Betekening of kennisgeving van stukken: officiële indiening van documenten

Estland
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

De betekening of kennisgeving van een stuk houdt in dat een document aan de geadresseerde wordt overhandigd, zodat hij tijdig kennis kan nemen van de inhoud van het stuk en zijn rechten kan uitoefenen en verdedigen. Hoofdstuk 34 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet in verschillende wijzen van betekening of kennisgeving, zoals betekening of kennisgeving van het stuk per aangetekend schrijven, op elektronische wijze, door een gerechtsdeurwaarder, betekening of kennisgeving aan de vertegenwoordiger van de geadresseerde, kennisgeving van het stuk per post of openbare betekening door publicatie in het officiële publicatieblad Ametlikud Teadaanded. De betekening of kennisgeving van een stuk wordt alleen geacht te zijn verricht indien de uitreiking heeft plaatsgevonden op de in de wet bepaalde wijze. Bovendien moet hiervan bewijs worden vastgelegd in een speciaal voorgeschreven formaat.

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

Overeenkomstig artikel 306, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering moet de rechtbank betekening of kennisgeving aan de procespartij verrichten van de volgende documenten: verzoekschriften, beroepschriften en de bijbehorende bijlagen, dagvaardingen, rechterlijke beslissingen en beschikkingen tot sluiting van een procedure en andere in de wet genoemde processtukken.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De rechtbank zorgt voor de betekening of kennisgeving van stukken via een postdienst, een gerechtsdeurwaarder of, conform het reglement voor de procesvoering van de rechtbank, een andere gerechtelijke ambtenaar, of op elke andere in de wet bepaalde wijze. Indien een procespartij een stuk heeft ingediend waarvan betekening of kennisgeving nodig is, of indien in haar belang een ander stuk moet worden betekend of ter kennis gebracht, kan deze partij toestemming vragen aan de rechtbank om zelf te zorgen voor de betekening of kennisgeving van het stuk. Een procespartij mag de betekening of kennisgeving van een stuk uitsluitend laten verrichten door een gerechtsdeurwaarder. De betekening of kennisgeving evenals de schriftelijke vastlegging daarvan geschiedt in dat geval onder dezelfde voorwaarden als wanneer de betekening of kennisgeving via de rechtbank door een gerechtsdeurwaarder wordt verricht. De rechtbank beoordeelt of de betekening of kennisgeving van het stuk als verricht kan worden beschouwd.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

De ontvangende autoriteit van het verzoek (het ministerie van Justitie of de rechtbank) controleert naast de bestaande gegevens of de persoon staat ingeschreven in het bevolkingsregister en/of het handelsregister.

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Iedereen kan het handelsregister gratis raadplegen en zoeken naar adressen van ingeschreven bedrijven. Het handelsregister kan worden gevonden op de volgende website:https://ariregister.rik.ee/

Om het adres van een particulier te achterhalen, kan een officieel verzoek worden ingediend om gegevens uit het bevolkingsregister op te vragen. In het verzoek moet worden aangegeven waarom de gegevens worden opgevraagd, zodat de ambtenaren van het register kunnen beoordelen of de verstrekking van die gegevens gegrond is. Het bevolkingsregister wordt beheerd door het centrum voor informatietechnologie en ontwikkeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken (Siseministeeriumi infotehnoloogia- ja arenduskeskus, SMIT). Op de website van het centrum kan informatie worden gevonden over het indienen van een verzoek: https://www.smit.ee/

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

De rechtbanken nemen internationale verzoeken betreffende de betekening en kennisgeving van stukken en bewijsverkrijging in behandeling zonder daarvoor kosten in rekening te brengen, dat wil zeggen dat zij verplicht zijn alles in het werk te stellen om het adres van de betrokkene te achterhalen.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

Als algemene regel geldt dat het orgaan dat verantwoordelijk is voor het procedureverloop beslist welke wijze van betekening of kennisgeving wordt gebruikt. De rechtbanken moeten stukken echter in de eerste plaats elektronisch betekenen via het openbaar internetportaal voor elektronische dossiers of per e-mail. De wet stelt het gebruik van elektronische betekening niet verplicht, maar deze methode levert wel een besparing op de verzendkosten op. Het gebruik van elektronische betekening neemt steeds verder toe. De rechtbank kan ook voor een alternatieve wijze kiezen, zoals betekening per post of door een gerechtsbode, of voor een van de andere in de wet bepaalde mogelijkheden.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

Elektronische betekening of kennisgeving is in alle procedures toegestaan.

