Geringe vorderingen

Roemenië
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

De artikelen 1025 t/m 1032 van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat op 15 februari 2013 in werking is getreden, bevatten een nieuwe regeling voor de procedure voor geringe vorderingen.

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

In artikel 1025 van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt bepaald dat de waarde van de vordering, exclusief rente, kosten en andere bijkomende inkomsten, op de datum waarop de vordering wordt ingesteld niet meer dan 10 000 RON mag bedragen.

Wat betreft de werkingssfeer (ratione materiae) is de procedure voor geringe vorderingen niet van toepassing op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, of op de aansprakelijkheid van de staat wegens omissies of handelingen bij de uitoefening van het staatsgezag. De procedure is evenmin van toepassing op zaken met betrekking tot: de staat en de bekwaamheid van natuurlijke personen; het huwelijksgoederenrecht, onderhoudsverplichtingen en testamenten en erfenissen; faillissement, surseance van betaling, procedures ter ontbinding van insolvente vennootschappen of andere rechtspersonen, gerechtelijke en faillissementsakkoorden en andere soortgelijke procedures; sociale zekerheid; arbeidsrecht; huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende zaken, met uitzondering van vorderingen van geldelijke aard; arbitrage, of inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en op de persoonlijkheidsrechten.

1.2 Toepassing van de procedure

In het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de procedure voor geringe vorderingen een alternatieve procedure. De eiser kan kiezen tussen de procedure voor geringe vorderingen en de gemeenrechtelijke procedure. Als hij een vordering bij de rechtbank indient, wordt deze behandeld volgens de gemeenrechtelijke procedure, behalve wanneer de eiser uiterlijk bij de eerste hoorzitting expliciet om toepassing van de speciale procedure verzoekt. Wanneer de vordering niet volgens de bepalingen van de procedure voor geringe vorderingen kan worden behandeld, stelt het gerecht de eiser hiervan in kennis. Als de eiser zijn vordering niet intrekt, wordt deze behandeld volgens het gemeen recht. De behandeling van de vordering in eerste aanleg valt onder de bevoegdheid van de arrondissementsrechtbank (judecătorie). De territoriale bevoegdheid wordt bepaald op grond van het gemeen recht.

1.3 Formulieren

Er bestaan verplichte standaardformulieren voor de procedure voor geringe vorderingen, die zijn vastgesteld in beschikking nr. 359/C van het ministerie van Justitie van 29 januari 2013 betreffende de goedkeuring van formulieren die worden gebruikt in het kader van de procedure voor geringe vorderingen, zoals bepaald in de artikelen 1025 t/m 1032 van wet nr. 134/210 betreffende het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vastgestelde standaardformulieren zijn: het vorderingsformulier, het formulier waarmee het vorderingsformulier wordt aangevuld en/of gecorrigeerd en het antwoordformulier.

1.4 Rechtsbijstand

Binnen de grenzen van de actieve rol die de rechter uitoefent en dus niet op bijzondere wijze voor dit soort zaken.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Het gerecht kan het gebruik van andere bewijsstukken toestaan, los van de door de partijen ingediende stukken. Niettemin is het niet toegestaan bewijsstukken te gebruiken waarvan de administratie in verhouding tot waarde van de vordering of de tegenvordering onevenredige kosten met zich meebrengt.

1.6 Schriftelijke procedure

In de artikelen 1028 en volgende van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat de eiser de procedure voor geringe vorderingen instelt door het vorderingsformulier in te vullen en voor te leggen of door te geven aan het bevoegde gerecht, via de post of ieder ander middel waarmee het formulier kan worden doorgestuurd en de ontvangst ervan kan worden bevestigd. Samen met het vorderingsformulier moeten er ook kopieën van de stukken worden voorgelegd of opgestuurd die de eiser overweegt te gebruiken. Als de door de eiser verstrekte informatie niet duidelijk genoeg is of inadequaat is, of als het vorderingsformulier niet juist is ingevuld, biedt het gerecht de eiser de mogelijkheid om het formulier aan te vullen of te corrigeren of om aanvullende informatie of stukken te verstrekken, met uitzondering van situaties waarin de vordering kennelijk ongegrond of niet ontvankelijk is. De vordering wordt afgewezen als zij kennelijk ongegrond of niet ontvankelijk is. Als de eiser het vorderingsformulier niet binnen de door het gerecht gestelde termijn invult of corrigeert, wordt de vordering nietig verklaard.

