Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen

BEVOEGDE GERECHTEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Frankrijk

Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen


*verplichte invoer

Artikel 50, lid 1, onder a) — gerechten die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

De executierechter van de betrokken arrondissementsrechtbank (tribunal de grande instance). Wanneer de schuldeiser een authentieke akte heeft verkregen, is het de executierechter van de betrokken arrondissementsrechtbank die bevoegd is om een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen.

Artikel 50, lid 1, onder b) — instantie waarbij rekeninginformatie kan worden opgevraagd

Gerechtsdeurwaarder.

Artikel 50, lid 1, onder c) — wijze waarop rekeninginformatie kan worden opgevraagd

De gerechtsdeurwaarder heeft toegang tot FICOBA (een bestand waarin alle bankrekeningen en vergelijkbare rekeningen van een persoon op Frans grondgebied worden gecentraliseerd).

Artikel 14, lid 5, onder a) en b), is van toepassing: de banken zijn verplicht om, op verzoek van de informatie-instantie, bekend te maken of de schuldenaar bij hen een rekening aanhoudt; de informatie-instantie krijgt toegang tot de relevante informatie die de overheid in registers of op een andere wijze bijhoudt.

Het Franse recht voorziet reeds in een dergelijke toegang tot informatie over de rekeningen van de schuldenaar wanneer de schuldeiser over een uitvoerbare titel beschikt (de artikelen L. 152-1 en L. 152-2 van het wetboek betreffende tenuitvoerlegging van civielrechtelijke beslissingen - Code des procédures civiles d’exécution; hierna “CPCE” genoemd).

FICOBA (nationaal bestand van bankrekeningen en vergelijkbare rekeningen) is gecreëerd in 1971 en wordt beheerd door de algemene directie van de openbare financiën. Het bevat een overzicht van alle soorten rekeningen (bank-, post-, spaarrekeningen enz.) en verstrekt bevoegde personen informatie over de rekeningen van een persoon of een onderneming.

De registratie in dit bestand vindt plaats bij de opening van een rekening en de rekeninghouder wordt door de beherende financiële instelling in kennis gesteld van de registratie in FICOBA. Verklaringen inzake het openen, sluiten of wijzigen van rekeningen bevatten de volgende gegevens:

naam en adres van de instelling die de rekening beheert;

nummer, aard, type en kenmerken van de rekening;

datum en aard van de gemelde transactie (opening, sluiting, wijziging);

naam, voornaam, geboortedatum en -plaats, adres van de rekeninghouder, plus het SIRET‑nummer van individuele ondernemers;

naam, rechtsvorm, SIRET-nummer en adres van rechtspersonen.

Het bestand bevat geen informatie over de verrichtingen op de rekening of over het saldo ervan.

Het is de algemene directie van de openbare financiën die de registraties verricht na ontvangst van de verklaring van de bankinstelling die de rekening heeft geopend, gewijzigd of gesloten. Gegevens over de burgerlijke staat van personen worden gecertificeerd door INSEE en de algemene directie van de openbare financiën maakt gebruik van het SIRENE‑bestand om de identiteit van rechtspersonen te certificeren en te actualiseren.

Een gerechtsdeurwaarder vinden

Artikel 50, lid 1, onder d) — gerechten waarbij hoger beroep kan worden ingesteld tegen een weigering om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen uit te vaardigen

Hof van beroep (Cour d'appel).

Artikel 50, lid 1, onder e) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen en andere stukken te ontvangen, te verzenden en te betekenen of ter kennis te brengen

Gerechtsdeurwaarder.

Artikel 50, lid 1, onder f) — instanties die bevoegd zijn om het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen ten uitvoer te leggen

Gerechtsdeurwaarder.

Artikel 50, lid 1, onder g) — de mate waarin conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden

In het geval van een beslag op een gezamenlijke rekening, moet elke rekeninghouder hiervan in kennis worden gesteld. Indien de gerechtsdeurwaarder de identiteit en het adres van de mederekeninghouders niet kent, vraagt hij aan de bank om de mederekeninghouders zelf in kennis te stellen van de inbeslagneming en van de hoogte van de gevorderde bedragen, zodat zij desgevallend hun rechten op de rekening kunnen doen gelden en, in het bijzonder, de vrijgave van hun aandeel in de gezamenlijke rekening kunnen verkrijgen (in het geval van onverdeelde bedragen).