Overeenkomstig artikel 311 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt elektronische betekening of kennisgeving van een stuk gedaan via het daartoe opgezette informatiesysteem. De procespartijen ontvangen een melding dat het document beschikbaar is in het systeem. De rechtbank stelt alle processtukken, waaronder rechterlijke beslissingen, direct via het informatiesysteem beschikbaar aan alle procespartijen, ongeacht de wijze waarop betekening of kennisgeving van de stukken heeft plaatsgevonden. Toegang tot het informatiesysteem is uitsluitend mogelijk met een Estlands identiteitsbewijs. De betekening of kennisgeving van het stuk wordt geacht te zijn verricht zodra de geadresseerde het document in het informatiesysteem heeft geopend of nadat hij via het systeem de ontvangst heeft bevestigd zonder het te openen. Hetzelfde geldt indien dit is gedaan door een ander persoon die door de geadresseerde is gemachtigd om de stukken in het informatiesysteem te raadplegen. De betekening of kennisgeving van het stuk wordt automatisch in het informatiesysteem geregistreerd.

Indien de geadresseerde naar alle waarschijnlijkheid niet in staat is om het informatiesysteem voor de betekening of kennisgeving van stukken te gebruiken, of indien de betekening of kennisgeving via dit systeem om technische redenen niet mogelijk is, kan de rechtbank het stuk op een andere elektronische wijze aan de geadresseerde betekenen of ter kennis brengen. In dat geval wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht wanneer de geadresseerde de ontvangst van het stuk schriftelijk, per fax of elektronisch bevestigt. De ontvangstbevestiging vermeldt de datum van ontvangst en moet worden ondertekend door de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger. De elektronische ontvangstbevestiging moet zijn voorzien van de elektronische handtekening van de geadresseerde of worden verstuurd via een andere beveiligde methode waarmee de identiteit van de afzender en de verzenddatum kunnen worden vastgesteld. Dit hoeft niet als de rechtbank geen reden heeft om eraan te twijfelen dat de ontvangstbevestiging zonder elektronische handtekening door de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger is verstuurd. De ontvangstbevestiging moet onverwijld naar de rechtbank worden teruggestuurd. De rechtbank kan een boete opleggen aan de procespartij of haar vertegenwoordiger die niet aan deze verplichting heeft voldaan.

De betekening of kennisgeving van een stuk aan een advocaat, notaris, gerechtsdeurwaarder, faillissementscurator of een nationale of lokale autoriteit op een andere wijze dan via het elektronische informatiesysteem, is alleen toegestaan indien daarvoor een gegronde reden is.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

Overeenkomstig artikel 322, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van het stuk ook geacht te zijn verricht wanneer de geadresseerde niet op zijn huisadres kon worden bereikt en het document is uitgereikt aan een persoon van minimaal 14 jaar die op het adres van de geadresseerde woont of in dienst is van zijn gezin. Lid 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat betekening of kennisgeving van het stuk, in plaats van aan de geadresseerde, ook kan worden verricht aan de vereniging van eigenaren die het gebouw beheert waarin de woning of het bedrijf van de geadresseerde zich bevindt, aan de beheerder van het mede-eigendom of aan de verhuurder van de geadresseerde; betekening of kennisgeving kan tevens worden verricht aan de werkgever van de geadresseerde of aan een ander persoon aan wie de geadresseerde op contractbasis diensten verleent. Op grond van lid 3 wordt de betekening of kennisgeving aan de geadresseerde geacht te zijn verricht, indien deze is gedaan aan de vertegenwoordiger van de geadresseerde op een van de wijzen als bepaald in de leden 1 en 2 van ditzelfde artikel. De betekening of kennisgeving van een stuk wordt overeenkomstig artikel 322, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering eveneens geacht te zijn verricht aan een persoon in langdurige militaire dienst, of aan een persoon die in een penitentiaire inrichting, gezondheidsinstelling of in een andere vergelijkbare instelling verblijft, door overhandiging van het stuk aan het hoofd van de betreffende instelling of aan een door hem gemachtigd persoon, tenzij de wet anders bepaalt.

