Betekening of kennisgeving van stukken: officiële indiening van documenten

België
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat is de praktische betekenis van de juridische term "betekening en kennisgeving van stukken"? Waarom bestaat er een specifieke regeling voor de "betekening en kennisgeving van stukken"?

In een geding dat voor de rechter wordt gevoerd, is communicatie zeer belangrijk. Het is absoluut noodzakelijk dat de partijen en de rechter worden geïnformeerd over wat de eiser vordert, wat de argumenten van de verweerder zijn, wat er gebeurt in de procedure en wat de beslissing van de rechter is. De partij die niet akkoord gaat met het vonnis van de rechter en die de zaak bij een hogere rechter brengt moet de andere partijen daarover informeren. De communicatie gebeurt door het afgeven of versturen van documenten (dagvaarding, verzoekschrift, conclusie, vonnis, beroepsakte enz.). In deze bijdrage gaat het niet over de documenten zelf maar wel over de wijze waarop zij ter kennis van de partijen, en, in voorkomend geval, van de rechter worden gebracht. De ter zake geldende regels zijn neergelegd in de artikelen 32 tot en met 47 van het Gerechtelijk Wetboek.

In België wordt er een onderscheid gemaakt tussen kennisgeving en betekening.

De betekening is in essentie de overhandiging van een akte aan een andere persoon door bemiddeling van een ministerieel ambtenaar. In België wordt die ambtenaar de gerechtsdeurwaarder genoemd. De eigenlijke betekening bestaat erin dat de gerechtsdeurwaarder, bij deurwaardersexploot, een eensluidend afschrift van de te betekenen akte afgeeft aan die andere persoon.

De gerechtsdeurwaarder kan u meerdere akten van betekening afgeven (hierna "betekening" of "exploot van betekening" genoemd). De bekendste akten van betekening zijn:

- de akte inzake de dagvaarding om voor een gerecht te verschijnen;

- de akte inzake de betekening van een vonnis (eventueel samen met een bevel tot betaling);

- de akte inzake het bevel tot betaling;

- de akte inzake het bevel tot ontruiming;

- de akte inzake het beslag (op uw meubilair, uw woning enz.);

- de akte inzake de betekening van een opzegging

- enz.

De kennisgeving is, in tegenstelling tot de betekening, de toezending via de post (dus zonder bemiddeling van een ministerieel ambtenaar) van een akte van rechtspleging in origineel of als afschrift.

De datum van betekening is belangrijk.

In het geval van dagvaarding moeten namelijk bepaalde termijnen in acht worden genomen tussen het tijdstip van betekening en het tijdstip waarop de zaak wordt behandeld op de openingszitting voor het gerecht.

Bij de betekening van een vonnis, is de datum van betekening het beginpunt van de termijn voor verzet of beroep dat eventueel kan worden aangetekend of ingesteld.

Als algemene regel geldt dat er moet worden overgegaan tot betekening. De kennisgeving wordt gebruikt in specifieke gevallen die in de wet zijn vastgesteld.

Krachtens artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek moet het exploot van betekening, op straffe van nietigheid, door de optredende gerechtsdeurwaarder zijn ondertekend en de volgende gegevens bevatten:

1° de dag, de maand en het jaar, en de plaats van de betekening;

2° de naam, de voornaam, het beroep, de woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid en de inschrijving in het handelsregister of ambachtsregister van de persoon op wiens verzoek het exploot wordt betekend;

3° de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is;

4° de naam, voornaam en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon aan wie het afschrift ter hand gesteld is, of in het geval bedoeld in artikel 38, § 1, het achterlaten van het afschrift, of in de gevallen bedoeld in artikel 40, de afgifte van het exploot op de post;

5° de naam en de voornaam van de gerechtsdeurwaarder en het adres van zijn kantoor;

6° de omstandige opgave van de kosten van de akte.

De persoon aan wie het afschrift ter hand wordt gesteld, ondertekent het origineel voor ontvangst. Weigert hij te ondertekenen, dan maakt de gerechtsdeurwaarder daarvan melding in het exploot.

Volgens artikel 47 van het Gerechtelijk Wetboek mag de gerechtsdeurwaarder geen betekening doen:

1° in een voor het publiek niet toegankelijke plaats, vóór zes uur 's morgens en na negen uur 's avonds;

2° op zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag (deze beperking geldt niet voor betekeningen in strafzaken: zie Cass., 27 maart 1984, R.W. 1984-1985, 1093; Antwerpen, 2 oktober 1975, R.W. 1976-1977, 1834), behalve in spoedeisende gevallen en met verlof van de vrederechter, wanneer het een dagvaarding betreft in een zaak die voor hem moet worden gebracht, met verlof van de rechter die machtiging heeft verleend voor de akte, wanneer het een akte betreft waarvoor voorafgaande machtiging is vereist, en in alle andere gevallen met verlof van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

Op het moment van betekening ontvangt de partij aan wie wordt betekend een afschrift van de akte (betekening), terwijl de gerechtsdeurwaarder het origineel van de akte bewaart zolang het dossier door zijn kantoor wordt behandeld. Alleen in het geval van een dagvaarding bewaart de gerechtsdeurwaarder het origineel niet, maar stuurt hij het door naar het gerecht met het oog op inschrijving op de rol (mededeling van de dagvaarding aan het gerecht).

Het afschrift van het exploot moet, op straffe van nietigheid, alle vermeldingen van het origineel bevatten en door de gerechtsdeurwaarder zijn ondertekend (artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek).

2 Welke stukken behoeven formele betekening of kennisgeving?

In de wet wordt bepaald voor welke documenten er moet worden overgegaan tot betekening of kennisgeving. Aangezien het echter om zeer veel soorten documenten gaat, kan er geen exhaustieve opsomming worden gegeven. Enkele voorbeelden: dagvaarding, verzoekschrift, vonnis, beroepsakte, akte van verzet.

3 Wie is verantwoordelijk voor de betekening of kennisgeving van een stuk?

De betekening vindt plaats bij deurwaarderexploot en moet dus door de gerechtsdeurwaarder worden voltrokken.

