Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen

Duitsland

Inhoud aangereikt door
Duitsland

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Het gaat bij de aangewezen gerechten PDF (211 Kb) de om Amtsgerichte (kantongerechten) en Landgerichte (arrondissementsrechtbanken).

Het gerecht dat lokaal bevoegd is om een bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen wanneer de schuldeiser reeds een authentieke akte heeft verkregen, is het gerecht in wiens district de akte is opgesteld.

De afbakening van bevoegdheden met betrekking tot de materiële bevoegdheid van het gerecht is in overeenstemming met de algemene bepalingen van het Duitse recht en de toepasselijke procedureregels.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De voor het verkrijgen van rekeninginformatie aangewezen informatie-instantie overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 655/2014 is het Bundesamt für Justiz (de federale dienst Justitie).

De contactgegevens van het Bundesamt für Justiz zijn:

Bundesamt für Justiz
Adenauerallee 99-103
53113 Bonn
Duitsland
Telefoonnummer: +49-2289941040
E-mailadres: EU-Kontenpfaendung@bfj.bund.de

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Om rekeninginformatie overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 655/2014 te verkrijgen, kan het Bundesamt für Justiz het Bundeszentralamt für Steuern (federale belastingdienst) verzoeken om bij kredietinstellingen de volgende gegevens op te vragen:

de datum waarop de rekening is geopend en is opgeheven, en de naam van de rekeninghouder en de geboortedatum wanneer het om een natuurlijke persoon gaat.

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Het gaat bij de aangewezen gerechten PDF (233 Kb) de om Amtsgerichte (kantongerechten), Landgerichte (arrondissementsrechtbanken), Oberlandesgerichte (gerechtshoven), Arbeitsgerichte (rechtbanken voor arbeidszaken) en Landesarbeitsgerichte (gerechtshoven voor arbeidszaken).

Er kan beroep worden ingesteld tegen een weigering om het bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen bij het gerecht dat het verzoek heeft afgewezen of, indien het gerecht dat het verzoek heeft afgewezen een gerecht in eerste aanleg is, bij een hogere rechtbank.

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Het gaat bij de aangewezen gerechten PDF (194 Kb) de om Amtsgerichte.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Het gaat bij de aangewezen gerechten PDF (194 Kb) de om Amtsgerichte.

Het Amtsgericht is overeenkomstig de algemene bepalingen het gerecht dat bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer te leggen. Indien het bevel echter door een Duits gerecht is uitgevaardigd, is dat gerecht bevoegd om het bevel ten uitvoer te leggen.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

Tegoeden op rekeningen die blijkens de bankgegevens niet exclusief door de schuldenaar worden aangehouden, zijn overeenkomstig het Duitse nationale recht voor beslag vatbaar, onverminderd de rechten van andere beschikkingsbevoegde partijen.

Tegoeden op rekeningen van een schuldenaar waarover een derde namens de schuldenaar kan beschikken, zijn overeenkomstig het Duitse nationale recht vatbaar voor beslag tegen de schuldenaar.

Tegoeden op rekeningen van een derde waarover de schuldenaar namens deze derde kan beschikken, zijn overeenkomstig het Duitse nationale recht niet vatbaar voor beslag tegen de schuldenaar.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

De Duitse nationale regels met betrekking tot de bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn, zijn neergelegd in § 850k en 850l van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Zivilprozessordnung):