Artikel 323 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat indien een stuk moet worden betekend of ter kennis gebracht aan een natuurlijk persoon die een economische activiteit verricht of een beroep uitoefent maar die niet tijdens de gebruikelijke werktijden in het bedrijf aanwezig is, of het stuk niet in ontvangst kan nemen, de betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht na overhandiging van het stuk aan een werknemer die gewoonlijk in het bedrijf van de geadresseerde aanwezig is of aan een persoon die op vaste contractbasis diensten aan hem verleent.
Hetzelfde geldt op grond van lid 2 in geval van betekening of kennisgeving van stukken aan een rechtspersoon, bestuursorgaan, notaris en gerechtsdeurwaarder, alsmede aan de vertegenwoordiger van een geadresseerde of een ander persoon aan wie de stukken kunnen worden betekend of ter kennis gebracht in plaats van aan de geadresseerde.

Krachtens artikel 326, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van een stuk geacht te zijn verricht als het stuk is achtergelaten in de brievenbus van de woning of het bedrijf, of op een andere soortgelijke plaats die de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger gebruikt voor het ontvangen van post en die over het algemeen voldoende bescherming biedt voor het stuk, omdat het stuk niet kan worden betekend of ter kennis gebracht door overhandiging in de woning of het bedrijf van de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger. De betekening of kennisgeving van een stuk kan op deze wijze worden verricht aan de vereniging van eigenaren die het gebouw beheert waarin de woning of het bedrijf van de geadresseerde zich bevindt, aan de beheerder van het mede-eigendom of aan de verhuurder van de geadresseerde. Ook kan de betekening of kennisgeving worden verricht aan de werkgever van de geadresseerde of aan een ander persoon aan wie de geadresseerde op contractbasis diensten verleent. Dit geldt echter uitsluitend wanneer het niet mogelijk is het stuk in persoon aan de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger te betekenen of ter kennis te brengen. De betekening of kennisgeving op de wijzen zoals beschreven in lid 1 van dit artikel is, overeenkomstig lid 2 van hetzelfde artikel, uitsluitend toegestaan indien ten minste twee pogingen zijn ondernomen, op duidelijk verschillende tijdstippen en met een tussenpoos van minimaal drie dagen, om het stuk persoonlijk aan de betrokkene te overhandigen, en het evenmin mogelijk is het stuk te overhandigen aan een ander in de woning of het bedrijf aanwezig persoon overeenkomstig artikel 322, lid 1, of artikel 323, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Betekening of kennisgeving van een stuk op een specifiek aangewezen plek is toegestaan op grond van artikel 327 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Het stuk mag overeenkomstig artikel 217, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering onder de voorwaarden van artikel 326 tevens worden gedeponeerd bij het postkantoor, het gemeentehuis of de griffie van de rechtbank in eerste aanleg van het arrondissement waarin de plaats van betekening of kennisgeving is gelegen.

Ingevolge artikel 317, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan een stuk, krachtens een rechterlijk bevel, in het openbaar aan een procespartij worden betekend of ter kennis gebracht indien:

  1. het adres van de partij niet staat ingeschreven in het register of indien de betrokkene niet op het in het register genoemde adres woont en zijn woon- of verblijfplaats niet op een andere wijze door de rechtbank kan worden achterhaald, en de betekening of kennisgeving van de akte niet kan worden verricht aan de vertegenwoordiger van de geadresseerde noch aan een persoon die gemachtigd is voor de inontvangstneming van het stuk, noch op een andere in dit artikel genoemde wijze;
  2. de betekening of kennisgeving in het buitenland naar alle waarschijnlijkheid niet volgens de voorschriften kan worden verricht;
  3. het stuk niet kan worden betekend of ter kennis gebracht omdat de plaats van betekening of kennisgeving de woonplaats van de persoon is die zich buiten het nationaal grondgebied bevindt.

