Betekening of kennisgeving van stukken: officiële indiening van documenten

Hongarije
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

Volgens Wet CXXX van 2016 inzake het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna “Wet WvBR” genoemd) moeten gerechtelijke stukken, tenzij anders is bepaald in de wet, per post worden betekend aan de geadresseerde, overeenkomstig de wetgeving over de betekening van officiële documenten. De geadresseerde kan op vertoon van zijn of haar identiteitsbewijs het stuk tevens in ontvangst nemen bij de griffie van de rechtbank. In het geval van elektronische communicatie vindt de betekening elektronisch plaats.

Zie ook het thema Geautomatiseerde verwerking.

Het doel van de betekening of kennisgeving van een officieel stuk is ervoor te zorgen dat de geadresseerde kennis kan nemen van de inhoud van het stuk en dat de afzender kan aantonen dat het stuk aan de geadresseerde is betekend of ter kennis gebracht. Het feit zelf, de datum en het resultaat van de betekening of kennisgeving moeten schriftelijk worden vastgelegd. Officiële stukken kunnen worden verstuurd per aangetekende post met een ontvangstbevestiging die speciaal voor deze dienst is opgesteld.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Op grond van Wet CLIX van 2012 inzake postdiensten (hierna “Wet postdiensten” genoemd) is formele betekening of kennisgeving verplicht in het geval van stukken waarvan de verzending of (poging tot) betekening of kennisgeving of de datum van die handelingen volgens de wet rechtsgevolgen sorteert, stukken die als basis dienen voor de berekening van een wettelijk vastgestelde datum of stukken die in de wet worden aangemerkt als officiële documenten.

Krachtens Wet WvBR is in burgerlijke procedures betekening of kennisgeving verplicht voor de volgende stukken:

- uitspraken en bevelen aan de partijen;

- tijdens de zitting gegeven beschikkingen, aan de partij die niet op de juiste wijze voor de zitting is opgeroepen;

- bepaalde in Wet WvBR genoemde en tijdens de zitting gegeven beschikkingen, aan de partij die niet ter zitting is verschenen;

- buiten de zitting om gegeven beschikkingen, aan de betrokken partij;

- alle in de loop van de procedure genomen beslissingen, aan de partij in wier belang de procedure is gestart door de officier van justitie of door de daartoe bevoegde persoon.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De rechtbank en de leverancier van postdiensten zijn verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van stukken op grond van de wettelijke bepalingen die op hen van toepassing zijn.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Een dergelijke verplichting bestaat niet, maar het is bijvoorbeeld wel mogelijk dat een rechtbank het huidige adres van een onderneming verifieert in het handelsregister alvorens het poststuk te versturen.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Woonadres van natuurlijke personen:

In Hongarije is het Bureau van de plaatsvervangende staatssecretaris voor administratie van het ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor het bijhouden van het centraal adressenregister (Belügyminisztérium Nyilvántartások Vezetéséért Felelős Helyettes Államtitkársága, “BM NYHÁT”) http://nyilvantarto.hu/hu/adatszolgaltatas_szemelyi. Via dit register kan het adres van een individueel geïdentificeerd persoon worden opgevraagd. Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid kunnen hiertoe een aanvraag indienen, op voorwaarde dat zij het doel en de wettelijke grondslag voor het gebruik van deze gegevens aantonen.

De aanvraag kan persoonlijk worden ingediend bij een districtskantoor of in het buitenland bij de Hongaarse diplomatieke vertegenwoordiging die bevoegd is voor het buitenlandse woonadres.