"§ 850k Van beslag vrijgestelde rekening

(1) Indien er beslag wordt gelegd op het tegoed dat wordt aangehouden op een van beslag vrijgestelde rekening van de schuldenaar bij een kredietinstelling, kan de schuldenaar tot het eind van de kalendermaand beschikken over het tegoed tot maximaal het maandelijkse van beslag vrijgestelde bedrag overeenkomstig § 850c, lid 1, eerste zin, juncto § 850c, lid 2a; in dit opzicht heeft het beslag geen gevolgen voor dat tegoed. Tot het in de eerste zin bedoelde tegoed behoort ook het tegoed dat tot het verstrijken van de termijn als bepaald in § 835, lid 4, niet aan de schuldeiser mag worden betaald of dat niet bij hem mag worden gedeponeerd. Indien de schuldenaar in de betrokken kalendermaand niet over het tegoed heeft beschikt dat overeenkomstig de eerste zin van beslag is vrijgesteld, heeft het beslag in de daaropvolgende kalendermaand geen gevolgen voor dit tegoed, en dit bovenop het tegoed dat krachtens de eerste zin van beslag is vrijgesteld. De zinnen één tot en met drie zijn van overeenkomstige toepassing wanneer er beslag is gelegd op het tegoed op een lopende rekening van de schuldenaar, en deze lopende rekening vóór het verstrijken van vier weken volgende op de betekening of kennisgeving van de beslissing tot overmaking aan een derde‑schuldenaar is omgezet in een van beslag vrijgestelde rekening.

(2) Voor het overige geldt dat het beslag op het tegoed wordt geacht te zijn uitgesproken, met dien verstande dat de volgende bedragen van beslag zijn vrijgesteld, bovenop het bedrag dat overeenkomstig lid 1 van beslag is vrijgesteld:

1. de van beslag vrijgestelde bedragen overeenkomstig § 850c, lid 1, tweede zin, juncto § 850c, lid 2a, eerste zin, wanneer

a) de schuldenaar op grond van een wettelijke verplichting in het levensonderhoud voorziet van een of meer personen of

b) de schuldenaar uitkeringen ontvangt overeenkomstig het tweede of twaalfde boek van het wetboek sociale zekerheid voor personen die samen met hem een huishouden vormen in de zin van § 7, lid 3, van het tweede boek van het wetboek sociale zekerheid of §§ 19, 20 en 36, eerste zin, of § 43 van het twaalfde boek van het wetboek sociale zekerheid, tegenover wie hij geen verplichting heeft om op grond van wettelijke bepalingen in hun onderhoud te voorzien;

2. eenmalige uitkeringen in de zin van § 54, lid 2, van het eerste boek van het wetboek sociale zekerheid en uitkeringen ter compensatie van aanvullende uitgaven als gevolg van lichamelijk letsel of een slechte gezondheid, in de zin van § 54, lid 3, punt 3), van het eerste boek van het wetboek sociale zekerheid;

3. kinderbijslag of andere uitkeringen voor kinderen, tenzij hierop beslag is gelegd als gevolg van een alimentatievordering van een kind, aan wie de voordelen worden toegekend of voor wie ze in aanmerking worden genomen.

Voor de bedragen als bedoeld in de eerste zin, is lid 1, derde zin, van overeenkomstige toepassing.

(3) De bedragen die krachtens lid 1 en lid 2, eerste zin, punt 1), van beslag zijn vrijgesteld, worden vervangen door het bedrag dat het tenuitvoerleggingsgerecht in het beslagleggingsbevel heeft vermeld, indien er beslag wordt gelegd op het tegoed als gevolg van de in § 850d bedoelde vorderingen.

(4) Op verzoek kan het tenuitvoerleggingsgerecht een bedrag vaststellen dat afwijkt van het bedrag dat van beslag is vrijgesteld op grond van lid 1, lid 2, eerste zin, punt 1), en lid 3. §§ 850a, 850b, 850c, 850d, leden 1 en 2, 850e, 850f, 850g en 850i en §§ 851c en 851d van dit wetboek alsook § 54 lid 2, lid 3, punten 1), 2) en 3), leden 4 en 5, van het eerste boek van het wetboek sociale zekerheid, § 17, lid 1, tweede zin, van het twaalfde boek van het wetboek sociale zekerheid en § 76 van de wet op de inkomstenbelasting zijn van overeenkomstige toepassing. Voor het overige is het tenuitvoerleggingsgerecht bevoegd om het in § 732, lid 2, bedoelde bevel uit te vaardigen.

