Service of documents: official transmission of legal documents

If you are involved in a legal proceeding and you need to send and/or receive legal or extrajudicial documents, you can find national information on how to proceed here.

Council Regulation (EC) 1393/2007 of 13 November 2007 on the service in the member states of judicial and extrajudicial documents in civil or commercial matters regulates the service of judicial and extrajudicial documents between European Union member states. It provides a procedure for the service of documents via designated "transmitting agencies" and "receiving agencies" between EU countries, including Denmark.

The regulation refers to, for example,  judicial documents such as the summons notifying that proceedings have begun, appeals, statements of defence, injunctions or extrajudicial documents such as notarised acts which need to be served in an EU country other than the one in which you are resident.

Please select the relevant country's flag to obtain detailed national information.

Last update: 13/05/2019

This page is maintained by the European Commission. The information on this page does not necessarily reflect the official position of the European Commission. The Commission accepts no responsibility or liability whatsoever with regard to any information or data contained or referred to in this document. Please refer to the legal notice with regard to copyright rules for European pages.

Betekening of kennisgeving van stukken - België

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

In een geding dat voor de rechter wordt gevoerd, is communicatie zeer belangrijk. Het is absoluut noodzakelijk dat de partijen en de rechter worden geïnformeerd over wat de eiser vordert, wat de argumenten van de verweerder zijn, wat er gebeurt in de procedure en wat de beslissing van de rechter is. De partij die niet akkoord gaat met het vonnis van de rechter en die de zaak bij een hogere rechter brengt moet de andere partijen daarover informeren. De communicatie gebeurt door het afgeven of versturen van documenten (dagvaarding, verzoekschrift, conclusie, vonnis, beroepsakte enz.). In deze bijdrage gaat het niet over de documenten zelf maar wel over de wijze waarop zij ter kennis van de partijen, en, in voorkomend geval, van de rechter worden gebracht. De ter zake geldende regels zijn neergelegd in de artikelen 32 tot en met 47 van het Gerechtelijk Wetboek.

In België wordt er een onderscheid gemaakt tussen kennisgeving en betekening.

De betekening is in essentie de overhandiging van een akte aan een andere persoon door bemiddeling van een ministerieel ambtenaar. In België wordt die ambtenaar de gerechtsdeurwaarder genoemd. De eigenlijke betekening bestaat erin dat de gerechtsdeurwaarder, bij deurwaardersexploot, een eensluidend afschrift van de te betekenen akte afgeeft aan die andere persoon.

De gerechtsdeurwaarder kan u meerdere akten van betekening afgeven (hierna "betekening" of "exploot van betekening" genoemd). De bekendste akten van betekening zijn:

- de akte inzake de dagvaarding om voor een gerecht te verschijnen;

- de akte inzake de betekening van een vonnis (eventueel samen met een bevel tot betaling);

- de akte inzake het bevel tot betaling;

- de akte inzake het bevel tot ontruiming;

- de akte inzake het beslag (op uw meubilair, uw woning enz.);

- de akte inzake de betekening van een opzegging

- enz.

De kennisgeving is, in tegenstelling tot de betekening, de toezending via de post (dus zonder bemiddeling van een ministerieel ambtenaar) van een akte van rechtspleging in origineel of als afschrift.

De datum van betekening is belangrijk.

In het geval van dagvaarding moeten namelijk bepaalde termijnen in acht worden genomen tussen het tijdstip van betekening en het tijdstip waarop de zaak wordt behandeld op de openingszitting voor het gerecht.

Bij de betekening van een vonnis, is de datum van betekening het beginpunt van de termijn voor verzet of beroep dat eventueel kan worden aangetekend of ingesteld.

Als algemene regel geldt dat er moet worden overgegaan tot betekening. De kennisgeving wordt gebruikt in specifieke gevallen die in de wet zijn vastgesteld.

Krachtens artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek moet het exploot van betekening, op straffe van nietigheid, door de optredende gerechtsdeurwaarder zijn ondertekend en de volgende gegevens bevatten:

1° de dag, de maand en het jaar, en de plaats van de betekening;

2° de naam, de voornaam, het beroep, de woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid en de inschrijving in het handelsregister of ambachtsregister van de persoon op wiens verzoek het exploot wordt betekend;

3° de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is;

4° de naam, voornaam en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon aan wie het afschrift ter hand gesteld is, of in het geval bedoeld in artikel 38, § 1, het achterlaten van het afschrift, of in de gevallen bedoeld in artikel 40, de afgifte van het exploot op de post;

5° de naam en de voornaam van de gerechtsdeurwaarder en het adres van zijn kantoor;

6° de omstandige opgave van de kosten van de akte.

De persoon aan wie het afschrift ter hand wordt gesteld, ondertekent het origineel voor ontvangst. Weigert hij te ondertekenen, dan maakt de gerechtsdeurwaarder daarvan melding in het exploot.

Volgens artikel 47 van het Gerechtelijk Wetboek mag de gerechtsdeurwaarder geen betekening doen:

1° in een voor het publiek niet toegankelijke plaats, vóór zes uur 's morgens en na negen uur 's avonds;

2° op zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag (deze beperking geldt niet voor betekeningen in strafzaken: zie Cass., 27 maart 1984, R.W. 1984-1985, 1093; Antwerpen, 2 oktober 1975, R.W. 1976-1977, 1834), behalve in spoedeisende gevallen en met verlof van de vrederechter, wanneer het een dagvaarding betreft in een zaak die voor hem moet worden gebracht, met verlof van de rechter die machtiging heeft verleend voor de akte, wanneer het een akte betreft waarvoor voorafgaande machtiging is vereist, en in alle andere gevallen met verlof van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

Op het moment van betekening ontvangt de partij aan wie wordt betekend een afschrift van de akte (betekening), terwijl de gerechtsdeurwaarder het origineel van de akte bewaart zolang het dossier door zijn kantoor wordt behandeld. Alleen in het geval van een dagvaarding bewaart de gerechtsdeurwaarder het origineel niet, maar stuurt hij het door naar het gerecht met het oog op inschrijving op de rol (mededeling van de dagvaarding aan het gerecht).

Het afschrift van het exploot moet, op straffe van nietigheid, alle vermeldingen van het origineel bevatten en door de gerechtsdeurwaarder zijn ondertekend (artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek).

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

In de wet wordt bepaald voor welke documenten er moet worden overgegaan tot betekening of kennisgeving. Aangezien het echter om zeer veel soorten documenten gaat, kan er geen exhaustieve opsomming worden gegeven. Enkele voorbeelden: dagvaarding, verzoekschrift, vonnis, beroepsakte, akte van verzet.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De betekening vindt plaats bij deurwaarderexploot en moet dus door de gerechtsdeurwaarder worden voltrokken.

De kennisgeving wordt verricht door de griffier (zelden door het openbaar ministerie) bij gerechtsbrief (een speciaal soort aangetekende brief met ontvangstbewijs) of bij gewone brief dan wel bij aangetekende brief. De regeling inzake de gerechtsbrief is neergelegd in artikel 46 van het Gerechtelijk Wetboek.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Ja.

In België zijn de territoriaal bevoegde gerechtsdeurwaarders de ontvangende instanties die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken.

Overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 mei 1986 waarbij aan gerechtsdeurwaarders toegang wordt verleend tot het rijksregister van de natuurlijke personen, krijgen de gerechtsdeurwaarders, voor het vervullen van de taken die tot hun bevoegdheid behoren, toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, lid 1, 1° tot 9°, en lid 2, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen. Deze informatie omvat onder meer het adres waar de betrokken natuurlijke persoon in de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf (woonplaats).

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Nee.

In principe kunnen alleen de personen en de Belgische openbare overheden, openbare instanties en beroepsorganisaties die zijn bedoeld in artikel 5 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen een machtiging verkrijgen voor toegang tot de gegevens die zijn opgenomen in het rijksregister van de natuurlijke personen.

Deze machtiging wordt afgegeven door het sectoraal comité van het rijksregister dat overeenkomstig artikel 15 van de bovengenoemde wet van 8 augustus 1983 is opgericht binnen de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Zij mogen dit verzoek niet inwilligen, tenzij het opzoeken van dit adres moet worden beschouwd als een handeling tot het verkrijgen van bewijs dat bestemd is voor gebruik in een reeds aanhangige of een voorgenomen procedure in burgerlijke of handelszaken.

Het begrip "bewijs" is niet omschreven in Verordening (EG) nr. 1206/2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken. Het begrip omvat onder meer het horen van getuigen, partijen of deskundigen, het overleggen van documenten, verificaties, het vaststellen van de feiten en deskundig onderzoek naar het welzijn van gezin of kind.

Een verzoek om bewijsverkrijging in het kader van de bovenvermelde Verordening (EG) nr. 1206/2001 mag volgens artikel 1, lid 2, niet worden gedaan "met het doel partijen in staat te stellen, zich bewijs te verschaffen dat niet bestemd is voor gebruik in een reeds aanhangige of in een voorgenomen procedure."

In beginsel kan het adres van een persoon aan wie betekening of kennisgeving moet worden gedaan van een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk dus niet worden beschouwd als een bewijs in de zin van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1206/2001.

Voorts is in artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1206/2001 uitdrukkelijk bepaald dat het verzoek "de namen en adressen van de partijen [...]" moet bevatten.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

a) Betekening

De wijze van betekening wordt geregeld in de artikelen 32 tot en met 47 van het Gerechtelijk Wetboek en die regeling geldt voor de betekening in burgerlijke zaken en in strafzaken.

- Betekening aan de persoon (de artikelen 33 en 34 van het Gerechtelijk Wetboek)

Indien de gerechtsdeurwaarder voornemens is over te gaan tot de betekening van een akte, zal hij zich in de eerste plaats inspannen om het afschrift van de akte aan de geadresseerde zelf ter hand te stellen. In dat geval wordt er gesproken van betekening aan de persoon zelf.

De betekening aan de persoon kan aan de geadresseerde worden gedaan op iedere plaats waar de gerechtsdeurwaarder hem aantreft. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs plaats te vinden aan de verblijfplaats van de geadresseerde, maar kan ook rechtsgeldig gebeuren op bijvoorbeeld de werkplek, de openbare weg of het kantoor van de gerechtsdeurwaarder zelf.

De voorwaarde in dit verband is dat de plaats van betekening moet zijn gelegen in het rechtsgebied waar de gerechtsdeurwaarder bevoegd is.

Indien er geen aanwijzingen zijn omtrent de plaats waar de geadresseerde zich bevindt, meldt de gerechtsdeurwaarder zich in de praktijk rechtstreeks bij de woonplaats van de geadresseerde in de hoop hem daar aan te treffen.

Indien de gerechtsdeurwaarder de partij aan wie wordt betekend tegenkomt (op welke plaats dan ook) en deze weigert een afschrift van de akte in ontvangst te nemen, vermeldt de gerechtsdeurwaarder deze weigering op het origineel (het afschrift wordt dan aan het origineel gehecht) en wordt de betekening geacht aan de persoon zelf te zijn geschied.

Wat de betekening aan een rechtspersoon betreft: deze wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan, wanneer het afschrift van de akte ter hand is gesteld aan het orgaan dat of de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen. Zo kan de betekening aan een bvba bijvoorbeeld rechtsgeldig worden gedaan aan de zaakvoerder, ongeacht of deze zich op de maatschappelijke zetel bevindt dan wel elders.

- Betekening aan de woonplaats/maatschappelijke zetel (artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek)

Indien de betekening niet aan de persoon zelf kan worden gedaan, geschiedt zij aan de woonplaats van de geadresseerde. Onder "woonplaats" wordt verstaan: de plaats waar de geadresseerde in de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf, d.w.z. het adres van de woonplaats.

Indien de geadresseerde geen officiële woonplaats heeft, kan de betekening worden gedaan aan zijn verblijfplaats. Onder "verblijfplaats" wordt verstaan: iedere andere vestiging, zoals de plaats waar de persoon kantoor houdt of een handels- of nijverheidszaak drijft. De commissaris van politie moet aan de optredende gerechtsdeurwaarder de plaats aanwijzen waar de partij verblijft, wanneer die hem bekend is en de partij geen officiële woonplaats heeft.

Indien de betekening aan een rechtspersoon niet kan worden gedaan aan de persoon zelf, vindt zij plaats aan de maatschappelijke of de administratieve zetel.

Bij betekening aan de woonplaats, wordt het afschrift van de akte ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde. Het afschrift mag niet worden ter hand gesteld aan een kind dat geen volle zestien jaar oud is. De gerechtsdeurwaarder vermeldt op het origineel en het afschrift de hoedanigheid van de persoon aan wie hij het afschrift overhandigt (bv. de familieband met de geadresseerde).

- Betekening per visum (artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek)

Indien de gerechtsdeurwaarder zijn betekening niet kan doen op een van daartoe vastgestelde wijzen (de artikelen 33 tot en met 35 van het Gerechtelijk Wetboek), vindt de betekening plaats overeenkomstig artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, te weten door het achterlaten van het exploot aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde (betekening per visum).

Het afschrift van de akte wordt dan ter plaatse onder gesloten omslag in de brievenbus gedeponeerd, met de vermelding van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, de naam en voornaam van de geadresseerde, de plaats van betekening en de vermelding "Pro Justitia - Dadelijk af te geven".

Bij gebreke van een brievenbus mag de gerechtsdeurwaarder dit afschrift (in een omslag) op eender welke wijze ter plaatse deponeren (door het onder de deur te schuiven, het in een portaal of een heg achter te laten, het met plakband aan de deur te hangen enz.).

De gerechtsdeurwaarder vermeldt op het origineel van het exploot en op het betekende afschrift, de datum, het uur en de plaats waarop dit afschrift werd achtergelaten.

Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de betekening van het exploot, zendt de gerechtsdeurwaarder een door hem ondertekende brief hetzij naar de woonplaats, hetzij, bij gebreke van een woonplaats, naar de verblijfplaats van de geadresseerde. Deze brief vermeldt de datum en het uur van de aanbieding, alsmede de mogelijkheid voor de geadresseerde of voor de houder van een schriftelijke volmacht om een afschrift van dit exploot af te halen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, tijdens een termijn van maximum drie maanden te rekenen vanaf de betekening.

Wanneer de geadresseerde de overbrenging van woonplaats heeft aangevraagd (aanvraag tot adreswijziging), wordt de in artikel 38, § 1, derde alinea, bedoelde brief gericht aan de plaats waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven en aan het adres waarop hij heeft aangekondigd zijn nieuwe woonplaats te willen vestigen.

Wanneer er voor de geadresseerde een voorstel tot ambtshalve schrapping (van het adres van de woonplaats) is gedaan en de gerechtsdeurwaarder uit de feitelijke omstandigheden niet kan afleiden dat de geadresseerde daadwerkelijk nog op het adres van de woonplaats verblijft, dan volstaat het dat de betekening plaatsvindt overeenkomstig artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek (zie hieronder).

In het geval van een voorstel tot ambtshalve schrapping kan de betekening aan de procureur des Konings overeenkomstig artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek (zie hieronder) alleen worden aanvaard wanneer de gerechtsdeurwaarder aan de hand van de feitelijke omstandigheden heeft kunnen vaststellen dat de geadresseerde daadwerkelijk niet meer op het adres van de woonplaats verblijft (bv. wanneer de gerechtsdeurwaarder heeft vastgesteld dat de geadresseerde uit de desbetreffende woning is gezet) of wanneer het materieel onmogelijk is tot betekening over te gaan.

Zoals hierboven is vermeld, wordt de kennisgeving verricht per brief, per aangetekende brief of per gerechtsbrief. In de toekomst zou het ook mogelijk moeten worden over te gaan tot elektronische kennisgeving.

- Materiële onmogelijkheid om tot betekening over te gaan (artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek)

Wanneer uit de ter plaatse vastgestelde feitelijke omstandigheden (bv. een door brand verwoeste woning, het adres van de woonplaats is een braakliggend terrein) blijkt, dat het materieel onmogelijk is tot de betekening over te gaan door het achterlaten van een afschrift van het exploot aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, bestaat de betekening in de afgifte van het afschrift aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied deze feitelijke toestand zich voordoet.

Op het origineel en op het afschrift worden de feitelijke omstandigheden vermeld die de betekening aan de procureur des Konings noodzakelijk maken.

Hetzelfde geldt wanneer de betrokken plaatsen (waar de persoon aan wie wordt betekend zijn woonplaats heeft) klaarblijkelijk werden verlaten zonder dat die persoon de overbrenging van zijn woonplaats heeft aangevraagd (bv. wanneer bij uitzetting de partij aan wie wordt betekend niet aanwezig is, vindt de betekening plaats aan de procureur des Konings conform artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek).

Zoals hierboven reeds vermeld, wordt er ook overgegaan tot betekening overeenkomstig artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek wanneer er een voorstel tot ambtshalve schrapping is en de gerechtsdeurwaarder aan de hand van de feitelijke omstandigheden heeft kunnen vaststellen dat de partij aan wie wordt betekend daadwerkelijk niet meer op het betrokken adres woont.

De betekening aan de procureur des Konings is niet geldig indien de partij op verzoek van wie zij is verricht de gekozen woonplaats of, in voorkomend geval, de verblijfplaats van de geadresseerde kende.

- Betekening aan de gekozen woonplaats (artikel 39 van het Gerechtelijk Wetboek)

Wanneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft gekozen, mogen de betekening en de kennisgeving aan de gekozen woonplaats geschieden. Het gaat hier om een mogelijkheid en niet om een verplichting. Derhalve staat niets eraan in de weg dat de betekening, in het geval van een keuze van woonplaats, plaatsvindt aan de werkelijke woonplaats (in België) (Cass., 1e K., 26 februari 2010, J.T. 2010, nr. 6397, 371; Cass., 1e K., 10 mei 2012, R.W. 2012-13, 1212).

Er is slechts een uitzondering, namelijk wanneer de geadresseerde van wie de werkelijke woonplaats (of de maatschappelijke zetel) zich in het buitenland bevindt in België woonplaats heeft gekozen, moet de betekening, op straffe van nietigheid, plaatsvinden aan de gekozen woonplaats (artikel 40 van het Gerechtelijk Wetboek; zie ook Cass., 1e K., 9 januari 1997, R.W. 1997-98, 811: indien de partij op wier verzoek een betekening wordt verricht, de gekozen woonplaats van degene aan wie wordt betekend, kent, moet die partij het exploot op die plaats doen betekenen; het gaat niet om een mogelijkheid maar om een verplichting waarvan wordt aangenomen dat zij de openbare orde raakt).

Indien het afschrift aan de gekozen woonplaats ter hand wordt gesteld aan de lasthebber persoonlijk, dan wordt de betekening geacht aan de persoon te zijn gedaan. De betekening en de kennisgeving mogen niet meer aan de gekozen woonplaats geschieden, indien de lasthebber is overleden, indien hij er zijn woonplaats niet meer heeft, of indien hij er zijn bedrijf niet meer uitoefent.

Een keuze van woonplaats wordt verricht in het kader van een rechtsverhouding tussen partijen (d.w.z. in het kader van een procedure tussen partijen). Zij is dus alleen geldig tussen deze partijen en is beperkt tot deze rechtsverhouding. Het Hof van Cassatie heeft daarom geoordeeld dat de keuze van woonplaats in een akte van rechtspleging in eerste aanleg (bv. in de dagvaarding of de conclusies) alleen geldt voor de gehele procedure in eerste aanleg, voor de uitvoering van het vonnis dat erop volgt en voor het rechtsmiddel dat tegen het betrokken vonnis wordt aangewend (door de tegenpartij). Indien die keuze van woonplaats in een latere fase (bv. in de beroepsfase) niet is hernomen, geldt zij niet in die latere instantie (Cass., 1e K., 30 mei 2003, R.W. 2003-2004, 974; Cass., 2e K., 10 mei 2006, R.W. 2008-2009, 455; Cass., 1e K., 29 mei 2009, R.W. 2010-2011, 1561).

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen het begrip "gekozen woonplaats" en het begrip "referentieadres", dat hieronder wordt toegelicht.

Wat betreft de toepassing van de taalwetgeving (wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken) heeft de beslagrechter van Brugge ondubbelzinnig voor recht verklaard dat er geen rekening moet worden gehouden met de werkelijke woonplaats, maar wel met de plaats waar de betekening de facto heeft plaatsgevonden (hier de gekozen woonplaats) (beslagrechter, Brugge, 11 oktober 2006, T.G.R. 2010, blz. 95). In de desbetreffende zaak woonde zowel de eiser als de verweerder in het Franstalige landsgedeelte; de verweerder had niettemin woonplaats gekozen in het Nederlandstalige landsgedeelte. De verweerder werd (alleen in het Nederlands) gedagvaard om voor de beslagrechter in Brugge te verschijnen. Volgens de taalwetgeving moest de dagvaarding dus in het Nederlands zijn opgesteld. De vraag was of deze vergezeld moest gaan van een vertaling in het Frans, overeenkomstig artikel 38 van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken. De rechter was van oordeel dat er geen Franse vertaling bij de in het Nederlands opgestelde dagvaarding hoefde te worden gevoegd, aangezien alleen de plaats van betekening doorslaggevend is voor de keuze van de taal.

- Betekening wanneer er geen gekende woonplaats is (artikel 40 van het Gerechtelijk Wetboek)

"Ten aanzien van hen die in België geen gekende woonplaats, verblijfplaats, of gekozen woonplaats hebben, stuurt de gerechtsdeurwaarder bij een ter post aangetekende brief het afschrift van de akte aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats in het buitenland en met de luchtpost indien de plaats van bestemming niet in een aangrenzend land ligt, onverminderd enige andere wijze van toezending overeengekomen tussen België en het land waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben. De betekening wordt geacht te zijn verricht door de afgifte van de akte aan de postdienst tegen ontvangbewijs in de vormen die in dit artikel worden bepaald.

Heeft de betrokkene in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, verblijfplaats, noch gekozen woonplaats, dan wordt de betekening gedaan aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt; is of wordt er geen vordering voor de rechter gebracht, dan geschiedt de betekening aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft of, indien hij geen woonplaats in België heeft, aan de procureur des Konings te Brussel.

[...]

De betekeningen mogen altijd aan de persoon worden gedaan, indien deze in België wordt aangetroffen.

De betekening in het buitenland of aan de procureur des Konings is ongedaan indien de partij op wier verzoek ze verricht is, de woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt, in België of, in voorkomend geval in het buitenland, kende."

Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat het hier niet om een mogelijkheid gaat maar wel om een verplichting die de openbare orde raakt (Cass., 1e K., 9 januari 1997, R.W. 1997-1998, 811).

Wanneer de partij aan wie wordt betekend, aanvoert dat de tegenpartij bijvoorbeeld haar verblijfplaats kent en de eerstbedoelde partij zich dus beroept op de regel dat de betekening aan de procureur des Konings ongedaan is, moet die partij hiervan het bewijs leveren. De bewijslast rust bijgevolg op de partij aan wie wordt betekend (beslagrechter, Gent, 18 maart 2008, R.W. 2010-2011, 124).

- Bijzondere voorschriften inzake betekening (de artikelen 41 en 42 van het Gerechtelijk Wetboek).

- Betekeningen en kennisgevingen aan personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd, worden gedaan aan deze personen zelf en aan de woonplaats of verblijfplaats van de bewindvoerder, voor zover de betekening of de kennisgeving verband houdt met de opdracht van de bewindvoerder (artikel 499/12 van het Burgerlijk Wetboek).

Referentieadres: onder 'referentieadres' wordt verstaan "het adres van ofwel een natuurlijke persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister op de plaats waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, ofwel een rechtspersoon en waar, met de toestemming van deze natuurlijke persoon of deze rechtspersoon, een natuurlijke persoon zonder vaste verblijfplaats is ingeschreven" (artikel 1, § 2, van de wet van 19 juli 1991).

De persoon zonder vaste verblijfplaats gebruikt als het ware het adres van de woonplaats van een andere persoon. De persoon die toestaat dat een natuurlijke persoon zijn adres gebruikt als referentieadres, verbindt zich ertoe alle voor die natuurlijke persoon bestemde documenten (bv. post) te laten toekomen aan die natuurlijke persoon; daarbij mag de eerstbedoelde persoon geen winst nastreven. Daarnaast kunnen er op het referentieadres bepaalde uitkeringen worden ontvangen (waarvoor de ontvangers een officieel adres moeten hebben; bv. gezinstoelagen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen). Om een leefloon te ontvangen, is het echter niet nodig om een referentieadres te hebben!

De volgende personen (zonder woonplaats of vaste verblijfplaats) kunnen gebruik maken van een referentieadres:

- personen die in een mobiele woning verblijven (bv. een boot, een woonwagen of een caravan; staancaravans zijn uitgesloten);

- personen die minder dan een jaar afwezig zijn voor studie- of zakenreizen buiten de gemeente;

- leden van het burgerpersoneel en het militair personeel van de krijgsmacht in garnizoen in het buitenland en hun gezin;

- personen die bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen verblijfplaats (meer) hebben.

Een referentieadres kan worden genomen bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een natuurlijke persoon.

Wanneer een persoon een referentieadres heeft, kan de gerechtsdeurwaarder op dat adres alle betekeningen verrichten; dat is dus anders dan bij het hierboven toegelichte begrip van gekozen woonplaats: de gerechtsdeurwaarder kan aan de gekozen woonplaats alleen de akten betekenen betreffende de rechtshandeling of de procedure waarvoor deze keuze van woonplaats is gedaan.

De gerechtsdeurwaarder mag op het referentieadres echter niet overgaan tot beslag jegens de persoon die daar zijn referentieadres heeft, aangezien deze persoon wordt geacht op dit referentieadres geen roerende goederen te hebben.

b) Kennisgeving

Artikel 46, §1:

"Ingeval de gerechtsbrief in gedrukte vorm wordt bezorgd, wordt de brief door de postdiensten ter hand gesteld aan de geadresseerde in persoon of aan diens woonplaats zoals bepaald in de artikelen 33, 34, 35 en 39. De persoon aan wie de brief ter hand wordt gesteld, tekent en dateert het ontvangstbewijs dat door de postdiensten aan de afzender wordt teruggezonden. Weigert die persoon te tekenen of te dateren, dan maakt de aangestelde van de postdiensten van die weigering melding onderaan op het ontvangstbewijs.

Ingeval de gerechtsbrief noch aan de geadresseerde in persoon noch aan diens woonplaats ter hand kan worden gesteld, laat de aangestelde van de postdiensten een bericht achter dat hij is langsgekomen. De brief wordt gedurende acht dagen bewaard op het postkantoor. Hij kan tijdens die termijn worden afgehaald door de geadresseerde in persoon of door de houder van een schriftelijke volmacht.

Wanneer evenwel de geadresseerde van de gerechtsbrief om de terugzending heeft verzocht van zijn briefwisseling of hij de bewaring ervan op het postkantoor heeft gevraagd wordt de brief tijdens de periode die wordt gedekt door het verzoek, teruggezonden naar of bewaard op het adres dat de geadresseerde heeft aangewezen.

De aan een gefailleerde geadresseerde brief wordt overhandigd aan de curator.

De Koning regelt de wijze waarop het derde tot het vijfde lid wordt toegepast.

[...]

§ 4. De minister bevoegd voor Justitie kan de in acht te nemen vormen en de bij de verzending van de gerechtsbrief te vermelden dienstaanwijzingen bepalen. Ligt de plaats van bestemming in het buitenland, dan wordt de gerechtsbrief vervangen door een ter post aangetekende brief, onverminderd de in internationale overeenkomsten bepaalde wijzen van overbrenging en de toepassing van de §§ 2 en 3.

Wanneer een eisende of verzoekende partij zulks verlangt in het exploot van rechtsingang of in het verzoekschrift, hetzij schriftelijk en ten laatste op het ogenblik van de eerste verschijning voor de rechter, worden de kennisgevingen bij gerechtsbrief vervangen door betekeningen, verricht op verzoek van de partij aan wie de betekening toekomt.

Artikel 46/1 De kennisgeving bij gewone brief aan een partij voor wie overeenkomstig de artikelen 728, 729, 729 of 729/1 een advocaat optreedt en die de griffie niet overeenkomstig artikel 729/1 heeft gemeld op te houden voor die partij op te treden, gebeurt door een gewone brief aan die advocaat."

Artikel 32 ter van het Gerechtelijk Wetboek schept een wettelijk kader voor kennisgevingen en mededelingen tussen een aantal actoren van justitie.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

In de nabije toekomst zal er een systeem voor elektronische betekening worden ontwikkeld. Het juridische kader hiervoor is reeds tot stand gebracht, maar is nog niet in werking getreden. De gerechtsdeurwaarders zullen in burgerlijke en strafzaken kunnen beslissen of zij hun exploot elektronisch betekenen dan wel of zij het aan de persoon zelf betekenen. Het territorialiteitsbeginsel zal blijven gelden.

In de praktijk zal de betekening plaatsvinden op een door de autoriteiten toegewezen gerechtelijk elektronisch adres of op een gekozen elektronisch adres. De betekening op het elektronische adres zal pas kunnen worden verricht wanneer de geadresseerde hiervoor uitdrukkelijk zijn toestemming heeft gegeven via zijn e-ID.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

In de Belgische wetgeving zijn er nog meerdere andere methoden voor de toezending van stukken vastgesteld (zie het antwoord op vraag 5).

De normale wijze van toezending van een gerechtelijk stuk is de betekening bij deurwaardersexploot.

In artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek wordt de betekening omschreven als "de afgifte van een origineel of een afschrift van de akte; zij geschiedt bij gerechtsdeurwaardersexploot of, in de gevallen die de wet bepaalt, in de vormen die deze voorschrijft."

In de wetgeving is evenwel bepaald dat de toezending van stukken in bepaalde gevallen kan plaatsvinden in de vorm van een eenvoudige kennisgeving.

In artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek wordt de kennisgeving omschreven als "de toezending van een akte van rechtspleging in origineel of in afschrift; zij geschiedt langs de postdiensten of per elektronische post aan het gerechtelijk elektronisch adres of, in de gevallen die de wet bepaalt, per fax of in de vormen die de wet voorschrijft."

In artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken wordt bepaald dat de kennisgeving per post moet worden gedaan "bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze."

1. De belangrijkste wijzen van betekening

a. Betekening aan de persoon (de artikelen 33 en 34 van het Gerechtelijk Wetboek)

Artikel 33 van het Gerechtelijk Wetboek: "[d]e betekening geschiedt aan de persoon, wanneer het afschrift van de akte aan de geadresseerde zelf wordt ter hand gesteld. De betekening aan de persoon kan aan de geadresseerde worden gedaan op iedere plaats waar de gerechtsdeurwaarder hem aantreft. Indien de geadresseerde het afschrift van de akte weigert in ontvangst te nemen, stelt de gerechtsdeurwaarder die weigering vast op het origineel en de betekening wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan."

Artikel 34 van het Gerechtelijk Wetboek voegt hieraan het volgende toe: "[d]e betekening aan een rechtspersoon wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan, wanneer het afschrift van de akte is ter hand gesteld aan het orgaan dat of de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen."

b. Betekening aan de woonplaats (artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek)

Artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek luidt als volgt: "[i]ndien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, geschiedt zij aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel. Het afschrift van de akte wordt ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde. Het mag niet worden ter hand gesteld aan een kind dat geen volle zestien jaar oud is. […]"

Volgens artikel 36 van het Gerechtelijk Wetboek is de woonplaats "de plaats waar de persoon in de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf", terwijl de verblijfplaats "iedere andere vestiging [is], zoals de plaats waar de persoon kantoor houdt of een handels- of nijverheidszaak drijft."

c. Betekening door het achterlaten van een afschrift van het exploot (artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek)

In artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek wordt bepaald dat wanneer de betekening niet aan de persoon of aan de woonplaats kan worden gedaan "de betekening [dan geschiedt door] [...] het door de gerechtsdeurwaarder achterlaten aan de woonplaats of, bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, van een afschrift van het exploot onder gesloten omslag." Deze enveloppe moet bepaalde gegevens bevatten, die zijn opgesomd in artikel 44, eerste alinea, van het Gerechtelijk Wetboek.

Voorts is in artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek het volgende bepaald: "[u]iterlijk op de eerste werkdag die volgt op de betekening van het exploot, richt de gerechtsdeurwaarder hetzij aan de woonplaats, hetzij, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, onder een ter post aangetekende omslag, een door hem ondertekende brief. Deze brief vermeldt de datum en het uur van de aanbieding, alsmede de mogelijkheid voor de geadresseerde persoonlijk, of voor de houder van een schriftelijke volmacht een afschrift van dit exploot af te halen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, tijdens een termijn van maximum drie maanden te rekenen vanaf de betekening."

d. Woonstkeuze (artikel 39 van het Gerechtelijk Wetboek)

Volgens artikel 39 van het Gerechtelijk Wetboek mogen "[w]anneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft gekozen, [...] de betekening en de kennisgeving aan die woonplaats geschieden. Wordt het afschrift aan de gekozen woonplaats ter hand gesteld aan de lasthebber persoonlijk, dan wordt de betekening geacht aan de persoon te zijn gedaan. De betekening en de kennisgeving mogen niet meer aan de gekozen woonplaats geschieden, indien de lasthebber overleden is, indien hij er zijn woonplaats niet meer heeft, of indien hij er zijn bedrijf niet meer uitoefent."

2. Kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs

Wanneer de akte aangetekend (met ontvangstbewijs) wordt verzonden en de geadresseerde niet op het op de zending vermelde adres kan worden gevonden, wordt op dat adres een bericht achtergelaten. In dat geval kan de zending gedurende een periode van 15 dagen, de dag van aanbieding niet meegerekend, worden afgehaald op de plaats die op het bericht is vermeld of op de tussen de post en de geadresseerde overeengekomen plaats.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Wanneer de akte aangetekend (met ontvangstbewijs) wordt verzonden en de geadresseerde niet op het op de zending vermelde adres kan worden gevonden, wordt op dat adres een bericht achtergelaten. In dat geval kan de zending gedurende een periode van 15 dagen, de dag van aanbieding niet meegerekend, worden afgehaald op de plaats die op de het bericht is vermeld of op de tussen de post en de geadresseerde overeengekomen plaats.

Wanneer de akte wordt verzonden in het kader van een betekening, moet op het exploot van betekening de datum van de betekening worden vermeld (artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek).

Wanneer de akte wordt verzonden in het kader van een kennisgeving, wordt in België een systeem van "dubbele datums" toegepast.

De datum die in aanmerking moet worden genomen ten aanzien van de afzender verschilt van die welke in aanmerking moet worden genomen ten aanzien van de geadresseerde.

Ten aanzien van de afzender geldt de datum van verzending als de datum van kennisgeving.

In artikel 53 bis van het Gerechtelijk Wetboek is vastgesteld dat, tenzij in de wet anders is bepaald, de termijnen ten aanzien van de geadresseerde beginnen te lopen op de eerste dag die volgt op de dag waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

De methode 'betekening door afgifte van een afschrift van het exploot' is hierboven beschreven (zie 'Betekening door het achterlaten van een afschrift van het exploot'; artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek).

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Wanneer de akte wordt verzonden in het kader van een betekening kan de geadresseerde zich daartegen niet verzetten, tenzij de in de artikelen 5 en 8 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 vermelde weigeringsgrond van toepassing is (verplichte toevoeging van een vertaling).

Wanneer de akte wordt verzonden in het kader van een kennisgeving beginnen de termijnen ten aanzien van de geadresseerde volgens artikel 53 bis van het Gerechtelijk Wetboek te lopen op de eerste dag die volgt op de dag waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats. De geadresseerde kan zich dus niet verzetten tegen een kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs.

De geadresseerde van een kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs kan de geldigheid van deze kennisgeving echter later betwisten door te bewijzen dat hij noch zijn woonplaats, noch zijn verblijfplaats, noch zijn gekozen woonplaats had op het adres dat is vermeld op de aangetekende zending. De betekening per deurwaardersexploot is dus juridisch gezien veiliger dan de kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs. In het geval van betekening verifieert de optredende gerechtsdeurwaarder immers het adres van de geadresseerde in het rijksregister van de natuurlijke personen. Bovendien kan de datum van de kennisgeving per aangetekende brief niet met zekerheid worden vastgesteld indien de geadresseerde het ontvangstbewijs niet heeft gedateerd en ondertekend bij de (eerste) aanbieding van de aangetekende brief aan zijn woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats. Omgekeerd wordt de datum van betekening steeds vermeld op het exploot van betekening.

Bovendien blijkt uit de voorstukken van de bovenvermelde Verordening (EG) nr. 1393/2007, en met name uit het door de Commissie op 11 juli 2005 ingediende voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, dat de wijziging van artikel 14 tot doel had "[…] voor alle lidstaten een uniforme regel betreffende postdiensten in te voeren […] [door] een uniforme voorwaarde […] [vast te stellen] (toezending bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze) [...]. Inachtneming van deze voorwaarde waarborgt met voldoende zekerheid dat degene voor wie het stuk is bestemd dit stuk daadwerkelijk heeft ontvangen en dat er van de ontvangst voldoende bewijs is." Het vereiste van een ontvangstbevestiging heeft tot doel de partijen rechtszekerheid te bieden. Volgens de voorstukken kan niet worden vastgesteld dat de geadresseerde het stuk heeft "ontvangen" wanneer hij de ontvangstbevestiging niet heeft ondertekend. De door artikel 53 bis van het Gerechtelijk Wetboek gekozen oplossing zou echter impliceren dat de kennisgeving wordt gedaan wanneer de akte wordt "aangeboden" aan de woonplaats, de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van de geadresseerde, zonder dat het nodig is dat het stuk hem daadwerkelijk wordt overhandigd of dat de ontvangstbevestiging wordt ondertekend.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Volgens artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende reglementering van de postdienst wordt onder ingeschreven postzendingen verstaan: de aangetekende postzendingen en de postzendingen met aangegeven waarde.

In beginsel mogen aangetekende zendingen met ontvangstbewijs alleen aan de geadresseerde worden afgegeven na verificatie van zijn identiteit en tegen aftekening van het ontvangstbewijs (de artikelen 30 en 53 en, a contrario, artikel 54 van het reeds aangehaalde koninklijk besluit van 27 april 2007).

In artikel 57 van dat koninklijk besluit wordt bepaald dat "[i]ngeschreven postzendingen waarvan het adres een persoon aanduidt bij wie de geadresseerde woonplaats gekozen heeft, [...] aan die persoon afgegeven [mogen] worden."

Artikel 62 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 bepaalt dat "als geadresseerden van de aan vennootschappen, verenigingen, organismen, firma's en om het even welke collectiviteiten geadresseerde poststukken [worden] beschouwd, de personen die bevoegd zijn om de poststukken in ontvangst te nemen overeenkomstig de regelen van het gemeenrecht."

In artikel 58 wordt het volgende bepaald: "[i]ngeschreven postzendingen voor minderjarigen die geen 15 jaar oud zijn, worden afgegeven aan de personen onder wier gezag of hoede zij geplaatst zijn."

Ten slotte mogen aangetekende zendingen volgens artikel 65 "slechts aan een gevolmachtigde van de bestemmeling afgegeven worden op voorlegging van een postvolmacht waaruit formeel de bevoegdheid blijkt om de postzendingen te ontvangen."

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Postzendingen worden op het aangegeven adres afgegeven, behalve in het geval van kennelijke fouten (bv. een verkeerd gespelde straatnaam, onjuist verblijfplaatsnummer, kennelijk verkeerde postcode).

Indien de geadresseerde niet kan worden gevonden op het aangegeven adres, wordt de aangetekende zending niet overhandigd, tenzij de postzendingen in het kader van een dienst tot nazending, op een ander adres worden uitbedeeld (artikel 51 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende reglementering van de postdienst).

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Overeenkomstig artikel 60 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende reglementering van de postdienst wordt "[b]ij vruchteloze aanbieding aan huis van de ingeschreven postzendingen [...] hiervan bericht achtergelaten. In dit geval kunnen postzendingen [...] worden afgehaald op de plaats die vermeld is op het bericht of op de plaats die overeengekomen is tussen […] [de postdienst] en de bestemmeling gedurende een termijn van 15 dagen, de dag van aanbieding niet inbegrepen."

In artikel 66 wordt bepaald dat "[d]e postzendingen die aan de geadresseerde niet konden worden bezorgd, [...] aan de afzender [worden] teruggezonden [...]. Aangetekende zendingen en boeken moeten steeds worden teruggezonden."

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Met betrekking tot de betekening wordt in artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek bepaald dat degene aan wie het afschrift ter hand wordt gesteld het origineel voor ontvangst moet ondertekenen. Weigert hij te ondertekenen, dan maakt de deurwaarder daarvan melding in het exploot. Er zal dus alleszins een bewijs zijn van de betekening. Het is zeer moeilijk de vaststelling van een gerechtsdeurwaarder aan te vechten.

Wat de kennisgeving betreft, zal er uiteraard een schriftelijk bewijs zijn als zij geschiedt per aangetekende post. Ook voor de gerechtsbrief voorziet artikel 46 van het Gerechtelijk Wetboek in een ontvangstbewijs. Het bewijs wordt bewaard in het dossier van de rechtspleging.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Normaal gezien is er weinig kans dat de geadresseerde de akte niet ontvangt, daar de Belgische wetgeving uitgaat van een betekening aan de persoon zelf. Dit wil zeggen dat de gerechtsdeurwaarder het afschrift persoonlijk afgeeft aan de geadresseerde. De wet voorziet echter in gevallen waarbij de akte wordt betekend aan een derde (artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek) of wordt achtergelaten op een adres (artikel 38). In die gevallen is de betekening volledig rechtsgeldig ook al is zij niet aan de persoon zelf gedaan. Een persoon die het exploot rechtmatig heeft ontvangen conform artikel 35, en het niet doorgeeft of er niet voor zorgt dat de geadresseerde wordt ingelicht, kan daarvoor burgerlijk aansprakelijk worden gesteld. In de praktijk levert deze regeling zeer goede resultaten op.

Het is echter niet uit te sluiten dat de wet wordt geschonden bij de betekening of de kennisgeving (bv. het niet vermelden van bepaalde gegevens in het exploot). De procesrechtelijke sanctie voor een dergelijke onrechtmatige betekening of kennisgeving is de nietigheid van de proceshandeling of -akte. De regels met betrekking tot de nietigheid zijn neergelegd in de artikelen 860 tot en met 866 van het Gerechtelijk Wetboek.

Tot slot moet erop worden gewezen dat degene die de nietigheid heeft veroorzaakt aansprakelijk kan worden gesteld indien blijkt dat de nietigheid het gevolg is van zijn fout.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De gerechtsdeurwaarder krijgt een vergoeding voor zijn werk. De regeling voor deze vergoedingen is opgenomen in artikel 522, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.

De precieze tarieven, waarvan niet mag worden afgeweken, zijn vastgesteld in het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen (zie: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1976113030&table_name=wet).

Laatste update: 19/12/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Bulgarije

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Met de betekening van stukken in een gerechtelijke procedure wordt bedoeld de methode die de wetgever voorschrijft om de partijen en andere procesdeelnemers schriftelijk op de hoogte te stellen van gerechtelijke stukken.

De betekening biedt de procesdeelnemers de mogelijkheid om tijdig en in overeenstemming met de wet kennis te nemen van de stand van zaken, waardoor wordt gewaarborgd dat procedures eerlijk en billijk verlopen.

Het doel van de betekening is om de geadresseerde daadwerkelijk op de hoogte te stellen van de lopende procedure of hem ten minste de garantie te bieden dat alles in het werk wordt gesteld om hem daarover te informeren. De essentie van de betekening van stukken is dat de geadresseerden de gelegenheid moeten krijgen om kennis te nemen van de inhoud van de stukken; of zij dat feitelijk ook doen, is hun eigen keuze.

Het belangrijkste kenmerk van betekening is dat degene die de betekening verricht het moment en de wijze van betekening moet bevestigen en de identiteit van de persoon aan wie het stuk is betekend of ter kennis gebracht, moet vaststellen, zodat de betekening of kennisgeving vanuit het oogpunt van rechtszekerheid geacht wordt naar behoren te zijn uitgevoerd.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

  1. dagvaardingen om voor de rechtbank te verschijnen, die worden betekend aan de procesdeelnemers,
  2. rechterlijke beslissingen, uitspraken en bevelen, die worden betekend aan de procespartijen, aan derden die een rol spelen tijdens de terechtzitting en eventuele derden aan wie de rechtbank opdraagt een bevel ten uitvoer te leggen,
  3. verzoek- en beroepschriften van de partijen, die worden betekend aan de wederpartij,
  4. mededelingen van de rechtbank aan de procespartijen,
  5. alle overige wettelijk voorgeschreven stukken, die onder andere worden betekend of ter kennis gebracht aan overheidsinstellingen en -instanties, natuurlijke personen of rechtspersonen.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Krachtens het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan de betekening of kennisgeving van stukken, dagvaardingen en de documenten waarnaar wordt verwezen in artikel 42 van het wetboek worden verricht door:

  • gerechtelijke ambtenaren, oftewel gerechtsdeurwaarders,
  • medewerkers van postbedrijven, indien de betekening of kennisgeving per aangetekende post met ontvangstbevestiging wordt verricht,
  • burgemeesters van gemeenten, indien er geen justitiële autoriteit is in de plaats waar de betekening moet worden verricht,
  • particuliere gerechtsdeurwaarders, op grond van een bevel van de rechtbank na een uitdrukkelijk verzoek van een partij, die in dit geval ook de kosten van de betekening voor haar rekening neemt.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Hoewel de rechtbanken van Bulgarije daar wettelijk niet toe verplicht zijn, trachten zij over het algemeen op eigen initiatief het adres van de betrokken partij te achterhalen door het handelsregister of het nationale bevolkingsregister te raadplegen.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Het handelsregister is openbaar. Iedereen heeft recht op vrije en gratis toegang tot de gegevens (gegevens betreffende de handelsondernemingen) die in het handelsregister zijn opgenomen. Het register kan gratis worden geraadpleegd voor het zoeken van het adres van een onderneming. Het openbare register kan tegen betaling van een heffing ook geregistreerde toegang bieden tot het dossier van de handelsonderneming en de daarin opgenomen stukken (bijvoorbeeld de oprichtingsakte).

Overeenkomstig artikel 16, onder e), van het overzicht van heffingen geïnd door het openbare register, bedraagt de jaarlijkse heffing om toegang te krijgen tot de volledige gegevensbank, inclusief de updates, BGN 100.

De website van het handelsregister is: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.brra.bg/Default.ra

Het nationale bevolkingsregister is een elektronische gegevensbank waarin alle elektronische persoonsdossiers van alle Bulgaarse burgers zijn opgeslagen. Het bevat tevens informatie over vreemdelingen die langdurig of permanent in Bulgarije verblijven en over personen aan wie door de Republiek Bulgarije de vluchtelingenstatus of humanitaire status is toegekend of aan wie asiel is verleend. Het is de grootste nationale gegevensbank waarin de persoonsgegevens van natuurlijke personen zijn opgeslagen (voor- en achternaam, geboortedatum, persoonlijk identificatienummer of identificatienummer voor vreemdelingen, geboorteplaats, geboorteakte, adres, gezinssituatie, afkomst, identiteitsbewijs enz.). Het nationale bevolkingsregister wordt beheerd door het directoraat-generaal voor burgerregistratie en administratieve diensten, dat onderdeel uitmaakt van het ministerie van Regionale Ontwikkeling en Openbare Werken.

In de wet inzake de registratie van burgers is uitdrukkelijk bepaald in welke gevallen de gegevens die zijn opgeslagen in het nationale bevolkingsregister mogen worden verstrekt en aan welke personen.

1. In de eerste plaats zijn dat natuurlijke personen (Bulgaarse burgers en vreemdelingen) op wie de gegevens betrekking hebben, en derde partijen (natuurlijke personen) voor wie die gegevens belangrijk zijn ten aanzien van het ontstaan, bestaan, de wijziging of beëindiging van hun wettelijke rechten en belangen.

2. Autoriteiten en overheidsinstellingen hebben op grond van hun wettelijke bevoegdheid eveneens recht op toegang, dat wil zeggen binnen het kader van hun bevoegdheden.

3. Rechtspersonen (Bulgaarse en buitenlandse) hebben ook toegang tot de gegevensbank indien die mogelijkheid in een bijzondere wet of in een gerechtelijke uitspraak (vonnis) is vastgesteld of indien de commissie voor de bescherming van persoonsgegevens daarvoor toestemming heeft verleend.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Bij de uitvoering van een verzoek dat is gericht op het verkrijgen van bewijs zijn de algemene voorwaarden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1206/2001 van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken en de artikelen 614 tot en met 618 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

In de praktijk wordt de meerderheid van de dagvaardingen en mededelingen betekend door gerechtelijke ambtenaren en medewerkers van het betrokken postbedrijf.

Artikel 43 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet in de volgende wijzen van betekening:

  1. betekening in persoon,
  2. betekening aan een derde,
  3. betekening door aanplakking van een bericht op het permanente of huidige adres van de verweerder,
  4. betekening door publicatie in de Bulgaarse staatscourant (Darzhaven vestnik),
  5. betekening aan getuigen, deskundigen of derden die geen rol spelen in de zaak wordt verricht door een mededeling in de brievenbus te deponeren of door de mededeling aan te plakken.

Betekening in persoon: De betekening geschiedt in persoon op het adres dat wordt vermeld in het dossier. Indien de geadresseerde niet wordt aangetroffen op het opgegeven adres, wordt de mededeling betekend op het huidige adres en, bij gebrek daaraan, op het permanente adres (artikel 38 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De mededeling wordt in persoon aan de geadresseerde betekend, waarbij een betekening aan een vertegenwoordiger krachtens artikel 45 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering gelijk wordt gesteld met een betekening in persoon.

Betekening aan een derde: Er is sprake van betekening aan een derde wanneer de mededeling niet in persoon aan de geadresseerde kan worden betekend en die derde persoon instemt met de inontvangstneming. Deze derde persoon kan iedere meerderjarige persoon zijn die deel uitmaakt van het gezin van de geadresseerde of die op hetzelfde adres woont, dan wel een medewerker, werknemer of de werkgever van de geadresseerde. De persoon aan wie de betekening wordt verricht, ondertekent de ontvangstbevestiging en verplicht zich ertoe het stuk aan de geadresseerde te overhandigen.

Van de groep personen die het stuk in ontvangst mogen nemen, wordt door de rechtbank iedere persoon uitgesloten die belang heeft bij de uitkomst van de zaak of die door de geadresseerde uitdrukkelijk is vermeld in een schriftelijke verklaring.

De betekening wordt geacht aan de geadresseerde te zijn verricht na de inontvangstneming van het stuk door de derde (artikel 46 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Stukken kunnen ook per e-mail aan een partij worden betekend, op het door haar opgegeven adres. De betekening wordt geacht te zijn verricht nadat de stukken door het informatiesysteem zijn ontvangen (art. 42, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Betekening per e-mail wordt bevestigd door middel van een kopie van de bijbehorende elektronische registratie. Er zijn geen beperkingen gesteld aan de soort procedure of de hoedanigheid van de partij. Het enige voorbehoud dat is gesteld, is dat de partij zelf haar e-mailadres moet hebben opgegeven, waarmee wordt aangenomen dat zij instemt met deze wijze van betekening.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Betekening of kennisgeving door aanplakking: uit artikel 47 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering volgt dat indien de verweerder niet op het in het dossier opgegeven adres wordt aangetroffen, en er geen derde wordt gevonden die bereid is het te betekenen stuk in ontvangst te nemen, de persoon die de betekening verricht overgaat tot aanplakking van een bericht op de voordeur of de brievenbus van de geadresseerde; indien hij geen toegang heeft tot die deur of brievenbus wordt het bericht aangeplakt op de deur van de hoofdingang van het gebouw of op een zichtbare plek in de buurt. In het aangeplakte bericht wordt vermeld dat de stukken binnen twee weken na de aanplakking van dat bericht kunnen worden afgehaald. Indien de verweerder zich niet meldt voor het afhalen van de stukken, beveelt de rechtbank de eiser om informatie te verstrekken over het geregistreerde adres van de verweerder. Is het opgegeven adres niet het permanente of huidige adres van de partij, dan beveelt de rechtbank betekening te verrichten op het huidige of permanente adres volgens de hiervoor beschreven procedure. Wanneer de deurwaarder vaststelt dat de verweerder niet op het adres verblijft dat voor de betekening is opgegeven, beveelt de rechtbank de eiser om informatie te verschaffen over het adres van de verweerder, ongeacht of er een bericht is aangeplakt.

De betekening wordt geacht tijdig te zijn verricht na afloop van de termijn waarbinnen het stuk kon worden afgehaald. Als de rechter oordeelt dat de betekening op de juiste wijze is verricht, beveelt hij de toevoeging van de stukken aan het zaakdossier en stelt hij op kosten van de eiser een bijzondere vertegenwoordiger voor de verweerder aan.

Het aanplakken van een bericht is een methode die ook wordt gebruikt voor de betekening van mededelingen aan ondersteunende partijen.

Betekening aan getuigen, getuige-deskundigen of derden die geen rol spelen in de zaak wordt verricht door de mededeling in de brievenbus te deponeren of, indien de brievenbus niet toegankelijk is, door een bericht aan te plakken.

Betekening door middel van publicatie: betekening door middel van publicatie is vastgesteld in artikel 48 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Indien de verweerder op het moment dat de zaak aanhangig wordt gemaakt, geen geregistreerd permanent of huidig adres heeft, kan de eiser verzoeken de betekening te laten verrichten door publicatie in het niet-officiële gedeelte van de Bulgaarse staatscourant (Darzhaven Vestnik). Dit dient uiterlijk één maand voor de terechtzitting te geschieden. Betekening kan alleen op deze wijze worden verricht indien de eiser met overlegging van bewijs aantoont dat de verweerder geen geregistreerd adres heeft en middels een verklaring bevestigt dat hij niet op de hoogte is van het adres van de verweerder in het buitenland. Indien de verweerder, ondanks de publicatie, niet ter terechtzitting verschijnt, stelt de rechtbank op kosten van de eiser een bijzondere vertegenwoordiger voor hem aan.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

In geval van betekening door aanplakking van een bericht wordt de betekening geacht tijdig te zijn verricht na afloop van de termijn waarbinnen de stukken konden worden afgehaald.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

In geval van betekening door aanplakking wordt in het aangeplakte bericht vermeld dat de stukken binnen twee weken na de aanplakking van dat bericht kunnen worden afgehaald.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

De stukken worden geacht naar behoren te zijn betekend indien is voldaan aan de voorgeschreven procedure voor het aanplakken van berichten en de termijn voor het afhalen van de stukken is verstreken. De weigering om een mededeling in ontvangst te nemen wordt niet gezien als een wettige dan wel onwettige handeling, aangezien het voor de betekening of kennisgeving van belang is dat de procedureregels zijn nageleefd, niet de beweegreden van de partij om de stukken al dan niet in ontvangst te nemen. Indien de partij niet binnen de gestelde termijn verschijnt om de stukken in ontvangst te nemen en de rechter van oordeel is dat de betekening naar behoren is verricht, beveelt hij de toevoeging ervan aan het zaakdossier en stelt hij op kosten van de eiser een bijzondere vertegenwoordiger voor de verweerder aan.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Ingevolge artikel 5, lid 1, van de algemene regels inzake de leveringsvoorwaarden voor poststukken en postpakketten (goedgekeurd krachtens besluit nr. 581 van 27 mei 2010 van de commissie communicatievoorschriften), is voor de bezorging van aangetekende post de handtekening van de geadresseerde vereist. Aangetekende poststukken kunnen worden overhandigd aan een meerderjarig gezinslid van de geadresseerde die op het opgegeven adres woont, en die voor de ontvangst moet tekenen en zijn identiteitsbewijs moet overleggen. Op het document van de betekening wordt namelijk de volledige naam vermeld van de persoon die de zending in ontvangst heeft genomen.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien bij aankomst op het adres blijkt dat het poststuk niet kan worden bezorgd omdat de geadresseerde niet aanwezig is en de betekening ook niet aan een derde kan worden verricht, laat de postbezorger een schriftelijk bericht achter in de brievenbus. Hierin wordt de geadresseerde verzocht het poststuk op te halen bij het postkantoor binnen een termijn van minimaal 20 en maximaal 30 dagen na ontvangst van het poststuk op het postkantoor. De postdiensten bepalen zelf in hun algemene voorwaarden van de overeenkomst met hun klanten hoeveel berichten zij versturen en welke afhaaltermijn zij hanteren; er dienen minimaal twee berichten te worden verstuurd.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Zie het antwoord onder punt 8.2.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Na de betekening of kennisgeving vult de betrokken werknemer een ontvangstbevestiging in die dient als bewijs dat de betekening of kennisgeving is verricht. In deze ontvangstbevestiging moeten alle vereiste gegevens zijn opgenomen waaruit blijkt dat de betekening of kennisgeving naar behoren is uitgevoerd. Het betreft de volgende gegevens:

— de naam van de persoon aan wie het betekende stuk is geadresseerd,

— de naam van de persoon aan wie het stuk is betekend,

— de naam van de persoon die de betekening heeft verricht: een gerechtelijk ambtenaar, medewerker van een postbedrijf of koeriersdienst, burgemeester of een particuliere gerechtsdeurwaarder.

Indien de betekening is verricht aan een andere persoon dan de geadresseerde, staat altijd vermeld dat die derde persoon verplicht is het stuk aan de geadresseerde te overhandigen.

In artikel 44 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering worden de volgende methoden onderscheiden om te bevestigen dat de betekening is verricht:

— de persoon die de betekening verricht, bevestigt met het plaatsen van zijn handtekening de datum en de wijze van betekening evenals de identiteit van de persoon aan wie het stuk is betekend,

– de weigering van het betekende stuk wordt vermeld op de ontvangstbevestiging en bevestigd door middel van de handtekening van de persoon die de betekening heeft verricht. De betekening wordt desondanks geacht naar behoren te zijn uitgevoerd.