De kennisgeving wordt verricht door de griffier (zelden door het openbaar ministerie) bij gerechtsbrief (een speciaal soort aangetekende brief met ontvangstbewijs) of bij gewone brief dan wel bij aangetekende brief. De regeling inzake de gerechtsbrief is neergelegd in artikel 46 van het Gerechtelijk Wetboek.

4 Vragen

4.1 Gaat de aangezochte autoriteit van deze lidstaat krachtens Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, op eigen initiatief na welke de verblijfplaats is van de persoon voor wie het stuk is bestemd, wanneer deze laatste niet meer verblijft op het adres dat de verzoekende autoriteit bekend is?

Ja.

In België zijn de territoriaal bevoegde gerechtsdeurwaarders de ontvangende instanties die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken.

Overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 mei 1986 waarbij aan gerechtsdeurwaarders toegang wordt verleend tot het rijksregister van de natuurlijke personen, krijgen de gerechtsdeurwaarders, voor het vervullen van de taken die tot hun bevoegdheid behoren, toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, lid 1, 1° tot 9°, en lid 2, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen. Deze informatie omvat onder meer het adres waar de betrokken natuurlijke persoon in de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf (woonplaats).

4.2 Hebben buitenlandse gerechtelijke autoriteiten en/of partijen bij rechtsgedingen toegang tot registers of diensten in deze lidstaat waarmee zij het actuele adres van de betrokken persoon kunnen vaststellen? Zo ja, over welke registers of diensten gaat het en welke procedures moeten worden gevolgd? Welke vergoeding moet worden betaald, in voorkomend geval?

Nee.

In principe kunnen alleen de personen en de Belgische openbare overheden, openbare instanties en beroepsorganisaties die zijn bedoeld in artikel 5 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen een machtiging verkrijgen voor toegang tot de gegevens die zijn opgenomen in het rijksregister van de natuurlijke personen.

Deze machtiging wordt afgegeven door het sectoraal comité van het rijksregister dat overeenkomstig artikel 15 van de bovengenoemde wet van 8 augustus 1983 is opgericht binnen de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

4.3 Hoe behandelen de autoriteiten in deze lidstaat een verzoek op grond van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, dat als doel heeft het actuele adres van een persoon vast te stellen?

Zij mogen dit verzoek niet inwilligen, tenzij het opzoeken van dit adres moet worden beschouwd als een handeling tot het verkrijgen van bewijs dat bestemd is voor gebruik in een reeds aanhangige of een voorgenomen procedure in burgerlijke of handelszaken.

Het begrip "bewijs" is niet omschreven in Verordening (EG) nr. 1206/2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken. Het begrip omvat onder meer het horen van getuigen, partijen of deskundigen, het overleggen van documenten, verificaties, het vaststellen van de feiten en deskundig onderzoek naar het welzijn van gezin of kind.

Een verzoek om bewijsverkrijging in het kader van de bovenvermelde Verordening (EG) nr. 1206/2001 mag volgens artikel 1, lid 2, niet worden gedaan "met het doel partijen in staat te stellen, zich bewijs te verschaffen dat niet bestemd is voor gebruik in een reeds aanhangige of in een voorgenomen procedure."

In beginsel kan het adres van een persoon aan wie betekening of kennisgeving moet worden gedaan van een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk dus niet worden beschouwd als een bewijs in de zin van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1206/2001.

Voorts is in artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1206/2001 uitdrukkelijk bepaald dat het verzoek "de namen en adressen van de partijen [...]" moet bevatten.

5 Hoe verloopt de betekening of kennisgeving van een stuk in de praktijk? Kunnen er alternatieve methoden worden gebruikt (andere dan de vervangende betekening of kennisgeving als bedoeld in punt 7)?

a) Betekening

De wijze van betekening wordt geregeld in de artikelen 32 tot en met 47 van het Gerechtelijk Wetboek en die regeling geldt voor de betekening in burgerlijke zaken en in strafzaken.

- Betekening aan de persoon (de artikelen 33 en 34 van het Gerechtelijk Wetboek)

Indien de gerechtsdeurwaarder voornemens is over te gaan tot de betekening van een akte, zal hij zich in de eerste plaats inspannen om het afschrift van de akte aan de geadresseerde zelf ter hand te stellen. In dat geval wordt er gesproken van betekening aan de persoon zelf.

De betekening aan de persoon kan aan de geadresseerde worden gedaan op iedere plaats waar de gerechtsdeurwaarder hem aantreft. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs plaats te vinden aan de verblijfplaats van de geadresseerde, maar kan ook rechtsgeldig gebeuren op bijvoorbeeld de werkplek, de openbare weg of het kantoor van de gerechtsdeurwaarder zelf.

De voorwaarde in dit verband is dat de plaats van betekening moet zijn gelegen in het rechtsgebied waar de gerechtsdeurwaarder bevoegd is.

Indien er geen aanwijzingen zijn omtrent de plaats waar de geadresseerde zich bevindt, meldt de gerechtsdeurwaarder zich in de praktijk rechtstreeks bij de woonplaats van de geadresseerde in de hoop hem daar aan te treffen.

Indien de gerechtsdeurwaarder de partij aan wie wordt betekend tegenkomt (op welke plaats dan ook) en deze weigert een afschrift van de akte in ontvangst te nemen, vermeldt de gerechtsdeurwaarder deze weigering op het origineel (het afschrift wordt dan aan het origineel gehecht) en wordt de betekening geacht aan de persoon zelf te zijn geschied.

Wat de betekening aan een rechtspersoon betreft: deze wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan, wanneer het afschrift van de akte ter hand is gesteld aan het orgaan dat of de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen. Zo kan de betekening aan een bvba bijvoorbeeld rechtsgeldig worden gedaan aan de zaakvoerder, ongeacht of deze zich op de maatschappelijke zetel bevindt dan wel elders.

- Betekening aan de woonplaats/maatschappelijke zetel (artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek)

Indien de betekening niet aan de persoon zelf kan worden gedaan, geschiedt zij aan de woonplaats van de geadresseerde. Onder "woonplaats" wordt verstaan: de plaats waar de geadresseerde in de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf, d.w.z. het adres van de woonplaats.