Overeenkomstig artikel 317, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt een samenvatting van het stuk dat moet worden betekend of ter kennis gebracht, gepubliceerd in het officiële publicatieblad Ametlikud Teadaanded. De rechtbank die de zaak behandelt kan middels een bevel toestemming geven voor publicatie van de samenvatting in andere bladen.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Indien een stuk wordt betekend of ter kennis gebracht op grond van de artikelen 322 en 323 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt de betekening of kennisgeving geacht te zijn verricht op het moment dat het stuk is overhandigd aan de persoon aan wie het conform diezelfde artikelen moet worden overhandigd.

Betekening of kennisgeving door achterlating in de brievenbus op grond van artikel 326 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt geacht te zijn verricht zodra het stuk in de betreffende brievenbus is gedeponeerd.

Wanneer betekening of kennisgeving is verricht door het stuk in depot te geven conform artikel 327, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt het geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht drie dagen na achterlating of verzending van het schriftelijke bericht als bedoeld in lid 2 van dat artikel. De datum van betekening of kennisgeving wordt vermeld op de envelop waarin het stuk zich bevindt.

In geval van openbare betekening of kennisgeving wordt het stuk geacht te zijn betekend of ter kennis zijn gebracht na afloop van een termijn van 30 dagen, gerekend vanaf de datum waarop de samenvatting in het officiële publicatieblad Ametlikud Teadaanded is gepubliceerd (art. 317, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering). De rechtbank die de zaak behandelt kan beslissen dat er een langere termijn wordt aangehouden voordat de betekening of kennisgeving van het stuk geacht wordt te zijn verricht. In dat geval wordt deze termijn tegelijkertijd met de openbare betekening of kennisgeving bekendgemaakt.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

Wanneer betekening of kennisgeving wordt verricht door het stukken te deponeren overeenkomstig artikel 327, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt een bericht betreffende het depot achtergelaten of verstuurd naar het adres van de geadresseerde. Indien dat niet mogelijk is, wordt het bericht op de deur van de woning, het bedrijf of de verblijfsruimte aangeplakt of overhandigd aan een persoon die in de buurt woont en die het stuk aan de geadresseerde moet overhandigen. In het bericht moet duidelijk worden vermeld dat het gedeponeerde stuk afkomstig is van een rechtbank en dat het stuk door het in depot te geven geacht wordt te zijn betekend of ter kennis gebracht en dat eventuele proceduretermijnen vanaf die datum beginnen te lopen.

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Uit artikel 325 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering volgt dat indien de geadresseerde weigert het stuk, zonder gegronde reden, in ontvangst te nemen, het stuk wordt geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht vanaf het moment van de weigering. In dat geval wordt het stuk achtergelaten in de woning of het bedrijf van de geadresseerde of in zijn brievenbus. Indien er geen gebouw of brievenbus is, wordt het stuk teruggestuurd naar de rechtbank.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Overeenkomstig artikel 3161, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering betreffende de toepassing van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad, wordt de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken in Estland verricht op basis van die verordening en volgens de procedure voor betekening en kennisgeving van processtukken van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Openbare betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken is niet toegestaan.

Overeenkomstig artikel 313, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is betekening of kennisgeving van stukken aan een ander persoon dan de geadresseerde alleen toegestaan in de gevallen bepaald in afdeling VI van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Deze persoon is verplicht het stuk zo spoedig mogelijk aan de geadresseerde te overhandigen. Een persoon kan alleen weigeren het stuk in ontvangst te nemen als hij kan aantonen dat hij het stuk niet aan geadresseerde kan overhandigen. Aan de betreffende persoon moet worden uitgelegd dat hij verplicht is het stuk te overhandigen. De betekening of kennisgeving is geldig, ongeacht of deze uitleg is gegeven.