(5) De kredietinstelling heeft in het kader van de desbetreffende contractuele regelingen een verplichting tegenover de schuldenaar wat het tegoed betreft dat van beslag is vrijgesteld overeenkomstig de leden 1 en 3. Dit geldt ten aanzien van de overeenkomstig lid 2 van beslag vrijgestelde bedragen uitsluitend indien de schuldenaar bewijst (door overlegging van een certificaat van zijn werkgever, de instantie voor gezinstoelage (Familienkasse), een instantie voor sociale zekerheid of een geschikte persoon of instantie in de zin van § 305 lid 1, punt 1), van de insolventiewet) dat het tegoed van beslag is vrijgesteld. De prestatie van de kredietinstelling ten behoeve van de schuldenaar heeft bevrijdende werking indien zij niet bekend is of door grove nalatigheid van haar kant niet bekend is met het gegeven dat het in de tweede zin bedoelde certificaat onjuist is. Indien de schuldenaar het bewijs als bedoeld in de tweede zin niet kan leveren, stelt het tenuitvoerleggingsgerecht op verzoek de bedragen overeenkomstig lid 2 vast. De zinnen 1 tot en met 4 zijn eveneens van toepassing op een deposito.

(6) Indien een uitkering overeenkomstig het wetboek sociale zekerheid of de kinderbijslag op een van beslag vrijgestelde rekening wordt gecrediteerd, mag de kredietinstelling de uit de creditering voortvloeiende vordering slechts verrekenen met deze vorderingen gedurende een periode van 14 dagen na de creditering en mag zij deze slechts verrekenen met de vorderingen waarop zij recht heeft als betaling voor het beheer van de rekening of op basis van de beschikkingen over de rekening van de rechthebbende binnen deze termijn. Tot het bedrag van de vervolgens resterende creditering heeft de kredietinstelling niet het recht om binnen een periode van 14 dagen na de creditering de uitvoering van betalingstransacties te weigeren wegens een gebrek aan dekking, wanneer de rechthebbende bewijst, of de kredietinstelling er anderszins mee bekend is, dat het een creditering betreft van een uitkering krachtens het wetboek sociale zekerheid of van de kinderbijslag. De vergoeding van de kredietinstelling voor het beheer van de rekening kan ook worden verrekend met de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde bedragen.

(7) In de overeenkomst betreffende het beheer van een lopende rekening kan de klant (zijnde een natuurlijke persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger) met de kredietinstelling overeenkomen dat de lopende rekening als een van beslag vrijgestelde rekening wordt beheerd. De klant kan te allen tijde verlangen dat de kredietinstelling zijn lopende rekening als een van beslag vrijgestelde rekening beheert. Indien er reeds beslag is gelegd op het tegoed op de lopende rekening, kan de schuldenaar verlangen dat de lopende rekening als een van beslag vrijgestelde rekening wordt beheerd met ingang van het begin van de vierde werkdag die volgt op zijn verklaring.

(8) Eenieder kan slechts één van beslag vrijgestelde rekening aanhouden. In de contractuele regelingen moet de klant de kredietinstelling garanderen dat hij geen andere van beslag vrijgestelde rekening aanhoudt. De kredietinstelling kan de informatiediensten meedelen dat zij voor een klant een van beslag vrijgestelde rekening beheert. De informatiediensten mogen deze informatie alleen gebruiken om kredietinstellingen op verzoek te laten weten of de betrokken persoon al dan niet een van beslag vrijgestelde rekening aanhoudt, teneinde de in de tweede zin bedoelde garantie te controleren. Het verzamelen, verwerken en gebruiken van gegevens voor andere dan in de vierde zin genoemde doeleinden is, zelfs met toestemming van de betrokken persoon, niet toegestaan.