Indien de geadresseerde geen officiële woonplaats heeft, kan de betekening worden gedaan aan zijn verblijfplaats. Onder "verblijfplaats" wordt verstaan: iedere andere vestiging, zoals de plaats waar de persoon kantoor houdt of een handels- of nijverheidszaak drijft. De commissaris van politie moet aan de optredende gerechtsdeurwaarder de plaats aanwijzen waar de partij verblijft, wanneer die hem bekend is en de partij geen officiële woonplaats heeft.

Indien de betekening aan een rechtspersoon niet kan worden gedaan aan de persoon zelf, vindt zij plaats aan de maatschappelijke of de administratieve zetel.

Bij betekening aan de woonplaats, wordt het afschrift van de akte ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde. Het afschrift mag niet worden ter hand gesteld aan een kind dat geen volle zestien jaar oud is. De gerechtsdeurwaarder vermeldt op het origineel en het afschrift de hoedanigheid van de persoon aan wie hij het afschrift overhandigt (bv. de familieband met de geadresseerde).

- Betekening per visum (artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek)

Indien de gerechtsdeurwaarder zijn betekening niet kan doen op een van daartoe vastgestelde wijzen (de artikelen 33 tot en met 35 van het Gerechtelijk Wetboek), vindt de betekening plaats overeenkomstig artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, te weten door het achterlaten van het exploot aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde (betekening per visum).

Het afschrift van de akte wordt dan ter plaatse onder gesloten omslag in de brievenbus gedeponeerd, met de vermelding van het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, de naam en voornaam van de geadresseerde, de plaats van betekening en de vermelding "Pro Justitia - Dadelijk af te geven".

Bij gebreke van een brievenbus mag de gerechtsdeurwaarder dit afschrift (in een omslag) op eender welke wijze ter plaatse deponeren (door het onder de deur te schuiven, het in een portaal of een heg achter te laten, het met plakband aan de deur te hangen enz.).

De gerechtsdeurwaarder vermeldt op het origineel van het exploot en op het betekende afschrift, de datum, het uur en de plaats waarop dit afschrift werd achtergelaten.

Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de betekening van het exploot, zendt de gerechtsdeurwaarder een door hem ondertekende brief hetzij naar de woonplaats, hetzij, bij gebreke van een woonplaats, naar de verblijfplaats van de geadresseerde. Deze brief vermeldt de datum en het uur van de aanbieding, alsmede de mogelijkheid voor de geadresseerde of voor de houder van een schriftelijke volmacht om een afschrift van dit exploot af te halen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, tijdens een termijn van maximum drie maanden te rekenen vanaf de betekening.

Wanneer de geadresseerde de overbrenging van woonplaats heeft aangevraagd (aanvraag tot adreswijziging), wordt de in artikel 38, § 1, derde alinea, bedoelde brief gericht aan de plaats waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven en aan het adres waarop hij heeft aangekondigd zijn nieuwe woonplaats te willen vestigen.

Wanneer er voor de geadresseerde een voorstel tot ambtshalve schrapping (van het adres van de woonplaats) is gedaan en de gerechtsdeurwaarder uit de feitelijke omstandigheden niet kan afleiden dat de geadresseerde daadwerkelijk nog op het adres van de woonplaats verblijft, dan volstaat het dat de betekening plaatsvindt overeenkomstig artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek (zie hieronder).

In het geval van een voorstel tot ambtshalve schrapping kan de betekening aan de procureur des Konings overeenkomstig artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek (zie hieronder) alleen worden aanvaard wanneer de gerechtsdeurwaarder aan de hand van de feitelijke omstandigheden heeft kunnen vaststellen dat de geadresseerde daadwerkelijk niet meer op het adres van de woonplaats verblijft (bv. wanneer de gerechtsdeurwaarder heeft vastgesteld dat de geadresseerde uit de desbetreffende woning is gezet) of wanneer het materieel onmogelijk is tot betekening over te gaan.

Zoals hierboven is vermeld, wordt de kennisgeving verricht per brief, per aangetekende brief of per gerechtsbrief. In de toekomst zou het ook mogelijk moeten worden over te gaan tot elektronische kennisgeving.

- Materiële onmogelijkheid om tot betekening over te gaan (artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek)

Wanneer uit de ter plaatse vastgestelde feitelijke omstandigheden (bv. een door brand verwoeste woning, het adres van de woonplaats is een braakliggend terrein) blijkt, dat het materieel onmogelijk is tot de betekening over te gaan door het achterlaten van een afschrift van het exploot aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, bestaat de betekening in de afgifte van het afschrift aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied deze feitelijke toestand zich voordoet.

Op het origineel en op het afschrift worden de feitelijke omstandigheden vermeld die de betekening aan de procureur des Konings noodzakelijk maken.

Hetzelfde geldt wanneer de betrokken plaatsen (waar de persoon aan wie wordt betekend zijn woonplaats heeft) klaarblijkelijk werden verlaten zonder dat die persoon de overbrenging van zijn woonplaats heeft aangevraagd (bv. wanneer bij uitzetting de partij aan wie wordt betekend niet aanwezig is, vindt de betekening plaats aan de procureur des Konings conform artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek).

Zoals hierboven reeds vermeld, wordt er ook overgegaan tot betekening overeenkomstig artikel 38, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek wanneer er een voorstel tot ambtshalve schrapping is en de gerechtsdeurwaarder aan de hand van de feitelijke omstandigheden heeft kunnen vaststellen dat de partij aan wie wordt betekend daadwerkelijk niet meer op het betrokken adres woont.

De betekening aan de procureur des Konings is niet geldig indien de partij op verzoek van wie zij is verricht de gekozen woonplaats of, in voorkomend geval, de verblijfplaats van de geadresseerde kende.

- Betekening aan de gekozen woonplaats (artikel 39 van het Gerechtelijk Wetboek)

Wanneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft gekozen, mogen de betekening en de kennisgeving aan de gekozen woonplaats geschieden. Het gaat hier om een mogelijkheid en niet om een verplichting. Derhalve staat niets eraan in de weg dat de betekening, in het geval van een keuze van woonplaats, plaatsvindt aan de werkelijke woonplaats (in België) (Cass., 1e K., 26 februari 2010, J.T. 2010, nr. 6397, 371; Cass., 1e K., 10 mei 2012, R.W. 2012-13, 1212).

