Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar
Swipe to change

Geringe vorderingen

Oostenrijk
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Het bestaan van een specifieke procedure voor geringe vorderingen

1.1 Toepassingsgebied van de procedure, grensbedrag

Het Oostenrijkse recht kent geen procedure voor geringe vorderingen in de eigenlijke zin. Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (ZivilprozessordnungZPO) voorziet slechts in een vereenvoudigde procedure voor bepaalde zaken die bij de Bezirksgerichte aanhangig worden gemaakt. In de regel zijn er alleen bijzondere procedureregels of een vereenvoudigde procedure voor zuiver financiële geschillen die onder de bevoegdheid van de Bezirksgerichte vallen (geldvorderingen tot 15 000 EUR, een bedrag dat op 1 januari 2015 wordt verhoogd tot 20 000 EUR en op 1 januari 2016 tot 25 000 EUR). Een uitzondering vormen arbeids- en socialezekerheidsrechtelijke zaken, waarvoor ongeacht de hoogte van het financieel belang bepaalde procedurele vereenvoudigingen bestaan.

Deze vereenvoudigingen gelden in de regel alleen voor geringe vorderingen van maximaal 1 000 EUR (zie punt 1.5) of 2 700 EUR (zie punt 1.9).

1.2 Toepassing van de procedure

De specifieke regels voor geringe vorderingen waarin het procesrecht voorziet, hebben een dwingend karakter. De partijen kunnen er bijgevolg niet van afwijken.

Dus noch de rechter noch de partijen kunnen de vordering naar een 'gewone' procedure overhevelen.

1.3 Formulieren

Omdat Oostenrijk geen procedure voor geringe vorderingen kent, bestaan er ook geen speciale formulieren voor dergelijke vorderingen.

1.4 Rechtsbijstand

Bij geschillen over vorderingen van 5 000 EUR of minder hoeft men zich in Oostenrijk niet door een advocaat te laten bijstaan. De rechter moet partijen die niet door een advocaat worden bijgestaan, ondersteuning verlenen, wat betekent dat hij hen moet instrueren over hun rechten en plichten in de procedure en over de rechtsgevolgen van hun handelen en nalaten. Partijen kunnen hun vordering ook mondeling bij het bevoegde Bezirksgericht of dat van hun woonplaats in een proces-verbaal laten opnemen. Indien het verzoekschrift van een partij die niet door een advocaat wordt bijgestaan, niet aan de eisen voldoet, moet de rechter die partij een passende toelichting en advies geven. De onpartijdigheid van de rechter mag daardoor niet worden beperkt.

1.5 Regels betreffende het bewijs

Bij vorderingen van 1 000 EUR of minder kan de rechter voorbij gaan aan het door de partij aangeboden bewijs indien de volledige opheldering van alle relevante feiten onevenredige moeilijkheden met zich meebrengt. Ook in dat geval moet de rechter echter te goeder trouw en zonder willekeur beslissen op basis van de resultaten van de procedure als geheel. Die beslissing is appellabel.

1.6 Schriftelijke procedure

Een volledig schriftelijke procedure is volgens het Oostenrijkse recht niet toegestaan. Omdat in Oostenrijk geen beperkingen worden gesteld aan het bewijs, zijn ook schriftelijke getuigenverklaringen toegestaan. De getuigenverklaring wordt dan echter niet als getuigenbewijs maar als schriftelijk bewijs gewaardeerd.

1.7 Inhoud van het vonnis

Ingevolge het wetboek van burgerlijke rechtsvordering worden minder strenge eisen gesteld aan de schriftelijke bekendmaking van een rechterlijke beslissing wanneer die beslissing eerst mondeling is gegeven. Dit geldt onafhankelijk van het financieel belang van de zaak. Wanneer een beslissing in aanwezigheid van de partijen mondeling bekend is gemaakt en geen van de partijen binnen de daarvoor gestelde termijn beroep tegen de beslissing heeft aangetekend, kan de rechter een zogenoemd "verkort afschrift van de beslissing" afgeven, dat zich beperkt tot de hoofdoverwegingen die aan de beslissing ten grondslag liggen.

1.8 Vergoeding van de kosten

Volgens het Oostenrijkse recht is de vergoeding die partijen in civiele zaken ontvangen in het algemeen afhankelijk van de mate waarin ze in het gelijk zijn gesteld. Zowel de griffierechten als het honorarium van de advocaat zijn rechtstreeks gerelateerd aan het financieel belang van de zaak. Hoe kleiner het financieel belang hoe lager in de regel de griffierechten en het honorarium van de advocaat zullen zijn. Aangezien deze kosten in wet- en regelgeving als tarieven zijn vastgelegd, kan de kostenbelasting bij geringe vorderingen laag worden gehouden. Er zijn echter geen speciale kostenregelingen voor dergelijke vorderingen.

1.9 Mogelijkheid van hoger beroep

Bij geringe vorderingen stelt het Oostenrijkse recht beperkingen aan de beschikbare rechtsmiddelen. Tot 2 700 EUR is het instellen van beroep alleen mogelijk wegens schending van het recht of wegens zeer ernstige procedurele fouten die grond voor nietigverklaring kunnen zijn. Andere procedurele fouten vormen geen geldige beroepsgrond. Ook de feiten die de rechter in eerste aanleg heeft vastgesteld en zijn waardering van het bewijs kunnen niet in hoger beroep worden aangevochten. Voor het overige gelden de voorschriften voor de gewone procedure.

Laatste update: 02/06/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website