— betekening per telefoon en fax wordt schriftelijk bevestigd door degene die de betekening heeft verricht,

— betekening per telegram wordt bevestigd door middel van een ontvangstbericht,

— betekening per telex wordt bevestigd door middel van een schriftelijke bevestiging van het verzonden bericht,

— betekening per post wordt bevestigd door middel van een ontvangstbevestiging,

— betekening per e-mail wordt bevestigd door middel van een kopie van de betreffende elektronische registratie.

De bevestiging van de betekening moet onmiddellijk na invulling ervan aan het zaakdossier worden toegevoegd.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Indien de geadresseerde de mededeling niet ontvangt of de mededeling niet op de wettelijk voorgeschreven wijze aan hem is betekend, heeft deze betekening of kennisgeving geen rechtsgevolgen. Indien een procespartij niet naar behoren is gedagvaard om ter terechtzitting te verschijnen, bepaalt artikel 46 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering dat de zitting moet worden uitgesteld en er een nieuwe dagvaarding moet worden betekend. De partij kan echter in persoon verschijnen en mondeling of schriftelijk verzoeken om voor de rechtbank te mogen verschijnen door te verklaren dat hij van de zitting op de hoogte is gesteld en wenst dat de zaak wordt behandeld. In dat geval wordt de dagvaarding geacht naar behoren betekend te zijn.

Indien de partijen naar behoren zijn gedagvaard, maar de zaak om bewijstechnische redenen wordt uitgesteld, is het niet nodig om een nieuwe dagvaarding aan hen te betekenen.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

In de gerechtskosten die door de rechtbanken in Bulgarije in rekening worden gebracht voor de behandeling van de zaak, zijn alle kosten voor de betekening of kennisgeving van dagvaardingen inbegrepen indien deze wordt verricht door een gerechtelijk ambtenaar, een medewerker van een postdienst of een plaatselijke burgemeester.

Indien een partij de rechtbank verzoekt te bevelen dat de betekening van stukken door een particuliere gerechtsdeurwaarder wordt verricht, bepaalt artikel 42, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering dat de kosten van de betekening voor rekening van de betreffende partij komen.

Laatste update: 14/12/2016

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Tsjechisch) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Betekening of kennisgeving van stukken - Tsjechië

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

De betekening van gerechtelijke stukken is een van de procedurele stappen die de rechtbank in de loop van een gerechtelijke procedure neemt. De rechtbank betekent in het kader van een procedure verschillende stukken aan de procespartijen, procesdeelnemers en andere betrokken derden (verzoekschriften, dagvaardingen, afschriften van het vonnis enz.)

De betekening of kennisgeving heeft in het belang van de rechtszekerheid en de rechtsbescherming van partijen belangrijke procedurele gevolgen. Zo kan bijvoorbeeld alleen een vonnis dat naar behoren is betekend, definitief worden en daarmee bindende gevolgen hebben voor de rechtsbetrekkingen waarover het is uitgesproken.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Alle mededelingen waarvan de betekening rechtsgevolgen met zich meebrengt, moeten worden betekend. Formele betekening is nodig omdat de rechtbank bewijs nodig heeft dat betekening van een concreet stuk is verricht, zodat aan die betekening de nodige gevolgen kunnen worden gegeven in het kader van de betreffende gerechtelijke procedure.

Conform wet nr. 99/1963 Coll. betreffende het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna "WvRV" of "wetboek van burgerlijke rechtsvordering" genoemd), moeten gerechtelijke stukken, afhankelijk van de aard ervan, in persoon of op "normale" wijze worden betekend. Stukken worden in persoon betekend in de gevallen zoals bepaald in de wet (een verzoekschrift aan de verweerder, een vonnis aan de procespartijen) of indien de rechtbank daartoe besluit. Overige stukken worden op normale wijze betekend.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De rechtbanken zijn verantwoordelijk voor de betekening van gerechtelijke stukken en zij maken daarvoor gebruik van organen (en personen) die de betekening verrichten. Dit zijn onder meer gerechtsdeurwaarders, leden van de justitiële bewakingsdienst, rechterlijke ambtenaren, medewerkers van postdiensten, en onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde geadresseerden tevens de autoriteiten van de penitentiaire dienst van Tsjechië, de instellingen voor institutionele of beschermde zorg, de instelling voor verzekerde bewaring, de regionale militaire organisaties, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Justitie.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Indien in het verzoekschrift een adres van de geadresseerde staat vermeld waar de betekening niet mogelijk was omdat de geadresseerde niet meer op dat adres verblijft, gaat de rechtbank over tot het verrichten van een onderzoek. De rechtbank raadpleegt hiertoe het informatiesysteem van het bevolkingsregister van de Republiek Tsjechië en probeert zodoende in het geval van natuurlijke personen, het vaste verblijfadres/de werkplek van de geadresseerde te achterhalen en, in het geval van rechtspersonen, het adres van het hoofdkantoor/de organisatie-eenheid dat in het betreffende register is opgenomen.

Overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering betreffende de betekening, moet voor de betekening aan een natuurlijk persoon zijn permanente verblijfsadres of het adres van zijn werkplek worden gebruikt. In het geval van rechtspersonen geldt dat het adres van het kantoor dat staat ingeschreven in het betreffende register en het adres van de organisatie-eenheid kunnen worden gebruikt. Indien de geadresseerde van de stukken in Tsjechië beschikt over een geregistreerde elektronische postbus, betekent de rechtbank de stukken aan die postbus via het openbare gegevensnetwerk. Betekening aan de elektronische postbus is gelijkgesteld met een betekening in persoon. (Alleen rechtspersonen zijn verplicht een elektronische postbus te openen, natuurlijke personen kunnen er een openen maar hoeven dat niet te doen).

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Gegevens over de huidige verblijfplaats van natuurlijke personen in Tsjechië kunnen met name worden verkregen door in het informatiesysteem van het Tsjechische bevolkingsregister te zoeken. Alle Tsjechische rechtbanken hebben toegang tot dit systeem en kunnen daarvan uittreksels opvragen overeenkomstig artikel 8 van wet nr. 133/2000 Coll. betreffende het bevolkingsregister en de geboortecijfers en tot wijziging van een aantal andere wetten (wet op het bevolkingsregister), en overeenkomstig de voorwaarden bepaald in wet nr. 101/2000 Coll. betreffende de bescherming van persoonsgegevens en tot wijziging van een aantal andere wetten. Ten aanzien van verzoekschriften afkomstig uit het buitenland geldt dat persoonsgegevens uit het informatiesysteem alleen op verzoek van een persoon in het buitenland of een autoriteit die een buitenlandse staat vertegenwoordigt, worden verstrekt als dat is toegestaan op grond van een internationaal verdrag waarbij Tsjechië partij is (artikel 8, lid 9, van de wet op het bevolkingsregister). De Tsjechische rechtbanken hebben eveneens toegang tot het informatiesysteem van buitenlanders dat wordt beheerd overeenkomstig wet nr. 326/1999 Coll. betreffende het verblijf van buitenlanders op het grondgebied van de Republiek Tsjechië.

Gegevens over rechtspersonen en natuurlijke personen met de status van ondernemer die in Tsjechië verblijven of daar zakelijk actief zijn en die een verzoek tot inschrijving indienen, worden bijgehouden in het openbare register conform wet nr. 304/2013 Coll. betreffende de openbare registers van rechtspersonen en natuurlijke personen. Het openbare register is een openbare lijst waarin wettelijk voorgeschreven gegevens van rechtspersonen en natuurlijke personen met de status van ondernemer zijn opgenomen. Het register bevat tevens een verzameling documenten. Het register is toegankelijk voor zowel Tsjechische als buitenlandse burgers en iedereen kan het raadplegen en kopieën of uittreksels van de gegevens maken. Het is een elektronisch register dat dus ook op afstand kan worden geraadpleegd via het volgende adres:

De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.czso.cz/csu/res/business_register

De informatie op deze website is gratis toegankelijk. De kosten voor het opvragen van een duplicaat of een kopie van documenten die zijn opgenomen in het register, waaronder een uittreksel uit het handelsregister in de Tsjechische taal, bedragen 50 CZK per pagina zonder conformiteitsbeoordeling en 70 CZK met conformiteitsbeoordeling.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Volgens het Tsjechische recht wordt het opzoeken van adressen niet als bewijs gezien. Uit de praktijk van de Tsjechische rechtbanken blijkt echter dat zij over het algemeen bereid zijn om verzoeken ingediend op grond van Verordening (EU) nr. 1206/2001 voor het achterhalen van het huidige adres van een persoon, in behandeling te nemen en om het onderzoek zelf uit te voeren op voorwaarde dat deze informatie nodig is voor een lopende burgerlijke (rechts)zaak.

Indien er echter een bilaterale overeenkomst tussen Tsjechië en een andere EU-lidstaat is gesloten waarin uitdrukkelijke bepalingen zijn opgenomen over het opzoeken van adressen, dient de procedure uit die bilaterale overeenkomst te worden gevolgd.[1]

In het Tsjechische recht zijn geen wettelijke eisen gesteld met betrekking tot het mededelen van het adres van een natuurlijk persoon met de status van ondernemer of een rechtspersoon (over het algemeen een handelsonderneming). Zoals hiervoor aangegeven, zijn er geen beperkingen gesteld aan de toegang tot gegevens die in het openbare register zijn opgenomen.


[1] Het bieden van wederzijdse hulp bij het zoeken van adressen is vastgelegd in bilaterale overeenkomsten die zijn gesloten met: België, Bulgarije, Hongarije, Polen, Griekenland, Slowakije, Slovenië en Spanje.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Volgens het Tsjechische recht verricht de rechtbank betekening van stukken in de loop van een terechtzitting of een andere gerechtelijke stap. Indien de betekening op deze manier mislukt, betekent de rechtbank het stuk aan de geadresseerde aan zijn elektronische postbus via het openbare gegevensnetwerk. Indien het niet mogelijk is een stuk via het openbare gegevensnetwerk te betekenen, verricht de rechtbank de betekening op verzoek van de geadresseerde op een ander adres of op een elektronisch adres.

Indien betekening van het stuk op deze manier niet mogelijk is, geeft de rechtbank opdracht de betekening te laten verrichten door een daartoe bevoegd orgaan (of persoon) (zie informatie onder punt 3), of een procespartij of een vertegenwoordiger die gemachtigd is voor de ontvangst van betekende stukken (artikelen 45, 46c, 47 en 48 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Onder bepaalde in de wet nauwkeurig omschreven voorwaarden, kan de rechtbank het stuk ook betekenen door aanplakking van een bericht (artikel 501 van het WvRV).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Elektronische betekening betekent dat het stuk via het openbare gegevensnetwerk naar een elektronische postbus wordt gestuurd.

Indien het niet mogelijk de betekening op deze manier te verrichten, betekent de rechtbank het stuk, op verzoek van de geadresseerde, aan het door hem opgegeven elektronische adres, op voorwaarde dat de geadresseerde de rechtbank heeft verzocht het stuk via die weg te betekenen of indien hij heeft ingestemd met een dergelijke wijze van bezorging. Een andere voorwaarde is dat de geadresseerde een erkende certificatiedienstverlener heeft aangewezen die zijn gekwalificeerd certificaat heeft afgegeven en daar een register van bijhoudt, of die een geldig gekwalificeerd certificaat heeft overlegd. Bij deze wijze van betekening verzoekt de rechtbank de geadresseerde om de ontvangst van het stuk binnen drie dagen na verzending te bevestigen door middel van een elektronisch bericht voorzien van zijn gekwalificeerde elektronische handtekening. Indien de rechtbank het stuk dat naar het elektronische adres is verstuurd terugkrijgt omdat het niet kon worden afgeleverd of indien de geadresseerde de ontvangst niet conform de voorwaarden binnen drie dagen na verzending heeft bevestigd, wordt de betekening geacht niet te zijn verricht.

De wet voorziet niet in andere wijzen van elektronische betekening van stukken.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Zie voor het antwoord op deze vraag ook de informatie onder punt 5.

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering onderscheidt twee wijzen van betekening: betekening aan de geadresseerde in persoon en de betekening van overige stukken.

Indien de betekening van stukken volgens de wet of de rechtbank aan de geadresseerde in persoon moet worden verricht, en het orgaan dat de betekening verricht er niet in slaagt de geadresseerde van het stuk te bereiken, wordt het stuk bij een postkantoor of de rechtbank gedeponeerd en wordt een schriftelijk bericht voor de geadresseerde achtergelaten waarin hij wordt verzocht het stuk af te halen (zie punt 7.2).

In de overige gevallen waarbij betekening in persoon niet is vereist (dat wil zeggen de "betekening van overige stukken") en het niet is gelukt de geadresseerde te bereiken, worden de stukken in de brievenbus van de woning gedeponeerd of in elke andere brievenbus die de geadresseerde gebruikt. In dat geval worden de stukken geacht te zijn betekend door achterlating in de brievenbus. Indien het niet mogelijk is om het stuk in de brievenbus te deponeren, betekent de rechtbank het stuk door formele aanplakking van het bericht (artikel 50 van het WvRV).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Voor stukken die in persoon moeten worden betekend, geldt dat het stuk wordt geacht te zijn betekend op de tiende dag volgend op de dag waarop het stuk kan worden afgehaald (namelijk gerekend vanaf de dag waarop het stuk bij het postkantoor of de rechtbank is gedeponeerd, of vanaf de dag waarop het verzoek om het stuk af te halen formeel door de rechtbank is aangeplakt ingeval het niet mogelijk was een schriftelijk bericht op de plaats van betekening achter te laten). Het stuk wordt geacht te zijn betekend zelfs als de geadresseerde niet op de hoogte is dat het stuk is gedeponeerd. Na afloop van de termijn van tien dagen deponeert het orgaan dat de betekening verricht het stuk in de brievenbus van de geadresseerde of stuurt het stuk, indien er geen brievenbus is, terug naar de rechtbank die het stuk heeft verstuurd en plaatst een bericht hierover op het officiële publicatiebord van de rechtbank. Conform de wet of een beslissing van de rechtbank kan een dergelijke wijze van indirecte betekening voor bepaalde stukken zijn uitgesloten. Na de termijn van tien dagen worden de stukken teruggestuurd naar de rechtbank die deze heeft verstuurd zonder dat de stukken geacht worden te zijn betekend (artikel 49, lid 5, van het WvRV).

Stukken die via het openbare gegevensnetwerk zijn betekend, worden geacht aan de geadresseerde in persoon te zijn betekend. Een document dat in de elektronische postbus is afgeleverd, wordt geacht te zijn betekend op het moment dat de persoon die gemachtigd is het verstuurde document te openen, verbinding maakt met de postbus. Indien deze persoon zijn postbus niet binnen een termijn van tien dagen opent, gerekend vanaf de datum van afgifte van het document, wordt het document geacht te zijn betekend op de laatste dag van die termijn. Dit principe geldt niet indien indirecte betekening van het betreffende stuk is uitgesloten (artikel 17, leden 3 en 4, van wet nr. 300/2008 Coll. betreffende elektronische stukken en de toegestane conversie van documenten).

Overige stukken (die niet in persoon worden betekend) worden geacht te zijn betekend op de dag dat ze in de brievenbus zijn gedeponeerd of, in geval van betekening door bekendmaking van een bericht op het officiële publicatiebord bij de rechtbank, op de tiende dag na plaatsing van dat bericht.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

De autoriteit die de betekening verricht laat een schriftelijk bericht achter (over het algemeen in de brievenbus), waarin de geadresseerde wordt geïnformeerd dat de stukken bij het postkantoor zijn gedeponeerd en daar kunnen worden afgehaald. Indien het niet mogelijk is een schriftelijk bericht achter te laten op de plaats van betekening, stuurt de autoriteit die de betekening verricht het stuk terug naar de rechtbank die het heeft verzonden. De rechtbank plaatst de uitnodiging om het stuk te komen afhalen vervolgens op het officiële publicatiebord.

In de uitnodiging moet alle wettelijk vereiste informatie staan (artikel 50 h van het WvRV), namelijk de naam van de rechtbank, het te betekenen stuk, de geadresseerde en zijn adres, de autoriteit die de betekening verricht en de naam en voornaam en handtekening van de persoon die de betekening verricht. Indien een indirecte betekening niet is uitgesloten, moet de uitnodiging ook informatie bevatten over de rechtsgevolgen die de weigering van het stuk heeft. Tevens moet worden vermeld bij wie, waar en vanaf welke datum het stuk kan worden afgehaald, alsmede binnen welke termijn en op welke tijdstippen dat mogelijk is.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Artikel 50c van het WvRV heeft betrekking op de weigering een stuk in ontvangst te nemen. Daarin is bepaald dat indien de geadresseerde of de ontvanger weigert het te betekenen stuk in ontvangst te nemen, de akte geacht wordt te zijn betekend op de dag van de weigering. De geadresseerde dient hiervan op de hoogte te worden gesteld. Volgens het Tsjechische recht geldt hetzelfde indien de geadresseerde weigert een identiteitsbewijs te tonen of de benodigde medewerking te verlenen voor een correcte betekening van het stuk. In dat geval wordt het stuk geacht te zijn betekend op de dag dat de geadresseerde weigerde zijn identiteitsbewijs te tonen of de benodigde medewerking te verlenen. Er wordt op grond van het Tsjechisch recht niet nagegaan of de weigering wettig of onwettig was. Met de weigering wordt automatisch aangenomen dat de betekening is verricht.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Het Tsjechische Postbedrijf (Česká pošta) hanteert bij de betekening van poststukken afkomstig uit het buitenland dezelfde werkwijze als bij nationale zendingen. Dat betekent dat indien niet uitdrukkelijk op de envelop of de ontvangstbevestiging staat vermeld dat het poststuk aan de geadresseerde in persoon moet worden overhandigd, het poststuk niet alleen in ontvangst mag worden genomen door de geadresseerde maar ook door zijn gemachtigde, zijn wettelijk vertegenwoordiger of de gemachtigde van zijn wettelijk vertegenwoordiger, en dit onder dezelfde voorwaarden die ook gelden voor de geadresseerde zelf (namelijk de persoon die de zending in ontvangst neemt moet zijn identiteitsbewijs tonen en tekenen voor de ontvangst van het stuk).

Bovendien kan het poststuk overeenkomstig de toepasselijke voorwaarden voor postdiensten eveneens in ontvangst worden genomen op de plaats die in het postadres staat vermeld:

1. indien het poststuk is geadresseerd aan een natuurlijk persoon:

- door een natuurlijk persoon die zich in de woning, het kantoor, de bedrijfsruimte of elke andere afgesloten ruimte bevindt waarop de naam en voornaam van de geadresseerde of dezelfde familienaam als die van de geadresseerde staat vermeld, en die met zijn handtekening de ontvangst van het poststuk bevestigt;

2. indien het poststuk is geadresseerd aan een rechtspersoon:

- door een natuurlijk persoon die met zijn handtekening en het stempel van de geadresseerde de ontvangst van het poststuk bevestigt;

- door een natuurlijk persoon die met zijn handtekening de ontvangst van het poststuk bevestigt en aantoont dat hij daartoe bevoegd is;

- door een natuurlijk persoon die zich in het kantoor, de bedrijfsruimte of elke andere afgesloten ruimte bevindt waarop de naam van de geadresseerde staat vermeld, en die verklaart dat de geadresseerde geen stempel gebruikt, en die met zijn handtekening de ontvangst van het poststuk bevestigt en met bewijs zijn naam en voornaam aantoont.

Indien het stuk aan geen van de bovengenoemde personen kan worden overhandigd, kan het postbedrijf het stuk overhandigen aan een ander aanvaardbaar natuurlijk persoon, zoals een buurman van de geadresseerde die ermee instemt het poststuk aan de geadresseerde te overhandigen en die met zijn handtekening de ontvangst bevestigt.

Deze werkwijze is uitgesloten indien:

a) de geadresseerde een schriftelijke verklaring naar het Tsjechische Postbedrijf heeft gestuurd waaruit blijkt dat hij niet akkoord gaat met een dergelijke wijze van bezorging;

b) de geadresseerde een schriftelijke verklaring naar het Tsjechische Postbedrijf heeft gestuurd waaruit blijkt dat poststukken alleen aan hem in persoon mogen worden overhandigd;

c) de opgegeven waarde meer dan 10 000 CZK bedraagt (artikel 25, lid 6, van de toepasselijke voorwaarden op de postdiensten).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien het poststuk wordt betekend overeenkomstig artikel 14 van de verordening (te weten door een postdienst in plaats van een ontvangende instantie) en niet kan worden overhandigd, wordt het stuk gedeponeerd in de brievenbus van de geadresseerde met achterlating van een schriftelijk bericht waarin hij wordt verzocht het poststuk binnen de aangegeven termijn bij het opgegeven postkantoor af te halen. Indien er geen brievenbus is, wordt het poststuk teruggestuurd met de vermelding "niet bezorgd".

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

In geval van een betekening van een stuk rechtstreeks door een postdienst van een andere lidstaat overeenkomstig artikel 14 van de verordening, kan de geadresseerde het poststuk binnen een termijn van vijftien dagen afhalen, gerekend vanaf de dag waarop het stuk gereed ligt. De autoriteit die de betekening verricht laat een schriftelijk bericht achter in de brievenbus van de geadresseerde, waarin hij wordt geïnformeerd dat het poststuk bij het postkantoor is gedeponeerd en daar door hem kan worden afgehaald.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Indien de rechtbank een stuk betekent in de loop van een terechtzitting of een andere gerechtelijke stap waarvan proces-verbaal wordt opgemaakt, wordt daarvan melding gemaakt in de betreffende processen-verbaal. Het proces-verbaal vermeldt naast de andere vereiste gegevens (artikel 40, lid 6, van het WvRV) tevens welk stuk is betekend. Het proces-verbaal wordt ondertekend door de persoon die de betekening heeft verricht en door de ontvanger.

Zie punt 7.2 voor de betekening in de elektronische postbus via het openbare gegevensnetwerk.

Indien het stuk via het openbare gegevensnetwerk aan een elektronische postbus is betekend, wordt het bewijs van betekening geleverd door het elektronische bericht van de geadresseerde waarin hij de ontvangst van het stuk bevestigt en dat is voorzien van zijn gekwalificeerde elektronische handtekening.

Indien de rechtbank een stuk betekent naar aanleiding van een gerechtelijke stap die niet wordt opgetekend in een proces-verbaal of indien de betekening wordt verricht door een daartoe bevoegd orgaan, wordt de betekening vermeld op een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging is een officieel document. De gegevens die staan vermeld op de ontvangstbevestiging worden voor waar aangenomen, behoudens tegenbewijs.

De ontvangstbevestiging dient de volgende gegevens te bevatten:

a) de naam van de rechtbank die het stuk ter betekening heeft verzonden;

b) de naam van het orgaan dat de betekening verricht;

c) de omschrijving van het te betekenen stuk;

d) de naam van de geadresseerde en het adres waaraan het stuk moet worden betekend;

e) de verklaring van het orgaan dat de betekening heeft verricht, ten aanzien van de dag waarop de geadresseerde niet kon worden bereikt, de dag waarop het stuk aan de geadresseerde of de ontvanger is overhandigd, de dag waarop het stuk kon worden afgehaald, de dag waarop de ontvangst van het stuk is geweigerd of de dag waarop niet de benodigde medewerking werd verleend voor een correcte betekening van het stuk;

f) het tijdstip (uur en minuten) van de betekening met vermelding van het "exacte tijdstip van betekening";

g) de naam en voornaam van de persoon die de betekening heeft verricht, zijn handtekening en het stempel van het orgaan dat de betekening heeft verricht;

h) de naam en voornaam van de persoon die het stuk in ontvangst heeft genomen of de ontvangst heeft geweigerd of die niet de benodigde medewerking heeft verleend voor een correcte betekening van het stuk en, indien deze gegevens bij het orgaan dat de betekening verricht bekend zijn, de relatie van deze persoon tot de geadresseerde, indien hij het stuk namens de geadresseerde in ontvangst heeft genomen, en zijn handtekening;

i) een duidelijke aanwijzing of achterlating van het stuk in de brievenbus wel of niet is toegestaan.

Indien het stuk elders is gedeponeerd, dient er op de ontvangstbevestiging tevens te worden vermeld of er een schriftelijk bericht is achtergelaten voor de geadresseerde waarin hij wordt verzocht het stuk af te halen.

Indien de geadresseerde of de ontvanger het afgeleverde stuk afhaalt, dienen op de ontvangstbevestiging tevens de volgende gegevens te worden vermeld:

a) de naam en voornaam van de persoon die het stuk heeft overhandigd, zijn handtekening en het stempel van het orgaan dat de betekening verricht;

b) de verklaring van het orgaan dat de betekening verricht, met betrekking tot de dag waarop het stuk is afgehaald;

c) het tijdstip (uur en minuten) van de betekening met vermelding van het "exacte tijdstip van betekening";

d) de naam en voornaam van de persoon die het gedeponeerde stuk heeft afgehaald, en zijn handtekening.

Indien de geadresseerde of de ontvanger weigert het stuk in ontvangst te nemen, of indien hij niet de benodigde medewerking verleent voor een correcte betekening van het stuk, moet de ontvangstbevestiging ook vermelden of er mondeling of schriftelijk informatie is verstrekt over de gevolgen van de weigering om het stuk in ontvangst te nemen of van de weigering om medewerking te verlenen, evenals de reden die is opgegeven voor de weigering van de inontvangstneming, en, eventueel, op welke manier dat is gebeurd, of op welke wijze de medewerking is geweigerd.

Indien het stuk "op normale wijze" wordt betekend en dus niet aan de geadresseerde of de ontvanger, moeten op de ontvangstbevestiging bovendien de volgende gegevens worden vermeld:

a) de naam van het orgaan dat de betekening verricht, met vermelding van de dag waarop het stuk in de brievenbus van de woning is gedeponeerd of in elke andere door de geadresseerde gebruikte brievenbus;

b) het tijdstip (uur en minuten) van de betekening met vermelding van het "exacte tijdstip van betekening";

c) de voornaam en naam van de persoon die het stuk heeft betekend, zijn handtekening en het stempel van het orgaan dat de betekening heeft verricht.

Indien de ontvanger de ontvangst van het stuk niet met zijn handtekening kan bevestigen, bevestigt de persoon die de betekening verricht of ieder ander geschikt natuurlijk persoon de ontvangst door het plaatsen van zijn handtekening op de ontvangstbevestiging.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

De Tsjechische wet voorziet niet in de mogelijkheid om een verkeerd uitgevoerde betekening te herstellen. Is de betekening niet volgens de wettelijke procedure verricht, dan moet het stuk opnieuw worden betekend.

Gelet op het feit dat volgens het Tsjechische recht in veel gevallen "indirecte" betekening en de daaruit volgende fictieve betekening is toegestaan, kan de geadresseerde, indien hij door objectieve belemmeringen niet binnen de gestelde termijn kennis heeft kunnen nemen van een stuk, een beroep doen op het beginsel van ondoelmatigheid van de betekening.

De bevoegde rechtbank kan de ondoelmatigheid alleen uitspreken op verzoek van de partij die de geadresseerde van het betreffende stuk was (deze uitzondering is slechts van toepassing in het geval van vrijwillige rechtspraak waarbij de rechtbank de doelmatigheid van de betekening zelfs ambtshalve kan onderzoeken). Een verzoek daartoe moet binnen vijftien dagen worden ingediend volgend op de dag waarop de geadresseerde kennis heeft genomen of had kunnen nemen van het te betekenen stuk. De rechtbank spreekt de ondoelmatigheid van de betekening alleen uit indien de geadresseerde vanwege een gegronde reden geen kennis heeft kunnen nemen van het stuk. De partij dient derhalve in het verzoek de informatie te verstrekken waaruit blijkt dat het verzoek tijdig is ingediend (binnen de genoemde termijn van vijftien dagen) en gegrond is. Als gegronde redenen kunnen bijvoorbeeld een ziekte, een ziekenhuisopname enzovoort worden aangevoerd. Het gaat dus om redenen of objectieve belemmeringen die ervoor hebben gezorgd dat de partij geen kennis heeft kunnen nemen van de stukken. De betekening kan niet ondoelmatig worden verklaard in het geval waarin de geadresseerde de betekening bewust uit de weg is gegaan, of wanneer hij niet duurzaam verblijft op het voor de betekening opgegeven adres (de partij is ten behoeve van de betekening verplicht om het adres op te geven waar hij daadwerkelijk verblijft).

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De kosten voor betekening worden over het algemeen gedragen door de rechtbank die zorg draagt voor de betekening van het stuk.

Laatste update: 06/03/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Betekening of kennisgeving van stukken - Duitsland

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Betekening is de in wettelijk voorgeschreven vorm uit te voeren en vast te leggen bekendmaking van schriftelijke verklaringen en beslissingen. Onder bekendmaking wordt verstaan het verschaffen van de mogelijkheid tot kennisneming.

De betekening is bedoeld om het recht van hoor en wederhoor en een eerlijk proces te garanderen. De betekening moet ervoor zorgen dat de geadresseerde daadwerkelijk van een gerechtelijke procedure kennisneemt, of moet tenminste de mogelijkheid tot ongestoorde kennisneming garanderen. Doel van elke kennisgeving is dan ook de bekendmaking van de inhoud aan de geadresseerde. Daadwerkelijke kennisneming wordt aan de geadresseerde overgelaten.

Degene die een stuk laat betekenen, moet de mogelijkheid hebben het tijdstip en de wijze van overhandiging van een document aan de geadresseerde aan te tonen. De rechtszekerheid vereist dit.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Welke documenten formeel moeten worden betekend, is niet uitputtend in de wet geregeld.

Ambtshalve moeten die documenten worden betekend waarvan de betekening wettelijk is voorgeschreven of door de rechtbank is bevolen (§ 166, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (WvRV (Zivilprozessordnung – ZPO)).

Een betekening op vordering van de partijen vindt plaats wanneer deze wettelijk is voorgeschreven, zoals bij beslaglegging, een voorlopige voorziening of een beslissing tot verpanding of overwijzing (§ 191 WvRV).

Formele betekening is altijd nodig wanneer dat doelmatig is en de rechtszekerheid dit vereist, bijvoorbeeld omdat pas door de feitelijke kennisgeving rechten ontstaan of termijnen ingaan. Van rechtswege moeten daarom bijvoorbeeld dagvaardingen of vonnissen en rechterlijke beslissingen waartegen onmiddellijk in beroep kan worden gegaan, worden betekend.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen ambtshalve betekening en betekening op vordering van de partijen.

Bij de ambtshalve betekening geschiedt de betekening in beginsel door de griffie van de rechtbank waarbij de procedure reeds en nog steeds aanhangig is (§ 168, lid 1, WvRV). De griffie heeft de bevoegdheid om naar eigen inzicht de meest geschikte wijze van betekening te kiezen.

De griffiemedewerker beschikt hierbij over de volgende mogelijkheden:

  • Hij kan bijvoorbeeld betekenen aan een advocaat tegen ontvangstbevestiging (§ 174 WvRV).
  • Hij kan het document aan de geadresseerde of zijn wettelijke vertegenwoordiger betekenen door het document ter griffie van de rechtbank te overhandigen (§ 173 WvRV).
  • Hij kan een postdienst met de uitvoering van de betekening belasten. Postdienst verwijst in Duitsland naar elke onderneming die een vergunning heeft om postdiensten te verlenen, afgegeven door het Federaal Agentschap Netwerken (Bundesnetzagentur). Daarbij kan hij, als bijzondere ondercategorie, kiezen voor betekening door middel van een aangetekende brief met ontvangstbevestiging (§ 175 WvRV).
  • Hij kan een justitiemedewerker met de uitvoering van de betekening belasten.

In enkele bij de wet voorgeschreven gevallen is de rechter bevoegd om betekening te gelasten, bijvoorbeeld bij betekening in het buitenland (§§ 183 en 184) of bij openbare betekening (§§186 en 187 WvRV).

Betekening op vordering van de partijen gebeurt in beginsel door de gerechtsdeurwaarder. Deze krijgt zijn opdracht hetzij rechtstreeks van de partijen, hetzij via de griffie van de rechtbank waar de zaak aanhangig is (§192 WvRV).

De gerechtsdeurwaarder kan op zijn beurt een postdienst met de uitvoering van de betekening belasten (§194 WvRV).

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Indien de geadresseerde van het te betekenen stuk niet meer woont op het adres woont dat staat vermeld in de aanvraag om betekening, spant de Duitse ontvangende autoriteit zich over het algemeen in om het huidige adres te achterhalen. Dat gebeurt niet alleen in het geval waarin de geadresseerde is verhuisd, maar ook wanneer de aanvraag om betekening een onvolledig of foutief adres bevat. De autoriteit verricht deze dienst echter op vrijwillige basis en heeft daartoe geen verplichting.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Buitenlandse overheidsinstanties en buitenlandse particulieren mogen op grond van artikel 44 van de federale burgerregistratiewet (BMG) bepaalde gegevens van een persoon opvragen bij de Duitse registratieautoriteiten zonder hiervoor de reden te hoeven opgeven. Deze gegevens worden verstrekt door middel van een eenvoudig uittreksel uit het bevolkingsregister.

Het eenvoudig uittreksel uit het bevolkingsregister bevat de volgende gegevens:

● de naam,

● de voornamen,

● een academische titel,

● de huidige adressen, en

● eventueel een vermelding wanneer de persoon is overleden.

De aanvraag moet worden ingediend bij de bevoegde registratieautoriteit. Over het algemeen is dat het gemeentehuis of het stadskantoor in de woonplaats van de persoon in kwestie.

Voor het uittreksel uit het bevolkingsregister is een vergoeding verschuldigd. De hoogte van de vergoeding verschilt per deelstaat.

Het uittreksel uit het bevolkingsregister kan alleen worden afgegeven indien de verzoekende instantie voldoende gegevens verstrekt waarmee de identiteit van de gezochte persoon nauwkeurig kan worden vastgesteld; het is niet mogelijk een overzicht met zoekresultaten te sturen.

Bovendien mag een uittreksel uit het bevolkingsregister niet worden afgegeven indien de verstrekking van gegevens van de betrokken persoon is geblokkeerd overeenkomstig artikel 41 van de federale burgerregistratiewet, of indien bekendmaking van de gegevens anderszins in strijd is met de beschermde belangen van de betrokken persoon (artikel 8 van de federale burgerregistratiewet).

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

In Duitsland wordt het zoeken van een adres in de regel niet beschouwd als een taak van de rechtbank.

Aangezien de buitenlandse overheidsinstanties en buitenlandse particulieren zelf rechtstreeks een eenvoudig uittreksel uit het bevolkingsregister kunnen aanvragen, is het niet nodig om een verzoek overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1206/2001 in te dienen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

In de praktijk is de ambtshalve betekening de meest voorkomende wijze van betekening. Deze wordt gewoonlijk door een postdienst uitgevoerd. De griffiemedewerker geeft de postdienst opdracht tot betekening en overhandigt het te betekenen document in een verzegelde envelop en met een voorgedrukt formulier voor exploot (§ 176 WvRV). De postmedewerker voert de betekening vervolgens uit. Daarbij moet het document bij voorkeur rechtstreeks aan de geadresseerde worden betekend; het stuk moet hem dus persoonlijk worden overhandigd. Deze overhandiging kan overal plaatsvinden en de postmedewerker is dus niet aan bepaalde plaats gebonden voor het verrichten van de betekening (§177 WvRV).

Onder geadresseerde in bovenstaande zin wordt verstaan de persoon voor wie het document bestemd is, zijn wettelijke (§170 WvRV) of gevolmachtigde vertegenwoordiger (§171 WvRV).

De postmedewerker vult na de betekening het voorbedrukte exploot in en stuurt dit als bewijs van de betekening onverwijld aan de griffie van de rechtbank terug.

Wordt de partij door een advocaat vertegenwoordigd, dan wordt het document doorgaans aan de advocaat betekend tegen ontvangstbevestiging (§171 en 174 WvRV). De advocaat stuurt na ontvangst van het document de door hem ondertekende bevestiging terug naar de rechtbank.

Indien beide partijen door een advocaat zijn vertegenwoordigd, kan de ene advocaat aan de andere advocaat betekenen (§195 WvRV). Dit geldt ook voor documenten die ambtshalve moeten worden betekend en er niet tegelijkertijd ook een gerechtelijk bevel aan de wederpartij moet worden meegedeeld. In het document zelf moet worden verklaard dat de betekening door de ene advocaat aan de andere is verricht. Ook hier geldt dat de ontvangstbevestiging, voorzien van datum en handtekening, geldt als bewijs van de betekening.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Gerechtelijke stukken mogen in alle civiele procedures op elektronische wijze worden betekend. Het document moet ten behoeve van de verzending zijn voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening en zijn beveiligd om onbevoegde toegang door derden te voorkomen. Alle advocaten, notarissen, deurwaarders, belastingadviseurs, evenals autoriteiten, gemeentelijke instanties of overheidsinstellingen zijn verplicht een elektronische handtekening te accepteren. Elektronische betekening aan andere procespartijen is alleen mogelijk indien zij uitdrukkelijk hebben ingestemd met de verzending van elektronische documenten. Voor het versturen van documenten kan echter ook gebruik worden gemaakt van het beveiligde e-mailsysteem De-Mail in de zin van artikel 1 van de wet betreffende het De-Mail-systeem (De-Mail-Gesetz).

Betekening aan advocaten, notarissen, deurwaarders, belastingadviseurs, evenals aan autoriteiten, gemeentelijke instanties of overheidsinstellingen mag tevens per fax worden verricht.

De ontvangstbevestiging voorzien van datum en handtekening van de geadresseerde geldt als voldoende bewijs van betekening. De ontvangstbevestiging kan op papier, per fax of als elektronische document naar de rechtbank worden teruggestuurd.

Betekening per sms is niet toegestaan.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

Wanneer een rechtstreekse betekening aan de geadresseerde niet mogelijk is, is een zogenaamde vervangende betekening ("Ersatzzustellung") mogelijk.

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Vervangende betekening aan een "plaatsvervangend geadresseerde"

De eerste mogelijkheid is een vervangende betekening in de woning, in de bedrijfsruimten of in een gemeenschappelijke instelling (§178 WvRV). Dit wil zeggen dat een vervangende betekening mogelijk is wanneer de persoon aan wie de betekening moet worden verricht, niet wordt aangetroffen in zijn woning, de bedrijfsruimten of de gemeenschappelijke instelling waar hij woont.

De vervangende betekening geschiedt door overhandiging van het document aan een van de volgende personen:

  • in het woonhuis van de geadresseerde: aan een volwassen familielid, een huisbediende van de familie of een volwassen permanente medebewoner;
  • in de bedrijfsruimten van de geadresseerde: aan een daar in dienst zijnde persoon;
  • in gemeenschappelijke instellingen: aan de leidinggevende of een daartoe gemachtigde vertegenwoordiger.

Betekening aan de genoemde personen is echter niet toegestaan indien zij als wederpartij van de geadresseerde bij de procedure betrokken zijn.

Vervangende betekening door deponeren in de brievenbus

Indien de vervangende betekening in de woning of de bedrijfsruimten onuitvoerbaar is gebleken, kan deze geschieden door deponeren in de brievenbus (§180 WvRV). Het document moet hiertoe worden gedeponeerd in de brievenbus behorend bij de woning of de bedrijfsruimten van de geadresseerde.

Vervangende betekening door neerlegging

Wanneer vervangende betekening niet mogelijk is in de instelling waar de geadresseerde woont en evenmin door het deponeren in de brievenbus, kan vervangende betekening plaatsvinden door neerlegging van het te betekenen document (§181 WvRV).

Deze neerlegging is mogelijk hetzij bij de griffie van het kantongerecht (Amtsgericht) van het district waarin de plaats van betekening is gelegen, hetzij — wanneer een postdienst met de uitvoering van de betekening is belast — op een door de postdienst bepaald afhaalpunt in de gemeente van betekening of in de gemeente waar de rechtbank is gezeteld.

Er moet een schriftelijke mededeling van de neerlegging aan de geadresseerde worden gedaan op een wijze die bij normale brieven gebruikelijk is. Indien dit niet mogelijk is, moet de mededeling aan de deur van de woning, de bedrijfsruimte of de instelling worden bevestigd.

Het neergelegde document moet drie maanden worden bewaard. Indien het niet document niet binnen deze termijn wordt afgehaald, moet het aan de afzender worden teruggestuurd.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

In het geval van vervangende betekening in de woning, in de bedrijfsruimten of in een gemeenschappelijke instelling (§178 WvRV), wordt de betekening geacht te zijn verricht nadat het document aan de plaatsvervangend geadresseerde is overhandigd.

In geval van vervangende betekening door deponeren in de brievenbus (§180 WvRV) wordt de betekening geacht te zijn verricht nadat het document in de brievenbus is gedeponeerd.

In geval van vervangende betekening door neerlegging (§181 WvRV) wordt de betekening geacht te zijn verricht na achterlating van de mededeling van de neerlegging.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Er dient een schriftelijke mededeling in de vorm van een modelformulier naar het adres van de geadresseerde te worden gestuurd op de wijze die gewoonlijk wordt gebruikt voor gewone brieven. Indien dit niet mogelijk is, moet de mededeling aan de deur van de woning, de bedrijfsruimte of de instelling waar hij woont worden bevestigd.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Ingeval de geadresseerde thuis is maar weigert het document in ontvangst te nemen, zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Indien de weigering gerechtvaardigd is, moet opnieuw betekening worden gedaan. Een weigering is bijvoorbeeld gerechtvaardigd bij een onjuist adres of een onnauwkeurige aanduiding van de geadresseerde;

Indien de weigering niet gerechtvaardigd is, moet het document in de woning of de bedrijfsruimte worden achtergelaten. Indien de geadresseerde geen woonhuis of bedrijfsruimten heeft, moet het document aan de afzender worden teruggestuurd. Indien de inontvangstneming ten onrechte is geweigerd, wordt de betekening niettemin geacht te zijn verricht (§179 WvRV).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Overeenkomstig artikel RL 141.3 van de Regeling Brievenpost van het Algemeen Postverdrag, mag de ontvangstbevestiging ook worden ondertekend door een andere persoon die op grond van de nationale bepalingen bevoegd is het poststuk in ontvangst te nemen. (Deutsche Post AG, de "aangewezen aanbieder" voor de verzorging van internationale zendingen, spreekt op dit punt van "plaatsvervangend geadresseerde", waarvan een definitie is opgenomen in de algemene verkoopvoorwaarden voor brieven). De personen die mogen fungeren als plaatsvervangend geadresseerde staan vermeld in artikel 178 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering en worden ook genoemd onder punt 7.1 hierboven.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Overeenkomstig artikel RL 151 van de Regeling Brievenpost van het Algemeen Postverdrag moet de postdienst een poststuk dat niet kon worden bezorgd bewaren. Deutsche Post AG overhandigt een aangetekend poststuk alleen aan de geadresseerde in persoon of aan een persoon die door de geadresseerde schriftelijk is gemachtigd.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Overeenkomstig artikel 151.5.3 van het Algemeen Postverdrag wordt de bewaartermijn vastgesteld in de nationale regelgeving. De termijn mag echter niet langer zijn dan een maand. Nadat een bericht aan de geadresseerde is achtergelaten, bewaart Deutsche Post AG bewaart het poststuk gedurende een week. De postmedewerker laat een bericht achter in de brievenbus van de geadresseerde waarin staat vermeld waar en wanneer het poststuk kan worden afgehaald.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Ja. Als bewijs van betekening moet door middel van een voorbedrukt formulier een exploot worden opgesteld en onmiddellijk aan de griffie van de rechtbank worden teruggestuurd (§ 182 WvRV). Dit exploot bevat alle gegevens die nodig zijn om te kunnen aantonen dat de betekening is verricht, in het bijzonder:

  • de persoon aan wie moet worden betekend,
  • de persoon aan wie het document is overhandigd,
  • de plaats, de datum, en op bevel van de rechtbank ook het tijdstip van de betekening,
  • de voor- en achternaam van de betekenaar, en eventueel de met de uitvoering belaste onderneming of ontvangende instantie.

Wanneer betekening op verzoek van de partijen gebeurt, moet het exploot worden overhandigd aan de partij op verzoek van wie de betekening is verricht (§ 193, lid 3, WvRV).

In geval van een vervangende betekening zijn enkele bijzonderheden van toepassing. De reden voor de vervangende betekening moet altijd in het exploot worden vermeld. Indien de vervangende betekening is verricht door neerlegging, moet in het exploot worden vermeld op welke wijze de schriftelijke mededeling van die neerlegging is overhandigd. Indien de ontvangst van het document ten onrechte is geweigerd, moet in het exploot worden vermeld wie de ontvangst heeft geweigerd en of het poststuk op de plaats van betekening is achtergelaten of naar de afzender is teruggestuurd.

In bepaalde bij wet vastgelegde gevallen is geen exploot als bewijs vereist:

  • In geval van betekening door overhandiging aan de griffie van de rechtbank geldt de vermelding in het dossier en op het document dat de betekening is verricht en wanneer, als bewijs van betekening (§ 173, tweede zin, WvRV).
  • Bij betekening aan een advocaat volstaat een ontvangstbevestiging van de advocaat als bewijs (§ 174, leden 1 en 4 WvRV).
  • In geval van betekening door middel van een aangetekende brief met ontvangstbevestiging, volstaat de ontvangstbevestiging als bewijs (§ 175, tweede zin, WvRV).
  • Dit geldt ook wanneer een betekening in het buitenland wordt verricht per aangetekende brief met ontvangstbevestiging (§ 183, lid 1, punt 1 en lid 2, eerste zin, WvRV).
  • Bij betekening in het buitenland met hulp van de autoriteiten van de desbetreffende staat, of van de consulaire vertegenwoordiging of het ministerie van Buitenlandse zaken van Duitsland, geldt een verklaring van de betrokken autoriteit als bewijs van betekening (§ 183, lid 1, nrs. 2 en 3, lid 2, tweede zin, WvRV).

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Een betekening die in strijd met de wettelijke voorgeschreven vorm heeft plaatsgehad, is in beginsel nietig voor zover er essentiële voorschriften zijn overtreden.

De wet staat uitzonderingen op dit beginsel toe, waarbij rekening wordt gehouden met het doel van de betekening, namelijk aantonen óf en wanneer de geadresseerde het te betekenen document heeft ontvangen.

Indien niet kan worden aangetoond dat een document volgens de voorgeschreven wijze is betekend of indien het document is overhandigd in strijd met dwingende voorschriften voor betekening, wordt de betekening geacht te zijn verricht op het moment waarop het document daadwerkelijk is overhandigd aan de geadresseerde of aan de persoon aan wie het overeenkomstig de wet kan worden overhandigd (§189 WvRV). De fout met betrekking tot de betekening is op deze wijze hersteld. Herstel van de schending van voorschriften voor betekening is niet ter beoordeling van de rechtbank. Ook indien door de betekening een harde (dus onveranderlijke) termijn ingaat, kan het herstel intreden als de bovengenoemde voorwaarden van toepassing zijn.

Ingeval de geadresseerde het te betekenen document niet ontvangt, zijn er twee mogelijkheden:

  • Indien bij de betekening essentiële voorschriften zijn geschonden, vervalt de herstelmogelijkheid. De betekening is dus nietig en moet opnieuw worden verricht.
  • Indien de betekening volgens de wettelijke voorschriften heeft plaatsgehad, wordt deze geacht te zijn verricht. Dit volgt uit de regels met betrekking tot de vervangende betekening. Indien de geadresseerde geen kennis heeft kunnen nemen van de betekening om redenen die hem niet zijn te verwijten, kan de geadresseerde op grond van § 230 e.v. WvRV een verzoek tot herstel in de vorige toestand indienen.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen ambtshalve betekening en betekening op vordering van de partijen.

Bij bepaalde procedures waarbij de kosten afhankelijk zijn van de waarde van de zaak, zijn de eerste tien betekeningen inbegrepen in de proceskosten. Voor aanvullende betekeningen en betekeningen verricht in het kader van andere procedures wordt een vast bedrag in rekening gebracht van 3,50 euro per betekening met exploot, per aangetekende brief met ontvangstbevestiging of door een medewerker van de rechtbank. Een betekening op verzoek van de partijen gebeurt door de gerechtsdeurwaarder. Voor de betekening door afgifte bij de post ontvangt de gerechtsdeurwaarder een vergoeding van 3,00 euro. Hier moeten de kosten voor fotokopieën en verzendkosten nog bij worden opgeteld. Wanneer een document dat aan de gerechtsdeurwaarder ter betekening is overhandigd, moet worden gewaarmerkt, wordt een apart vast bedrag aan administratiekosten in rekening gebracht. De kosten voor de eerste vijftig bladzijden bedragen 0,50 EUR per bladzijde, en voor elke volgende bladzijde 0,15 euro.

Wordt het document door de gerechtsdeurwaarder in persoon betekend, dan bedraagt het tarief 10,00 euro. In dat geval brengt de gerechtsdeurwaarder bovendien reiskosten in rekening, variërend van 3,25 euro tot 16,25 euro, afhankelijk van de af te leggen afstand.

Laatste update: 14/12/2016

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Estland

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

De betekening of kennisgeving van een stuk houdt in dat een document aan de geadresseerde wordt overhandigd, zodat hij tijdig kennis kan nemen van de inhoud van het stuk en zijn rechten kan uitoefenen en verdedigen. Hoofdstuk 34 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet in verschillende wijzen van betekening of kennisgeving, zoals betekening of kennisgeving van het stuk per aangetekend schrijven, op elektronische wijze, door een gerechtsdeurwaarder, betekening of kennisgeving aan de vertegenwoordiger van de geadresseerde, kennisgeving van het stuk per post of openbare betekening door publicatie in het officiële publicatieblad Ametlikud Teadaanded. De betekening of kennisgeving van een stuk wordt alleen geacht te zijn verricht indien de uitreiking heeft plaatsgevonden op de in de wet bepaalde wijze. Bovendien moet hiervan bewijs worden vastgelegd in een speciaal voorgeschreven formaat.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Overeenkomstig artikel 306, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering moet de rechtbank betekening of kennisgeving aan de procespartij verrichten van de volgende documenten: verzoekschriften, beroepschriften en de bijbehorende bijlagen, dagvaardingen, rechterlijke beslissingen en beschikkingen tot sluiting van een procedure en andere in de wet genoemde processtukken.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De rechtbank zorgt voor de betekening of kennisgeving van stukken via een postdienst, een gerechtsdeurwaarder of, conform het reglement voor de procesvoering van de rechtbank, een andere gerechtelijke ambtenaar, of op elke andere in de wet bepaalde wijze. Indien een procespartij een stuk heeft ingediend waarvan betekening of kennisgeving nodig is, of indien in haar belang een ander stuk moet worden betekend of ter kennis gebracht, kan deze partij toestemming vragen aan de rechtbank om zelf te zorgen voor de betekening of kennisgeving van het stuk. Een procespartij mag de betekening of kennisgeving van een stuk uitsluitend laten verrichten door een gerechtsdeurwaarder. De betekening of kennisgeving evenals de schriftelijke vastlegging daarvan geschiedt in dat geval onder dezelfde voorwaarden als wanneer de betekening of kennisgeving via de rechtbank door een gerechtsdeurwaarder wordt verricht. De rechtbank beoordeelt of de betekening of kennisgeving van het stuk als verricht kan worden beschouwd.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

De ontvangende autoriteit van het verzoek (het ministerie van Justitie of de rechtbank) controleert naast de bestaande gegevens of de persoon staat ingeschreven in het bevolkingsregister en/of het handelsregister.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Iedereen kan het handelsregister gratis raadplegen en zoeken naar adressen van ingeschreven bedrijven. Het handelsregister kan worden gevonden op de volgende website:De link wordt in een nieuw venster geopend.https://ariregister.rik.ee/

Om het adres van een particulier te achterhalen, kan een officieel verzoek worden ingediend om gegevens uit het bevolkingsregister op te vragen. In het verzoek moet worden aangegeven waarom de gegevens worden opgevraagd, zodat de ambtenaren van het register kunnen beoordelen of de verstrekking van die gegevens gegrond is. Het bevolkingsregister wordt beheerd door het centrum voor informatietechnologie en ontwikkeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken (Siseministeeriumi infotehnoloogia- ja arenduskeskus, SMIT). Op de website van het centrum kan informatie worden gevonden over het indienen van een verzoek: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.smit.ee/

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De rechtbanken nemen internationale verzoeken betreffende de betekening en kennisgeving van stukken en bewijsverkrijging in behandeling zonder daarvoor kosten in rekening te brengen, dat wil zeggen dat zij verplicht zijn alles in het werk te stellen om het adres van de betrokkene te achterhalen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Als algemene regel geldt dat het orgaan dat verantwoordelijk is voor het procedureverloop beslist welke wijze van betekening of kennisgeving wordt gebruikt. De rechtbanken moeten stukken echter in de eerste plaats elektronisch betekenen via het openbaar internetportaal voor elektronische dossiers of per e-mail. De wet stelt het gebruik van elektronische betekening niet verplicht, maar deze methode levert wel een besparing op de verzendkosten op. Het gebruik van elektronische betekening neemt steeds verder toe. De rechtbank kan ook voor een alternatieve wijze kiezen, zoals betekening per post of door een gerechtsbode, of voor een van de andere in de wet bepaalde mogelijkheden.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Elektronische betekening of kennisgeving is in alle procedures toegestaan.

Overeenkomstig artikel 311 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt elektronische betekening of kennisgeving van een stuk gedaan via het daartoe opgezette informatiesysteem. De procespartijen ontvangen een melding dat het document beschikbaar is in het systeem. De rechtbank stelt alle processtukken, waaronder rechterlijke beslissingen, direct via het informatiesysteem beschikbaar aan alle procespartijen, ongeacht de wijze waarop betekening of kennisgeving van de stukken heeft plaatsgevonden. Toegang tot het informatiesysteem is uitsluitend mogelijk met een Estlands identiteitsbewijs. De betekening of kennisgeving van het stuk wordt geacht te zijn verricht zodra de geadresseerde het document in het informatiesysteem heeft geopend of nadat hij via het systeem de ontvangst heeft bevestigd zonder het te openen. Hetzelfde geldt indien dit is gedaan door een ander persoon die door de geadresseerde is gemachtigd om de stukken in het informatiesysteem te raadplegen. De betekening of kennisgeving van het stuk wordt automatisch in het informatiesysteem geregistreerd.

Indien de geadresseerde naar alle waarschijnlijkheid niet in staat is om het informatiesysteem voor de betekening of kennisgeving van stukken te gebruiken, of indien de betekening of kennisgeving via dit systeem om technische redenen niet mogelijk is, kan de rechtbank het stuk op een andere elektronische wijze aan de geadresseerde betekenen of ter kennis brengen. In dat geval wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht wanneer de geadresseerde de ontvangst van het stuk schriftelijk, per fax of elektronisch bevestigt. De ontvangstbevestiging vermeldt de datum van ontvangst en moet worden ondertekend door de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger. De elektronische ontvangstbevestiging moet zijn voorzien van de elektronische handtekening van de geadresseerde of worden verstuurd via een andere beveiligde methode waarmee de identiteit van de afzender en de verzenddatum kunnen worden vastgesteld. Dit hoeft niet als de rechtbank geen reden heeft om eraan te twijfelen dat de ontvangstbevestiging zonder elektronische handtekening door de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger is verstuurd. De ontvangstbevestiging moet onverwijld naar de rechtbank worden teruggestuurd. De rechtbank kan een boete opleggen aan de procespartij of haar vertegenwoordiger die niet aan deze verplichting heeft voldaan.

De betekening of kennisgeving van een stuk aan een advocaat, notaris, gerechtsdeurwaarder, faillissementscurator of een nationale of lokale autoriteit op een andere wijze dan via het elektronische informatiesysteem, is alleen toegestaan indien daarvoor een gegronde reden is.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Overeenkomstig artikel 322, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van het stuk ook geacht te zijn verricht wanneer de geadresseerde niet op zijn huisadres kon worden bereikt en het document is uitgereikt aan een persoon van minimaal 14 jaar die op het adres van de geadresseerde woont of in dienst is van zijn gezin. Lid 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat betekening of kennisgeving van het stuk, in plaats van aan de geadresseerde, ook kan worden verricht aan de vereniging van eigenaren die het gebouw beheert waarin de woning of het bedrijf van de geadresseerde zich bevindt, aan de beheerder van het mede-eigendom of aan de verhuurder van de geadresseerde; betekening of kennisgeving kan tevens worden verricht aan de werkgever van de geadresseerde of aan een ander persoon aan wie de geadresseerde op contractbasis diensten verleent. Op grond van lid 3 wordt de betekening of kennisgeving aan de geadresseerde geacht te zijn verricht, indien deze is gedaan aan de vertegenwoordiger van de geadresseerde op een van de wijzen als bepaald in de leden 1 en 2 van ditzelfde artikel. De betekening of kennisgeving van een stuk wordt overeenkomstig artikel 322, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering eveneens geacht te zijn verricht aan een persoon in langdurige militaire dienst, of aan een persoon die in een penitentiaire inrichting, gezondheidsinstelling of in een andere vergelijkbare instelling verblijft, door overhandiging van het stuk aan het hoofd van de betreffende instelling of aan een door hem gemachtigd persoon, tenzij de wet anders bepaalt.