U kunt uw schriftelijk verzoek bij elk districtskantoor indienen. Als de opgevraagde gegevens niet beschikbaar zijn in het districtskantoor, geldt het volgende:

- aanvragen door overheidsinstanties en verzoeken om openbaarmaking van gegevens door overheidsinstanties kunnen worden ingediend bij de afdeling Persoonsgegevens en -beheer, sectie Binnenlandse rechtsbijstand van het BM NYHÁT (BM NYHÁT Személyi Nyilvántartási és Igazgatási Főosztály Belföldi Jogsegélyügyek Osztály), postadres: H-1476 Budapest, Pf. 281.;

- alle overige verzoeken door niet hiervoor genoemde aanvragers (bv. particulieren en bedrijven) kunnen worden ingediend bij de afdeling Persoonlijke klantenservice en documententoezicht van het BM NYHÁT (BM NYHÁT Személyes Ügyfélszolgálati és Okmányügyeleti Főosztály), postadres: H-1553 Budapest, Pf. 78.

- Een schriftelijk verzoek kan in het buitenland worden ingediend bij de Hongaarse diplomatieke vertegenwoordiging die bevoegd is voor het buitenlandse woonadres.

De aanvraag moet de volgende gegevens bevatten:

• de personalia van de aanvrager, naam, adres, statutaire zetel, vestiging van de aanvrager of diens vertegenwoordiger;

• een nauwkeurige opsomming van de gevraagde gegevens;

• het doeleinde waarvoor de gegevens zullen worden gebruikt;

• de identiteitsgegevens van de natuurlijke persoon waarmee de identiteit van de gezochte persoon kan worden vastgesteld (naam, geboorteplaats, naam van de moeder), of de naam en het woonadres die bij de aanvrager bekend zijn (gemeente, straatnaam, huisnummer).

De volgende documenten moeten bij het aanvraagformulier worden gevoegd:

• Het document waaruit de wettelijke grondslag voor het gebruik van de gegevens blijkt.

• De gemachtigde vertegenwoordiger moet een volmacht overleggen, tenzij die al is ingevoerd in het register met cliëntinstellingen (“rendelkezési nyilvántartás”). De volmacht moet een authentieke akte of een gewaarmerkte onderhandse akte zijn, anders moet zij officieel zijn opgenomen.
Tenzij in de volmacht anders is bepaald, is zij verleend voor alle verklaringen en handelingen in verband met de procedure.

Bij twijfel over de echtheid of inhoud van een authentieke akte die in het buitenland is opgemaakt, zal de instantie de verzoeker vragen de buitenlandse authentieke akte geapostilleerd in te dienen.
Als de verzoeker de beëdigde Hongaarse vertaling van een in een andere taal opgesteld document indient, zal de instantie die aanvaarden op basis van de inhoud van de vertaling.

Aan deze procedure zijn de volgende administratiekosten verbonden:

• voor de verstrekking van gegevens betreffende 1 tot 5 personen: 3 500 HUF;

• voor de verstrekking van gegevens betreffende meer dan 5 personen: het aantal betrokken personen vermenigvuldigd met 730 HUF per persoon.

In het geval van aanvragen uit het buitenland of via de Hongaarse vertegenwoordiging die bevoegd is voor het land waarin de verblijfplaats van de aanvrager zich bevindt, moet de vergoeding achteraf aan de Hongaarse vertegenwoordiging worden betaald als consulaire kosten.

voor ondernemingen:

In het geval van ondernemingen kunnen de belangrijkste gegevens in het handelsregister, zoals het adres, gratis worden geraadpleegd op de volgende website (in het Hongaars): https://www.e-cegjegyzek.hu/

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Uit de verordening blijkt niet duidelijk of het zoeken van adressen ook binnen het toepassingsgebied valt. De rechtbank oordeelt dus zelf of zij dergelijke verzoeken inwilligt. Aangezien Hongaarse rechtbanken adresgegevens kunnen opvragen bij het BM NYHÁT, is inwilliging van zulke rechtshulpverzoeken in de praktijk niet uitgesloten.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

In Regeringsbesluit nr. 335/2012 van 4 december tot vaststelling van nadere regels betreffende postdiensten en de betekening of kennisgeving van officiële stukken (hierna “Regeringsbesluit postdiensten” genoemd) is bepaald dat de leverancier van postdiensten officiële stukken die met een ontvangstbevestiging zijn verstuurd, aan de geadresseerde in persoon betekent of ter kennis brengt, of aan een ander persoon die bevoegd is het stuk in ontvangst te nemen.

