Europees betalingsbevel

Luxemburg
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Bestaan van een betalingsbevelprocedure

Naast de in Verordening (EG) nr. 1896/2006 van 12 december 2006 vastgestelde Europese betalingsbevelprocedure, voorziet het Luxemburgse recht voor de snelle invordering van schuldvorderingen in een verzoekschriftprocedure (procédure des ordonnances sur requête) bij de arrondissementsrechtbank (voor vorderingen van meer dan 10 000 EUR). De procedure bij de vrederechter (voor vorderingen tot en met 10 000 EUR) wordt besproken in het deel over de procedure voor geringe vorderingen: zie het informatiedossier "Procedure voor geringe vorderingen - Luxemburg".

1.1 Toepassingsgebied van de procedure

De betrokkene moet beslissen of hij een vordering in kort geding instelt dan wel of hij een betalingsbevelprocedure inleidt.

Het kort geding moet worden gevolgd door een procedure ten gronde. Het feit dat er dan meerdere procedures moeten worden doorlopen, kan niet als economisch voordelig worden beschouwd.

De procedures op verzoek en dus ook het betalingsbevel zijn uiteindelijk snellere en goedkopere invorderingsprocedures.

Welke procedure er kan worden gevolgd, is afhankelijk van het gevorderde bedrag.

1.1.1 Welke zaken komen in aanmerking voor deze procedure (bijvoorbeeld alleen geldelijke vorderingen, alleen contractuele vorderingen, etc.)?

De verzoekschriftprocedure is van toepassing op geldvorderingen van meer dan 10 000 EUR in hoofdsom (rente en kosten niet inbegrepen).

De verzoekschriftprocedure kan slechts worden ingesteld tegen een schuldenaar die zijn woonplaats in Luxemburg heeft.

De verzoekschriftprocedure kan slechts worden ingesteld voor geldvorderingen die door schriftelijke bewijsstukken worden gestaafd. Zij kan bijvoorbeeld niet dienen om de schuldenaar snel tot betaling van een schadevergoeding te doen veroordelen.

1.1.2 Bestaat er een maximumbedrag voor de waarde van de vordering?

Nee.

1.1.3 Is het gebruik van deze procedure facultatief of verplicht?

Facultatief.

1.1.4 Kan de procedure gebruikt worden als de schuldenaar in een andere lidstaat of buiten de EU woont?

De Europese betalingsbevelprocedure.

1.2 Bevoegde rechtbank

De schuldeiser die een betalingsbevel wenst te verkrijgen voor een vordering van meer dan 10 000 EUR moet zich richten tot de voorzitter van de arrondissementsrechtbank die bevoegd is voor de plaats waar de schuldenaar woonachtig is, tenzij hij kan aantonen dat er een geldig forumkeuzebeding van toepassing is. In Luxemburg zijn er twee arrondissementsrechtbanken, namelijk in Luxemburg en in Diekirch.

De gewone bevoegdheidsregeling is van toepassing.

1.3 Vormvoorwaarden

De verzoekschriftprocedure moet worden ingesteld bij de griffie van de arrondissementsrechtbank. Het verzoek moet, op straffe van nietigheid, de naam, de voornaam, het beroep en de woon- of verblijfplaats van de eiser en de verweerder en het gevorderde bedrag vermelden en een uiteenzetting van de vorderingsgronden bevatten alsmede de stukken tot staving van het verzoek.

1.3.1 Is het gebruik van een standaardformulier verplicht? (Zo ja, waar kan dit formulier worden verkregen?)

Er bestaat geen standaardformulier.

1.3.2 Moet ik worden vertegenwoordigd door een advocaat?

Om een verzoekschrift voor het verkrijgen van een betalingsbevel in te dienen, hoeft er geen advocaat te worden ingeschakeld.

1.3.3 Hoe gedetailleerd moet mijn beschrijving van de grondslag van de schuldvordering zijn?

De schuldeiser moet het gevorderde bedrag vermelden en zijn vorderingsgronden uiteenzetten (dat wil zeggen de redenen waarom het geld verschuldigd is). Deze uiteenzetting mag beknopt zijn, maar er moet een motivering worden gegeven. Of de uiteenzetting al dan niet uitgebreid is, hangt in de praktijk af van de complexiteit van het dossier: spreken de stukken voor zich, dan mag de uiteenzetting beknopt zijn.

1.3.4 Moet ik beschikken over geschreven bewijs omtrent de schuldvordering? Zo ja, welke documenten mag ik daarvoor gebruiken?