Er is slechts een uitzondering, namelijk wanneer de geadresseerde van wie de werkelijke woonplaats (of de maatschappelijke zetel) zich in het buitenland bevindt in België woonplaats heeft gekozen, moet de betekening, op straffe van nietigheid, plaatsvinden aan de gekozen woonplaats (artikel 40 van het Gerechtelijk Wetboek; zie ook Cass., 1e K., 9 januari 1997, R.W. 1997-98, 811: indien de partij op wier verzoek een betekening wordt verricht, de gekozen woonplaats van degene aan wie wordt betekend, kent, moet die partij het exploot op die plaats doen betekenen; het gaat niet om een mogelijkheid maar om een verplichting waarvan wordt aangenomen dat zij de openbare orde raakt).

Indien het afschrift aan de gekozen woonplaats ter hand wordt gesteld aan de lasthebber persoonlijk, dan wordt de betekening geacht aan de persoon te zijn gedaan. De betekening en de kennisgeving mogen niet meer aan de gekozen woonplaats geschieden, indien de lasthebber is overleden, indien hij er zijn woonplaats niet meer heeft, of indien hij er zijn bedrijf niet meer uitoefent.

Een keuze van woonplaats wordt verricht in het kader van een rechtsverhouding tussen partijen (d.w.z. in het kader van een procedure tussen partijen). Zij is dus alleen geldig tussen deze partijen en is beperkt tot deze rechtsverhouding. Het Hof van Cassatie heeft daarom geoordeeld dat de keuze van woonplaats in een akte van rechtspleging in eerste aanleg (bv. in de dagvaarding of de conclusies) alleen geldt voor de gehele procedure in eerste aanleg, voor de uitvoering van het vonnis dat erop volgt en voor het rechtsmiddel dat tegen het betrokken vonnis wordt aangewend (door de tegenpartij). Indien die keuze van woonplaats in een latere fase (bv. in de beroepsfase) niet is hernomen, geldt zij niet in die latere instantie (Cass., 1e K., 30 mei 2003, R.W. 2003-2004, 974; Cass., 2e K., 10 mei 2006, R.W. 2008-2009, 455; Cass., 1e K., 29 mei 2009, R.W. 2010-2011, 1561).

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen het begrip "gekozen woonplaats" en het begrip "referentieadres", dat hieronder wordt toegelicht.

Wat betreft de toepassing van de taalwetgeving (wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken) heeft de beslagrechter van Brugge ondubbelzinnig voor recht verklaard dat er geen rekening moet worden gehouden met de werkelijke woonplaats, maar wel met de plaats waar de betekening de facto heeft plaatsgevonden (hier de gekozen woonplaats) (beslagrechter, Brugge, 11 oktober 2006, T.G.R. 2010, blz. 95). In de desbetreffende zaak woonde zowel de eiser als de verweerder in het Franstalige landsgedeelte; de verweerder had niettemin woonplaats gekozen in het Nederlandstalige landsgedeelte. De verweerder werd (alleen in het Nederlands) gedagvaard om voor de beslagrechter in Brugge te verschijnen. Volgens de taalwetgeving moest de dagvaarding dus in het Nederlands zijn opgesteld. De vraag was of deze vergezeld moest gaan van een vertaling in het Frans, overeenkomstig artikel 38 van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken. De rechter was van oordeel dat er geen Franse vertaling bij de in het Nederlands opgestelde dagvaarding hoefde te worden gevoegd, aangezien alleen de plaats van betekening doorslaggevend is voor de keuze van de taal.

- Betekening wanneer er geen gekende woonplaats is (artikel 40 van het Gerechtelijk Wetboek)

"Ten aanzien van hen die in België geen gekende woonplaats, verblijfplaats, of gekozen woonplaats hebben, stuurt de gerechtsdeurwaarder bij een ter post aangetekende brief het afschrift van de akte aan hun woonplaats of aan hun verblijfplaats in het buitenland en met de luchtpost indien de plaats van bestemming niet in een aangrenzend land ligt, onverminderd enige andere wijze van toezending overeengekomen tussen België en het land waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben. De betekening wordt geacht te zijn verricht door de afgifte van de akte aan de postdienst tegen ontvangbewijs in de vormen die in dit artikel worden bepaald.

Heeft de betrokkene in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, verblijfplaats, noch gekozen woonplaats, dan wordt de betekening gedaan aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt; is of wordt er geen vordering voor de rechter gebracht, dan geschiedt de betekening aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de verzoeker zijn woonplaats heeft of, indien hij geen woonplaats in België heeft, aan de procureur des Konings te Brussel.

[...]

De betekeningen mogen altijd aan de persoon worden gedaan, indien deze in België wordt aangetroffen.

De betekening in het buitenland of aan de procureur des Konings is ongedaan indien de partij op wier verzoek ze verricht is, de woonplaats of de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt, in België of, in voorkomend geval in het buitenland, kende."

Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat het hier niet om een mogelijkheid gaat maar wel om een verplichting die de openbare orde raakt (Cass., 1e K., 9 januari 1997, R.W. 1997-1998, 811).

Wanneer de partij aan wie wordt betekend, aanvoert dat de tegenpartij bijvoorbeeld haar verblijfplaats kent en de eerstbedoelde partij zich dus beroept op de regel dat de betekening aan de procureur des Konings ongedaan is, moet die partij hiervan het bewijs leveren. De bewijslast rust bijgevolg op de partij aan wie wordt betekend (beslagrechter, Gent, 18 maart 2008, R.W. 2010-2011, 124).

- Bijzondere voorschriften inzake betekening (de artikelen 41 en 42 van het Gerechtelijk Wetboek).

- Betekeningen en kennisgevingen aan personen aan wie een bewindvoerder is toegevoegd, worden gedaan aan deze personen zelf en aan de woonplaats of verblijfplaats van de bewindvoerder, voor zover de betekening of de kennisgeving verband houdt met de opdracht van de bewindvoerder (artikel 499/12 van het Burgerlijk Wetboek).