Artikel 323 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat indien een stuk moet worden betekend of ter kennis gebracht aan een natuurlijk persoon die een economische activiteit verricht of een beroep uitoefent maar die niet tijdens de gebruikelijke werktijden in het bedrijf aanwezig is, of het stuk niet in ontvangst kan nemen, de betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht na overhandiging van het stuk aan een werknemer die gewoonlijk in het bedrijf van de geadresseerde aanwezig is of aan een persoon die op vaste contractbasis diensten aan hem verleent.
Hetzelfde geldt op grond van lid 2 in geval van betekening of kennisgeving van stukken aan een rechtspersoon, bestuursorgaan, notaris en gerechtsdeurwaarder, alsmede aan de vertegenwoordiger van een geadresseerde of een ander persoon aan wie de stukken kunnen worden betekend of ter kennis gebracht in plaats van aan de geadresseerde.

Krachtens artikel 326, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van een stuk geacht te zijn verricht als het stuk is achtergelaten in de brievenbus van de woning of het bedrijf, of op een andere soortgelijke plaats die de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger gebruikt voor het ontvangen van post en die over het algemeen voldoende bescherming biedt voor het stuk, omdat het stuk niet kan worden betekend of ter kennis gebracht door overhandiging in de woning of het bedrijf van de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger. De betekening of kennisgeving van een stuk kan op deze wijze worden verricht aan de vereniging van eigenaren die het gebouw beheert waarin de woning of het bedrijf van de geadresseerde zich bevindt, aan de beheerder van het mede-eigendom of aan de verhuurder van de geadresseerde. Ook kan de betekening of kennisgeving worden verricht aan de werkgever van de geadresseerde of aan een ander persoon aan wie de geadresseerde op contractbasis diensten verleent. Dit geldt echter uitsluitend wanneer het niet mogelijk is het stuk in persoon aan de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger te betekenen of ter kennis te brengen. De betekening of kennisgeving op de wijzen zoals beschreven in lid 1 van dit artikel is, overeenkomstig lid 2 van hetzelfde artikel, uitsluitend toegestaan indien ten minste twee pogingen zijn ondernomen, op duidelijk verschillende tijdstippen en met een tussenpoos van minimaal drie dagen, om het stuk persoonlijk aan de betrokkene te overhandigen, en het evenmin mogelijk is het stuk te overhandigen aan een ander in de woning of het bedrijf aanwezig persoon overeenkomstig artikel 322, lid 1, of artikel 323, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Betekening of kennisgeving van een stuk op een specifiek aangewezen plek is toegestaan op grond van artikel 327 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Het stuk mag overeenkomstig artikel 217, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering onder de voorwaarden van artikel 326 tevens worden gedeponeerd bij het postkantoor, het gemeentehuis of de griffie van de rechtbank in eerste aanleg van het arrondissement waarin de plaats van betekening of kennisgeving is gelegen.

Ingevolge artikel 317, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan een stuk, krachtens een rechterlijk bevel, in het openbaar aan een procespartij worden betekend of ter kennis gebracht indien:

  1. het adres van de partij niet staat ingeschreven in het register of indien de betrokkene niet op het in het register genoemde adres woont en zijn woon- of verblijfplaats niet op een andere wijze door de rechtbank kan worden achterhaald, en de betekening of kennisgeving van de akte niet kan worden verricht aan de vertegenwoordiger van de geadresseerde noch aan een persoon die gemachtigd is voor de inontvangstneming van het stuk, noch op een andere in dit artikel genoemde wijze;
  2. de betekening of kennisgeving in het buitenland naar alle waarschijnlijkheid niet volgens de voorschriften kan worden verricht;
  3. het stuk niet kan worden betekend of ter kennis gebracht omdat de plaats van betekening of kennisgeving de woonplaats van de persoon is die zich buiten het nationaal grondgebied bevindt.

Overeenkomstig artikel 317, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt een samenvatting van het stuk dat moet worden betekend of ter kennis gebracht, gepubliceerd in het officiële publicatieblad Ametlikud Teadaanded. De rechtbank die de zaak behandelt kan middels een bevel toestemming geven voor publicatie van de samenvatting in andere bladen.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Indien een stuk wordt betekend of ter kennis gebracht op grond van de artikelen 322 en 323 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht op het moment dat het stuk is overhandigd aan de persoon aan wie het conform diezelfde artikelen moet worden overhandigd.

Betekening of kennisgeving door achterlating in de brievenbus op grond van artikel 326 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt geacht te zijn verricht zodra het stuk in de betreffende brievenbus is gedeponeerd.

Wanneer betekening of kennisgeving is verricht door het stuk in depot te geven conform artikel 327, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt het geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht drie dagen na achterlating of verzending van het schriftelijke bericht als bedoeld in lid 2 van dat artikel. De datum van betekening of kennisgeving wordt vermeld op de envelop waarin het stuk zich bevindt.

In geval van openbare betekening of kennisgeving wordt het stuk geacht te zijn betekend of ter kennis zijn gebracht na afloop van een termijn van 30 dagen, gerekend vanaf de datum waarop de samenvatting in het officiële publicatieblad Ametlikud Teadaanded is gepubliceerd (art. 317, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). De rechtbank die de zaak behandelt kan beslissen dat er een langere termijn wordt aangehouden voordat de betekening of kennisgeving van het stuk geacht wordt te zijn verricht. In dat geval wordt deze termijn tegelijkertijd met de openbare betekening of kennisgeving bekendgemaakt.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Wanneer betekening of kennisgeving wordt verricht door het stukken te deponeren overeenkomstig artikel 327, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt een bericht betreffende het depot achtergelaten of verstuurd naar het adres van de geadresseerde. Indien dat niet mogelijk is, wordt het bericht op de deur van de woning, het bedrijf of de verblijfsruimte aangeplakt of overhandigd aan een persoon die in de buurt woont en die het stuk aan de geadresseerde moet overhandigen. In het bericht moet duidelijk worden vermeld dat het gedeponeerde stuk afkomstig is van een rechtbank en dat het stuk door het in depot te geven geacht wordt te zijn betekend of ter kennis gebracht en dat eventuele proceduretermijnen vanaf die datum beginnen te lopen.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Uit artikel 325 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering volgt dat indien de geadresseerde weigert het stuk, zonder gegronde reden, in ontvangst te nemen, het stuk wordt geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht vanaf het moment van de weigering. In dat geval wordt het stuk achtergelaten in de woning of het bedrijf van de geadresseerde of in zijn brievenbus. Indien er geen gebouw of brievenbus is, wordt het stuk teruggestuurd naar de rechtbank.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Overeenkomstig artikel 3161, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering betreffende de toepassing van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad, wordt de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken in Estland verricht op basis van die verordening en volgens de procedure voor betekening en kennisgeving van processtukken van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Openbare betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken is niet toegestaan.

Overeenkomstig artikel 313, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is betekening of kennisgeving van stukken aan een ander persoon dan de geadresseerde alleen toegestaan in de gevallen bepaald in afdeling VI van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Deze persoon is verplicht het stuk zo spoedig mogelijk aan de geadresseerde te overhandigen. Een persoon kan alleen weigeren het stuk in ontvangst te nemen als hij kan aantonen dat hij het stuk niet aan geadresseerde kan overhandigen. Aan de betreffende persoon moet worden uitgelegd dat hij verplicht is het stuk te overhandigen. De betekening of kennisgeving is geldig, ongeacht of deze uitleg is gegeven.

Hieruit volgt dat conform Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad, het tevens mogelijk is de wijzen van betekening en kennisgeving te gebruiken die worden omschreven onder punt 2.1 hierboven en zijn vastgesteld in de artikelen 322 en 323 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering:

Overeenkomstig artikel 322, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van het stuk ook geacht te zijn verricht wanneer de geadresseerde niet op zijn huisadres kon worden bereikt en het document is uitgereikt aan een persoon van minimaal 14 jaar die op het adres van de geadresseerde woont of in dienst is van zijn gezin. Lid 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat betekening of kennisgeving van het gerechtelijk stuk, in plaats van aan de geadresseerde, ook kan worden verricht aan de vereniging van eigenaren die het gebouw beheert waarin de woning of het bedrijf van de geadresseerde zich bevindt, aan de beheerder van het mede-eigendom of aan de verhuurder van de geadresseerde. De betekening of kennisgeving kan tevens worden verricht aan de werkgever van de geadresseerde of aan een ander persoon aan wie de geadresseerde op contractbasis diensten verleent. Op grond van lid 3 wordt de betekening of kennisgeving aan de geadresseerde geacht te zijn verricht, indien het stuk is betekend of ter kennis gebracht aan de vertegenwoordiger van de geadresseerde op een van de wijzen als bepaald in de leden 1 en 2 van ditzelfde artikel. De betekening of kennisgeving van een stuk wordt overeenkomstig artikel 322, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering eveneens geacht te zijn verricht aan een persoon in langdurige militaire dienst, of aan een persoon die in een penitentiaire inrichting, gezondheidsinstelling of in een andere vergelijkbare instelling verblijft, door overhandiging van het stuk aan het hoofd van de betreffende instelling of aan een door hem gemachtigd persoon, tenzij de wet anders bepaalt.

Artikel 323 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat indien een stuk moet worden betekend of ter kennis gebracht aan een natuurlijk persoon die een economische activiteit verricht of een beroep uitoefent maar die niet tijdens de gebruikelijke werktijden in het bedrijf aanwezig is, of het stuk niet in ontvangst kan nemen, de betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht na overhandiging van het stuk aan een werknemer die gewoonlijk in het bedrijf van de geadresseerde aanwezig is of aan een persoon die op vaste contractbasis diensten aan hem verleent. Hetzelfde geldt op grond van lid 2 in geval van betekening of kennisgeving van stukken aan een rechtspersoon, bestuursorgaan, notaris en gerechtsdeurwaarder, alsmede aan de vertegenwoordiger van een geadresseerde of een ander persoon aan wie de stukken kunnen worden betekend of ter kennis gebracht in plaats van aan de geadresseerde.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Overeenkomstig artikel 316, lid 5, tweede zin, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, is openbare betekening of kennisgeving niet mogelijk indien het stuk is betekend of ter kennis gebracht conform Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad.

Het is mogelijk het stuk te betekenen of ter kennis te brengen door het in de brievenbus achter te laten conform artikel 326 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering of door het te deponeren op een van de andere wijzen genoemd in artikel 327 van hetzelfde wetboek.

Krachtens artikel 326, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van een stuk geacht te zijn verricht als het stuk is achtergelaten in de brievenbus van de woning of het bedrijf, of op een andere soortgelijke plaats die de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger gebruikt voor het ontvangen van post en die over het algemeen voldoende bescherming biedt voor het stuk, omdat het stuk niet kan worden betekend of ter kennis gebracht door overhandiging in de woning of het bedrijf van de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger. De betekening of kennisgeving van een stuk kan op deze wijze worden verricht aan de vereniging van eigenaren die het gebouw beheert waarin de woning of het bedrijf van de geadresseerde zich bevindt, aan de beheerder van het mede-eigendom of aan de verhuurder van de geadresseerde. Ook kan de betekening of kennisgeving worden verricht aan de werkgever van de geadresseerde of aan een ander persoon aan wie de geadresseerde op contractbasis diensten verleent, echter uitsluitend wanneer het niet mogelijk is het stuk in persoon aan de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger te betekenen of ter kennis te brengen. De betekening of kennisgeving op de wijzen zoals beschreven in lid 1 van dit artikel is, overeenkomstig lid 2 van hetzelfde artikel, uitsluitend toegestaan indien ten minste twee pogingen zijn ondernomen, op duidelijk verschillende tijdstippen en met een tussenpoos van minimaal drie dagen, om het stuk persoonlijk aan de betrokkene te overhandigen, en het evenmin mogelijk is het stuk te overhandigen aan een ander in de woning of het bedrijf aanwezig persoon overeenkomstig artikel 322, lid 1, of artikel 323, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Betekening of kennisgeving van een stuk op een specifiek aangewezen plek is toegestaan op grond van artikel 327 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Het stuk mag overeenkomstig artikel 217, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, onder de voorwaarden van artikel 326, tevens worden gedeponeerd bij het postkantoor, het gemeentehuis of de griffie van de rechtbank in eerste aanleg van het arrondissement waarin de plaats van betekening of kennisgeving is gelegen.

In artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad is bepaald dat het stuk wordt overhandigd tegen een ontvangstbevestiging. Het is dan ook de vraag of betekening of kennisgeving overeenkomstig de artikelen 326 en 327 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wel is toegestaan.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

In artikel 6, lid 1, van de "Voorwaarden voor de overdracht van aangetekende poststukken door een universele postdienst", goedgekeurd middels besluit nr. 57 van 22.06.2006 van de minister van Economische Zaken en Communicatie, is bepaald dat indien de geadresseerde van een postzending op het moment van bezorging niet thuis of op zijn werk is, er een bericht aan de geadresseerde wordt achtergelaten, waarin hij wordt geïnformeerd dat de postzending kan worden afgehaald bij dichtstbijzijnde postkantoor bij het huis- of kantooradres.

Indien de afzender op de ontvangstbevestiging niets heeft vermeld over een andere wijze van betekening of kennisgeving, worden de gerechtelijke stukken gedurende vijftien dagen op het postkantoor bewaard, gerekend vanaf de tweede bezorgpoging, tenzij de afzender een andere bewaartermijn heeft vastgesteld. Na afloop van de bewaartermijn worden de gerechtelijke stukken teruggestuurd naar de afzender, onder opgaaf van reden, en overhandigd aan de vertegenwoordiger van de afzender die voor de ontvangst moet tekenen (voorwaarden voor betekening en kennisgeving van stukken van AS Eesti Post).

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Op grond van artikel 306, lid 2, van het wetboek van strafvordering moet het gerechtelijk stuk in geval van betekening of kennisgeving worden overhandigd volgens de in de wet bepaalde wijze. Bovendien moet hiervan bewijs worden vastgelegd in een speciaal voorgeschreven formaat. De bezorging van een stuk ter betekening of kennisgeving moet op grond van artikel 307, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering worden aangetekend in het zaaksdossier. Op grond van artikel 3111 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving via het daartoe opgezette informatiesysteem automatisch in dat systeem geregistreerd (zie punt 6 voor de betekenings- en kennisgevingsprocedure via het informatiesysteem). Op grond van artikel 313 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van een stuk per aangetekende post bevestigd via de ontvangstbevestiging. Indien het stuk per gewone post of per fax is verstuurd, wordt het geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht als de geadresseerde de rechtbank een ontvangstbevestiging stuurt, naar eigen keuze per brief, fax of elektronisch. De ontvangstbevestiging vermeldt de datum van ontvangst en moet worden ondertekend door de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger. Op grond van artikel 315, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt een bericht van betekening of kennisgeving opgesteld indien de betekening of kennisgeving is verricht door een gerechtsdeurwaarder, gerechtelijk ambtenaar of een ander persoon of orgaan. Na betekening of kennisgeving wordt direct een bericht van betekening of kennisgeving naar de rechtbank teruggestuurd.

Indien het stuk wordt betekend of ter kennis gebracht door verzending, zoals bepaald in artikel 3141 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt in het zaakdossier aangetekend waar en wanneer het stuk of het bericht betreffende de publicatie is verstuurd wanneer de verzending niet automatisch in het daartoe opgezette informatiesysteem is geregistreerd.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Conform artikel 307, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geldt dat indien het stuk is ontvangen door de procespartij aan wie het moest worden betekend of ter kennis gebracht, of aan wie het volgens de wet betekend of ter kennis gebracht had kunnen worden, zonder dat het mogelijk is de betekening of kennisgeving schriftelijk vast te leggen, of indien de in de wet bepaalde procedure voor betekening of kennisgeving niet in acht is genomen, het stuk wordt geacht aan de partij te zijn betekend vanaf de daadwerkelijke ontvangst van het stuk door de geadresseerde.

Artikel 313 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat indien de betekening of kennisgeving wordt verricht per aangetekende post, de rechtbank kan oordelen dat een ontvangstbevestiging die niet voldoet aan de vereiste vorm als bedoeld in de leden 3 en 4 van hetzelfde artikel, niettemin voldoet als de betekening of kennisgeving op een betrouwbare wijze op de ontvangstbevestiging is vastgelegd. Indien de rechtbank oordeelt dat het stuk niet geacht wordt te zijn betekend of ter kennis gebracht, omdat de postdienst niet alle in de wet bepaalde mogelijkheden heeft gebruikt voor het betekenen of ter kennis brengen van het stuk per aangetekende post, kan de rechtbank het stuk, zonder extra kosten, opnieuw aan de postdienst geven voor het verrichten van een nieuwe betekening of kennisgeving. De betekening of kennisgeving is bijvoorbeeld niet geldig wanneer het stuk is uitgereikt aan een persoon die niet gemachtigd is voor de inontvangstneming ingevolge de bepalingen van dit artikel, of wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 326 van dit wetboek betreffende de betekening of kennisgeving door achterlating in de brievenbus of aan de voorwaarden van artikel 327 betreffende de betekening of kennisgeving via depot, of wanneer de betekening of kennisgeving niet op de juiste wijze schriftelijk is vastgelegd zodat deze niet geacht kan worden te zijn verricht.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Over het algemeen worden er op grond van Verordening (EG) nr. 1393/2007 geen kosten berekend voor de betekening of kennisgeving van stukken, tenzij deze wordt verricht door een gerechtsdeurwaarder.

Indien een gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken verricht, bedragen de deurwaarderskosten ingevolge artikel 48, lid 2, van de wet inzake gerechtsdeurwaarders, 30 euro wanneer de stukken aan de geadresseerde of aan zijn vertegenwoordiger betekend of ter kennis gebracht konden worden: 1) via het adres of de contactgegevens die staan ingeschreven in het bevolkingsregister, of via het e-mailadres: persoonsidenteitsnummer@eestie.ee; 2) via het adres dat staat ingeschreven in het Estlands register van zelfstandigen of rechtspersonen, of met gebruikmaking van de contactgegevens die staan geregistreerd in het informatiesysteem van genoemd register. Indien de betekening of kennisgeving van het stuk niet kon worden verricht en de gerechtsdeurwaarder, binnen het redelijke, al het mogelijke heeft gedaan om het stuk overeenkomstig de wet te kunnen betekenen of ter kennis te brengen, heeft de gerechtsdeurwaarder ingevolge lid 3 recht op een vergoeding van 30 euro, na overlegging van het besluit inzake de gerechtsdeurwaarderstarieven en het bericht van betekening of kennisgeving betreffende de stappen die zijn ondernomen om betekening of kennisgeving te kunnen verrichten. In andere dan in de leden 2 en 3 genoemde gevallen bedraagt de vergoeding voor de betekening of kennisgeving van stukken door de gerechtsdeurwaarder 60 euro.

De hoogte van de verzendkosten is afhankelijk van de tarieven die de postdienst hanteert, aangezien dit tarief niet wettelijk is vastgesteld. Het tarief is afhankelijk van het gewicht, de bestemming van de zending enz. In 2014 bedroeg het gemiddelde tarief voor de verzending van een gerechtelijk stuk 5,70 euro. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een gerechtsbode bedragen de kosten 6,20 euro.

Aanvullende informatie kan worden gevonden in het De link wordt in een nieuw venster geopend.wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Laatste update: 20/11/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Ierland

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Het doel van de betekening en kennisgeving van stukken is het garanderen dat verweerders weten wat de aard is van de rechtsvordering die tegen hen is ingesteld en de stukken die hier verband mee houden. De procedureregels bevatten specifieke eisen voor de goede kennisgeving en betekening van de stukken.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Ieder stuk waarmee een rechtsvordering wordt ingesteld bij een district court, een circuit court of het High Court (inclusief beroepen die zijn ingesteld tegen beslissingen van lagere gerechten) en ieder ander later stuk met betrekking tot burgerlijke rechtsvorderingen.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De partij van wie het stuk afkomstig is of een hiertoe gemachtigde persoon is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van het document.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Nee. Het adres voor de betekening of kennisgeving dient te worden verstrekt door de verzoekende autoriteit.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Nee. Er bestaat geen centraal register met daarin de adressen/verblijfplaatsen van natuurlijke personen. Het is mogelijk om het officiële adres van een onderneming te vinden door een zoekopdracht uit te voeren op de website van het Companies Registration Office (Registratiekantoor van ondernemingen).

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Het verzoek wordt door het circuit court behandeld als verzoek dat is ingediend uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1206/2001.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

In het district court kan de betekening of kennisgeving plaatsvinden per:

i) aangetekend schrijven;

ii) aangetekend gefrankeerd schrijven;

iii) persoonlijke overhandiging in een gesloten enveloppe aan een persoon anders dan degene van wie het stuk afkomstig is;

iv) persoonlijke betekening of aan een familielid ouder dan zestien jaar die bij de verweerder verblijft.

In het district court gebeurt de betekening of kennisgeving van bijna alle documenten per aangetekend schrijven.

Voor het High Court bepaalt artikel 9, lid 2, van de Rules of the Superior Courts dat een inleidende dagvaarding persoonlijk dient te worden betekend. Indirecte betekening is eveneens toegestaan nadat naar behoren en op redelijke wijze is geprobeerd het stuk persoonlijk te betekenen. De betekening of kennisgeving van latere documenten gebeurt doorgaans per aangetekend schrijven (zie artikel 121 van de Rules of the Superior Courts van 1986, zoals gewijzigd). Artikel 51 van de Companies act van 2014 bevat de betekening of kennisgeving van stukken op de statutaire zetel van een in Ierland geregistreerde vennootschap per gewone gefrankeerde post en artikel 1310 van dezelfde wet bevat dezelfde procedure voor vennootschappen die in het buitenland zijn geregistreerd.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

De elektronische betekening of kennisgeving van stukken is niet toegestaan.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

De persoonlijke betekening of kennisgeving, of de betekening of kennisgeving per aangetekend schrijven zijn de gebruikelijke wijzen van betekening of kennisgeving. Als de betekening of kennisgeving van Ierse gerechtelijke stukken op een andere wijze dient te gebeuren dan per gewone gefrankeerde post, fax, e-mail of aanplakking, dient er een verzoek om “indirecte betekening of kennisgeving” te worden overgelegd aan de rechtbank en kan de betekening of kennisgeving van de gerechtelijke stukken aan de rechtbank in geval van een positief antwoord op een andere toegestane wijze gebeuren.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Als de betekening of kennisgeving plaatsvindt naar aanleiding van een beschikking tot indirecte betekening of kennisgeving, wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden als de voorwaarden van de gerechtelijke beschikking zijn nageleefd. Als de betekening of kennisgeving per post wordt gedaan, is er een wettelijk vermoeden van de betekening of kennisgeving van de stukken als deze in de gebruikelijke loop van de verspreiding van de post zijn afgegeven. Dit is een weerlegbaar vermoeden.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Als de betekening of kennisgeving is uitgevoerd naar aanleiding van een beschikking van de rechter, wordt de ontvanger hiervan in kennis gesteld op de in de beschikking bepaalde wijze. Als de betekening of kennisgeving van de stukken per aangetekend schrijven gebeurt en de ontvanger niet beschikbaar is, laat het personeel van de post op het adres een bericht achter waarin de ontvanger wordt uitgenodigd om zich naar het postkantoor te begeven om het aangetekende schrijven op te halen. Het postkantoor bewaart de zending doorgaans gedurende een week tot tien dagen.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

De weigering van de betekening of kennisgeving heeft geen gevolgen. Als de betekening of kennisgeving in het kader van een Ierse gerechtelijke procedure onmogelijk is gebleken, kan er een verzoek tot verlenging van de termijn voor betekening of kennisgeving en/of tot het gebruik van een alternatieve methode worden ingediend bij de rechtbank.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

In een niet-aangetekend schrijven wordt het stuk afgegeven op het adres. In een aangetekend schrijven wordt het stuk uitsluitend overgelegd aan de persoon aan wie het schrijven is gericht. Dit principe is zowel van toepassing op nationale als internationale verspreiding.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

In plaats van de verspreiding per post staat artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 personen toe om de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken te doen verrichten door een advocaat of een persoon die is belast met de betekening of kennisgeving.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Het postkantoor geeft doorgaans een termijn aan op de kennisgeving die aan de ontvanger is verzonden. De kennisgeving wordt afgegeven op het adres van laatstgenoemde. De termijn bedraagt gewoonlijk een week.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Voor de district courts en circuit courts: als de betekening of kennisgeving per aangetekend schrijven plaatsvindt, legt de persoon die de enveloppe heeft gepost op zijn vroegst op de tiende dag na de dag waarop de enveloppe is gepost een plechtige verklaring af en verstrekt hij een verzendbewijs.

Voor het High Court: een onder ede verklaard affidavit van betekening door de persoon die de betekening heeft gedaan geldt voor de rechtbank als bewijs. Bij inleidende dagvaardingen dienen de details van de betekening en kennisgeving binnen drie dagen na de betekening op de achterzijde van de genoemde dagvaarding te zijn geschreven en het affidavit van de persoonlijke betekening dient hiernaar te verwijzen.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Er kan een verzoekschrift worden ingediend bij een rechtbank voor de vernietiging van een vonnis dat is gewezen terwijl de kennisgeving of betekening van de bekendmaking van de zitting aan de verweerder niet wettig is gedaan.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De kosten zijn de kosten voor de verzending per post of , in voorkomend geval, het honorarium van een gevolmachtigde.

Laatste update: 07/12/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Griekenland

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

“Betekening of kennisgeving” van een stuk is de manier waarop de geadresseerde in kennis wordt gesteld van een document, zodat hij kennis kan nemen van de inhoud. Hierbij moeten een aantal bepalingen van het procesrecht worden gevolgd, waarin is vastgelegd door wie en op welke wijze de betekening of kennisgeving moeten worden verricht, en hoe deze stap schriftelijk moet worden vastgelegd.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

De documenten waarvan formeel betekening of kennisgeving moet worden gedaan, zijn gerechtelijke stukken betreffende onder meer de rechtsvordering, het verzet tegen een verstekvonnis, het hoger beroep, het cassatieberoep, de herziening, het derdenverzet, het verzet tegen buitengerechtelijke en gerechtelijke stukken, de principale en accessoire tussenkomst, de aanzegging van een proces en de dagvaarding, het verzoek tot het nemen van conservatoire maatregelen, het verzoek tot het verlenen van rechtsbescherming volgens de procedure van de vrijwillige rechtspraak, de oproeping om aanwezig te zijn bij de zittingen, alsmede alle (definitieve en niet-definitieve) gerechtelijke uitspraken.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De betekening of kennisgeving geschiedt op initiatief van een van de partijen na een schriftelijk verzoek dat onderaan het te betekenen document staat, ingediend door de partij zelf of haar gevolmachtigde, of, op zijn verzoek, door de bevoegde rechter, en indien het een college van rechters betreft, door de voorzitter daarvan (artikel 123 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering). De betekening of kennisgeving wordt verricht door een gerechtsdeurwaarder die is benoemd door de rechtbank in het arrondissement waarin de geadresseerde op het moment van betekening zijn woon- of verblijfplaats heeft (artikel 122, lid 1, van het WvRV). De betekeningen of kennisgevingen die plaatsvinden op initiatief van de rechtbank, kunnen ook door een deurwaarder in strafzaken van het arrondissement in kwestie of door een Griekse politieagent, een boswachter, dan wel een gemeentesecretaris worden verricht (artikel 122, leden 2 en 3, van het WvRV). In het geval van conservatoire maatregelen geschiedt de kennisgeving van plaats en datum van de zitting door betekening van een door de griffie van de rechtbank opgesteld document waarin plaats, datum en tijdstip van de zitting worden vermeld, of door middel van een uitnodiging door de griffie van de rechtbank per telegram of telefoon. De rechter kan tevens bevelen dat een afschrift van het verzoekschrift tezamen met de dagvaarding wordt betekend (artikel 686, lid 4, WvRV)

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Ja.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Nee, zij hebben niet direct toegang, zoals ook blijkt uit Verordening (EG) nr. 1206/2001, op grond waarvan justitiële autoriteiten met elkaar moeten communiceren om te kunnen voldoen aan een verzoek tot het traceren van een persoon.

Bovendien moet worden opgemerkt dat alle personen die op het Griekse grondgebied verblijven door de bevoegde kantoren van de burgerlijke stand worden ingeschreven in de gegevensbanken van de gemeenten. De unieke gegevensbank die op nationaal niveau wordt bijgehouden, bevat echter alleen de gegevens van meerderjarige burgers die worden geregistreerd op basis van hun identiteitskaart of paspoort en wordt zo nodig door de gemeenten van het land bijgewerkt.

Een burger heeft er alleen (gratis) toegang toe via de openbare telefoongidsen.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De rechtbank die de zaak in behandeling heeft dient een zoekopdracht in bij de bevoegde politieautoriteiten om de betreffende persoon te traceren.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

De betekening of kennisgeving wordt gewoonlijk verricht door het stuk in persoon aan de geadresseerde te overhandigen (artikel 127, lid 1, WvRV), ongeacht waar deze zich bevindt (artikel 124, WvRV). Indien de betrokken persoon echter een woning, winkel, kantoor of werkplaats heeft in de plaats waar de betekening moet worden verricht, alleen of samen met een ander persoon, of wanneer hij daar werkzaam is als werknemer, medewerker of bediende, kan de betekening slechts met zijn toestemming in een andere plaats worden gedaan (artikel 124, lid 2, WvRV). Ten aanzien van mogelijke alternatieve wijzen, vastgesteld bij besluiten uitgevaardigd op voorstel van de minister van Justitie, Transparantie en Mensenrechten, kunnen stukken ook per post, telegram of telefoon worden betekend, waarbij tegelijkertijd de wijze van betekening en de vastlegging van het bewijs daarvan wordt bepaald (artikel 122, lid 4, WvRV). Een dergelijk besluit is tot op heden nog niet gepubliceerd.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Gerechtelijke stukken kunnen ook elektronisch worden betekend, op voorwaarde dat ze zijn voorzien van een geavanceerde elektronische handtekening. De betekening van een gerechtelijk stuk wordt geacht te zijn verricht indien de afzender een elektronische ontvangstbevestiging van de geadresseerde heeft ontvangen, die is voorzien van een geavanceerde elektronische handtekening en geldt als bericht van betekening (artikel 122, lid 5, WvRV). Er moet echter op worden gewezen dat de mogelijkheid om gerechtelijke stukken elektronisch te betekenen nog afhankelijk is van de goedkeuring van een presidentieel decreet dat zal worden uitgevaardigd op voorstel van de minister van Justitie, Transparantie en Mensenrechten, waarin is bepaald aan welke bijzondere voorwaarden moet worden voldaan. Bovendien zal in een gemeenschappelijk besluit van de minister van Financiën en de minister van Justitie, Transparantie en Mensenrechten worden bepaald op welke wijzen heffingen en zegelrechten voor de elektronische betekening van gerechtelijke stukken moeten worden betaald en geïnd.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Indien de geadresseerde niet in zijn woning aanwezig is, wordt het stuk overhandigd aan een van de andere personen die in hetzelfde huis woont, die bewust is van zijn handelingen en die niet als wederpartij bij de zaak betrokken is (artikel 128, lid 1, WvRV).

Indien geen van de in lid 1 genoemde personen in de woning aanwezig is,

a) moet het stuk in aanwezigheid van een getuige op de deur van de woning worden aangeplakt,

b) moet uiterlijk de volgende werkdag na de aanplakking een kopie van het stuk, zonder fiscaal zegel, in persoon worden overhandigd aan het hoofd van het politiebureau of van de politiepost van het arrondissement waarin de woning is gelegen, en bij afwezigheid van het hoofd, aan de dienstdoende officier of onderofficier of aan de wachtdoende agent van de politiepost. In alle gevallen wordt de betekening bevestigd met een ontvangstbevestiging die, zonder fiscaal zegel, onderaan het proces-verbaal van betekening wordt geplaatst;

c) moet de persoon die de betekening verricht, uiterlijk de volgende werkdag, per post een schriftelijk bericht naar de geadresseerde sturen waarin de aard van het betekende stuk, het adres van de woning waar het stuk op de deur is aangeplakt, de datum van aanplakking, de autoriteit aan wie een kopie is overhandigd, evenals de datum van betekening worden vermeld. De persoon die de betekening heeft verricht moet onderaan het proces-verbaal van betekening een ontvangstbevestiging, zonder fiscaal zegel, plaatsen en ondertekenen als bewijs van het feit dat het bericht per post is verstuurd. In de verklaring moet worden vermeld vanaf welk postkantoor het bericht is verzonden, evenals de medewerker die het bericht in ontvangst heeft genomen; deze medewerker moet de verklaring medeondertekenen (artikel 128, lid 4, van het WvRV).

Indien de geadresseerde van de betekening niet in zijn winkel, kantoor of werkplaats aanwezig is, wordt het stuk in persoon overhandigd aan het hoofd van de winkel, het kantoor of de werkplaats, dan wel aan een van de vennoten, medewerkers, werknemers of bedienden, mits zij handelingsbewust zijn en niet als tegenpartij van de geadresseerde van de betekening bij de zaak betrokken zijn (artikel 129, lid 1, WvRV).

Indien geen van de in lid 1 genoemde personen aanwezig is in de winkel, het kantoor of de werkplaats, is artikel 128, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van toepassing (artikel 129, lid 2, van het WvRV).

Indien de geadresseerde van de betekening of de personen genoemd in de artikelen 128 en 129 weigeren het stuk in ontvangst te nemen of het proces-verbaal van betekening te ondertekenen of dat niet kunnen ondertekenen, plakt degene die de betekening verricht het stuk, in aanwezigheid van een getuige, aan op de deur van de woning, het kantoor, de winkel of de werkplaats (art. 130, lid 1, van het WvRV).

Indien de geadresseerde van de betekening geen woning, kantoor, winkel of werkplaats heeft, en ofwel weigert het stuk in ontvangst te nemen, ofwel het proces-verbaal van betekening niet kan of wil ondertekenen, en de weigering van de geadresseerde of zijn onvermogen wordt bevestigd door een getuige die daartoe is aangezocht door degene die de betekening verricht, wordt het proces-verbaal in persoon overhandigd aan de in artikel 128, lid 4, onder b, vermelde personen (art. 130, lid 2, van het WvRV).

Indien de geadresseerde van de betekening is opgenomen in een ziekenhuis of in de gevangenis zit en communicatie met hem niet mogelijk is overeenkomstig de in het proces-verbaal van betekening opgenomen verklaring van de directie van het ziekenhuis of de gevangenis, kan de betekening worden verricht aan de directeur van het ziekenhuis of de gevangenis, die verplicht is het stuk in persoon aan de geadresseerde te overhandigen (artikel 131 van het WvRV).

Indien de geadresseerde van de betekening werkzaam is op een koopvaardijschip dat in een Griekse haven ligt, en indien hij afwezig is of weigert het stuk in ontvangst te nemen of het proces-verbaal niet wil of kan tekenen, geschiedt de betekening aan de kapitein van het schip of aan zijn plaatsvervanger; indien ook zij afwezig zijn of weigeren het stuk in ontvangst te nemen, wordt de betekening gedaan aan de havenmeester die verplicht is de geadresseerde van de betekening op de hoogte te stellen (artikel 132, lid 1, van het WvRV).

Indien de geadresseerde van de betekening werkzaam is op een koopvaardijschip dat niet in een Griekse haven ligt, wordt de betekening overeenkomstig artikel 128 gedaan aan zijn woning, en indien hij geen woning heeft, geschiedt de betekening overeenkomstig de bepalingen betreffende de betekening aan personen met een onbekende woonplaats. De betekening geschiedt in ieder geval ook aan het kantoor van de eigenaar van het schip in Griekenland, of anders aan het kantoor van de agent van het schip in een Griekse haven, voor zover deze bestaan (artikel 132, lid 2, van het WvRV).

Voor personen die tot een van de volgende categorieën behoren en in actieve dienst zijn bij een legeronderdeel, geldt dat indien de betekening niet in persoon aan de betrokkene, zijn verwanten of bedienden die bij hem inwonen kan worden gedaan, de betekening geschiedt overeenkomstig artikel 128, leden 3 en 4, en

a) voor degenen die in dienst zijn bij de landmacht, aan de chef van de eenheid, post of dienst waartoe de geadresseerde van de betekening behoort. Indien de eenheid, post of dienst onbekend is, geschiedt de betekening aan de chef van de afdeling in kwestie;

b) voor officieren, onderofficieren en matrozen van de marine, aan de chef van generale marinestaf;

c) voor officieren, onderofficieren en piloten van de luchtmacht, aan de chef van generale luchtmachtstaf;

d) voor officieren en onderofficieren van de gemeentepolitie, de rijkspolitie en de havenpolitie, alsmede voor politieagenten, rijkspolitieagenten en agenten van de havenpolitie, aan het hoofd van hun eenheid;

e) voor vuurtoren-, vuurbaak- en semafoorpersoneel, aan de havenmeester van het district waar zij hun werkzaamheden verrichten (artikel 133, lid 1, van het WvRV).

Indien de geadresseerde van de betekening in het buitenland verblijft of is gevestigd, geschiedt de betekening aan de officier van justitie van de rechtbank waar de zaak aanhangig is of zal worden gemaakt of van de rechtbank die de te betekenen uitspraak heeft gedaan, en voor zaken die aanhangig zijn bij het kantongerecht, aan de officier van justitie van de rechtbank van het arrondissement waartoe het gerecht behoort. Voor stukken betreffende de tenuitvoerlegging geschiedt de betekening aan de officier van justitie van de rechtbank in het arrondissement waar de tenuitvoerlegging plaatsvindt, en voor buitengerechtelijke stukken, aan de officier van justitie van de laatste woonplaats of de laatste bekende verblijfplaats van de geadresseerde in het buitenland. Indien de geadresseerde geen bekende woon- of verblijfplaats in het buitenland heeft, geschiedt de betekening aan de officier van justitie van de rechtbank van de hoofdstad (artikel 132, lid 1, van het WvRV). Zodra de officier van justitie het stuk heeft ontvangen, moet hij het binnen een redelijke termijn doorsturen naar de minister van Buitenlandse Zaken, die verplicht is het aan de geadresseerde van de betekening te doen toekomen (artikel 134, lid 3, van het WvRV).

Indien de exacte woon- of verblijfplaats van de geadresseerde van de betekening onbekend is, zijn de bepalingen van artikel 134, lid 1, van toepassing, en moet tegelijkertijd een samenvatting van het betekende gerechtelijk stuk in twee dagbladen worden gepubliceerd. Het ene dagblad moet in Athene worden uitgegeven en het andere in de plaats waar de rechtbank is gezeteld, of het stuk moet, op aanwijzing van de officier van justitie aan wie het document is betekend, worden geplaatst in dagbladen die beide in Athene worden uitgegeven. De samenvatting wordt opgesteld en ondertekend door degene die de betekening verricht en moet de naam en voornaam van de partijen vermelden, de aard van het betekende stuk, het daarin opgenomen verzoek en, indien het een vonnis betreft, het dictum, de rechtbank waar de zaak aanhangig is of zal worden gemaakt, of de ambtenaar die belast is met de tenuitvoerlegging. Indien de geadresseerde van de betekening wordt gedagvaard of wordt gelast een bepaalde handeling te verrichten, moet worden vermeld waar en wanneer hij moet verschijnen, evenals de aard van de handeling (artikel 135, lid 1, van het WvRV). Bovenstaande bepalingen gelden ook in de gevallen waarin het ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigt dat het onmogelijk is het stuk door te sturen naar een persoon die in het buitenland verblijft of gevestigd is (artikel 135, lid 3, van het WvRV).

Indien de kantoren of winkels als bedoeld in artikel 128, lid 4, onder b), en de artikelen 131, 132 en 133 gesloten zijn of de in die artikelen vermelde autoriteiten of personen weigeren het betekende stuk in ontvangst te nemen of het proces-verbaal van betekening te ondertekenen, maakt degene die de betekening verricht daarvan proces-verbaal op en overhandigt hij het te betekenen stuk aan de officier van justitie van de rechtbank van het arrondissement waarin de plaats van betekening ligt. De officier van justitie stuurt het stuk vervolgens door naar degene die heeft geweigerd het stuk in ontvangst te nemen of het proces-verbaal te ondertekenen.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Indien de wijze van betekening bedoeld onder punt 7.1 wordt toegepast voor een persoon die is opgenomen in een ziekenhuis of in de gevangenis zit, een zeevarende, een militair of een persoon die in het buitenland verblijft, wordt het stuk geacht te zijn betekend na overhandiging ervan aan de autoriteiten of personen genoemd onder dat punt, ongeacht het moment waarop het is verzonden en ontvangen (artikel 136, lid 1, van het WvRV).

Indien de wijze van betekening bedoeld onder punt 7.1 wordt toegepast ingeval een persoon niet in zijn woning aanwezig is, en er ook geen meerderjarige verwante huisgenoot aanwezig is, wordt het stuk geacht te zijn betekend nadat het is aangeplakt op de deur van de woning van de geadresseerde, op voorwaarde dat de overige bepalingen genoemd onder punt 7.1 betreffende deze wijze van betekening in acht worden genomen (bijvoorbeeld de overhandiging van het betekende stuk in persoon aan de hoofd van het politiebureau en de verzending per post van het bijbehorende schriftelijke bericht).

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Indien zoals vermeld onder punt 7.1, de wijze van betekening wordt toegepast ingeval een persoon niet in zijn woning aanwezig is, en er ook geen meerderjarige verwante huisgenoot aanwezig is, wordt na aanplakking van het te betekenen stuk op de deur van de woning van de geadresseerde en na overhandiging van een kopie van het document aan de hoofd van het politiebureau, per post een schriftelijk bericht naar de geadresseerde gestuurd waarin de aard van het betekende stuk moet worden vermeld, alsmede het adres van woning waar het stuk op de deur is aangeplakt, de datum van aanplakking, de autoriteit waaraan een kopie is overhandigd en de datum van overhandiging van de kopie.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien zoals vermeld onder punt 7.1, de geadresseerde weigert het stuk in ontvangst te nemen of het proces-verbaal van betekening te ondertekenen, plakt degene die de betekening verricht, het stuk in aanwezigheid van een getuige, aan op de deur van de woning, het kantoor, de winkel of de werkplaats. Na aanplakking van het stuk, wordt de betekening geacht te zijn verricht.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

In dat geval overhandigt de postdienst het stuk uitsluitend aan de geadresseerde in persoon.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Ingeval de geadresseerde niet aanwezig is, informeert de postdienst hem schriftelijk dat het betekende stuk gedurende een bepaalde termijn wordt bewaard op het postkantoor en dat hij het binnen die termijn kan afhalen.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Zie het antwoord onder punt 8.2.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Degene die de betekening verricht, maakt een proces-verbaal op dat de volgende informatie moet bevatten: a) het verzoek om betekening; b) een duidelijke omschrijving van het betekende stuk en van de betrokken personen; c) de vermelding van de datum en het uur van de betekening; d) vermelding van de persoon aan wie de betekening is gedaan en de wijze waarop de betekening is verricht in geval van afwezigheid of weigering van de geadresseerde of van de personen genoemd in de artikelen 128 tot en met 135, en artikel 138 (artikel 139, lid 1, van het WvRV).

Het proces-verbaal wordt ondertekend door degene die de betekening heeft verricht en door de ontvanger van het stuk, en in geval van weigering of onvermogen van laatstgenoemde, wordt het ondertekend door een daartoe aangezochte getuige (artikel 139, lid 2, van het WvRV).

Degene die de betekening verricht, vermeldt op het betekende stuk de datum en het uur van betekening en ondertekent deze vermelding. Deze vermelding geldt als bewijs voor de persoon ten behoeve van wie de betekening is gedaan. Indien er een verschil bestaat tussen het proces-verbaal van betekening en de vermelding, heeft het proces-verbaal voorrang (artikel 139, lid 3, du WvRV).

Het proces-verbaal van artikel 139 wordt opgemaakt in twee exemplaren, waarvan het ene exemplaar wordt overhandigd aan degene die het verzoek om betekening heeft gedaan, en het andere exemplaar wordt, zonder fiscaal zegel, bewaard door degene die de betekening heeft verricht. De betekening wordt beknopt vermeld in een speciaal boek dat wordt bijgehouden door degene die de betekening heeft gedaan (artikel 140, lid 1, van het WvRV).

De gerechtsdeurwaarder dient op verzoek kopieën van de originele stukken in zijn archief te verstrekken aan degene die om de betekening heeft verzocht, aan de geadresseerde, en aan eenieder die ter zake een legitiem belang heeft, indien de voorzitter van de rechtbank van het arrondissement waar de betekening heeft plaatsgevonden, daarmee instemt door middel van een vermelding op het verzoek (art. 140, lid 2, van het WvRV).

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Indien een partij een termijn niet in acht heeft kunnen nemen als gevolg van overmacht of bedrog door de wederpartij (zoals een ongeldige betekening door de gerechtsdeurwaarder of het feit dat de persoon die het document in ontvangst heeft genomen, opzettelijk nalaat de andere partij daarvan op de hoogte te stellen), heeft zij het recht te vorderen dat de zaken in de eerdere toestand worden teruggebracht (artikel 152, lid 1, van het WvRV), met inachtneming van een termijn van dertig dagen vanaf de dag waarop de belemmering is opgeheven waarin de overmacht bestond, of waarop kennis is genomen van het bedrog (art. 153 van het WvRV).

Een persoon die bij verstek is veroordeeld, heeft, indien hij helemaal niet, niet op rechtsgeldige wijze of binnen de gestelde termijn is gedagvaard, het recht om verzet aan te tekenen tegen de gewezen beslissing; indien de betrokkene in Griekenland woont, dient het verzet te worden aangtekend binnen een termijn van vijftien dagen na betekening van de beslissing; indien zijn verblijfplaats niet bekend is of indien hij in het buitenland verblijft, geldt een termijn van zestig dagen na de laatste publicatie van de in artikel 135, lid 1, bedoelde samenvatting van het proces-verbaal van betekening van de beslissing (artikel 501 en artikel 503, leden 1 en 2, van het WvRV).

Indien een partij de wederpartij bij het proces heeft gedagvaard als zijnde een persoon met een onbekende verblijfplaats, terwijl zij die verblijfplaats wel kende, mag de wederpartij bij een volledig of gedeeltelijk verlies van het proces, verzoeken om herziening van de gewezen beslissing; indien deze partij in Griekenland verblijft, dient dit binnen een termijn van zestig dagen te geschieden, en indien haar verblijfplaats onbekend is of indien zij in het buitenland verblijft, binnen een termijn van honderdtwintig dagen na betekening van de bestreden beslissing. Indien de beslissing niet is betekend, geldt er een termijn van drie jaar na publicatie van de bestreden beslissing als deze in kracht van gewijsde is gegaan of er geen rechtsmiddelen meer tegen openstaan, zo niet vanaf de dag dat zij in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 538, artikel 544, lid 9, en artikel 545, leden 1, 2, 3 en 5 van het WvRV).

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De kosten van de betekening worden vooraf betaald door degene die om de betekening verzoekt (artikel 173, leden 1 en 3, van het WvRV).

De partij die het proces verliest, wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten (artikel 176 en 189, lid 1, van het WvRV). De hoogte van het bedrag hangt af van de plaats en de aard van de betekening. De kosten voor de betekening bedragen minimaal 23 euro indien de betekening moet worden gedaan aan een persoon die woont of verblijft in de plaats waar de gerechtsdeurwaarder is gevestigd.

Laatste update: 16/12/2016

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Spaans) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Betekening of kennisgeving van stukken - Spanje

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

"Betekening en kennisgeving van stukken" betekent het overdragen van documenten.

In de specifieke regels betreffende de betekening en kennisgeving van stukken zijn de noodzakelijke voorwaarden vastgesteld om het overleggen van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken betrouwbaar te maken en daarom bepalen zij duidelijk het tijdstip en de wijze waarop, de plaats waar en de persoon aan wie het stuk werd overgelegd, zowel in het kader van een proces (gerechtelijke stukken) als daarbuiten (buitengerechtelijke stukken).

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Rechterlijke beslissingen gegeven in het kader van gerechtelijke procedures moeten formeel betekend of medegedeeld worden door de gerechtelijke diensten ( oficinas judiciales) (rechtbanken en gemeenschappelijke ondersteunende diensten voor gerechtelijke mededelingen (Servicios Comunes Procesales de Actos de Comunicación)).

Gerechtelijke stukken zijn:

1. kennisgevingen, wanneer deze een beslissing of procedure als voorwerp hebben;

2. oproepingsbrieven, waarmee de geadresseerde wordt opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen en binnen een bepaalde termijn te handelen;

3. dagvaardingen, waarmee de geadresseerde wordt opgeroepen om op een specifieke plaats en op een bepaalde datum en tijd voor de rechtbank te verschijnen en te handelen;

4. bevelen, waarbij de geadresseerde overeenkomstig het recht wordt bevolen iets te doen of te laten.

5. injuncties, waarbij griffiers en de houders van de verschillende registers, notarissen of functionarissen van de gerechtelijke diensten wordt bevolen certificaten of bewijzen af te geven en andere handelingen te verrichten waartoe zij bevoegd zijn.

6. ambtsberichten, voor de officiële communicatie met buitengerechtelijke autoriteiten en functionarissen.

Alle documenten die gedurende een procedure door de rechtbank worden toegelaten, moeten formeel worden betekend (ongeacht of deze door de partijen of derden op verzoek van de rechtbank zijn overgelegd, of zijn opgesteld door deskundigen die door de rechtbank zijn benoemd).

Ook van buitengerechtelijke stukken (zoals notariële akten) kan betekening of kennisgeving worden gedaan, overeenkomstig de definitie die is gegeven door het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak C-223/14 (Tecom Mican SL en José Arias Domínguez), ook als deze betrekking hebben op een buitengerechtelijke procedure, zoals het Hof in zaak C-14/08 (Roda Golf & Beach Resort SL) heeft bevestigd.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De betekening of kennisgeving vindt plaats onder leiding van de griffier (Letrado de la Administración de Justicia) van elke rechtbank (die tot in 2015 secretario judicial werd genoemd). Hij is verantwoordelijk voor een goede organisatie van de dienst.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Nee, de verzoekende autoriteit moet voor het indienen van het verzoek voor het achterhalen van de verblijfplaats van de geadresseerde gebruikmaken van het modelformulier van Verordening (EG) nr. 1206/2001.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Spanje beschikt niet over een dergelijk openbaar register. In Spanje beschikken de rechtbanken over gegevensbanken die beperkt toegankelijk zijn ("Punto Neutro Judicial"), en waar alleen de Spaanse justitiële autoriteiten met een gegronde reden gebruik van kunnen maken voor het zoeken naar adressen en eigendommen. Indien het adres van de geadresseerde van het te betekenen stuk, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, onbekend is, moet de autoriteit een aanvraag indienen om een zoekopdracht te kunnen uitvoeren in de gegevensbanken van de rechtbanken.

Om deze zoekopdracht te kunnen uitvoeren, heeft de autoriteit de gegevens van het nationale identiteitsbewijs, het Spaanse fiscale identificatienummer of het identificatienummer voor in Spanje verblijvende buitenlanders nodig. Indien de gezochte persoon niet over een dergelijk Spaans identiteitsbewijs beschikt, moet de autoriteit naast de naam en voornaam, aanvullende informatie verstrekken, zoals het paspoortnummer, de geboortedatum of de nationaliteit van de geadresseerde. Zonder deze gegevens levert de zoekopdracht mogelijk geen resultaten op. Er hoeft geen vergoeding te worden betaald.

Bovendien kunnen de partijen ook gebruik maken van andere openbare registers om het adres te achterhalen. Voor toegang tot deze registers moet wel een vergoeding worden betaald, waarvan de hoogte afhangt van de gegevens die worden gezocht.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Nadat de bevoegde Spaanse autoriteit formulier A van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 heeft ontvangen, waarmee een aanvraag wordt ingediend voor het achterhalen van het huidige adres van een persoon, raadpleegt de gerechtelijke dienst de gegevensbanken waarin het huis- of werkadres van een persoon kan worden gevonden.

Indien het formulier vergezeld gaat van een aanvraag voor betekening of kennisgeving van een stuk, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1393/2007, en uit de resultaten van de zoekopdracht naar het huisadres blijkt dat de ontvangende instantie territoriaal niet bevoegd is, stuurt zij het stuk door naar een ontvangende instantie die wel territoriaal bevoegd is en stelt zij de verzendende instantie daarvan in kennis door middel van het modelformulier zoals bepaald in artikel 6, lid 4, van de verordening.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Onder leiding van de griffier (Letrado de la Administración de Justicia) kan de betekening of kennisgeving van stukken op de volgende manier plaatsvinden:

1. via een wettelijke vertegenwoordiger (procurador), indien het stukken betreft die zijn bestemd voor personen die door die vertegenwoordiger in de procedure worden vertegenwoordigd;

2. per post, telegram, e-mail of via een ander elektronisch middel waarmee in de processtukken onweerlegbaar bewijs kan worden vastgelegd van de ontvangst, datum, tijd en inhoud van de mededeling;

3. door overhandiging in persoon aan de geadresseerde van een volledige kopie van de beslissing die aan hem moet worden betekend, het bevel dat door de rechtbank of griffier tot hem is gericht, het exploot van de dagvaarding of van de oproepingsbrief;

4. In ieder geval, aan personeel van de Spaanse justitie (Administración de Justicia), met gebruikmaking van middelen op afstand, in zaken waarbij het Openbaar Ministerie (Ministerio Fiscal), het kantoor van de Advocaat-generaal van de Staat (Abogacía del Estado), advocaten bij het Spaanse parlement (Letrados de las Cortes Generales y de las Asambleas Legislativas) en bij de wetgevende vergaderingen, de juridische dienst van de sociale verzekeringsinstelling (Servicio Jurídico de la Administración de la Seguridad Social) of andere overheidsinstellingen van de autonome gemeenschappen of lokale gemeenschappen zijn betrokken, indien de geadresseerde geen wettelijke vertegenwoordiger heeft aangesteld.

De mededelingen worden geacht rechtsgeldig te zijn betekend indien in het dossier voldoende bewijs is opgenomen dat het stuk de geadresseerde heeft bereikt op zijn huisadres, via het daartoe opgegeven e-mailadres, via het systeem voor elektronische betekening of via een ander door de geadresseerde gekozen elektronisch middel of middel op afstand.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

In Spanje werden elektronische gerechtelijke dossiers geïntroduceerd op grond van wet nr. 18/2011 van 5 juli 2011 houdende de regeling van de informatie- en communicatietechnologie in de rechtbanken.

Ter uitvoering daarvan kunnen alle geïnteresseerde partijen zich inschrijven voor kennisgevingsprocedures in elektronische rechtbanken (Sedes Judiciales Electrónicas).

Krachtens artikel 273, lid 3, van de wet inzake burgerlijke rechtsvordering moeten alle beroepsbeoefenaren uit de justitiële sector de in de rechtbanken geldende systemen op afstand of elektronische systemen gebruiken om stukken in te dienen (gedinginleidende of andere stukken) op een manier die de authenticiteit van de indiening waarborgt en ervoor zorgt dat de indiening en ontvangst van die stukken betrouwbaar en volledig wordt geregistreerd, samen met de datum van de indiening en ontvangst. In elk geval moeten minstens de volgende entiteiten elektronische middelen gebruiken wanneer zij met de rechtbanken communiceren:

a) rechtspersonen;

b) entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid;

c) professionals die werken op gebieden die registratie bij een beroepsorganisatie vereisen voor formaliteiten en handelingen die zij ten aanzien van rechtbanken stellen in de uitoefening van hun beroepsactiviteiten;

d) notarissen en griffiers;

e) vertegenwoordigers van een belanghebbende partij die op elektronische wijze contact moet hebben met de rechtbanken;

f) openbare ambtenaren voor alle acties en maatregelen die zij nemen op basis van hun functie.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Indien een kopie van de beslissing of het exploot per aangetekende post of telegram met ontvangstbevestiging moet worden verstuurd, of op elke andere vergelijkbare wijze waarbij onweerlegbaar bewijs kan worden vastgelegd van de ontvangst van de betekening, de ontvangstdatum en de inhoud van het document, maakt de griffier in het zaaksdossier aantekening van de verzending en van de inhoud van de zending en voegt hij, zo nodig, de ontvangstbevestiging of het middel waarmee de ontvangst is geregistreerd of de documenten overlegd door de wettelijke vertegenwoordiger waaruit blijkt dat de betekening is verricht, bij.

In Spanje mag betekening via bekendmaking (op het officiële publicatiebord) alleen plaatsvinden op bevel van de rechtbank die uitspraak doet in de hoofdzaak, nadat tevergeefs is geprobeerd de betekening te verrichten aan de adressen die bij de zoekopdracht naar het adres van de geadresseerde van het te betekenen stuk naar voren zijn gekomen (artikel 164 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Hieruit volgt dat de Spaanse griffier, als ontvangende instantie van de aanvraag om betekening op grond van Verordening (EG) nr. 1393/2007, derhalve niet zelf kan besluiten om over te gaan tot betekening via bekendmaking (op het officiële publicatiebord), aangezien hij zelf geen kennis neemt van de hoofdzaak maar slechts rechtshulp biedt.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Betekening of kennisgeving van mededelingen wordt geacht te zijn verricht, indien voor elke bestaande wijze van betekening is voldaan aan de wettelijk vastgestelde voorwaarden.

In alle gevallen moet gebruik worden gemaakt van middelen waarmee in de processtukken onweerlegbaar bewijs kan worden vastgelegd van de ontvangst, datum, tijd en inhoud van de mededeling.