Zolang de mederekeninghouder niet in kennis is gesteld van het conservatoir beslag op de gezamenlijke rekening, begint de termijn om deze maatregel aan te vechten niet te lopen.

In artikel R. 162-9 CPCE wordt bepaald dat wanneer een rekening, zelfs een gezamenlijke rekening, waarop de inkomsten en salarissen van een in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoot worden gestort, voorwerp is van een conservatoir beslag ter waarborging van een vordering van de andere echtgenoot, de eerstbedoelde echtgenoot onmiddellijk een bedrag ter beschikking wordt gesteld dat, afhankelijk van zijn keuze, gelijk is aan het bedrag van de inkomsten en salarissen gestort in de maand voorafgaand aan de inbeslagneming of het gemiddelde maandelijkse bedrag van de inkomsten en salarissen gestort in de twaalf maanden voorafgaand aan de inbeslagneming.

Het is aan de beslagleggende schuldeiser om de inkomsten van de echtgenoot/schuldenaar te identificeren op de rekening waarop hij beslag wil leggen. Er kan uiteraard beslag worden gelegd op de volledige rekening wanneer daarop uitsluitend inkomsten van de echtgenoot/schuldenaar worden gestort, ook al gaat het om een gezamenlijke rekening.

Het Franse recht kent het begrip 'rekening van derden' niet.

Het principe van het algemene verhaalsrecht staat in de weg aan een conservatoir beslag op banktegoeden die de schuldenaar voor rekening van een derde aanhoudt en die hem niet persoonlijk toebehoren of hem in bewaring zijn gegeven.

Indien niet aan een professional toebehorende tegoeden op een speciale rekening worden geboekt, waarbij onomstotelijk kan worden aangetoond dat zij eigendom zijn van derden, kunnen schuldeisers geen beslag leggen op deze tegoeden, ondanks het feit dat de professional de rekeninghouder is en de enige schuldeiser die deze bedragen kan opvragen. Dit geldt voor bedragen die worden gestort door een notaris op een speciale rekening bij de deposito- en consignatiekas (Caisse des dépôts et consignations), of voor bedragen die worden gestort door een vastgoedmakelaar of een beheerder van gebouwen in mede-eigendom.

Artikel 50, lid 1, onder h) — regels die van toepassing zijn op bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn

Het Franse recht kent twee aparte twee mechanismen die hetzelfde doel hebben, maar verschillend zijn in hun werking: het niet voor beslag vatbare banksaldo (solde bancaire insaisissable) - dat van rechtswege is vrijgesteld van beslag, en de overdracht van onbeslagbaarheid (report d’insaisissabilité) - waarvoor er een verzoek van de schuldenaar is vereist en het bewijs dat er op de rekening niet voor beslag vatbare bedragen zijn gestort.

1) Het niet voor beslag vatbare banksaldo

Overeenkomstig artikel L. 162-2 CPCE stelt de derde-beslagene binnen de grenzen van het creditsaldo van de rekening(en) op de dag van de inbeslagneming, de natuurlijke persoon/schuldenaar een onderhoudsbedrag ter beschikking dat gelijk is aan het forfaitaire bedrag voor één enkele begunstigde, zoals vermeld in artikel L. 262-2 van het wetboek maatschappelijk welzijn en gezin (Code de l'action sociale et des familles) (bedrag van het minimuminkomen, hierna “RSA” genoemd = 524,68 EUR; conform decreet 2016-538 van 27 april 2016).

Volgens artikel R. 162-2 CPCE is er voor de toepassing van dit mechanisme geen verzoek van de schuldenaar nodig: de bank stelt de schuldenaar onmiddellijk in kennis van de terbeschikkingstelling van het niet voor beslag vatbare bedrag. In het geval van meerdere rekeningen worden alle creditsaldi in aanmerking genomen en wordt het ter beschikking gestelde bedrag bij voorrang aangerekend op de zichtdeposito's. De bank stelt de gerechtsdeurwaarder ook onverwijld in kennis van het aan de schuldenaar ter beschikking gestelde bedrag en van de rekening(en) die voor de terbeschikkingstelling wordt (worden) gebruikt. In het geval van beslag op rekeningen bij verschillende instellingen bepaalt de deurwaarder welke derde-beslagene(n) het "bank-RSA" ter beschikking moet(en) stellen en hoe dat bedrag ter beschikking moet worden gesteld.

