Getuigenverhoor per videoconferentie

Finland
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Is bewijsverkrijging via videoconferentie mogelijk hetzij met de deelname van een gerecht in de verzoekende lidstaat, hetzij rechtstreeks door een gerecht van die lidstaat? Zo ja, wat zijn dan de toepasselijke nationale procedures of wetten?

Beide opties zijn mogelijk. Het verzoekende gerecht moet in het verzoek duidelijk aangeven welke van de twee procedures het wil toepassen.

In het geval van een verzoek op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening zijn de bepalingen van het wetboek van procesrecht betreffende bewijsverkrijging van toepassing op het verhoor.

2 Gelden er beperkingen inzake het soort personen dat via videoconferentie kan worden verhoord – betreft het bijvoorbeeld enkel getuigen of kunnen ook andere personen zoals deskundigen of partijen eveneens op die manier worden verhoord?

Dergelijke beperkingen bestaan niet in gerechtelijke procedures in burgerlijke of handelszaken. Ook deskundigen en partijen kunnen per videoconferentie worden gehoord.

3 Welke eventuele beperkingen gelden er inzake het soort van bewijs dat via videoconferentie kan worden verkregen?

Geen.

4 Gelden er beperkingen inzake de plaats waar de persoon via videoconferentie moet worden verhoord – d.w.z. moet dat een rechtbank zijn?

Nee.

5 Is het toegestaan verhoren per videoconferentie te registreren en zo ja, zijn de nodige voorzieningen beschikbaar?

De registratie van verhoren per videoconferentie is niet verboden, maar niet alle gerechten beschikken over de benodigde voorzieningen. Dat moet per geval worden bekeken bij de indiening van het verzoek.

6 In welke taal moet het verhoor plaatsvinden: a) ingeval verzoeken worden gedaan krachtens de artikelen 10 tot 12; en b) ingeval het gaat om rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17?

In het geval van een verzoek op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening vindt het verhoor in het Fins of Zweeds plaats. In het geval van rechtstreekse bewijsverkrijging op grond van artikel 17 kiest het verzoekende gerecht de taal die zal worden gebruikt.

7 Wie moet er, in voorkomend geval, voor beide soorten verhoren zorgen voor tolken en naar waar moeten deze zich begeven?

Wanneer een verzoek wordt ingediend op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening maken het verzoekende gerecht en het aangezochte gerecht onderling afspraken over wie de tolk ter beschikking stelt en op welke locatie deze aanwezig moet zijn. In het geval van een verzoek op grond van artikel 17 wordt de tolk ter beschikking gesteld door het verzoekende gerecht, dat tevens bepaalt waar de tolk aanwezig moet zijn.

8 Welke procedure is van toepassing op de regelingen voor het verhoor en om de te verhoren persoon op de hoogte te stellen van tijd en plaats? Hoeveel tijd op voorhand moet de persoon worden opgeroepen voor het verhoor?

Wanneer een verzoek wordt ingediend op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening, stuurt het aangezochte gerecht de te verhoren personen een schriftelijke oproeping voor het verhoor. Deze kennisgeving dient bij voorkeur ten minste twee tot drie weken vóór de datum van het verhoor te worden gedaan. In het geval van een verzoek op grond van artikel 17 zorgt het verzoekende gerecht voor de kennisgeving en de organisatie van het verhoor.

9 Welke kosten zijn van toepassing op het gebruik van videoconferenties en hoe moeten zij worden betaald?

Wanneer een persoon wordt verhoord conform de artikelen 10 tot en 12 van de verordening in een rechtbank die over videoapparatuur beschikt, zijn er over het algemeen geen extra kosten verbonden aan het gebruik van videoconferentie. Wanneer een persoon daarentegen wordt verhoord conform artikel 17 van de verordening op een andere locatie dan op de rechtbank, komen de kosten van de videoconferentie voor rekening van het verzoekende gerecht.

10 Welke eventuele vereisten zijn er om ervoor te zorgen dat de persoon die door het verzoekende gerecht rechtstreeks wordt verhoord, ervan op de hoogte werd gesteld dat het verhoor gebeurt op vrijwillige basis?

Het verzoekende gerecht stelt overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de verordening de betrokken persoon ervan in kennis dat de handeling tot bewijsverkrijging op vrijwillige basis wordt verricht.

11 Hoe moet de identiteit van de te verhoren persoon worden gecontroleerd?

In het geval van een verzoek op grond van de artikelen 10 tot en met 12 van de verordening controleert het aangezochte gerecht de identiteit van de te verhoren persoon, indien nodig op basis van een identiteitskaart of paspoort. Het verzoekende gerecht controleert in het geval van een verzoek op grond van artikel 17 zelf de identiteit van de te verhoren persoon.

12 Welke vereisten inzake eedafneming zijn van toepassing en welke informatie moet het verzoekende gerecht verstrekken wanneer bij een rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 een eed is vereist?

Er gelden geen aparte vereisten inzake de eedafneming bij rechtstreekse bewijsverkrijging krachtens artikel 17 van de verordening. Deze eed wordt afgelegd op de wijze die is vastgesteld in de wetgeving van het gerecht dat de getuige verhoort.

13 Welke regelingen zijn er om ervoor te zorgen dat er een contactpersoon is op de plaats van de videoconferentie, met wie het verzoekende gerecht kan samenwerken alsook een persoon die op de dag van het verhoor de videoconferentievoorzieningen kan bedienen en eventuele technische problemen kan verhelpen?

Het aangezochte gerecht wijst een contactpersoon aan.

14 Wat indien eventueel aanvullende informatie van het verzoekende gerecht is vereist?

- Het verzoekende gerecht wijst bij voorkeur zowel een contactpersoon aan voor de technische aspecten als een contactpersoon voor de inhoudelijke (juridische) aspecten van de zaak.

- Het verzoek vermeldt de gegevens van de contactpersonen (e-mail en/of telefoonnummer) zodat eventueel contact met hen kan worden opgenomen tijdens het verhoor, met name als er zich tijdens de videoconferentie technische problemen voordoen.

- Wanneer er tijdsverschil bestaat tussen de twee lidstaten, moet in het verzoekschrift worden vermeld of het geplande tijdstip van het verhoor overeenkomt met de tijd in de verzoekende lidstaat of in de aangezochte lidstaat.

Laatste update: 13/08/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website