Referentieadres: onder 'referentieadres' wordt verstaan "het adres van ofwel een natuurlijke persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister op de plaats waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd, ofwel een rechtspersoon en waar, met de toestemming van deze natuurlijke persoon of deze rechtspersoon, een natuurlijke persoon zonder vaste verblijfplaats is ingeschreven" (artikel 1, § 2, van de wet van 19 juli 1991).

De persoon zonder vaste verblijfplaats gebruikt als het ware het adres van de woonplaats van een andere persoon. De persoon die toestaat dat een natuurlijke persoon zijn adres gebruikt als referentieadres, verbindt zich ertoe alle voor die natuurlijke persoon bestemde documenten (bv. post) te laten toekomen aan die natuurlijke persoon; daarbij mag de eerstbedoelde persoon geen winst nastreven. Daarnaast kunnen er op het referentieadres bepaalde uitkeringen worden ontvangen (waarvoor de ontvangers een officieel adres moeten hebben; bv. gezinstoelagen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen). Om een leefloon te ontvangen, is het echter niet nodig om een referentieadres te hebben!

De volgende personen (zonder woonplaats of vaste verblijfplaats) kunnen gebruik maken van een referentieadres:

- personen die in een mobiele woning verblijven (bv. een boot, een woonwagen of een caravan; staancaravans zijn uitgesloten);

- personen die minder dan een jaar afwezig zijn voor studie- of zakenreizen buiten de gemeente;

- leden van het burgerpersoneel en het militair personeel van de krijgsmacht in garnizoen in het buitenland en hun gezin;

- personen die bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen verblijfplaats (meer) hebben.

Een referentieadres kan worden genomen bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een natuurlijke persoon.

Wanneer een persoon een referentieadres heeft, kan de gerechtsdeurwaarder op dat adres alle betekeningen verrichten; dat is dus anders dan bij het hierboven toegelichte begrip van gekozen woonplaats: de gerechtsdeurwaarder kan aan de gekozen woonplaats alleen de akten betekenen betreffende de rechtshandeling of de procedure waarvoor deze keuze van woonplaats is gedaan.

De gerechtsdeurwaarder mag op het referentieadres echter niet overgaan tot beslag jegens de persoon die daar zijn referentieadres heeft, aangezien deze persoon wordt geacht op dit referentieadres geen roerende goederen te hebben.

b) Kennisgeving

Artikel 46, §1:

"Ingeval de gerechtsbrief in gedrukte vorm wordt bezorgd, wordt de brief door de postdiensten ter hand gesteld aan de geadresseerde in persoon of aan diens woonplaats zoals bepaald in de artikelen 33, 34, 35 en 39. De persoon aan wie de brief ter hand wordt gesteld, tekent en dateert het ontvangstbewijs dat door de postdiensten aan de afzender wordt teruggezonden. Weigert die persoon te tekenen of te dateren, dan maakt de aangestelde van de postdiensten van die weigering melding onderaan op het ontvangstbewijs.

Ingeval de gerechtsbrief noch aan de geadresseerde in persoon noch aan diens woonplaats ter hand kan worden gesteld, laat de aangestelde van de postdiensten een bericht achter dat hij is langsgekomen. De brief wordt gedurende acht dagen bewaard op het postkantoor. Hij kan tijdens die termijn worden afgehaald door de geadresseerde in persoon of door de houder van een schriftelijke volmacht.

Wanneer evenwel de geadresseerde van de gerechtsbrief om de terugzending heeft verzocht van zijn briefwisseling of hij de bewaring ervan op het postkantoor heeft gevraagd wordt de brief tijdens de periode die wordt gedekt door het verzoek, teruggezonden naar of bewaard op het adres dat de geadresseerde heeft aangewezen.

De aan een gefailleerde geadresseerde brief wordt overhandigd aan de curator.

De Koning regelt de wijze waarop het derde tot het vijfde lid wordt toegepast.

[...]

§ 4. De minister bevoegd voor Justitie kan de in acht te nemen vormen en de bij de verzending van de gerechtsbrief te vermelden dienstaanwijzingen bepalen. Ligt de plaats van bestemming in het buitenland, dan wordt de gerechtsbrief vervangen door een ter post aangetekende brief, onverminderd de in internationale overeenkomsten bepaalde wijzen van overbrenging en de toepassing van de §§ 2 en 3.

Wanneer een eisende of verzoekende partij zulks verlangt in het exploot van rechtsingang of in het verzoekschrift, hetzij schriftelijk en ten laatste op het ogenblik van de eerste verschijning voor de rechter, worden de kennisgevingen bij gerechtsbrief vervangen door betekeningen, verricht op verzoek van de partij aan wie de betekening toekomt.

Artikel 46/1 De kennisgeving bij gewone brief aan een partij voor wie overeenkomstig de artikelen 728, 729, 729 of 729/1 een advocaat optreedt en die de griffie niet overeenkomstig artikel 729/1 heeft gemeld op te houden voor die partij op te treden, gebeurt door een gewone brief aan die advocaat."

Artikel 32 ter van het Gerechtelijk Wetboek schept een wettelijk kader voor kennisgevingen en mededelingen tussen een aantal actoren van justitie.

6 Is elektronische betekening of kennisgeving van stukken (betekening of kennisgeving van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken door middel van elektronische communicatiemiddelen op afstand, zoals e-mail, beveiligde toepassingen op het internet, fax, SMS, enz.) toegestaan in civiele procedures? Zo ja, in welke soorten procedures kan deze methode worden gebruikt? Zijn er beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid/toegankelijkheid van deze methode van betekening of kennisgeving van stukken die afhankelijk zijn van de persoon voor wie het stuk is bestemd (beoefenaar van een juridisch beroep, rechtspersoon, vennootschap of andere economische actor, enz.)?

In de nabije toekomst zal er een systeem voor elektronische betekening worden ontwikkeld. Het juridische kader hiervoor is reeds tot stand gebracht, maar is nog niet in werking getreden. De gerechtsdeurwaarders zullen in burgerlijke en strafzaken kunnen beslissen of zij hun exploot elektronisch betekenen dan wel of zij het aan de persoon zelf betekenen. Het territorialiteitsbeginsel zal blijven gelden.