Indien een kopie van de beslissing of het exploot per aangetekende post of telegram met ontvangstbevestiging moet worden verstuurd, of op elke andere vergelijkbare wijze waarbij onweerlegbaar bewijs kan worden vastgelegd van de ontvangst van de betekening, de ontvangstdatum en de inhoud van het document, maakt de griffier in het zaaksdossier aantekening van de verzending en van de inhoud van de zending en voegt hij, zo nodig, de ontvangstbevestiging of het middel waarmee de ontvangst is geregistreerd of de documenten overlegd door de wettelijke vertegenwoordiger waaruit blijkt dat de betekening is verricht, bij.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Indien de postdienst de betekening niet kan verrichten of het document niet kan overhandigen, wordt een bericht achtergelaten waarin staat dat er een brief of document voor de geadresseerde is, met vermelding van de termijn waarbinnen hij het stuk bij het genoemde postkantoor kan afhalen.

Indien ambtenaren van de gerechtelijke dienst tevergeefs hebben getracht het document te betekenen, wordt een bericht in de brievenbus van de geadresseerde achtergelaten, waarin staat vermeld binnen welke termijn hij het document bij de rechtbank kan afhalen.

Indien de geadresseerde binnen het ressort van de rechtbank woont en het geen stuk betreft dat van belang is voor de verschijning, de vertegenwoordiging door een raadsman of de persoonlijke interventie, kan een oproepingsbrief naar hem worden gestuurd met behulp van elk van de middelen genoemd in de eerste alinea, om ervoor te zorgen dat de geadresseerde zich bij de rechtbank meldt om de betekening, het bevel of een ander document in ontvangst te nemen.

In het exploot wordt vermeld waarom de geadresseerde moet verschijnen en wordt informatie gegeven over de procedure en de zaak in kwestie. Tevens wordt vermeld dat indien hij verzuimt zich, zonder geldige reden, binnen de vastgestelde termijn te melden, de betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde zonder geldige reden weigert de betekening in ontvangst te nemen, wordt hij geacht te zijn bereikt, als gevolg waarvan de mededeling dezelfde rechtsgevolgen heeft als wanneer de betekening met succes zou zijn verricht. De verschillende proceduretermijnen (artikel 161, lid 2 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) (la Ley de Enjuiciamiento Civil))beginnen de dag na de weigering te lopen.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Poststukken moeten volgens de wet, afhankelijk van het soort stuk, aan de geadresseerde of aan de door hem gemachtigde persoon worden overhandigd of in de postbussen of brievenbussen bij de woning worden gedeponeerd. Iedere persoon die zich in de woning van de geadresseerde bevindt, zijn identiteit aantoont en de zending in ontvangst neemt, wordt geacht door de geadresseerde te zijn gemachtigd voor de inontvangstneming van postzending aan zijn huisadres, tenzij hij daartegen uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Krachtens de wet zijn regels vastgesteld voor de situaties waarin het niet mogelijk is de postzending aan de geadresseerde te overhandigen of naar de afzender te retourneren, ongeacht de reden. Deze regels hebben betrekking op de procedure voor het achterhalen van het adres, de herkomst en bestemming van de stukken, het verhoor of de dagvaarding van de afzenders, evenals de termijnen die gelden voor het tijdelijk bewaren, opvragen en vernietigen van zendingen.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

De bezorger van de postdienst laat een bericht achter aan de geadresseerde waarin staat dat er een poststuk voor hem is binnengekomen dat hij binnen de opgegeven termijn bij het genoemde postkantoor kan afhalen. Indien de geadresseerde de zending niet binnen de vastgestelde termijn afhaalt, wordt daarvan aantekening gemaakt en wordt het stuk teruggestuurd naar de afzender.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Aangenomen wordt dat de medewerker van de aangestelde postdienst betrouwbaar is en eerlijk handelt bij de bezorging, overhandiging en ontvangst van stukken afkomstig van administratieve of rechterlijke organen, evenals bij de gevallen waarin de ontvangst wordt geweigerd of de betekening niet kan worden verricht, ongeacht of dat met fysieke middelen dan wel middelen op afstand geschiedt.

In geval van betekening in persoon door rechtbankpersoneel maakt de ambtenaar daarvan proces-verbaal op waarin hij het resultaat van de betekening vermeldt. Indien betekening aan de geadresseerde kan worden verricht, wordt zijn handtekening in het proces-verbaal van betekening opgenomen of wordt melding gemaakt van zijn weigering om de bevestiging te ondertekenen en van de mededeling die aan geadresseerde is gedaan dat de betekening geacht wordt te zijn verricht (zie vraag 7.4).

Indien overeenkomstig artikel 160, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, de plaats waar de mededeling moet worden betekend, volgens het gemeenteregister, het belastingregister of een ander officieel register of publicaties van beroepsorganisaties, de woning van de geadresseerde is, of zijn verblijfplaats of de ruimte die hij huurt, en de geadresseerde niet aanwezig is, dan mag het stuk ook in een gesloten envelop worden overhandigd aan een werknemer, gezinslid of huisgenoot van de geadresseerde die ouder is dan veertien jaar en ter plaatse aanwezig is. Het stuk kan in voorkomend geval ook worden overhandigd aan de conciërge van het gebouw. De persoon die het stuk in ontvangst neemt, wordt ervan in kennis gesteld dat hij verplicht is de kopie van de beslissing of het exploot aan de geadresseerde te overhandigen of hem te informeren over waar het stuk zich bevindt ingeval hij dat weet. De betreffende persoon wordt in elk geval op de hoogte gebracht van de verantwoordelijkheid die hij heeft ten aanzien van de bescherming van de gegevens van de geadresseerde.

Indien de mededeling moet worden betekend op de plaats waar de geadresseerde doorgaans werkt, mag het stuk bij zijn afwezigheid worden overhandigd aan een persoon die verklaart de geadresseerde te kennen. Indien er een afdeling is die documenten of voorwerpen in ontvangst neemt, mag het stuk worden overhandigd aan het hoofd van die afdeling. Aan deze persoon wordt dezelfde informatie verstrekt als genoemd in de vorige alinea.

In het proces-verbaal van betekening wordt de naam van de geadresseerde vermeld, evenals de datum en het tijdstip waarop hij op zijn huisadres is gezocht maar niet aangetroffen, en de naam van de persoon die de kopie van de beslissing of het exploot in ontvangst heeft genomen en de relatie van die persoon tot de geadresseerde. De op deze wijze verrichte betekening is volledig rechtsgeldig.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Mededelingen die niet zijn betekend overeenkomstig het recht, zijn nietig, aangezien dit kan leiden tot een schending van het recht van verdediging van de betrokkene. Volgens de jurisprudentie van het HvJEU (C-354/15 Henderson) moeten, wanneer kennisgevingen niet vergezeld gaan van een vertaling hetzij in een taal die de verweerder begrijpt, hetzij in de officiële taal van de aangezochte lidstaat, of, indien er verscheidene officiële talen in de aangezochte lidstaat zijn, in de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht, of wanneer het standaardformulier van bijlage II bij de verordening niet aan de verweerder is gezonden, moeten deze kennisgevingen worden geregulariseerd door de belanghebbende partij het standaardformulier van bijlage II bij de verordening af te geven.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Indien de betekening of kennisgeving van een stuk wordt verricht door een rechtbank, gerechtelijke dienst of een gemeenschappelijke ondersteunende dienst voor procedurezaken, komen de kosten van de betekening voor rekening van het gerechtelijk orgaan en is de verzoekende partij geen vergoeding verschuldigd.

Laatste update: 10/04/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Frankrijk

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

De betekening is een vorm van kennisgeving.

In artikel 651 van de Code de procédure civile (het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering; "BRv.") wordt het volgende bepaald: "De processtukken worden ter kennis van de betrokkenen gebracht door de kennisgeving die daarvan wordt gedaan".

De kennisgeving kan de vorm aannemen van een "betekening", dat wil zeggen worden gedaan bij akte van een gerechtsdeurwaarder (lid 2) of worden gedaan zonder interventie van een gerechtsdeurwaarder, op niet-formele wijze.

Om geldig te zijn moet de betekening voldoen aan strikte algemene voorwaarden betreffende de toegestane uren en dagen en aan vormvoorschriften, zoals vastgesteld in de artikelen 653 en volgende van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

  • Link naar de bepalingen van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering betreffende kennisgevingen en betekeningen: klik De link wordt in een nieuw venster geopend.HIER

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Alle belangrijke processtukken moeten ter kennis worden gebracht aan de wederpartij. Via een processtuk kan een gerechtelijke procedure worden ingeleid, een procedure worden gevoerd, een procedure worden opgeschort of beëindigd, of een beslissing worden uitgevoerd (voorbeeld: dagvaarding, conclusie, memorie, betekening van een beslissing).

Het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat een gemengde regeling voor de betekening van processtukken: de kennisgeving kan steeds gebeuren door betekening (artikel 651, lid 3, BRv.), zelfs indien in de wet een andere vorm is vastgesteld. Als de wet daarentegen de betekening verplicht stelt, is gebruikmaking van een andere vorm onregelmatig.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De gerechtsdeurwaarders hebben het monopolie op de betekening. Zij zijn de enige lasthebbers die gemachtigd zijn om betekeningen te doen. Bij de uitoefening van hun monopolie hebben zij de mogelijkheid om een beroep te doen op beëdigde klerken, voor wie zij burgerlijk aansprakelijk blijven.

De kennisgeving van de stukken op niet-formele wijze kan worden gedaan door iedere persoon, die in de kennisgeving zijn namen en voornamen of de handelsnaam en zijn woonplaats of maatschappelijke zetel moet vermelden (artikel 665 BRv.). De kennisgeving kan eveneens gebeuren op initiatief van de griffie van een gerecht (in sommige gevallen voor de oproeping voor een zitting of de kennisgeving van een beslissing).

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Wanneer een Franse overheidsinstantie (openbaar ministerie of gerechtsdeurwaarder) wordt verzocht om een stuk afkomstig uit het buitenland ter kennis te brengen en het vaststaat dat de persoon niet meer op het aangegeven adres woont, staat het aan die overheid om de noodzakelijke stappen te ondernemen om het juiste adres van de woonplaats van de betrokkene op te sporen.

Daartoe heeft het openbaar ministerie toegang tot verschillende registers, met name dat van de sociale zekerheid. De meegedeelde gegevens hebben betrekking op het adres van de schuldenaar, het adres van zijn werkgever en de instellingen bij wie een rekening is geopend op naam van de schuldenaar, met uitsluiting van alle andere gegevens.

In het kader van een burgerlijke tenuitvoerleggingsprocedure voorziet De link wordt in een nieuw venster geopend.artikel L. 152-1 van de code des procédures civiles d'exécution (wetboek van burgerlijke tenuitvoerleggingsprocedures) bovendien in de directe toegang van gerechtsdeurwaarders tot de informatie die in het bezit is van de administraties of diensten van de staat en van instanties en ondernemingen en organen die onder het toezicht staan van de administratie.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Met uitzondering van de inlichtingen die openbaar zijn (bijvoorbeeld een telefoonboek), hebben de buitenlandse gerechtelijke autoriteiten of de partijen bij een gerechtelijke procedure geen toegang tot de registers die persoonsgegevens bevatten, zoals bijvoorbeeld het adres van de schuldenaar.

Een dergelijke toegang kan in het Franse recht slechts worden gewaarborgd in het kader van een burgerlijke tenuitvoerleggingsprocedure of, in het kader van een gerechtelijke procedure, op beslissing van het gerecht (zie vraag 1.3.).

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Geen enkele bepaling van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan beletten dat een beroep wordt gedaan op Verordening (EG) nr. 1206/2001 om het adres van een persoon te vinden. Niettemin moet voormelde verordening de bepalingen van dat wetboek in acht nemen. Volgens het Franse recht heeft de burgerlijke rechter evenwel geen directe toegang tot de bevolkingsregisters, zoals wel het geval is in andere lidstaten. Bijgevolg zou het beroep op Verordening (EG) nr. 1206/2001 mogelijk kunnen zijn in het geval waarin een derde een document zou bezitten dat het adres van de betrokkene bevat. In dat geval en overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 138 en volgende van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering zou de rechter die derde kunnen bevelen om het document in kwestie over te leggen, met dien verstande dat die derde daaraan een rechtmatige verhindering kan tegenwerpen (bv. beroepsgeheim van de advocaat).

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

De kennisgeving op niet-formele wijze wordt gedaan in een gesloten enveloppe of omslag (artikel 667 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering) per post of door overhandiging met ontvangstbewijs of kanttekening. De kennisgeving moet alle vermeldingen bevatten met betrekking tot de namen en voornamen of de handelsnaam van de persoon van wie zij uitgaat, alsook diens woonplaats of maatschappelijke zetel. De kennisgeving moet de persoon van de geadresseerde aanduiden (artikel 665 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Die verschillende vermeldingen zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid van de kennisgeving (artikel 693 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Wanneer de geadresseerde een natuurlijke persoon is, wordt de kennisgeving gedaan op de plaats waar hij verblijft of op om het even welke plaats indien de overhandiging gebeurt aan de persoon of op de gekozen woonplaats indien de wet dat toestaat of oplegt. Indien de betrokkene een rechtspersoon is, wordt de kennisgeving gedaan op de plaats van zijn vestiging of, bij gebreke daarvan, aan de persoon van een van zijn leden die gemachtigd is om die te ontvangen.

Voor hij die de kennisgeving verricht, is de datum die van de verzending van de brief, die voorkomt op het stempel van het kantoor van verzending. Voor hij aan wie de kennisgeving wordt gedaan, is de datum die van de ontvangst van de brief. Indien het een aangetekende brief met ontvangstbewijs betreft, komt die datum overeen met de datum die door de postadministratie is aangebracht bij de overhandiging van de brief aan de geadresseerde ervan.

De kennisgeving tussen advocaten is van toepassing wanneer een advocaat een stuk ter kennis van zijn confrater moet brengen (de artikelen 671 tot 673 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering). De kennisgeving gebeurt steeds in het Paleis, op twee wijzen: de betekening (die de interventie van een gerechtsdeurwaarder vereist, die zijn stempel en zijn handtekening aanbrengt op het stuk en het afschrift ervan) of de directe kennisgeving (die gebeurt door overhandiging van het stuk in twee exemplaren aan de advocaat-geadresseerde, waarbij die laatste een van de exemplaren gedateerd en ondertekend teruggeeft aan de overhandiger).

De betekeningen gebeuren door de gerechtsdeurwaarders in het rechtsgebied van de tribunal de grande instance van hun woonplaats. Behoudens toelating van de rechter kan in de praktijk geen betekening gebeuren buiten de werkdagen, noch vóór zes uur en na eenentwintig uur. Artikel 663 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering somt een aantal vermeldingen op die moeten voorkomen op de twee originele exemplaren van de gerechtsdeurwaardersakten, waarbij elke onregelmatigheid leidt tot de nietigheid van de betekening (artikel 693 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering). De betekening moet worden gedaan aan de persoon en wanneer die vorm niet mogelijk is, moet ze gebeuren op de woonplaats of verblijfplaats. Indien niet is voldaan aan de voorwaarden voor de verwezenlijking van die tweede wijze, gebeurt de betekening door verzending naar de geadresseerde van een proces-verbaal (betekening ten kantore).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Artikel 748-1 BRv. bepaalt dat de verzendingen, overhandigingen en kennisgevingen van de procestukken, stukken, adviezen, verwittigingen of oproepingen, verslagen, processen-verbaal en afschriften en uitgiften die zijn voorzien van de formule van tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen onder bepaalde voorwaarden elektronisch kunnen worden verricht.

De invoering van nieuwe technologieën in de openbare dienst justitie heeft geleid tot de verduidelijking van de voorwaarden voor de betekening langs elektronische weg, verricht door de gerechtsdeurwaarders.

De kennisgeving tussen advocaten kan ook worden verricht door het Réseau Privé Virtuel des Avocats (RPVA) (virtueel privénetwerk van de advocaten), dat eveneens wordt gebruikt voor procedurele uitwisselingen tussen advocaten en gerechten.

In principe bieden de technische besluiten, die de concrete voorwaarden bevatten voor de elektronische uitwisselingen, de mogelijkheid van elektronische communicatie slechts aan bepaalde beroepsbeoefenaars, met name advocaten en gerechtsdeurwaarders.

Elektronische communicatie is mogelijk voor de meeste gerechten (tribunaux de grande instance, rechtbanken van koophandel, hoven van beroep, Hof van Cassatie, kantongerechten in beperktere gevallen).

In welbepaalde gevallen en onder welbepaalde voorwaarden kunnen bepaalde stukken uitgaande van de griffie (zittingsberichten of, voor bepaalde rechtspersonen, oproepingen) per e-mail aan een partij worden gestuurd (de artikelen 748-8 et 748-9 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

In alle gevallen moet de geadresseerde van het stuk uitdrukkelijk instemmen met het gebruik van elektronische communicatie.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Indien de kennisgeving mislukt, moet er worden overgegaan tot betekening.

De betekening wordt gedaan "ofwel op de woonplaats, ofwel, bij gebrek aan gekende woonplaats, op de verblijfplaats". De gerechtsdeurwaarder moet dus alle nuttige opzoekingen doen om de woonplaats van de geadresseerde op te sporen voordat hij het stuk overhandigt op de verblijfplaats.

Wanneer de geadresseerde van de akte een gekende woonplaats of verblijfplaats heeft en de gerechtsdeurwaarder hem daar niet vindt, kan hij slechts een geldige betekening doen door een afschrift van het stuk te overhandigen aan elke persoon die aanwezig is op de woonplaats of verblijfplaats. Wanneer het stuk aan niemand wordt overhandigd, moeten verschillende formele handelingen worden verricht om de belangen van de geadresseerde te beschermen: bepaalde vermeldingen moeten voorkomen op het afschrift dat wordt overhandigd onder gesloten omslag en er moet per gewone brief een bericht worden verstuurd naar de betrokkene.

Wanneer de geadresseerde van het stuk geen gekende woonplaats, verblijfplaats of werkplaats heeft, kan de gerechtsdeurwaarder het stuk geldig neerleggen in zijn kantoor. Daartoe stelt hij een proces-verbaal op waarin hij nauwkeurig vermeldt wat hij heeft ondernomen om de betrokkene te zoeken. Dezelfde dag of ten laatste de eerstvolgende werkdag moet hij aan de geadresseerde, op diens laatste gekende adres, een afschrift versturen van het proces-verbaal en van het stuk dat het voorwerp uitmaakt van de betekening, per aangetekende brief met ontvangstbewijs. Dezelfde dag bericht de gerechtsdeurwaarder de geadresseerde per gewone brief over de uitvoering van die formele handeling.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

De betekening wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de dag waarop zij wordt gedaan aan de persoon, op de woonplaats of op de verblijfplaats. Aangezien de betekening door overhandiging ten kantore is gedaan "op de woonplaats", is het het bericht van aanbieden dat de datum van de betekening geeft, niet de overhandiging van het afschrift ten kantore. De regels voor de bepaling van de datum van de betekening zijn van toepassing, zelfs indien er een bericht moet worden verzonden.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Indien de geadresseerde afwezig is wanneer de postbode een aangetekende brief met ontvangstbewijs aanbiedt, wordt hij door het bericht van aanbieden op de hoogte gebracht dat hij het afschrift van het stuk binnen een bepaalde termijn kan afhalen op het postkantoor.

Indien de gerechtsdeurwaarder de zekerheid heeft dat het adres op het te betekenen stuk juist is maar hij het stuk niet aan de persoon kan overhandigen, laat hij in de brievenbus een bericht van aanbieden achter waarin de geadresseerde wordt uitgenodigd om het afschrift van het stuk af te halen in zijn kantoor (artikel 656 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

De toestemming van de betrokkene, die de geadresseerde van het stuk is, is geen voorwaarde voor de overhandiging van dat stuk aan die persoon, zodat, indien de geadresseerde van het stuk het hem door de gerechtsdeurwaarder aangeboden stuk niet wil ontvangen, de betekening niettemin is gedaan aan de persoon van de betrokkene. Het zou immers onmogelijk zijn voor de gerechtsdeurwaarder om de geadresseerde te dwingen om het stuk aan te nemen indien die dat weigert; het volstaat dat de gerechtsdeurwaarder het afschrift achterlaat bij de geadresseerde wanneer hij hem bij hem thuis heeft aangetroffen. De betekening is dus geldig, zelfs indien de gerechtsdeurwaarder, wanneer de geadresseerde het afschrift heeft geweigerd, het heeft neergelegd op een meubel (hof van beroep van Parijs, 12 december 1906, S. 1907. 2.109).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

In het kader van de kennisgevingen per post mag de persoon die belast is met het afleveren van de brief met ontvangstbewijs die in principe enkel afleveren aan de persoon voor wie die is bestemd, behalve indien de geadresseerde een derde heeft gemachtigd om dergelijke stukken te ontvangen.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien het stuk waarop de kennisgeving per post betrekking heeft, de geadresseerde van het stuk, of een persoon die gemachtigd is om de brieven met ontvangstbewijs te ontvangen, niet heeft kunnen bereiken, is de kennisgeving niet regelmatig en moet zij opnieuw worden gedaan, door middel van betekening door een gerechtsdeurwaarder.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Wanneer de persoon die belast is met het afleveren van de brief met ontvangstbewijs zich heeft aangeboden aan de woonplaats van de geadresseerde van het stuk zonder dat die persoon (of de persoon die gemachtigd is om aangetekende brieven met ontvangstbewijs te ontvangen) aanwezig was, laat de postbode een bericht van aanbieden achter in de brievenbus van de betrokkene. Dat bericht van aanbieden vermeldt dat de brief ter beschikking is van de betrokkene op het postkantoor en dat hij die kan afhalen binnen een termijn van twee weken. Indien de betrokkene de brief niet afhaalt binnen die termijn, wordt de brief teruggezonden naar de afzender.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Wanneer de kennisgeving wordt gedaan per aangetekende brief met ontvangstbewijs, overhandigt de postbode de omslag aan de geadresseerde tegen kanttekening op het ontvangstbewijs. Dat laatste wordt naar de afzender verzonden als bewijs van de overhandiging van het stuk. Wanneer de geadresseerde de omslag niet heeft afgehaald op het postkantoor of wanneer het adres bijvoorbeeld onjuist is, ontvangt de afzender eveneens, bij het verstrijken van een termijn van twee weken volgend op het bericht van aanbieden, het ontvangstbewijs waarop wordt vermeld dat de overhandiging niet is gelukt.

Wanneer de akte wordt betekend, vermeldt de gerechtsdeurwaarder op het proces-verbaal van betekening wat hij heeft ondernomen voor het goede verloop van de betekening conform artikel 655 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering, waarvan lid 2 het volgende bepaalt: "de gerechtsdeurwaarder moet in de akte vermelden wat hij heeft ondernomen om de betekening aan de persoon van de geadresseerde te verrichten alsook de omstandigheden die een dergelijke betekening onmogelijk hebben gemaakt".

De gerechtsdeurwaarder vermeldt dus in het proces-verbaal aan welke persoon hij het stuk heeft kunnen overhandigen en brengt zijn lastgever daarvan op de hoogte.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

De stukken moeten in principe ter kennis worden gebracht aan de persoon. Niettemin maakt het feit dat zij ter kennis worden gebracht aan derden de kennisgeving niet noodzakelijk onregelmatig, onder bepaalde voorwaarden.

Conform artikel 670 van het Franse wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs geacht te zijn gebeurd op de woonplaats of verblijfplaats wanneer het ontvangstbewijs wordt ondertekend door een persoon die daartoe over een volmacht beschikt. Een dergelijke kennisgeving kan gevolgen hebben voor de kwalificatie van de beslissing (een beslissing op tegenspraak dan wel een beslissing bij verstek indien de persoon niet aanwezig is), maar ze is daarom niet minder regelmatig.

In de andere gevallen, dat wil zeggen indien het adres van de kennisgeving per aangetekende brief onjuist is of indien de geadresseerde de omslag niet heeft afgehaald op het postkantoor, moet de griffier van het gerecht de partij uitnodigen om tot betekening over te gaan, overeenkomstig artikel 670-1 van hetzelfde wetboek. Door die handelwijze kan de kennisgeving van het stuk worden geregulariseerd.

De gerechtsdeurwaarder kan het stuk ook overhandigen aan een andere persoon dan de geadresseerde ervan, bijvoorbeeld aan een familielid dat aanwezig is op de woonplaats. In dat geval wordt een afschrift van het stuk achtergelaten bij de derde, onder afgestempelde omslag, en vermeldt de gerechtsdeurwaarder in het proces-verbaal van betekening de naam van de persoon die het stuk heeft ontvangen (de artikelen 655 en 657 van hetzelfde wetboek).

Indien de gerechtsdeurwaarder heeft kunnen nagaan dat de geadresseerde wel degelijk op het aangegeven adres verblijft, kan hij eveneens een bericht van aanbieden achterlaten in de brievenbus, waarin de geadresseerde wordt uitgenodigd om de omslag af te halen in zijn kantoor. In dat geval is de betekening regelmatig en wordt die geacht te zijn gedaan op de woonplaats, met de gevolgen die reeds werden vermeld met betrekking tot de kwalificatie van de beslissing (artikel 656 van hetzelfde wetboek).

Tot slot kan de vrijwillige aanwezigheid van de verweerder op de terechtzitting voor het kantongerecht, de rechtbank van koophandel en de conseil de prud'hommes ertoe leiden dat de onregelmatige kennisgeving of betekening van het gedinginleidende stuk buiten beschouwing wordt gelaten wanneer de partijen daarmee instemmen (Soc. 16 mei 1990).

Buiten die gevallen heeft het onregelmatig betekende of ter kennis gebrachte stuk geen waarde en kan het geen enkel recht doen ontstaan. Het kan met name geen beroepstermijn doen ingaan.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De kosten voor kennisgeving van een stuk per aangetekende brief zijn gelijk aan de kosten van de aangetekende zending, namelijk 5,10 EUR voor een brief van maximaal 20 gram, verzonden vanuit Frankrijk en met als bestemming Frankrijk (tarief per 1 april 2017).

De kosten voor gerechtsdeurwaardersakten worden bepaald volgens De link wordt in een nieuw venster geopend.een besluit van 26 februari 2016 tot vaststelling van de gereglementeerde tarieven van de gerechtsdeurwaarders. De kosten voor een betekening variëren naargelang van de aard van het stuk en de in het geding zijnde bedragen, maar bedragen meestal minder dan 50 EUR.

Laatste update: 21/11/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Kroatië

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Het juridische begrip "betekening of kennisgeving van stukken" wil in de praktijk zeggen dat alle documenten in burgerlijke en in handelszaken aan alle betrokken partijen moeten worden uitgereikt.

In artikel 4, lid 1, punt 6), 7) en 8) van de Verordening betreffende administratie ("Officieel Publicatieblad" van de Republiek Kroatië, nr. 7/09; hierna "de Verordening" genoemd), is bepaald dat een document zowel een geschrift als een officiële akte kan zijn.

- een geschrift is een schriftelijk document dat door partijen wordt gebruikt om een procedure in te leiden, een verzoekschrift of een andere vordering aan te vullen of te wijzigen, of om van de procedure af te zien.

Artikel 14 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering ("Officieel Publicatieblad" van de Republiek Kroatië, nr. 53/91, 91/92, 58/93, 112/99, 88/01, 117/03, 88/05, 02/07, 84/08, 123/08, 57/11, 148/11, 25/13 en 89/14; hierna "het WvBR" genoemd) bepaalt dat indien de wet niet voorschrijft op welke wijze bepaalde handelingen moeten worden uitgevoerd, de partijen de proceshandelingen buiten de zittingen schriftelijk verrichten (geschriften) en tijdens de zittingen mondeling.

Artikel 106 van het WvBR bepaalt dat verzoekschriften, procesinleidende stukken, verweerschriften, beroepschriften en andere verklaringen, verzoeken of mededelingen die buiten de zitting worden gegeven, in schriftelijke vorm moeten worden ingediend.

Geschriften zijn dus documenten waarmee de procespartijen en andere betrokkenen bij de zaak proceshandelingen verrichten.

- een akte is een schriftelijk document opgesteld door een autoriteit waarin deze autoriteit een beslissing neemt over de zaak, de geschriften van de partijen beantwoordt, een officiële handeling vaststelt, onderbreekt of beëindigt, en dat de autoriteit gebruikt voor de officiële communicatie met andere organen of andere rechtspersonen die met openbaar gezag bekleed zijn.

De betekening of kennisgeving zoals bepaald in de wet, betreft een voorgeschreven activiteit van bevoegde organen en personen waardoor de geadresseerden kennis kunnen nemen van de inhoud van de documenten die aan hen zijn gericht. Dit aspect is van essentieel belang gelet op het feit dat indien een partij de mogelijkheid wordt ontnomen om deel te nemen aan de behandeling ter zitting als gevolg van een foutieve betekening of kennisgeving, dat namelijk een ernstige schending oplevert van de bepalingen op het gebied van de burgerlijke rechtsvordering op grond waarvan buitengewone rechtsmiddelen kunnen worden ingesteld.

De betekening of kennisgeving aan de verweerder van het stuk dat het geding inleidt is bovendien een voorafgaande voorwaarde voor de inleiding van de procedure, in die zin dat de procedure aanvangt zodra aan de verweerder betekening of kennisgeving is gedaan van het procesinleidende stuk (artikel 194, lid 1, van het WvBR).

Daarom zijn er bijzondere regels van toepassing voor de betekening of kennisgeving van stukken, aangezien deze handeling een noodzakelijke voorwaarde is voor de naleving van bepaalde beginselen van het burgerlijk procesrecht, zoals het beginsel van hoor en wederhoor. Dit betekent dat partijen de mogelijkheid moeten hebben gekregen om kennis te nemen van de plaats en het tijdstip waarop de zaak zal worden behandeld en van de inhoud van de processtukken. Daarom vangt een procedure pas aan nadat op de juiste wijze betekening of kennisgeving is gedaan van het procesinleidende stuk aan de verweerder. De betekening of kennisgeving van schriftelijke stukken is bovendien zeer belangrijk omdat in bepaalde gevallen de termijn waarbinnen de partijen proceshandelingen kunnen verrichten (indienen van verweerschrift, hoger beroep) beginnen te lopen vanaf de betekening of kennisgeving van het stuk. Het is dan ook absoluut noodzakelijk dat gedurende de gerechtelijke procedure alles in het werk wordt gesteld om ervoor te zorgen dat de geadresseerde kennis neemt van de inhoud van de stukken die aan hem zijn betekend of ter kennis zijn gebracht (beginselen van rechtszekerheid, mondelinge behandeling en openbaarheid). De betekening of kennisgeving wordt alleen geacht op de juiste wijze te zijn verricht indien alle daaromtrent vastgestelde regels zijn nageleefd.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Procesinleidende stukken, betalingsbevelen, uitspraken en andere rechterlijke beslissingen, waartegen afzonderlijk beroep kan worden ingesteld of waartegen andere rechtsmiddelen openstaan, worden aan de betrokken partij in persoon betekend of ter kennis gebracht; dit geldt ook voor andere documenten indien de wet vereist of de rechtbank oordeelt dat aanvullende maatregelen nodig zijn ten behoeve van de overhandiging van authentieke akten of vanwege andere redenen (artikel 142, lid 1, van het WvBR).

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De bepalingen betreffende de betekening en kennisgeving van stukken zijn opgenomen in titel elf van het WvBR.

Artikel 133, lid 11, van het WvBR bepaalt op welke wijze de betekening of kennisgeving van stukken moet plaatsvinden, dat wil zeggen per post of door een gerechtelijk ambtenaar of een functionaris, een bevoegd overheidsorgaan, een notaris of rechtstreeks bij de rechtbank, of op grond van een afzonderlijke wet via een elektronisch bericht.

Artikel 133.a van het WvBR bepaalt dat de rechtbank middels een beslissing, waartegen geen beroep openstaat, kan besluiten de betekening of kennisgeving van een bepaald stuk te laten verrichten door een notaris, indien een partij daartoe een verzoek indient en zich bereid verklaart de kosten op zich te nemen. De notaris kan zich bij de uitvoering van deze taak laten vervangen door een plaatsvervangend notaris, een assistent-notaris of een aspirant-notaris.

Artikel 133.b van het WvBR bepaalt dat indien de verweerder vóór indiening van het verzoekschrift bij de rechtbank met de eiser in een schriftelijke overeenkomst overeenkomt dat de betekening of kennisgeving, in het kader van het geschil dat voorwerp is van die overeenkomst, wordt verricht aan een bepaald adres in de Republiek Kroatië of aan een bepaald persoon in de Republiek Kroatië, de betekening of kennisgeving van de procesinleidende stukken en andere processtukken, op verzoek van de eiser, aan de verweerder zal worden verricht aan dat bepaalde adres of aan die bepaalde persoon. Indien de betekening of kennisgeving niet kan worden verricht, beveelt de rechtbank dat de stukken aan de verweerder worden betekend of ter kennis gebracht door publicatie op het officiële publicatiebord van de rechtbank.

Artikel 133.c van het WvBR bepaalt dat indien de partijen in de loop van de procedure hierover een afspraak maken, de rechtbank kan besluiten dat de partijen hun geschriften en andere stukken rechtstreeks naar elkaar moeten sturen per aangetekende post met ontvangstbevestiging. Indien een van de partijen een rechtspersoon is of een natuurlijk persoon met een gereglementeerd beroep, kan de akte ook rechtstreeks aan hem worden overhandigd op het hoofdkantoor, waarbij zijn stempel op de ontvangstbevestiging moet worden geplaatst. In een procedure waarbij de partijen worden vertegenwoordigd door een advocaat of door het parket, kan de rechtbank besluiten dat de vertegenwoordigers hun geschriften rechtstreeks naar elkaar sturen – per aangetekende post met ontvangstbevestiging, of door afgifte bij hun kantoor of de griffie.

Artikel 134.a bepaalt dat indien het niet is gelukt de betekening of kennisgeving te verrichten aan het adres dat wordt vermeld in het procesinleidende stuk van een rechtspersoon en is ingeschreven in een rechtbankregister of een ander register, de betekening of kennisgeving dient te worden verricht aan het adres van het hoofdkantoor van de genoemde rechtspersoon dat in het betreffende register staat ingeschreven. Indien de betekening of kennisgeving niet op dat adres kan worden verricht, zal het stuk worden betekend of ter kennis gebracht door publicatie op het officiële publicatiebord van de rechtbank. Deze procedure geldt ook voor natuurlijke personen met een gereglementeerd beroep (kunstenaars, handelaars, notarissen, advocaten, artsen enzovoort) indien de betekening of kennisgeving aan die personen plaatsvindt in verband met hun beroep.

Artikel 134.b van het WvBR bepaalt dat indien de betekening of kennisgeving aan bepaalde personen wordt verricht bij de rechtbank, op hun verzoek en met goedkeuring van de voorzitter van de rechtbank, de aan hen geadresseerde stukken afkomstig van de rechtbank worden gedeponeerd in speciale postvakken die zich bevinden in een daartoe ingerichte ruimte van de rechtbank. Een medewerker van de rechtbank verricht de betekening of kennisgeving. De voorzitter van de rechtbank kan, via een beslissing in een administratieve procedure, besluiten dat stukken afkomstig van de rechtbank en bestemd voor alle advocaten, notarissen en bepaalde rechtspersonen met een kantoor dat ligt in het arrondissement van de rechtbank, zullen worden gedeponeerd in de genoemde postvakken bij de rechtbank.

Artikel 135 van het WvBR bepaalt dat dagvaardingen bestemd voor militairen, leden van het politiekorps en personen die werkzaam zijn in sector vervoer over land of in de binnenvaart-, scheepvaart- en luchtvaartsector, worden overhandigd aan hun bevelhebber of aan hun directe leidinggevende; andere stukken kunnen eventueel ook op deze wijze worden betekend of ter kennis gebracht.

Artikel 136 van het WvBR bepaalt dat de betekening of kennisgeving aan personen of instellingen in het buitenland of aan buitenlandse onderdanen die immuniteit genieten, via diplomatieke weg moet worden verricht, tenzij in een internationale overeenkomst of het WvBR anders is bepaald (artikel 146). De betekening of kennisgeving van stukken aan Kroatische onderdanen in het buitenland kan worden verricht door een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van de Republiek Kroatië die belast is met consulaire zaken in de betreffende vreemde staat. Deze wijze van betekening of kennisgeving is slechts geldig indien de geadresseerde het te betekenen stuk in ontvangst neemt.

Artikel 137 van het WvBR bepaalt dat betekening of kennisgeving van stukken aan personen die opgesloten zitten, wordt gedaan aan de directie van de betreffende gevangenis, justitiële inrichting of reclasseringsinstelling.

In bepaalde gevallen kan de tweede poging tot betekening of kennisgeving aan de personen genoemd in de artikelen 141 en 142 van het WvBR (natuurlijk persoon zonder gereglementeerd beroep of een natuurlijk persoon met een gereglementeerd beroep in het kader van geschillen die geen betrekking hebben op dat beroep), worden gedaan door publicatie van het stuk op het officiële publicatiebord van de rechtbank.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Indien betekening of kennisgeving van een stuk moet worden gedaan aan het adres van een persoon dat wordt vermeld in het verzoek van een bevoegde buitenlandse autoriteit, terwijl zich ondertussen een adreswijziging heeft voorgedaan, en het document als gevolg daarvan niet kan worden betekend of ter kennis gebracht, is de Kroatische rechtbank verplicht om overeenkomstig artikel 143 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering het stuk opnieuw ter betekening of kennisgeving te bezorgen aan huisadres van de betreffende persoon in de Republiek Kroatië dat is ingeschreven in de registers van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Republiek Kroatië.

Bovendien kan na overlegging van voldoende bewijs dat er sprake is van een rechtsbelang, ook een verzoek worden ingediend bij de prefectuur van de politie voor het verstrekken van gegevens over de woon- of verblijfplaats van de persoon aan wie in het kader van een civiele procedure betekening of kennisgeving van een stuk moet worden gedaan.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Het rechtbankregister van ondernemingen van de Republiek Kroatië is openbaar en gratis, zodat buitenlandse rechterlijke organen en/of procespartijen gratis toegang hebben tot alle nodige informatie over Kroatische ondernemingen. Het register is te vinden op de volgende website: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://sudreg.pravosudje.hr/registar/f?p=150:1

Adressen van natuurlijke personen zijn niet openbaar en kunnen alleen worden opgevraagd via het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Republiek Kroatië.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Het Kroatische recht kent geen specifieke regels waarin is bepaald welke procedures de rechtbanken moeten volgen ingevolge Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken. De praktijk tot nu toe laat zien dat de Kroatische rechtbanken de aanvragen voor het vinden van een adres, afkomstig van buitenlandse rechterlijke autoriteiten op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad in behandeling nemen en beantwoorden.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Betekening of kennisgeving van stukken geschiedt in de regel per post of door een aangewezen gerechtelijk ambtenaar. De artikelen 133 tot en met 137 van het WvBR voorzien in mogelijke alternatieve wijzen, namelijk betekening of kennisgeving door een bevoegd overheidsorgaan, een notaris, rechtstreeks bij de rechtbank, of overeenkomstig een afzonderlijke wet op elektronische wijze. In bepaalde gevallen mag de betekening of kennisgeving van een stuk ook worden verricht door publicatie op het officiële publicatiebord van de rechtbank.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

De betekening of kennisgeving per telefoon, fax of elektronisch bericht is toegestaan in de gevallen genoemd in artikel 193, lid 5, en in artikel 321, lid 7, van het WvBR (mededeling van de rechtbank van tweede aanleg aan de rechtbank van eerste aanleg om laatstgenoemde te informeren dat er reeds uitspraak is gedaan in hoger beroep, en mededeling van de rechtbank in eerste aanleg aan de rechtbank in tweede aanleg over de intrekking van een verzoekschrift of het voornemen van de partijen om een gerechtelijke schikking te treffen).

Artikel 495 van het WvBR bepaalt dat in spoedeisende gevallen de datum van een hoorzitting per telefoon, telegram of, conform een afzonderlijke wet, via een elektronisch bericht of op een andere passende wijze kan worden vastgesteld. Indien er geen ander schriftelijk bewijs van de vaststelling van de datum van de hoorzitting is, wordt hiervan officieel aantekening gemaakt.

Artikel 507.o bepaalt dat de formulieren op grond van Verordening nr. 861/2007 en andere verzoeken of verklaringen per fax of op elektronisch wijze kunnen worden ingediend in de vorm van een geschrift. De verantwoordelijke minister van Justitie moet via een bijzondere verordening bepalen op welke wijze stukken per fax of elektronisch bericht moeten worden ingediend. De datum van inwerkingtreding van deze verordening wordt eveneens door de minister vastgesteld. Aangezien genoemde verordening nog niet is aangenomen, bestaan de technische voorwaarden voor de toepassing van deze vorm van communicatie nog niet.

In de artikelen 492.a, 492.b en 492.c zijn de wijzen van en regels voor de elektronische betekening en kennisgeving van geschriften in handelszaken vastgesteld. Voordat de verschillende wijzen van elektronische communicatie kunnen worden gebruikt, dient eerst in een verordening een definitie te worden gegeven van de inhoud en het formaat van de formulieren, de voorwaarden voor elektronische indiening van geschriften, het formaat van de kopieën van de geschriften en de opzet en werking van het informatiesysteem. Aangezien genoemde verordening nog niet is aangenomen, bestaan de technische voorwaarden voor de toepassing van deze vorm van communicatie nog niet.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

In artikel 142, lid 2, van het WvBR is bepaald dat indien de geadresseerde van een te betekenen stuk niet kan worden bereikt op het adres waar de betekening of kennisgeving volgens de gegevens van het procesinleidend stuk of het zaaksdossier moet plaatsvinden, de persoon die de betekening of kennisgeving verricht navraagt op welke datum en tijd hij de betrokkenen kan aantreffen. Vervolgens kan hij een bericht achterlaten aan een van de personen genoemd in artikel 141, lid 1, 2 of 3, van het WvBR, waarin de geadresseerde wordt verzocht op een bepaalde datum en tijd op zijn huis- of werkadres aanwezig te zijn om het te betekenen stuk in ontvangst te nemen. Indien de persoon die de betekening of kennisgeving verricht er niet in slaagt de geadresseerde te vinden, wordt de procedure van artikel 141 van het WvBR gevolgd en wordt de betekening of kennisgeving aldus geacht te zijn verricht.

In verband hiermee wordt in de praktijk artikel 37 van de wet inzake de postdiensten ("Officieel publicatieblad" van de Republiek Kroatië, nr. 144/12 en 153/13) toegepast bij wijze van vervangende betekening. In dit artikel is bepaald dat poststukken, met uitzondering van gewone poststukken, in persoon aan de geadresseerde, zijn juridisch vertegenwoordiger of zijn gemachtigde worden overhandigd. Indien het niet mogelijk is het poststuk aan bovengenoemde personen te overhandigen, wordt het poststuk bij wijze van uitzondering overhandigd aan een meerderjarige huisgenoot, een werknemer in vaste dienst in de woning of bij het bedrijf van de geadresseerde, of aan een daartoe gemachtigd persoon in het bedrijfspand van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon bij wie de geadresseerde in vaste dienst is. Indien bezorging op deze wijze niet mogelijk is, wordt een bericht achtergelaten in de brievenbus van de woning van de geadresseerde, waarin wordt vermeld binnen welke termijn en waar het poststuk kan worden afgehaald. In de praktijk laat de postdienst een bericht achter waarin staat dat het poststuk binnen vijf dagen na de datum van achterlating van het bericht kan worden afgehaald bij het opgegeven postkantoor. Indien de geadresseerde het poststuk niet afhaalt, stuurt de postdienst het stuk terug naar de afzender.

In het uiterste geval wordt de betekening of kennisgeving van het stuk verricht door publicatie van het stuk op het officiële publicatiebord van de rechtbank (artikelen 133.b, 134.a, 134.b, 143, 144 van het WvBR).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Bij andere wijzen van betekening of kennisgeving wordt deze geacht te zijn verricht op de datum waarop de documenten aan de geadresseerde zijn overhandigd of aan de persoon aan wie dat is toegestaan, of in geval van betekening of kennisgeving door publicatie op het officiële publicatiebord, na een termijn van acht dagen, gerekend vanaf de datum van publicatie op het publicatiebord.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Artikel 37 van de wet inzake de postdiensten ("Officieel publicatieblad" van de Republiek Kroatië, nr. 144/12 en 153/13) bepaalt dat poststukken, met uitzondering van gewone poststukken, in persoon aan de geadresseerde, zijn juridisch vertegenwoordiger of zijn gemachtigde worden overhandigd. Indien het niet mogelijk is het poststuk aan bovengenoemde personen te overhandigen, wordt het poststuk bij wijze van uitzondering overhandigd aan een meerderjarige huisgenoot, een werknemer in vaste dienst in de woning of bij het bedrijf van de geadresseerde, of aan een daartoe gemachtigd persoon in het bedrijfspand van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon bij wie de geadresseerde in vaste dienst is. Indien bezorging op deze wijze niet mogelijk is, wordt een bericht achtergelaten in de brievenbus van de woning van de geadresseerde waarin wordt vermeld binnen welke termijn en waar het poststuk kan worden afgehaald. Indien de geadresseerde het poststuk niet afhaalt, stuurt de postdienst het stuk terug naar de afzender.

Indien de betekening of kennisgeving aan bepaalde personen wordt verricht bij de rechtbank, op hun verzoek en met goedkeuring van de voorzitter van de rechtbank, worden de aan hen geadresseerde stukken afkomstig van de rechtbank gedeponeerd in speciale postvakken die zich bevinden in een daartoe ingerichte ruimte van de rechtbank. Een medewerker van de rechtbank verricht de betekening of kennisgeving. De voorzitter van de rechtbank kan, via een beslissing in een administratieve procedure, besluiten dat stukken afkomstig van de rechtbank en bestemd voor alle advocaten, notarissen en bepaalde rechtspersonen met een kantoor dat ligt in het arrondissement van de rechtbank, zullen worden gedeponeerd in de genoemde postvakken bij de rechtbank (artikel 134.b van het WvBR). Genoemde personen zijn in dat geval verplicht het stuk binnen acht dagen af te halen. Indien het stuk niet binnen de vastgestelde termijn wordt afgehaald, geschiedt de betekening of kennisgeving door publicatie van het stuk op het officiële publicatiebord van de rechtbank. Na afloop van de termijn van acht dagen na publicatie van het stuk op het publicatiebord van de rechtbank, wordt de betekening of kennisgeving van het stuk geacht te hebben plaatsgevonden.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde weigert de ontvangstbevestiging te ondertekenen, maakt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht daarvan een aantekening op de betreffende ontvangstbevestiging met vermelding van de bezorgdatum voluit in letters, waarmee de betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht (artikel 149, lid 3, van het WvBR).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Artikel 507.c bepaalt dat de ontvangstbevestiging of een document met vergelijkbare waarde geldt als bewijs van betekening of kennisgeving overeenkomstig artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007. Het stuk waarvan door de ontvangende instantie van de Republiek Kroatië betekening of kennisgeving moet worden gedaan in de zin van artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 1393/2007, kan per aangetekende post met ontvangstbevestiging worden verzonden.

In het WvBR is niet bepaald dat de wijze van betekening of kennisgeving zoals vastgesteld in artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 uitsluitend kan plaatsvinden aan de geadresseerde, en derhalve is in de bepalingen van het WvBR betreffende de overhandiging in persoon de mogelijkheid van vervangende betekening of kennisgeving vastgesteld.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Uit de bepalingen van het WvBR betreffende vervangende betekening of kennisgeving of de alternatieven voor de betekening of kennisgeving in persoon, kan worden geconcludeerd dat in de Republiek Kroatië betekening of kennisgeving van een stuk in het uiterste geval zal geschieden door publicatie van het stuk op het officiële publicatiebord van de rechtbank.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

In artikel 142, lid 2, van het WvBR is bepaald dat indien de geadresseerde van een te betekenen stuk niet kan worden bereikt op het adres waar de betekening of kennisgeving volgens de gegevens van het procesinleidend stuk of het zaaksdossier moet plaatsvinden, de persoon die de betekening of kennisgeving verricht na vraagt op welke datum en tijd hij de betrokkenen kan aantreffen. Vervolgens kan hij een bericht achterlaten aan een van de personen genoemd in artikel 141, lid 1, 2 of 3, van het WvBR, waarin de geadresseerde wordt verzocht op een bepaalde datum en tijd aanwezig te zijn op zijn huisadres of zijn werkadres om het te betekenen stuk in ontvangst te nemen. Indien de persoon die de betekening of kennisgeving verricht er niet in slaagt de geadresseerde te vinden, wordt de procedure van artikel 141 van het WvBR gevolgd en wordt de betekening of kennisgeving aldus geacht te zijn verricht.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Artikel 149 van het WvBR bepaalt dat de geadresseerde de ontvangstbevestiging dient te ondertekenen en daarbij de ontvangstdatum moet vermelden. Indien een stuk wordt betekend of ter kennis gebracht aan een overheidsinstelling, een rechtspersoon of een natuurlijk persoon met een gereglementeerd beroep, is de geadresseerde verplicht het stuk te ondertekenen en te voorzien van het stempel van de betreffende instelling of persoon. Indien na betekening of kennisgeving van een stuk aan deze instelling of persoon het stempel ontbreekt, dient de persoon die de betekening of kennisgeving verricht op de ontvangstbevestiging de reden daarvan te vermelden. Indien de geadresseerde analfabeet is of niet in staat is om te tekenen, vermeldt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht de voornaam en naam van de geadresseerde en de ontvangstdatum voluit in letters evenals de reden waarom de geadresseerde niet heeft getekend. Indien de geadresseerde weigert de ontvangstbevestiging te ondertekenen, maakt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht daarvan een aantekening op de betreffende ontvangstbevestiging met vermelding van de bezorgdatum voluit in letters, waarmee de betekening of kennisgeving aldus wordt geacht te zijn verricht. Indien de betekening of kennisgeving van het stuk plaatsvindt overeenkomstig artikel 142, lid 2, van het WvBR, wordt op de ontvangstbevestiging niet alleen bevestigd dat het stuk in ontvangst is genomen, maar ook dat er voorafgaand een schriftelijk bericht is achtergelaten. Wanneer overeenkomstig de bepalingen van het genoemde wetboek de betekening of kennisgeving van het stuk wordt gedaan aan een ander persoon dan de geadresseerde, vermeldt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht op de ontvangstbevestiging welke relatie deze twee personen tot elkaar hebben. Indien de betekening of kennisgeving van een stuk niet wordt verricht aan een overheidsinstelling of een rechtspersoon, verzoekt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht de persoon aan wie hij het stuk overhandigt, en die hem niet bekend is, zijn identiteit aan te tonen. De persoon die de betekening of kennisgeving verricht vermeldt de voornaam en naam van de persoon aan wie hij het stuk heeft overhandigd op de ontvangstbevestiging en hij geeft aan of hij deze persoon kent, of hij noteert het nummer van het identiteitsbewijs aan de hand waarvan hij de identiteit van de betreffende persoon heeft kunnen vaststellen en het orgaan dat het identiteitsbewijs heeft afgegeven. De persoon die de betekening of kennisgeving verricht, niet zijnde een notaris, is verplicht op de ontvangstbevestiging in een goed leesbaar handschrift zijn voornaam, naam en hoedanigheid te vermelden en deze te ondertekenen. Indien nodig stelt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht een proces-verbaal van betekening of kennisgeving op en voegt dat bij de ontvangstbevestiging. In het geval waarin er een onjuiste datum van betekening of kennisgeving op de ontvangstbevestiging staat vermeld, wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht op de datum van overhandiging van het stuk. In geval van verlies van de ontvangstbevestiging, kan de betekening of kennisgeving ook op een andere wijze worden aangetoond.

Artikel 133.a, leden 3 en 4, van het WvBR, bepaalt dat de notaris een akte dient op te stellen met betrekking tot de ontvangst van een stuk en de stappen die zijn ondernomen ten behoeve van de betekening of kennisgeving van dat stuk. De notaris stuurt onverwijld een gewaarmerkt conform afschrift van de akte van ontvangst van het te betekenen stuk, evenals de bevestiging van de betekening of kennisgeving, tezamen met een gewaarmerkt conform afschrift van het proces-verbaal van betekening of kennisgeving van het stuk rechtstreeks naar de rechtbank; het document waarvan geen betekening of kennisgeving kon worden gedaan, wordt verstuurd tezamen met een gewaarmerkt conform afschrift van de akte waarin staat omschreven welke stappen zijn ondernomen.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

De geadresseerde of de persoon aan wie de betekening of kennisgeving ten behoeve van de geadresseerde kan worden gedaan, mag de inontvangstneming van het stuk alleen weigeren indien de betekening of kennisgeving is verricht op een datum, plaats of wijze die niet in de wet is bepaald. Indien de geadresseerde of de personen die verplicht zijn het stuk in ontvangst te nemen, de inontvangstneming van het stuk echter zonder gegronde reden weigeren, of indien zij het stuk weggooien of vernietigen alvorens het te hebben gelezen, doet die weigering niets af aan de rechtsgevolgen die de betekening of kennisgeving teweegbrengt (VsSr Gzz 61/73 – ZSO 4/76-140).

Indien de geadresseerde weigert de ontvangstbevestiging te ondertekenen, maakt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht, daarvan een aantekening op de betreffende ontvangstbevestiging met vermelding van de bezorgdatum voluit in letters, waarmee de betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht (artikel 149, lid 3, van het WvBR).

In geval van weigering van de inontvangstneming wordt de betekening of kennisgeving in het uiterste geval verricht door publicatie van het stuk op het officiële publicatiebord van de rechtbank. Na afloop van de termijn van acht dagen na publicatie van het stuk op het publicatiebord van de rechtbank, wordt de betekening of kennisgeving van het stuk geacht te hebben plaatsgevonden.

Ingeval de betekening of kennisgeving van stukken aan derden is gedaan, en het stuk is overhandigd aan een ander persoon dan de geadresseerde, moet de relatie die deze twee personen tot elkaar hebben, op de ontvangstbevestiging worden vermeld (artikel 149, lid 5, van het WvBR). Indien de betekening of kennisgeving van een stuk niet wordt verricht aan een overheidsinstelling of een rechtspersoon, verzoekt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht, de persoon aan wie hij het stuk overhandigt, en die hem niet bekend is, zijn identiteit aan te tonen. De persoon die de betekening of kennisgeving verricht vermeldt de voornaam en naam van de persoon aan wie hij het stuk heeft overhandigd op de ontvangstbevestiging en hij geeft aan of hij deze persoon kent, of hij noteert het nummer van het identiteitsbewijs aan de hand waarvan hij de identiteit van de betreffende persoon heeft kunnen vaststellen en het orgaan dat het identiteitsbewijs heeft afgegeven. De persoon die de betekening of kennisgeving verricht, niet zijnde een notaris, is verplicht op de ontvangstbevestiging in een goed leesbaar handschrift zijn voornaam, naam en hoedanigheid te vermelden en deze te ondertekenen. Indien nodig stelt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht een proces-verbaal van betekening of kennisgeving op en voegt dat bij de ontvangstbevestiging. In het geval waarin er een onjuiste datum van betekening of kennisgeving op de ontvangstbevestiging staat vermeld, wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht op de datum van overhandiging van het stuk. In geval van verlies van de ontvangstbevestiging, kan de betekening of kennisgeving ook op een andere wijze worden aangetoond.

Ieder persoon die belast is met de betekening of kennisgeving van een stuk en deze handeling niet op de juiste wijze verricht, als gevolg waarvan de procedure vertraging oploopt, kan door de rechtbank worden bestraft met een boete.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Artikel 63 van de verordening bepaalt dat de kosten voor het verzenden van poststukken worden berekend en verrekend in overeenstemming met de algemene regels voor postdiensten.

In artikel 133.a, leden 5, 6 en 7, van het WvBR is bepaald dat de kosten voor de betekening of kennisgeving door de notaris rechtstreeks aan de notaris moeten worden betaald. Notarissen die de vergoeding voor de betekening of kennisgeving niet vooraf ontvangen, zijn niet verplicht de betekening of kennisgeving te verrichten. De notaris maakt hiervan een akte op en stelt de rechtbank hiervan in kennis. De partijen betalen geen notariskosten voor handelingen die verband houden met een door een notaris verrichte betekening of kennisgeving. De kosten voor betekening of kennisgeving via een notaris zijn inbegrepen in de proceskosten indien de rechtbank dat noodzakelijk acht. De honoraria en vergoedingen voor notarissen voor het verlenen van officiële notariële diensten zijn vastgesteld in de Verordening betreffende de voorlopige notaristarieven ("Officieel Publicatieblad" van de Republiek Kroatië, nr. 97/01 en 115/12).

In artikel 146, lid 5, van het WvBR is bepaald dat de kosten voor de aanstelling en werkzaamheden van een vertegenwoordiger van de verweerder ten behoeve van de inontvangstneming van stukken, vooraf door de eiser moeten worden betaald op grond van een beslissing van de rechtbank waartegen geen beroep openstaat. Indien de eiser dit bedrag niet binnen de in de rechterlijke beslissing gestelde termijn voldoet, verwerpt de rechtbank het verzoekschrift.

De kosten voor de betekening of kennisgeving verricht door een ambtenaar van de rechtbank, moeten vooraf worden betaald. De hoogte van het bedrag wordt vastgesteld door de rechtbank. De wettelijke grondslag voor deze werkwijze is te vinden in artikel 49 van het Reglement van de rechtbank ("Officieel publicatieblad" van de Republiek Kroatië, nr. 35/15), waarin is bepaald dat officiële handelingen alleen buiten het gerechtsgebouw mogen worden verricht indien deze noodzakelijk zijn om uitspraak te kunnen doen in een zaak overeenkomstig de wet. In artikel 50 van dit reglement is bepaald dat er afzonderlijke regels gelden voor de vergoeding van kosten voor handelingen die buiten de rechtbank zijn verricht; handelingen buiten de rechtbank die zijn bevolen op verzoek en voor rekening van een partij, worden in principe pas verricht nadat de betrokken partij het hiervoor vastgestelde bedrag aan de rechtbank heeft betaald.

