen en rechten verkopen na hiertoe toestemming te hebben verkregen van de rechter en conform het door de vergadering van schuldeisers aangenomen besluit. Indien een dergelijk besluit niet is genomen, worden de wijze waarop en de procedure volgens welke de eigendommen te gelde worden gemaakt alsmede de regels voor de taxatie van de eigendommen door de gekozen taxateurs, bepaald door de curator.

De curator stelt een kennisgeving van verkoop op, waarin zijn opgenomen: gegevens over de schuldenaar, een beschrijving van de te verkopen eigendommen, de voorschriften en procedure voor de verkoop, de datum, het tijdstip en de plaats van verkoop, de uiterste termijn voor het doen van biedingen op de dag van verkoop en de taxatie van de te verkopen eigendommen. De curator plaatst de kennisgeving ten minste 14 dagen vóór de in de kennisgeving vermelde dag van verkoop goed zichtbaar op het gemeentehuis van de gemeente waar het hoofdkantoor van de onderneming van de schuldenaar is gevestigd alsmede op het hoofdkantoor van de schuldenaar. Daarnaast stelt de curator een protocol op waarin bovenstaande handelingen staan beschreven en draagt hij er zorg voor dat het protocol 14 dagen vóór de in de kennisgeving vermelde dag van verkoop in een bijzonder bulletin van het ministerie van Economische Zaken wordt gepubliceerd.

De verkoop vindt op de in de kennisgeving vermelde datum plaats op het kantoor van de curator of op het hoofdkantoor van de onderneming van de schuldenaar. Bieders die aan de verkoop willen deelnemen, dienen vooraf een waarborg ten bedrage van 10 % van de taxatiewaarde te voldoen. Elke bieder dient zijn bod in cijfers en woorden te vermelden en de bieding, samen met het bewijs van betaling van de waarborg, in een verzegelde enveloppe te overleggen. De biedingen worden op de dag van verkoop vóór het gestelde uiterste tijdstip aan de curator verstrekt en op volgorde van ontvangst in een speciaal hiervoor bestemd register ingeschreven. Bij het verstrijken van het gestelde uiterste tijdstip noemt de curator de ontvangen biedingen op in aanwezigheid van de aanwezige bieders en stelt hij een speciaal verslag van de procedure op. Biedingen van niet in aanmerking komende bieders of voor een bedrag onder de taxatiewaarde, zijn nietig. De eigendommen worden verkocht aan de hoogste bieder. Indien hetzelfde hoogste bod door meer dan een bieder is gedaan, wordt de koper bepaald aan de hand van een veiling, die door de curator onverwijld wordt gehouden ten overstaan van de aanwezige bieders. De winnende bieder wordt genoteerd in het door de curator opgestelde verslag, dat vervolgens door de curator en alle bieders wordt getekend. De koper dient de geboden prijs, na aftrek van de vooraf betaalde borgsom van 10 %, binnen zeven dagen na de dag van de verkoop te betalen. Indien de koper een schuldeiser met een toegelaten vordering of een zekerheidsgerechtigde schuldeiser is, stelt de curator een uitdelingsstaat op, waarop dat deel van de prijs staat vermeld dat door de koper moet worden betaald en dat wordt vastgehouden om de vorderingen van overige schuldeisers te voldoen en dat deel van de prijs dat wordt verrekend met de vordering van de schuldeiser. In dit geval is de koper gehouden om binnen zeven dagen na de dag waarop de uitdelingsstaat in werking treedt, de bedragen te voldoen die worden vastgehouden teneinde de vorderingen van overige schuldeisers te voldoen zoals voorzien in de uitdelingsstaat of, indien er geen andere schuldeisers zijn, dat deel van de prijs te voldoen dat het bedrag van zijn vordering overtreft. Als de prijs niet binnen zeven dagen wordt betaald, biedt de curator het eigendom aan aan de bieder die het op een na hoogste bod heeft gedaan, tenzij deze zijn waarborg heeft ingetrokken. Als die bieder daarmee instemt, verklaart de curator hem vervolgens tot koper. Indien nodig wordt dit proces door de curator herhaald tot het eigendom is aangeboden aan alle bieders die een bod hebben gedaan dat niet lager is dan de taxatiewaarde.

Als er geen bieders zijn, als er geen geldige biedingen zijn ontvangen of als de koper verzuimt te betalen, wordt er een nieuwe kennisgeving van verkoop gepubliceerd en een openbare veiling georganiseerd waarbij de openingsprijs gelijk is aan 80 % van de taxatiewaarde. De biedingen worden genoteerd in een biedingenlijst en de stap wordt door de curator vastgesteld en vermeld in de kennisgeving.

Indien de tot koper verklaarde partij het verschuldigde bedrag tijdig betaalt, brengt de rechter een gerechtelijke beschikking uit tot inbezitneming door de koper op de dag volgend op de dag van betaling. De overige bieders in de veiling en de schuldenaar kunnen tegen deze beschikking beroep aantekenen bij het hof van beroep. Indien de beschikking tot inbezitneming wordt vernietigd of de verkoop nietig wordt verklaard, wordt er, na publicatie van een nieuwe kennisgeving, een nieuwe veiling georganiseerd.

De curator stelt de koper in bezit van het eigendomsrecht op basis van een geldige beschikking tot inbezitneming en een bewijs van betaling van de vereiste vergoedingen voor de overdracht en feitelijke levering van het eigendom. Het risico van verlies van het eigendomsrecht wordt gedragen door de koper en de kosten voor het behoud van het eigendom tot de inbezitneming door de koper worden betaald uit de insolvente boedel.

Indien er een executieprocedure is ingesteld tegen een eigendomsrecht in gemeenschappelijk bezit in verband met een schuld van een aantal van de eigenaren, wordt er een beschrijving van het eigendomsrecht als geheel verstrekt maar wordt alleen het niet-lichamelijke, door de schuldenaar verschuldigde deel verkocht. Het eigendom kan in zijn geheel worden verkocht als de andere gemeenschappelijke eigenaren daar schriftelijke toestemming voor hebben gegeven.

In het geval van de verkoop van eigendommen die de schuldenaar heeft verpand of met hypotheek heeft bezwaard als zekerheid voor de schuld van een andere partij, of die hij verpand of bezwaard met hypotheek heeft verworven, stuurt de curator de zekerheidsgerechtigde schuldeiser een kennisgeving om deze van het tijdstip van de verkoop op de hoogte te brengen. Er wordt een afzonderlijke uitdelingsstaat opgesteld waarop de aan de zekerheidsgerechtigde schuldeiser uit te keren bedragen uit de verkoop van de eigendommen staan vermeld. De curator reserveert het volgens die uitdelingsstaat aan de zekerheidsgerechtigde schuldeiser betaalbare bedrag en draagt dit over na overlegging van een executoriale titel in verband met de schuld of een schriftelijke verklaring dat de vordering is toegelaten tot de insolventieprocedure. De curator reserveert het bedrag dat betaalbaar is aan een zekerheidsgerechtigde schuldeiser die een vordering heeft in verband met een door een pandrecht gedekte schuld na overlegging van een afschrift uit het register waaruit de registratie van het pandrecht blijkt en een door de schuldeiser getekende notariële verklaring waaruit het huidige bedrag van de zekergestelde lening blijkt.