Overeenkomstig artikel R. 162-3 CPCE wordt dit bedrag gedurende een maand na de datum van de inbeslagneming ter beschikking van de schuldenaar gehouden.

2) De overdracht van onbeslagbaarheid

Een dergelijk verzoek van de schuldenaar heeft alleen zin als de niet voor beslag vatbare bedragen het "bank-RSA" overschrijden.

Overeenkomstig artikel L. 112-4 CPCE blijven niet voor beslag vatbare bedragen die op een rekening worden gestort, niet vatbaar voor beslag. In artikel R. 112-5 CPCE wordt bepaald dat wanneer een rekening wordt gecrediteerd met een bedrag dat geheel of gedeeltelijk niet vatbaar is voor beslag, de onbeslagbaarheid wordt overgedragen naar het saldo van die rekening en zulks ten belope van het desbetreffende bedrag.

Artikel R. 162-4 luidt als volgt: "wanneer de niet voor beslag vatbare bedragen afkomstig zijn van periodiek opeisbare vorderingen, zoals salarissen, ouderdomspensioenen, kinderbijslagen of werkloosheidsuitkeringen, kan de rekeninghouder, na de herkomst van de bedragen te hebben aangetoond, verzoeken om deze onmiddellijk ter beschikking te stellen, na aftrek van de bedragen die zijn gedebiteerd sinds de laatste betaling van het niet voor beslag vatbare bedrag." Het gaat om twee soorten bedragen: volledig van beslag vrijgestelde uitkeringen, zoals het RSA, en inkomsten die vatbaar zijn voor beslag binnen de grenzen en onder de voorwaarden voor beslag op bezoldigingen die zijn vastgesteld in het arbeidswetboek (Code du travail). Het hof van cassatie (Cour de cassation) is van oordeel dat de onbeslagbaarheid betrekking heeft op de gecumuleerde bedragen die op de bankrekening zijn gestort en dus niet alleen op het laatst betaalde bedrag (tweede civiele kamer, 11 mei 2000, nr. 98.11‑696). Wanneer er op de rekening ook bedragen zijn gestort die geheel of gedeeltelijk in beslag kunnen worden genomen, is het moeilijk om deze regel in de praktijk toe te passen.

Bij de vaststelling van het bedrag van de overdracht van onbeslagbaarheid wordt er geen rekening gehouden met regularisatietransacties die binnen 15 dagen na de inbeslagneming hebben plaatsgevonden (artikel R. 162-4, lid 2, CPCE).

De schuldenaar kan te allen tijde, en dus zelfs vóór het verstrijken van de termijn van 15 dagen voor regularisatie, verzoeken om de terbeschikkingstelling van de niet voor beslag vatbare bedragen; de betrokken bedragen worden hem onmiddellijk overgemaakt. De schuldeiser wordt pas van de terbeschikkingstelling van de betrokken bedragen in kennis gesteld wanneer hij, in voorkomend geval, zijn verzoek tot betaling indient: hij heeft dan 15 dagen de tijd om de hoogte van het aan de schuldenaar ter beschikking gestelde bedrag en de wijze van verrekening ervan te betwisten (artikel R. 162-4 CPCE, in fine).

Met betrekking tot niet voor beslag vatbare bedragen afkomstig van onmiddellijk opeisbare vorderingen wordt er in artikel R. 162-5 CPCE bepaald dat de schuldenaar, na de herkomst van de bedragen te hebben aangetoond, kan verzoeken om deze aan hem ter beschikking te stellen, na aftrek van de bedragen die zijn gedebiteerd sinds de datum van betaling van de betrokken vordering. Het kan bijvoorbeeld gaan om een nabetaling van loon of een uitkering bij overlijden (niet vatbaar voor beslag op grond van artikel L. 361-5 van het wetboek sociale zekerheid - Code de la sécurité sociale). Deze bedragen worden pas ter beschikking gesteld na het verstrijken van de termijn van 15 dagen die in artikel L. 162-1 CPCE is vastgesteld voor de regularisatie van lopende transacties. De beslagene kan de executierechter altijd vragen de ingehouden bedragen vroeger ter beschikking te stellen, mits hij kan aantonen dat ze niet vatbaar zijn voor beslag. In een dergelijk geval wordt de schuldeiser gehoord of opgeroepen.