Laatste update: 31/10/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Cyprus

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

De "betekening of kennisgeving van stukken" is de officiële afgifte van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken (die verplicht moeten worden betekend of ter kennis gebracht) waarvan schriftelijk bewijs kan worden geleverd.

Er gelden specifieke regels voor de betekening of kennisgeving die de rechtsgeldigheid van de procedure en de rechten van de partijen waarborgen.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Alle gerechtelijke stukken die betrekking hebben op gerechtelijke procedures - zoals bevelen, oproepingen en documenten die procedures inleiden - evenals buitengerechtelijke stukken (die geen betrekking hebben op gerechtelijke procedures maar waarvan de officiële kennisgeving en betekening noodzakelijk is).

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Gerechtsdeurwaarders. Indien een verzoek tot betekening of kennisgeving van stukken wordt ontvangen ingevolge het Verdrag van Den Haag van 1965 inzake de betekening en de kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, of enige bilaterale overeenkomst die Cyprus heeft ondertekend en geratificeerd ingevolge Verordening (EG) nr. 1393/2007, wordt het stuk ontvangen door het Ministerie van Justitie en Openbare Orde als de aangewezen centrale autoriteit en vervolgens doorgestuurd naar de gerechtsdeurwaarders voor betekening of kennisgeving.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Doorgaans niet, tenzij deze op het gegeven adres informatie krijgt over het nieuwe adres.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Niet van toepassing.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Dergelijk verzoek werd tot op heden niet ontvangen. Hoe dan ook is het te betwijfelen of voor deze kwestie bewijs moet worden ontvangen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

In de praktijk is de betekening of kennisgeving in persoon de gebruikelijke methode, zoals bepaald in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In het geval van een rechtspersoon kan het stuk worden betekend of ter kennis gebracht aan een algemeen directeur, de secretaris van het bedrijf of een verantwoordelijke in de zetel van het bedrijf.

Op verzoek van een partij moet een gerechtelijk bevel worden uitgevaardigd voor een andere methode van betekening of kennisgeving, overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kennisgeving van het stuk gebeurt dan door aanplakking op een welbepaalde plaats of door publicatie in een krant (of op een andere wijze die de rechtbank in de gegeven omstandigheden gepast acht).

Momenteel kunnen geen andere alternatieve methoden worden gebruikt.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Zie het antwoord op vraag 5 hierboven.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Zie het antwoord op vraag 5 hierboven.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Zie het antwoord op vraag 5 hierboven.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Zie het antwoord op vraag 5 hierboven.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Zie het antwoord op vraag 5 hierboven.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Niet van toepassing.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Niet van toepassing.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Niet van toepassing.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Ja. Na de betekening of kennisgeving vult de gerechtsdeurwaarder een ontvangstbewijs in, waarin het volgende wordt vermeld: de referentiegegevens over het betekende stuk, de naam en hoedanigheid van de persoon aan wie het stuk is betekend of ter kennis gebracht, de datum en het tijdstip van betekening of kennisgeving, of, indien het document niet werd betekend of ter kennis gebracht, de redenen waarom de betekening of kennisgeving niet mogelijk was.

Indien de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007, wordt het in Bijlage I opgenomen certificaat uitgegeven, zoals bepaald in artikel 10 van die verordening.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

In dat geval wordt de betekening of kennisgeving ongeldig geacht en kan deze niet ongedaan worden gemaakt. Indien de betekening of kennisgeving niet regelmatig is geschied, moet een nieuwe betekening of kennisgeving plaatsvinden.

In die gevallen waar de betekening of kennisgeving niet heeft plaatsgevonden doordat de persoon bezwaar maakte tegen de betekening of kennisgeving, moet de partij die de betekening of kennisgeving wenst te laten plaatsvinden bij de rechtbank een verzoek om een vervangende betekening of kennisgeving indienen.

Indien de betekening of kennisgeving niet mogelijk was omdat de persoon aan wie het stuk moest worden betekend of ter kennis gebracht, niet werd aangetroffen, kan de persoon die de betekening wenst te laten plaatsvinden op een alternatieve manier kennisgeven van het stuk nadat het toepasselijke gerechtelijke bevel werd uitgevaardigd.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De vergoeding bedraagt EUR 21.

Laatste update: 13/05/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Luxemburg

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

In Luxemburg is notification (kennisgeving) de algemene term voor de verschillende procedures waarmee een stuk ter kennis wordt gebracht van de geadresseerde.

Signification (betekening) is een specifieke vorm van kennisgeving. Betekening wordt verricht door een gerechtsdeurwaarder die zich naar de woonplaats van de geadresseerde begeeft om hem het stuk te overhandigen.

De meeste kennisgevingen vinden plaats bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging.

Betekening door een gerechtsdeurwaarder biedt meer waarborgen dan kennisgeving per post. In de wet wordt derhalve bepaald dat de belangrijkste processtukken door een gerechtsdeurwaarder moeten worden betekend.

Wat de procedure voor het Justice de Paix (vredegerecht) betreft, worden alle oproepingen echter systematisch bij aangetekend schrijven toegezonden. Afhankelijk van de soort procedure wordt de oproeping toegezonden door de griffie dan wel door een gerechtsdeurwaarder. Het komt dus voor dat ook de gerechtsdeurwaarder kennisgeving per post verricht in plaats van betekening.

In het algemeen is betekening door een gerechtsdeurwaarder vereist om de termijnen voor beroep tegen een gerechtelijke beslissing te doen ingaan. Bij wijze van uitzondering gaan de termijnen voor beroep tegen een in eerste aanleg gegeven beslissing inzake huurcontracten en arbeidsrecht in op de datum van kennisgeving van het vonnis door de griffie.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Van de meeste processtukken moet kennisgeving of betekening worden verricht vooraleer zij aan de rechter kunnen worden overgelegd.

De wet voorziet met name in de betekening of kennisgeving van gedinginleidende stukken waarin de verweerder wordt opgeroepen voor een rechter te verschijnen, hetzij persoonlijk hetzij via een advocaat.

Ook van rechterlijke beslissingen moet kennisgeving of betekening worden verricht, opdat zij door het verstrijken van de beroepstermijn in kracht van gewijsde zouden gaan.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

In Luxemburg zijn alleen de gerechtsdeurwaarders bevoegd om betekening van een stuk te verrichten.

In de meeste gevallen moet voor de inleiding van een gerechtelijke procedure een gerechtsdeurwaarder tussenbeide komen. Zodra de beslissing is gegeven, moet nogmaals een gerechtsdeurwaarder worden ingeschakeld om de betekening van de beslissing aan de in het ongelijk gestelde partij te laten verrichten; door deze betekening begint de beroepstermijn te lopen. Indien binnen deze termijn geen beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing definitief. Indien de in het ongelijk gestelde partij beroep wenst in te stellen, moet zij het beroepschrift door een gerechtsdeurwaarder laten betekenen.

De wet voorziet in een aantal uitzonderingen op het monopolie van de gerechtsdeurwaarders. Met name voor het vredegerecht worden heel wat procedures ingeleid door de indiening van een tot de bevoegde rechter gericht verzoekschrift. Het is dan de griffie die de partijen ter zitting oproept door hen een oproeping toe te zenden waaraan een afschrift van het inleidende verzoekschrift is gehecht. Deze procedure is met name van toepassing met betrekking tot huurcontracten, maar ook met betrekking tot arbeidsrecht en betalingsbevelen.

De oproeping door de griffie wordt ook toegepast voor een aantal procedures bij het tribunal d’arrondissement (arrondissementsrechtbank), met name procedures die onder de bevoegdheid van de president van de rechtbank vallen.

Advocaten zijn niet bevoegd om rechtstreeks kennisgeving van een stuk aan een justitiabele te verrichten. Voor een geldige kennisgeving moeten zij een gerechtsdeurwaarder inschakelen. Dat verandert echter zodra het proces van start is gegaan en elke partij door een advocaat wordt vertegenwoordigd; vanaf dat moment kunnen de processtukken, maar ook de bewijsstukken rechtsgeldig worden uitgewisseld via kennisgeving tussen advocaten. Voor kennisgeving tussen advocaten gelden geen bijzondere formaliteiten. Het is gebruikelijk dat de advocaat spontaan de ontvangst meldt van een ontvangen stuk.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

In Luxemburg zijn de territoriaal bevoegde gerechtsdeurwaarders de aangewezen ontvangende instanties, overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken.

De gerechtsdeurwaarders zijn wettelijk verplicht om het stuk in persoon of aan de woonplaats respectievelijk de statutaire zetel van de geadresseerde te betekenen.

De gerechtsdeurwaarders hebben in het kader van de onder hun bevoegdheid vallende taken toegang tot de volgende informatie:

  • Natuurlijke personen:
    • naam, voornamen
    • woonplaats
    • geboortedatum

Deze informatie is opgenomen in het register van natuurlijke personen. Gerechtsdeurwaarders hebben voor de uitoefening van hun taken toegang tot het register van natuurlijke personen.

  • Ondernemingen:
    • naam
    • firmanaam
    • statutaire zetel
    • handelsregisternummer

Ten aanzien van de ondernemingen die in het handelsregister staan ingeschreven, zijn deze gegevens openbaar en dus vrij toegankelijk.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen in een buitenlandse gerechtelijke procedure hebben geen toegang tot het register van natuurlijke personen om onderzoek te doen naar het adres van een natuurlijke persoon.

De basisgegevens (statutaire zetel, firmanaam, handelsregisternummer) van de in het handelsregister ingeschreven ondernemingen zijn openbaar en gratis toegankelijk. De toegang tot meer gedetailleerde gegevens is niet gratis.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Om het huidige adres van een persoon te vinden met betrekking tot een verzoek op grond van Verordening (EG) 1206/2001 van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, verricht de aangezochte gerechtelijke instantie het onderzoek in het nationaal register van natuurlijke personen ingeval het om een natuurlijke persoon gaat. In geval van rechtspersonen wordt het onderzoek verricht op basis van de gegevens in het handelsregister.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

  • Samenvatting van de kennisgevingsprocedure

De meeste kennisgevingen geschieden bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging.

Indien de postbeambte de geadresseerde op zijn adres aantreft, verzoekt hij hem de ontvangstbevestiging te ondertekenen, die vervolgens naar de afzender wordt teruggezonden. Indien de geadresseerde de ontvangstbevestiging weigert te ondertekenen, wordt dat door de postbeambte genoteerd en wordt de kennisgeving geacht te hebben plaatsgevonden.

Indien de geadresseerde niet aanwezig is maar een andere persoon het aangetekend schrijven aanvaardt, noteert de postbeambte op de ontvangstbevestiging de identiteit van deze persoon. In de meeste gevallen heeft een kennisgeving aan een derde minder rechtskracht dan een kennisgeving aan de betrokkene zelf.

Indien de persoon afwezig is maar het adres juist is, laat de postbeambte een bericht achter in de brievenbus, waarin de geadresseerde wordt verzocht het aangetekend schrijven binnen de aangegeven termijn af te halen op het postkantoor. De kennisgeving wordt dan geacht te hebben plaatsgevonden, zelfs indien de geadresseerde het aangetekend schrijven niet afhaalt.

Indien niet kan worden vastgesteld wat het juiste adres is, zendt de postbeambte de brief terug naar de afzender met de vermelding dat de kennisgeving niet heeft plaatsgevonden. In dat geval moet de verzoeker een nieuw adres verstrekken. Indien de geadresseerde van de kennisgeving geen bekend adres heeft, kan de verzoeker afzien van de kennisgevingsprocedure en het dossier overdragen aan een gerechtsdeurwaarder opdat deze tot betekening zou overgaan en in voorkomend geval een procès-verbal de recherches (proces verbaal van onderzoek) zou opstellen.

De bovenbeschreven procedure voor kennisgeving is alleen van toepassing indien de geadresseerde van het stuk in Luxemburg woont. Ten aanzien van in het buitenland wonende personen moet de procedure voor betekening worden gevolgd.

  • Samenvatting van de betekeningprocedure

Het stuk wordt door de gerechtsdeurwaarder in persoon aan de geadresseerde betekend ongeacht de plaats waar de gerechtsdeurwaarder hem aantreft.

Gewoonlijk begeeft de gerechtsdeurwaarder zich naar de woonplaats van de geadresseerde. De overhandiging kan echter ook geschieden op elke plaats waar de gerechtsdeurwaarder de geadresseerde aantreft, bv. op de werkplek.

De betekening is in persoon verricht wanneer het afschrift van het stuk persoonlijk aan de geadresseerde is overhandigd. In geval van een rechtspersoon is de betekening in persoon verricht wanneer het afschrift van het stuk is overhandigd aan de wettelijke vertegenwoordiger, aan een gevolmachtigde van deze laatste of aan iedere andere persoon die hiertoe bevoegd is verklaard. Indien het een betekening aan de gekozen woonplaats betreft, is de betekening verricht wanneer het afschrift van het stuk aan de gevolmachtigde is overhandigd.
Indien de geadresseerde het afschrift van het stuk aanvaardt, maakt de gerechtsdeurwaarder hiervan melding in het exploot. In dit geval wordt de betekening geacht plaatsgevonden te hebben op de dag van de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.

Indien de geadresseerde weigert het afschrift van het stuk te aanvaarden, maakt de gerechtsdeurwaarder hiervan melding in het exploot. In dit geval wordt de betekening geacht te hebben plaatsgevonden op de dag dat het stuk aan de geadresseerde is aangeboden.

Indien de gerechtsdeurwaarder de geadresseerde van het stuk op de woonplaats aantreft, overhandigt hij hem een eensluidend afschrift van het stuk. Hij stelt een proces verbaal op van inachtneming van deze formaliteit, dat aan het origineel van het stuk wordt gehecht.

Er bestaan geen alternatieven voor de betekening buiten de indirecte betekening of kennisgeving zoals vermeld onder punt 7 hieronder.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Krachtens de Nouveau Code de Procédure civile (nieuwe Wetboek van burgerlijke rechtsvordering) is elektronische betekening of kennisgeving van stukken niet toegestaan.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

De betekening aan de woonplaats

Indien de betekening niet in persoon aan de geadresseerde kan geschieden, wordt het afschrift van het stuk op het adres van de geadresseerde overhandigd. Indien hij niet op het adres woont of afwezig is, wordt het afschrift van het stuk overhandigd op zijn hoofdverblijfplaats. Indien het een rechtspersoon betreft, geschiedt de betekening aan de statutaire of bestuurszetel.

Het afschrift van het stuk wordt overhandigd aan een persoon die zich daar bevindt, op voorwaarde dat de persoon dit aanvaardt en zijn naam, voornamen, titel en adres opgeeft en het ontvangstbewijs ondertekent. Het afschrift wordt in een gesloten envelop aangeboden waarop zich alleen de naam, de voornamen, de titel en het adres van de geadresseerde bevinden en het stempel van de gerechtsdeurwaarder aangebracht op de klep van de envelop.

Het afschrift mag niet aan een kind onder de vijftien jaar worden overhandigd, noch aan degene op wiens verzoek het stuk betekend is.

De gerechtsdeurwaarder laat op het adres van de geadresseerde, op de hoofdverblijfplaats of op het adres van de statutaire of bestuurszetel van de rechtspersoon, in een verzegelde envelop, een gedateerde kennisgeving achter met daarin de mededeling van de overhandiging van het afschrift van het stuk, met vermelding van de gegevens van de persoon aan wie het afschrift overhandigd is.

De gerechtsdeurwaarder voegt er een afschrift als apart blad aan toe. Dezelfde procedure wordt gevolgd in geval van betekening aan de gekozen woonplaats.

In al deze gevallen wordt de betekening geacht te hebben plaatsgevonden op de dag van de overhandiging van het afschrift van het stuk.

Artikel 161 van het nieuwe Wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt: “Betekening aan de woonplaats wordt beschouwd als betekening verricht op het adres waar de geadresseerde in het bevolkingsregister staat ingeschreven.”

Artikel 164 van het nieuwe Wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt: “Betekening geschiedt:

1°wat betreft de staat, aan het ministerie van Buitenlandse Zaken;

2°wat betreft openbare instellingen, aan hun hoofdkantoor;

3°wat betreft gemeenten, aan het gemeentehuis;

4°wat betreft bedrijven, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut, hetzij aan hun statutaire zetel hetzij aan de beheerder.”

Betekening door afgifte van een afschrift van het exploot

Artikel 155, lid 6, van het nieuwe Wetboek van burgerlijke rechtsvordering luidt als volgt: “Ingeval het stuk niet kon worden betekend zoals hierboven beschreven, en als uit controles blijkt dat de geadresseerde op het aangegeven adres verblijft, hetgeen vermeld dient te worden in het stuk van de gerechtsdeurwaarder, deponeert de gerechtsdeurwaarder een afschrift van het stuk in een verzegelde envelop met kennisgeving aan de geadresseerde dat niemand was aangetroffen op het aangegeven adres of dat de aanwezige personen hebben geweigerd het afschrift van het stuk in ontvangst te nemen.

De betekening wordt geacht te zijn geschied op de dag dat het stuk is gedeponeerd. Op dezelfde dag of uiterlijk de volgende werkdag zendt de gerechtsdeurwaarder bij gewone brief een afschrift van het stuk en de voornoemde kennisgeving naar het adres dat op het stuk vermeld staat.”

Betekening aan een onbekend adres

In artikel 157 van het nieuwe Wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de wijze van betekening bepaald indien de geadresseerde geen bekende woon- of verblijfplaats heeft of geen bekende statutaire zetel: “Indien de persoon aan wie het stuk moet worden betekend geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, stelt de gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal op waarin hij nauwkeurig vermeldt welke verrichtingen hij gedaan heeft om de geadresseerde van het stuk te vinden. Het proces-verbaal vermeldt de aard van het stuk en de naam van de verzoeker.

Op dezelfde dag, of uiterlijk de volgende werkdag, zendt de gerechtsdeurwaarder aan de geadresseerde op het laatst bekende adres per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging een afschrift van het stuk en een afschrift van het proces-verbaal. Dezelfde formaliteit wordt op dezelfde dag vervuld bij gewone brief.

Het afschrift van het proces-verbaal dat naar de geadresseerde wordt verzonden wijst hem erop dat hij het afschrift van het stuk binnen een tijdsbestek van drie maanden kan afhalen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder of dat hij iemand hiertoe kan machtigen.”

Artikel 157, lid 3, van het nieuwe Wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt: “De bovenstaande bepalingen zijn van toepassing op de betekening van een stuk aan een rechtspersoon die op de aangegeven plaats zoals vermeld in het handelsregister geen statutaire zetel meer heeft.”

Andere wijzen van betekening

Artikel 157 lid 4 bepaalt met name: “Wanneer een gedinginleidend stuk of een gelijksoortig stuk is betekend overeenkomstig de eerder genoemde bepalingen en de verweerder niet verschijnt, kan de rechter die hierover uitspraak moet doen in voorkomend geval de publicatie gelasten van een bericht in een Luxemburgse of buitenlandse krant.”

Artikel 158 van het nieuwe Wetboek van burgerlijke rechtsvordering voegt hieraan het volgende toe: “Indien de geadresseerde van het stuk niet wordt gevonden of indien niet is vastgesteld dat hij daadwerkelijk op de hoogte is gebracht, kan de rechter ambtshalve alle aanvullende stappen gelasten, tenzij het gaat om voorlopige of bewarende maatregelen ter vrijwaring van de rechten van de verzoeker.”

Kennisgeving bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging

Wanneer het stuk door de griffie wordt bezorgd, geschiedt de kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging. Indien het adres van de geadresseerde onbekend is, geschiedt de kennisgeving door betekening door de gerechtsdeurwaarder.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Wanneer een betekening van het stuk is verricht, dient het exploot van betekening de datum van de betekening te vermelden die overeenkomt met de datum van de overhandiging van het exploot aan de geadresseerde aan de woonplaats van de geadresseerde of met de datum van de afgifte van het stuk aan de woonplaats van de geadresseerde.

Wanneer een kennisgeving van het stuk is verricht, hanteert Luxemburg een systeem van twee data.

De datum die in aanmerking dient te worden genomen met betrekking tot de verzender van het stuk verschilt van de datum die in aanmerking dient te worden genomen met betrekking tot de geadresseerde van het stuk.

Voor de verzender geldt de verzenddatum als datum van de kennisgeving.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Wat betreft betekening door afgifte van een afschrift van het exploot, zie hierboven: Betekening door afgifte van een afschrift van het exploot.

Wat betreft kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging, zie hieronder: Vraag 8.3

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Wanneer de overdracht van het stuk geschiedt door betekening, dan heeft de geadresseerde niet de mogelijkheid om bezwaar te maken, tenzij het gaat om de weigeringsgrond van de artikelen 5 en 8 van de bovengenoemde Verordening (EG) nr. 1393/2007 (noodzaak van vertaling).

Wanneer de overdracht van het stuk geschiedt door kennisgeving, dan bestaat er voor de geadresseerde geen mogelijkheid om zich te verzetten tegen een kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging.

De geadresseerde van een kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging kan echter wel achteraf de geldigheid van deze kennisgeving betwisten door aan te tonen dat op het aangetekende schrijven noch zijn woonplaats, noch zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats vermeld stond. Betekening door een gerechtsdeurwaarder biedt derhalve meer rechtszekerheid dan kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging. In geval van betekening controleert de gerechtsdeurwaarder immers het adres van de geadresseerde in het nationaal register van natuurlijke personen of in het gemeentelijke bevolkingsregister. Bovendien kan de datum van kennisgeving per aangetekende post niet met zekerheid worden vastgesteld indien de geadresseerde het ontvangstbewijs niet heeft gedateerd en ondertekend toen het aangetekende schrijven (de eerste keer) werd aangeboden aan zijn woonplaats, verblijfplaats of zijn gekozen woonplaats. Omgekeerd staat de datum van de betekening altijd aangegeven op het exploot van de betekening.

Bovendien verandert de weigering van de geadresseerde om het stuk in ontvangst te nemen niets aan de geldigheid en aan de datum van de betekening of kennisgeving.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

In artikel 8.1. van de algemene voorwaarden voor de dienstverlening in het kader van de algemene postdienst wordt het volgende bepaald: “Aangetekende zendingen worden, naast aan de geadresseerde en zijn gemachtigde, bezorgd:

  • aan de woonplaats, aan iedere meerderjarige die namens de geadresseerde de brief in ontvangst neemt
  • op het postkantoor, aan iedere meerderjarige die het betroffen ontvangstbewijs overlegt.”

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

De poststukken worden bezorgd op het aangegeven adres, behalve in geval van een kennelijke fout (bijvoorbeeld door verkeerd gespelde straatnaam, verkeerd huisnummer, kennelijk onjuiste postcode enz.).

Indien de geadresseerde niet op het aangegeven adres wordt aangetroffen, wordt de aangetekende zending niet afgegeven.

Poststukken die niet in de brievenbus van de geadresseerde passen of die niet bij de passage van de postbeambte aan een rechthebbende konden worden overhandigd, blijven ter beschikking van de geadresseerde op het plaatselijke postkantoor gedurende de door het postbedrijf vastgestelde termijn en zoals vermeld in het bericht dat in de brievenbus van de geadresseerde is gedeponeerd. Wanneer de termijn is verstreken, worden de zendingen teruggestuurd naar de afzender, indien bekend.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Poststukken die niet in de brievenbus van de geadresseerde passen of die niet bij de passage van de postbeambte aan een rechthebbende konden worden overhandigd, blijven ter beschikking van de geadresseerde op het plaatselijke postkantoor gedurende de door het postbedrijf vastgestelde termijn en zoals vermeld in het bericht dat in de brievenbus van de geadresseerde is gedeponeerd. Wanneer de termijn verstreken is, worden de zendingen teruggestuurd naar de afzender, indien bekend.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

In geval van kennisgeving per post geldt de ontvangstbevestiging als bewijs. In geval van betekening door een gerechtsdeurwaarder stelt deze een proces-verbaal op van de handelingen die hij heeft verricht. De gerechtsdeurwaarder is een ministerieel ambtenaar. Het proces-verbaal van de gerechtsdeurwaarder geldt als bewijs tenzij in geval van inscription de faux (betichting van valsheid).

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

De schending van de voor kennisgeving geldende vormvoorschriften kan leiden tot de nietigheid van de kennisgeving.

De nietigheid wegens vormfout zal echter slechts worden uitgesproken indien vaststaat dat deze vormfout de geadresseerde van het stuk heeft benadeeld.

De rechter moet over deze kwestie oordelen.

Indien de betekening of kennisgeving niet aan de geadresseerde zelf kan worden verricht en wanneer deze niet verschijnt, kan de rechter de verzoeker vragen een nieuwe betekening of kennisgeving van het stuk te laten verrichten. Aldus kan met zekerheid worden vastgesteld wat de oorzaak is van het niet verschijnen van de betrokkene.

Voor procedures waarbij de partijen normaliter door de griffie worden opgeroepen, kan de rechter de verzoeker ook vragen de oproeping door een gerechtsdeurwaarder te laten verrichten indien er twijfel is over de geldigheid van de oproeping bij aangetekend schrijven.

Tot slot wordt een vonnis slechts geacht op tegenspraak te zijn gewezen ten aanzien van een niet ter zitting verschenen partij indien vaststaat dat de oproeping aan deze partij zelf is overhandigd. Indien dat niet het geval is (bv. de oproeping is overhandigd aan een andere persoon die zich ter plaatse bevond), wordt het vonnis bij verstek gewezen, en kan daartegen dus verzet worden aangetekend.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Kennisgevingen door de griffie zijn kosteloos. Wanneer de betekening of kennisgeving door een gerechtsdeurwaarder wordt verricht, dan wordt deze vergoed tegen een vast tarief dat wordt vastgesteld bij groothertogelijke verordening.

Links

De link wordt in een nieuw venster geopend.Legilux

De link wordt in een nieuw venster geopend.Handelsregister

Laatste update: 10/10/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Betekening of kennisgeving van stukken - Hongarije

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Krachtens wet III van 1952 betreffende het wetboek van burgerlijke rechtsvordering die van toepassing is op de civiele procedure en het wettelijk kader vormt voor vrijwillige civiele procedures (hierna "het wetboek van burgerlijke rechtsvordering" genoemd), moeten de betekening en kennisgeving van gerechtelijke stukken in principe worden verricht door een leverancier van postdiensten.

Het doel van de betekening of kennisgeving van een officieel stuk is ervoor te zorgen dat de geadresseerde kennis kan nemen van de inhoud van het stuk en dat de afzender kan aantonen dat het stuk aan de geadresseerde is betekend of ter kennis gebracht. Het feit zelf, de datum en het resultaat van de betekening of kennisgeving moeten schriftelijk worden vastgelegd. Officiële stukken moeten worden verstuurd per aangetekende post met een ontvangstbevestiging die speciaal voor deze dienst is opgesteld.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Op grond van wet CLIX van 2012 inzake postdiensten (hierna "wet inzake postdiensten" genoemd) moeten stukken waarvan de verzending, betekening of kennisgeving (of de poging tot bezorging) of de datum van die handelingen volgens de wet een rechtsgevolg sorteren, die als basis dienen voor de berekening van een wettelijk vastgestelde datum of die in de wet worden aangemerkt als officiële documenten, formeel worden betekend of ter kennis gebracht.

Overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering moet in een civiele procedure worden overgegaan tot de betekening of kennisgeving van de volgende stukken:

a) vonnissen, aan de partijen;

b) beschikkingen die tijdens de zitting zijn gegeven, aan de partijen die niet op de juiste wijze voor de betreffende zitting zijn opgeroepen;

c) beschikkingen die tijdens de zitting zijn gegeven, waarbij een nieuwe termijn wordt vastgesteld, of waartegen afzonderlijk beroep kan worden ingesteld, aan de partij die niet bij genoemde zitting aanwezig was;

d) beschikkingen die buiten de zitting om zijn gegeven, aan de betrokken partij;

e) alle beslissingen die in de loop van de procedure zijn genomen, aan de partij in het belang van wie de officier van justitie of een persoon of instelling die daar op grond van een specifieke wettelijke bepaling toe bevoegd is, de procedure is gestart.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De rechtbanken en de leverancier van postdiensten zijn verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving op grond van de wettelijke bepalingen die op hen van toepassing zijn.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Een dergelijke verplichting bestaat niet, maar het is bijvoorbeeld wel mogelijk dat een rechtbank het huidige adres van een onderneming verifieert in het handelsregister alvorens het poststuk te versturen.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Huisadres van natuurlijke personen:

In Hongarije is het Centraal bureau voor administratieve en elektronische overheidsdiensten verantwoordelijk voor het bijhouden van het centraal adressenregister (Közigazgatási és Elektronikus Közszolgáltatások Központi Hivatala, hierna "KEKKKH" genoemd; adres: H-1450 Budapest, Pf.: 81., tel.: 36-1-452-3622, fax: 36-1-455-6875, e-mail: nyilvantarto.hivatal@mail.ahiv.hu, website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.kekkh.gov.hu/hu/adatszolgaltatas_szemelyi). Via dit register kan het adres van een individueel geïdentificeerd persoon worden opgevraagd. Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid kunnen hiertoe een aanvraag indienen, op voorwaarde dat zij het doel en de wettelijke grondslag voor het gebruik van deze gegevens aantonen.

De aanvraag kan schriftelijk worden ingediend, of persoonlijk bij het bevoegde kantoor in het district waarin de woon- of verblijfplaats (statutaire zetel of vestiging) van de aanvrager van de gegevens ligt. Indien het districtskantoor om technische redenen niet kan voldoen aan het verzoek om informatie, of indien dat geen passende mogelijkheid is, kan de aanvraag ook worden ingediend bij de centrale klantenservice van het KEKKH (postadres 1553 Budapfest, Pf. 78.), of in het buitenland bij de bevoegde Hongaarse vertegenwoordiging afhankelijk van de woonplaats in het buitenland (zie hier de lijst van vertegenwoordigingen).

De aanvraag moet de volgende gegevens bevatten:

• de personalia van de aanvrager, naam, adres, statutaire zetel, vestiging, van de aanvrager of zijn vertegenwoordiger;

• een nauwkeurige opsomming van de gevraagde gegevens;

• het doel waarvoor de gegevens zullen worden gebruikt;

• de identiteitsgegevens van de natuurlijke persoon waarmee de identiteit van de gezochte persoon kan worden vastgesteld (naam, geboorteplaats, naam van de moeder), of de naam en het woonadres die bij de aanvrager bekend zijn (gemeente, straatnaam, huisnummer).

De volgende documenten moeten bij het aanvraagformulier worden gevoegd:

• het document waaruit de wettelijke grondslag voor het gebruik van de gegevens blijkt;

• het bewijs dat de aanvrager gemachtigd is om als vertegenwoordiger op te treden, indien de aanvrager namens een derde handelt (origineel of een gewaarmerkt conform afschrift van de volmacht). Een volmacht die is afgegeven in het buitenland dient te zijn opgesteld als een authentieke akte of een gewaarmerkte onderhandse akte en zijn voorzien van een apostille, tenzij in een internationaal verdrag anders is bepaald. Een stuk dat is opgesteld in een andere taal dan het Hongaars wordt slechts aanvaard indien het stuk vergezeld gaat van een beëdigde vertaling.

Voor deze procedure worden administratie- en servicekosten in rekening gebracht:

• voor de verstrekking van gegevens betreffende 1 tot 5 personen: 3 500 HUF

• voor de verstrekking van gegevens betreffende meer dan 5 personen: het aantal personen waarvan de gegevens wordt verstrekt vermenigvuldigd met het tarief van 730 HUF per stuk.

In het geval van aanvragen uit het buitenland of van de Hongaarse vertegenwoordiging die bevoegd is afhankelijk van de woonplaats van de aanvrager, dient de vergoeding achteraf aan de Hongaarse vertegenwoordiging te worden betaald als consulaire kosten.

Handelsondernemingen:

De belangrijkste gegevens van ondernemingen, waaronder de adressen, zijn ingeschreven in het handelsregister dat gratis kan worden geraadpleegd op de volgende website (in het Hongaars): De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.e-cegjegyzek.hu/

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Uit de verordening blijkt niet duidelijk of het zoeken van adressen ook binnen het toepassingsgebied valt; de rechtbank die de zaak behandelt moet derhalve zelf besluiten of zij tegemoetkomt aan een dergelijke aanvraag. Aangezien de Hongaarse rechtbanken gratis adresgegevens kunnen opvragen bij het KEKKH, wordt in de praktijk mogelijk voldaan aan een dergelijk rechtshulpverzoek.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

In besluit 35/2012 van de regering 4 december 2012 tot vaststelling van nadere regels betreffende postdiensten en de betekening of kennisgeving van officiële stukken (hierna "Uitvoeringsbesluit inzake postdiensten" genoemd), is bepaald dat de leverancier van postdiensten officiële stukken die met een ontvangstbevestiging zijn verstuurd, aan de geadresseerde in persoon betekent of ter kennis brengt, of aan een ander persoon die bevoegd is het stuk in ontvangst te nemen.

Indien de geadresseerde een natuurlijk persoon is die op het moment van de bezorgpoging niet op het opgegeven adres aanwezig is, wordt het officiële stuk overhandigd aan een bevoegde persoon die wel aanwezig is. Is ook deze persoon niet aanwezig, dan kan het document worden overhandigd aan een plaatsvervangende ontvanger (familielid van de geadresseerde) van 14 jaar of ouder.

In het geval van een orgaan is de vertegenwoordiger van dat orgaan bevoegd de stukken in ontvangst te nemen, namelijk: de leidinggevende (bestuurslid, bedrijfsleider, directielid, en elk ander persoon die bevoegd is namens het orgaan te tekenen of het orgaan te vertegenwoordigen), de gemachtigde persoon voor betekeningen, de ambtenaar voor betekeningen, de vereffenaar, de bewindvoerder, alsmede elke andere natuurlijke persoon die werkzaam is op de postafdeling van het orgaan (indien het orgaan een dergelijke afdeling heeft).

De leverancier van postdiensten kan de betekening of kennisgeving van de post tevens laten verrichten door een bemiddelende organisatie die actief is in de plaats van de geadresseerde (bemiddelende bezorgdienst), indien de geadresseerde zijn woon-, verblijf- of werkplaats heeft in een legerkorps, gevangenis, gezondheidsinstelling of sociale instelling, hotel, jeugdherberg, arbeidershotel of vakantieverblijf. De bemiddelende bezorgdienst is verplicht het poststuk in ontvangst te nemen en te zorgen dat het aan de geadresseerde wordt overhandigd.

De leverancier van postdiensten is overeenkomstig het uitvoeringsbesluit inzake postdiensten, verplicht twee pogingen te ondernemen om betekening of kennisgeving te verrichten van het poststuk dat als officieel stuk is verstuurd. Indien de eerste bezorgpoging mislukt omdat de geadresseerde of de persoon die bevoegd is stukken in ontvangst te nemen niet aanwezig is op het adres, laat de leverancier van postdiensten een bericht achter waarin de wettelijk voorgeschreven gegevens zijn opgenomen. Hij legt het officiële stuk ter beschikking op het distributiepunt dat in het bericht staat vermeld en probeert op de vijfde werkdag na de mislukte bezorgpoging het document opnieuw te bezorgen. Indien de tweede bezorgpoging mislukt, laat de postdienst wederom een bericht achter aan de geadresseerde (met vermelding van de wettelijk voorgeschreven gegevens). Hij legt het officiële stuk gedurende vijf werkdagen, gerekend vanaf de tweede bezorgpoging, ter beschikking op het distributiepunt dat in het bericht staat vermeld. Het officiële document kan op vertoon van een identiteitsbewijs tot en met de dag van de tweede bezorgpoging worden opgehaald bij het opgegeven distributiepunt. Op de eerstvolgende werkdag na afloop van de afhaaltermijn die op het tweede bericht staat vermeld, stuurt de postdienst het poststuk terug naar de afzender met de vermelding "niet afgehaald" op de ontvangstbevestiging.

Overeenkomstig de betreffende bepalingen in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt het stuk in dat geval geacht te zijn betekend op de vijfde dag volgend op die van de tweede bezorgpoging, tenzij kan worden aangetoond dat dit op een andere dag plaatsvond (en tenzij het poststuk is betekend of ter kennis gebracht aan een plaatsvervangend persoon die een tegenpartij van de geadresseerde is). In geval van betekening of kennisgeving van een inleidende vordering of een eindbeslissing, stelt de rechtbank de partijen in kennis dat het vermoeden van betekening of kennisgeving binnen acht werkdagen wordt vastgesteld. Bij dit bericht moet het officiële stuk worden gevoegd waarop de rechtbank het vermoeden van betekening of kennisgeving baseert.

De geadresseerde kan op vertoon van zijn identiteitsbewijs het stuk tevens afhalen bij de griffie van de rechtbank.

In de wet LIII van 1994 inzake de tenuitvoerleggingsprocedure (hierna "wet inzake de tenuitvoerleggingsprocedure" genoemd) is voorzien in de betekening of kennisgeving door een gerechtsdeurwaarder als een alternatieve wijze van betekening of kennisgeving die is toegestaan in het geval van een beslissing over de grond van de zaak die als basis dient voor de tenuitvoerlegging, op voorwaarde dat het vermoeden van betekening of kennisgeving is vastgesteld en dat de persoon die bevoegd is het verzoek tot tenuitvoerlegging in te dienen, daarom uitdrukkelijk heeft gevraagd en de betreffende kosten van tevoren heeft betaald. Ingevolge de wet inzake de tenuitvoerleggingsprocedure kan de gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving van de tenuitvoerleggingsstukken eveneens in persoon verrichten. In dat geval dient er een proces-verbaal van betekening of kennisgeving te worden opgemaakt. Indien deze procedure niet slaagt, dient te betekening of kennisgeving te worden verricht volgens de algemene regels betreffende de betekening of kennisgeving van officiële stukken.

Bovendien kan de betekening of kennisgeving, in de gevallen bepaald in de wet, tevens worden verricht door een medewerker van de rechtbank (bijvoorbeeld in spoedgevallen in civiele procedures voor de betekening of kennisgeving van een dagvaarding).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

In het hoofdstuk "Elektronische communicatie in burgerlijke zaken" van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is bepaald dat in alle burgerlijke zaken en alle in de wet voorziene civiele procedures (zoals een tenuitvoerleggingsprocedure of vereffeningsprocedure) de communicatie op elektronische wijze kan plaatsvinden als de partijen daarmee hebben ingestemd, ongeacht wie de geadresseerde is. In het geval van elektronische communicatie vindt de betekening of kennisgeving elektronisch plaats via een computersysteem met een berichtendienst.

De betrokken partij ontvangt via de berichtendienst een bericht op het elektronische adres dat hij heeft opgegeven ten behoeve van de betekening of kennisgeving van stukken, waarin wordt medegedeeld dat er een stuk in de opslagruimte van de elektronische berichtendienst is geplaatst.

De partij kan toegang krijgen tot het stuk door op de link te klikken. Nadat de link is geopend, wordt er een elektronische ontvangstbevestiging gegenereerd die automatisch naar de afzender en naar de ontvanger wordt gestuurd. Alvorens de link te openen moet de partij via de berichtendienst eerst de afzender, de ontvangstdatum en het zaaknummer kunnen controleren.

Indien de partij het stuk na een termijn van vijf dagen nadat het stuk in de opslagruimte van de elektronische berichtendienst is geplaatst, niet heeft ontvangen, wordt de betekening of kennisgeving van het stuk geacht te hebben plaatsgevonden op de daaropvolgende werkdag (vermoeden van betekening). Indien het vermoeden van betekening kan worden vastgesteld, stuurt de berichtendienst daarvan automatisch een bericht naar de afzender en de geadresseerde.

In spoedgevallen in burgerlijke zaken kunnen oproepingen om ter zitting te verschijnen elektronisch worden betekend of ter kennis gebracht, zelfs als dit niet het gekozen elektronische communicatiemiddel is.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Op grond van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geschiedt de betekening of kennisgeving in de volgende gevallen door aanplakking van een bericht: indien de verblijfplaats van de partij onbekend is, indien de partij zich in het lidstaat bevindt die geen rechtshulp biedt voor betekening of kennisgeving, indien er een andere onoplosbare belemmering bestaat voor de betekening of kennisgeving, indien de poging tot betekening of kennisgeving op voorhand onuitvoerbaar blijkt of indien de partij, ondanks de wettelijke verplichting, geen gemachtigde ontvanger heeft aangewezen of indien betekening of kennisgeving van het poststuk aan deze gemachtigde niet mogelijk is. De rechtbank kan betekening of kennisgeving door aanplakking van een bericht in principe slechts bevelen op verzoek van een van de partijen en alleen indien daarvoor een gegronde reden is.

Het bericht moet gedurende vijftien dagen te zien zijn op het officiële publicatiebord van de rechtbank en op het officiële publicatiebord van de gemeente waarin de partij haar laatste bekende woonplaats had. Het bericht kan tevens worden gepubliceerd op de centrale website van de rechtbanken.

Wanneer een inleidende vordering aan de verweerder wordt betekend of ter kennis gebracht door aanplakking van een bericht, stelt de rechtbank een bewindvoerder aan voor deze partij, waarna de inleidende vordering tevens aan hem betekend of ter kennis gebracht wordt.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

In geval van betekening of kennisgeving door aanplakking wordt het stuk geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht op de vijftiende dag dat het bericht op het officiële publicatiebord van de rechtbank wordt getoond.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

In de wet inzake postdiensten is bepaald dat de leverancier van postdiensten en de geadresseerde kunnen afspreken dat betekening of kennisgeving van poststukken die voor de geadresseerde zijn bestemd, niet aan het adres dat op het poststuk staat vermeld maar aan een ander adres wordt verricht (met name aan een doorzendadres, een postbus of een ander distributiepunt). Volgens het uitvoeringsbesluit inzake postdiensten meldt de postdienst dat er een officieel stuk is binnengekomen dat is gericht aan het postbusadres, door achterlating van een bericht in de postbus, zelfs als het stuk aan de postbus is gericht maar de huurder van de postbus niet de geadresseerde van het stuk is.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde uitdrukkelijk weigert een gerechtelijk stuk in ontvangst te nemen, wordt de betekening of kennisgeving van dat stuk door de postdiensten ingevolge het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geacht te zijn verricht op de dag van de bezorgpoging.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

De postdienst beschikt in geval van bezorging overeenkomstig artikel 14 van de verordening niet over voldoende informatie om te kunnen vaststellen of de zending uit het buitenland een officieel stuk bevat. Daarom zijn in dat geval niet de bijzondere regels betreffende de betekening of kennisgeving van officiële stukken van toepassing, maar de algemene regels betreffende de verzendingen met een ontvangstbevestiging.

Ten aanzien van personen die bevoegd zijn documenten in ontvangst te nemen, is in aanvulling op punt 5 in het geval van officiële stukken het volgende eveneens van toepassing. Indien de geadresseerde een natuurlijk persoon is, kan ook de verhuurder van het onroerend goed op het betreffende adres of de hospita van de geadresseerde plaatsvervangend ontvanger zijn, op voorwaarde dat het een natuurlijk persoon betreft. Indien in het geval van een instelling betekening of kennisgeving moet worden verricht in het gebouw van die instelling of in een andere ruimte die openstaat voor klanten, zijn medewerkers of partners van de instelling bevoegd het document in ontvangst te nemen, of indien de instelling over een receptie beschikt, een natuurlijk persoon die bij de receptie werkt of een andere medewerker van de instelling (als incidenteel bevoegd persoon).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien de geadresseerde of een andere persoon die bevoegd is document in ontvangst te nemen op het moment van bezorging niet aanwezig is op het adres, laat de leverancier van postdiensten ter plaatse een bericht achter. Daarin wordt de geadresseerde geïnformeerd dat hij het stuk kan afhalen bij het distributiepunt van de leverancier van postdiensten. Het stuk kan worden afgehaald door de geadresseerde, zijn gemachtigde vertegenwoordiger of de plaatsvervangende ontvanger die zijn woon- of verblijfplaats op het opgegeven adres heeft. Indien de geadresseerde of een andere persoon die bevoegd is voor het ontvangen van post, het poststuk niet voor afloop van de termijn komt afhalen, stuurt de postdienst het stuk terug als onbestelbare post.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

De afhaaltermijn wordt door de leverancier van postdiensten bepaald. Deze termijn bedraagt in het geval van het Hongaarse postbedrijf (Magyar Posta Zrt.) tien werkdagen na de bezorgpoging. Zie het vorige punt over de wijzen waarop wordt gecommuniceerd.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

De ontvangstbevestiging geldt als schriftelijk bewijs van de betekening of kennisgeving en vermeldt het resultaat van de betekeningsprocedure, dat wil zeggen de naam van de ontvanger en zijn hoedanigheid indien hij niet de geadresseerde is (zoals een bevoegd vertegenwoordiger), de datum van betekening of kennisgeving, of indien deze niet heeft plaatsgevonden de reden daarvoor (bijvoorbeeld: ontvangst geweigerd of "niet afgehaald"). De leverancier van postdiensten stuurt in alle gevallen de ontvangstbevestiging naar de afzender.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Indien overeenkomstig het wetboek van burgerlijke rechtsvordering het vermoeden van betekening of kennisgeving is vastgesteld (de ontvanger heeft het betekende stuk geweigerd of het ondanks twee bezorgpogingen niet ontvangen), kan de geadresseerde een verzoekschrift indienen tot weerlegging van het vermoeden van betekening of kennisgeving bij de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is. Dit verzoek moet binnen vijftien dagen worden ingediend nadat de geadresseerde heeft vernomen dat het vermoeden van betekening of kennisgeving is ontstaan. Volgens de algemene regel kan na een termijn van zes maanden na de vaststelling van het vermoeden geen verzoekschrift meer worden ingediend. Indien de vaststelling van het vermoeden betrekking heeft op de betekening of kennisgeving van het stuk dat het geding inleidt, kan de partij het verzoekschrift indienen tijdens de lopende procedure, binnen vijftien dagen nadat hij kennis heeft genomen van de vaststelling van het vermoeden van betekening of kennisgeving.

Het verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden van betekening kan worden gebaseerd op het feit dat de verzoeker het officiële stuk niet heeft ontvangen door een oorzaak die hem niet kan worden toegerekend, omdat:

a) de betekening of kennisgeving is verricht in strijd met de wettelijke bepalingen betreffende de betekening of kennisgeving van stukken, of is om andere redenen niet conform de regels verlopen;

b) de verzoeker niet in staat was om het stuk in ontvangst te nemen om een andere dan onder a) genoemde reden (omdat de verzoeker geen kennis heeft kunnen nemen van de betekening of kennisgeving van het stuk om een andere reden die buiten zijn macht lag).

Indien een partij een verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden van betekening indient op basis van bovenstaand punt a), en de rechtbank het verzoek toewijst, vervallen de rechtsgevolgen van het vermoeden van betekening. Als gevolg hiervan moet de betekening of kennisgeving, de reeds genomen maatregelen en de proceshandelingen, zo nodig opnieuw worden gedaan in overeenstemming met het verzoek van de partij. Indien het verzoekschrift door een andere verzoeker is ingediend en het verzoek door de rechtbank wordt toegewezen, kunnen de rechtsgevolgen van de betekening of kennisgeving ten aanzien van de verzoeker niet worden toegepast.

Indien het vermoeden van betekening wordt weerlegd op basis van punt b), dient de betekening of kennisgeving opnieuw te worden verricht. Volgens de algemene regel geldt dat de bepalingen betreffende het aantonen van gebreken van overeenkomstige toepassing zijn op de indiening en beoordeling van het verzoekschrift.

Het vermoeden van betekening kan ook tijdens de tenuitvoerleggingsprocedure worden weerlegd. Wanneer de beslissing betreffende de vaststelling van het vermoeden van betekening definitief is geworden, mag de geadresseerde in de bovengenoemde gevallen tijdens de tenuitvoerleggingsprocedure, als verzoeker, een verzoekschrift tot weerlegging van het vermoeden van betekening of kennisgeving indienen bij de rechtbank van eerste aanleg. Dit verzoek moet worden ingediend binnen vijftien dagen na de dag waarop de verzoeker kennis heeft genomen van de procedure tot tenuitvoerlegging van de beslissing. Indien de tenuitvoerleggingsprocedure reeds is aangevangen, moet elk verzoek overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf worden ingediend.

De rechtbank kan de betekening of kennisgeving door aanplakking slechts bevelen op verzoek van een van de partijen en alleen indien er een gegronde reden is voor het verzoek. Indien de aangevoerde feiten onjuist blijken te zijn en indien de partij daarvan op de hoogte op was of had kunnen zijn als zij de nodige zorgvuldigheid in acht had genomen, worden de betekening of kennisgeving door aanplakking evenals de te volgen procedure ongeldig, en de partij wordt gelast tot betaling van de hieruit voortvloeiende kosten en een boete. Indien de verweerder (aan wie betekening of kennisgeving door aanplakking is verricht) echter instemt met de betekening of kennisgeving door aanplakking, zelfs als dat stilzwijgend gebeurt, is de procedure niet ongeldig. De boete moet evenwel worden opgelegd en de partij is verplicht tot betaling van de gemaakte extra kosten.

Tegen een definitieve uitspraak staat herziening open indien de betekening of kennisgeving van de inleidende vordering of een ander stuk aan de partij, in strijd met de toepasselijke regels, is verricht door aanplakking.

Wanneer er geen vermoeden van betekening of kennisgeving door aanplakking is ontstaan, kunnen de gevolgen van de betekening die in strijd met de wet is verricht, worden hersteld via de algemene beroepsprocedures overeenkomstig de toepasselijke regels.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

In de regel zijn de kosten voor de betekening of kennisgeving inbegrepen in de gerechtskosten, en deze zijn gedurende de procedure dan ook niet voor rekening van de partij. Alleen in het geval van betekening of kennisgeving door een gerechtsdeurwaarder op grond van de wet inzake de tenuitvoerleggingsprocedure moeten de kosten vooraf worden betaald door de partij die de tenuitvoerlegging vordert.

De gerechtsdeurwaarder kan een vergoeding in rekening brengen voor de dienst die hij heeft verleend. Deze vergoeding bedraagt 6 000 HUF en is vastgesteld bij besluit 14/1994 van 8 september 1994 van het ministerie van Justitie betreffende de vaststelling van tarieven van gerechtsdeurwaarders. Bovendien ontvangt de gerechtsdeurwaarder een vaste vergoeding voor speciale betekeningen of kennisgevingen. Deze bedraagt 3 000 HUF per bezorgpoging indien de plaats van betekening of kennisgeving de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde is, en 6 000 HUF indien de betekening of kennisgeving moet worden verricht in een andere woonplaats van de geadresseerde of een plaats waar de geadresseerde slechts incidenteel verblijft.

Indien de tenuitvoerleggingsprocedure aanvangt op basis van het te betekenen stuk, zijn de kosten voor rekening van de schuldenaar. De kosten die voortvloeien uit de betekening of kennisgeving door aanplakking, moeten vooraf worden betaald door de partij die daarom heeft verzocht.

Laatste update: 16/10/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Malta

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Betekening van stukken betekent de overhandiging van gerechtelijke stukken aan een rechtspersoon of een natuurlijke persoon. De wijze van betekening wordt specifiek geregeld door het Wetboek van Organisatie en Burgerlijke Rechtsvordering (hoofdstuk 12 van de Laws of Malta (wetten van Malta)).

In de nationale wetgeving zijn specifieke voorschriften voor de betekening van stukken opgenomen om een standaardprocedure vast te stellen voor de wijze waarop stukken moeten worden betekend en om ervoor te zorgen dat alle betrokken partijen de op hen of hun gerechtelijke actie betrekking hebbende juridische stukken ontvangen. Voorts zorgen deze voorschriften voor zekerheid, voor de rechtbank, dat stukken de geadresseerde hebben bereikt.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Alle bij de rechtbank ingediende stukken moeten formeel worden betekend. Daarbij gaat het om gerechtelijke brieven, protesten, aanvragen, dagvaardingen, beroepen, replieken, voorlopige en uitvoerbare maatregelen en door rechtbanken, rechters en magistraten uitgevaardigde bevelen.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Nadat een stuk is ingediend bij de rechtbank, is de rechtbank verantwoordelijk voor de betekening ervan. De partij die de vordering instelt, moet bij de rechtbank een stuk indienen waarin wordt vermeld aan welke persoon of personen het stuk moet worden betekend, met inbegrip van het adres/de adressen. Als er meerdere geadresseerden zijn, moet de partij die het stuk indient, ervoor zorgen dat er voldoende kopieën voor alle geadresseerden zijn.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Als de betekening mislukt, controleert de Maltese ontvangende autoriteit het verstrekte adres; om dat te kunnen doen moet de Maltese autoriteit echter beschikken over het nummer van het identiteitsdocument van de geadresseerde als het om een natuurlijke persoon gaat. Als dit identificatienummer, dat uniek is voor elke natuurlijke persoon, door de doorgevende instantie wordt verstrekt, kan de ontvangende instantie proberen een alternatief adres vast te stellen.

In geval van ondernemingen controleert de ontvangende autoriteit het geregistreerde adres van de geadresseerde onderneming in een onlinesysteem dat wordt beheerd door het Ondernemingsregister, dat onder de Autoriteit Financiële Diensten van Malta (Malta Financial Services Authority – MFSA) ressorteert. Als het door de doorgevende autoriteit verstrekte adres verschilt van het in het register vermelde adres, zal een nieuwe poging worden gedaan om de stukken op het geregistreerde adres te betekenen.

Wanneer de gerechtsdeurwaarder te kennen geeft dat hij of zij de geadresseerde niet op het verstrekte adres heeft aangetroffen of dat niemand opendeed, verzoekt de ontvangende autoriteit de desbetreffende rechtbank om toestemming om de betreffende natuurlijke of rechtspersoon buiten de wettelijk vastgestelde tijden kennisgeving te doen op datzelfde adres. Soms slaagt de betekening of kennisgeving niet.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Bij het vaststellen van het adres van een natuurlijke persoon heeft alleen de ontvangende autoriteit toegang tot gegevens die horen bij het adres van een persoon, d.w.z. indien de doorgevende autoriteit het identificatienummer heeft versterkt. Deze databank is niet toegankelijk voor het algemene publiek of voor buitenlandse autoriteiten. Anderzijds kan essentiële informatie over ondernemingen, zoals de correcte bedrijfsnaam, het registratienummer van het bedrijf en de statutaire zetel, door eenieder kosteloos worden gecontroleerd in een onlinesysteem van het De link wordt in een nieuw venster geopend.Ondernemingsregister, dat onder de Autoriteit Financiële Diensten van Malta (Malta Financial Services Authority – MFSA) ressorteert. Specifieke informatie, zoals de namen van directeuren, wettelijke vertegenwoordigers, de bedrijfssecretaris, enz., kan online worden verkregen via dezelfde website, maar daarvoor moet eerst een account worden aangemaakt en aan het inzien van deze informatie zijn kosten verbonden.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Bij een verzoek om het adres van een getuige moeten de redenen voor dat verzoek aan de centrale autoriteit worden meegedeeld. De centrale autoriteit is echter niet verplicht om deze informatie te verstrekken.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Protestacties en juridische stukken die geen deel uitmaken van een gerechtelijke procedure worden per aangetekende post bezorgd, waarbij een “roze kaart” de handtekening van de ontvanger toont, of dat het stuk niet is aangenomen. De roze kaart wordt aan het originele stuk (bijvoorbeeld de officiële brief) gehecht.

Andere voor het instellen van een gerechtelijke procedure ingediende stukken, of stukken die zijn ingediend in de loop van een gerechtelijke procedure, worden betekend door de gerechtsdeurwaarder, die het desbetreffende stuk overhandigt aan de geadresseerde op het door de indienende partij opgegeven adres of een afschrift daarvan achterlaat op zijn of haar werkplek of woonadres, of bij een persoon die in dienst van de geadresseerde is, of bij zijn of haar advocaat, of bij een persoon die gemachtigd is zijn of haar post te ontvangen. Stukken mogen echter niet worden betekend aan een persoon die jonger is dan 14 jaar of een persoon die lijdt aan een psychische stoornis of een andere aandoening die hem of haar onbekwaam maakt om de betekening te bevestigen.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

In civielrechtelijke procedures kunnen stukken niet elektronisch worden betekend.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

De ontvangende instantie zorgt ervoor dat het stuk wordt betekend door het te hechten aan een gerechtelijke brief die wordt geregistreerd in het register van het Civil Court (civiele rechtbank), eerste zaal, wanneer het stuk moet worden betekend op het eiland Malta, en in het register van het Court of Magistrates (Gozo) wanneer het stuk moet worden betekend op het eiland Gozo of Comino. Deze stukken worden door de gerechtsdeurwaarder samen met de gerechtelijke brief aan de geadresseerde persoon betekend. In artikel 187 van het Wetboek van Organisatie en Burgerlijke Rechtsvordering is vastgelegd hoe stukken moeten worden betekend:

a) De betekening vindt plaats door de overhandiging van een afschrift van de pleitnota aan de persoon aan wie deze moet worden betekend of door dat afschrift achter te laten op het woon-, bedrijfs- of postadres van die persoon bij een lid van zijn of haar familie of huishouden of bij zijn of haar advocaat of bij een persoon die gemachtigd is zijn of haar post te ontvangen, met dien verstande dat het niet rechtmatig is om het afschrift achter te laten bij een persoon die jonger is dan 14 jaar of een persoon die vanwege een psychische aandoening onbekwaam is om de betekening te bevestigen. Een persoon wordt geacht bekwaam te zijn om de betekening te bevestigen tenzij het tegendeel is bewezen, en er kan geen bezwaar worden gemaakt op grond van onregelmatige betekening als wordt aangetoond dat het afschrift de persoon aan wie het moest worden betekend daadwerkelijk heeft bereikt;

b) In het geval van opvarenden van koopvaardijschepen, of bemanningsleden die geen wettelijke verblijfplaats hebben in Malta, kan de betekening plaatsvinden door het afschrift te overhandigen aan de kapitein van het schip of iemand die bevoegd is om namens de kapitein op te treden;

c) In geval van een orgaan met een onderscheiden rechtspersoonlijkheid vindt de betekening plaats door het achterlaten van een afschrift van de pleitnota: i) in de statutaire zetel, het hoofdkantoor, de plaats waar de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden of het postadres van het betreffende orgaan, bij een persoon die gemachtigd is om de persoon in rechte te vertegenwoordigen, de bedrijfssecretaris of een werknemer van het orgaan, of ii) bij een van bovengenoemde personen op de wijze waarin wordt voorzien onder a).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Het stuk wordt geacht te zijn betekend wanneer de persoon die de stukken ontvangt de betekening heeft aanvaard.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

n.v.t.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Wanneer een persoon aan wie de pleitnota is geadresseerd weigert deze persoonlijk in ontvangst te nemen van een uitvoerend functionaris van de rechtbank, moet de rechtbank volgens het Maltese recht, op verzoek van de belanghebbende partij en na de rechtbankfunctionaris te hebben gehoord en alle omstandigheden van het incident tegen elkaar te hebben afgewogen, in een decreet verklaren dat de betekening wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de dag en het tijdstip van de weigering, welk decreet wordt geacht voor alle wettelijke doeleinden het bewijs van de betekening te vormen.

