Europese executoriale titel

Letland

Inhoud aangereikt door
Letland

1. Procedures voor rectificatie en intrekking (Art. 10(2))

Wat betreft de informatie over de voorschriften van de nationale wetgeving tot uitvoering van artikel 10, lid 2, van de verordening en tot vaststelling van de procedure voor de rectificatie of intrekking van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel, delen de Letse autoriteiten mee dat de maatregelen tot uitvoering van artikel 10, lid 2, zijn opgenomen in de artikelen 5431 en 5451 van de wet betreffende de burgerlijke rechtsvordering.

"Artikel 5431. Rectificatie/verbetering van fouten in de tenuitvoerleggingsdocumenten van de Europese Unie

(1) Het gerecht dat een vonnis heeft gewezen of een beslissing heeft gegeven, kan fouten in een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel op verzoek van een procespartij rectificeren overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad, en kan het in artikel 41, lid 1, of artikel 42, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad bedoelde certificaat verbeteren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad, en kan ook in het in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde certificaat verbeteren overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 606/2013. Een gerecht kan ook op eigen initiatief fouten in het in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde certificaat rectificeren.

(2) Voor de indiening van een verzoek om rectificatie van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel moet gebruik worden gemaakt van het in artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde standaardformulier.

(3) De kwestie van de rectificatie/verbetering van een fout wordt onderzocht tijdens een terechtzitting, waarvan de partijen vooraf in kennis zijn gesteld. Het niet aanwezig zijn van deze personen vormt geen beletsel voor het onderzoek van de kwestie.

(4) Fouten in de in lid 1 van dit artikel bedoelde tenuitvoerleggingsdocumenten worden gerectificeerd/verbeterd bij rechterlijke beslissing.

(5) Tegen een rechterlijke beslissing tot rectificatie/verbetering van een fout in een tenuitvoerleggingsdocument kan een bijkomend rechtsmiddel worden ingesteld."

"Artikel 5451. Intrekking van het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel en van het certificaat bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad

(1) Op verzoek van een procespartij, waarbij gebruik wordt gemaakt van het in artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde standaardformulier, kan het gerecht dat een vonnis heeft gewezen of een beslissing heeft gegeven een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel intrekken overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad.

(11) Op verzoek van een partij of op eigen initiatief, waarbij gebruik wordt gemaakt van het in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde certificaat, kan een gerecht dat een beslissing heeft gegeven, het in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde certificaat intrekken overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad.

(2) Een verzoek tot intrekking van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel of van het in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 606/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde certificaat wordt onderzocht op een terechtzitting, waarvan de partijen vooraf in kennis zijn gesteld. Het niet aanwezig zijn van deze personen vormt geen beletsel voor het onderzoek van de kwestie.

(3) Tegen de desbetreffende rechterlijke beslissing kan een bijkomend rechtsmiddel worden ingesteld."

2. Procedures voor heroverweging (Art.19 (1))

Wat de tenuitvoerlegging van artikel 19, lid 1, van de verordening betreft, zijn er geen aanvullende voorschriften in de nationale wetgeving opgenomen, aangezien deze voorschriften in Letland onder de bepalingen van de wet betreffende de burgerlijke rechtsvordering vallen.

"Artikel 51. Vaststelling van een nieuwe procestermijn

(1) Wanneer een procestermijn niet is nagekomen, stelt het gerecht op verzoek van een procespartij een nieuwe termijn vast indien het van oordeel is dat de niet-nakoming van deze procestermijn gerechtvaardigd was.

(2) Samen met de vaststelling van de nieuwe procestermijn, staat het gerecht ook toe dat de laattijdige proceshandeling alsnog wordt gesteld.

Artikel 52. Verlenging van een procestermijn

De door een gerecht of een rechter vastgestelde termijn kan op verzoek van een procespartij worden verlengd.

Artikel 53. Procedure voor de verlenging van procestermijnen of voor de vaststelling van nieuwe procestermijnen

(1) Een verzoek tot verlenging van een procestermijn of tot vaststelling van een nieuwe procestermijn wordt ingediend bij het gerecht waar de laattijdige handeling moest worden uitgevoerd, en het verzoek wordt behandeld in het kader van een schriftelijke procedure. Vóór de behandeling van het verzoek in het kader van een schriftelijke procedure, worden de procespartijen daarvan in kennis gesteld en wordt hun tegelijkertijd een kopie van het verzoek tot verlenging van een termijn of tot vaststelling van een nieuwe termijn toegezonden.

(2) Een verzoek tot vaststelling van een nieuwe procestermijn gaat vergezeld van de voor de uitvoering van de desbetreffende proceshandeling vereiste documenten alsook van de redenen voor de vaststelling van een nieuwe procestermijn.

(3) Een door een rechter vastgestelde termijn kan door een alleenzetelende rechter worden verlengd.

(4) Er kan een bijkomend rechtsmiddel worden ingesteld wanneer een gerecht of een rechter weigert om een termijn te verlengen of om een nieuwe termijn vast te stellen."

3. Aanvaarde talen (Art. 20(2)(c))

Overeenkomstig artikel 20, lid 2, onder c), van de verordening aanvaardt Letland het Lets als taal voor het ontvangen en afgeven van een bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel.

4. Autoriteiten aangeduid voor het waarmerken van authentieke akten (Art. 25)

Er zijn in Letland geen instanties opgericht voor het verlijden van authentieke akten in de zin van artikel 25 van de verordening.

Laatste update: 05/06/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.