Hieruit volgt dat conform Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad, het tevens mogelijk is de wijzen van betekening en kennisgeving te gebruiken die worden omschreven onder punt 2.1 hierboven en zijn vastgesteld in de artikelen 322 en 323 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering:

Overeenkomstig artikel 322, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van het stuk ook geacht te zijn verricht wanneer de geadresseerde niet op zijn huisadres kon worden bereikt en het document is uitgereikt aan een persoon van minimaal 14 jaar die op het adres van de geadresseerde woont of in dienst is van zijn gezin. Lid 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat betekening of kennisgeving van het gerechtelijk stuk, in plaats van aan de geadresseerde, ook kan worden verricht aan de vereniging van eigenaren die het gebouw beheert waarin de woning of het bedrijf van de geadresseerde zich bevindt, aan de beheerder van het mede-eigendom of aan de verhuurder van de geadresseerde. De betekening of kennisgeving kan tevens worden verricht aan de werkgever van de geadresseerde of aan een ander persoon aan wie de geadresseerde op contractbasis diensten verleent. Op grond van lid 3 wordt de betekening of kennisgeving aan de geadresseerde geacht te zijn verricht, indien het stuk is betekend of ter kennis gebracht aan de vertegenwoordiger van de geadresseerde op een van de wijzen als bepaald in de leden 1 en 2 van ditzelfde artikel. De betekening of kennisgeving van een stuk wordt overeenkomstig artikel 322, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering eveneens geacht te zijn verricht aan een persoon in langdurige militaire dienst, of aan een persoon die in een penitentiaire inrichting, gezondheidsinstelling of in een andere vergelijkbare instelling verblijft, door overhandiging van het stuk aan het hoofd van de betreffende instelling of aan een door hem gemachtigd persoon, tenzij de wet anders bepaalt.

Artikel 323 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat indien een stuk moet worden betekend of ter kennis gebracht aan een natuurlijk persoon die een economische activiteit verricht of een beroep uitoefent maar die niet tijdens de gebruikelijke werktijden in het bedrijf aanwezig is, of het stuk niet in ontvangst kan nemen, de betekening of kennisgeving wordt geacht te zijn verricht na overhandiging van het stuk aan een werknemer die gewoonlijk in het bedrijf van de geadresseerde aanwezig is of aan een persoon die op vaste contractbasis diensten aan hem verleent. Hetzelfde geldt op grond van lid 2 in geval van betekening of kennisgeving van stukken aan een rechtspersoon, bestuursorgaan, notaris en gerechtsdeurwaarder, alsmede aan de vertegenwoordiger van een geadresseerde of een ander persoon aan wie de stukken kunnen worden betekend of ter kennis gebracht in plaats van aan de geadresseerde.

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Overeenkomstig artikel 316, lid 5, tweede zin, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, is openbare betekening of kennisgeving niet mogelijk indien het stuk is betekend of ter kennis gebracht conform Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad.

Het is mogelijk het stuk te betekenen of ter kennis te brengen door het in de brievenbus achter te laten conform artikel 326 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering of door het te deponeren op een van de andere wijzen genoemd in artikel 327 van hetzelfde wetboek.

Krachtens artikel 326, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van een stuk geacht te zijn verricht als het stuk is achtergelaten in de brievenbus van de woning of het bedrijf, of op een andere soortgelijke plaats die de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger gebruikt voor het ontvangen van post en die over het algemeen voldoende bescherming biedt voor het stuk, omdat het stuk niet kan worden betekend of ter kennis gebracht door overhandiging in de woning of het bedrijf van de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger. De betekening of kennisgeving van een stuk kan op deze wijze worden verricht aan de vereniging van eigenaren die het gebouw beheert waarin de woning of het bedrijf van de geadresseerde zich bevindt, aan de beheerder van het mede-eigendom of aan de verhuurder van de geadresseerde. Ook kan de betekening of kennisgeving worden verricht aan de werkgever van de geadresseerde of aan een ander persoon aan wie de geadresseerde op contractbasis diensten verleent, echter uitsluitend wanneer het niet mogelijk is het stuk in persoon aan de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger te betekenen of ter kennis te brengen. De betekening of kennisgeving op de wijzen zoals beschreven in lid 1 van dit artikel is, overeenkomstig lid 2 van hetzelfde artikel, uitsluitend toegestaan indien ten minste twee pogingen zijn ondernomen, op duidelijk verschillende tijdstippen en met een tussenpoos van minimaal drie dagen, om het stuk persoonlijk aan de betrokkene te overhandigen, en het evenmin mogelijk is het stuk te overhandigen aan een ander in de woning of het bedrijf aanwezig persoon overeenkomstig artikel 322, lid 1, of artikel 323, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