Bovendien wordt een persoon die doelbewust de betekening van een gerechtelijk stuk of bevel of de uitvoering van een gerechtelijk bevel door een gerechtsdeurwaarder vermijdt, belemmert of weigert, schuldig bevonden aan minachting van de rechtbank op straffe, bij een veroordeling, van a) een reprimande, b) verwijdering uit de rechtbank, c) tot 24 uur detentie in het gebouw waarin de rechtbank zitting heeft, of d) een boete (“ammenda” of “multa”).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

De Maltese postdienst bezorgt post aan elke persoon die wordt aangetroffen op het adres en bereid is de post te aan te nemen, mits deze persoon over zijn of haar volledige verstandelijke vermogens beschikt en geen kind is. Verondersteld wordt dat wanneer een in het gebouw op het desbetreffende adres aangetroffen persoon de post aanneemt, deze daartoe is gemachtigd door de geadresseerde. Als de persoon daar niet toe gemachtigd is, moet hij of zij de post niet aannemen, maar wanneer hij of zij dat wel doet, neemt hij of zij de verantwoordelijkheid op zich om de post door te geven aan de geadresseerde. De ontvanger tekent voor ontvangst. Deze procedure is in overeenstemming met Regulation 33 van de Postal Services (General) Regulations 2005.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Als er niemand beschikbaar is om de post in ontvangst te nemen en er voor ontvangst moet worden getekend, wordt een bericht achtergelaten op het adres in kwestie waarin de geadresseerde wordt geïnformeerd over de bezorgingspoging. De post kan dan worden afgehaald bij het dichtstbijzijnde postkantoor. Het is aan de uitvoerder van de postdienst om te bepalen of verdere bezorgingspogingen worden ondernomen. Als de post niet wordt afgehaald, wordt deze retour gezonden aan de afzender als “niet afgehaald”. Als de post door de geadresseerde of zijn of haar vertegenwoordiger wordt geweigerd, wordt deze retour gezonden aan de afzender als “geweigerd”.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Als er op het adres in kwestie niemand beschikbaar is om de post in ontvangst te nemen, wordt er op het adres een bericht achtergelaten waarin de geadresseerde wordt geïnformeerd over de bezorgingspoging en wordt meegedeeld dat de post kan worden afgehaald bij het dichtstbijzijnde postkantoor. Als de post niet wordt afgehaald, is het aan de uitvoerder van de postdienst om te bepalen of er een laatste herinnering wordt bezorgd aan de geadresseerde waarin hem/haar wordt meegedeeld dat de post nog ligt te wachten om te worden afgehaald. Over het algemeen gebeurt dit na 5 dagen voor binnenlandse aangetekende post en na 10 dagen voor buitenlandse aangetekende post. Als de post na deze termijnen niet is afgehaald, wordt de post na nog eens 5 dagen retour gezonden aan de afzender als “niet afgehaald”. Postzendingen die worden afgehaald op het postkantoor worden aan de geadresseerde of zijn of haar gemachtigde vertegenwoordiger overhandigd na overlegging van de herinnering en een identificatiedocument (paspoort of identiteitskaart) van de geadresseerde.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Er wordt een verklaring van betekening of niet-betekening afgegeven.

Aan de originele stukken die per aangetekende post worden betekend, wordt een “roze kaart’ gehecht. Bij retournering aan de rechtbank worden de originele stukken met zwarte of rode inkt gestempeld. Zwarte inkt wordt gebruikt om aan te geven dat de betekening heeft plaatsgevonden, met vermelding van de persoon aan wie het stuk is betekend. Als het stuk niet is betekend, wordt het met rode inkt gestempeld, onder vermelding van de reden van de niet-betekening.

Het stuk wordt door de gerechtsdeurwaarder gestempeld, in zwarte inkt als het stuk is betekend of in rode inkt als het stuk niet is betekend, en draagt de handtekening van de gerechtsdeurwaarder die met de betekening was belast.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Als de geadresseerde de stukken niet ontvangt, maar de stukken op geldige wijze zijn betekend door een afschrift achter te laten op het adres in kwestie of het woon- of werkadres van de geadresseerde, wordt de betekening geacht te zijn verricht en geldig te zijn. Tegen een onrechtmatig verrichte betekening kan gerechtelijke actie worden ondernomen. Als de partij aan wie een stuk moest worden betekend bij het ontbreken van geldige betekening een repliek indient bij de rechtbank of in de rechtbank verschijnt, wordt de betekening geacht geldig te zijn.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Door middel van Legal Notice 148 van 2014 heeft de ontvangende instantie in Malta overeenkomstig artikel 11 van Verordening 1393/2007 een vaste vergoeding van 50 euro vastgesteld voor elk in Malta te betekenen stuk. Deze vergoeding moet voorafgaand aan de betekening worden betaald. De betaling van de vergoeding vindt plaats door middel van een overboeking naar de bankrekening van het bureau van de procureur-generaal, waarvan de gegevens als volgt luiden:

Naam van de bank: Central Bank of Malta

Naam begunstigde: AG Office - Receipt of Service Documents

Rekeningnummer: 40127EUR-CMG5-000-Y

IBAN: MT24MALT011000040127EURCMG5000Y

Swiftcode: MALTMTMT

Laatste update: 16/10/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Nederland

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Ieder stuk dat onder de Verordening (EG) nr 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving  van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken aan de aangezochte autoriteit is toegezonden.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De Gerechtsdeurwaarder is in Nederland aangewezen als ontvangende en verzendende instantie.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

De gerechtsdeurwaarder is verplicht om de woonplaats van degene voor wie het stuk bestemd is te verifieren in het BRP. Deze verplichte verificatie zal tevens eventuele nieuwe adresgegevens tonen in het geval de persoon voor wie het stuk bestemd is niet langer verblijft op het opgegeven adres.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Neen.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

In Nederland zijn de rechtbanken de bevoegde instantie inzake de Verordening (EG) nr 1206/2001 van 28 mei 2001. De Nederlandse rechter is echter niet bevoegd (op verzoek) adresgegevens van een partij  op te vragen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

De betekening of kennisgeving van het stuk vindt plaats door een ambtshandeling (artikel 2 Gerechtsdeurwaarderswet). Een gerechtsdeurwaarder dient, zulks na verificatie zoals omschreven in vraag 4.1, het ter betekening ontvangen stuk te betekenen aan de persoon voor wie het stuk bestemd is. Deze betekening vindt in beginsel in persoon plaats. Naast de vervangende betekening en kennisgeving als bedoeld in punt 7 zijn er geen alternatieve methoden.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Elektronische betekening of kennisgeving van stukken is niet toegestaan in Nederland.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Neen, althans uitsluitend indien deze specifieke vorm niet in strijd is met het Nederlandse recht. Betekening kan ook op een andere adres dan waar de persoon voor wie het stuk bestemd is, zijn /haar woonplaats heeft, mits de gerechtsdeurwaarder deze persoon persoonlijk aantreft en spreekt. Indien de geadresseerde geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft kan een stuk gedeponeerd worden bij het parket.

Deurwaarders betekenen niet per post. De verzendende instantie in de andere lidstaat kan wel het stuk per post rechtstreeks aan geadresseerde sturen.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

nvt

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

nvt

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

1 weigering van acceptatie van het stuk.

Indien de persoon voor wie het stuk bestemd is, weigert het stuk in ontvangst te nemen tijdens de kennisgeving door de gerechtsdeurwaarder , is deze bevoegd het stuk achter te laten aan het geregistreerde adres in een gesloten enveloppe (artikel 47 Burgerlijke Rechtsvordering). De betekening wordt geacht te zijn uitgevoerd op dat moment.

2 weigering op basis van vertaling.

Indien de persoon voor wie het stuk bestemd is weigert het stuk in ontvangst te nemen in het geval van vertaling (artikel 8 lid 1 EG verordening 1393/2007, dan dient de gerechtsdeurwaarder deze weigering vast te leggen in het certificaat en dit te definieren als non-betekening. Volgens de meest recente jurisprudentie van het Europese Hof dient een rechter te oordelen in hoeverre een weigering deugdelijk is. (Novo Banco arrest)

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

De post mag ook aan een andere persoon afleveren. Afhankelijk van de gekozen vorm van verzending zal men wel om een legitimatie vragen.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien het poststuk aangetekend is verzonden zal het stuk gedurende een bepaalde tijd worden gedeponeerd op het postkantoor. De postbode laat een kennisgeving hiervan achter in de brievenbus van de geadresseerde.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Indien de postbode een aangetekend stuk niet kan afleveren laat hij een mededeling achter dat geadresseerde een voor hem bestemd aangetekend stuk kan afhalen op het aangegeven postkantoor. Het stuk wordt drie weken bewaard. Indien het niet wordt opgehaald wordt het geretourneerd aan de afzender.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Ja, naast het exploot van betekening of kennisgeving zal de aangezochte autoriteit (de gerechtsdeurwaarder) tevens een certificaat van betekening opmaken(artikel 10 Betekeningsverordening) en tezamen met het exploot aan de verzoekende autoriteit toezenden.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Indien de gerechtsdeurwaarder betrokken is bij de beteking van een stuk kan geen sprake zijn van een onrechtmatige betekening. Wel kan sprake zijn van een nietigheid als bedoeld in artikel 66 Burgerlijk wetboek Rechtsvordering.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Indien de betekening of kennisgeveing heeft plaatsgevonden via een aangezochte autoriteit in Nederland, dan bestaat de vergoeding voor de kennisgeving uit een gefixeerd bedrag van euro 65,00 per kennisgeving.

Laatste update: 11/04/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Duits) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Betekening of kennisgeving van stukken - Oostenrijk

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Betekening of kennisgeving van een stuk is het overhandigen van een document aan de geadresseerde, volgens de wettelijk voorgeschreven wijze, zodat deze kennis kan nemen van de inhoud. Deze handeling wordt schriftelijk vastgelegd.

De betekening of kennisgeving vindt plaats in opdracht van de rechtbank als een rechtshandeling in het kader van een procedure die ambtshalve wordt verricht (artikel 87 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (WvBR)). De officiële vastlegging van de betekening of kennisgeving is nodig om te kunnen controleren wanneer en aan wie een stuk is betekend. Het bewijs dat de betekening of kennisgeving op de voorgeschreven wijze is verricht, vormt voor bepaalde gevolgen in de procedure een voorwaarde.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

In principe moet formeel betekening of kennisgeving worden gedaan van alle beslissingen van de rechtbank (zoals oproepingen om te verschijnen, beschikkingen, vonnissen), alle processtukken van een partij (bijvoorbeeld het verzoekschrift, verweerschrift, beroepschrift) en van andere (mede) aan de wederpartij gerichte verklaringen.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Het besluitvormend orgaan (rechter, rechterlijk ambtenaar) geeft het bevel voor de betekening of kennisgeving en voor de wijze waarop dat moet worden gedaan. Dit bevel wordt aangeduid als het bevel van betekening of kennisgeving. Het besluitvormingsorgaan vermeldt het bevel op het originele document waarvan betekening of kennisgeving moet worden gedaan. De betekening of kennisgeving zelf wordt door een postdienst verricht. In de regel is dat het Oostenrijkse Postbedrijf, maar het kan ook een andere universele dienstverlener zijn (artikel 2, punt 7, van de betekeningswet (wet betreffende de betekening van documenten) in verbinding met artikel 3, punt 4 van de postmarktwet (wet inzake de postmarkt)).

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Dat is over het algemeen niet het geval. Afhankelijk van de personeelscapaciteit worden eenvoudige zoekopdrachten uitgevoerd, zoals het raadplegen van de bevolkingsregisters (zie verderop onder punt 4.2).

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Ja. Iedereen, waaronder buitenlandse autoriteiten, kan bij de OostenrijkseDe link wordt in een nieuw venster geopend. autoriteiten van het bevolkingsregister (gemeentebestuur, gemeenteraad, bevoegde districtsbureau) een De link wordt in een nieuw venster geopend.overzicht van het De link wordt in een nieuw venster geopend.hoofdadres van een natuurlijk persoon opvragen. Deze gegevens zijn opgenomen in het centrale bevolkingsregister (ZMR). Dit is een openbaar register waarin alle in Oostenrijk ingeschreven personen staan geregistreerd met vermelding van het adres van hun De link wordt in een nieuw venster geopend.hoofdverblijf, en eventueel het (de) adres(sen) van hun tweede verblijf. Het is in Oostenrijk verplicht om een woning te laten De link wordt in een nieuw venster geopend.registreren of doorhalen.

Voor het indienen van een dergelijke aanvraag moeten ten minste de volgende gegevens van de gezochte persoon worden verstrekt: voornaam en naam en een aanvullend kenmerk waarmee de identiteit van de persoon duidelijk kan worden vastgesteld (bijvoorbeeld geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit of het vorige adres).

De kosten voor de aanvraag bedragen 17,30 euro (aanvraagkosten: 14,30 euro; federale administratieve heffing voor aanvragen bij het centrale bevolkingsregister: 3 euro).

Meer informatie over het opvragen van huisadressen is te vinden op de volgende internetsite: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.help.gv.at/ sous De link wordt in een nieuw venster geopend.Dokumente und Recht / De link wordt in een nieuw venster geopend.Personen-Meldeauskunft.

Iedere betekening of kennisgeving wordt in principe verricht door een postdienst, namelijk het Oostenrijkse Postbedrijf of een andere universele dienstverlener (zie punt 3 hierboven), of door ambtenaren van de rechtbank (artikel 88 van het WvBR).

Betekening of kennisgeving kan echter ook via andere procedures worden verricht, te weten:

Betekening of kennisgeving door openbare bekendmaking overeenkomstig artikel 25 van de betekeningswet en artikel 115 van het WvBR:

De betekening of kennisgeving aan personen met een onbekend bezorgadres, aan meerdere personen die bij de autoriteit niet bekend zijn, of aan personen voor wie geen gemachtigde is benoemd voor de inontvangstneming van stukken (artikel 20 van de betekeningswet), geschiedt door plaatsing van een bericht in de gegevensbank van officiële bekendmakingen ((«Ediktsdatei», te vinden op De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.justiz.gv.at/ onder E-Government/Ediktsdatei). In dit bericht staat vermeld dat het te betekenen document kan worden afgehaald bij de rechtbank. Het bericht moet een samenvatting bevatten van de inhoud van het te betekenen document, met vermelding van de naam van rechtbank waarbij de zaak aanhangig is, de omschrijving van het geschil, de mogelijkheden voor het afhalen van het stuk en de rechtsgevolgen van het bericht. De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht door de plaatsing van het bericht in de gegevensbank van officiële bekendmakingen.

Betekening of kennisgeving aan een curator (artikel 116 tot en met 118 van het WvBR):

Indien betekening of kennisgeving uitsluitend kan worden verricht via openbare bekendmaking (via de gegevensbank van officiële bekendmakingen), dient de rechtbank, op verzoek of ambtshalve, een curator te benoemen wanneer de betrokkene naar aanleiding van de aan hem te verrichten betekening of kennisgeving een proceshandeling moet verrichten ter bescherming van zijn rechten, met name indien het de betekening of kennisgeving van een oproeping om te verschijnen betreft. De benoeming van de curator moet worden gepubliceerd in de gegevensbank van officiële bekendmakingen (artikel 117 WvBR). De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht op het moment van overhandiging van het stuk aan de curator (artikel 118 van het WvBR).

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Wanneer de aangezochte autoriteit het verzoek kwalificeert als een verzoek tot het verrichten van een onderzoekshandeling in de zin van artikel1 van de verordening, bijvoorbeeld omdat het achterhalen van het adres noodzakelijk is om een gerechtelijke procedure te kunnen voeren (met name ten behoeve van de betekening of kennisgeving), wordt de procedure van de verordening gevolgd. De autoriteit stelt alles in het werk om met behulp van de beschikbare middelen het huidige adres van de betrokkene te achterhalen, bijvoorbeeld door gegevens bij het centrale bevolkingsregister en andere registers op te vragen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Iedere betekening of kennisgeving wordt in principe verricht door een postdienst, namelijk het Oostenrijkse Postbedrijf of een andere universele dienstverlener (zie eerder onder punt 3), of door ambtenaren van de rechtbank (artikel 88 van het WvBR).

Betekening of kennisgeving kan echter ook via andere procedures worden verricht, te weten:

Betekening of kennisgeving door openbare bekendmaking overeenkomstig artikel 25 van de betekeningswet en artikel 115 van het WvBR:

De betekening of kennisgeving aan personen met een onbekend bezorgadres, aan meerdere personen die bij de autoriteit niet bekend zijn, of aan personen voor wie geen gemachtigde is benoemd voor de inontvangstneming van stukken (artikel 20 van de betekeningswet), geschiedt door plaatsing van een bericht in de gegevensbank van officiële bekendmakingen ((«Ediktsdatei», te vinden op De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.justiz.gv.at/ onder E-Government/Ediktsdatei). In dit bericht staat vermeld dat het te betekenen document kan worden afgehaald bij de rechtbank. Het bericht moet een samenvatting bevatten van de inhoud van het te betekenen document, met vermelding van de naam van rechtbank waarbij de zaak aanhangig is, de omschrijving van het geschil, de mogelijkheden voor het afhalen van het stuk en de rechtsgevolgen van het bericht. De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht door de plaatsing van het bericht in de gegevensbank van officiële bekendmakingen.

Betekening of kennisgeving aan een curator (artikel 116 tot 118 van het WBR):

Indien betekening of kennisgeving uitsluitend kan worden verricht via openbare bekendmaking (via de gegevensbank van officiële bekendmakingen), dient de rechtbank, op verzoek of ambtshalve, een curator te benoemen wanneer de betrokkene(n) naar aanleiding van de aan hem (hen) te verrichten betekening of kennisgeving een procedurehandeling moet(en) verrichten ter bescherming van zijn (hun) rechten, met name indien het de betekening of kennisgeving van een oproeping om te verschijnen betreft. De benoeming van de curator moet worden gepubliceerd in de gegevensbank van officiële bekendmakingen (artikel 117 WvBR). De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht op het moment van overhandiging van het stuk aan de curator (artikel 118 van het WvBR).

De rechtbanken maken voor de elektronische betekening of kennisgeving van stukken een speciaal systeem, namelijk het e-justitiesysteem. Verplichte deelnemers aan dit systeem zijn: advocaten en raadsmannen in strafzaken, notarissen, kredietinstellingen en andere financiële instellingen, Oostenrijkse verzekeringsmaatschappijen, socialezekerheidsinstellingen, pensioenfondsen, de kas voor verlof en werkloosheidsuitkeringen voor werknemers in de bouwsector, de salariskas voor apothekers, het fonds voor de bescherming van werknemers in geval van faillissement (IEF) en IEF-Service GmbH, de Federatie van Oostenrijkse socialezekerheidsinstellingen, de afdeling van het gespecialiseerde parket in financiële zaken, en de Orden van advocaten. Andere personen kunnen ook gebruik maken van dit systeem maar zijn daartoe niet verplicht.

Indien de betekening of kennisgeving via het e-justitiesysteem wordt verricht, worden elektronisch verstuurde vragen en antwoorden (artikel 89 bis, lid 2, van de wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO)) geacht te zijn betekend op de eerstvolgende werkdag nadat zij elektronisch aan de geadresseerde beschikbaar zijn gesteld. Zaterdag wordt niet beschouwd als een werkdag.

Is betekening via het e-justitiesysteem niet mogelijk, dan kan zij ook worden verricht via een elektronische bezorgdienst overeenkomstig de bepalingen van de wet inzake de betekening van documenten (artikel 89 bis, lid 3, van de Wet RO in verbinding met artikel 28 en volgende van de betekeningswet).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

De rechtbanken maken voor de elektronische betekening of kennisgeving van stukken een speciaal systeem, namelijk het e-justitiesysteem. Verplichte deelnemers aan dit systeem zijn: advocaten en raadsmannen in strafzaken, notarissen, kredietinstellingen en andere financiële instellingen, Oostenrijkse verzekeringsmaatschappijen, socialezekerheidsinstellingen, pensioenfondsen, de kas voor verlof en werkloosheidsuitkeringen voor werknemers in de bouwsector, de salariskas voor apothekers, het fonds voor de bescherming van werknemers in geval van faillissement (IEF) en IEF-Service GmbH, de Federatie van Oostenrijkse socialezekerheidsinstellingen, de afdeling van het gespecialiseerde parket in financiële zaken, en de Orden van advocaten. Andere personen kunnen ook gebruik maken van dit systeem maar zijn daartoe niet verplicht.

Indien de betekening of kennisgeving via het e-justitiesysteem wordt verricht, worden elektronisch verstuurde vragen en antwoorden (artikel 89 bis, lid 2, van de wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO)) geacht te zijn betekend op de eerstvolgende werkdag nadat zij elektronisch aan de geadresseerde beschikbaar zijn gesteld. Zaterdag wordt niet beschouwd als een werkdag.

Indien betekening via het e-justitiesysteem niet mogelijk is, kan deze ook worden verricht via een elektronische bezorgdienst overeenkomstig de bepalingen van de wet inzake de betekening of kennisgeving van documenten (artikel 89 bis, lid 3, van de WRO in verbinding met artikel 28 en volgende van de wet inzake betekening van documenten).

Indien de wet betekening of kennisgeving aan een indirecte geadresseerde uitdrukkelijk verbiedt, wordt gesproken van een betekening in persoon. Deze wijze van betekening is slechts in een aantal uitzonderlijke gevallen van toepassing.

In alle overige gevallen is indirecte betekening toegestaan. Dat betekent dat indien de geadresseerde niet aanwezig is op het bezorgadres, de betekening in de regel kan worden verricht aan iedere volwassene die op hetzelfde adres woont als de geadresseerde, of die werknemer of werkgever is van de geadresseerde, en die akkoord gaat met de inontvangstneming van het stuk (artikel 16, lid 2, van de betekeningswet). De wet spreekt op dit punt van "indirect geadresseerde".

Indirecte betekening of kennisgeving is echter slechts toegestaan indien de persoon die de betekening of kennisgeving verricht voldoende reden heeft om aan te nemen dat de geadresseerde regelmatig op het bezorgadres verblijft.

Op grond van artikel 103 van het WvBR is iedere persoon die bij het geschil wederpartij is van de geadresseerde, uitgesloten als indirect geadresseerde.

De indirecte betekening of kennisgeving conform artikel 16, lid 5, van de betekeningswet wordt niet geacht te zijn gedaan indien de geadresseerde niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van de kennisgeving of betekening omdat hij niet aanwezig was op het bezorgadres (bijvoorbeeld vanwege een reis, ziekenhuisopname, verblijf in de gevangenis). De betekening of kennisgeving wordt niettemin rechtsgeldig op de dag nadat het stuk naar het verzendadres is teruggestuurd.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Indien de wet betekening of kennisgeving aan een indirecte geadresseerde uitdrukkelijk verbiedt, is er sprake van betekening of kennisgeving in persoon. Deze wijze van betekening is slechts in een aantal uitzonderlijke gevallen van toepassing.

In alle overige gevallen is indirecte betekening of kennisgeving wel toegestaan. Dat betekent dat indien de geadresseerde niet aanwezig is op het bezorgadres, de betekening of kennisgeving in de regel kan worden verricht aan iedere volwassene die op hetzelfde adres woont als de geadresseerde, of die werknemer of werkgever is van de geadresseerde, en die akkoord gaat met de inontvangstneming van het stuk (artikel 16, lid 2, van de betekeningswet). De wet spreekt op dit punt van "indirect geadresseerde".

Indirecte betekening of kennisgeving is echter slechts toegestaan indien de persoon die de betekening of kennisgeving verricht voldoende reden heeft om aan te nemen dat de geadresseerde regelmatig op het bezorgadres verblijft.

Op grond van artikel 103 van het WvBR is iedere persoon die bij het geschil wederpartij is van de geadresseerde, uitgesloten als indirect geadresseerde.

De indirecte betekening of kennisgeving conform artikel 16, lid 5, van de betekeningswet wordt niet geacht te zijn gedaan indien de geadresseerde niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van de kennisgeving of betekening omdat hij niet aanwezig was op het bezorgadres (bijvoorbeeld vanwege een reis, ziekenhuisopname, verblijf in de gevangenis). De betekening wordt niettemin rechtsgeldig op de dag volgend op de terugkeer naar het bezorgadres.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Zie punt 5 en 6 hierboven.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

De geadresseerde dient via een bericht (gedeponeerd in de brievenbus of aangeplakt op de toegangsdeur) te worden geïnformeerd dat het stuk is in depot is gegeven. Het bericht dient te vermelden waar het stuk is gedeponeerd, evenals de begin- en einddatum van de afhaaltermijn. Bovendien moet worden gewezen op de gevolgen van het in depot geven van het stuk (artikel 17, lid 2, van de betekeningswet). De afhaaltermijn begint, conform artikel 17, lid 3, van de betekeningswet, te lopen vanaf de eerste dag waarop het document kan worden afgehaald en duurt ten minste twee weken. De betekening van het afgegeven document wordt geacht te zijn verricht op de eerste dag van deze termijn (fictieve betekening of kennisgeving), behalve in het geval waarin de geadresseerde niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van de betekening of kennisgeving omdat hij niet op het bezorgadres aanwezig was. Op grond van artikel 17, lid 3, laatste zin, van de betekeningswet wordt de betekening of kennisgeving ook in dit geval rechtsgeldig op de dag nadat het document terug is op het distributiepunt, waar het kan worden afgehaald. Indien het gedeponeerde stuk niet wordt afgehaald (waarmee niets verandert aan het feit dat het deponeren van een stuk geldt als betekening of kennisgeving), wordt het na afloop van de afhaaltermijn teruggestuurd naar de rechtbank die het heeft verzonden.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde of een indirect geadresseerde huisgenoot zonder geldige reden weigert het stuk in ontvangst te nemen, dient het stuk op de plaats van bezorging te worden achtergelaten of, indien dat niet mogelijk is, zonder bericht in depot te worden gegeven. Het stuk dat ter plaatse wordt achtergelaten of in depot wordt gegeven, wordt aldus geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht (artikel 20 van de betekeningswet).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Verzending per post geschiedt overeenkomstig het Algemeen Postverdrag met een internationale ontvangstbevestiging. Het stuk dient aan de geadresseerde te worden overhandigd of, indien dat niet mogelijk is, aan een andere persoon die gemachtigd is voor de inontvangstneming in overeenstemming met de wet van de lidstaat van bestemming (bijvoorbeeld een gemachtigde die bevoegd is alle post in ontvangst te nemen, indirect geadresseerde). In Oostenrijk zijn de vastgestelde regels in artikel 16 van de betekeningswet van toepassing op de vervangende geadresseerde (zie punt 7.1 hierboven).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien in het Algemeen Postverdrag geen bepalingen zijn opgenomen waarin is vastgesteld of en onder welke voorwaarden een stuk mag worden gedeponeerd, is het nationale recht van de lidstaat van bestemming van toepassing. Het stuk mag op grond van het Oostenrijks recht worden gedeponeerd indien aan de gestelde voorwaarden is voldaan (zie punt 7 hierboven).

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Zie punt 7.3 hierboven.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Ja, de persoon die de betekening of kennisgeving verricht, legt de handeling schriftelijk vast op het bijbehorende ontvangstbewijs (certificaat van betekening of kennisgeving, ontvangstbevestiging). De persoon die het stuk in ontvangst neemt, dient de ontvangst te bevestigen door het bewijs te ondertekenen, met vermelding van de datum. Indien het niet de geadresseerde zelf betreft, dient ook de relatie van de derde persoon tot de geadresseerde te worden vermeld. Indien de geadresseerde weigert de ontvangst te bevestigen, maakt de persoon die de betekening of kennisgeving verricht daarvan aantekening op het ontvangstbewijs met vermelding van de datum en, eventueel, de relatie van deze persoon tot de geadresseerde. Het ontvangstbewijs dient direct naar de afzender te worden gestuurd.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Een betekening of kennisgeving die niet volgens de wettelijke regels is verricht, is ongeldig. Dit kan echter wel worden hersteld. Een onregelmatige betekening wordt allereerst, op grond van de grondregel van artikel 7 van de betekeningswet, geacht te zijn verricht zodra het stuk daadwerkelijk aan de geadresseerde is overhandigd. Indien er een gemachtigde is benoemd voor de inontvangstneming van alle mededelingen, dient deze persoon te worden aangewezen als geadresseerde. Ook in dat geval geldt dat de betekening of kennisgeving alleen wordt geacht te zijn verricht op het moment waarop het stuk daadwerkelijk aan deze gemachtigde is overhandigd. Indien een indirecte betekening of kennisgeving of het deponeren van een stuk niet volgens de voorschriften is gedaan, vanwege het feit dat de geadresseerde, omdat hij niet aanwezig was op de plaats van bezorging, niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van de betekening, voorziet de betekeningswet in specifieke regels voor het herstellen van deze onregelmatigheid (artikel 16, lid 5, en artikel 17, lid 3, van de wet inzake betekeningen). De fout wordt met de terugkeer van de geadresseerde op de plaats van bezorging de volgende dag hersteld. In het geval waarin het stuk is gedeponeerd, wordt de fout hersteld wanneer de geadresseerde binnen de afhaaltermijn terugkeert en het gedeponeerde stuk op die dag kan worden afgehaald. Terwijl voor het herstellen van een onregelmatig verrichte indirecte betekening geen vaste termijn geldt, kan een onregelmatig depot niet meer worden hersteld als de geadresseerde pas na afloop van de afhaaltermijn terugkeert. Indien de geadresseerde op tijd terugkeert om het poststuk nog op de eerste dag van de afhaaltermijn te kunnen afhalen, wordt de betekening of kennisgeving geacht die dag te zijn verricht, aangezien de geadresseerde nog over de volledige afhaaltermijn beschikt. Indien hij later terugkeert, wordt de betekening of kennisgeving door depot pas op de dag volgend op zijn terugkeer geacht te zijn verricht. De geadresseerde moet namelijk steeds over de volledige termijnen kunnen beschikken, met name de beroepstermijnen, die vanaf de betekening beginnen te lopen.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Nee.

Laatste update: 22/12/2016

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Polen

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Betekening of kennisgeving wil zegen dat een persoon in kennis wordt gesteld van een document dat specifiek op hem betrekking heeft op een wijze die in de wet is vastgesteld.

De naleving van het grondwettelijk beginsel van openbare berechting, de bescherming van de procedurele rechten van partijen en de mogelijkheid om deze te verdedigen, de geldigheid van procedures, de correcte berekening van termijnen, en bijgevolg de geldigheid van gegeven beslissingen wordt allemaal gewaarborgd door een correcte betekening en kennisgeving van stukken.

De regels inzake betekening en kennisgeving van stukken zijn bindend. De partijen hebben op dit vlak geen vrije keuze. De regels zijn vastgesteld in de artikelen 131 tot en met 147 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna "WvRV" genoemd) en in de volgende uitvoeringshandelingen:

  • Besluit van de minister van Justitie van 23 februari 2007 - Reglement voor de procesvoering van gewone rechtbanken (hierna "Reglement" genoemd);
  • Besluit van de minister van Justitie van 12 oktober 2010 tot vaststelling van regels voor de betekening of kennisgeving van stukken in burgerlijke zaken (hierna "Besluit" genoemd).

De betekening of kennisgeving van buitengerechtelijke stukken is geregeld in de Postwet van 23 november 2012 en de bijbehorende uitvoeringshandelingen, waaronder het besluit van de minister van Administratie en Digitalisering van 29 april 2013 tot vaststelling van de voorwaarden voor de levering van universele diensten door de aangewezen aanbieder (hierna "Postbesluit" genoemd).

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Gerechtelijke stukken (documenten die door een rechtbank aan de partijen of aan andere bij de procedure betrokken personen worden gestuurd) moeten formeel worden betekend of ter kennis gebracht. Dit zijn onder andere:

  • kopieën van verzoekschriften, met de bijbehorende bijlagen
  • mededelingen
  • dagvaardingen
  • informatie over voorschriften
  • kopieën van vonnissen, tezamen met de motivering

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

In Polen worden stukken in de regel op formele wijze overhandigd, dat wil zeggen dat de betekening of kennisgeving van bijna alle stukken ambtshalve plaatsvindt. In de loop van een gerechtelijke procedure zorgt de rechtbank voor de betekening of kennisgeving van stukken. De betekening of kennisgeving wordt verricht door: postdiensten, gerechtsdeurwaarders en het gerechtelijk bureau voor betekeningen. Stukken worden in beginsel door een postdienst betekend. Bij de keuze voor de wijze van betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken wordt rekening gehouden met de kosten en de doelmatigheid. Het is ook mogelijk de betekening te laten verrichten door het gerechtelijke bureau voor betekeningen, een medewerker van de rechtbank, een opsporingsambtenaar of een gerechtsdeurwaarder (§ 68 van het Reglement), indien een van deze wijzen van betekening in bepaalde gevallen effectiever is. Stukken worden in het kader van een tenuitvoerleggingsprocedure door een gerechtsdeurwaarder betekend. De minister van Justitie kan een gerechtelijke dienst voor betekeningen opzetten, de organisatiestructuur van deze dienst bepalen, alsmede een nauwkeurige betekeningsprocedure vaststellen.

Overeenkomstig artikel 132 van het WvRV zijn advocaten en juridisch adviseurs vrijgesteld van formele betekening of kennisgeving. Zij kunnen processtukken gedurende de procedure rechtstreeks naar elkaar sturen tegen een ontvangstbevestiging voorzien van een datum. Een processtuk dat bij de rechtbank wordt ingediend, moet vergezeld gaan van een bewijs dat de andere partij een kopie heeft ontvangen of van een bewijs van verzending per aangetekende post. Stukken waarbij de ontvangstbevestiging of het bewijs van de aangetekende verzending ontbreekt, worden teruggestuurd. De betekening of kennisgeving kan ook worden verricht door het stuk bij de griffie van de rechtbank rechtstreeks aan de geadresseerde te overhandigen, die zich moet identificeren en de ontvangst moet bevestigen.

De voorzitter van de rechtbank kan conform § 70 van het Reglement bevelen dat stukken bij lokale instanties en advocaten worden afgegeven en dat brieven van lokale instanties bestemd voor de rechtbank mogen worden afgegeven. Indien een voorbereidend stuk zo laat is ingediend dat het niet meer mogelijk is om een kopie van het stuk samen met de oproeping voor de hoorzitting te betekenen, kan het tijdens de hoorzitting zelf worden betekend.

Wanneer de geadresseerde als gekozen woonplaats slechts een postbusnummer heeft opgegeven, kan hij worden geïnformeerd over een gerechtelijk stuk door achterlating van een bericht in die postbus, conform § 71 van het Reglement en artikel 135 van het WvRV.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Wanneer de ontvangende instantie een stuk ter betekening of kennisgeving ontvangt, kan zij indien zij dat nodig acht, de betreffende registers raadplegen om het adres van de geadresseerde te achterhalen. De bestaande registers in Polen staan vermeld onder punt 4.2.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Deze gegevens kunnen worden opgevraagd bij het Gemeenschappelijk Elektronisch Systeem van het Bevolkingsregister (PESEL) door de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is of door een persoon die daar een geldige reden voor heeft (documenten waarmee een geldige reden kan worden aangetoond zijn onder meer: een verzoekschrift, deurwaardersexploot, overeenkomst).

De partij of persoon die een geldige reden voor de aanvraag heeft, moet het formulier invullen dat is te vinden op: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://www.mswia.gov.pl/portal/pl/381/32/

De kosten bedragen 31 PLN. Bij de aanvraag moet een betalingsbewijs worden gevoegd.

Het betreffende bedrag moet worden overgemaakt naar de volgende bankrekening:

Ministerstwo Spraw Wewnętrznych i Administracji

Ul. Batorego 5

00-951 Warszawa

Rekeningnummer: NBP O/O Warszawa Nr 67 1010 0031 3122 3100 0000

Indien de partij een gemachtigde heeft benoemd, dient de volmacht bij de aanvraag te worden gevoegd.

De aanvraag moet worden gestuurd naar het onderstaande adres:

Wydział Udostępniania Informacji

Departament Spraw Obywatelskich MSWiA

Ul. Pawińskiego 17/21

02-106 Warszawa

In Polen kunnen de adressen van ondernemingen (verenigingen, beroepsverenigingen, commanditaire vennootschappen, besloten of naamloze vennootschappen, coöperaties, staatsbedrijven, instellingen voor onderzoek en ontwikkeling, buitenlandse bedrijven en hun filialen, onderlinge waarborgmaatschappijen) online worden geraadpleegd via een register dat wordt beheerd door het Nationaal Rechtbankregister. Het register wordt bijgehouden in overeenstemming met het beginsel van openbaarmaking van gegevens (iedere persoon heeft toegang tot de in het register opgenomen gegevens).

De gegevens zijn online beschikbaar op de volgende internetsite:

De link wordt in een nieuw venster geopend.http://bip.ms.gov.pl/rejestry-i-ewidencje/okrajowy-rejestr-sadowy/elektroniczny-dostep-do-krajowego-rejestru-sadowego/

Zoekmachine: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://ems.ms.gov.pl/krs/wyszukiwaniepodmiotu

De gegevens van natuurlijke personen die een bedrijfsactiviteit verrichten zijn opgenomen in het Centraal Register voor Informatie over economische activiteit (CEIDG), dat door iedereen kan worden geraadpleegd.

Zoekmachine van het Centraal Register voor Informatie over economische activiteit: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://prod.ceidg.gov.pl/ceidg.cms.engine/

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De rechtbank moet zich in alle gevallen uitspreken over de ontvankelijkheid van een dergelijke aanvraag. Er bestaat op dit punt geen uniforme praktijk. Zie punt 4.2 wat betreft de middelen die kunnen worden gebruikt voor het vinden van een adres.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

In de praktijk worden gerechtelijke stukken per aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging betekend of ter kennis gebracht (zie punt 3).

Betekening of kennisgeving aan een natuurlijk persoon wordt overeenkomstig artikel 133 van het WvRV in persoon verricht, dat wil zeggen dat stukken aan de geadresseerde moeten worden overhandigd of, indien hij niet bekwaam is, aan zijn wettelijke vertegenwoordiger. Stukken bestemd voor een rechtspersoon of een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid worden betekend of ter kennis gebracht aan het orgaan dat bevoegd is om deze persoon of organisatie in rechte te vertegenwoordigen, of in persoon aan een werknemer die is bevoegd stukken in ontvangst te nemen namens de directeur van de betreffende entiteit. Is er een procesgemachtigde aangewezen of een persoon die bevoegd is om gerechtelijke stukken in ontvangst te nemen, dan worden de stukken aan deze persoon betekend of ter kennis gebracht.

Overeenkomstig artikel 135 van het WvRV kan de betekening of kennisgeving op verzoek van een partij plaatsvinden door deponeren in de postbus van die partij.

Overeenkomstig artikel 137 van het WvRV wordt betekening of kennisgeving aan personen die verplicht in militaire dienst zijn, politieambtenaren en personeel in het gevangeniswezen, verricht aan hun direct leidinggevende. Stukken bestemd voor gevangenen worden betekend of ter kennis gebracht aan het hoofd van de betreffende penitentiaire inrichting.

Indirecte betekening of kennisgeving wordt behandeld onder punt 7.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Overeenkomstig artikel 1311 van het WvRV wordt betekening of kennisgeving in het kader van een elektronisch betalingsbevelprocedure aan de eiser gedaan via een speciaal voor deze procedure opgezet informatiesysteem (elektronische betekening). Stukken worden elektronisch aan de verweerder betekend of ter kennis gebracht indien hij een document op elektronische wijze heeft ingediend.

Elektronische betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht op de datum die staat vermeld op de elektronische ontvangstbevestiging. Indien deze bevestiging ontbreekt, wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht na de veertiende dag nadat het betreffende stuk in het informatiesysteem is ingevoerd.

Stukken mogen niet per e-mail worden betekend of ter kennis gebracht, maar een bericht met de mededeling dat een document beschikbaar is in het informatiesysteem mag wel naar de mailbox van de geadresseerde worden gestuurd.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Indien de geadresseerde niet thuis is, kan het gerechtelijk stuk ook worden betekend of ter kennis gebracht aan een meerderjarige huisgenoot of, indien er geen meerderjarige huisgenoot aanwezig is, aan de bewonersvereniging, de conciërge of het hoofd van de gemeente, voor zover deze persoon geen wederpartij is in de zaak en ermee heeft ingestemd het stuk aan de geadresseerde te overhandigen (artikel 138 van het WvRV).

Indien het niet mogelijk is om de brief op deze manier te betekenen of ter kennis te brengen, wordt het achtergelaten bij het postkantoor of het plaatselijke gemeentehuis en wordt een bericht op de voordeur van de geadresseerde aangebracht of in zijn brievenbus achtergelaten (artikel 139 van het WvRV).

Indien het niet mogelijk is om een stuk te betekenen of ter kennis te brengen aan een rechtspersoon, organisatie of natuurlijk persoon met een registratieplicht, omdat die geen adreswijziging heeft doorgegeven aan het betreffende register, wordt de brief in het dossier bewaard en geacht te zijn afgegeven, tenzij het nieuwe adres bij de rechtbank bekend is (artikel 139 van het WvRV).

Stukken kunnen ook in persoon worden betekend of ter kennis gebracht aan een procesgemachtigde die is aangewezen door de rechtbank die beslist over het verzoek van de betrokken persoon. Dit is het geval wanneer betekening of kennisgeving nodig is van een processtuk ter verdediging van de rechten van een persoon van wie het adres onbekend is. Een procesgemachtigde kan ook worden aangewezen voor organisaties die geen vertegenwoordigend orgaan hebben of wanneer de adressen van de personen die lid zijn van dat orgaan onbekend zijn (artikel 143 van het WvRV).

Indien de huidige verblijfplaats van een partij onbekend is en het betreffende stuk geen invloed heeft op de verdediging van de rechten van die partij, wordt het stuk bekendgemaakt in het gerechtsgebouw (artikel 145 van het WvRV).

Indien de partijen of hun vertegenwoordigers hun adreswijziging niet doorgeven, wordt het stuk in het dossier bewaard en geacht te zijn betekend, tenzij het nieuwe bij de rechtbank bekend is (artikel 136 van het WvRV).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Overeenkomstig artikel 139 van het WvRV wordt een bericht achtergelaten waarin staat vermeld dat een gerechtelijk stuk is gedeponeerd bij het postkantoor of het plaatselijke gemeentehuis en dat het binnen zeven dagen moet worden afgehaald. Indien het stuk niet binnen deze termijn wordt afgehaald, wordt een tweede poging ondernomen om het stuk aan de geadresseerde te betekenen. Na een tweede mislukte bezorgpoging laat de bezorger opnieuw een bericht achter waarin de geadresseerde wordt geïnformeerd dat een gerechtelijk stuk is gedeponeerd bij het postkantoor of het plaatselijke gemeentehuis en dat het binnen zeven dagen kan worden afgehaald. Uit de jurisprudentie volgt dat de betekening of kennisgeving wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de laatste dag van deze termijn (zie punt 7.3).

In het geval van indirecte betekening of kennisgeving (zie punt 7.1, eerste alinea) wordt het stuk betekend of ter kennis gebracht aan een meerderjarige huisgenoot van de geadresseerde of, indien er geen meerderjarige huisgenoot aanwezig is, aan de bewonersvereniging, de conciërge of het hoofd van de gemeente. De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan op de dag waarop het stuk aan een van deze personen is overhandigd.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Er wordt een bericht op de voordeur van de geadresseerde aangebracht of in zijn brievenbus achtergelaten. Het modelbericht is vastgesteld in het Reglement. In het bericht staat onder meer dat het gerechtelijk stuk ondanks twee eerdere berichten niet is afgehaald en dat het zal worden teruggestuurd naar de rechtbank waarvan het afkomstig is. In dat geval wordt het gerechtelijk stuk geacht te zijn betekend op de laatste dag van de afhaaltermijn. Met de betekening of kennisgeving kunnen bepaalde proceduretermijnen gaan lopen.

Overeenkomstig § 6 van het Reglement stelt de postdienst of de postbezorger het bericht op waarin de geadresseerde wordt geïnformeerd dat er een brief aan hem is verstuurd. In het bericht wordt vermeld bij welk kantoor van de postdienst of welk gemeentehuis hij het stuk kan afhalen en dat hij dit moet doen binnen een termijn van zeven dagen, gerekend vanaf de datum waarop het bericht is achtergelaten. Het bericht wordt in de brievenbus van de geadresseerde gedeponeerd.

Na achterlating van het bericht met vermelding dat het stuk bij het betreffende postkantoor of plaatselijke gemeentehuis kan worden afgehaald, handelt de bezorger als volgt:

1) Hij vermeldt op het formulier van de ontvangstbevestiging dat de betekening van het stuk niet is geslaagd of hij vermeldt op de adreszijde van het niet bezorgde stuk "bericht achtergelaten op" en hij plaatst zijn handtekening.

2) Hij deponeert het stuk direct bij het bevoegde postkantoor of het plaatselijke gemeentehuis.

Het kantoor van de postdienst of het gemeentehuis bevestigt de ontvangst van het stuk door plaatsing van een stempel met vermelding van de ontvangstdatum en de handtekening van de persoon die het stuk in ontvangst neemt.

Het gedeponeerde stuk wordt na achterlating van het bericht gedurende zeven dagen op het postkantoor van de bezorgdienst of het gemeentehuis bewaard.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde weigert het te betekenen stuk in ontvangst te nemen, wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht.

In dat geval vermeldt de bezorger de datum van betekening of kennisgeving en de redenen waarom de handtekening op de ontvangstbevestiging ontbreekt (artikel 139 van het WvRV).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Stukken worden op grond van dat artikel door de postdienst op dezelfde wijze ter betekening of kennisgeving verzonden als gewone brieven en niet op de wijze die geldt voor gerechtelijke stukken.

Een postzending kan, behalve bij een verzending naar het postkantoor als poste restante, overeenkomstig artikel 37 van de Postwet, ook worden overhandigd aan de volgende personen, waarna de zending wordt geacht te zijn bezorgd:

1. de geadresseerde:

a. in zijn brievenbus, met uitzondering van aangetekende post,

b. op een postkantoor, indien de geadresseerde op het moment van bezorging niet aanwezig was op het adres dat vermeld staat op de postzending, de postwissel of de overeenkomst voor postdiensten, of indien deponeren in de brievenbus niet mogelijk is.

c. op een plaats die de geadresseerde en de postdienst gezamenlijk overeenkomen;

2. de wettelijke vertegenwoordiger van de geadresseerde of zijn bevoegd gevolmachtigde krachtens een volmacht afgegeven conform de algemene regels of krachtens een postmachtiging:

a. op het adres dat vermeld staat op de postzending, de postwissel of in de overeenkomst voor postdiensten;

b. op het postkantoor;

3. aan een meerderjarige huisgenoot van de geadresseerde, tenzij de geadresseerde instructies aan het postkantoor heeft gegeven ten aanzien van de overhandiging van aangetekende post of postwissels.

a. op het adres dat vermeld staat op de postzending, de postwissel of in de overeenkomst voor postdiensten;

b. op het postkantoor, nadat de betreffende persoon een schriftelijke verklaring heeft ingediend dat hij met de geadresseerde samenwoont;

4. een persoon die bevoegd is post te ontvangen namens het bevoegde overheidsorgaan, indien de postzending bestemd is voor dat orgaan;

5. een persoon die bevoegd is post te ontvangen namens elke rechtspersoon of organisatie zonder rechtspersoonlijkheid, indien de postzending bestemd is voor:

a. de betreffende rechtspersoon of organisatorische eenheid zonder rechtspersoonlijkheid;

b. een natuurlijk persoon die geen lid is van het bestuur of de directie, of die in dienst is bij de betreffende rechtspersoon of organisatorische eenheid zonder rechtspersoonlijkheid en in het gebouw aanwezig is;

6. het hoofd van de organisatorische eenheid of een natuurlijk persoon die door dat hoofd is gemachtigd‑, indien de postzending is bestemd voor een natuurlijk persoon die aanwezig is in het gebouw van de eenheid waar overhandiging van de postzending moeilijk of onmogelijk is vanwege de aard van de eenheid of een algemeen aanvaard gebruik.

Overeenkomstig § 30 en volgende van het Reglement voert de aangewezen postdienst de postbezorging op zodanige wijze uit dat de afzender bewijs krijgt van de goede ontvangst van de aangetekende post, maar uitsluitend op schriftelijk verzoek van de afzender.

De afzender kan bij een postkantoor van de postdienst van zijn keuze een schriftelijk verzoek indienen om post opnieuw te verzenden naar het adres vermeld in dat verzoek binnen de in het Reglement vastgestelde termijn.

De afzender kan een schriftelijk instructie geven aan de postdienst en bepalen dat aangetekende post niet overhandigd mag worden aan een meerderjarige huisgenoot.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien de geadresseerde of een ander persoon die bevoegd is aangetekende post te ontvangen afwezig is op het moment van bezorging, wordt een bericht in de brievenbus van de geadresseerde achtergelaten. Daarin wordt de afhaaltermijn vermeld evenals het adres van het postkantoor van de aangewezen postdienst waar het poststuk wordt bewaard. Dit bericht is op schrift gesteld.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

De geadresseerde kan het poststuk binnen een termijn van veertien dagen afhalen bij het postkantoor, hierna de "afhaaltermijn" genoemd. Het poststuk kan op schriftelijk verzoek van de afzender na afloop van de afhaaltermijn worden bewaard.

De afhaaltermijn begint te lopen op de dag dat het afhaalbericht is gedeponeerd.

Wordt het poststuk niet afgehaald, dan wordt het teruggestuurd naar de afzender.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Een ontvangstbevestiging is doorgaans een formulier dat bij het poststuk wordt gevoegd en dat het bewijs vormt van het feit dat het poststuk is ontvangen en van de datum waarop dat is gebeurd. Overeenkomstig artikel 142 van het WvRV bevestigt de geadresseerde met vermelding van de datum en een handtekening dat hij het poststuk heeft ontvangen. Indien de ontvanger dit niet kan of wil doen, vult de persoon die de betekening of kennisgeving verricht zelf de datum van betekening in, met vermelding van de redenen waarom de handtekening van de geadresseerde ontbreekt. De bezorger geeft op de ontvangstbevestiging de wijze van betekening of kennisgeving aan en vermeldt de ontvangstdatum op het betekende stuk en ondertekent het.

De ontvangstbevestiging van het gerechtelijk stuk door de geadresseerde vormt het bewijs dat het stuk is betekend of ter kennis gebracht en van de datum waarop dat is gebeurd. Hij die beweert dat het stuk op een andere datum is betekend of ter kennis gebracht, moet hiervan het bewijs leveren.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Indien de bezorger de vereiste voorschriften voor betekening of kennisgeving niet naleeft, kan dat leiden tot nietigheid van de betekening.

Indien het stuk niet volgens de regels is betekend of ter kennis gebracht, dat wil zeggen het stuk is niet aan de juiste persoon overhandigd, wordt de betekening of kennisgeving geldig zodra de geadresseerde het stuk daadwerkelijk in ontvangst neemt.

Een partij die niet de mogelijkheid heeft gehad om in rechte op te treden als gevolg van een onjuiste betekening of kennisgeving, kan echter binnen drie maanden een verzoekschrift tot heropening van de procedure indienen (artikelen 401 en 407 van het WvRV).

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Nee, niet rechtstreeks. In Polen worden betekeningen of kennisgevingen gratis verricht, tenzij er op verzoek een bijzondere procedure wordt toegepast (artikel 11, lid 2, punt 2, van Verordening 1393/2007).

Laatste update: 13/09/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Betekening of kennisgeving van stukken - Portugal

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Betekening is de handeling waarbij aan een persoon (verweerder, eiser, schuldenaar) wordt medegedeeld dat er een rechtsvordering tegen hem is ingesteld. Betekening wordt gebruikt om deze persoon voor de eerste maal op te roepen om bij de behandeling van de zaak te verschijnen zodat hij zich kan verweren. Betekening wordt ook gebruikt voor de eerste oproeping van een persoon die wel een belang heeft maar nog niet eerder betrokken was bij de zaak, zodat hij kan optreden hetzij aan de kant van de eiser hetzij aan de kant van de verweerder.

De kennisgeving wordt gebruikt om iemand op te roepen voor het gerecht te verschijnen of om officieel mededeling te doen van een feit.

In het Portugese wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn specifieke regels vastgelegd voor de wijze waarop de betekening en kennisgeving moeten worden verricht, waarbij tevens is bepaald welke gegevens moeten worden overgedragen al naar gelang de geadresseerden, de aard van de over te dragen feiten en het doel van de gegevensoverdracht. Deze regels zorgen ervoor dat de mededelingen de geadresseerde ook daadwerkelijk bereiken en, indien de geadresseerde partij is bij de zaak, dat zijn recht op verdediging wordt gewaarborgd.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

De volgende gegevens worden ter betekening verzonden:

• het afschrift van het inleidend verzoekschrift waarmee de eiser zijn vordering instelt, evenals een afschrift van de bijbehorende documenten die aan de verweerder worden overhandigd;

• de informatie over het feit dat de persoon in het kader van die vordering is opgeroepen;

• de naam van de rechtbank, de kamer en de sectie waar de zaak wordt behandeld, de termijn voor de indiening van het verweerschrift en, indien verplicht, de vermelding dat de persoon zich moeten laten vertegenwoordigen;

• een waarschuwing over de gevolgen van het niet indienen van een verweerschrift.

De volgende gegevens worden ter kennisgeving verzonden:

• rechterlijke bevelen en vonnissen;

• de stukken afkomstig van de partijen, de verzoekschriften en de documenten die zijn toegevoegd aan het zaaksdossier, evenals de termijn die de partijen hebben voor de uitoefening van hun recht op een proces op tegenspraak;

• de oproeping van een partij, getuige, deskundige, technisch adviseur of advocaat, zodat deze bij de behandeling van de zaak aanwezig is;

• het verzoek om een deskundige, ander bewijsmateriaal of informatie aan instanties die verplicht zijn medewerking te verlenen aan de rechtbank.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

In de regel kan de betekening of kennisgeving bij een lopende procedure worden verricht door een gerechtsdeurwaarder, uitvoeringsambtenaar, of de vertegenwoordiger van een van de partijen, overeenkomstig de gevallen genoemd in het antwoord op vraag 5.

De betekening en kennisgeving kunnen in het kader van de afwikkeling van nalatenschappen eveneens door een notaris worden verricht.

In bepaalde gevallen, waarin de nieuwe wetgeving op het gebied van stedelijke pachtovereenkomsten voorziet, kan de kennisgeving ook worden gedaan door een advocaat, een procureur of een uitvoeringsambtenaar, zelfs voordat de zaak aanhangig is gemaakt.

Ook de griffier van de burgerlijke stand kan de betekening en kennisgeving verrichten in het geval van vrijwillige procedures die door de griffie van de burgerlijke stand worden behandeld, met name in familie- en jeugdzaken.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Overeenkomstig het Portugees nationaal recht zijn gerechtsdeurwaarders verplicht om ambtshalve al het nodige te doen om de betekening in persoon te kunnen verrichten, zonder dat daarvoor een rechterlijke beslissing nodig is.

Hiertoe raadpleegt de gerechtsdeurwaarder alle gegevens die elektronisch beschikbaar zijn bij de andere overheidsdiensten om na te gaan of zich een adreswijziging heeft voorgedaan en om de huidige verblijfplaats te vinden van de persoon aan wie de betekening moet worden gedaan. Dit betreft de zogenaamde "eigen initiatief"-regel die geldt voor alle stappen die moeten worden ondernomen ten behoeve van de betekening.

Deze regel is ook van toepassing op bepaalde, uitdrukkelijk in de wet bepaalde gevallen, waarbij de betekening in persoon aan de partijen of hun vertegenwoordigers wordt verricht.

De uitvoeringsambtenaar heeft eveneens toegang tot bepaalde gegevensbanken van overheidsdiensten die hem toestemming geven om bijvoorbeeld bij een tenuitvoerleggingsprocedure de fiscale woonplaats van de schuldenaar te controleren.