Op verzoek van de curator en conform het door de vergadering van schuldeisers aangenomen besluit, geeft de insolventierechter toestemming voor de verkoop van de activa van de schuldenaar door middel van rechtstreekse onderhandeling of via een tussenpersoon, indien de persoonlijke eigendommen en eigendomsrechten, welke in hun geheel, als afzonderlijke delen of als losse artikelen en rechten te koop zijn aangeboden, niet zijn verkocht als gevolg van het ontbreken van kopers of de terugtrekking van een koper. De verkoopprijs mag niet lager zijn dan 80 % van de taxatiewaarde. Een aanbod tot het verkrijgen van door de schuldenaar gehouden aandelen in andere vennootschappen dient eerst aan de andere vennoten te worden gedaan. Indien het aanbod niet binnen één maand wordt aanvaard, worden de aandelen verkocht. In dit geval dient de prijs voor verwerving van de aandelen binnen zestig maanden na de dag waarop er een koper is geselecteerd te worden voldaan, en wordt er een overeenkomst gesloten nadat de prijs volledig is betaald.

Indien wooneenheden die in het bezit zijn van de schuldenaar worden verhuurd aan medewerkers en werknemers van de schuldenaar per de datum van het besluit van de vergadering van schuldeisers over de regels en procedure voor de tegeldemaking ervan, biedt de curator de wooneenheden eerst aan de medewerkers en werknemers of aan andere personen met vorderingen voortvloeiend uit een arbeidsrelatie met de schuldenaar te koop aan, behalve in het geval van aanhangige rechtsgedingen in verband met de onroerende goederen in kwestie. De curator stuurt elke persoon een schriftelijke uitnodiging, met daarin een beschrijving van het eigendom, de taxatiewaarde, de betalingstermijn (die niet korter mag zijn dan dertig dagen en niet langer dan zestig dagen) en de bankrekening waarop het geld moet worden overgemaakt. De partijen moeten binnen 14 dagen op de kennisgeving reageren en de curator laten weten of zij het eigendom binnen de beschreven termijn wensen te kopen tegen de in de taxatie genoemde prijs. Na voldoening van de prijs kunnen medewerkers en werknemers hun vorderingen in verband met achterstallige salarissen die de schuldenaar hun verschuldigd is, verrekenen. De verkoopovereenkomst wordt opgesteld in de vorm van een eigendomsakte die door de curator in de hoedanigheid van verkoper wordt getekend. De kosten in verband met de verkoop worden gedragen door de verkoper.

De curator eist dat een verpand persoonlijk eigendom gehouden door een schuldeiser of derde wordt overgedragen en verkoopt dit conform de in hoofdstuk 46 van de Handelswet vastgelegde procedure, tenzij de wet erin voorziet dat de schuldeiser de verkoop zonder rechterlijke tussenkomst mag organiseren.

11 Welke vorderingen moeten worden verhaald op de insolvente boedel van de schuldenaar en hoe moeten vorderingen die zijn ontstaan na de opening van de insolventieprocedure worden behandeld?

In een insolventieprocedure kunnen de volgende vorderingen worden ingediend:

  • vorderingen ten aanzien van door zekerheid of hypotheek gedekte schulden, of vorderingen ten aanzien van schulden waarop (derden)beslag is gelegd, geregistreerd conform de Wet inzake zekerheidsrechten;
  • vorderingen ten aanzien waarvan pandrecht wordt uitgeoefend;
  • in de insolventieprocedure gemaakte onkosten (bij de aanvraag te betalen zegelrecht en alle overige onkosten die worden gemaakt tot de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat; de beloning van de curator; de vorderingen van medewerkers en werknemers ingeval de onderneming van de schuldenaar haar handelsactiviteiten niet heeft gestaakt; de gemaakte kosten voor de vergroting, het beheer, de taxatie en de uitdeling van de insolvente boedel; en de onderhoudsuitkeringen ten gunste van de schuldenaar en zijn gezin);
  • vorderingen voortvloeiend uit arbeidsovereenkomsten die reeds bestonden voordat de insolventieprocedure werd geopend;
  • door de schuldenaar aan derden te betalen wettelijke vergoedingen;
  • publiekrechtelijke schulden aan de centrale overheid of gemeenten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, schulden uit hoofde van belastingen, douanerechten, vergoedingen en verplichte socialezekerheidsbijdragen, indien deze zijn ontstaan vóór de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend;
  • vorderingen die zijn ontstaan na de aanvang van de insolventie en die niet vóór de betreffende vervaldatum zijn voldaan;
  • overige niet-zekergestelde vorderingen die zijn ontstaan voordat de insolventieprocedure werd geopend;
  • wettelijke of contractuele rente op niet door zekerheid gedekte schulden die betaalbaar zijn geworden na de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend;
  • door een zakelijk partner of aandeelhouder aan de schuldenaar verstrekte leningen;
  • schenkingen;
  • de door de schuldeisers gemaakte onkosten in verband met de insolventieprocedure, met uitzondering van de onkosten ingevolge artikel 629b van de Handelswet (vooraf betaalde initiële proceskosten).

Schuldeisers met vorderingen die zijn ontstaan na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure worden betaald op de betreffende vervaldatum; indien geen betaling is ontvangen, worden hun vorderingen voldaan conform de procedure vastgelegd in artikel 722, lid 1, van de Handelswet.

12 Wat zijn de regels betreffende indiening, verificatie en toelating van de vorderingen?

Schuldeisers dienen hun vorderingen in bij de insolventierechter binnen één maand na de inschrijving van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in het Handelsregister, onder vermelding van de gronden voor en het bedrag van de vordering, preferentie en zekerheden alsmede een postadres, en vergezeld van schriftelijke bewijsstukken.

Uiterlijk zeven dagen na het verstrijken van de periode van één maand stelt de curator volgende zaken op:

  • een lijst van de ingediende vorderingen, op volgorde van ontvangst, met vermelding van de gronden voor en het bedrag van de vordering, preferentie en zekerheden alsmede de dag van indiening;
  • een lijst van de vorderingen die ambtshalve door de curator op de lijst worden ingeschreven, te weten: de vorderingen van medewerkers of werknemers uit hoofde van hun arbeidsrelatie met de schuldenaar en overheidsschulden die zijn vastgesteld en beschreven in een besluit dat in werking is getreden;
  • een lijst van de niet-toegelaten vorderingen die zijn ingediend.

Vorderingen die zijn ingediend nadat de periode van één maand na de inschrijving in het Handelsregister is verstreken, maar niet later dan twee maanden na de dag waarop deze is verstreken, worden aan de lijst van ingediende vorderingen toegevoegd en toegelaten conform de bij wet vastgelegde procedure. Nadat de tweede periode is verstreken mogen er geen vorderingen meer worden ingediend ten aanzien van schulden die zijn ontstaan tot de aanvang van de insolventieprocedure.

Bij heropening van een aangehouden insolventieprocedure gaat de periode waarbinnen vorderingen kunnen worden ingediend in vanaf de inschrijving van de uitspraak ingevolge artikel 632, lid 2, van de Handelswet (uitspraak tot hervatting van aangehouden insolventieprocedure).

Vorderingen in verband met een niet op de vervaldatum voldane schuld die na de aanvang van de insolventieprocedure en vóór de goedkeuring van een herstelplan is ontstaan, worden ingediend volgens dezelfde procedure en toegevoegd aan een aanvullende, door de curator opgestelde lijst.

