Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen

Griekenland

Inhoud aangereikt door
Griekenland

BEVOEGDE GERECHTEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Griekenland

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen


*verplichte invoer

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Civiele districtsrechtbanken (Eirinodikeía) en rechtbanken van eerste aanleg (Protodikeía).

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Het Systeem van Registers van Bank- en Betaalrekeningen (Sýstima Mitróon Trapezikón Logariasmón kai Logariasmón Pliromón) van het ministerie van Financiën.

Secretariaat-generaal voor IT-systemen (Genikí Grammateía Pliroforiakón Systimáton), ministerie van Financiën, e-mail: gen-gramm@gsis.gr, tel. 0030-210 4802000, 0030-210 4803284, 0030-210 4803267.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Het Systeem van Registers van Bank- en Betaalrekeningen van het ministerie van Financiën is opgezet voor het verzenden van informatieverzoeken van overheden, diensten, publieke lichamen en andere organen aan kredietinstellingen. Zulke verzoeken worden via een beveiligde externe partij (Tiresias) elektronisch verzonden aan de kredietinstellingen, die hun antwoorden met de rekeninginformatie via hetzelfde kanaal weer terugzenden (artikel 14, lid 5, onder a)).

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Tegen een weigering van een civiele districtsrechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij een rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer (Monomelés Protodikeío). Tegen een weigering van de rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer kan hoger beroep worden ingesteld bij een hof van beroep (Efeteío).

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

De instantie die bevoegd is voor de verzending is de rechtbank van eerste aanleg. Deurwaarders (dikastikoí epimelités) zijn verantwoordelijk voor het ontvangen en voor de betekening of kennisgeving van het bevel tot conservatoir beslag en andere stukken.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Deurwaarders.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Er kan alleen conservatoir beslag worden gelegd op gezamenlijke rekeningen, niet op rekeningen van derden. Er gelden geen aanvullende voorwaarden voor het leggen van conservatoir beslag op gezamenlijke rekeningen.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

In artikel 982, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Kódikas Politikís Dikonomías) is bepaald dat alimentatievorderingen, salarissen, pensioenen, verzekeringsuitkeringen enz. niet vatbaar zijn voor beslag. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet beschikbaar via internet. De bovenstaande bedragen zijn niet vatbaar voor beslag; de schuldenaar hoeft daartoe geen verzoekschrift in te dienen.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Er zijn geen specifieke bepalingen over het in rekening brengen van kosten en vergoedingen voor het leggen van (conservatoir) beslag op bankrekeningen of het verstrekken van rekeninginformatie. De Griekse vereniging van banken (Ellinikí Énosi Trapezón) is echter van mening dat kredietinstellingen het recht hebben om betaling te eisen van de kosten zoals uitdrukkelijk vermeld, mutatis mutandis, in de artikelen 30A en 30B van het Wetboek inzake Belastingheffing (Kódikas Eispráxeos Dimosíon Esódon (KEDE) - Wetsdecreet nr. 356/1974, zoals gewijzigd en van kracht).

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

De onafhankelijke belastingautoriteit (Anexártiti Archí Dimosíon Esódon) brengt geen kosten in rekening voor haar rol bij de verwerking van het beslagleggingsbevel. Omdat de tenuitvoerlegging van het bevel door deurwaarders wordt verricht, brengen zij hun kosten rechtstreeks bij hun opdrachtgever in rekening. Er is op internet geen website over de tarieven van deurwaarders. Het ministerie van Financiën brengt geen kosten in rekening voor het verstrekken van rekeninginformatie overeenkomstig artikel 14.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen wordt op dezelfde wijze behandeld als een conservatoire maatregel (asfalistikó métro) op grond van nationaal recht. Er wordt geen rangorde toegekend aan gelijkwaardige nationale bevelen.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

De rechter die bevoegd is met betrekking tot een rechtsmiddel is de rechter die het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen heeft uitgevaardigd, d.w.z. de rechter bij de civiele districtsrechtbank voor vorderingen die onder de bevoegdheid vallen van de civiele districtsrechtbank en de rechter bij de rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer voor de overige vorderingen. Met betrekking tot de rechtsmiddelen als bedoeld in artikel 34, leden 1 en 2, is de civiele districtsrechtbank bevoegd voor bedragen tot 20 000 EUR. Voor bedragen hoger dan 20 000 EUR is de rechtbank van eerste aanleg bevoegd.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Tegen een weigering van een civiele districtsrechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij een rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer. Tegen een weigering van de rechtbank van eerste aanleg met enkelvoudige kamer kan hoger beroep worden ingesteld bij een hof van beroep. Hoger beroep moet worden ingesteld binnen dertig dagen nadat de beslissing aan de schuldenaar is betekend.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

De gerechtskosten bedragen ongeveer vier promille van het gevorderde bedrag. Deze berekening geldt zowel voor procedures ter verkrijging van een bevel als voor procedures waarin een rechtsmiddel tegen een bevel wordt ingesteld.

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Alleen documenten die in het Grieks zijn opgesteld, worden aanvaard.

Laatste update: 25/03/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website