(9) Indien een schuldenaar in strijd met het bepaalde in lid 8, eerste zin, verschillende lopende rekeningen als van beslag vrijgestelde rekeningen aanhoudt, gelast het tenuitvoerleggingsgerecht op verzoek van een schuldeiser dat alleen de door de schuldeiser in het verzoek aangewezen lopende rekening van de schuldenaar de van beslag vrijgestelde rekening is. De schuldeiser moet ten genoegen van het gerecht aantonen dat aan de voorwaarden in de eerste zin is voldaan door overeenkomstige verklaringen van derde‑schuldenaren voor te leggen. De schuldenaar wordt niet gehoord. De beslissing moet aan alle derde-schuldenaren worden betekend of ter kennis gebracht. Met de betekening of kennisgeving van de beslissing aan de kredietinstellingen die lopende rekeningen beheren die niet als van beslag vrijgestelde rekeningen zijn aangewezen, is het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 niet meer van kracht.

§ 850l Het bevel geen beslag te leggen op de tegoeden aangehouden op de van beslag vrijgestelde rekening

Op verzoek van de schuldenaar kan het tenuitvoerleggingsgerecht bevelen dat er gedurende een periode van maximaal twaalf maanden geen beslag mag worden gelegd op het tegoed dat wordt aangehouden op de van beslag vrijgestelde rekening, indien de schuldenaar bewijst dat de bedragen die in de zes maanden voorafgaand aan het verzoek zijn gecrediteerd, overwegend niet voor beslag vatbare bedragen waren, en aannemelijk maakt dat er naar verwachting ook in de komende twaalf maanden overwegend niet voor beslag vatbare bedragen zullen worden gecrediteerd. De uitvaardiging van een dergelijk bevel kan worden geweigerd indien dit in strijd is met zwaarder wegende belangen van de schuldeiser. Het bevel wordt op verzoek van een schuldeiser opgeheven, wanneer niet langer aan de voorwaarden ervan wordt voldaan of als het in strijd is met zwaarder wegende belangen van deze schuldeiser."

De bedragen waarnaar wordt verwezen in § 850k, lid 1, eerste zin, conform § 850c, lid 1, eerste zin, juncto § 850c, lid 2a, vloeien momenteel voort uit de kennisgeving over de van beslag vrijgestelde drempelwaarden (2015) van 27/04/2015, die als bijlage PDF (114 Kb) de bij deze informatie is gevoegd en waarnaar in dit opzicht wordt verwezen.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

Op grond van Duits nationaal recht mogen banken geen kosten in rekening brengen voor de uitvoering van gelijkwaardige nationale bevelen of voor het verstrekken van rekeninginformatie.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

De kosten die in rekening worden gebracht door de gerechten die betrokken zijn bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag overeenkomstig Verordening (EU) nr. 655/2014 zijn vastgelegd in de wet inzake gerechtskosten (Gerichtskostengesetz) en in de wet inzake gerechtskosten in familiezaken (Gesetz über Gerichtskosten in Familiensachen). Bovengenoemde wetten kunnen respectievelijk via http://www.gesetze-im-internet.de/bundesrecht/gkg_2004/gesamt.pdf en http://www.gesetze-im-internet.de/bundesrecht/famgkg/gesamt.pdf gratis worden ingezien en opgevraagd.

Voor een samenvatting van de in de bovengenoemde wetten vastgestelde kosten wordt verwezen naar ons antwoord betreffende artikel 50, lid 1, onder n).

De kosten die in rekening worden gebracht door de gerechtsdeurwaarders die betrokken zijn bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag overeenkomstig Verordening (EU) nr. 655/2014 zijn vastgelegd in de wet inzake gerechtsdeurwaarderskosten (Gerichtsvollzieherkostengesetz, GvKostG). De bovengenoemde wet kan via http://www.gesetze-im-internet.de/bundesrecht/gvkostg/gesamt.pdf gratis worden ingezien en opgevraagd.