Als de geadresseerde een natuurlijke persoon is en op het moment van bezorging niet aanwezig is op het adres, moet het document in eerste instantie worden betekend aan diens aldaar aanwezige gevolmachtigde. Als noch de geadresseerde noch diens gevolmachtigde aanwezig is op het moment van bezorging, mag het document overeenkomstig de verklaring van de plaatsvervangende ontvanger worden betekend aan laatstgenoemde.

Als de geadresseerde een organisatie is, kunnen de documenten in ontvangst worden genomen door de vertegenwoordiger van de organisatie.

Een niet als vertegenwoordiger van de organisatie aangemerkte medewerker kan als incidenteel bevoegd persoon door de leverancier van postdiensten toch worden beschouwd als bevoegd tot inontvangstneming van de post.

Als de woon-, verblijf- of werkplaats van de geadresseerde een van de volgende adressen is, verricht de leverancier van postdiensten de betekening of kennisgeving van de post via de organisatie die actief is in de plaats van de geadresseerde (bemiddelende bezorgdienst): Hongaarse strijdkrachten, militaire inlichtingendienst, wetshandhavingsinstantie, strafinrichting, jeugdinrichting, zorg- of sociale instelling, hotel, studentenhuis, arbeiderstehuis of vakantieverblijf.

De leverancier van postdiensten is overeenkomstig het Regeringsbesluit postdiensten verplicht twee pogingen te ondernemen om betekening of kennisgeving te verrichten van het poststuk dat als officieel stuk is verstuurd. Indien de eerste bezorgpoging mislukt omdat de geadresseerde of de persoon die bevoegd is stukken in ontvangst te nemen niet aanwezig is op het adres, laat de leverancier van postdiensten een bericht achter, legt het officiële stuk ter beschikking op het distributiepunt dat in het bericht staat vermeld en probeert op de vijfde werkdag na de mislukte bezorgpoging het document opnieuw te bezorgen. Indien de tweede bezorgpoging mislukt, laat de postdienst opnieuw een bericht achter aan de geadresseerde en legt het officiële stuk gedurende vijf werkdagen, gerekend vanaf de tweede bezorgpoging, ter beschikking op het distributiepunt dat in het bericht staat vermeld. Het officiële document kan op vertoon van een identiteitsbewijs tot en met de vijfde werkdag na de tweede bezorgpoging worden opgehaald bij het opgegeven distributiepunt. Als het document niet binnen de in het tweede bericht vermelde termijn wordt afgehaald, stuurt de postdienst het op de eerstvolgende werkdag terug naar de afzender met de vermelding “niet afgehaald”.

In dat geval moet op grond van Wet WvBR betekening of kennisgeving worden geacht te zijn verricht op de vijfde werkdag na de datum van de tweede bezorgpoging, tenzij het tegendeel wordt bewezen. De betekening of kennisgeving wordt niet als rechtmatig beschouwd als die is verricht aan een plaatsvervangende ontvanger die de wederpartij of de vertegenwoordiger van de wederpartij in de gerechtelijke procedure is. In het geval van de betekening of kennisgeving van een inleidende vordering of een eindbeslissing informeert de rechtbank de geadresseerde binnen acht werkdagen over het vermoeden van betekening of kennisgeving. Als er een e-mailadres bekend is, moet de geadresseerde ook op dat adres worden geïnformeerd.

De geadresseerde kan op vertoon van zijn of haar identiteitsbewijs het stuk tevens afhalen bij de griffie van de rechtbank.