De curator zorgt ervoor dat de lijsten met bekwame spoed worden gepubliceerd in het Handelsregister, en stelt ze aan de schuldeisers en de schuldenaar beschikbaar bij de griffie van het gerecht.

De schuldenaar, evenals elke schuldeiser, kan bij de rechter, met een kopie aan de curator, een schriftelijk bezwaar tegen een toegelaten of niet-toegelaten vordering indienen binnen zeven dagen na de dag waarop de lijst in het Handelsregister is gepubliceerd. Een vordering die is bevestigd door een geldige uitspraak die is gedaan na de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, kan niet worden betwist.

Indien er geen bezwaren tegen de lijsten worden ontvangen, wordt de lijst van toegelaten en ingeschreven vorderingen onmiddellijk na het verstrijken van de periode van zeven dagen in een gesloten zitting ambtshalve goedgekeurd door de rechter. Indien er wel bezwaar tegen de lijsten is ingediend, zal de rechter dit bezwaar in een openbare zitting beoordelen, waarvoor hij de curator dagvaardt, evenals de schuldenaar, de schuldeiser die de betwiste toegelaten of niet-toegelaten vordering heeft en de schuldeiser die bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering. Indien mogelijk worden alle bezwaren in één zitting behandeld. Indien wordt geoordeeld dat een bezwaar gegrond is, keurt de rechter de lijst goed na de nodige aanpassingen te hebben aangebracht. Indien dit niet het geval is, wijst de rechter de bezwaren binnen 14 dagen na de dag van de zitting af. De gerechtelijke uitspraak inzake goedkeuring van de lijst wordt in het Handelsregister gepubliceerd en is niet vatbaar voor beroep.

Een schuldeiser die na de periode van één maand na de inschrijving van de uitspraak in het Handelsregister, maar niet later dan twee maanden vanaf de dag waarop die periode is verstreken, een vordering heeft ingediend, kan de toegelaten of niet-toegelaten vordering niet betwisten noch een schuldenregeling uit het restant van de insolvente boedel verlangen indien de boedeleigendommen te gelde zijn gemaakt.

Nadien ingediende vorderingen die conform de bij wet vastgelegde procedure zijn toegelaten, worden aan de door de rechter goedgekeurde lijst toegevoegd.

Een schuldeiser of schuldenaar die een afgewezen bezwaar tegen de door de curator opgestelde lijst heeft ingediend, of een schuldeiser met een vordering die van de lijst van toegelaten vorderingen is uitgesloten, of een schuldeiser of schuldenaar in verband met een vordering die aan de lijst van toegelaten vorderingen is toegevoegd nadat een bezwaar door de rechter is toegewezen, kan/kunnen binnen zeven dagen na de dag waarop de gerechtelijke uitspraak tot goedkeuring van de lijst van toegelaten vorderingen in het Handelsregister is gepubliceerd, een vordering ingevolge artikel 694 van de Handelswet indienen tot geldigverklaring van de niet-toegelaten vordering of nietigverklaring van een toegelaten vordering. De inwerkingtreding van de uitspraak is bindend voor de schuldenaar, de curator en alle schuldeisers in de insolventieprocedure.

In een insolventieprocedure is een toegelaten vordering een vordering die is opgenomen in de door de rechter goedgekeurde lijst van toegelaten vorderingen, met uitzondering van vorderingen die worden betwist door middel van een vordering tot nietigverklaring ingevolge artikel 694 van de Handelswet.

13 Wat zijn de regels betreffende de verdeling van de opbrengst? Hoe worden de vorderingen en de rechten van schuldeisers gerangschikt?

In het kader van de Handelswet is uitdeling geoorloofd wanneer de opbrengsten uit de tegeldemaking van de boedel daarvoor toereikend zijn.

De curator stelt een schema op voor de uitdeling van beschikbare bedragen onder de schuldeisers, rekening houdend met rangorden, preferentie en zekerheden. Het uitdelingsschema blijft voorlopig tot alle vorderingen volledig zijn voldaan of de gehele insolvente boedel, met uitzondering van onverkoopbare persoonlijke eigendommen, te gelde is gemaakt. Het uitdelingsschema wordt gedurende 14 dagen duidelijk zichtbaar getoond op een hiervoor bestemd mededelingenbord in het voor het publiek toegankelijke deel van het gerechtsgebouw. Het uitdelingsschema wordt in het Handelsregister gepubliceerd. De commissie van schuldeisers en schuldeisers afzonderlijk kunnen binnen de hierboven genoemde termijn bij de rechter een bezwaar tegen het uitdelingsschema indienen. De rechter keurt het uitdelingsschema goed na hierin, na verificatie, eventuele noodzakelijke aanpassingen te hebben aangebracht, hetzij ambtshalve, hetzij naar aanleiding van een verzoek waarin de rechtmatigheid van het schema wordt betwist. De uitspraak tot goedkeuring van het uitdelingsschema en de bezwaren die ertegen zijn ingediend, worden gepubliceerd in het Handelsregister, zodat de schuldeisers en de schuldenaar ervan op de hoogte worden gesteld. De uitspraak tot goedkeuring van het uitdelingsschema kan worden betwist door de curator, de commissie van schuldeisers of een schuldeiser, ongeacht de vraag of die schuldeiser een bezwaar heeft ingediend tegen de uitspraak waarmee de rechter het uitdelingsschema heeft nietig verklaard of aangepast. De uitdelingen in het kader van het door de rechter goedgekeurde schema worden verricht door de curator.

Voor het voldoen van vorderingen door middel van uitdelingen uit de te gelde gemaakte boedel wordt de volgende procedure gevolgd, conform artikel 722 van de Handelswet:

  1. vorderingen die door een pandrecht of hypotheek, derdenbeslag of bezitsontneming zijn zekergesteld en die zijn geregistreerd conform de Wet inzake zekerheidsrechten — uit de opbrengsten van de tegeldemaking van zekerheden;
  2. vorderingen ten aanzien waarvan pandrecht wordt uitgeoefend — uit de waarde van het actief waarop pandrecht rust;
  3. in de insolventieprocedure gemaakte onkosten (bij de aanvraag te betalen zegelrecht en alle overige onkosten die worden gemaakt tot de uitspraak tot opening van insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat; de beloning van de curator; de vorderingen van medewerkers en werknemers ingeval de onderneming van de schuldenaar haar handelsactiviteiten niet heeft gestaakt; de gemaakte kosten voor de vergroting, het beheer, de taxatie en de uitdeling van de insolvente boedel; en de onderhoudsuitkeringen ten behoeve van de schuldenaar en zijn gezin);
  4. vorderingen voortvloeiend uit arbeidsovereenkomsten die reeds bestonden voordat de insolventieprocedure werd geopend;
  5. door de schuldenaar aan derden te betalen wettelijke vergoedingen;
  6. publiekrechtelijke schulden aan de centrale overheid of gemeenten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, schulden uit hoofde van belastingen, douanerechten, vergoedingen en verplichte socialezekerheidsbijdragen, indien deze dateren van vóór de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend;
  7. vorderingen die zijn ontstaan nadat de insolventieprocedure werd geopend en die niet vóór de betreffende vervaldatum zijn voldaan;
  8. eventuele overige niet door onderpand gedekte vorderingen die dateren van vóór de insolventieprocedure;
  9. wettelijke of contractuele rente op niet door onderpand gedekte schulden die betaalbaar zijn geworden na de dag waarop de insolventieprocedure werd geopend;
  10. door een zakelijk partner of aandeelhouder aan de schuldenaar verstrekte leningen;
  11. schenkingen;
  12. de door de schuldeisers gemaakte onkosten in verband met de insolventieprocedure, met uitzondering van de onkosten ingevolge artikel 629b van de Handelswet (vooraf betaalde initiële proceskosten).