Er worden kosten in rekening gebracht voor de betekening of kennisgeving aan een bank van een in Duitsland uitgevaardigd Europees bevel tot conservatoir beslag, indien er hiervoor in Duitsland een gerechtsdeurwaarder wordt ingeschakeld. Indien de gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving persoonlijk verricht, wordt er een vergoeding van 10 EUR in rekening gebracht conform nummer 100 van de tarieflijst bij de wet inzake gerechtsdeurwaarderskosten (Kostenverzeichnisses zum Gerichtsvollzieherkostengesetz, KV GvKostG), evenals de reiskosten op basis van de door de gerechtsdeurwaarder afgelegde afstand: 3,25 EUR voor een afstand van maximaal 10 kilometer, 6,50 EUR voor een afstand tussen 10 en 20 km, 9,75 EUR voor een afstand tussen 20 en 30 km, 13 EUR voor een afstand tussen 30 en 40 kilometer en 16,25 EUR voor een afstand van meer dan 40 kilometer (nummer 711 KV GvKostG). Indien de gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving op een andere wijze verricht, wordt er een vergoeding van 3 EUR in rekening gebracht (nummer 101 KV GvKostG). Er worden maximale posttarieven in rekening gebracht voor betekeningen of kennisgevingen met een akte van betekening of kennisgeving (nummer 701 KV GvKostG). Ter dekking van eventuele contante uitgaven wordt er een forfaitair bedrag van 20 % van de voor elke beslissing aangerekende kosten in rekening gebracht, met een minimum van 3 EUR en een maximum van 10 EUR (nummer 716 KV GvKostG).

Dit is van toepassing wanneer het gerecht dat het Europees bevel tot conservatoir beslag in Duitsland heeft uitgevaardigd, een gerechtsdeurwaarder inschakelt om op initiatief van de schuldeiser de beslissing aan de schuldenaar te betekenen of ter kennis te brengen.

Er worden geen kosten in rekening gebracht voor het raadplegen van de informatie-instantie overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 655/2014, onverminderd ons antwoord betreffende artikel 50, lid 1, onder n), ter specificatie van de verhoging van de vastgestelde gerechtskosten bij procedures voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag in de zin van artikel 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 655/2014.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

De rangorde van de beslagleggingen op rekeningtegoeden op grond van beslissingen krachtens nationaal recht, die gelijkwaardig zijn aan beslissingen krachtens Verordening (EU) nr. 655/2014, wordt bepaald door het tijdstip van de betekening of kennisgeving aan de bank, waarbij een eerdere beslaglegging voorrang heeft op een latere beslaglegging.

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

Voor de in artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen zijn de volgende gerechten PDF (233 Kb) de bevoegd.

Het gaat bij de aangewezen gerechten om Amtsgerichte, Landgerichte, Oberlandesgerichte, Arbeitsgerichte en Landesarbeitsgerichte.

Voor de in artikel 34, lid 1 of lid 2, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen zijn de volgende gerechten PDF (194 Kb) de bevoegd.

Het gaat bij de aangewezen gerechten om Amtsgerichte.

Voor de in artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen is het gerecht bevoegd dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd.

Voor de in artikel 34, lid 1 of lid 2, van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddelen van de schuldenaar, is het gerecht dat bevoegd is om het bevel ten uitvoer te leggen, conform de algemene bepalingen het bevoegde Amtsgericht.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Voor het hoger beroep in de zin van artikel 37 van Verordening (EU) nr. 655/2014 zijn de volgende gerechten PDF (233 Kb) de bevoegd.

Het gaat bij de aangewezen gerechten om Amtsgerichte, Landgerichte, Oberlandesgerichte, Arbeitsgerichte en Landesarbeitsgerichte.

Het in artikel 37 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde hoger beroep kan worden ingesteld bij het gerecht dat een beslissing over het rechtsmiddel heeft gegeven of, indien het gerecht dat de beslissing over het rechtsmiddel heeft gegeven een gerecht in eerste aanleg is, bij een hogere rechtbank.

Het beroep moet binnen een maand worden ingesteld.