De Wet LIII van 1994 inzake handhavingsprocedures (hierna “Wet handhavingsprocedures” genoemd) regelt de betekening of kennisgeving door een gerechtsdeurwaarder als alternatieve wijze van betekening of kennisgeving die is toegestaan in het geval van een beslissing over de grond van de zaak die als basis dient voor de handhaving, op voorwaarde dat het vermoeden van betekening of kennisgeving is vastgesteld en dat de persoon die bevoegd is het verzoek tot handhaving in te dienen, daarom uitdrukkelijk heeft gevraagd en een voorschot op de betreffende kosten heeft betaald. Krachtens de Wet handhavingsprocedures kan de gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving van de handhavingsstukken eveneens in persoon verrichten, overeenkomstig specifieke wetgeving. Indien deze procedure niet slaagt, kan betekening of kennisgeving overeenkomstig een nieuwe procedure worden verricht volgens de algemene regels voor de betekening of kennisgeving van officiële stukken.

In Wet WvBR en Wet L van 2009 inzake de betalingsbevelprocedures worden nog andere gevallen genoemd waarin betekening of kennisgeving door een gerechtsdeurwaarder kan plaatsvinden.

Bovendien kan betekening of kennisgeving in de wettelijk bepaalde gevallen tevens worden verricht door een medewerker van de rechtbank (bv. in spoedgevallen in civiele procedures voor de betekening of kennisgeving van een dagvaarding).

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Op grond van Wet WvBR wordt onderscheid gemaakt tussen verplichte en optionele elektronische communicatie.

Krachtens Wet CCXXII van 2015 inzake de algemene regels voor elektronische administratie- en trustdiensten (hierna “Wet elektronische diensten” genoemd) moet wie wettelijk verplicht is gebruik te maken van elektronische communicatie (bv. wettelijk vertegenwoordigers en ondernemingen), alle aanvragen uitsluitend elektronisch indienen bij de rechtbank, op de wijze die is vastgelegd in de Wet elektronische diensten en uitvoeringsbesluiten daarvan. Op haar beurt bedient de rechtbank zich van elektronische middelen om stukken aan hen toe te sturen.

Partijen bij procedures die niet verplicht zijn gebruik te maken van elektronische communicatie, of andere dan wettelijke vertegenwoordigers van die partijen, kunnen – behoudens de uitzonderingen van Wet WvBR – alle documenten desgewenst elektronisch indienen, overeenkomstig het bepaalde in de Wet elektronische diensten en de uitvoeringsbesluiten daarvan. Als een partij of haar vertegenwoordiger kiest voor elektronische communicatie, stuurt de rechtbank hun alle gerechtelijke stukken op elektronische wijze toe.

In het geval van elektronische communicatie is voortdurend contact met de rechtbank via de elektronische berichtendienst gewaarborgd. De partij die kiest voor elektronische communicatie, wordt ervan in kennis gesteld of haar indiening voldoet aan de IT-vereisten.

De beveiligde verzending waarborgt onder meer dat afzenders in kennis worden gesteld dat hun bericht is ontvangen en dat het bericht al dan niet goed is bezorgd. De dienstenaanbieder moet de afzender via het opgegeven e-mailadres onmiddellijk een verklaring toesturen ter bevestiging van de informatie behorend bij de betekening van de documenten.

Tenzij in de wet anders is bepaald, moet bij beveiligde verzending een termijn van vijf werkdagen voor ontvangst in acht worden genomen. Als de geadresseerde het bericht niet binnen die termijn in ontvangst neemt maar de bezorging ervan evenmin weigert, wordt op de eerste werkdag na de termijn van vijf werkdagen een tweede bericht gestuurd.

Sinds de invoering van elektronische communicatie in het procesrecht is het bepaalde in Wet WvBR over het vermoeden van betekening of kennisgeving (hierna nader beschreven) niet alleen van toepassing op postbezorging, maar op alle wettelijke middelen voor betekening of kennisgeving, dus ook elektronische.

In spoedgevallen in burgerlijke zaken kunnen dagvaardingen per e-mail worden verstuurd, ook als er niet is gekozen voor elektronische communicatie.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Als de verblijfplaats van de partij onbekend is en betekening of kennisgeving is elektronisch evenmin mogelijk, of als de partij in een land verblijft dat geen rechtshulp biedt voor betekening of kennisgeving, of als er andere niet-verwijderbare belemmeringen voor de betekening of kennisgeving zijn, of als dat wettelijk zo is bepaald, moet krachtens Wet WvBR betekening of kennisgeving plaatsvinden door aanplakking. In beginsel kan de rechtbank op verzoek van de partij betekening of kennisgeving door aanplakking bevelen, mits daarvoor gegronde redenen zijn.

