Getuigenverhoor per videoconferentie

Slowakije
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Het Slowaakse recht kent geen specifieke regels voor het verkrijgen van bewijs met deelname van het gerecht van de verzoekende lidstaat, maar het bevat ook geen bepalingen die dat verbieden. Volgens de procedureregels verkrijgt een gerecht bewijs op de zitting en, indien passend, buiten de zitting (zie artikel 122 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering; hierna het “WvRV” genoemd). De rechtbank kan met instemming van de partijen een zitting per videoconferentie of een ander technologisch communicatiemiddel laten plaatsvinden. (zie artikel 116, lid 6, WvRV). De partijen hebben in principe het recht om aanwezig te zijn bij de bewijsverkrijging.

Er bestaan geen specifieke procedures voor het verkrijgen van bewijs per videoconferentie (met uitzondering van de bovengenoemde). Alleen de verordening inzake bewijsverkrijging, het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en de wet betreffende de procedurele en administratieve regels voor de rechtbanken (besluit nr. 543 van het ministerie van Justitie van de Republiek Slowakije van 11 november 2005 inzake de procedurele en administratieve regels voor de districtsrechtbanken, de regionale rechtbanken, de speciale rechtbank en de militaire rechtbanken) zijn in dit geval van toepassing.

Alle andere kwesties moeten in samenspraak met de betrokken gerechten en met behulp van het EJN worden opgelost.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Het Slowaakse recht kent geen beperkingen ten aanzien van personen die per videoconferentie mogen worden gehoord. Overeenkomstig artikel 125 WvRV zijn alle bewijsmiddelen toegestaan waarmee de feiten in een zaak kunnen worden vastgesteld. Het zijn met name partijen, getuigen en deskundigen die mogen worden gehoord.

Overeenkomstig artikel 124 WvRV moet de bewijsverkrijging op zodanige wijze plaatsvinden dat de vertrouwelijkheid van gerubriceerde gegevens gewaarborgd is.

Overeenkomstig artikel 100, lid 3, geldt dat indien het gerecht beslist rekening te houden met het standpunt van een minderjarig kind, dit standpunt moet worden gegeven via de vertegenwoordiger van het kind of via de bevoegde instantie op het gebied van sociale bescherming en rechtsbescherming van kinderen en voogdij; het gerecht kan de minderjarige ook horen zonder dat de ouders aanwezig zijn. In dat geval zijn de beperkingen uiteraard afhankelijk van de leeftijd van de minderjarige en van de manier waarop het gerecht besluit het kind te horen.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Nee, behalve de beperkingen die voortvloeien uit de aard van videoconferenties (het is bijvoorbeeld niet mogelijk een onderzoek ter plaatse per videoconferentie uit te voeren enzovoort).

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Bewijs wordt in de regel op een zitting verkregen (zie artikel 122 WvRV) die over het algemeen plaatsvindt in het gerechtsgebouw (zie artikel 25 in verbinding met artikel 35 van de procedurele en administratieve regels voor de rechtbanken). Het is vanwege technische redenen lastig een verhoor op een andere locatie af te nemen.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Videoconferenties kunnen met behulp van de videoconferentie-apparatuur worden geregistreerd. Overeenkomstig artikel 116, lid 6, WvRV kan een verhoor per videoconferentie alleen plaatsvinden met toestemming van de partijen. Indien de partijen geen toestemming geven, is de algemene bepaling van artikel 44a WvRV van toepassing. Op grond van dat artikel mogen de zittingen ook met behulp van geluidsopnameapparatuur worden geregistreerd. De geluidsopname wordt opgeslagen op een gegevensdrager die aan het zaakdossier wordt toegevoegd.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Deze vraag heeft niet specifiek betrekking op bewijsverkrijging in het buitenland of per videoconferentie. Volgens de algemene regels worden zittingen in Slowakije altijd in de officiële taal gehouden en, indien nodig, worden er tolken opgeroepen.

Indien een gerecht deelneemt aan de bewijsverkrijging, wordt het verhoor afgenomen door het aangezochte gerecht, zodat de zitting verloopt in de taal van dat gerecht. Wanneer het bewijs rechtstreeks door een gerecht wordt verkregen zoals bedoeld in artikel 17, gebeurt dat in de taal van dat gerecht.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

In het Slowaakse recht zijn geen bepalingen opgenomen voor dergelijke situaties. De kwestie wordt ad hoc opgelost na overleg tussen de betrokken gerechten.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

In het Slowaakse recht zijn geen specifieke bepalingen opgenomen voor dergelijke situaties. De algemene regels betreffende het verloop van de zitting en de oproeping van getuigen en partijen zijn van toepassing. Het gerecht verricht de bewijsverkrijging over het algemeen op de zitting (zie artikel 122 WvRV). De oproeping moeten tijdig worden gedaan, zodat de wettelijke termijn voor de voorbereiding op de zitting kan worden nageleefd (zie artikel 46/3 van de procedurele en administratieve regels voor de rechtbanken), te weten "over het algemeen ten minste vijf dagen voor de zittingsdatum" (zie artikel 115, lid 2, WvRV).

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

De Slowaakse gerechten brengen geen kosten in rekening voor de videoconferentie zelf.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

In het Slowaakse recht zijn geen specifieke bepalingen opgenomen voor dergelijke situaties. Als algemene regel geldt dat het gerecht aan het begin van de zitting de betreffende persoon moet informeren over zijn procedurele rechten en plichten. De regel geldt niet wanneer de persoon door een advocaat wordt vertegenwoordigd. (zie artikel 5 WvRV).

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

In het Slowaakse recht zijn geen specifieke bepalingen opgenomen voor dergelijke situaties. De concrete procedure zal wordt vastgesteld na een ad hoc overeenkomst tussen de betrokken gerechten. Uiteraard zijn de algemene regels betreffende de controle van de identiteit van de te verhoren persoon van toepassing. Hierin is bepaald dat de identiteit van de getuige aan het begin van de zitting moet worden vastgesteld, evenals de omstandigheden die mogelijk van invloed zijn op zijn geloofwaardigheid (zie artikel 126, lid 2, WvRV).

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Het Slowaakse recht kent alleen specifieke bepalingen die gelden voor strafrechtelijke procedures, maar niet voor civiele procedures.

Volgens het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (zie artikel 126, lid 2) moet het gerecht de getuige aan het begin van het verhoor wijzen op het belang van zijn getuigenis, op zijn rechten en plichten (de waarheid zeggen en niets achterhouden), en op de strafrechtelijke gevolgen van een valse verklaring. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze bepaling (valse verklaring) niet van toepassing is op de procespartijen.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Ieder Slowaaks gerecht beschikt over een administratief ambtenaar met wie een afspraak kan worden gemaakt voor het uitvoeren van een verbindingstest op de dag van het verhoor enzovoort. Hij is opgeleid om de videoconferentie-apparatuur te bedienen. Deze ambtenaar neemt in het geval van problemen contact op met een IT-specialist van het gerecht en kan ervoor zorgen dat de IT-specialist op de dag van de zitting aanwezig is.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

De technische informatie die nodig is om de verbinding met de apparatuur van het verzoekende gerecht tot stand te brengen.

Laatste update: 14/01/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website