Indien er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de in de punten 3 tot en met 12 genoemde vorderingen volledig te voldoen, wordt iedere categorie in de rangorde van de schuldeisers proportioneel uitbetaald. Indien de centrale overheid meerdere vorderingen uit dezelfde categorie heeft ingediend en deze zijn toegelaten, dan worden de bedragen in één betaling vanuit de uitdelingsrekening van activa overgemaakt en na ontvangst verdeeld door het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten conform het Wetboek van Belasting- en Socialeverzekeringsprocedures. Het Nationaal Agentschap voor Overheidsinkomsten stelt de insolventierechter en de curator onverwijld van de betaling op de hoogte.

Vorderingen die zijn ontstaan uit wettelijke of contractuele rente op niet door zekerheid gedekte schulden die opeisbaar zijn geworden na de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure, vorderingen in verband met schulden die zijn ontstaan uit leningen verstrekt aan de schuldenaar door een zakelijk partner of aandeelhouder, en vorderingen van schuldeisers die zijn ontstaan uit schenkingen en uit de door de schuldeiser in de insolventieprocedure gemaakte onkosten, met uitzondering van die kosten voorzien in artikel 629b van de Handelswet (vooraf betaalde initiële proceskosten), kunnen alleen worden voldaan nadat de vorderingen van alle overige schuldeisers volledig zijn voldaan. Een schuldeiser die een vordering heeft ingediend nadat er een uitdeling is verricht, wordt toegevoegd aan de lijst van schuldeisers met vorderingen die te voldoen zijn uit navolgende uitdelingen, zonder gerechtigd te zijn tot een groter deel van de te gelde gemaakte boedel in navolgende uitdelingen bij wijze van compensatie voor het niet ontvangen van een deel uit eerdere uitdelingen.

Zekerheidsgerechtigde schuldeisers behouden hun zekerheden in een insolventieprocedure. Hun vorderingen worden als eerste afgehandeld, waarbij die preferentie uitsluitend van toepassing is op de opbrengst van de gehouden zekerheid. Indien de verkoopprijs van het persoonlijk eigendom waarop recht van pand is gevestigd of dat met hypotheek is bezwaard, ontoereikend is om het bedrag van de schuld, inclusief opgebouwde rente, volledig te dekken, neemt de schuldeiser deel aan de uitdeling als niet-zekerheidsgerechtigde schuldeiser. Indien de verkoopprijs van een persoonlijk eigendom waarop recht van pand is gevestigd of dat met hypotheek is bezwaard, hoger is dan de door zekerheid gedekte schuld, inclusief de opgebouwde rente, wordt het restbedrag opgenomen in de insolvente boedel. Deze regel geldt ook voor de voldoening van vorderingen van schuldeisers met een pandrecht.

Een schuldeiser wiens vordering gedeeltelijk is voldaan in de hoofdprocedure waarin een ondernemer door een buitenlandse rechter insolvent is verklaard, neemt deel aan de uitdeling van eigendommen in de aanvullende procedure die bij een Bulgaarse rechter is ingesteld, indien de ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit en het aandeel dat de schuldeiser uit de uitdeling van eigendommen in de aanvullende procedure zou ontvangen, groter is dan dat van de overige schuldeisers in dezelfde procedure. De activa die resteren na uitdeling van eigendommen in de aanvullende procedure worden bij de activa in de hoofdprocedure gevoegd.

Een vordering die aan uitstel onderhevig is, wordt in de initiële uitdeling opgenomen als betwiste vordering en in de uitdelingsstaat wordt een voorziening gereserveerd voor de voldoening ervan. Deze vordering wordt van de laatste uitdeling uitgesloten indien de voorwaarde voor uitstel dan nog steeds geldig is. Een vordering evenwel die onderworpen is aan een peremptoire voorwaarde wordt in de uitdeling opgenomen als vordering die als onvoorwaardelijke vordering is afgehandeld.

In de uitdelingsstaat worden ook voorzieningen gereserveerd voor het bedrag van de vordering dat in een civiele procedure wordt betwist. Indien alleen de zekerheid of de preferentie wordt betwist, wordt de vordering voorlopig opgenomen in de uitdeling als niet-zekergestelde vordering tot geschillenbeslechting heeft plaatsgevonden, en wordt in de uitdelingsstaat een voorziening gelijk aan het bedrag dat de schuldeiser zou ontvangen voor een zekergestelde vordering gereserveerd. In het herstelplan of bij uitdeling van de te gelde gemaakte boedel moet een voorziening worden getroffen voor niet-toegelaten vorderingen die worden betwist door middel van een vordering tot nietigverklaring ingevolge artikel 694 van de Handelswet.

De bedragen die op het moment van de definitieve uitbetaling zijn gereserveerd voor niet-geïnde of betwiste vorderingen worden door de curator, bij gerechtelijke beslissing, op een bankrekening gestort. De schuldenaar kan het eventuele restant van de insolvente boedel ontvangen na de volledige en definitieve vereffening van zijn schulden.

14 Wat zijn de voorwaarden voor en de gevolgen van de beëindiging van de insolventieprocedure (met name door een akkoord)?

In de volgende gevallen zal de rechter beëindiging van de insolventieprocedure bevelen:

  • indien er binnen één jaar na de inschrijving van de uitspraak ingevolge artikel 632, lid 1, van de Handelswet (de uitspraak tot aanhouden van de insolventieprocedure als gevolg van het niet toereikend zijn van de beschikbare activa om de onkosten van de insolventieprocedure te dekken en niet-betaling van de in de procedure gemaakte initiële kosten) geen verzoek is gedaan de procedure te hervatten;
  • uitputting van de insolvente boedel;
  • voldoening van alle vorderingen;
  • goedkeuring van een herstelplan;
  • sluiting van een akkoord tussen de schuldenaar en alle schuldeisers met toegelaten vorderingen, indien dit akkoord voldoet aan toepasselijke wettelijke vereisten en er geen vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694 van de Handelswet is ingesteld in verband met een niet-bestaande toegelaten vordering.

In de eerste drie gevallen zal de insolventierechter bij de uitspraak tot beëindiging van de procedure bevelen dat de ondernemer wordt doorgehaald, tenzij alle vorderingen van schuldeisers zijn voldaan en niet te gelde gemaakte activa in de insolvente boedel blijven. De uitspraak is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen na de dag van de inschrijving in het Handelsregister.

Een insolventieprocedure wordt niet afgesloten indien de verplichtingen van de schuldenaar gedekt zijn door zekerheden van derden en de executieprocedure tegen de zekerheden nog loopt of wanneer de schuldenaar partij is bij een hangend rechtsgeding.

Ingevolge de nationale wetgeving maakt reorganisatie met het oog op herstructurering van de onderneming van de schuldenaar deel uit van de hoofdinsolventieprocedure.