De termijn vangt aan met de betekening of kennisgeving aan de betrokkene van de beslissing waartegen er beroep wordt ingesteld.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

In procedures krachtens artikel 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 655/2014.

De hoogte van de kosten wordt per keer bepaald op basis van het in het geding zijnde bedrag en de desbetreffende tarieven op basis van de berekeningsmethode van § 34 van de wet inzake gerechtskosten (Gerichtskostengezetz, GKG) respectievelijk § 28 van de wet inzake gerechtskosten in familiezaken (Gesetz über Gerichtskosten in Familiensachen, FamGKG).

a) Op de procedure voor het verkrijgen van een Europees bevel tot conservatoir beslag in de zin van artikel 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 655/2014 is er, conform nummer 1410 van de tarieflijst bij de wet inzake gerechtsdeurwaarderskosten (Kostenverzeichnisses zum Gerichtsvollzieherkostengesetz, KV GKG), in principe een tarief van 1,5 van toepassing. In bepaalde gevallen, wanneer de verwerkingslast voor het gerecht gering is, wordt er een verlaagd tarief van 1,0 toegepast (nummer 1411 KV GKG). Indien er een bevel is uitgevaardigd overeenkomstig § 91a of § 269, lid 3, derde zin, ZPO, wordt er in principe een hoger tarief van 3,0 toegepast (nummer 1412 KV GKG).

De procedurekosten omvatten tevens de kosten voor het instellen van het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel door de schuldenaar teneinde het Europees bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen. Voor betekeningen of kennisgevingen met een akte van betekening of kennisgeving, een aangetekende brief met ontvangstbevestiging/door rechtbankpersoneel, wordt er een vergoeding van 3,50 EUR in rekening gebracht indien er meer dan 10 betekeningen of kennisgevingen gebeuren in één gerechtelijke procedure of indien de betekening of kennisgeving gebeurt op initiatief van de schuldeiser (nummer 9002 KV GvKostG).

In de beroepsprocedure wordt er een tarief van 1,5 toegepast (nummer 1430 KV GKG). Wanneer de gehele procedure wordt beëindigd omdat het beroep wordt ingetrokken, wordt het tarief verlaagd naar 1,0 (nummer 1431 KV GKG).

Het in het geding zijnde bedrag wordt per keer naar eigen goeddunken vastgesteld door het gerecht (§ 53 GKG, juncto § 3 ZPO).

De kosten moeten worden voldaan zodra het verzoek om een Europees bevel tot conservatoir beslag wordt gedaan of wanneer er een rechtsmiddel bij het gerecht wordt ingesteld (§ 6 GKG).

b) Indien een Amtsgericht in eerste aanleg als familierechtbank uitspraak doet, wordt er voor de procedure doorgaans een tarief van 1,5 toegepast, conform nummer 1420 van de tarieflijst bij de wet inzake gerechtskosten in familiezaken (KV FamGKG). Wanneer de gehele procedure wordt beëindigd zonder dat er een definitieve beslissing is genomen, wordt het tarief verlaagd naar 0,5 (nummer 1421 KV FamGKG).

De procedurekosten omvatten tevens de kosten voor het instellen van het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel door de schuldenaar teneinde het Europees bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen. Voor betekeningen of kennisgevingen met een akte van betekening of kennisgeving, een aangetekende brief met ontvangstbevestiging/door rechtbankpersoneel, wordt er een vergoeding van 3,50 EUR in rekening gebracht indien er meer dan 10 betekeningen of kennisgevingen gebeuren in één gerechtelijke procedure of indien de betekening of kennisgeving gebeurt op initiatief van de schuldeiser (nummer 2002 KV FamGKG).

In de beroepsprocedure wordt er een tarief van 2,0 toegepast (nummer 1422 KV FamGKG). Wanneer de gehele procedure wordt beëindigd omdat het beroep wordt ingetrokken voordat beroep bij het gerecht is ingesteld, wordt het tarief verlaagd naar 0,5 (nummer 1423 KV FamGKG). In andere gevallen waarbij de procedure wordt beëindigd zonder dat er een definitieve beslissing is genomen, geldt er een tarief van 1,0 (nummer 1424 KV FamGKG).