Artikel 50, lid 1, onder i) — de vergoeding die banken in rekening mogen brengen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van rekeninginformatie en welke partij gehouden is deze vergoeding te voldoen

De Franse wetgeving bevat geen specifieke bepalingen betreffende de kosten voor de uitvoering van bevelen tot conservatoir beslag. Wat evenwel de kosten van beslaglegging‑toewijzing betreft, wordt in het monetair en financieel wetboek (Code monétaire et financier) bepaald dat deze kosten die aan de schuldenaar/rekeninghouder worden aangerekend, moeten worden opgenomen in de lijst van kosten die de kredietinstellingen aan hun klanten moeten verstrekken (artikel D. 312-1-1).

Bovendien moet de klant vooraf kosteloos worden ingelicht over deze kosten (artikel R. 312-1-2), conform artikel L. 312-1-5, waarin wordt bepaald dat deze informatie wordt vermeld op de rekeningafschriften en dat de debitering niet eerder mag plaatsvinden dan 14 dagen na de datum van het betrokken rekeningafschrift. Het lijkt erop dat het bedrag van de aan de schuldenaren/rekeninghouders aangerekende kosten vrij wordt bepaald door de betrokken bank (bedrag varieert van 80 tot 150 EUR).

De kosten voor het verstrekken van rekeninginformatie, die door de bank kunnen worden aangerekend aan de gerechtsdeurwaarder die is belast met de uitvoering van de maatregel, zullen worden opgenomen in de kosten die in principe door de schuldenaar moeten worden betaald (zie vorig antwoord).

Ter illustratie: het bedrag van de door de Franse banken aangerekende kosten varieert van 78 tot 111 EUR.

Artikel 50, lid 1, onder j) – het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken

De gerechtsdeurwaarders brengen kosten in rekening voor de uitvoering van een bevel tot conservatoir beslag, conform het bestaande nationale tarief. De regeling kan als volgt worden samengevat: de totale kosten van de procedure (met inbegrip van de omzetting van het bevel tot conservatoir beslag in een beslaglegging‑toewijzing) variëren tussen 166,19 en 397,88 EUR, afhankelijk van het bedrag van de betrokken vordering.

Bovendien is de akte van conservatoir beslag op vorderingen een dienst in de zin van artikel A 444-16 van het wetboek van koophandel (Code de commerce) en is daarvoor dus een vergoeding wegens het instellen van een procedure verschuldigd. Het tarief voor deze vergoeding is vastgesteld in artikel A 444-15. Indien het bedrag van de vordering lager is dan of gelijk is aan 76 EUR, bedraagt de vergoeding wegens het instellen van een procedure 4,29 EUR; boven de drempel van 76 EUR is die vergoeding evenredig met het bedrag van de vordering (met een maximum van 265,13 EUR), conform de onderstaande tabel.


SCHIJVEN

(bedrag van de vordering)


PERCENTAGE


Van 0 tot en met 304 EUR


5,64 %


Van 305 tot en met 912 EUR


2,82 %


Van 913 tot 3 040 EUR


1,41 %


Meer dan 3 040 EUR


0,28 %


Deze vergoeding kan slechts eenmaal worden aangerekend voor de inning van dezelfde vordering.

De vergoeding komt ten laste van de schuldenaar indien de kosten van de akte op grond waarvan zij wordt aangerekend ook ten laste van de schuldenaar zijn; in alle andere gevallen komt zij ten laste van de schuldeiser.

Zij blijft in het bezit van de gerechtsdeurwaarder, ongeacht de uitkomst van de inningsprocedure.

Afhankelijk van de vraag of de kosten van de akte door de schuldenaar dan wel door de schuldeiser worden gedragen, worden deze verrekend met respectievelijk de in artikel A. 444‑31 vastgestelde vergoeding of de in artikel A. 444-32 vastgestelde vergoeding.

Tot slot wordt voor alle verzoeken uit hoofde van de artikelen L.152-1 en L.152-2 CPCE een vergoeding aangerekend van 21,45 EUR, exclusief belastingen (zie artikel A.444-43 van het wetboek van koophandel, dienstprestatie 151). Dit zijn verzoeken om informatie aan de staat, de regio's, de departementen en de gemeenten, aan ondernemingen die houder zijn van een concessie van of worden gecontroleerd door de staat, de regio's, de departementen en de gemeenten, aan overheidsinstellingen, aan organen die worden gecontroleerd door de overheid of aan instellingen die krachtens de wet bevoegd zijn om depositorekeningen bij te houden. Dit tarief is van toepassing op de raadpleging van FICOBA.