De procedure voor geringe vorderingen verloopt schriftelijk en wordt volledig in de raadkamer afgehandeld. Als het gerecht het noodzakelijk acht of op verzoek van een van de partijen kan het de partijen bevelen persoonlijk te verschijnen. Het gerecht kan een dergelijk verzoek afwijzen als het van oordeel is dat er gezien de omstandigheden van de zaak geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden. De afwijzing wordt schriftelijk gemotiveerd en kan niet afzonderlijk worden aangevochten.

Na ontvangst van het correct ingevulde vorderingsformulier stuurt het gerecht het antwoordformulier onverwijld naar de verweerder, vergezeld van een kopie van het vorderingsformulier en kopieën van de door de eiser ingediende stukken. Binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving van de stukken legt de verweerder het ingevulde antwoordformulier voor of stuurt hij het op, tezamen met kopieën van de stukken die hij overweegt te gebruiken. De verweerder kan met elk ander gepast middel reageren, zonder het antwoordformulier te gebruiken. Het gerecht stuurt kopieën van het antwoord van de verweerder en eventueel de tegenvordering en de door de verweerder voorgelegde stukken onmiddellijk door aan de eiser. Als de verweerder een tegenvordering heeft opgesteld, legt de eiser binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving hiervan het correct ingevulde antwoordformulier voor, of antwoordt hij via elk ander middel. De tegenvordering die niet in deze procedure kan worden behandeld, wordt uit het dossier gehaald en behandeld op grond van het gemeen recht. Het gerecht kan de partijen verzoeken meer informatie te verstrekken, binnen een daartoe vastgestelde termijn van maximaal 30 dagen na ontvangst van het antwoord van de verweerder of de eiser. Wanneer het gerecht een termijn heeft vastgesteld voor de verschijning van de partijen, moeten zij worden gedagvaard. Telkens wanneer het gerecht een termijn vaststelt voor het verrichten van een proceshandeling, stelt het de belanghebbende partijen in kennis van de gevolgen van het niet in acht nemen van deze termijn.

Het gerecht wijst het vonnis binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van alle noodzakelijke informatie, of eventueel na de mondelinge behandeling. Indien de belanghebbende partij niet binnen de gestelde termijn reageert, doet het gerecht op basis van de dossierstukken uitspraak over de oorspronkelijke vordering of over de tegenvordering. Het vonnis in eerste aanleg is direct na de uitspraak voor tenuitvoerlegging vatbaar en wordt meegedeeld aan de partijen.

1.7 Inhoud van het vonnis

Nee

1.8 Vergoeding van de kosten

In artikel 1031 van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat de in het ongelijk gestelde partij op verzoek van de andere partij wordt veroordeeld tot betaling van de kosten. Het gerecht wijst de in het gelijk gestelde partij echter geen vergoeding toe voor kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

In artikel 1032 van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank (judecătorie) enkel beroep kan worden aangetekend bij de rechtbank, binnen een termijn van 30 dagen na de mededeling ervan. Om naar behoren gerechtvaardigde redenen kan de rechterlijke beroepsinstantie de tenuitvoerlegging schorsen mits een borg wordt gesteld van 10 % van de betwiste waarde. De uitspraak van de beroepsinstantie wordt meegedeeld aan de partijen en is onherroepelijk.

Laatste update: 01/08/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.