Het in het geding zijnde bedrag wordt ex aequo et bono vastgesteld (§ 42, lid 1, FamGKG).

De kosten moeten worden voldaan zodra er een onvoorwaardelijke uitspraak is gedaan over de kosten, of als de procedure op een andere wijze werd beëindigd (§ 11 FamGKG).

c) Wanneer een Arbeitsgericht in eerste aanleg uitspraak doet, wordt er voor de procedure doorgaans een tarief van 0,4 toegepast (nummer 8310 KV GKG). Indien er een bevel is uitgevaardigd overeenkomstig § 91a of § 269 lid 3, derde zin, ZPO, wordt er in principe een hoger tarief van 2,0 toegepast (nummer 8311 KV GKG).

De procedurekosten omvatten tevens de kosten voor het instellen van het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel door de schuldenaar teneinde het Europees bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen. Voor betekeningen of kennisgevingen met een akte van betekening of kennisgeving, een aangetekende brief met ontvangstbevestiging of door rechtbankpersoneel, wordt er een vergoeding van 3,50 EUR in rekening gebracht indien er meer dan 10 betekeningen of kennisgevingen gebeuren in één gerechtelijke procedure of indien de betekening of kennisgeving gebeurt op initiatief van de schuldeiser (nummer 9002 KV GKG).

In de beroepsprocedure wordt er een tarief van 1,2 toegepast (nummer 8330 KV GKG). Wanneer de gehele procedure wordt beëindigd omdat het beroep wordt ingetrokken, wordt het tarief verlaagd naar 0,8 (nummer 8331 KV GKG).

Het in het geding zijnde bedrag wordt per keer naar eigen goeddunken vastgesteld door het gerecht (§ 53 GKG, juncto § 3 ZPO).

De kosten moeten worden voldaan zodra er een onvoorwaardelijke uitspraak is gedaan over de kosten, of als de procedure op een andere wijze werd beëindigd (§ 9 GKG).

In procedures krachtens artikel 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 655/2014, en in alle procedures waarin wordt verzocht de tenuitvoerlegging van een bevel tot conservatoir beslag in te perken of te beëindigen

In de procedure voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag in de zin van artikel 5, onder b), van Verordening (EU) nr. 655/2014, wordt er een vergoeding van 20 EUR in rekening gebracht (nummer 2111 KV GKG). Indien er in de procedure rekeninginformatie wordt opgevraagd, wordt de vergoeding verhoogd naar 33 EUR (nummer 2112 KV GKG).

De procedurekosten omvatten tevens de kosten voor het instellen van het in artikel 33 van Verordening (EU) nr. 655/2014 bedoelde rechtsmiddel door de schuldenaar teneinde het Europees bevel tot conservatoir beslag in te trekken of te wijzigen.

Voor verzoeken om de gedwongen tenuitvoerlegging te beëindigen of in te perken, wordt er een vergoeding van 30 EUR in rekening gebracht (nummer 2119 KV GKG).

Voor beroepen die worden afgewezen of verworpen, wordt er een vergoeding van 30 EUR in rekening gebracht (nummer 2121 KV GKG). Indien het beroep slechts gedeeltelijk wordt afgewezen of verworpen, kan het gerecht de kosten ex aequo et bono met de helft terugbrengen of beslissen geen vergoeding in rekening te brengen.

De kosten moeten worden voldaan zodra het verzoek om een Europees bevel tot conservatoir beslag wordt gedaan, of na beëindiging of inperking van de gedwongen tenuitvoerlegging, of wanneer er een rechtsmiddel bij het gerecht wordt ingesteld (§ 6 GKG).

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Voor stukken die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 655/2014 aan het gerecht of een bevoegde instantie zijn gericht, is geen andere taal toegestaan dan de Duitse taal.

Laatste update: 05/03/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website