Herstel van de onderneming is een afzonderlijke optionele fase in de insolventieprocedure. Voor het streven naar herstel is een speciaal schriftelijk verzoek aan de rechter vereist, waarin door een of meerdere van de volgende partijen een herstelplan wordt voorgesteld: de schuldenaar, de curator, de schuldeisers die goed zijn voor ten minste een derde van de zekergestelde vorderingen, de schuldeisers die goed zijn voor ten minste een derde van de niet-zekergestelde vorderingen, de vennoten of aandeelhouders die goed zijn voor ten minste een derde van het aandelenvermogen van de onderneming van de schuldenaar, een vennoot met onbeperkte aansprakelijkheid, of 20 % van het totale aantal werknemers en bedienden van de onderneming van de schuldenaar.

Een herstelplan kan (of herstelplannen kunnen) worden ingediend vanaf het moment van indiening van de aanvraag voor insolventie tot er één maand is verstreken vanaf de dag van inschrijving van de gerechtelijke uitspraak inzake goedkeuring van de lijst van toegelaten vorderingen in het Handelsregister. De kosten voor een herstelplan dat door de schuldenaar of de curator is ingediend, worden betaald uit de insolvente boedel; in alle andere gevallen worden ze gedekt door de partij die het plan heeft ingediend.

De inhoud van het herstelplan moet voldoen aan de in artikel 700, lid 1, van de Handelswet vastgelegde eisen en ingaan op zaken als: de mate waarin de in de door de rechter goedgekeurde lijsten opgenomen vorderingen per de datum waarop het plan is ingediend zullen worden voldaan; de wijze van en het tijdskader voor de voldoening van elke categorie vordering; de garanties voor de voldoening van betwiste niet-toegelaten vorderingen die per de datum waarop het plan is ingediend onderwerp zijn van een rechtsgeding; de voorwaarden waaronder vennoten in een vennootschap onder firma of een vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk van aansprakelijkheid worden ontheven; de mate waarin de vorderingen van iedere categorie schuldeisers zouden worden voldaan in vergelijking met de activa die zij zouden ontvangen in het kader van uitdeling conform de algemene bij wet vastgelegde procedure; de waarborgen die aan iedere categorie schuldeisers worden verstrekt in verband met de uitvoering van het plan; de beheerstechnische, organisatorische, juridische, financiële, technische en overige maatregelen die ter uitvoering van het plan moeten worden genomen; en de gevolgen van het plan voor de werknemers en bedienden van de onderneming van de schuldenaar. In het herstelplan kunnen daarnaast voorgestelde maatregelen of transacties worden beschreven die erop zijn gericht de levensvatbaarheid van de onderneming te herstellen, waaronder begrepen verkoop van de onderneming of een deel daarvan, de voorwaarden voor verkoop en de wijze waarop deze ten uitvoer wordt gelegd, conversie van schuld in eigen vermogen, novatie van verplichtingen of overige maatregelen en transacties (de mogelijkheid van verkoop van activa van exploitanten van water- en rioolvoorzieningen die benodigd zijn voor hun primaire activiteiten wordt in het plan expliciet uitgesloten tot er een nieuwe exploitant van water- en rioolvoorzieningen in het betreffende gebied is aangewezen), de benoeming van een toezichthoudend orgaan met bevoegdheid om gedurende de looptijd van het herstelplan of voor een kortere periode zeggenschap uit te oefenen over de activiteiten van de schuldenaar, uitstel van betaling, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van schulden, reorganisatie van de vennootschap of overige maatregelen en transacties.

Indien het plan voldoet aan de in artikel 700, lid 1, van de Handelswet vastgelegde vereisten, doet de rechter een uitspraak waarin hij toestaat dat het plan in overweging wordt genomen door de vergadering van schuldeisers en gelast hij de publicatie van een kennisgeving in het Handelsregister waarin de datum van de vergadering wordt vermeld. Indien nodig wordt er een kennisgeving verstuurd naar de partij die het voorstel heeft ingediend, met de instructie om geconstateerde tekortkomingen te verhelpen. Tegen deze uitspraak kan binnen zeven dagen beroep worden aangetekend.

Uitsluitend schuldeisers met toegelaten of geldig verklaarde vorderingen of schuldeisers aan wie door de rechter stemrecht is toegekend, mogen over het plan stemmen. De schuldeisers stemmen afzonderlijk in de bij wet vastgelegde aparte categorieën en kunnen hun stem uitbrengen zonder dat zij in de vergadering aanwezig zijn middels een notariële machtigingsbrief die door de betreffende schuldeiser is getekend. Het plan wordt door iedere categorie schuldeisers aangenomen bij gewone meerderheid van vorderingen in de betreffende categorie. Tegen het aangenomen plan kan binnen zeven dagen na de dag van de stemming bezwaar worden ingediend bij de insolventierechter. Ook schuldeisers die vorderingen tot nietigverklaring ingevolge artikel 694 van de Handelswet hebben ingesteld, kunnen bezwaar aantekenen. Het plan wordt verworpen indien meer dan de helft van de schuldeisers met toegelaten vorderingen, ongeacht de categorie van die vorderingen, tegen het plan heeft gestemd. In verband met de goedkeuring van het plan wordt een kennisgeving in het Handelsregister gepubliceerd.

De rechter keurt het plan goed indien het voldoet aan de vereisten van artikel 705, lid 1, van de Handelswet, d.w.z. indien: aan alle bij wet vastgestelde vereisten voor de goedkeuring ervan door de verschillende categorieën van schuldeisers is voldaan; het plan is goedgekeurd door een meerderheid van de schuldeisers met meer dan de helft van de toegelaten, in de door de rechter goedgekeurde lijst opgenomen vorderingen; ingeval het plan voorziet in gedeeltelijke betaling, ten minste één categorie van schuldeisers die het plan hebben goedgekeurd, gedeeltelijk wordt uitbetaald; alle schuldeisers in dezelfde categorie gelijk worden behandeld, tenzij benadeelde schuldeisers schriftelijk van hun bezwaren hebben afgezien; het plan erin voorziet dat tegenstemmende schuldeisers en tegenstemmende schuldenaren dezelfde betaling ontvangen als die welke zij zouden hebben ontvangen als de activa conform de bij wet vastgelegde procedure zouden zijn uitgedeeld; geen van de schuldeisers meer ontvangt dan wat hun ingevolge hun vordering verschuldigd is; er geen inkomen wordt uitbetaald aan vennoten of aandeelhouders totdat de vorderingen van de categorieën van schuldeisers wier belangen het plan betreft, volledig en definitief zijn voldaan; en er geen onderhoudsuitkeringen worden verstrekt ten behoeve van eigenaren van eenmanszaken, vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid en hun gezin die hoger zijn dan het door de rechter vastgestelde bedrag totdat de vorderingen van de categorieën van schuldeisers wier belangen het plan betreft, volledig en definitief zijn voldaan. Indien de vergadering van schuldeisers verschillende plannen heeft aangenomen en alle plannen voldoen aan de bij wet vastgestelde vereisten, keurt de rechter het plan goed dat door de schuldeisers met meer dan de helft van de toegelaten vorderingen is aangenomen.

Een herstelplan kan tot een door een Bulgaarse rechter ingestelde aanvullende insolventieprocedure worden toegelaten, indien de ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit, en met toestemming van de curator in de hoofdprocedure waarin de ondernemer door een buitenlandse rechter insolvent is verklaard.

Middels de uitspraak tot goedkeuring van het herstelplan gelast de rechter de beëindiging van de procedure en benoemt hij het toezichthoudend orgaan dat is voorgesteld in het plan of gekozen door de vergadering van schuldeisers. Een uitspraak inzake goedkeuring van het herstelplan en een uitspraak tot verwerping van een plan dat is ontwikkeld met het oog op herstel van de onderneming van de schuldenaar en door de vergadering van schuldeisers is goedgekeurd, is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen vanaf de dag van de inschrijving in het Handelsregister.