Betekening of kennisgeving van een stuk op een specifiek aangewezen plek is toegestaan op grond van artikel 327 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Het stuk mag overeenkomstig artikel 217, lid 1, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, onder de voorwaarden van artikel 326, tevens worden gedeponeerd bij het postkantoor, het gemeentehuis of de griffie van de rechtbank in eerste aanleg van het arrondissement waarin de plaats van betekening of kennisgeving is gelegen.

In artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad is bepaald dat het stuk wordt overhandigd tegen een ontvangstbevestiging. Het is dan ook de vraag of betekening of kennisgeving overeenkomstig de artikelen 326 en 327 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wel is toegestaan.

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

In artikel 6, lid 1, van de "Voorwaarden voor de overdracht van aangetekende poststukken door een universele postdienst", goedgekeurd middels besluit nr. 57 van 22.06.2006 van de minister van Economische Zaken en Communicatie, is bepaald dat indien de geadresseerde van een postzending op het moment van bezorging niet thuis of op zijn werk is, er een bericht aan de geadresseerde wordt achtergelaten, waarin hij wordt geïnformeerd dat de postzending kan worden afgehaald bij dichtstbijzijnde postkantoor bij het huis- of kantooradres.

Indien de afzender op de ontvangstbevestiging niets heeft vermeld over een andere wijze van betekening of kennisgeving, worden de gerechtelijke stukken gedurende vijftien dagen op het postkantoor bewaard, gerekend vanaf de tweede bezorgpoging, tenzij de afzender een andere bewaartermijn heeft vastgesteld. Na afloop van de bewaartermijn worden de gerechtelijke stukken teruggestuurd naar de afzender, onder opgaaf van reden, en overhandigd aan de vertegenwoordiger van de afzender die voor de ontvangst moet tekenen (voorwaarden voor betekening en kennisgeving van stukken van AS Eesti Post).

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Op grond van artikel 306, lid 2, van het wetboek van strafvordering moet het gerechtelijk stuk in geval van betekening of kennisgeving worden overhandigd volgens de in de wet bepaalde wijze. Bovendien moet hiervan bewijs worden vastgelegd in een speciaal voorgeschreven formaat. De bezorging van een stuk ter betekening of kennisgeving moet op grond van artikel 307, lid 4, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering worden aangetekend in het zaaksdossier. Op grond van artikel 3111 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving via het daartoe opgezette informatiesysteem automatisch in dat systeem geregistreerd (zie punt 6 voor de betekenings- en kennisgevingsprocedure via het informatiesysteem). Op grond van artikel 313 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt de betekening of kennisgeving van een stuk per aangetekende post bevestigd via de ontvangstbevestiging. Indien het stuk per gewone post of per fax is verstuurd, wordt het geacht te zijn betekend of ter kennis gebracht als de geadresseerde de rechtbank een ontvangstbevestiging stuurt, naar eigen keuze per brief, fax of elektronisch. De ontvangstbevestiging vermeldt de datum van ontvangst en moet worden ondertekend door de geadresseerde of zijn vertegenwoordiger. Op grond van artikel 315, lid 5, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering wordt een bericht van betekening of kennisgeving opgesteld indien de betekening of kennisgeving is verricht door een gerechtsdeurwaarder, gerechtelijk ambtenaar of een ander persoon of orgaan. Na betekening of kennisgeving wordt direct een bericht van betekening of kennisgeving naar de rechtbank teruggestuurd.