In de praktijk zal de betekening plaatsvinden op een door de autoriteiten toegewezen gerechtelijk elektronisch adres of op een gekozen elektronisch adres. De betekening op het elektronische adres zal pas kunnen worden verricht wanneer de geadresseerde hiervoor uitdrukkelijk zijn toestemming heeft gegeven via zijn e-ID.

7 "Vervangende" betekening of kennisgeving

7.1 Voorziet het recht van deze lidstaat in andere mogelijke methoden van betekening of kennisgeving in gevallen waarin betekening of kennisgeving aan de persoon voor wie het stuk is bestemd, niet mogelijk is (bv. kennisgeving aan het adres, aan het kantoor van een deurwaarder, per post of door aanplakking)?

In de Belgische wetgeving zijn er nog meerdere andere methoden voor de toezending van stukken vastgesteld (zie het antwoord op vraag 5).

De normale wijze van toezending van een gerechtelijk stuk is de betekening bij deurwaardersexploot.

In artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek wordt de betekening omschreven als "de afgifte van een origineel of een afschrift van de akte; zij geschiedt bij gerechtsdeurwaardersexploot of, in de gevallen die de wet bepaalt, in de vormen die deze voorschrijft."

In de wetgeving is evenwel bepaald dat de toezending van stukken in bepaalde gevallen kan plaatsvinden in de vorm van een eenvoudige kennisgeving.

In artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek wordt de kennisgeving omschreven als "de toezending van een akte van rechtspleging in origineel of in afschrift; zij geschiedt langs de postdiensten of per elektronische post aan het gerechtelijk elektronisch adres of, in de gevallen die de wet bepaalt, per fax of in de vormen die de wet voorschrijft."

In artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken wordt bepaald dat de kennisgeving per post moet worden gedaan "bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze."

1. De belangrijkste wijzen van betekening

a. Betekening aan de persoon (de artikelen 33 en 34 van het Gerechtelijk Wetboek)

Artikel 33 van het Gerechtelijk Wetboek: "[d]e betekening geschiedt aan de persoon, wanneer het afschrift van de akte aan de geadresseerde zelf wordt ter hand gesteld. De betekening aan de persoon kan aan de geadresseerde worden gedaan op iedere plaats waar de gerechtsdeurwaarder hem aantreft. Indien de geadresseerde het afschrift van de akte weigert in ontvangst te nemen, stelt de gerechtsdeurwaarder die weigering vast op het origineel en de betekening wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan."

Artikel 34 van het Gerechtelijk Wetboek voegt hieraan het volgende toe: "[d]e betekening aan een rechtspersoon wordt geacht aan de persoon te zijn gedaan, wanneer het afschrift van de akte is ter hand gesteld aan het orgaan dat of de aangestelde die krachtens de wet, de statuten of een regelmatige opdracht bevoegd is om de rechtspersoon, zelfs samen met anderen, in rechte te vertegenwoordigen."

b. Betekening aan de woonplaats (artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek)

Artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek luidt als volgt: "[i]ndien de betekening niet aan de persoon kan worden gedaan, geschiedt zij aan de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde en, voor een rechtspersoon, aan de maatschappelijke of de administratieve zetel. Het afschrift van de akte wordt ter hand gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde. Het mag niet worden ter hand gesteld aan een kind dat geen volle zestien jaar oud is. […]"

Volgens artikel 36 van het Gerechtelijk Wetboek is de woonplaats "de plaats waar de persoon in de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf", terwijl de verblijfplaats "iedere andere vestiging [is], zoals de plaats waar de persoon kantoor houdt of een handels- of nijverheidszaak drijft."

c. Betekening door het achterlaten van een afschrift van het exploot (artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek)

In artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek wordt bepaald dat wanneer de betekening niet aan de persoon of aan de woonplaats kan worden gedaan "de betekening [dan geschiedt door] [...] het door de gerechtsdeurwaarder achterlaten aan de woonplaats of, bij gebrek aan een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, van een afschrift van het exploot onder gesloten omslag." Deze enveloppe moet bepaalde gegevens bevatten, die zijn opgesomd in artikel 44, eerste alinea, van het Gerechtelijk Wetboek.

Voorts is in artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek het volgende bepaald: "[u]iterlijk op de eerste werkdag die volgt op de betekening van het exploot, richt de gerechtsdeurwaarder hetzij aan de woonplaats, hetzij, bij gebreke van een woonplaats, aan de verblijfplaats van de geadresseerde, onder een ter post aangetekende omslag, een door hem ondertekende brief. Deze brief vermeldt de datum en het uur van de aanbieding, alsmede de mogelijkheid voor de geadresseerde persoonlijk, of voor de houder van een schriftelijke volmacht een afschrift van dit exploot af te halen op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder, tijdens een termijn van maximum drie maanden te rekenen vanaf de betekening."

d. Woonstkeuze (artikel 39 van het Gerechtelijk Wetboek)

Volgens artikel 39 van het Gerechtelijk Wetboek mogen "[w]anneer de geadresseerde bij een lasthebber woonplaats heeft gekozen, [...] de betekening en de kennisgeving aan die woonplaats geschieden. Wordt het afschrift aan de gekozen woonplaats ter hand gesteld aan de lasthebber persoonlijk, dan wordt de betekening geacht aan de persoon te zijn gedaan. De betekening en de kennisgeving mogen niet meer aan de gekozen woonplaats geschieden, indien de lasthebber overleden is, indien hij er zijn woonplaats niet meer heeft, of indien hij er zijn bedrijf niet meer uitoefent."

2. Kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs

Wanneer de akte aangetekend (met ontvangstbewijs) wordt verzonden en de geadresseerde niet op het op de zending vermelde adres kan worden gevonden, wordt op dat adres een bericht achtergelaten. In dat geval kan de zending gedurende een periode van 15 dagen, de dag van aanbieding niet meegerekend, worden afgehaald op de plaats die op het bericht is vermeld of op de tussen de post en de geadresseerde overeengekomen plaats.