Het door de rechter goedgekeurde plan is verplicht voor de schuldenaar en alle schuldeisers met vorderingen in verband met schulden die vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure zijn ontstaan. Met het oog op executie van de te gelde gemaakte vordering kan elke schuldeiser een aanvraag voor een executoriale titel indienen conform de procedure vastgesteld in artikel 405 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ongeacht het bedrag van de vordering.

Indien de schuldenaar in gebreke blijft bij de uitvoering van het herstelplan, kunnen schuldeisers met ingevolge het plan te gelde gemaakte vorderingen die goed zijn voor ten minste 15 % van het totale bedrag aan vorderingen, of het door de rechter benoemde toezichthoudend orgaan, de rechter verzoeken de insolventieprocedure te hervatten, zonder dat hiervoor bewijs van insolventie of een overmatige schuldenlast vereist is. In dit geval blijft het effect van het plan qua tegeldemaking met betrekking tot de rechten en zekerheden van de schuldenaren onaangetast. Er wordt geen herstelprocedure gevoerd in het kader van een hervatte insolventieprocedure.

Indien het goedgekeurde herstelplan voorziet in de verkoop van de onderneming of een deel daarvan, moet er binnen een maand vanaf de dag waarop de uitspraak tot goedkeuring van het plan in kracht van gewijsde gaat, een verkoopovereenkomst zijn gesloten. Indien er binnen de in het goedgekeurde herstelplan vastgestelde periode geen verkoopovereenkomst wordt gesloten, kan elke partij binnen een maand na het verstrijken van de termijn van één maand voor het sluiten van een verkoopovereenkomst, de insolventierechter verzoeken de overeenkomst beëindigd te verklaren. Indien geen der partijen verzoekt om de overeenkomst beëindigd te verklaren en een schuldeiser een aanvraag heeft ingediend, zal de insolventierechter de procedure hervatten en de schuldenaar insolvent verklaren.

Naast de goedkeuring van een herstelplan voorziet de Handelswet in nog een mogelijkheid voor een akkoord tussen de schuldenaar en de schuldeisers. De schuldenaar kan in elke fase van de procedure zelfstandig met alle schuldeisers met toegelaten vorderingen een schriftelijk schuldvereffeningsakkoord sluiten zonder zich hierbij te laten vertegenwoordigen door de curator. Als het akkoord voldoet aan de wettelijke vereisten zal de rechter aanhouding van de procedure toelaten, indien er vorderingen tot verkrijging van een verklaring van recht ingevolge artikel 694, lid 1, van de Handelswet zijn ingesteld waarmee het bestaan van toegelaten vorderingen wordt betwist. De uitspraak is vatbaar voor beroep binnen zeven dagen na de dag van de inschrijving in het Handelsregister.

15 Wat zijn de rechten van de schuldeisers nadat de insolventieprocedure beëindigd is?

De laatste schuldeisersvergadering neemt een besluit aan over de onverkoopbare persoonlijke eigendommen in de insolvente boedel en kan ertoe besluiten dat persoonlijke eigendommen van verwaarloosbare waarde of vorderingen waarvan de inning onredelijke inspanning zou vereisen, aan de schuldenaar worden geretourneerd. De bedragen die op het moment van de definitieve uitbetaling zijn gereserveerd voor niet-geïnde of betwiste vorderingen worden door de curator, bij gerechtelijke beslissing, op een bankrekening gestort.

Bij afsluiting van de insolventieprocedure wordt de algemene uitwinning opgeheven en komt de conservatoire maatregel ambtshalve te vervallen vanaf de dag dat de uitspraak inzake de afsluiting van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde is gegaan.

Eventuele vorderingen die niet zijn ingediend en rechten die niet zijn uitgeoefend in de insolventieprocedure, komen te vervallen. De vorderingen die niet in de insolventieprocedure konden worden voldaan komen te vervallen, behalve wanneer de procedure overeenkomstig artikel 744, lid 1, van de Handelswet is hervat (indien er binnen één jaar na de dag waarop aanhouding van de procedure is toegelaten, gereserveerde bedragen voor betwiste vorderingen vrijkomen of activa worden ontdekt waarvan het bestaan onbekend was tijdens de insolventieprocedure).

Indien de schuldenaar met alle schuldeisers met toegelaten vorderingen een schuldvereffeningsakkoord heeft gesloten en de insolventieprocedure is afgesloten, kunnen de schuldeisers verhaal zoeken conform de algemene civielrechtelijke voorschriften, behalve waar de Handelswet anders bepaalt. Indien de schuldenaar in gebreke blijft in de uitvoering van het schuldvereffeningsakkoord, kunnen de schuldeisers wier vorderingen goed zijn voor ten minste 15 % van de totale vorderingen verzoeken om hervatting van de insolventieprocedure zonder dat hiervoor een bewijs van insolventie of een overmatige schuldenlast vereist is.

Bij afsluiting van de insolventieprocedure volgend op de goedkeuring van het herstelplan gaat er een nieuwe wettelijke verjaringstermijn ingevolge artikel 110 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten in voor verplichtingen die zijn aangegaan vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, met ingang van de dag waarop de uitspraak inzake goedkeuring van het herstelplan in kracht van gewijsde is gegaan indien de verplichtingen in kwestie onmiddellijk moeten worden voldaan, of met ingang van de dag waarop de verplichtingen betaalbaar worden indien het herstelplan in uitstel van betaling ervan voorziet. Conform artikel 110 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten komen alle vorderingen te vervallen bij het verstrijken van de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar, tenzij de wet anders bepaalt. Indien een aanvraag tot hervatting van de insolventieprocedure is ingediend, wordt de wettelijke verjaringstermijn voor toegelaten vorderingen voor de duur van de hervattingsprocedure opgeschort. Een schuldeiser kan op basis van het door de rechter goedgekeurde herstelplan een aanvraag voor een executoriale titel in verband met zijn te gelde gemaakte vordering indienen, ongeacht het bedrag van de vordering.

16 Voor wiens rekening zijn de kosten en uitgaven in het kader van de insolventieprocedure?

Tot de kosten van een insolventieprocedure behoren ingevolge nationale wetgeving:

  • in verband met de insolventieprocedure te betalen zegelrecht en alle overige gemaakte kosten tot de dag waarop de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure in kracht van gewijsde gaat;
  • de beloning van de curator;
  • de vorderingen van medewerkers en werknemers van de onderneming van de schuldenaar indien deze haar handelsactiviteiten niet heeft gestaakt;
  • de gemaakte kosten voor de vergroting, het beheer, de taxatie en de uitdeling van de insolvente boedel;
  • de aan de schuldenaar en zijn gezin verstrekte onderhoudsuitkering.

Indien een aanvraag voor een insolventieprocedure door de schuldenaar wordt ingediend, is er vooraf geen zegelrecht verschuldigd. Het zegelrecht wordt bij uitdeling van de activa uit de insolvente boedel betaald. Indien de insolventie-aanvraag door een schuldeiser wordt ingediend, en indien een medeschuldeiser als partij aan de procedure deelneemt, wordt het zegelrecht geïnd bij de schuldeiser of de partij die medeschuldeiser is.