Artikel 50, lid 1, onder k) — in voorkomend geval de rangorde van gelijkwaardige nationale bevelen

Conservatoir beslag volstaat niet om concurrerende inbeslagnemingen te verhinderen, onverminderd het voorkeursrecht van de eerste beslaglegger. De niet-beschikbaarheid van de vordering belet niet dat een andere schuldeiser het initiatief neemt tot een andere uitvoeringsmaatregel, maar die maatregel zal alleen effect hebben als de eerste maatregel niet wordt omgezet.

Wanneer het conservatoir beslag betrekking heeft op een vordering die een geldsom betreft, heeft het conform artikel L. 523-1 CPCE dezelfde gevolgen als een consignatie in de zin van artikel 2350 van het burgerlijk wetboek (Code civil), d.w.z. dat het beslag een bijzondere bestemming met zich meebrengt alsook een voorkeursrecht in de zin van artikel 2333 van het burgerlijk wetboek (verpanding). Conservatoir beslag geeft de beslaglegger dus het "voorrecht" van de pandhoudende schuldeiser (d.w.z. het recht om bij voorkeur te worden betaald boven andere schuldeisers). De beslagleggende schuldeiser hoeft dus niet bevreesd te zijn voor concurrente schuldeisers (d.w.z. schuldeisers zonder bijzondere zekerheid) of schuldeisers met een lagere rang. Hij moet echter schuldeisers met een hoger voorkeursrecht laten voorgaan, zoals het "supervoorrecht" van werknemers, het voorrecht inzake gerechtskosten of het algemene voorrecht van de schatkist.

Indien er op dezelfde dag meerdere keren conservatoir beslag wordt gelegd, worden de in beslag genomen bedragen proportioneel verdeeld, zonder rekening te houden met eventuele voorrechten (advies van het hof van cassatie van 24 mei 1996, nr. 09-60.004).

Artikel 50, lid 1, onder l) — gerechten of tenuitvoerleggingsinstanties die bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel

De executierechter van de betrokken arrondissementsrechtbank is bevoegd om het bevel tot conservatoir beslag in te trekken, om te beslissen dat de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag moet worden beperkt of beëindigd, en om te beslissen dat de uitvoering van het bevel tot conservatoir beslag in strijd is met de openbare orde en om die reden moet worden beëindigd.

Artikel 50, lid 1, onder m) — gerechten waarbij een hoger beroep moet worden ingesteld en, in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een hoger beroep

Het hof van beroep is bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen beslissingen die zijn gegeven op grond van artikel 33, artikel 34 of artikel 35. De beroepstermijn bedraagt 15 dagen. Deze termijn gaat in op de dag van de ondertekening van de ontvangstbevestiging van de door de griffie aan de partijen toegezonden aangetekende brief met de beslissing van de executierechter.

Indien deze ontvangstbevestiging niet is ondertekend, moet de beslissing van de executierechter, op initiatief van de partijen, door een gerechtsdeurwaarder ter kennis worden gebracht (betekening of kennisgeving) en is de aanvangsdatum van de termijn de datum waarop de beslissing ter kennis wordt gebracht.

Artikel 50, lid 1, onder n) — gerechtskosten

Er zijn geen gerechtskosten verbonden aan het indienen van een verzoek om een bevel tot conservatoir beslag of het instellen van hoger beroep.

In artikel L. 512-2 CPCE wordt bepaald dat de kosten van de conservatoire maatregel ten laste komen van de schuldenaar, tenzij de rechter aan het einde van de procedure anders beslist. De rechter moet een lijst opstellen van de maatregelen waarvoor er kosten verschuldigd zijn en moet die kosten verdelen tussen de partijen.

In bovengenoemd artikel wordt ook bepaald dat wanneer de rechter de opheffing van het beslag gelast, de schuldeiser kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die door de conservatoire maatregel is veroorzaakt. Volgens de jurisprudentie hoeft er voor de afdwinging van deze verplichting tot schadevergoeding niet te worden bewezen dat er een fout is begaan (hof van cassatie, tweede civiele kamer, 29 januari 2004, nr. 01-17.161, en tweede civiele kamer, 7 juni 2006, nr. 05-18.038).

Artikel 50, lid 1, onder o) — de talen aanvaard voor de vertaling van stukken

Er worden alleen stukken in het Frans aanvaard.

Laatste update: 23/10/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website