Indien het stuk wordt betekend of ter kennis gebracht door verzending, zoals bepaald in artikel 3141 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, wordt in het zaakdossier aangetekend waar en wanneer het stuk of het bericht betreffende de publicatie is verstuurd wanneer de verzending niet automatisch in het daartoe opgezette informatiesysteem is geregistreerd.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Conform artikel 307, lid 3, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geldt dat indien het stuk is ontvangen door de procespartij aan wie het moest worden betekend of ter kennis gebracht, of aan wie het volgens de wet betekend of ter kennis gebracht had kunnen worden, zonder dat het mogelijk is de betekening of kennisgeving schriftelijk vast te leggen, of indien de in de wet bepaalde procedure voor betekening of kennisgeving niet in acht is genomen, het stuk wordt geacht aan de partij te zijn betekend vanaf de daadwerkelijke ontvangst van het stuk door de geadresseerde.

Artikel 313 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat indien de betekening of kennisgeving wordt verricht per aangetekende post, de rechtbank kan oordelen dat een ontvangstbevestiging die niet voldoet aan de vereiste vorm als bedoeld in de leden 3 en 4 van hetzelfde artikel, niettemin voldoet als de betekening of kennisgeving op een betrouwbare wijze op de ontvangstbevestiging is vastgelegd. Indien de rechtbank oordeelt dat het stuk niet geacht wordt te zijn betekend of ter kennis gebracht, omdat de postdienst niet alle in de wet bepaalde mogelijkheden heeft gebruikt voor het betekenen of ter kennis brengen van het stuk per aangetekende post, kan de rechtbank het stuk, zonder extra kosten, opnieuw aan de postdienst geven voor het verrichten van een nieuwe betekening of kennisgeving. De betekening of kennisgeving is bijvoorbeeld niet geldig wanneer het stuk is uitgereikt aan een persoon die niet gemachtigd is voor de inontvangstneming ingevolge de bepalingen van dit artikel, of wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 326 van dit wetboek betreffende de betekening of kennisgeving door achterlating in de brievenbus of aan de voorwaarden van artikel 327 betreffende de betekening of kennisgeving via depot, of wanneer de betekening of kennisgeving niet op de juiste wijze schriftelijk is vastgelegd zodat deze niet geacht kan worden te zijn verricht.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

Over het algemeen worden er op grond van Verordening (EG) nr. 1393/2007 geen kosten berekend voor de betekening of kennisgeving van stukken, tenzij deze wordt verricht door een gerechtsdeurwaarder.

Indien een gerechtsdeurwaarder de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken verricht, bedragen de deurwaarderskosten ingevolge artikel 48, lid 2, van de wet inzake gerechtsdeurwaarders, 30 euro wanneer de stukken aan de geadresseerde of aan zijn vertegenwoordiger betekend of ter kennis gebracht konden worden: 1) via het adres of de contactgegevens die staan ingeschreven in het bevolkingsregister, of via het e-mailadres: persoonsidenteitsnummer@eestie.ee; 2) via het adres dat staat ingeschreven in het Estlands register van zelfstandigen of rechtspersonen, of met gebruikmaking van de contactgegevens die staan geregistreerd in het informatiesysteem van genoemd register. Indien de betekening of kennisgeving van het stuk niet kon worden verricht en de gerechtsdeurwaarder, binnen het redelijke, al het mogelijke heeft gedaan om het stuk overeenkomstig de wet te kunnen betekenen of ter kennis te brengen, heeft de gerechtsdeurwaarder ingevolge lid 3 recht op een vergoeding van 30 euro, na overlegging van het besluit inzake de gerechtsdeurwaarderstarieven en het bericht van betekening of kennisgeving betreffende de stappen die zijn ondernomen om betekening of kennisgeving te kunnen verrichten. In andere dan in de leden 2 en 3 genoemde gevallen bedraagt de vergoeding voor de betekening of kennisgeving van stukken door de gerechtsdeurwaarder 60 euro.

De hoogte van de verzendkosten is afhankelijk van de tarieven die de postdienst hanteert, aangezien dit tarief niet wettelijk is vastgesteld. Het tarief is afhankelijk van het gewicht, de bestemming van de zending enz. In 2014 bedroeg het gemiddelde tarief voor de verzending van een gerechtelijk stuk 5,70 euro. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een gerechtsbode bedragen de kosten 6,20 euro.

Aanvullende informatie kan worden gevonden in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering

Laatste update: 20/11/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.