Indien de beschikbare activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de initiële kosten van de insolventieprocedure te dekken, of indien in de loop van de insolventieprocedure wordt vastgesteld dat de beschikbare activa van de schuldenaar ontoereikend zijn om de kosten van de insolventieprocedure te dekken, stelt de rechter met het oog op opening van de insolventieprocedure een bedrag vast dat binnen een door de rechter bepaalde termijn door de schuldenaar of een schuldeiser moet worden vooruitbetaald. De initiële kosten van de insolventieprocedure worden door de rechter bepaald, rekening houdend met de huidige beloning van de voorlopige curator en de geschatte kosten van de insolventieprocedure. Indien de schuldenaar een vennootschap is, beslist de rechter over de vooruitbetaling van kosten, rekening houdend met de eigendommen van de vennoten met onbeperkte aansprakelijkheid.

Na aanvang van een insolventieprocedure worden de kosten betaald uit de insolvente boedel. Hiertoe kan de rechter bij beschikking de curator bevoegdheid verlenen om de nodige vervreemdingen te verrichten.

Indien de procedure in de fase van vergroting van de insolvente boedel verkeert, hoeft het zegelrecht niet vooruitbetaald te worden. Er wordt geen zegelrecht geïnd wanneer op grond van gerechtelijke uitspraken en beschikkingen omstandigheden met betrekking tot de insolventie in het Handelsregister worden ingeschreven en wanneer een derdenbeslag of algemene uitwinning wordt ingeschreven of komt te vervallen.

In een procedure die is ingesteld naar aanleiding van een verzoek tot nietigverklaring van een transactie op grond van de artikelen 645, 646 en 647 van de Handelswet en artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten hoeft zegelrecht niet vooruitbetaald te worden, ongeacht het niveau van het gerecht. Indien het verzoek wordt ingewilligd, wordt het zegelrecht geïnd bij de partij die in het rechtsgeding niet in het gelijk is gesteld. Indien het verzoek wordt afgewezen, wordt het zegelrecht uit de insolvente boedel betaald. Indien het verzoek tot nietigverklaring van een transactie door de curator is ingediend en is afgewezen, worden de door derden gemaakte kosten in de insolventieprocedure betaald uit de insolvente boedel.

Er hoeft geen zegelrecht te worden vooruitbetaald in verband met een vordering tot verkrijging van een verklaring van recht ingesteld door een schuldeiser of schuldenaar ingevolge artikel 694 van de Handelswet. Als de vordering wordt afgewezen, komen de kosten voor rekening van de eiser.

De vordering van een schuldeiser die is ingediend nadat de wettelijke termijn voor indiening is verstreken, maar niet later dan twee maanden na de dag waarop deze is verstreken, wordt aan de lijst van ingediende vorderingen toegevoegd en toegelaten conform de bij wet vastgestelde procedure. De bij de toelating gemaakte extra kosten komen voor rekening van de schuldeiser die de vordering heeft ingediend.

De gemaakte kosten voor een herstelplan dat door de schuldenaar of de curator is ingediend, worden betaald uit de insolvente boedel; in alle andere gevallen worden ze gedekt door de partij die het plan heeft ingediend. Tenzij in het herstelplan anders is bepaald, beveelt de rechter de schuldenaar het zegelrecht en de gemaakte kosten te betalen.

De gemaakte kosten voor het behoud van activa die te gelde worden gemaakt, worden, tot de inbezitneming door de koper, betaald uit de insolvente boedel. De kosten die zijn gemaakt voor de verkoop van in eigendom van de schuldenaar zijnde en aan zijn werknemers en bedienden verhuurde woningen zijn voor rekening van de verkoper.

Bij uitdeling van de te gelde gemaakte activa worden de vorderingen voortvloeiend uit in de insolventieprocedure gemaakte kosten voldaan na de voldoening van zekergestelde vorderingen en vorderingen ten aanzien waarvan retentierecht wordt uitgeoefend.

17 Wat zijn de regels betreffende nietigheid, vernietigbaarheid of niet-tegenwerpbaarheid van de voor de gezamenlijke schuldeisers nadelige rechtshandelingen?

De Handelswet voorziet in waarborgen ter bescherming van schuldeisers van de insolvente boedel tegen handelingen en transacties die door de schuldenaar zijn verricht met als doel de insolvente boedel uit te putten en de belangen van schuldeisers te schaden. De wet hanteert het concept van een "verdachte periode", ofwel het onmiskenbaar vermoeden dat de belangen van schuldeisers geschaad zijn, indien er binnen deze periode bepaalde handelingen of transacties zijn verricht. De duur van de verdachte periode is afhankelijk van het soort transactie waarop het wettelijk vermoeden van schadelijkheid van toepassing is. Voor bepaalde transacties en handelingen gaat de verdachte periode in per de datum van insolventie of overmatige schuldenlast, maar niet eerder dan één jaar voordat het verzoek tot opening van de insolventieprocedure is ingediend, en eindigt deze op de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure. In andere gevallen gaat de periode terug tot drie, twee of één jaar vóór de dag waarop de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure is ingediend en wordt de periode tussen die dag en de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure ook meegerekend. Bepaalde handelingen en transacties die zijn verricht na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure en in strijd met de vastgestelde procedure, d.w.z. zonder voorafgaande toestemming van de curator, worden eveneens als schadelijk beschouwd.

De soorten handelingen en transacties die in het kader van de Handelswet als schadelijk worden beschouwd, worden uitputtend beschreven en vallen in twee categorieën uiteen: nietig en niet-uitvoerbaar ten opzichte van de schuldeisers van de insolvente boedel.

Op nietige transacties is artikel 646, lid 1, van de Handelswet van toepassing. Dit artikel bepaalt dat de volgende handelingen en transacties nietig zijn ten aanzien van schuldeisers, indien zij in strijd met de procedureregels zijn verricht na de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure:

  1. voldoen van een schuld die is aangegaan vóór de dag van de uitspraak tot opening van een insolventieprocedure;
  2. vestigen van een zekerheid of hypotheek op een eigendomsrecht of een persoonlijk eigendom uit de insolvente boedel;
  3. een transactie waarbij een recht of een actief uit de insolvente boedel betrokken is.

Op overige soorten schadelijke handelingen of transacties die niet-uitvoerbaar kunnen worden verklaard, is het bepaalde in artikel 645, lid 2, artikel 646, lid 2, en artikel 647 van de Handelswet en artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten van toepassing. Om niet-uitvoerbaar te zijn ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel, dienen de handelingen en transacties niet-uitvoerbaar te zijn verklaard in een uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan.

Volgens artikel 646, lid 2, van de Handelswet kunnen de volgende, na de aanvang van de insolventie of overmatige schuldenlast door de schuldenaar verrichte handelingen of aangegane transacties binnen de desbetreffende periodes niet-uitvoerbaar worden verklaard ten aanzien van schuldeisers:

  1. vervroegde voldoening van een verplichting, ongeacht de wijze van voldoening, binnen één jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure;
  2. vestiging van een zekerheid of hypotheek ter dekking van een voorheen niet-zekergestelde vordering jegens de schuldenaar, binnen één jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure;
  3. voldoening door de schuldenaar van een verplichting die betaalbaar is geworden, ongeacht de wijze van voldoening, binnen zes maanden voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure.