Overeenkomstig het Portugees nationaal recht geldt dat, wanneer een partij aanvoert en aantoont dat zij ernstige problemen ondervindt bij het verkrijgen van bepaalde informatie – met name met betrekking tot een adreswijziging van een persoon aan wie de betekening of kennisgeving moet worden verricht – en dat van invloed is op de effectieve uitoefening van een bevoegdheid of recht, of de uitvoering van een taak met betrekking tot de procedure, de nationale rechter kan bevelen dat alle personen en instanties samenwerken teneinde de betreffende informatie te achterhalen. Ongeacht of deze personen of instanties al dan niet partij zijn in het geding, hebben zij de plicht met de rechtbank samen te werken en alle informatie te verstrekken waarom de rechtbank middels een rechterlijke beslissing heeft gevraagd.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Nee. Alleen de nationale autoriteiten en instanties vermeld in het antwoord op vraag 4.1 hebben deze mogelijkheid.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De rechtbanken raadplegen de gegevensbanken van andere overheidsdiensten en, indien dat onvoldoende informatie oplevert, dragen zij andere personen, instanties, of zelfs politie-autoriteiten op om informatie over het huidige adres van een persoon te verzamelen en/of te verstrekken, overeenkomstig het antwoord dat is gegeven op vraag 4.1.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende wijzen waarop een betekening of kennisgeving kan worden verricht: in het antwoord op vraag 1 wordt uitgelegd in welke gevallen betekening en in welke gevallen kennisgeving wordt gebruikt.

Betekening

Betekening kan worden gedaan in persoon of door aanplakking van een bericht. Betekening kan op deze wijze zowel aan natuurlijke personen als aan rechtspersonen worden verricht. De regels voor betekening aan natuurlijke personen gelden mutatis mutandis voor rechtspersonen, tenzij er specifieke voorschriften van toepassing zijn voor een bepaald aspect van betekening aan rechtspersonen.

Betekening in persoon

In de praktijk kan betekening in persoon geschieden:

  • door elektronische overdracht van gegevens, bijv. aan het parket, indien het openbaar ministerie partij is in het geding;
  • per post, per aangetekende post met ontvangstbevestiging aan de woning of werkplek van de geadresseerde, indien het gaat om een natuurlijk persoon, of, indien het een rechtspersoon betreft, aan het kantoor dat is ingeschreven in het nationaal register van rechtspersonen;
  • door persoonlijk contact tussen de uitvoeringsambtenaar en de geadresseerde, indien de betekening per post mislukt of de eiser in het inleidend verzoekschrift heeft verklaard dat hij het contact op deze manier wil laten verlopen;
  • door persoonlijk contact tussen de gerechtsdeurwaarder en de geadresseerde, indien de eiser in het inleidend verzoekschrift verklaart dat hij wenst op deze manier te werk te gaan en dat hij hiervoor een vergoeding betaalt;
  • door een juridisch vertegenwoordiger:
    • een juridisch vertegenwoordiger moet in het inleidend verzoekschrift verklaren dat hij zelf de betekening zal verrichten via een ander juridisch vertegenwoordiger of een procureur;
    • een juridisch vertegenwoordiger kan verzoeken de betekening op een later tijdstip zelf te mogen verrichten wanneer elke andere wijze van betekening is mislukt;
    • de regels die gelden voor de betekening verricht door een uitvoeringsambtenaar of een gerechtsdeurwaarder zijn ook van toepassing op de betekening verricht door een juridisch vertegenwoordiger.

De betekening in persoon geschiedt:

  • aan de persoon aan wie de betekening moet worden verricht;
  • aan een andere persoon dan de geadresseerde, die verplicht is de inhoud van het stuk over te dragen aan de betrokkene, wanneer de wet in deze mogelijkheid voorziet;
  • aan de wettelijk vertegenwoordiger van de geadresseerde, aan wie minder dan vier jaar geleden volmacht is verleend, waarmee hij speciale bevoegdheden heeft gekregen op grond waarvan hij het betekende stuk in ontvangst kan nemen;
  • aan de tijdelijk curator van de geadresseerde, die door de rechter is benoemd, wanneer de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder heeft geconstateerd dat de betrokkene niet handelingsbekwaam is en daardoor het betekende stuk niet in ontvangst kan nemen (bekend psychisch probleem of een andere, tijdelijke of blijvende, onbekwaamheid).

Betekening door aanplakking

In de praktijk geschiedt betekening door aanplakking:

  • indien de persoon aan wie de betekening moet worden verricht een onbekende woonplaats heeft;
  • indien niet bekend is aan welke personen de betekening moet worden gericht.

Betekening door aanplakking wordt verricht door:

  • aanplakking van een bericht op de voordeur van de laatste woning of het laatste bekende kantoor van de geadresseerde in Portugal;
  • gevolgd door een publicatie van een bericht op een in de wet bepaalde openbare website.

Kennisgeving

Kennisgeving kan in het kader van een lopende procedure op een van de volgende wijzen worden verricht:

  • de kennisgeving aan partijen die zich laten vertegenwoordigen door een juridisch vertegenwoordiger en/of een procureur, wordt altijd verricht aan laatstgenoemde zoals omschreven in het antwoord op vraag 6;
  • de kennisgeving die is bedoeld om een partij op te roepen persoonlijk te verschijnen, wordt per aangetekende post aan de partij zelf gestuurd (en ook aan de juridisch vertegenwoordiger zoals omschreven in het antwoord op vraag 6);
  • indien een partij geen juridisch vertegenwoordiger heeft aangesteld, worden de kennisgevingen per aangetekende post naar hem gestuurd, aan zijn woning of kantoor of aan de plaats waar hij domicilie heeft gekozen voor het ontvangen van die kennisgevingen;
  • Bovendien moet van definitieve beslissingen altijd per aangetekende post kennisgeving worden gedaan aan de partijen, aan hun woning of aan de plaats waar zij domicilie hebben gekozen voor het ontvangen van die kennisgevingen;
  • de kennisgevingen die zijn bedoeld om getuigen, deskundigen of andere personen die een bijkomende rol spelen, op te roepen om voor de rechtbank te verschijnen, worden per aangetekende post verstuurd;
  • indien een partij zelf een persoon oproept te verschijnen wordt er geen kennisgeving verstuurd, maar de partij mag de griffie van de rechtbank wel verzoeken hem de mededelingen te sturen die betrekking hebben op de personen die hij zelf wil oproepen;
  • definitieve uitspraken die in elk soort procedure zijn gegeven, worden altijd ter kennisgeving aan het openbaar ministerie verzonden zoals omschreven in het antwoord op vraag 6;
  • voorlopige uitspraken waartegen op grond van de wet verplicht beroep moet worden ingesteld, worden ter kennisgeving aan het openbaar ministerie verzonden zoals omschreven in het antwoord op vraag 6.
  • mededelingen en oproepingen verstrekt aan de betrokkenen die ter terechtzitting aanwezig zijn, gelden als kennisgevingen wanneer ze door de voorzitter worden gedocumenteerd en geordend;
  • kennisgevingen tussen juridisch vertegenwoordigers onderling worden door hen zelf op elektronische wijze naar elkaar gestuurd of op een andere wijze zoals genoemd in het antwoord op vraag 6.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Ja, in de volgende gevallen heeft het de voorkeur de betekening via elektronische weg te verrichten, via het eigen computersysteem van de rechtbanken:

  • betekeningen afkomstig van het openbaar ministerie;
  • kennisgevingen aan het openbaar ministerie, advocaten, procureurs en uitvoeringsambtenaren;
  • indiening van processtukken en documenten door advocaten, procureurs en uitvoeringsambtenaren in een lopende procedure;
  • het betalingsbewijs van de griffierechten (die bij de gerechtskosten zijn inbegrepen);
  • het bewijs van of het verzoek om rechtshulp.

Indien de omvang van het te versturen dossier zodanig is dat het niet elektronisch kan worden verstuurd, of wanneer documenten alleen beschikbaar zijn op een papieren drager, of wanneer het voor de zaak niet nodig is dat de partij door een juridisch vertegenwoordiger wordt bijgestaan, of wanneer de partij geen juridisch vertegenwoordiger heeft aangesteld, of indien er sprake is van een gegronde reden:

  • kunnen processtukken worden gedeponeerd bij de griffie of per post of per fax worden verstuurd;
  • kennisgeving van processtukken en documenten kan in persoon, per post of per fax geschieden;

Bovendien kunnen de gerechtelijke diensten:

  • berichten per post, per fax of op elektronische wijze versturen;
  • in spoedgevallen gebruik maken van een telegram, telefonisch contact of van andere analoge telecommunicatiemiddelen;
  • mededelingen die per telefoon zijn gedaan worden altijd schriftelijk vastgelegd in het zaaksdossier en later schriftelijk bevestigd;
  • ten aanzien van de partijen is contact per telefoon niet toegestaan als een manier om, in het kader van proceshandelingen, een oproeping of annulering van een oproeping mede te delen.

Deze regels zijn van toepassing op gerechtelijke procedures in burgerlijke en handelszaken die aanhangig zijn bij de rechtbanken van eerste aanleg. Ze zijn ook van toepassing op bepaalde procedures die onder de bevoegdheid van de notarissen vallen (zoals bij erfenissen) of de griffiers van de burgerlijke stand (zoals bij familiezaken wanneer er een overeenkomst is).

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

De Portugese wet voorziet ook in de betekening op een bepaald tijdstip conform de volgende bepalingen:

  • Deze wijze van betekening is mogelijk bij betekening door persoonlijk contact wanneer de uitvoeringsambtenaar of gerechtsdeurwaarder constateert dat de persoon aan wie betekening moet worden verricht op een specifieke plek werkt of verblijft, maar hij het te betekenen stuk niet kan overhandigen omdat hij er niet in slaagt de betreffende persoon te bereiken;
  • vervolgens laat hij een bericht achter met vermelding van de datum en het tijdstip waarop hij terugkomt om de betekening alsnog te verrichten;
  • dit bericht kan worden overhandigd aan de persoon die het beste in staat is om het bericht aan de betrokkene door te geven; indien overhandiging aan een derde niet mogelijk is, wordt het bericht op de meest geschikte plaats aangeplakt;
  • op de datum en tijd die staan vermeld in het bericht, overhandigt de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder het stuk aan de geadresseerde of, indien deze niet kan worden bereikt, aan een derde persoon die in de beste positie is om het stuk aan de geadresseerde te overhandigen en die daartoe tevens de opdracht krijgt;
  • indien het niet mogelijk is medewerking van derden te krijgen, wordt de betekening verricht door op de meeste geschikte plaats een bericht van betekening te plaatsen in aanwezigheid van twee getuigen, waarin wordt vermeld dat er een betekening aan hem is verricht, bij welke rechtbank de zaak zal worden behandeld en dat de afschriften en documenten tot zijn beschikking liggen bij de griffie van de rechtbank.

Opmerking

In het geval waarin:

i) de ontvangstbevestiging niet door de geadresseerde is ondertekend (betekening per post);

ii) de betekening in persoon op een bepaald tijdstip is verricht aan een derde persoon;

iii) de betekening in persoon op een bepaald tijdstip is verricht door aanplakking van een bericht ter plaatse,

moet de uitvoeringsambtenaar of de griffier van de rechtbank altijd binnen twee werkdagen een aangetekende brief naar de geadresseerde sturen om hem al naar gelang het geval, te informeren over:

  • de datum en wijze waarop de betekening geacht wordt te zijn verricht;
  • de termijn waarbinnen een verweerschrift ingediend moet worden en wat de gevolgen zijn wanneer er geen verweerschrift wordt ingediend;
  • de plaats waar het afschrift van het inleidend verzoekschrift en andere documenten waarvan betekening moet worden verricht, ter beschikking liggen;
  • de identiteit van de persoon aan wie de betekening is verricht.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

De betekening per post wordt geacht te zijn verricht op de dag waarop de ontvangstbevestiging is ondertekend, ongeacht of dat door de geadresseerde of een derde persoon is gedaan (ervan uitgaande dat deze derde de brief aan de geadresseerde heeft overhandigd, behoudens tegenbewijs).

De betekening door persoonlijk contact met de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder en de betekening op verzoek van de juridisch vertegenwoordiger worden geacht te zijn verricht op de datum waarop het certificaat van betekening is opgesteld.

De betekening door aanplakking van een bericht wordt geacht te zijn verricht op de datum die op het betreffende bericht staat vermeld.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Bij betekening of kennisgeving per aangetekende brief, met of zonder ontvangstbevestiging, laat de postbezorger, indien niemand op het opgegeven adres aanwezig is, een bericht achter in de brievenbus.

De geadresseerde wordt via dit bericht geïnformeerd dat de brief is gedeponeerd bij het postkantoor, met vermelding van het adres en de openingstijden van het kantoor en de termijn waarbinnen de brief moet worden afgehaald.

Indien de brief niet binnen de gestelde termijn wordt afgehaald (en er geen verzoek is gedaan om deze termijn te verlengen of om de brief naar een ander adres te sturen), wordt de brief teruggestuurd naar de afzender.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de betekening per post geschiedt en de geadresseerde weigert de brief in ontvangst te nemen of de ontvangstbevestiging te ondertekenen, wordt de betekening als volgt geacht te zijn verricht:

  • door een bericht, opgesteld door de postbezorger, waarin de weigering van de betrokkene, de vertegenwoordiger van de rechtspersoon of een werknemer daarvan, om de ontvangstbevestiging te ondertekenen of de brief in ontvangst te nemen, schriftelijk wordt vastgelegd;
  • in de gevallen waarin het de partijen is toegestaan een afspraak te maken over de plaats van betekening:
    • i) door achterlating van een tweede aangetekende brief met ontvangstbevestiging op het overeengekomen adres, indien de eerste aangetekende brief met ontvangstbevestiging naar dat adres is gestuurd maar naar de afzender is teruggestuurd;
    • ii) door een verklaring, opgesteld door de postbezorger, betreffende de weigering van de geadresseerde om de brief in ontvangst te nemen of de ontvangstbevestiging te ondertekenen, indien de brief naar het afgesproken adres is gestuurd.

Indien de betekening door persoonlijk contact met de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder geschiedt en de geadresseerde weigert de ontvangstbevestiging te ondertekenen of de brief in ontvangst te nemen, wordt de betekening geacht te zijn verricht. In dat geval:

  • informeert de uitvoeringsambtenaar of de gerechtsdeurwaarder de geadresseerde per aangetekende brief dat het afschrift tot zijn beschikking ligt bij de griffie van de rechtbank en noteert deze informatie op het certificaat van betekening, evenals de weigering van de geadresseerde om het stuk in ontvangst te nemen;
  • bovendien informeert de griffie de geadresseerde per aangetekende brief opnieuw dat het afschrift van het inleidende verzoekschrift en de bijbehorende documenten tot zijn beschikking liggen bij de griffie.

Wanneer de weigering wettig is, wordt de betekening niet geacht te hebben plaatsgevonden. De weigering is wettig wanneer de geadresseerde niet is gevonden omdat hij niet meer op het opgegeven adres woont of daar niet meer is gevestigd of wanneer de derde persoon verklaart niet in staat te zijn de brief aan de geadresseerde te overhandigen.

Dezelfde regels zijn in bepaalde gevallen van toepassing wanneer in de wet is bepaald dat een kennisgeving in persoon aan de partijen of aan hun vertegenwoordigers moet worden verricht volgens de formele procedure van betekening.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Indien vanuit het buitenland een brief ter betekening of kennisgeving per post, met ontvangstbevestiging, is verstuurd, mogen de Portugese postdiensten de brief en de documenten overhandigen aan de geadresseerde, of aan een derde persoon die aanwezig is op hetzelfde adres en die verklaart de documenten aan de geadresseerde te kunnen overhandigen.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Zie het antwoord op vraag 7.3.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Als algemene regel geldt dat de geadresseerde zes werkdagen de tijd heeft om de documenten bij het postkantoor af te halen.

De geadresseerde wordt geïnformeerd over deze termijn en over het feit dat de documenten bij het postkantoor kunnen worden afgehaald op vertoon van het bericht van bezorging dat de postdienst in de brievenbus van de geadresseerde achterlaat wanneer hij op het moment van bezorging niet aanwezig is.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Ja. In geval van betekening levert de ontvangstbevestiging, het certificaat van betekening of het bericht van betekening het bewijs op dat de betekening daadwerkelijk is verricht.

In het geval van kennisgeving levert de vastlegging van de ontvangstbevestiging, de vastlegging van de aangetekende brief of de akte of het document dat gedurende de procedure is opgesteld, het schriftelijk bewijs op dat de kennisgeving is verricht.

In het geval waarbij de stukken op elektronische wijze (ter betekening of kennisgeving) worden verstuurd, wordt door het computersysteem van de rechtbanken de datum en het tijdstip van verzending bevestigd.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Het gebrek van betekening is een grond voor nietigheid waarmee de gehele procedure, vanaf de indiening van het inleidende verzoekschrift, ongeldig wordt. Het verzoekschrift zelf is echter niet nietig.

In de volgende gevallen is er sprake van gebrek van betekening:

  • de betekening is volledig nagelaten;
  • er is een fout gemaakt ten aanzien van de identiteit van de geadresseerde;
  • bij ongegrond gebruik van betekening door aanplakking van een bericht;
  • betekening verricht na het overlijden van de natuurlijke persoon of na ontbinding van de rechtspersoon aan wie de betekening moet worden verricht;
  • bewijs dat de geadresseerde van de betekening die in persoon is verricht, niet op de hoogte was van het stuk om redenen die hem niet zijn te verwijten.

De nietigheid wordt alleen geacht te worden opgeheven wanneer de verweerder of het Openbaar Ministerie (als die hoofdpartij is) optreedt in het proces zonder direct het gebrek van betekening aan te voeren.

Behalve in de twee bovengenoemde gevallen, levert het nalaten van elk van de wettelijk vereiste handelingen of formaliteiten met betrekking tot de betekening of kennisgeving een onregelmatigheid op. Indien deze onregelmatigheid wordt ingeroepen of tijdens de procedure door de rechtbank wordt opgemerkt, beveelt de rechtbank het herstel ervan. In overige gevallen leidt een onregelmatigheid van de betekening of kennisgeving alleen tot nietigheid van de procedure indien de wet daarin voorziet of indien de onregelmatigheid van invloed is op het onderzoek of de uiteindelijke beslissing. In dat geval heeft de nietigheid van het stuk geen invloed op de overige proceshandelingen en deze blijven dan ook geldig.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Ja. In een aantal van de onderstaande gevallen worden er kosten in rekening gebracht voor de betekening of kennisgeving van documenten. Deze kosten worden berekend in RE (rekeneenheid). In 2015 bedroeg de waarde van de RE 102 euro.

Bijvoorbeeld:

  • de betekening van documenten door persoonlijk contact met een uitvoeringsambtenaar kost 0,5 RE wanneer deze succesvol is verricht en 0,25 RE wanneer deze niet succesvol is verricht
  • de betekening of kennisgeving door persoonlijk contact of door aanplakking van een bericht, indien verricht door een gerechtsdeurwaarder, kost 0,5 RE wanneer deze succesvol is verricht en kost niets wanneer deze niet succesvol is verricht;
  • indien de handeling door een gerechtsdeurwaarder is verricht, kunnen de verplaatsingskosten hier nog aan worden toegevoegd, evenals de eventueel verschuldigde btw.

Algemene opmerking

De informatie op deze pagina is algemeen van aard, niet alomvattend en niet bindend voor het contactpunt, het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, de rechtbanken of enige andere ontvanger. Raadpleging van deze informatie kan niet in de plaats komen van het raadplegen van de toepasselijke wetgeving.

Laatste update: 05/01/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Roemenië

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

De rechtbank kan zich uitspreken over een verzoekschrift indien de partijen zijn gedagvaard of in persoon zijn verschenen of zich laten vertegenwoordigen. De betekening van gerechtelijke stukken in en vanuit andere landen is een formele procedure die tot doel heeft de stukken onder de aandacht te brengen van de geadresseerden: de partijen, getuigen of deelnemers in een proces in de staat die de stukken heeft verzonden (artikel 3, lid 1, van wet nr. 189/2003 inzake internationale justitiële samenwerking in burgerlijke en in handelszaken).

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Gerechtelijke stukken worden afgegeven in de loop van burgerlijke en handelszaken en moeten op bevel van de rechtbank worden betekend (dagvaardingen, vonnissen, beroepschriften enzovoort).

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De betekening van gerechtelijke stukken geschiedt gratis en ambtshalve, door een procedureambtenaar van de rechtbank of een andere medewerker van die rechtbank. Indien dat niet mogelijk is, worden de stukken per post verstuurd, per aangetekende brief met aangegeven inhoud en met ontvangstbevestiging, in een gesloten envelop die het ontvangstbewijs, het proces-verbaal en het bericht bevat. De betekening kan op verzoek en kosten van een betrokken partij ook worden verricht door een gerechtsdeurwaarder of een koeriersdienst (artikel 154, leden 1, 4 en 5 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

In het verzoekschrift moet de woonplaats van de partij worden vermeld (artikel 194 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Tijdens de voorafgaande procedure waarin het verzoekschrift wordt gecontroleerd en mogelijk aangepast, kan de rechtbank de verzoeker vragen aanvullende informatie te verstrekken die niet in het verzoekschrift is opgenomen (artikel 200 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De rechtbank is niet verplicht om op eigen initiatief het huidige adres van de verweerder te achterhalen. De rechtbank is in de regel wel verplicht een actieve rol te spelen (artikel 22 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering) en de nodige stappen te ondernemen om een gemotiveerde beslissing te kunnen nemen.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Het adres van een Roemeense burger kan worden opgevraagd via het ministerie van Binnenlandse Zaken (Inspectorat Național pentru Evidenţa Persoanelor şi Administrarea Bazelor de Date- INEPABD (Nationale Inspectie voor persoonsgegevens en databasebeheer)), str. Obcina Mare nr. 2, Sector 6, Bucureşti, Tel. +40214135442, +40217467047/8/9, Fax +40214135049, E-mail De link wordt in een nieuw venster geopend.depabd@mai.gov.ro; website: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://depabd.mai.gov.ro/furnizari_date.html of via het lokale register van persoonsgegevens.

Belanghebbenden mogen bepaalde persoonsgegevens van Roemeense burgers opvragen, te weten het adres en de woonplaats, die staan ingeschreven in het nationaal register van persoonsgegevens. Hiertoe moet een gemotiveerde aanvraag worden ingediend bij het lokale register van persoonsgegevens in het district waarin het advocatenkantoor is gevestigd/de gezochte persoon zich bevindt. Deze gegevens mogen uitsluitend worden verstrekt nadat de betrokken personen toestemming hebben gegeven.

Er is geen toestemming nodig in geval van een gegronde reden of wanneer de aanvraag afkomstig is van bepaalde autoriteiten (politie, defensie, justitie, maatschappelijk werk enzovoort) of van natuurlijke personen die met documenten aantonen dat zij een gegronde reden hebben. De lokale registers van persoonsgegevens of de INEPABD beslissen over de verzoeken die zijn ingediend door rechtspersonen.

Het tarief voor een specifieke aanvraag of een aanvraag van geringe omvang bedraagt 1 RON per persoon, en moet worden overgemaakt naar de bankrekening van de overheidsbegroting IBAN nr. RO35TREZ70620330108XXXXX, geopend bij Trezoreria Sector 6 Bucureşti (de schatkist voor sector 6, Boekarest), fiscaal identificatienummer 26362870 (indien de gegevens worden verstrekt door de INEPABD) of op de rekening van de lokale raden (indien de gegevens worden verstrekt door het lokale register van persoonsgegevens).

Elke aanvraag moet zijn voorzien van een belastingzegel van 5 RON. Voor grote aanvragen wordt een tarief van 120 RON per uur in rekening gebracht voor de verwerking in het centrale computersysteem, of 7 RON per uur voor de verwerking in het lokale computersysteem. De overheidsinstellingen die op specifieke terreinen bevoegd zijn (defensie, openbare orde, nationale veiligheid, justitie, financiën, gezondheid enzovoort), zijn vrijgesteld van de belastingheffing voor aanvragen die worden ingediend in de uitoefening van hun taak.

Gegevens over de statutaire zetel van een rechtspersoon kunnen worden opgevraagd bij het Nationale kantoor van het handelsregister (Bd. Unirii nr. 74, tronson 2+3, bl. J3B, Sector 3, Bucureşti; De link wordt in een nieuw venster geopend.https://portal.onrc.ro/) ) of bij de bureaus van het handelsregister verbonden aan de rechtbank.

Er kunnen gewaarmerkte uittreksels van de gegevens uit het register en de ingediende documenten wordt verstrekt op kosten van de aanvrager. Tevens kan informatie worden opgevraagd over geregistreerde gegevens en verklaringen, aan de hand waarvan kan worden aangetoond dat een document of een feit al dan niet is geregistreerd. Het aanvragen en versturen van documenten kan ook per post plaatsvinden. Documenten worden op verzoek elektronisch afgegeven en online verstuurd, voorzien van een geavanceerde elektronische handtekening.

De formulieren en informatie over de heffingen en bedragen die zijn geïnd voor de levering van specifieke (basis- of geavanceerde) gegevens, historische overzichten of verklaringen zijn te vinden op De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.onrc.ro/index.php/en/ onder "Informatie".

Documenten en gegevens kunnen op grond van een samenwerkingsovereenkomst kosteloos worden verstrekt aan bepaalde autoriteiten, overheidsinstellingen, rechtspersonen, journalisten, vertegenwoordigers van de media en erkende diplomatieke missies.

Via het portaal van de dienst InfoCert kunnen verklaringen en gegevens online worden aangevraagd De link wordt in een nieuw venster geopend.https://portal.onrc.ro/. Op de verstrekking van documenten via deze dienst zijn de bepalingen betreffende elektronische handtekeningen en elektronische tijdstempels van toepassing. De documenten zijn voorzien van de volgende beveiligingen: gekwalificeerde elektronische handtekening, elektronische tijdstempel, watermerk (grafisch element zichtbaar op de achtergrond van het document), barcodes. Voorbeelden van documenten die deze dienst verstrekt, zijn te vinden op De link wordt in een nieuw venster geopend.https://portal.onrc.ro/ONRCPortalWeb/appmanager/myONRC/signup?p=infoCert.

Het is mogelijk persoonsgegevens van leden, aandeelhouders of andere personen te verstrekken indien deze via een aanvraag zijn opgevraagd en worden verstrekt bij een loket, of elektronisch verstrekt via de onlinedienst RECOM, en online verstuurd, met geavanceerde elektronische handtekening, of via certificaten. Overheidsinstanties in de sectoren justitie, defensie en nationale veiligheid, belastingen, alsmede vereffenaars en gerechtsdeurwaarders hebben tevens toegang tot andere gegevens.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De rechtbank beoordeelt of een verzoek om bewijsverkrijging ontvankelijk is. De Roemeense rechtbanken ontvangen weinig rechtshulpverzoeken die als doel hebben het adres/de statutaire zetel van een persoon te achterhalen. Het is dan ook moeilijk te beoordelen of er op dat gebied een uniforme praktijk bestaat. Op basis van de beschikbare gegevens kan worden gesteld dat de Roemeense rechtbanken over het algemeen aan die verzoeken voldoen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Zie het antwoord op vraag 3.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Processtukken kunnen door de griffier per fax of e-mail worden betekend of met een ander middel die de overdracht van de inhoud van het stuk en de ontvangstbevestiging garandeert als de partij hiervoor de juiste gegevens aan de rechtbank heeft verstrekt. De rechtbank voegt ten behoeve van de bevestiging een formulier bij het processtuk bij dat de geadresseerde moet invullen, met vermelding van de ontvangstdatum, de duidelijk geschreven naam en handtekening van de persoon die bevoegd is tot de ontvangst het poststuk. Dit formulier wordt per fax, e-mail of een ander middel naar de rechtbank gestuurd (artikel 154, lid 6, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Zie het antwoord op vraag 3.

Een stuk moet aan de gedaagde in persoon worden betekend. Ten aanzien van mensen die in een hotel of flatgebouw wonen, geldt dat het stuk aan de beheerder of portier wordt overhandigd (artikel 161 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Het stuk wordt overhandigd aan de eenheid waar de geadresseerde deel van uitmaakt (militaire eenheid, aan de havenmeester voor een bemanningslid van een schip, aan de directie van een gevangenis voor gedetineerden en aan de directie van een ziekenhuis voor personen die in het ziekenhuis zijn opgenomen). De eenheid overhandigt het stuk vervolgens aan de geadresseerde en stuurt de ontvangstbevestiging naar de ambtenaar of rechtstreeks naar de rechtbank (artikelen 161 en 162 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De stukken mogen worden overhandigd aan de persoon die verantwoordelijk is voor het ontvangen van post, de beheerder van het gebouw, de portier, de bewaker, of aan de hoofdkantoren van de volgende instanties (de geadresseerden staan tussen haakjes): het ministerie van Overheidsfinanciën/ander aangewezen orgaan (de staat); de juridisch vertegenwoordigers (lokale overheidsorganen, publiekrechtelijke rechtspersonen); het hoofdkantoor/de dochteronderneming van de vertegenwoordigers (privaatrechtelijke rechtspersonen); een aangewezen vertegenwoordiger (verenigingen, bedrijven, ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid); het huisadres/de zetel (insolvente personen en schuldeisers); het ministerie van Buitenlandse Zaken (medewerkers van diplomatieke missies/consulaten, Roemeense burgers die in dienst zijn bij internationale organisaties en familieleden die bij hen verblijven in het buitenland); de centrale organen die personen naar het buitenland uitzenden of die het gezag hebben over de eenheid die de personen naar het buitenland uitzenden (andere Roemeense burgers die in verband met hun werk in het buitenland verblijven, waaronder de familieleden die bij hen verblijven).

Indien de geadresseerde weigert het stuk in ontvangst te nemen, deponeert de ambtenaar het in de brievenbus. Indien er geen brievenbus is, bevestigt hij een bericht op de deur van de woning van de geadresseerde, waarin onder meer staat vermeld dat de geadresseerde zich de volgende dag, maar uiterlijk binnen zeven dagen na de datum van het bericht (in spoedgevallen 3 dagen) moet melden bij de rechtbank/het gemeentehuis in het district waar hij woont/is gevestigd (indien de geadresseerde zich niet in de gemeente bevindt waar de rechtbank zetelt), opdat het stuk aan hem kan worden betekend.

Indien de geadresseerde niet aanwezig is, overhandigt de ambtenaar het stuk aan een ander persoon (meerderjarig familielid die bij de geadresseerde woont en die de post ontvangt). Indien de geadresseerde in een hotel of flatgebouw woont en niet thuis is, betekent de ambtenaar het stuk aan de beheerder of portier. De ontvanger van stuk ondertekent de ontvangstbevestiging, en de ambtenaar controleert zijn identiteit en handtekening en maakt hiervan een proces-verbaal op. Indien de persoon in kwestie de ontvangstbevestiging niet wil of kan tekenen, maakt de gerechtsdeurwaarder daarvan een proces-verbaal op. Indien deze persoon niet aanwezig is, of wel aanwezig is maar weigert het stuk in ontvangst te nemen, wordt het stuk in de brievenbus gedeponeerd. Indien er geen brievenbus is, wordt een bericht op de voordeur van de woning aangebracht.

In alle gevallen is de ambtenaar verplicht om binnen 24 uur nadat het bericht is gedeponeerd of aan de deur is bevestigd, het stuk en het proces-verbaal bij de rechtbank of het gemeentehuis te deponeren, opdat het stuk aan hem kan worden betekend. Wanneer de partij het stuk heeft ontvangen uit handen van de ambtenaar van het gemeentehuis, is laatstgenoemde verplicht om binnen 24 uur na overhandiging van het stuk, het bewijs te leveren aan de rechtbank dat het stuk is overhandigd, tezamen met het proces-verbaal. Indien de partij zich niet binnen de gestelde termijn bij het gemeentehuis meldt om het stuk in ontvangst te nemen, stuurt de ambtenaar het stuk en het proces-verbaal door naar de rechtbank (artikel 163 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de eiser er niet in slaagt het adres van de verweerder te achterhalen, kan de rechtbank toestemming verlenen voor bekendmaking van de dagvaarding, waarbij het stuk wordt bevestigd op de deur van het gerechtsgebouw, op de hoofdingang van het gerechtsgebouw en op het laatste bekende adres. De rechtbank kan in voorkomend geval ook een bevel geven tot publicatie van de dagvaarding in het officieel publicatieblad van Roemenië/in een landelijk dagblad met een grote oplage. Wanneer toestemming wordt gegeven voor de publicatie van de dagvaarding, benoemt de rechtbank tevens een van de advocaten van de balie tot curator, die zal worden opgeroepen om de belangen van de verweerder tijdens de zittingen te verdedigen.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Het stuk wordt geacht te zijn betekend op de datum waarop de ontvangstbevestiging is getekend of het proces-verbaal is opgemaakt, ongeacht of de partij het processtuk al dan niet persoonlijk heeft ontvangen. Indien het stuk ter betekening per post of per koerier is verzonden, wordt het stuk geacht te zijn betekend op de datum waarop de partij de ontvangstbevestiging heeft getekend of de postbezorger of de koerier de weigering van de partij om het stuk in ontvangst te nemen schriftelijk heeft vastgelegd. Indien de betekening per fax, per e-mail of via een ander middel wordt verricht, wordt het stuk geacht te zijn betekend op de datum vermeld op het verzendrapport dat wordt gewaarmerkt door de griffier die het stuk heeft verstuurd (artikel 165 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de geadresseerde weigert het stuk in ontvangst te nemen en er geen brievenbus is, bevestigt de ambtenaar een bericht op de deur. Daarin wordt de geadresseerde verzocht het stuk af te halen bij de rechtbank of het gemeentehuis. Indien de geadresseerde zich niet meldt, wordt het stuk geacht te zijn betekend na afloop van de afhaaltermijn (artikel 163 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Ingeval het stuk is gepubliceerd, wordt het stuk geacht te zijn betekend op de vijftiende dag na publicatie (artikel 167 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Indien de geadresseerde niet aanwezig is, overhandigt de ambtenaar of de postbezorger het stuk aan een ander persoon. Indien laatstgenoemde persoon aanwezig is maar weigert het stuk in ontvangst te nemen, wordt het stuk in de brievenbus van die persoon gedeponeerd. Indien er geen brievenbus is, wordt een bericht aan de voordeur van de woning van de geadresseerde of van een ander persoon bevestigd. De ambtenaar is verplicht om binnen 24 uur nadat het bericht is gedeponeerd of aan de deur is bevestigd, het stuk en het proces-verbaal te deponeren bij de rechtbank of het gemeentehuis in het district waar de geadresseerde woont/is gevestigd, opdat het stuk aan hem kan worden betekend.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Het stuk wordt geacht te zijn betekend op de datum waarop het proces-verbaal is opgemaakt, ongeacht of de partij het stuk al dan niet persoonlijk heeft ontvangen. Indien het stuk ter betekening per post of per koerier is verzonden, wordt het stuk geacht te zijn betekend op de datum waarop de postbezorger of de koerier de weigering van de partij om het stuk in ontvangst te nemen schriftelijk heeft vastgelegd (artikel 165 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

Indien de geadresseerde het stuk in ontvangst neemt maar de ontvangstbevestiging niet wil of kan tekenen, maakt de ambtenaar daarvan een proces-verbaal op. Indien de geadresseerde weigert het stuk in ontvangst te nemen, deponeert de ambtenaar het stuk in de brievenbus. Indien er geen brievenbus is, bevestigt hij een bericht aan de voordeur van de woning van de geadresseerde en maakt een proces-verbaal op. In het bericht wordt de geadresseerde meegedeeld dat hij zich bij de rechtbank of het gemeentehuis moet melden om het stuk in ontvangst te nemen. Indien de geadresseerde zich niet meldt, wordt het stuk geacht te zijn betekend (artikel 163 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

De partij die voor de rechtbank verschijnt in persoon, of vertegenwoordigd door zijn advocaat of een andere vertegenwoordiger, is verplicht de processtukken in ontvangst te nemen die tijdens de zitting aan hem worden betekend. Indien de ontvangst wordt geweigerd, worden de stukken geacht te zijn betekend door toevoeging aan het dossier. De partij kan de stukken uit het dossier op verzoek krijgen en moet daarbij voor ontvangst tekenen (artikel 170 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Indien de geadresseerde niet aanwezig is, kan het stuk aan een ander persoon worden overhandigd (meerderjarig familielid die bij de geadresseerde woont en die de post ontvangt). Indien de geadresseerde in een hotel of flatgebouw woont en niet thuis is, kan het stuk aan de beheerder of portier worden betekend (artikel 163, punt 6 en 7, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Post wordt slechts één keer bezorgd. Indien de geadresseerde of de persoon die gemachtigd is post in ontvangst te nemen niet thuis is, wordt een afhaalbericht achtergelaten. Daarin wordt meegedeeld dat het stuk binnen tien dagen kan worden afgehaald bij het postkantoor. Indien de geadresseerde zich niet meldt, wordt na twee werkdagen een tweede afhaalbericht gestuurd met de mededeling dat het stuk binnen tien dagen kan worden afgehaald bij het postkantoor.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Na het tweede afhaalbericht wordt het poststuk gedurende tien dagen op het postkantoor bewaard, waarna het wordt teruggestuurd aan de afzender. De geadresseerde wordt via het afhaalbericht geïnformeerd dat er een poststuk voor hem is dat bij het postkantoor kan worden afgehaald.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Het bewijs dat het poststuk is ontvangen of het proces-verbaal dat is opgesteld door de ambtenaar (artikel 164 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering), evenals de ondertekende ontvangstbevestiging wanneer de stukken zijn betekend door verzending per aangetekende post met ontvangstbevestiging (artikel 155, punt 13, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

• uitstel van de rechtszaak; de rechtbank stelt de rechtszaak uit en beveelt de partij te dagvaarden indien zij constateert dat de afwezige partij niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften is gedagvaard, op straffe van nietigheid (artikel 153 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering);

• nietigverklaring van processtukken indien iemand niet of niet volgens de regels is gedagvaard: procedureel bezwaar wegens het ontbreken van de dagvaarding of een foutief betekende dagvaarding;

• grond voor het instellen van buitengewoon rechtsmiddel (beroep tot nietigverklaring of herziening);

• grond voor weigering tot erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing van een buitenlandse rechtbank (exequatur);

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Zie het antwoord op vraag 3.

Laatste update: 12/01/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Sloveens) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Betekening of kennisgeving van stukken - Slovenië

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

In de praktijk betekent betekening of kennisgeving van stukken de overhandiging van stukken of documenten aan natuurlijke of rechtspersonen die partij zijn in een gerechtelijke procedure. Dat betekent enerzijds dat de geadresseerde wordt geïnformeerd over proceshandelingen die de rechtbank of een partij heeft verricht, en anderzijds dat de rechtbank een betrouwbare bevestiging heeft dat alle partijen het betreffende document hebben ontvangen. De bevestiging dat de documenten daadwerkelijk correct betekend of ter kennis gebracht zijn, is namelijk een voorwaarde voor een goed verloop van de procedure. Bovendien wordt door een betekening of kennisgeving die tijdig en op de voorgeschreven wijze is verricht het beginsel van hoor en wederhoor nageleefd. De betekening en kennisgeving is dus niet alleen een proceshandeling van de rechtbank die als doel heeft een partij over de procedure te informeren, maar het zijn ook de proceshandelingen van de wederpartij en de rechtbank en de waarborging van het recht van een partij om zich te verweren.

Er zijn specifieke regels nodig voor de betekening of kennisgeving van stukken om ervoor te zorgen dat bepaalde beginselen van het burgerlijk procesrecht in acht worden genomen en om een effectieve rechtsbescherming te bieden zonder onnodige vertraging. De betekening of kennisgeving van documenten garandeert namelijk dat alle partijen worden geïnformeerd over de proceshandelingen van de rechtbank respectievelijk de partijen. De betekenings- en kennisgevingsprocedures voorzien tevens in bepaalde garanties in geval de betekening of kennisgeving niet volgens de voorschriften is verlopen.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Alle gerechtelijke stukken moet aan de partijen en deelnemers worden betekend of ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 142 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van de Republiek Slovenië (hierna "WvRV" genoemd; Staatscourant van de Republiek Slovenië nr. 73/07 – geconsolideerde tekst, 45/08 – wet inzake arbitrage, 45/08, 111/08 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 121/08 – beschikking van het Constitutioneel Hof, 57/09 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 12/10 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 50/10 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 107/10 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 75/12 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 76/12 – gerectificeerd, 40/13 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 92/13 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 6/14, 10/14 – beslissing van het Constitutioneel Hof, 48/14 et 48/15 – beslissing van het Constitutioneel Hof). In dit artikel is bepaald dat verzoekschriften, rechterlijke beslissingen waartegen hoger beroep openstaat, buitengewone rechtsmiddelen en betalingsbevelen betreffende gerechtskosten uit hoofde van de indiening van verzoekschriften, verweerschriften en memories van antwoord, de beroepsmogelijkheden, alsmede de oproeping van de partijen om op de zitting voor een schikking te verschijnen of op de eerste zitting op tegenspraak indien er geen zitting voor een schikking is gepland, in persoon aan de partijen moeten worden betekend of ter kennis gebracht. Daarbij geldt tevens dat zowel de fysieke betekening of kennisgeving als die welke geschiedt op beveiligde elektronische wijze wordt beschouwd als een betekening of kennisgeving in persoon conform het WvRV. Overige stukken worden alleen in persoon betekend of ter kennis gebracht indien dat bij wet is voorgeschreven of indien de rechtbank van oordeel is dat meer voorzichtigheid is geboden ten aanzien van documenten die bij de minuut (origineel van het vonnis) worden gevoegd, of om een andere reden.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Betekening of kennisgeving van stukken kan worden verricht per post, door een medewerker van de rechtbank, bij de rechtbank of op een andere in de wet vastgestelde wijze. De rechtbank kan op verzoek van de wederpartij bevelen dat de betekening of kennisgeving van stukken moet worden uitgevoerd door een natuurlijk of rechtspersoon die als betekenaar is geregistreerd op basis van een speciale machtiging van de minister van Justitie. De kosten voor een dergelijke wijze van betekening moeten vooraf betaald worden door de partij die om de betekening heeft gevraagd (artikel 132 van het WvRV). Een partij kan de rechtbank verzoeken om elektronische betekening of kennisgeving van stukken via een beveiligde mailbox waarvan het adres in het verzoekschrift staat vermeld. Dit e-mailadres heeft dezelfde waarde als een huis- of kantooradres van de partij. Indien een partij een stuk via een beveiligde elektronische wijze indient, wordt aangenomen dat deze partij de te betekenen stukken via die beveiligde mailbox wil ontvangen, behoudens tegenbericht van de zijde van die partij. Indien de rechtbank vaststelt dat betekening of kennisgeving via de beveiligde mailbox niet mogelijk is, gaat zij over tot de feitelijke betekening of kennisgeving van het stuk en vermeldt de reden daarvoor. De betekening of kennisgeving aan overheidsinstellingen, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, juridisch deskundigen, juridisch adviseurs, beëdigd tolken, bewindvoerders en andere personen of instellingen geschiedt altijd via een beveiligde mailbox. Het Hooggerechtshof van de Republiek Slovenië houdt een lijst bij en publiceert deze op zijn internetsite van personen en instellingen die geacht worden meer betrouwbaar te zijn gelet op de aard van hun functie. De personen en instellingen die op deze lijst voorkomen, dienen een beveiligde mailbox te openen en het adres, evenals eventuele wijzigingen, door te geven aan het Hooggerechtshof van de Republiek Slovenië. Het adres op de lijst wordt beschouwd als het officiële adres van de beveiligde mailbox genoemd in de vorige alinea.

De betekening of kennisgeving aan overheidsorganen, rechtspersonen of zelfstandigen geschiedt door overhandiging van de stukken aan de daartoe gemachtigde persoon of aan een werknemer die op het kantoor, de zetel of in de bedrijfsruimte aanwezig is (artikel 133 van het WvRV). Dagvaardingen gericht aan militairen en politieambtenaren kunnen worden betekend of ter kennis gebracht aan hun bevelhebber of hun direct leidinggevende; andere stukken kunnen eventueel ook op deze wijze worden betekend of ter kennis gebracht (artikel 134 van het WvRV). De betekening of kennisgeving van stukken aan personen die opgesloten zitten, wordt gedaan aan de directie van de betreffende penitentiaire inrichting of een andere instelling waar de betrokkene zijn gevangenisstraf of vrijheidsbenemende straf uitzit (artikel 136 van het WvRV).

Indien de partij een wettelijk vertegenwoordiger of een gevolmachtigde heeft, worden de stukken aan die persoon betekend of ter kennis gebracht, tenzij in de wet anders is bepaald. In het geval van betekening of kennisgeving aan een advocaat die tevens gemachtigde is, mogen de stukken ook worden overhandigd aan een werknemer van het advocatenkantoor (de artikelen 137 en 138 van het WvRV).

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

De betekening of kennisgeving in een lidstaat vindt plaats overeenkomstig de nationale wetgeving van die lidstaat. Artikel 143, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Staatsblad van de Republiek Slovenië nr. 45/08, laatste gewijzigde versie, hierna het ""WvRV" genoemd) bepaalt dat de rechtbank verplicht is om te achterhalen of het adres waar geprobeerd is de stukken te betekenen of ter kennis te brengen gelijk is aan het gekozen adres dat in het officiële register is geregistreerd. Dat betekent dat wanneer de betekening of kennisgeving niet succesvol is geweest (ongeacht de reden), de rechtbank het adres in het centrale bevolkingsregister controleert. De rechtbank doet dit niet alleen wanneer een procedure in Slovenië loopt, maar ook wanneer de betekening of kennisgeving plaatsvindt op verzoek van een rechtbank van een andere lidstaat (beginsel van non-discriminatie van nationale procedureregels). Wanneer de documenten betekend of ter kennis gebracht moeten worden aan een rechtspersoon, wordt het adres overeenkomstig artikel 139, lid 3, van het WvRV gecontroleerd in het handelsregister (Agentschap van de openbare registers en aanverwante diensten AJPES); gegevens over de statutaire zetel van rechtspersonen zijn openbaar. Indien de rechtbank de gezochte gegevens niet in het register vindt, wordt het poststuk teruggestuurd naar de verzendende instantie.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Zij hebben geen toegang tot deze gegevens; in verband met de bescherming van persoonsgegevens zijn de mogelijkheden om naar dit soort gegevens te zoeken zeer beperkt. Indien een buitenlandse autoriteit gegevens wil hebben over de woonplaats van een particulier, moet zij een verzoek in het Sloveens indienen bij de administratieve eenheden (een dergelijk verzoek is vrijgesteld van lasten en andere rechten), waarna de betreffende administratieve eenheid beoordeelt of het verzoek aan de nationale rechtsregels voldoet. Indien een natuurlijk persoon als partij gegevens wil krijgen, is het achterhalen daarvan nog moeilijker. Volgens de administratieve eenheden verstrekken zij dit soort gegevens namelijk niet aan partijen. Verder is het mogelijk gegevens via diplomatieke weg te achterhalen.

Indien een buitenlandse rechtbank een verzoek indient, beperkt de rechtbank zich, zoals hierboven vermeld, tot het controleren en verkrijgen van de adresgegevens van de betrokken persoon.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De rechtbank verricht onderzoek naar de woonplaats van de betrokken particulier wanneer zij daartoe een verzoek ontvangt (door het centrale bevolkingsregister te raadplegen of te zoeken bij een administratieve eenheid).

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Betekening of kennisgeving van stukken vindt in de regel plaats per post, maar kan ook worden verricht door een medewerker van de rechtbank, bij de rechtbank of op een andere in de wet vastgestelde wijze, en door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die als officiële betekenaar is geregistreerd op basis van een speciale machtiging van de minister van Justitie; een document kan ook elektronisch worden betekend of ter kennis gebracht (zie punt 3).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Ja. De betekening of kennisgeving geschiedt via het internetportaal "e-Sodstvo", dat wordt beheerd door het Hooggerechtshof van de Republiek Slovenië, aan de beveiligde mailbox van gebruikers.

Elektronische betekening of kennisgeving van stukken is toegestaan in civiele procedures en in andere gerechtelijke civiele procedures waarbij de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering betreffende de elektronische betekening of kennisgeving van stukken van toepassing zijn, bijvoorbeeld in procedures betreffende handelsgeschillen of geschillen op het gebied van arbeidsrecht en sociaal recht, buitengerechtelijke procedures, nalatenschappen (in deze procedures wordt elektronische betekening of kennisgeving nog niet toegepast), alsmede in procedures betreffende kadastrale gegevens, insolventie- en tenuitvoerleggingsprocedures (in deze procedures wordt elektronische betekening of kennisgeving al wel toegepast).

Er gelden beperkingen afhankelijk van de groep waarin de gebruikers zijn onderverdeeld. De gebruikers worden eerst onderverdeeld in algemene groepen, namelijk:

– de groep gebruikers die zich niet hoeft te identificeren bij gebruik van het informatiesysteem «e-Sodstvo» (gewone gebruikers);

– de groep gebruikers die zich bij gebruik van het informatiesysteem identificeert door in te loggen met een gebruikersnaam en wachtwoord (geregistreerde gebruikers); en

– de groep gebruikers die zich bij gebruik van het informatiesysteem identificeert door in te loggen met een gebruikersnaam en wachtwoord, met gebruikmaking van een gekwalificeerd certificaat (gekwalificeerde gebruikers).

De gekwalificeerde gebruikers zijn:

– interne gekwalificeerde gebruikers (rechters en werknemers van de rechtbanken die gemachtigd zijn om in verschillende soorten civiele procedures elektronisch taken uit te voeren); en

– externe gekwalificeerde gebruikers (notarissen, advocaten, deurwaarders, bewindvoerders, het parket van de officier van justitie van de staat (het verdedigingsorgaan van de Republiek Slovenië), de nationale parketten, vastgoedondernemingen en de gemeentelijke advocatenkantoren, dat wil zeggen instanties die vertegenwoordiger of rechterlijk orgaan zijn in gerechtelijke civiele procedures, en de gebruikers/partijen, namelijk rechtspersonen, natuurlijke personen en overheidsorganen en gemeentelijke overheidsinstanties die partij zijn bij gerechtelijke civiele procedures).

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen gewone betekening of kennisgeving en betekening of kennisgeving in persoon.

In het geval van gewone betekening of kennisgeving wordt in eerste instantie geprobeerd de stukken indirect te betekenen of ter kennis te brengen. Dat betekent dat indien de geadresseerde niet thuis is, het te betekenen stuk wordt overhandigd aan een volwassen huisgenoot die verplicht is het stuk in ontvangst te nemen (artikel 140, lid 1, van het WvRV). Alleen indien betekening of kennisgeving aan een natuurlijk persoon op deze manier niet mogelijk is, laat de gerechtsdeurwaarder het stuk achter in de brievenbus van de geadresseerde, ongeacht of die zich bij de voordeur of aan de kant van de weg bevindt. Indien de geadresseerde geen brievenbus heeft of deze onbruikbaar is, wordt het stuk overhandigd aan de rechtbank die opdracht heeft gegeven voor de betekening of kennisgeving; en indien het een betekening of kennisgeving per post betreft, wordt het stuk gedeponeerd bij het postkantoor in de woonplaats van de geadresseerde en wordt een bericht van betekening of kennisgeving achtergelaten op de deur van de woning met vermelding waar het stuk zich bevindt (artikel 141, leden 1 en 2, van het WvRV). In geval van betekening of kennisgeving aan rechtspersonen geldt dat het stuk wordt overhandigd op het adres dat staat ingeschreven in het register. Indien het niet mogelijk is het stuk op dat adres te betekenen of ter kennis te brengen, geschiedt de betekening of kennisgeving op de wijze die geldt voor natuurlijke personen, met het verschil dat het bericht van betekening of kennisgeving wordt achtergelaten op het adres dat staat ingeschreven in het register.

De betekening of kennisgeving in persoon betekent dat de stukken persoonlijk worden overhandigd. Overeenkomstig artikel 142 van het WvRV worden de volgende gerechtelijke stukken betekend of ter kennis gebracht: verzoekschriften, rechterlijke beslissingen waartegen hoger beroep openstaat, buitengewone rechtsmiddelen en betalingsbevelen van gerechtskosten uit hoofde van de indiening van stukken vermeld in artikel 105a van het WvRV (verzoekschriften, tegenvorderingen, verzoeken tot echtscheiding met wederzijdse instemming enzovoort), alsmede de oproeping van partijen om op de zitting voor een schikking te verschijnen of op de eerste zitting op tegenspraak indien er geen zitting voor een schikking is gepland. Overige stukken worden alleen in persoon betekend of ter kennis gebracht indien dat bij wet is voorgeschreven of indien de rechtbank van oordeel is dat dat nodig is in vanwege de documenten die bij de minuut (originele vonnis) worden gevoegd.

Alleen indien rechtstreekse betekening of kennisgeving aan een natuurlijk persoon niet mogelijk is, overhandigt de gerechtsdeurwaarder het stuk aan de rechtbank die de betekening of kennisgeving heeft bevolen; en indien het een betekening of kennisgeving per post betreft, deponeert de gerechtsdeurwaarder het stuk bij het postkantoor in de woonplaats van de geadresseerde of laat een bericht achter in de brievenbus van de geadresseerde, ongeacht of die zich bij de voordeur of aan de kant van de weg bevindt, waarin staat waar het stuk zich bevindt en binnen welke termijn het moet worden afgehaald.

De partijen of hun wettelijk vertegenwoordigers zijn verplicht om de rechtbank onmiddellijk op de hoogte te stellen van een adreswijziging vóór de betekening of kennisgeving van een beslissing in tweede instantie waarmee de procedure eindigt. Indien zij dit nalaten, beveelt de rechtbank dat de betekening of kennisgeving van alle volgende stukken plaatsvindt via bekendmaking van de stukken op het officiële publicatiebord van de rechtbank. De betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht na een termijn van acht dagen nadat het stuk op het genoemde publicatiebord is gepubliceerd (artikel 145 van het WvRV).

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

In geval van gewone betekening of kennisgeving worden de stukken geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht op de datum waarop ze in de brievenbus van de geadresseerde zijn gedeponeerd, een feit waarop de geadresseerde in het bijzonder wordt gewezen. Indien de geadresseerde geen brievenbus heeft, wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht op de dag waarop een bericht van betekening of kennisgeving op de deur van zijn woning is aangebracht.

In het geval van betekening of kennisgeving in persoon wordt het stuk geacht te zijn betekend op de dag waarop de geadresseerde het stuk heeft afgehaald. Indien de geadresseerde het stuk niet binnen een termijn van vijftien dagen afhaalt, wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht na afloop van die termijn. De gerechtsdeurwaarder laat het stuk na afloop van de afhaaltermijn achter in de brievenbus van de geadresseerde, ongeacht of die zich bij de voordeur of aan de kant van de weg bevindt; indien de geadresseerde geen brievenbus heeft of deze onbruikbaar is, wordt het stuk teruggestuurd naar de rechtbank.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

In geval van gewone betekening, waarbij het stuk in de brievenbus wordt achtergelaten, stelt de gerechtsdeurwaarder de geadresseerde in kennis van de rechtsgevolgen door deze te vermelden op het stuk zelf; hij vermeldt zowel op de ontvangstbevestiging als op het betreffende stuk tevens de reden van deze handelswijze en de datum waarop hij het stuk aan de geadresseerde heeft achtergelaten en ondertekent deze. Indien de geadresseerde geen brievenbus heeft en het stuk is teruggestuurd naar de rechtbank/het postkantoor, laat de gerechtsdeurwaarder een bericht van betekening achter op de deur van zijn woning, waarin staat waar het stuk zich bevindt en op welke datum het wordt geacht te zijn betekend.

In geval van betekening in persoon laat de gerechtsdeurwaarder een bericht achter in de brievenbus van de geadresseerde, ongeacht of die zich bij de voordeur van de woning of aan de kant van de weg bevindt, waarin staat waar het stuk zich bevindt, binnen welke termijn de geadresseerde het moet afhalen en wat de rechtsgevolgen zijn indien het stuk niet binnen de gestelde termijn wordt afgehaald. De gerechtsdeurwaarder vermeldt zowel op het bericht als op het betreffende stuk de reden van deze werkwijze en de datum waarop hij het bericht aan de geadresseerde heeft achtergelaten en ondertekent deze.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde of degene die verplicht is het stuk aan te nemen voor rekening van eerstbedoelde, zonder geldige reden weigert het stuk in ontvangst te nemen, laat de gerechtsdeurwaarder het stuk achter bij de woning of de werkplek van de betrokkene, of in de brievenbus van de geadresseerde, ongeacht of die zich bij de voordeur van de woning of aan de kant van de weg bevindt, of indien er geen brievenbus is, bevestigt hij het stuk op deur van de woning. Hij vermeldt op de ontvangstbevestiging de datum, tijd en reden van de weigering van het stuk en de plaats waar hij het stuk heeft achtergelaten. Hiermee wordt de betekening geacht te zijn verricht (artikel 144 van het WvRV).

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

De wet inzake postdiensten (hierna "wet inzake postdiensten" genoemd; Staatsblad van de Republiek Slovenië nr. 51/09, 77/10 en 40/14 - ZIN-B) bepaalt dat aangetekende poststukken en verzekerde zendingen aan de geadresseerde in persoon op zijn adres moeten worden overhandigd. Indien dat niet mogelijk is, wordt het aangetekende poststuk of de verzekerde zending overhandigd aan een volwassen huisgenoot of aan een persoon die bevoegd is post in ontvangst te nemen (artikel 41 van de wet inzake postdiensten); een persoon ouder dan vijftien jaar die met de geadresseerde in hetzelfde huis woont, wordt beschouwd als een volwassen huisgenoot (algemene voorwaarden voor de levering van universele postdiensten van 1.9.2014; hierna "postdiensten" genoemd).