De schuldeiser moet bij zijn verzoek schriftelijke bewijsstukken voegen. De rechter zal zich vooral op deze stukken baseren om de vordering al dan niet toe te wijzen.

Alleen "documenten" mogen worden bijgevoegd; de schuldeiser mag in deze fase niet voorstellen om zijn schuldvordering te staven met andere bewijsmiddelen, bijvoorbeeld getuigenverklaringen.

1.4 Afwijzing van het verzoek

De rechter wijst de vordering af indien hij van oordeel is dat het bestaan van de schuldvordering niet voldoende bewezen is aan de hand van de gegeven uitleg.

De afwijzing van de vordering moet – net als alle andere rechterlijke beslissingen – worden gemotiveerd.

1.5 Hoger beroep

Tegen de beslissing waarbij de vordering wordt afgewezen, kan er geen beroep worden ingesteld. Deze beslissing belet echter niet dat de schuldeiser andere procedures kan instellen bij de bodemrechter of de kortgedingrechter.

1.6 Aanvechten van de vordering

De schuldenaar aan wie een betalingsbevel is betekend, beschikt over een termijn van vijftien dagen om tegen dit betalingsbevel verzet aan te tekenen.

Verzet wordt aangetekend door middel van een schriftelijke verklaring die door de verzetdoende partij of zijn gemachtigde bij de griffie wordt ingediend. Die verklaring moet ten minste een beknopte uiteenzetting van de redenen voor het verzet bevatten en alle documenten die het verzet staven, moeten worden bijgevoegd.

De griffier registreert de verklaring van verzet, geeft de verzetdoende partij een ontvangstbewijs en stelt de eiser van het verzet in kennis.

Opgemerkt zij dat de termijn voor verzet vijftien dagen is, maar dat in de praktijk verzet mogelijk blijft zolang de schuldeiser nog niet heeft verzocht om afgifte van een executoriale titel. Aangezien een schuldeiser slechts zelden onmiddellijk na het verstrijken van de termijn van vijftien dagen om afgifte van een executoriale titel verzoekt, beschikt de schuldenaar vaak over een langere termijn dan die waarin de wet voorziet; hij heeft echter niet langer de zekerheid die hij wel heeft bij de oorspronkelijke termijn van vijftien dagen.

1.7 Gevolgen van de aanvechting van de vordering

De procedure wordt stopgezet door het verzet van de schuldenaar, wat betekent dat onmiddellijke afgifte van een executoriale titel niet langer mogelijk is. Bepaalde gevolgen van de betekening blijven echter wel behouden: zo blijft de rente lopen vanaf de datum waarop het betalingsbevel aan de schuldenaar is betekend.

De rechter onderzoekt het verzet. Acht hij het verzet gegrond, dan stelt hij dat in een gemotiveerde beslissing vast en verklaart hij zijn gegeven betalingsbevel nietig. Is het verzet slechts gedeeltelijk gegrond, dan veroordeelt de rechter de schuldenaar tot betaling van het deel van de schuldvordering dat hij gegrond acht. Wijst hij het verzet af, dan veroordeelt hij de schuldenaar tot betaling.

Opgemerkt zij dat de rechter in deze procedure uitspraak kan doen zonder de partijen te horen. De rechter kan de partijen oproepen om ter zitting te verschijnen, maar een openbare behandeling ter zitting is niet verplicht.

1.8 Wat als de schuldenaar de schuldvordering niet tijdig aanvecht?

Stelt de schuldenaar geen verzet in binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de betekening, dan kan de schuldeiser de arrondissementsrechtbank verzoeken om afgifte van een executoriale titel.

1.8.1 Wat moet men doen om een uitvoerbare beslissing te verkrijgen?

De schuldeiser of zijn gemachtigde moet daartoe een schriftelijk verzoek bij de griffie indienen, dat moet worden geregistreerd.

1.8.2 Is deze beslissing definitief of is er nog een beroepsmogelijkheid?

Is het betalingsbevel aan de schuldenaar persoonlijk betekend, dan heeft de executoriale titel dezelfde gevolgen als een tegensprekelijke beslissing en kan de schuldenaar deze slechts aanvechten door beroep in te stellen binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de betekening. Is het voorlopige betalingsbevel daarentegen niet aan de schuldenaar persoonlijk overhandigd, dan heeft de executoriale titel dezelfde gevolgen als een bevel bij verstek, zodat de schuldenaar nog verzet kan aantekenen binnen een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de betekening, een termijn die ingaat op dezelfde dag als die voor het instellen van beroep.

Links

http://www.legilux.lu/; https://justice.public.lu/fr.html

Laatste update: 07/05/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website