Het bericht moet gedurende vijftien dagen te zien zijn op de centrale website van de rechtbanken, op het mededelingenbord van de rechtbank en op het mededelingenbord van het kantoor van de burgemeester of gemeenteraad in de laatste bekende verblijfplaats van de partij. Als het e-mailadres van de partij bekend is, moet de betekening of kennisgeving door aanplakking ook naar dat adres worden gestuurd.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

In het geval van betekening of kennisgeving door aanplakking worden stukken in beginsel geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht wanneer het bericht vijftien dagen op de centrale website van de rechtbank is getoond.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

In de Wet postdiensten is bepaald dat de leverancier van postdiensten en de geadresseerde kunnen afspreken dat betekening of kennisgeving van poststukken die voor de geadresseerde zijn bestemd, niet aan het adres dat op het poststuk staat vermeld maar aan een ander adres wordt verricht. Volgens het Regeringsbesluit postdiensten meldt de postdienst dat er een officieel stuk is binnengekomen dat is gericht aan het postbusadres, door achterlating van een bericht in de postbus, zelfs als het stuk aan de postbus is gericht maar de huurder van de postbus niet de geadresseerde van het stuk is.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Als de geadresseerde weigert een gerechtelijk stuk in ontvangst te nemen, wordt krachtens Wet WvBR betekening of kennisgeving ervan geacht te zijn verricht op de dag van de bezorgpoging.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

De postdienst beschikt in geval van bezorging overeenkomstig artikel 14 van de verordening niet over voldoende informatie om te kunnen vaststellen of de zending uit het buitenland een officieel stuk bevat. Daarom zijn in dat geval niet de bijzondere regels betreffende de betekening of kennisgeving van officiële stukken van toepassing, maar de algemene regels betreffende de verzendingen met een ontvangstbevestiging.

De informatie in punt 5 over personen die bevoegd zijn tot inontvangstneming van documenten, is van toepassing op officiële stukken.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Als de geadresseerde of een andere persoon die bevoegd is documenten in ontvangst te nemen, op het moment van bezorging niet aanwezig is op het adres, laat de leverancier van postdiensten ter plaatse een bericht achter. Daarin wordt de geadresseerde geïnformeerd dat hij of zij het stuk kan afhalen bij het distributiepunt van de leverancier van postdiensten. Het stuk kan worden afgehaald door de geadresseerde, door een gemachtigde vertegenwoordiger of door de plaatsvervangende ontvanger die zijn of haar woon- of verblijfplaats op het opgegeven adres heeft. Als de geadresseerde of een andere persoon die bevoegd is voor het ontvangen van post, het poststuk niet voor afloop van de termijn afhaalt, stuurt de postdienst het stuk terug als onbestelbare post.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

De afhaaltermijn wordt door de leverancier van postdiensten bepaald. Deze termijn bedraagt in het geval van het Hongaarse postbedrijf (Magyar Posta Zrt.) tien werkdagen na de bezorgpoging. Zie het vorige punt voor de wijzen waarop wordt gecommuniceerd.