7.2 Indien andere methoden worden toegepast: wanneer wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht te hebben plaatsgevonden?

Wanneer de akte aangetekend (met ontvangstbewijs) wordt verzonden en de geadresseerde niet op het op de zending vermelde adres kan worden gevonden, wordt op dat adres een bericht achtergelaten. In dat geval kan de zending gedurende een periode van 15 dagen, de dag van aanbieding niet meegerekend, worden afgehaald op de plaats die op de het bericht is vermeld of op de tussen de post en de geadresseerde overeengekomen plaats.

Wanneer de akte wordt verzonden in het kader van een betekening, moet op het exploot van betekening de datum van de betekening worden vermeld (artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek).

Wanneer de akte wordt verzonden in het kader van een kennisgeving, wordt in België een systeem van "dubbele datums" toegepast.

De datum die in aanmerking moet worden genomen ten aanzien van de afzender verschilt van die welke in aanmerking moet worden genomen ten aanzien van de geadresseerde.

Ten aanzien van de afzender geldt de datum van verzending als de datum van kennisgeving.

In artikel 53 bis van het Gerechtelijk Wetboek is vastgesteld dat, tenzij in de wet anders is bepaald, de termijnen ten aanzien van de geadresseerde beginnen te lopen op de eerste dag die volgt op de dag waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.

7.3 Indien een andere methode van betekening of kennisgeving inhoudt dat de stukken op een bepaalde plaats worden neergelegd (bv. op een postkantoor): hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, daarvan op de hoogte gebracht?

De methode 'betekening door afgifte van een afschrift van het exploot' is hierboven beschreven (zie 'Betekening door het achterlaten van een afschrift van het exploot'; artikel 38, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek).

7.4 Wat zijn de gevolgen wanneer de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, de betekening of kennisgeving weigert? Wordt de betekening of kennisgeving van de stukken geacht effectief te hebben plaatsgevonden wanneer de weigering niet rechtmatig was?

Wanneer de akte wordt verzonden in het kader van een betekening kan de geadresseerde zich daartegen niet verzetten, tenzij de in de artikelen 5 en 8 van Verordening (EG) nr. 1393/2007 vermelde weigeringsgrond van toepassing is (verplichte toevoeging van een vertaling).

Wanneer de akte wordt verzonden in het kader van een kennisgeving beginnen de termijnen ten aanzien van de geadresseerde volgens artikel 53 bis van het Gerechtelijk Wetboek te lopen op de eerste dag die volgt op de dag waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats. De geadresseerde kan zich dus niet verzetten tegen een kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs.

De geadresseerde van een kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs kan de geldigheid van deze kennisgeving echter later betwisten door te bewijzen dat hij noch zijn woonplaats, noch zijn verblijfplaats, noch zijn gekozen woonplaats had op het adres dat is vermeld op de aangetekende zending. De betekening per deurwaardersexploot is dus juridisch gezien veiliger dan de kennisgeving per aangetekende brief met ontvangstbewijs. In het geval van betekening verifieert de optredende gerechtsdeurwaarder immers het adres van de geadresseerde in het rijksregister van de natuurlijke personen. Bovendien kan de datum van de kennisgeving per aangetekende brief niet met zekerheid worden vastgesteld indien de geadresseerde het ontvangstbewijs niet heeft gedateerd en ondertekend bij de (eerste) aanbieding van de aangetekende brief aan zijn woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats. Omgekeerd wordt de datum van betekening steeds vermeld op het exploot van betekening.

Bovendien blijkt uit de voorstukken van de bovenvermelde Verordening (EG) nr. 1393/2007, en met name uit het door de Commissie op 11 juli 2005 ingediende voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, dat de wijziging van artikel 14 tot doel had "[…] voor alle lidstaten een uniforme regel betreffende postdiensten in te voeren […] [door] een uniforme voorwaarde […] [vast te stellen] (toezending bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze) [...]. Inachtneming van deze voorwaarde waarborgt met voldoende zekerheid dat degene voor wie het stuk is bestemd dit stuk daadwerkelijk heeft ontvangen en dat er van de ontvangst voldoende bewijs is." Het vereiste van een ontvangstbevestiging heeft tot doel de partijen rechtszekerheid te bieden. Volgens de voorstukken kan niet worden vastgesteld dat de geadresseerde het stuk heeft "ontvangen" wanneer hij de ontvangstbevestiging niet heeft ondertekend. De door artikel 53 bis van het Gerechtelijk Wetboek gekozen oplossing zou echter impliceren dat de kennisgeving wordt gedaan wanneer de akte wordt "aangeboden" aan de woonplaats, de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van de geadresseerde, zonder dat het nodig is dat het stuk hem daadwerkelijk wordt overhandigd of dat de ontvangstbevestiging wordt ondertekend.

8 Betekening of kennisgeving per post vanuit het buitenland (artikel 14 van de verordening inzake de betekening en de kennisgeving van stukken)

8.1 Indien de post een stuk moet afgeven dat in het buitenland is verzonden aan een persoon in deze lidstaat en waarvoor een ontvangstbevestiging is vereist (artikel 14 van de verordening), levert de post het stuk dan uitsluitend aan de persoon zelf voor wie het stuk is bestemd, of mag hij op grond van de nationale voorschriften inzake postbestelling het stuk ook aan een andere persoon afleveren op hetzelfde adres?

Volgens artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende reglementering van de postdienst wordt onder ingeschreven postzendingen verstaan: de aangetekende postzendingen en de postzendingen met aangegeven waarde.

In beginsel mogen aangetekende zendingen met ontvangstbewijs alleen aan de geadresseerde worden afgegeven na verificatie van zijn identiteit en tegen aftekening van het ontvangstbewijs (de artikelen 30 en 53 en, a contrario, artikel 54 van het reeds aangehaalde koninklijk besluit van 27 april 2007).

In artikel 57 van dat koninklijk besluit wordt bepaald dat "[i]ngeschreven postzendingen waarvan het adres een persoon aanduidt bij wie de geadresseerde woonplaats gekozen heeft, [...] aan die persoon afgegeven [mogen] worden."