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien overhandiging van een aangetekend poststuk aan een van de bovenvermelde personen (de geadresseerde/een volwassen huisgenoot of een persoon die bevoegd is post aan te nemen) niet mogelijk is, omdat zij niet aanwezig zijn, laat de postbezorger een bericht achter in de brievenbus van de woning waarin wordt vermeld waar het poststuk is gedeponeerd en binnen welke termijn het moet worden afgehaald. Indien de geadresseerde het stuk niet binnen de gestelde termijn afhaalt, wordt het stuk teruggestuurd naar de afzender. Indien de geadresseerde het aangetekende poststuk of de zending met aangegeven waarde weigert in ontvangst te nemen, vermeldt de gerechtsdeurwaarder de datum en de reden van weigering van de inontvangstneming op het poststuk of op de ontvangstbevestiging en stuurt het poststuk terug naar de afzender.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

De geadresseerde kan het poststuk binnen een termijn van vijftien dagen afhalen bij het postkantoor, gerekend vanaf de datum waarop de geadresseerde op de hoogte is gebracht van het poststuk. Hierop geldt een uitzondering voor poststukken afkomstig uit het buitenland waarop de afzender duidelijk een kortere afhaaltermijn dan vijftien dagen heeft aangegeven. De afhaaltermijn wordt berekend aan de hand van de kalender en gaat in op de dag volgend op die waarop de geadresseerde over het poststuk is geïnformeerd. Voor poststukken die poste restante op het postkantoor worden bewaard, en poststukken bestemd voor postbusgebruikers, wordt de termijn vastgesteld op basis van de kalender en gaat in op de dag volgende op de dag waarop het poststuk is binnengekomen op het postkantoor (artikel 27 van de wet inzake postdiensten).

De gerechtsdeurwaarder laat een bericht achter aan de geadresseerde in de brievenbus van de woning, waarin de afhaallocatie staat vermeld en de termijn waarbinnen het poststuk moet worden afgehaald.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

De ontvangstbevestiging geldt als bewijs van betekening van het stuk. De geadresseerde en de gerechtsdeurwaarder ondertekenen de ontvangstbevestiging en de geadresseerde vermeldt daarop zelf de ontvangstdatum voluit in letters. Indien de geadresseerde de ontvangstbevestiging niet kan of wil ondertekenen, noteert de gerechtsdeurwaarder zijn naam en voornaam en de ontvangstdatum voluit in letters en vermeldt de reden waarom de geadresseerde niet heeft getekend.

Indien de geadresseerde weigert de ontvangstbevestiging te tekenen, noteert de gerechtsdeurwaarder dit op de ontvangstbevestiging en vermeldt de datum van betekening voluit in letters; de betekening wordt aldus geacht te zijn verricht. Indien de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 142, lid 3, van het WvRV (te weten een indirecte of fictieve betekening; zie ook punten 8.2 en 7.3), vermeldt hij op de ontvangstbevestiging tevens de datum waarop hij het bericht aan de geadresseerde heeft achtergelaten, alsmede de datum waarop het stuk aan de rechtbank of het postkantoor is overhandigd.

Indien het stuk overeenkomstig het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is overhandigd aan een ander persoon dan de persoon aan wie het betekend had moeten worden, vermeldt de gerechtsdeurwaarder op de ontvangstbevestiging de relatie die deze twee personen tot elkaar hebben (artikel 149, lid 5, van het WvRV).

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

De ontvangstbevestiging bevat alle elementen van een openbare akte en toont dan ook de echtheid van de daarop bevestigde feiten aan. Het is echter mogelijk aan te tonen dat de vermelde feiten onjuist zijn.

Indien de geadresseerde het stuk niet ontvangt, of indien hij aanvoert dat de betekening of kennisgeving niet volgens de regels is verlopen, kunnen bepaalde gebreken of fouten worden hersteld. Hieruit volgt dat de geadresseerde zich niet kan beroepen op een onjuiste betekening of kennisgeving indien uit zijn gedrag duidelijk kan worden afgeleid dat hij, ondanks de onjuiste betekening of kennisgeving, op andere wijze kennis heeft genomen van de inhoud van het stuk. Hetzelfde geldt voor het geval waarin het stuk daadwerkelijk aan de geadresseerde is overhandigd (bijvoorbeeld wanneer de geadresseerde het stuk na afloop van de gestelde afhaaltermijn afhaalt). Deze situatie is vastgesteld in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering waarin is bepaald dat schending van de regels inzake betekening of kennisgeving niet kan worden aangevoerd indien de geadresseerde het stuk ondanks die schending toch heeft ontvangen. In dat geval wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht op het moment waarop de geadresseerde het stuk daadwerkelijk heeft ontvangen (artikel 139, lid 5, van het WvRV).

Fouten die zijn gemaakt tijdens de betekening of kennisgeving kunnen worden opgeheven of gecorrigeerd door de zaken terug te brengen in de eerdere toestand. Dit is mogelijk wanneer de vertraging in de uitvoering van een bepaalde proceshandeling is te wijten aan een gebeurtenis die de partij niet heeft kunnen voorzien of voorkomen, ondanks dat zij aantoont zorgvuldig te hebben gehandeld. Indien de partij niet ter zitting aanwezig is of de termijn voor het verrichten van een bepaalde rechtshandeling niet in acht neemt en zij, als gevolg daarvan, de mogelijkheid verliest dit recht uit te oefenen, kan de rechtbank, op verzoek van die partij, toestemming geven de handeling op een later tijdstip te verrichten indien zij erkent dat de partij wegens een geldige reden niet bij de zitting aanwezig was of de termijn niet heeft nageleefd. Indien herstel in de vorige toestand is toegewezen, wordt de zaak weer teruggebracht naar de situatie zoals die was voordat de vertraging zich voordeed, en daarmee worden alle beslissingen die de rechtbank na de vertraging heeft gegeven nietig verklaard (artikel 116 van het WvRV).

Het verzoek moet binnen een termijn van vijftien dagen worden ingediend na de datum van opheffing van de oorzaak die heeft geleid tot de afwezigheid bij de zitting en de niet-naleving van een termijn; indien de partij op een later tijdstip kennis heeft genomen van de vertraging, begint de termijn voor indiening van het verzoek te lopen vanaf de datum waarop de partij er kennis van heeft genomen. Na een termijn van zes maanden vanaf de dag waarop de vertraging zich voordeed, kan er geen verzoek tot het herstel in de vorige toestand meer worden ingediend (artikel 117 van het WvRV). Zowel de subjectieve als de objectieve datum zijn wettelijke vervaltermijnen die niet verlengd kunnen worden.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De betekening of kennisgeving per post is een breed geaccepteerde wijze van betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken die geen bijzondere kosten voor de partijen met zich meebrengt. Indien de betekening of kennisgeving op een andere wijze geschiedt (bijvoorbeeld via een speciale dienst die als officieel betekenaar is geregistreerd), worden er extra kosten in rekening gebracht. Daarom kan de rechtbank hier alleen op verzoek van een partij een bevel toe geven, aangezien die partij een voorschot moet betalen ter dekking van de kosten. Volgens het reglement betreffende de werkzaamheden van personen die documenten betekenen in civiele en strafrechtelijke procedures, heeft de gerechtsdeurwaarder recht op een honorarium voor de betekening en een onkostenvergoeding conform de overeenkomst die met de rechtbank is gesloten, waarin de rechtbank de hoogte van het honorarium en de onkostenvergoeding heeft vastgesteld.

Laatste update: 13/01/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Slowaaks) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar

Betekening of kennisgeving van stukken - Slowakije

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Betekening van stukken

"Betekening van stukken" is volgens de interpretatie in de rechtspraktijk de procedurehandeling waarbij een rechtbank een procespartij of een derde die medewerking moet verlenen in het kader van de procedure, informeert over het verloop van de gerechtelijke procedure. Partijen volledig en doeltreffend informeren over de procedure is een voorwaarde voor een goed verloop en een goede afsluiting van de gerechtelijke procedure – een rechtbank kan alleen handelen en uitspraken doen indien de partijen over alle documenten beschikken waarvan de ontvangst en de kennis van de inhoud noodzakelijk zijn voor het verdere vervolg van de procedure, het instellen van beroep, de inzet van middelen ter verdediging en bescherming in de procedure en andere handelingen die moeten worden verricht binnen de wettelijke of door de rechtbank vastgestelde termijnen. Met name de betekening van uitspraken van de rechtbank ten principale is essentieel om een zaak definitief te kunnen sluiten en de rechterlijke beslissing ten uitvoer te leggen. Er moet gewezen worden op het feit dat in artikel 45 en volgende van wet nr. 99/1963 Coll. inzake het wetboek van burgerlijke rechtsvordering uitsluitend de aspecten van de procedure van betekening van (gerechtelijke) stukken zijn gedefinieerd; de betekening van stukken betreffende het materieel recht, bijvoorbeeld een wilsuiting die is vastgelegd in een akte, wordt geregeld in artikel 45 van wet nr. 40/1964 Coll., inzake het burgerlijk wetboek. Er bestaat een groot verschil tussen de betekening volgens de bepalingen van materieel recht en de betekening volgens de bepalingen van het procesrecht, met name ten aanzien van het effect van de betekening, de sluiting van de betekeningsprocedure en de rechtsgevolgen die teweeg worden gebracht.

Specifieke regels voor de betekening van stukken

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat een specifieke regeling voor de betekening van stukken, omdat de wetgever ervoor wil zorgen dat de beginselen van gelijke proceskansen (equality of arms) en van hoor en wederhoor in gerechtelijke procedures in acht worden genomen. In een gerechtelijke procedure mag niemand worden benadeeld en elk van de partijen dient op gelijke wijze te worden geïnformeerd over het verloop van de procedure. De partijen moet de mogelijkheid worden geboden aan de procedure mee te werken en kennis te nemen van de beweringen en de bewijsstukken van de wederpartij en van de door de rechter gegeven procedurele beslissingen en de beslissingen ten principale. De beginselen van gelijke proceskansen en van hoor en wederhoor zijn essentiële en bepalende elementen van het recht op een eerlijk proces, dat in Slowakije een grondrecht is (artikelen 46 tot en met 48 van de Grondwet) en is gebaseerd op artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

In brede zin kan worden gesteld dat elke betekening die is verricht conform de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, namelijk 1) gewone betekening (artikel 46), 2) betekening in persoon (artikel 47) en 3) betekening door officiële publicatie bij de rechtbank (artikel 47a), als een formele betekening kan worden beschouwd. In strikte zin wordt alleen de betekening van gerechtelijke stukken in persoon als een formele betekening beschouwd.

Een rechtbank volgt de procedure voor gewone betekening voor stukken waarvan volgens de wet geen betekening in persoon is vereist.

De rechtbank kiest de gekwalificeerde wijze van betekening (betekening in persoon) in de gevallen waarin dat volgens het wetboek van burgerlijke rechtsvordering vereist is of indien deze wijze van betekening in concrete omstandigheden door de rechtbank is bevolen; een typisch voorbeeld is de dagvaarding om ter zitting te verschijnen – de wet stelt in dit geval de betekening in persoon niet verplicht, maar in de regel beveelt de rechtbank deze wijze van betekening wel. De volgende documenten en informatie moeten overeenkomstig de wet in persoon worden betekend: informatie over de mogelijkheid om de betekening van stukken op een ander adres te laten plaatsvinden (artikel 49, lid 5), een inleidend verzoekschrift met de bijlagen (artikel 79, lid 4, artikel 114, lid 2), een beslissing betreffende een procedure die ambtshalve wordt gestart (artikel 81, lid 3), een gewijzigd verzoekschrift (artikel 95, lid 1), een beslissing betreffende de verplichting van de verweerder om zijn standpunt in te dienen (artikel 114, lid 4), een vonnis (artikel 158, lid 2), een betalingsbevel aan de verweerder (artikel 173, lid 1), een Europees betalingsbevel aan de verweerder (artikel 174a, lid 2), een tenuitvoerleggingsbevel aan de verweerder (artikel 174b, lid 4, artikel 173), een betalingsbevel met betrekking tot een promesse (cheque) aan de verweerder (artikel 175, lid 1), bepaalde beslissingen die zijn gegeven in het kader van de afwikkeling van nalatenschappen (artikel 175a, lid 3), informatie over de gevolgen van de verwerping van een erfenis (artikel 175i, lid 2), een beslissing gegeven in procedures betreffende bewaarneming (artikel 185a, lid 3), een beslissing in een procedure inzake de ongeldigverklaring van waardepapieren (artikel 185j, lid 2), een beschikking tot de tenuitvoerlegging van een beslissing tot loonbeslag gericht aan de schuldenaar en de betaler van het loon (artikel 282, lid 2, artikel 294, lid 3), een beschikking tot de tenuitvoerlegging van een beslissing inzake beslaglegging/toewijzing naar een bankrekening en de betekening betreffende de geldigheid van die beschikking aan de bank (artikel 306 en artikel 307, lid 1) en een beschikking tot tenuitvoerlegging van een beslissing inzake de beslaglegging van andere schuldvorderingen aan de verweerder (artikel 313, lid 2).

De rechtbank gebruikt de betekening door officiële bekendmaking indien dat in de wet is bepaald en indien de identiteit van de procespartijen of hun adres niet bekend is bij de rechtbank.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De rechtbank is zelf de verantwoordelijke autoriteit voor de betekening van gerechtelijke stukken, en zij verricht de betekening van de gerechtelijke stukken over het algemeen dan ook zelf (direct tijdens de zitting of door rechterlijk ambtenaren) of per post. Stukken mogen volgens de wet echter ook worden betekend door een gerechtsdeurwaarder, een gemeentelijke autoriteit, een ambtenaar van de bevoegde politiedienst en, in de gevallen bepaald in speciale regelgeving, door het ministerie van Justitie van de Republiek Slowakije (in het geval van personen die diplomatieke immuniteiten en privileges genieten, of andere personen die aanwezig zijn in de woning van deze personen of personen aan wie het stuk moet worden betekend in gebouwen of ruimtes die diplomatiek onschendbaar zijn; ook worden betekeningen in het buitenland via dit ministerie verricht wanneer in een internationale overeenkomst, een bilateraal rechtshulpverdrag of een verordening (EG) van de Raad, geen andere rechtsregeling is vastgesteld).

De betekening aan personen die een gevangenisstraf uitzitten of in hechtenis zijn genomen, wordt verricht aan de gevangenis of het huis van bewaring waar de betreffende persoon is geplaatst. De betekening aan personen die een medische behandeling ondergaan bij een instelling of aan personen die in een gezondheidsinstelling zijn geplaatst, wordt verricht aan het bestuur van de betreffende gezondheidsinstelling. Ditzelfde gebeurt in het geval van kinderen die in een jeugdopvangcentrum of een andere collectieve jeugdinstelling zijn geplaatst. Stukken gericht aan leden van het Slowaakse leger in buitengewone dienst en aan beroepsmilitairen in dienst van de staat, mogen worden betekend aan hun commandant. Stukken bestemd voor personen die in dienst zijn bij het leger en die niet in een gebouw van het leger verblijven, worden rechtstreeks aan de betrokkene betekend.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

In dat geval doen de Slowaakse rechtbanken altijd actief onderzoek naar het huidige adres van de geadresseerde, met name door in het bevolkingsregister van de Republiek Slowakije te zoeken waaraan hun eigen informatiesysteem elektronisch is gekoppeld. De rechtbank kan zodoende onmiddellijk het huidige of tijdelijke verblijfsadres vinden dat in dat register staat ingeschreven (indien een dergelijk adres bestaat). De socialezekerheidsinstelling werkt samen met de Slowaakse rechtbanken en levert elektronisch gegevens aan via het rechtbankregister. De rechtbanken kunnen direct bepaalde gegevens opvragen die door de socialezekerheidsinstelling zijn geregistreerd, met name het adres van de procespartij dat bij de socialezekerheidsinstelling is geregistreerd en de naam van zijn voormalige of huidige werkgever (met behulp van deze informatie kan in bepaalde gevallen het huidige adres van de procespartij worden achterhaald of kan een stuk direct op de werkplek worden betekend, afhankelijk van de omstandigheden in de zaak). De rechtbank kan in het kader van haar wettelijke bevoegdheid medewerking vragen aan gemeentelijke autoriteiten, lagere overheden, politiediensten en andere overheidsorganen, alsmede aan rechtspersonen en natuurlijke personen met een handelsvergunning, bij het zoeken naar het huidige adres van de procespartij (of geadresseerde). Indien mogelijk ondervraagt de rechtbank ook andere personen (bijvoorbeeld familieleden) die mogelijk op de hoogte zijn van het adres van de geadresseerde.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Zoals al eerder aangegeven, hebben de rechtbanken via het rechtbankregister rechtstreeks toegang tot de gegevens in het bevolkingsregister van de Republiek Slowakije. De partijen bij een gerechtelijke procedure kunnen gegevens uit het Slowaakse bevolkingsregister opvragen (afgifte van een bewijs of schriftelijke verklaring betreffende de verblijfsplaats van een persoon) tegen betaling van de administratiekosten van vijf euro.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De Slowaakse rechtbanken gaan op basis van de gegevens waarover het ministerie van Justitie van de Republiek Slowakije beschikt, over het algemeen akkoord met een dergelijk verzoek en zij zullen de nodige stappen ondernemen om het huidige adres van de betreffende persoon te vinden, teneinde aan het verzoek te voldoen. In de bovenstaande punten is beschreven welke stappen zij daartoe ondernemen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Zoals aangegeven onder punt 3, betekenen de rechtbanken de stukken over het algemeen zelf of per post, maar de wet staat ook toe dat de betekening wordt verricht door een gerechtsdeurwaarder, een gemeentelijke autoriteit, de bevoegde politiedienst of het ministerie van Justitie. De betekening aan personen die zich in collectieve instellingen bevinden, kan worden verricht aan de betreffende instellingen; in het geval van personen in dienst bij het leger of beroepsmilitairen, kan de betekening worden verricht aan de betreffende commandant.

De rechtbank bepaalt welke procedure wordt gevolgd voor het betekenen van het stuk, afhankelijk van het soort document en van het feit of het adres van de betrokkene al dan niet bekend is. Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering onderscheidt in dat opzicht de gewone betekening, de betekening in persoon en de betekening door officiële bekendmaking. De rechtbank laat de betekening van de meerderheid van de stukken verrichten door een postdienst, per aangetekende post (gewone betekening) of per officiële post (betekening in persoon).

In het geval van gewone betekening, betekent de rechtbank het stuk aan het huisadres, de statutaire zetel (kantoor), de werkplaats of een ander adres waar de geadresseerde kan worden aangetroffen. Zoals aangegeven onder punt 2, kiest de rechtbank voor betekening in persoon wanneer deze wijze van betekening is voorgeschreven in de wet (bijvoorbeeld voor vonnissen) of indien de rechter/voorzitter van de kamer daartoe een bevel geeft (over het algemeen bij dagvaardingen).

In het geval van betekening door officiële bekendmaking bij de rechtbank, wordt het stuk geacht te zijn betekend op de vijftiende dag volgend op de bekendmaking. Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering verplicht de rechtbank de procedure van betekening door officiële bekendmaking te volgen bij: procedures in het kader van een nalatenschap wanneer schuldeisers wordt verzocht binnen de gestelde termijn opgave te doen van hun schuldvorderingen (artikel 175n), in het geval van een beslissing tot afwikkeling van een nalatenschap (artikel 175t, lid 2), indien er zaken naar het buitenland moeten worden overgebracht (artikel 175z, lid 2), bij procedures in het kader van een bewaarneming, indien het een beslissing betreft waardoor het voorwerp van de bewaarneming toevalt aan de staat (artikel 185g, lid 1), bij procedures in het kader van ongeldigverklaring van waardepapieren, indien er sprake is van een beslissing waarbij houders wordt verzocht zich te melden en hun waardepapieren te overleggen of bezwaren in te dienen (artikel 185m, lid 2) en in geval van terugzending van een poststuk dat een beslissing bevat betreffende een verzoek tot een voorlopige maatregel conform artikel 76, lid 1, letter g) afkomstig van het adres dat is opgegeven door de procespartij die uit een gemeenschappelijke woning is gezet.

Alternatieve wijzen van "indirecte" betekening

In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn tevens een aantal bijzondere en buitengewone wijzen van betekening van stukken aan natuurlijke personen vastgesteld:

1. betekening van stukken door toevoeging aan het zaaksdossier conform artikel 48, lid 4

Indien het niet mogelijk is de betekening van een stuk bestemd voor een natuurlijk persoon zonder handelsvergunning te verrichten aan zijn permanente of tijdelijke woonplaats, en er geen plaats wordt gevonden waar deze persoon documenten ontvangt en hij evenmin kan worden vertegenwoordigd door een curator, beslist de rechtbank dat de stukken aan deze persoon worden betekend door toevoeging ervan aan het zaaksdossier; alle genoemde redenen moeten gedurende de gehele procedure van toepassing blijven (de rechtbank kan een beslissing tot betekening door toevoeging aan het dossier ook ambtshalve vernietigen). Deze beslissing wordt officieel bekendgemaakt door aanplakking op het officiële publicatiebord van de rechtbank totdat de procedure definitief wordt gesloten. Stukken waarvan betekening is gedaan door toevoeging aan het zaaksdossier, worden geacht te zijn betekend na afloop van een termijn van zeven dagen nadat ze zijn opgesteld.

2. Betekening door stukken te deponeren bij de rechtbank conform artikel 49, lid 3

De rechtbank is verplicht (in de regel aan het begin van de procedure) de procespartij te informeren over de mogelijkheid om:

- een verzoek in te dienen om de betekening van stukken te laten verrichten aan een ander adres in de Republiek Slowakije dan zijn officiële, permanente of tijdelijke woonplaats;

- een vertegenwoordiger aan te wijzen ten behoeve van de betekeningen:

- de stukken bij de rechtbank te deponeren met dezelfde gevolgen als een betekening, indien het poststuk dat in persoon moet worden betekend als onbestelbaar is teruggezonden vanaf het adres dat de geadresseerde voor de betekening had opgegeven, vanaf zijn huisadres dat staat ingeschreven in het bevolkingsregister van de Republiek Slowakije, of vanaf het adres van zijn gemachtigd vertegenwoordiger voor betekeningen.

Indien na de rechtsgeldige betekening van deze informatie ("indirecte" betekening is uitgesloten, schriftelijke informatie moet in persoon worden betekend), een zending waarvan betekening in persoon moet worden verricht, wordt teruggestuurd als zijnde onbestelbaar aan dat adres of aan het adres van de daartoe aangewezen vertegenwoordiger, kan de rechtbank alle volgende stukken bij de rechtbank deponeren met dezelfde gevolgen als een betekening, met uitzondering van de stukken waarvoor "indirecte" betekening is uitgesloten. Teneinde de belangen van deze partij te beschermen, is de rechtbank volgens de wet verplicht om de betrokkene een duplicaat van elk poststuk te sturen, met vermelding dat het stuk door het te deponeren bij de rechtbank wordt geacht te zijn betekend, met dezelfde gevolgen als een betekening, op de zevende nadat het is verzonden. Deze procedure kan worden gevolgd zelfs wanneer het poststuk in persoon moet worden overhandigd en wordt geretourneerd vanaf het permanente of tijdelijke huisadres van de partij dat is ingeschreven in het bevolkingsregister van de Republiek Slowakije - deze procedure wordt in de praktijk echter niet vaak toegepast, aangezien het risico bestaat dat de partij de mogelijkheid wordt ontnomen om in rechte op te treden. Bij deze wijze van betekening is het juridisch niet van belang om te weten of de partij zich op het adres van betekening bevond. Wanneer voor deze optie wordt gekozen, kan de vraag worden gesteld of het in het belang van de bescherming van het recht van de partij om geïnformeerd te worden over het verloop van de procedure, niet beter zou zijn om over te gaan tot "indirecte" betekening wanneer een zending wordt geretourneerd (aangezien daarvoor het antwoord op de vraag of de geadresseerde al dan niet op het adres van betekening verblijft, bepalend is). Over het algemeen wordt deze wijze van betekening gebruikt voor natuurlijke personen zonder handelsvergunning, niet zijnde personen die een gevangenisstraf uitzitten, in hechtenis zijn genomen of in een gezondheids- of opvoedingsinstelling zijn geplaatst. Deze wijze van betekening is uitgesloten voor personen die diplomatieke immuniteiten en privileges genieten, voor personen die aanwezig zijn in de woning van deze personen, of voor personen aan wie het stuk moet worden betekend in gebouwen of ruimtes die diplomatiek onschendbaar zijn;

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

De rechtbank kan tevens gebruik maken van elektronische communicatiemiddelen voor het betekenen van stukken indien een partij daarom verzoekt en een elektronisch adres verstrekt waarnaar de stukken kunnen worden verzonden. De betekening van een stuk wordt geacht te zijn verricht op de vijfde dag na verzending, zelfs als de geadresseerde het stuk niet heeft gelezen. Een dergelijke wijze van betekening is uitgesloten voor uitspraken van de rechtbank, oproeping om ter zitting te verschijnen en in het geval van stukken waarvan betekening in persoon moet worden verricht. Er zijn aan deze wijze van betekening dus geen beperkingen gesteld ten aanzien van het soort procedure of de persoon van de geadresseerde, maar van belang is het type document dat moet worden betekend.

De wet staat de partijen ook toe om hun verzoekschriften op elektronische wijze in te dienen met gebruikmaking van een gekwalificeerde elektronische handtekening (wet nr. 215/2002 Coll. inzake de elektronische handtekening en tot wijziging van bepaalde wetten), waarmee de identiteit van de afzender op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld. De procespartijen moeten een vergoeding betalen voor deze wijze van betekening van stukken aan de rechtbank (0,10 euro per pagina, met een minimum van 10 euro per inleidend verzoekschrift met bijlagen, en met een minimum van 3 euro voor andere verzoekschriften met bijlagen).

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Zoals aangegeven onder punt 5 volgt de rechtbank de procedure van betekening door aanplakking op het officiële publicatiebord van de rechtbank indien dat in de wet is bepaald en en de identiteit van de procespartijen of hun adres niet bij de rechtbank bekend is. In dat geval wordt het stuk geacht te zijn betekend op de vijftiende dag volgend op de bekendmaking door aanplakking.

"Indirecte" betekening voor stukken die op gewone wijze moeten worden betekend

Indien de geadresseerde niet op zijn huisadres, statutaire zetel (kantoor), werkplek of een ander adres kan worden bereikt, hoewel hij wel op de plaats van betekening verblijft, kan het stuk worden overhandigd aan een andere meerderjarige persoon die in hetzelfde appartement of huis woont, of op dezelfde werkplek werkt, op voorwaarde dat deze persoon bereid is het stuk aan de geadresseerde te overhandigen en geen tegengesteld belang heeft in de zaak (en het stuk geen betrekking heeft op die persoon). Indien betekening op deze manier niet mogelijk is, wordt het stuk gedeponeerd bij het postkantoor of bij de gemeentelijke autoriteit en wordt de geadresseerde op de juiste wijze verzocht het stuk af te halen. Het stuk wordt geacht te zijn betekend op de dag dat het naar de rechtbank wordt teruggestuurd, zelfs als de geadresseerde er geen kennis van heeft genomen.

"Indirecte" betekening voor stukken die in persoon moeten worden betekend

In geval van betekening in persoon mag het stuk niet worden overhandigd aan een derde die het zou moeten doorgeven aan de geadresseerde. Indien de geadresseerde van het stuk niet kan worden bereikt, hoewel hij zich wel op de plaats van betekening bevindt, informeert de bezorger op passende wijze dat hij op een later tijdstip terugkomt om het stuk te overhandigen. De datum en het tijdstip worden vermeld in het bericht dat wordt achtergelaten. Indien ook deze nieuwe bezorgpoging mislukt, deponeert de bezorger het stuk bij het postkantoor of bij de gemeentelijke autoriteit en stelt hij de geadresseerde daarvan op passende wijze in kennis. Indien de geadresseerde het stuk niet binnen de afhaaltermijn afhaalt, wordt het stuk geacht te zijn betekend op de dag dat het naar de rechtbank is teruggestuurd, zelfs als de geadresseerde er geen kennis van heeft genomen.

"Indirecte" betekening is alleen doeltreffend wanneer de geadresseerde inderdaad op de plaats van betekening verblijft. Dat wil zeggen dat de geadresseerde in deze situatie de mogelijkheid heeft om het stuk onmiddellijk na de indirecte betekening in ontvangst te nemen. Er wordt niet aangenomen dat de geadresseerde op de plaats van betekening verblijft in het geval van langdurige afwezigheid van het adres van betekening of in geval van een tijdelijk, kort verblijf buiten de woonplaats, bijvoorbeeld vakanties, zakenreizen enzovoort.

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet in een bijzondere wettelijke regeling voor de betekening van stukken aan rechtspersonen en natuurlijke personen met een handelsvergunning die feitelijk aansprakelijk zijn voor het adres dat is ingeschreven in het speciale register – in dat geval speelt het feit of de geadresseerde op het moment van betekening al dan niet op de plaats van betekening aanwezig is, geen enkele rol. Indien het niet mogelijk is de betekening van een stuk te verrichten aan een rechtspersoon op de statutaire zetel die staat ingeschreven in het handelsregister of in een ander register waarin hij staat ingeschreven, en de rechtbank geen ander adres kent, wordt het stuk geacht te zijn betekend drie dagen nadat het niet bezorgde stuk is teruggestuurd naar de rechtbank, zelfs als de geadresseerde er geen kennis van heeft genomen. De rechtbank past deze bijzondere wettelijke regeling toe in het geval van natuurlijke personen met een handelsvergunning aan wie betekening van stukken moet worden verricht op het bedrijfsadres dat staat ingeschreven in het handelsregister of in een ander register (meestal het register van zelfstandige professionals) waarin zij staan ingeschreven.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Zie het antwoord op de vragen 7.1 en 5 - alternatieve wijzen van betekening.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

De bezorger informeert de geadresseerde dat het poststuk is gedeponeerd bij het postkantoor of de gemeentelijke autoriteit en laat een speciaal bericht aan hem achter in zijn brievenbus.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde weigert het stuk in ontvangst te nemen, wordt het stuk geacht te zijn betekend op de dag van de weigering; de bezorger dient de geadresseerde van dit feit op de hoogte te stellen. Indien de betekening niet op de juiste wijze is verricht (bijvoorbeeld als de geadresseerde niet door degene die de betekening verricht op de hoogte is gesteld van de gevolgen van de weigering van het stuk), heeft deze geen rechtsgevolgen.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Indien een ontvangstbevestiging is vereist, overhandigt het Slowaakse postbedrijf (Slovenská pošta, de traditionele postdienst) het stuk uitsluitend als de geadresseerde of de gemachtigde persoon (indien het niet mogelijk is het poststuk aan de geadresseerde te overhandigen) bij de inontvangstneming zijn identiteit aantoont en als het nummer van zijn identiteitsbewijs kan worden genoteerd en hij de ontvangst bevestigt. Personen die zijn gemachtigd om poststukken bestemd voor een natuurlijk persoon in ontvangst te nemen, zijn de echtgenoot/echtgenote van de geadresseerde en personen van vijftien jaar en ouder die met de geadresseerde in hetzelfde huis/appartement wonen. Deze personen mogen echter geen stukken in ontvangst nemen waarvan betekening in persoon moet worden verricht.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

In dat geval laat de postbezorger een bericht achter aan de geadresseerde in zijn brievenbus, waarin hij wordt geïnformeerd dat het poststuk is gedeponeerd bij het postkantoor. De geadresseerde of de persoon die gemachtigd is post in ontvangst te nemen, kan het poststuk binnen een termijn van achttien kalenderdagen afhalen. De afhaaltermijn kan op verzoek van de geadresseerde worden verlengd. Indien het poststuk niet binnen de gestelde termijn wordt afgehaald, wordt het geacht onbestelbaar te zijn. De postdienst stuurt het onbestelbare poststuk terug naar de afzender.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

De afhaaltermijn bedraagt achttien kalenderdagen en kan op verzoek van de geadresseerde worden verlengd. De geadresseerde wordt via een bericht dat wordt achtergelaten in zijn brievenbus op de hoogte gesteld.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Ja, de ontvangstbevestiging die geldt als een bewijs van betekening is een officieel stuk. De gegevens die op de ontvangstbevestiging staan vermeld, worden voor waar aangenomen, behoudens tegenbewijs. De partij die de betrouwbaarheid van de gegevens op de ontvangstbevestiging in twijfel trekt (die beweert dat de wettelijke procedure van betekening niet is nageleefd), dient zijn beweringen te ondersteunen door overlegging van bewijs aan de rechtbank. Indien de rechtbank het stuk direct tijdens de zitting betekent, wordt de betekening vastgelegd in het proces-verbaal.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Zie vragen 5, 7.1 en 7.4 voor de alternatieve wijzen van betekening. Indien de betekening niet overeenkomstig de wet is verricht, dient er opnieuw betekening van het stuk te worden gedaan, aangezien het Slowaakse recht niet de mogelijkheid kent waarbij een ongeldige betekening geldig wordt verklaard. De betekening van gerechtelijke stukken die op een andere manier dan de volgens de wettelijke procedure is verricht, is niet rechtsgeldig en sorteert niet de in de wet bepaalde rechtsgevolgen.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Er zijn geen kosten verbonden aan de betekening van gerechtelijke stukken. Een uitzondering hierop vormt het geval waarin de rechtbank, op verzoek van een procespartij, de betekening van gerechtelijke stukken aan de andere partij laat verrichten door een zelfgekozen gerechtsdeurwaarder. De hieraan verbonden kosten evenals de vergoeding voor de gerechtsdeurwaarder zijn voor rekening van de partij die heeft verzocht de betekening door de betreffende deurwaarder te laten verrichten. Deze kosten worden niet vergoed, ongeacht de uitkomst van de procedure. De kosten van betekening bedragen 6,64 euro per betekend gerechtelijk stuk.

Laatste update: 14/01/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Finland

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Betekenen is het bezorgen van stukken aan een bepaalde persoon of rechtspersoon op een manier die controleerbaar is met inachtneming van de wettelijke regels wat betreft de vorm. Het doel van de regels voor betekening is zo veel mogelijk te garanderen dat de stukken op betrouwbare wijze aan de betrokken persoon worden bezorgd en dat dit kan worden gecontroleerd.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Het gaat over het algemeen om documenten die betrekking hebben op gerechtelijke procedures, zoals dagvaardingen en oproepingen van getuigen. Betekening kan ook vereist zijn voor andere dan gerechtelijke documenten, zoals testamenten.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

In een rechtszaak is de rechtbank in de regel verantwoordelijk voor het betekenen van stukken. De rechtbank kan op verzoek van een belanghebbende partij de betekening aan die partij overlaten, als zij meent dat daarvoor een geldige reden is.

In andere gevallen is de partij in het belang van wie de betekening wordt gedaan, verantwoordelijk voor de betekening.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Ja. De gerechtsdeurwaarders van de districtsrechtbank hebben toegang tot het systeem van het bevolkingsregister en daarin kunnen zij de meest actuele adresgegevens controleren.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Via de adressendienst kan worden gezocht naar de actuele adressen van bijna alle personen die duurzaam in Finland verblijven. Ook kunnen via de dienst de adressen worden gevonden van Finnen die in het buitenland wonen indien zij hun huidige adres aan het kantoor van de burgerlijke stand hebben doorgegeven. De informatie van de dienst is gebaseerd op de gegevens uit het systeem van het bevolkingsregister dat wordt bijgehouden door het centrum van het bevolkingsregister en de kantoren van de burgerlijke stand. De dienst verstrekt adressen van individuele personen die duidelijk zijn geïdentificeerd van boven de vijftien jaar en die niet hebben aangegeven dat hun adres niet mag worden verstrekt. Er kan naar een adres worden gezocht op basis van de naam en voornaam van de persoon in kwestie. Daarvoor kan zowel de vorige als de huidige naam worden gebruikt. Om zoekopdrachten nauwkeuriger te kunnen uitvoeren, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende gegevens, zoals de leeftijd, de geboortedatum of de huidige of voormalige woonplaats van een persoon.

De adressendienst is zowel telefonisch als via internet bereikbaar. De adressendienst is elke dag telefonisch bereikbaar van 8.00 tot 22.00 uur, voor Fins op nummer 0600 0 1000 en voor Zweeds op nummer 0600 0 1001. De kosten voor deze dienst bedragen 1,70 euro/minuut + de kosten voor het gebruik van de vaste telefoon/mobiele telefoon, kosten voor de wachttijd van de vaste telefoon/mobiele telefoon. De telefonische dienst kan alleen vanuit Finland worden gebruikt. De website van de dienst Osoitepalvelu.net is beschikbaar in het Fins De link wordt in een nieuw venster geopend.http://vrk.fi/en/address-service en in het Zweeds: De link wordt in een nieuw venster geopend.http://vrk.fi/en/address-service. Bij een zoekopdracht kunnen de adressen van 1-20 personen tegelijk worden gezocht. De kosten bedragen 1,24 euro per adres en betaling geschiedt via online bankieren. De dienst kan ook worden gebruikt vanuit het buitenland, maar de gebruiker dient dan wel te beschikken over Finse gegevens voor online bankieren.

Adresgegevens kunnen ook worden opgevraagd door een e-mail te sturen naar het kantoor van de burgerlijke stand van Helsinki. De gegevens kunnen worden aangeleverd in het Fins, Zweeds of Engels via het adres De link wordt in een nieuw venster geopend.vtj-otteet.helsinki@maistraatti.fi. Tot slot kan de aanvraag ook schriftelijk worden ingediend via het postadres van het kantoor van de burgerlijke stand van Helsinki: Helsingin maistraatti, Albertinkatu 25, 00180 Helsinki. De kosten voor deze diensten bedragen 12,50 euro/uittreksel.

Meer informatie is te vinden op de website De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.maistraatti.fi/en/ (Fins) en De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.maistraatti.fi/en/ (Zweeds).

Adressen kunnen ook worden gevonden door te zoeken naar bedrijfsgegevens.

Het Finse octrooi- en registratiebureau (PRH) en de Finse belastingdienst hebben een gemeenschappelijke dienst voor het zoeken naar informatie over bedrijven en organisaties, te vinden op De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.ytj.fi/. De dienst is beschikbaar in het Fins, Zweeds en Engels. Meer informatie kan worden gevonden op de volgende adressen: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.prh.fi/fi/index.html (Fins), De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.prh.fi/sv/index.html (Zweeds) en De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.prh.fi/en/index.html (Engels).

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad is niet de belangrijkste procedure voor het verkrijgen van adresgegevens.

Zie het antwoord op vraag 4.2 over het achterhalen van adresgegevens van particulieren en bedrijven in Finland.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Overeenkomstig artikel 3 van het wetboek van procesrecht (4/1734) geldt dat wanneer in een gerechtelijke procedure de stukken door de rechtbank worden betekend, de betekening in de regel door verzending per post geschiedt. Het poststuk kan met een ontvangstbevestiging naar het postkantoor of rechtstreeks naar het adres van de geadresseerde worden gestuurd. In dat laatste geval wordt een ontvangstbevestiging bij het poststuk gevoegd dat door de geadresseerde aan de rechtbank moet worden teruggestuurd. Een gerechtelijk stuk dat geen dagvaarding is of een eerste verzoek om een antwoord, kan ook per gewone post worden verstuurd naar het adres dat door de betreffende partij aan de rechtbank is opgegeven. Een stuk dat per gewone post is verstuurd, wordt zeven dagen nadat het stuk aan de postdienst is overhandigd geacht door de geadresseerde te zijn ontvangen.

Artikel 4 van het wetboek van procesrecht (4/1734) bepaalt dat het stuk door een gerechtsdeurwaarder wordt betekend als de betekening per post naar alle waarschijnlijkheid niet zal slagen.

Artikel 2 van het wetboek van procesrecht (4/1734) bepaalt dat de rechtbank, met instemming van een belanghebbende partij, de betekening aan die partij kan overlaten, als de rechtbank meent dat daarvoor een geldige reden is. De rechtbank informeert de betreffende partij over de uiterste datum waarop de betekening moet geschieden en het certificaat naar de rechtbank moet worden teruggestuurd. Artikel 4 van het wetboek van procesrecht (4/1734) bepaalt dat de betekening in dat geval door een gerechtsdeurwaarder wordt verricht.

Artikel 4 van het wetboek van procesrecht (4/1734) bepaalt dat in het geval waarin de rechtbank de betekening heeft overgelaten aan een betrokken partij en die partij wordt vertegenwoordigd door een advocaat of een juridisch adviseur van de overheid, laatstgenoemde het stuk ook aan de geadresseerde in persoon overhandigen. De geadresseerde ondertekent dan het certificaat van betekening. Deze wijze van betekening kan niet worden gebruikt in strafzaken.

Documenten anders dan gerechtelijke stukken worden op verzoek van een autoriteit of een particulier door een gerechtsdeurwaarder betekend.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Artikel 3b van het wetboek van procesrecht (4/1734) bepaalt dat indien de rechtbank verantwoordelijk is voor de betekening en de zaak betrekking heeft op de vergoeding van een bepaald bedrag, de teruggave van een bezit, het herstel van een onderbroken toestand of een uitzetting, waarbij de eiser verklaart dat hij de zaak niet als een geschil beschouwt, de betekening ook per telefoon kan worden gedaan. Een aanvullende voorwaarde daarbij is dat telefonische betekening passend moet zijn gelet op de aard en omvang van het document, en bovendien moet de geadresseerde de informatie per telefoon kunnen ontvangen en het belang van de betekening begrijpen, zonder dat daar enige twijfel over bestaat. Na de betekening van een document per telefoon, wordt het document onverwijld per post of als elektronisch bericht naar het door de geadresseerde opgegeven adres gestuurd, tenzij dat om een bijzondere reden duidelijk niet nodig is. Van een telefonische betekening wordt eveneens schriftelijk bewijs vastgelegd.

Artikel 3 van het wetboek van procesrecht (4/1734) bepaalt dat indien de rechtbank of de officier van justitie verantwoordelijk is voor de betekening, het document kan worden betekend door het als elektronisch bericht aan de betrokken partij te sturen op de wijze zoals aangegeven door die partij, indien kan worden aangenomen dat de geadresseerde zal worden geïnformeerd over het document en dat hij de ontvangstbevestiging vóór de uiterste termijn terugstuurt.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Artikel 7 van het wetboek van procesrecht (4/1734) bepaalt dat als de gerechtsdeurwaarder, met het oog op een betekening, een persoon heeft gezocht met een bekende verblijfplaats in Finland, maar er niet in geslaagd is deze persoon te bereiken noch een andere persoon die gemachtigd is voor zijn rekening het te betekenen document te ontvangen, en er op basis van bevindingen kan worden aangenomen dat de geadresseerde de betekening ontwijkt, de gerechtsdeurwaarder de te betekenen documenten mag overhandigen aan een huisgenoot die ouder is dan vijftien jaar of – indien de geadresseerde een bedrijf heeft – aan een werknemer van dat bedrijf. Als de documenten aan geen van deze personen kunnen worden overhandigd, kan de betekening plaatsvinden door de documenten te overhandigen aan de plaatselijke politie.

Als de in alinea 1 genoemde procedure wordt gevolgd, moet de gerechtsdeurwaarder de geadresseerde hiervan in kennis stellen door per post een bericht naar zijn adres te sturen. De betekening wordt geacht te zijn verricht zodra het in alinea 2 bedoelde bericht ter bezorging aan de postdienst is overhandigd.

In een strafzaak mag de dagvaarding niet op de in dit artikel genoemde wijze aan de geadresseerde worden betekend.

Artikel 9 van het wetboek van procesrecht (4/1734) bepaalt dat als de geadresseerde een onbekende verblijfplaats heeft, de rechtbank het document door openbare bekendmaking betekent. In een strafzaak mag de dagvaarding niet via openbare bekendmaking aan de geadresseerde worden betekend.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Zie het antwoord op vraag 7.1.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Zie het antwoord op vraag 7.1.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde de betekende stukken niet afhaalt of weigert een stuk in ontvangst te nemen dat ter betekening per post met ontvangstbevestiging is verzonden, wordt het verzoekschrift teruggestuurd naar de afzender. In dat geval wordt de betekening niet geacht te zijn verricht (zie bijvoorbeeld Besluit 50:1997 van het Hooggerechtshof). Ingeval de postdienst het te betekenen stuk rechtstreeks naar het huisadres heeft gestuurd, wordt de betekening niet geacht te zijn verricht als de geadresseerde de ondertekende ontvangstbevestiging niet naar de rechtbank heeft teruggestuurd.

De geadresseerde mag een stuk dat door een gerechtsdeurwaarder wordt betekend alleen weigeren indien aan een aantal wettelijk vastgestelde voorwaarden is voldaan. De geadresseerde mag de betekening met name weigeren indien de stukken niet zijn opgesteld in het Fins, Zweeds of in een andere taal die hij begrijpt (zie bijvoorbeeld de wet inzake internationale wederzijdse rechtshulp in strafzaken en de wet betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken).

Indien de weigering is gebaseerd op een wettelijke grond, stuurt de gerechtsdeurwaarder de stukken terug. In dat geval stelt de gerechtsdeurwaarder een schriftelijk bericht op waarin wordt verklaart dat de geadresseerde heeft geweigerd het stuk in ontvangst te nemen, met vermelding van de reden van de weigering.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Wanneer stukken ter betekening per post met ontvangstbevestiging naar Finland worden gestuurd, worden deze bewaard door het postkantoor dat de geadresseerde informeert dat er een poststuk voor hem binnen is dat kan worden afgehaald. De stukken kunnen alleen door de geadresseerde zelf of door een door hem daartoe gemachtigde persoon bij het postkantoor worden afgehaald. Indien de autoriteit die de betekening verzoekt dat aangeeft, worden de stukken uitsluitend aan de geadresseerde zelf overhandigd.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien de geadresseerde de stukken niet bij het postkantoor afhaalt, worden ze teruggestuurd aan de afzender.

De afzender mag de stukken dan tezamen met het verzoek om betekening sturen naar de rechtbank van het district waarin de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde ligt. Na ontvangst van het verzoek doen de gerechtsdeurwaarders van de districtsrechtbank het nodige om de documenten aan de geadresseerde in persoon te kunnen betekenen.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Het postkantoor stuurt de geadresseerde een bericht met de mededeling dat er een poststuk voor hem is binnengekomen dat kan worden afgehaald bij het postkantoor. Het bericht vermeldt tevens de uiterste datum waarop de geadresseerde het stuk kan afhalen.

Het postkantoor bewaart de stukken gedurende de week waarin ze zijn ontvangen plus nog eens twee (2) volledige kalenderweken.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

De gerechtsdeurwaarder draagt het bewijs aan dat de betekening is verricht. Ook indien de betekening per post is gedaan, wordt er een certificaat verstrekt.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Indien de betekening niet volgens de regels is verlopen en de betrokken partij niet op de rechtbank is verschenen of niet het vereiste verweerschrift heeft ingediend, moeten de stukken opnieuw worden betekend. Is de onregelmatigheid van geringe betekenis, dan hoeven de stukken niet opnieuw te worden betekend.

Indien de betrokken partij stelt dat de stukken niet juist zijn betekend, wordt de zaak uitgesteld, tenzij dit niet noodzakelijk wordt geacht omdat de onregelmatigheid van geringe betekenis is.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Een betekening die is verricht door een gerechtsdeurwaarder kost 60 euro.

Laatste update: 26/09/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Betekening of kennisgeving van stukken - Zweden

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

In de praktijk houdt "betekening of kennisgeving van stukken" in dat een document verstuurd of overhandigd wordt aan de geadresseerde en dat er bewijs is dat hij dit document heeft ontvangen, of dat de wettelijke betekenings- en kennisgevingsvoorschriften zijn nageleefd. Er zijn speciale regels voor de betekening en kennisgeving van stukken zodat met name rechtbanken er dan zeker van kunnen zijn dat een document de geadresseerde heeft bereikt.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Betekening of kennisgeving is noodzakelijk wanneer dat expliciet is voorgeschreven of wanneer uit de bedoeling van een bepaling betreffende het in kennis stellen blijkt dat betekening of kennisgeving moet plaatsvinden. Verder vindt betekening of kennisgeving alleen plaats indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. De wet voorziet bijvoorbeeld in betekening wanneer in een burgerlijke zaak een inleidend verzoekschrift aan de verweerder moet worden gestuurd.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

Over het algemeen zorgt de autoriteit/rechtbank voor de betekening of kennisgeving van stukken. Het komt echter ook voor dat de autoriteit/rechtbank een partij die daarom verzoekt, toestemming verleent om voor de betekening of kennisgeving te zorgen. Voorwaarde daarbij is dat het om een passende wijze van betekening moet gaan.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

De ontvangende instantie zoekt ambtshalve naar nieuwe adresgegevens van de geadresseerde van de te betekenen stukken indien hij niet meer op het adres woont dat in het verzoekschrift staat vermeld.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Iedereen kan contact opnemen met de belastingdienst, die het bevolkingsregister beheert waarin de personen die in Zweden wonen staan ingeschreven evenals hun adres. Er bestaat geen bijzondere formele procedure om toegang te krijgen tot deze gegevens. Het volstaat bijvoorbeeld al om te bellen met de klantenservice van de Zweedse belastingdienst op nummer + 46 8 564 851 60. Meer informatie is te vinden op de internetsite van de Zweedse belastingdienst: De link wordt in een nieuw venster geopend.https://www.skatteverket.se/servicelankar/otherlanguages/inenglish.4.12815e4f14a62bc048f4edc.html. De toegang tot het bevolkingsregister is gratis.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Het lijkt een twijfelachtige zaak dat het zoeken naar een adres voor de betekening van stukken kan worden gezien als het verkrijgen van bewijs. Het is echter aan de aangezochte rechtbank om daarover te beslissen en om te achterhalen of een dergelijk verzoek al eerder is ingediend.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

De meest gebruikelijke wijze van betekening of kennisgeving is dat het stuk per post aan de geadresseerde wordt gestuurd (gewone betekening). Bij het poststuk is een ontvangstbevestiging gevoegd die de geadresseerde moet ondertekenen en terugsturen.

Andere wijzen van betekening of kennisgeving van een document (buiten vervangende betekening of kennisgeving) zijn bijvoorbeeld de telefonische betekening of kennisgeving, de vereenvoudigde betekening of kennisgeving en de betekening of kennisgeving door een deurwaarder.

Telefonische betekening of kennisgeving. De inhoud van het document wordt via de telefoon aan de geadresseerde voorgelezen. Vervolgens wordt het document per post naar hem verstuurd. Er is geen ontvangstbevestiging vereist in het geval van betekening of kennisgeving per telefoon. Het stuk wordt geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht nadat de inhoud volledig is voorgelezen.

Vereenvoudigde betekening of kennisgeving. Het document wordt per post naar het laatst bekende adres van de geadresseerde gestuurd. Vervolgens wordt op de eerstvolgende werkdag een controlebericht naar hetzelfde adres gestuurd met de mededeling dat het document is gestuurd. In het geval van vereenvoudigde betekening of kennisgeving is geen ontvangstbevestiging vereist. Het document wordt geacht te zijn betekend twee weken na verzending, onder voorbehoud dat het controlebericht op de voorgeschreven wijze is verstuurd. Vereenvoudigde betekening of kennisgeving kan alleen worden gebruikt indien de geadresseerde daarmee heeft ingestemd. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat documenten slechts één keer ter betekening of kennisgeving met ontvangstbevestiging aan een procespartij hoeven te worden verzonden.

Speciale betekening of kennisgeving aan rechtspersonen. Onder bepaalde voorwaarden kan een document ter betekening of kennisgeving aan een rechtspersoon worden verzonden naar het officiële adres van de onderneming. Vervolgens wordt op de eerstvolgende werkdag een controlebericht naar hetzelfde adres gestuurd. Het document wordt geacht te zijn betekend twee weken na verzending, onder voorbehoud dat het controlebericht op de voorgeschreven wijze is verstuurd.

Betekening of kennisgeving door een deurwaarder. Het document wordt persoonlijk betekend of ter kennis gebracht door een persoon die daartoe bevoegd is, bijvoorbeeld een deurwaarder of een medewerker van de politie, het parket, de rechtbank, de overheidsdienst voor dwangvorderingen of een erkend deurwaarderskantoor.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Elektronische betekening of kennisgeving is alleen toegestaan wanneer de autoriteiten/rechtbanken een document via gewone betekening of kennisgeving aan een persoon moeten overhandigen.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Indien de persoon aan wie een stuk moet worden betekend of ter kennis gebracht niet wordt aangetroffen, wordt een van de volgende wijzen van betekening of kennisgeving gebruikt:

Vervangende betekening of kennisgeving. Het document wordt aan iemand anders dan de geadresseerde betekend of ter kennis gebracht. Dit kan bijvoorbeeld een meerderjarig lid van het huishouden van de geadresseerde zijn of zijn werkgever. De plaatsvervangend geadresseerde moet echter altijd instemmen met de inontvangstneming van het stuk. In alle gevallen moet een bericht naar de geadresseerde worden gestuurd om hem te informeren over de verrichte betekening of kennisgeving, met vermelding van de persoon die het stuk in ontvangst heeft genomen.

Betekening door een deurwaarder door aanplakking: Het document wordt bij de woning van de geadresseerde van de betekening of kennisgeving achtergelaten, bijvoorbeeld in de brievenbus of op een geschikte plek bij de woning, zoals op de deur.

Openbare betekening: Het document ligt ter beschikking bij de autoriteit/rechtbank die tot de betekening of kennisgeving heeft besloten. Bovendien wordt een bericht hierover, samen met een samenvatting van de belangrijkste inhoud van het document, gepubliceerd in het officiële publicatieblad, de landelijke dagbladen en, indien nodig, in een plaatselijke krant. Het document wordt ook ter betekening of kennisgeving per post naar het laatst bekende adres van de geadresseerde gestuurd.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

In geval van betekening of kennisgeving door een deurwaarder of vervangende betekening of kennisgeving, wordt de betekening of kennisgeving geacht te hebben plaatsgevonden nadat het document aan de geadresseerde is overhandigd en er een bericht naar hem is gestuurd.

In geval van openbare betekening door bekendmaking, wordt de betekening geacht te zijn gedaan zodra het stuk is overhandigd conform de voorwaarden als omschreven onder punt 7.1 hierboven.

Openbare betekening heeft plaatsgevonden na twee weken nadat is besloten het stuk openbaar te betekenen, op voorwaarde dat het bericht is gepubliceerd en de andere voorgeschreven maatregelen tijdig zijn genomen (tien dagen).

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Ingeval een document te groot is of om een anderen reden ongeschikt is om het aan de geadresseerde te versturen of het bij hem achter te laten, kan de autoriteit besluiten het document gedurende een bepaalde termijn beschikbaar te houden bij de autoriteit zelf of op een andere door haar gekozen locatie. De autoriteit moet hierover een bericht aan de geadresseerde sturen om hem te informeren over de redenen van die beslissing.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Indien de geadresseerde weigert een document dat door een deurwaarder aan hem is betekend of ter kennis gebracht, in ontvangst te nemen, wordt betekening of kennisgeving van het document echter geacht te zijn verricht indien het ter plaatste is achtergelaten.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Een document kan ter betekening of kennisgeving per aangetekende post worden verstuurd. Het stuk wordt beschikbaar gehouden bij een postkantoor, een bedrijfspostkantoor of een postbode, en wordt vrijgegeven nadat de betreffende geadresseerde of zijn vertegenwoordiger hiervoor heeft getekend en zijn identiteit heeft aangetoond. De gebruiker van de postdienst kan ook aangeven dat het stuk alleen aan hem persoonlijk mag worden overhandigd.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Indien de betekening of kennisgeving per aangetekend schrijven niet succesvol is geweest, zijn er geen andere mogelijkheden meer om het stuk per post te sturen. In dat geval moeten andere wijzen van betekening of kennisgeving worden overwogen, zoals betekening door een deurwaarder.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

De geadresseerde wordt per post, sms of e-mail geïnformeerd dat er een aangetekend stuk naar hem is gestuurd. Het stuk wordt over het algemeen gedurende een termijn van veertien dagen na de datum van ontvangst, bewaard op de plaats waar het is gedeponeerd.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

In principe vormt de ontvangstbevestiging met de handtekening van de geadresseerde of een document opgesteld door de autoriteit/rechtbank, het bewijs dat de telefonische of vervangende betekening of kennisgeving, of de betekening of kennisgeving door bekendmaking heeft plaatsgevonden.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

In de Zweedse rechtbanken geldt vrije bewijslevering en bewijswaardering. Indien kan worden aangetoond dat een persoon kennis heeft genomen van een document, is het niet van belang of de betekening of kennisgeving al dan niet op de voorgeschreven wijze is verlopen. Vormfouten houden niet automatisch in dat de betekening of kennisgeving opnieuw moet worden verricht. Het gaat erom dat de geadresseerde het document heeft ontvangen.

Indien echter kan worden aangetoond dat de geadresseerde het document niet heeft ontvangen en de betekenings- of kennisgevingsvoorschriften niet zijn nageleefd, kan een vonnis eventueel nietig worden verklaard door middel van buitengewone rechtsmiddelen.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Wanneer een autoriteit zorgt voor de betekening of kennisgeving, worden de kosten gedragen door de staat. Dat betekent bijvoorbeeld dat een eiser in burgerlijke zaken de kosten van de betekening van een inleidend verzoekschrift aan de verweerder niet hoeft terug te betalen aan de rechtbank.

Indien een persoon of een procespartij daarentegen zelf de betekening of kennisgeving van een stuk aan iemand wil verrichten, dient hij de betreffende kosten zelf te betalen. De kosten voor het inschakelen van een politieambtenaar als deurwaarder bedragen bijvoorbeeld 1 000 SEK.

Laatste update: 10/01/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.