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

De ontvangstbevestiging geldt als schriftelijk bewijs van de betekening of kennisgeving en vermeldt het resultaat van de betekeningsprocedure: de ontvanger, de functie van de ontvanger indien niet de geadresseerde (bv. een bevoegd vertegenwoordiger), de ontvangstdatum of, indien er niet is bezorgd, de verklaring daarvoor (bv. ontvangst geweigerd, niet afgehaald). De leverancier van postdiensten stuurt in alle gevallen de ontvangstbevestiging naar de afzender.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Als het vermoeden van betekening of kennisgeving is vastgesteld (de geadresseerde heeft ontvangst geweigerd of het document ondanks twee bezorgpogingen niet in ontvangst genomen), kan de geadresseerde krachtens Wet WvBR op een van de hierna beschreven gronden bezwaar aantekenen bij de rechtbank waar de zaak die aanleiding heeft gegeven voor de betekening of kennisgeving, aanhangig is. De geadresseerde moet het bezwaar binnen vijftien dagen indienen na te hebben vernomen van de vaststelling van het vermoeden van betekening of kennisgeving c.q., voor een document dat zonder zulk vermoeden wordt geacht te zijn bezorgd, van de bezorging ervan. In de regel is bezwaar niet meer mogelijk na het verstrijken van drie maanden na de datum van vaststelling van het vermoeden c.q. de datum van bezorging. Als (het vermoeden van) de betekening of kennisgeving betrekking heeft op een document dat het geding inleidt, kan het bezwaar worden aangetekend tijdens de lopende procedure, binnen vijftien dagen nadat is kennisgenomen van het vermoeden of van de feitelijke bezorging van het document.

De rechter zal het bezwaar gegrond verklaren als de geadresseerde het gerechtelijk stuk niet kon ontvangen omdat:

a) de betekening of kennisgeving in strijd met de wettelijke bepalingen over de betekening of kennisgeving van officiële stukken werd verricht of om andere redenen niet rechtmatig was; of

b) de geadresseerde buiten zijn of haar schuld om andere dan onder a) genoemde redenen niet in staat was het stuk in ontvangst te nemen.

Alleen natuurlijke personen kunnen op de onder b) genoemde gronden bezwaar maken tegen het vermoeden van betekening of kennisgeving.

Als de rechter het bezwaar toelaat, worden de rechtsgevolgen van de betekening of kennisgeving nietig verklaard en moet de betekening of kennisgeving, samen met eventuele reeds genomen maatregelen en verrichte procedurele handelingen, voor zover nodig worden herhaald.

Bezwaar kan ook worden aangetekend tijdens een handhavingsprocedure. Indien de als betekend of ter kennis gebracht beschouwde beslissing definitief wordt, kan de geadresseerde – op de hiervoor beschreven gronden – tijdens de procedure ter handhaving van de beslissing bezwaar aantekenen bij de rechtbank die de beslissing in eerste aanleg heeft gegeven, en wel binnen vijftien dagen na van de handhavingsprocedure te hebben vernomen.

In beginsel kan de rechtbank op verzoek van de partij betekening of kennisgeving door aanplakking bevelen, mits daarvoor gegronde redenen zijn. Als de in het verzoek om aanplakking aangevoerde feiten onjuist blijken te zijn en de verzoekende partij daarvan op de hoogte was of redelijkerwijs had kunnen zijn, moet die partij worden gelast tot betaling van de uit de aanplakking voortvloeiende kosten, ongeacht de uitkomst van de procedure, en zal de rechtbank tevens een boete opleggen.

Tegen een definitieve uitspraak staat herziening open indien de betekening of kennisgeving van de inleidende vordering of een ander stuk aan de partij in strijd met de toepasselijke regels is verricht door aanplakking.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De kosten van betekening of kennisgeving zijn inbegrepen in de gerechtskosten. Derhalve zijn de kosten van betekening of kennisgeving in het kader van een gerechtelijke procedure niet voor rekening van de partij. Alleen bij betekening of kennisgeving door een gerechtsdeurwaarder op grond van de Wet handhavingsprocedure moeten de kosten vooraf worden betaald door de partij die de handhaving vordert. Overeenkomstig de wet ontvangt de deurwaarder een honorarium van 6 000 HUF en een eenmalig bedrag van 1 500 HUF als onkostenvergoeding, ongeacht het aantal pogingen tot betekening of kennisgeving.

Als de handhavingsprocedure aanvangt op basis van het te betekenen of ter kennis te brengen stuk, zijn de kosten voor rekening van de schuldenaar. De kosten die voortvloeien uit de betekening of kennisgeving door aanplakking, moeten vooraf worden betaald door de partij die daarom heeft verzocht.

Laatste update: 19/11/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website