Artikel 62 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 bepaalt dat "als geadresseerden van de aan vennootschappen, verenigingen, organismen, firma's en om het even welke collectiviteiten geadresseerde poststukken [worden] beschouwd, de personen die bevoegd zijn om de poststukken in ontvangst te nemen overeenkomstig de regelen van het gemeenrecht."

In artikel 58 wordt het volgende bepaald: "[i]ngeschreven postzendingen voor minderjarigen die geen 15 jaar oud zijn, worden afgegeven aan de personen onder wier gezag of hoede zij geplaatst zijn."

Ten slotte mogen aangetekende zendingen volgens artikel 65 "slechts aan een gevolmachtigde van de bestemmeling afgegeven worden op voorlegging van een postvolmacht waaruit formeel de bevoegdheid blijkt om de postzendingen te ontvangen."

8.2 Hoe kan de betekening of kennisgeving van stukken uit het buitenland in de zin van artikel 14 van Verordening nr. 1393/2007 krachtens de voorschriften inzake postbestelling van deze lidstaat, plaatsvinden wanneer noch de persoon voor wie het stuk is bestemd, noch een andere persoon (indien mogelijk volgens de nationale voorschriften inzake postbestelling — zie hierboven) op het afleveringsadres werd bereikt?

Postzendingen worden op het aangegeven adres afgegeven, behalve in het geval van kennelijke fouten (bv. een verkeerd gespelde straatnaam, onjuist verblijfplaatsnummer, kennelijk verkeerde postcode).

Indien de geadresseerde niet kan worden gevonden op het aangegeven adres, wordt de aangetekende zending niet overhandigd, tenzij de postzendingen in het kader van een dienst tot nazending, op een ander adres worden uitbedeeld (artikel 51 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende reglementering van de postdienst).

8.3 Is er in een specifieke termijn voorzien voor afhaling van de stukken op het postkantoor alvorens de stukken als niet-afgeleverd worden teruggezonden? Zo ja, hoe wordt de persoon voor wie de stukken zijn bestemd, op de hoogte gebracht van het feit dat hij of zij post kan afhalen op het postkantoor?

Overeenkomstig artikel 60 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende reglementering van de postdienst wordt "[b]ij vruchteloze aanbieding aan huis van de ingeschreven postzendingen [...] hiervan bericht achtergelaten. In dit geval kunnen postzendingen [...] worden afgehaald op de plaats die vermeld is op het bericht of op de plaats die overeengekomen is tussen […] [de postdienst] en de bestemmeling gedurende een termijn van 15 dagen, de dag van aanbieding niet inbegrepen."

In artikel 66 wordt bepaald dat "[d]e postzendingen die aan de geadresseerde niet konden worden bezorgd, [...] aan de afzender [worden] teruggezonden [...]. Aangetekende zendingen en boeken moeten steeds worden teruggezonden."

9 Is er een schriftelijk bewijs dat de betekening of kennisgeving heeft plaatsgevonden?

Met betrekking tot de betekening wordt in artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek bepaald dat degene aan wie het afschrift ter hand wordt gesteld het origineel voor ontvangst moet ondertekenen. Weigert hij te ondertekenen, dan maakt de deurwaarder daarvan melding in het exploot. Er zal dus alleszins een bewijs zijn van de betekening. Het is zeer moeilijk de vaststelling van een gerechtsdeurwaarder aan te vechten.

Wat de kennisgeving betreft, zal er uiteraard een schriftelijk bewijs zijn als zij geschiedt per aangetekende post. Ook voor de gerechtsbrief voorziet artikel 46 van het Gerechtelijk Wetboek in een ontvangstbewijs. Het bewijs wordt bewaard in het dossier van de rechtspleging.

10 Wat zijn de gevolgen indien er iets misloopt en de persoon voor wie het stuk is bestemd, het stuk niet ontvangt of indien de betekening of kennisgeving onrechtmatig plaatsvindt (bv. omdat de betekening of kennisgeving aan een derde werd verricht)? Kan de betekening of kennisgeving toch geldig zijn (bv. kan een onrechtmatigheid ongedaan worden gemaakt) of moet deze worden overgedaan?

Normaal gezien is er weinig kans dat de geadresseerde de akte niet ontvangt, daar de Belgische wetgeving uitgaat van een betekening aan de persoon zelf. Dit wil zeggen dat de gerechtsdeurwaarder het afschrift persoonlijk afgeeft aan de geadresseerde. De wet voorziet echter in gevallen waarbij de akte wordt betekend aan een derde (artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek) of wordt achtergelaten op een adres (artikel 38). In die gevallen is de betekening volledig rechtsgeldig ook al is zij niet aan de persoon zelf gedaan. Een persoon die het exploot rechtmatig heeft ontvangen conform artikel 35, en het niet doorgeeft of er niet voor zorgt dat de geadresseerde wordt ingelicht, kan daarvoor burgerlijk aansprakelijk worden gesteld. In de praktijk levert deze regeling zeer goede resultaten op.

Het is echter niet uit te sluiten dat de wet wordt geschonden bij de betekening of de kennisgeving (bv. het niet vermelden van bepaalde gegevens in het exploot). De procesrechtelijke sanctie voor een dergelijke onrechtmatige betekening of kennisgeving is de nietigheid van de proceshandeling of -akte. De regels met betrekking tot de nietigheid zijn neergelegd in de artikelen 860 tot en met 866 van het Gerechtelijk Wetboek.

Tot slot moet erop worden gewezen dat degene die de nietigheid heeft veroorzaakt aansprakelijk kan worden gesteld indien blijkt dat de nietigheid het gevolg is van zijn fout.

11 Moet er voor de betekening of kennisgeving worden betaald, en zo ja, hoeveel?

De gerechtsdeurwaarder krijgt een vergoeding voor zijn werk. De regeling voor deze vergoedingen is opgenomen in artikel 522, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.

De precieze tarieven, waarvan niet mag worden afgeweken, zijn vastgesteld in het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen (zie: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1976113030&table_name=wet).

Laatste update: 19/12/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website