Getuigenverhoor per videoconferentie

Polen
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

In Polen mag bewijs per videoconferentie worden verkregen, zowel op grond van de artikelen 10 tot en met 12 als krachtens artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten inzake bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, alsmede op grond van het Verdrag van Den Haag van 18 maart 1970 inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken (Publicatieblad (Dz. U.) van 2000, nr. 50, akte 582) voor overige landen (waar de verordening niet van toepassing is).

Het gebruik van videoconferentie is geregeld in artikel 235, leden 2 en 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en in het besluit van de minister van Justitie van 24 februari 2010 betreffende technische apparatuur en middelen waarmee handelingen tot bewijsverkrijging in het kader van een civiele procedure op afstand kunnen worden verricht.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Het Poolse recht kent dat soort beperkingen niet. Deskundigen, partijen en getuigen kunnen allemaal per videoconferentie worden verhoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Het Poolse recht kent geen beperkingen ten aanzien van het soort bewijs dat per videoconferentie kan worden verkregen.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Er gelden volgens het Poolse recht geen beperkingen ten aanzien van de plaats waar het verhoor per videoconferentie moet plaatsvinden. Het verhoor vindt in principe plaats op het gerecht, behalve in het geval van toepassing van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1206/2001; in dat geval beslist het verzoekende gerecht op welke locatie het verhoor zal worden gehouden.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

Het Poolse recht bevat geen afzonderlijke bepalingen betreffende de registratie van verhoren per videoconferentie. Het is derhalve aan de rechter die de handeling tot bewijsverkrijging verricht om een beslissing te nemen over de registratie.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

Het verhoor verloopt in de regel in het Pools. Indien de verhoorde persoon het Pools niet machtig is, is een tolk nodig.

Er bestaan geen regels met betrekking tot verhoren die overeenkomstig artikel 17 worden afgenomen, maar de centrale autoriteit die de rechtstreekse bewijsverkrijging goedkeurt kan het verzoekende gerecht verplichten de tolk ter beschikking te stellen.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Ingeval het verhoor wordt uitgevoerd op grond van de artikelen 10 tot en met 12, wordt de tolk in principe ter beschikking gesteld door het aangezochte gerecht (waarbij uit een lijst met beëdigd tolken wordt gekozen). Het gerecht kan in uitzonderlijke gevallen echter akkoord gaan met de deelname van een tolk die is voorgesteld door de betrokken partij.

Ingeval het verhoor wordt uitgevoerd op grond van artikel 17, dat wil zeggen wanneer de centrale autoriteit het verzoekende gerecht verplicht de tolk ter beschikking te stellen, zorgt het aangezochte gerecht ervoor dat een tolk kan deelnemen.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Wanneer het verhoor plaatsvindt op grond van de artikelen 10 tot en met 12, stelt het aangezochte gerecht de getuige of de betrokken partij ten minste zeven dagen van tevoren in kennis van de datum en plaats van het verhoor. In uitzonderlijke gevallen kan het aangezochte gerecht de getuige of de betrokken partij drie dagen van tevoren in kennis stellen van de datum en plaats van het verhoor.

Wanneer het verhoor plaatsvindt op grond van artikel 17, stelt de centrale autoriteit de getuige of de betrokken partij ervan in kennis dat zij haar goedkeuring heeft gegeven voor het verhoor, dat slechts mag plaatsvinden op vrijwillige basis en zonder gebruikmaking van dwangmaatregelen. Het is dus de taak van het verzoekende gerecht om kennisgeving te doen van de datum en plaats en datum van het verhoor.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Indien het verrichten van de handeling tot bewijsverkrijging met behulp van moderne technologie kosten veroorzaakt voor het aangezochte gerecht, past het gerecht artikel 1135¹§3 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering toe. In dit artikel is bepaald dat indien de uitvoering van een verzoek van een gerecht of een andere buitenlandse autoriteit kosten veroorzaakt door het gebruik van een methode die niet in het Poolse recht is vastgesteld, het aangezochte gerecht het verzoek alleen uitvoert nadat het gerecht of de buitenlandse autoriteit in kwestie binnen de gestelde termijn een passend voorschot heeft betaald.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

De centrale autoriteit stelt de getuige of de betrokken partij ervan in kennis dat zij haar goedkeuring heeft gegeven voor het verhoor, dat slechts mag plaatsvinden op vrijwillige basis en zonder gebruikmaking van dwangmaatregelen.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

Het gerecht controleert de identiteit door aan de betrokkene te vragen een geschikt document te overleggen, zoals een identiteitskaart, een paspoort of een rijbewijs.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Voor verhoren op grond van artikel 17 geldt dat wanneer het verzoekende gerecht de centrale autoriteit ervan in kennis stelt dat het wenst een getuige onder ede te verhoren, de centrale autoriteit de tekst van de eed kan opvragen. Indien de tekst in strijd is met fundamentele beginselen van het recht van de aangezochte staat, heeft de centrale autoriteit het recht om het verhoor af te wijzen of te eisen dat de eed uit het Poolse recht wordt gebruikt.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

In de regel beschikt ieder gerecht over een medewerker die verantwoordelijk is voor het bedienen van technische apparatuur. In geval van problemen kan het beste contact worden opgenomen met het Poolse contactpunt van het EJN.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

Volgens het Poolse recht is geen aanvullende informatie vereist. In bepaalde zaken kan het verstrekken van aanvullende informatie echter noodzakelijk blijken te zijn.

Laatste update: 14/03/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.