Indien de schuldeiser er kennis van had dat de schuldenaar insolvent was of een overmatige schuldenlast had, wordt de duur van de verdachte periode in de eerste twee gevallen verlengd tot twee jaar en in het derde geval tot één jaar. Deze kennis wordt verondersteld aanwezig te zijn als de schuldenaar en de schuldeiser verbonden partijen zijn of als de schuldeiser kennis had, of kennis had kunnen hebben, van omstandigheden die redelijkerwijs tot de conclusie leiden dat de schuldenaar insolvent was of een overmatige schuldenlast had.

Er mag geen beroep worden gedaan op niet-uitvoerbaarheid in het eerste en derde geval als de verplichting als onderdeel van de normale bedrijfsvoering van de schuldenaar is voldaan en:

  • beantwoordt aan de tussen de partijen overeengekomen voorwaarden en gelijktijdig is voldaan met de levering van goederen of diensten van gelijke waarde aan de schuldenaar, of binnen dertig dagen na de dag waarop de verplichting opeisbaar werd, of
  • de schuldeiser na de betaling goederen of diensten van gelijke waarde heeft geleverd aan de schuldenaar.

In het tweede geval kan geen beroep op niet-uitvoerbaarheid worden gedaan als de zekerheid of de hypotheek is gevestigd:

  • vóór of gelijktijdig met de verstrekking van een lening aan een schuldenaar;
  • om een andere zakelijke zekerheid te vervangen, die niet niet-uitvoerbaar kan worden verklaard overeenkomstig de regels vastgelegd in deel I, hoofdstuk 41 van de Handelswet;
  • tot zekerstelling van een lening die is verstrekt teneinde het actief waarop pandrecht of hypotheek gevestigd is te verkrijgen.

Nietigheid ingevolge artikel 646, lid 2, van de Handelswet laat de rechten die te goeder trouw door derden zijn verkregen vóór de inschrijving van de aanvraag waarmee een vordering tot nietigverklaring van een transactie is ingesteld, onverlet. Kwade trouw wordt verondersteld tot het tegendeel is bewezen indien de derde verbonden is aan de schuldenaar of aan de persoon met wie de schuldenaar onderhandelde.

De publiekrechtelijke en kredietvorderingen van de overheid waarop particuliere handhaving van toepassing is, en die de schuldenaar heeft voldaan, kunnen niet volgens de hiervoor beschreven regels en procedure nietig worden verklaard ten aanzien van schuldeisers van de insolvente boedel.

Volgens artikel 647, lid 1, van de Handelswet kunnen de volgende handelingen en transacties van de schuldenaar, indien verricht binnen de beschreven perioden, nietig worden verklaard ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel:

  1. transacties zonder tegenprestatie, met uitzondering van gewone schenkingen, aangegaan met een aan de schuldenaar verbonden partij binnen drie jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure werd ingediend;
  2. transacties zonder tegenprestatie, aangegaan binnen twee jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure werd ingediend;
  3. ondergewaardeerde transacties, aangegaan binnen twee jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure, maar niet vóór de aanvang van de insolventie of overmatige schuldenlast;
  4. hypotheken, pandrechten of persoonlijke zekerheden gevestigd in verband met verplichtingen jegens derden binnen één jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure, maar niet vóór de aanvang van de insolventie of overmatige schuldenlast;
  5. hypotheken, pandrechten of persoonlijke zekerheden gevestigd in verband met verplichtingen jegens derden ten gunste van een aan de schuldenaar verbonden schuldeiser binnen twee jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure, maar niet vóór de aanvang van insolventie of overmatige schuldenlast;
  6. transacties die schadelijk zijn voor schuldeisers en die zijn gesloten met een aan de schuldenaar verbonden partij binnen twee jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure.

Artikel 647, lid 1, van de Handelswet geldt ook voor door de schuldenaar verrichte handelingen en transacties in de periode tussen de indiening van de aanvraag tot het openen van de insolventieprocedure en de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure. Nietigverklaring laat de rechten die door derden vóór de inschrijving van de aanvraag te goeder trouw tegen een vergoeding zijn verkregen, onverlet.

Een verrekening kan ook ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel nietig worden verklaard indien de schuldeiser de vordering heeft verkregen en de schuld is aangegaan vóór de dag van de uitspraak tot opening van de insolventieprocedure, in de wetenschap dat de schuldenaar ten tijde van verkrijging van de vordering of het aangaan van de schuld insolvent was of een overmatige schuldenlast had of dat er een aanvraag tot het openen van een insolventieprocedure was ingediend.

Ongeacht het moment waarop de wederzijdse schulden zijn aangegaan, is een verrekening die door de schuldenaar is gerealiseerd ná de verklaring van insolventie of overmatige schuldenlast maar niet eerder dan één jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag is ingediend, nietig ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel, met uitzondering van het deel van de schuld dat de schuldeiser zou ontvangen op het moment van uitdeling volgend op de tegeldemaking van de goederen.

In artikel 135 van de Wet verplichtingen en overeenkomsten worden de vorderingen beschreven die de curator of de schuldeiser kan instellen om schadelijke handelingen van de schuldenaar nietig te verklaren, indien de schadelijke werking van die handelingen bij de schuldenaar bekend was. Indien de handeling voortkomt uit winstbejag, wordt ook de partij met wie de schuldenaar onderhandelt geacht kennis te hebben van de schade. De nietigheid laat de rechten die te goeder trouw tegen een vergoeding door derden zijn verkregen vóór de inschrijving van de aanvraag waarmee een vordering tot nietigverklaring van een transactie is ingesteld, onverlet. Kennis wordt verondersteld tot het tegendeel is bewezen indien de derde de echtgenoot/echtgenote, een ascendent, descendent of broer of zus van de schuldenaar is. Indien uitgevoerd voordat er een vordering is ontstaan, is de handeling alleen nietig indien zij door de schuldenaar of de partij met wie de schuldenaar onderhandelde is verricht met het oogmerk de schuldeiser te benadelen.

Een vordering tot nietigverklaring van handelingen of transacties ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel en de bijbehorende handelingen voor prestaties om de insolvente boedel te vergroten, kan worden ingesteld door de curator of, indien deze dit verzuimt te doen, door elke schuldeiser van de insolvente boedel. Indien de vordering door een schuldeiser wordt ingesteld, wijst de rechter de curator ambtshalve als medeëiser aan. Indien een vordering door een schuldeiser is ingesteld, zal een tweede aanhangigmaking inzake dezelfde vordering niet worden toegestaan. De tweede schuldeiser kan de rechter echter verzoeken hem als medeëiser aan te wijzen voorafgaand aan de eerste zitting in de zaak. Een eindvonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, is geldig en bindend voor de schuldenaar, de curator en alle schuldeisers.

Indien de rechter een transactie nietig heeft verklaard ten aanzien van de schuldeisers van de insolvente boedel, worden de door een derde verstrekte activa geretourneerd, en als die activa niet zijn opgenomen in de insolvente boedel of er geld verschuldigd is, zal de derde als schuldeiser deelnemen aan de procedure.

Een door de curator ingestelde vordering tot nietigverklaring van een transactie in de hoofdinsolventieprocedure of aanvullende insolventieprocedure waarin een ondernemer door een buitenlandse rechter insolvent is verklaard, of in een door een Bulgaarse rechter ingestelde aanvullende procedure, ingeval de ondernemer aanzienlijke activa in Bulgarije bezit, wordt geacht in beide procedures aanhangig te zijn gemaakt.

Laatste update: 04/11/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website