Geringe vorderingen

Slovenië

Inhoud aangereikt door
Slovenië

BEVOEGDE GERECHTEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Slovenië

Europese grensoverschrijdende procedures - Geringe vorderingen


*verplichte invoer

Artikel 25, lid 1, onder a), Bevoegde gerechten

De hieronder vermelde gerechten zijn bevoegd om een beslissing te geven in een Europese procedure voor geringe vorderingen.

In burgerlijke zaken zijn de plaatselijke rechtbanken bevoegd (artikel 30 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Uradni list RS (Staatsblad van de Republiek Slovenië; UL RS) nrs. 73/07 — officiële geconsolideerde tekst, 45/08 — 45/08 – Arbitragewet (ZArbit), 111/08 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 57/09 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 12/10 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 50/10 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 107/10 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 75/12 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 40/13 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 92/13 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 10/14 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 48/15 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 6/17 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, en 10/17; hierna "ZPP" genoemd) en in handelszaken zijn de districtsrechtbanken bevoegd (artikel 32 ZPP). De artikelen 480 tot en met 484 ZPP bevatten de regels inzake handelsgeschillen. De tekst van het ZPP is beschikbaar op de website van het rechtsinformatiesysteem van de Republiek Slovenië: http://pisrs.si/Pis.web/pregledPredpisa?id=ZAKO1212

Artikel 25, lid 1, onder b), Communicatiemiddelen

De communicatiemiddelen die overeenkomstig artikel 4, lid 1, ten behoeve van de Europese procedure voor geringe vorderingen worden aanvaard en die de gerechten ter beschikking staan:

- het standaard vorderingsformulier A (bijlage I) wordt per post of met behulp van communicatietechnologie (bv. fax) schriftelijk bij het bevoegde gerecht ingediend, dan wel rechtstreeks of per koerierdienst afgeleverd bij het bevoegde gerecht (artikel 105, onder b), ZPP).

Verzoekschriften kunnen nog niet elektronisch worden ingediend.

Artikel 25, lid 1, onder c), Autoriteiten of organisaties die praktische bijstand verlenen

De autoriteiten of organisaties die bevoegd zijn om overeenkomstig artikel 11 praktische bijstand te verlenen:

het justitieel personeel van het bevoegde gerecht verleent gratis praktische bijstand bij het invullen van formulieren en verstrekt algemene informatie over de procedure. Praktische bijstand voor consumenten wordt ook verleend door het Europees Centrum voor de consument, Kotnikova 5, 1000 Ljubljana, e-mail: epc.mgrt@gov.si, tel.: (01) 400 37 29, website: https://www.epc.si/.

Consumenten kunnen ook kosteloze rechtsbijstand aanvragen en krijgen, mits zij voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de wet betreffende kosteloze rechtsbijstand (UL RS nrs. 96/04 - officiële geconsolideerde tekst, 23/05, 15/14 - Beslissing van het Grondwettelijk Hof en 19/15; hierna "ZBPP" genoemd). Kosteloze rechtsbijstand kan worden verleend in de vorm van juridisch advies, vertegenwoordiging in rechte en andere in de ZBPP vermelde juridische diensten alsook in de vorm van een vrijstelling van betaling van gerechtskosten.

Artikel 25, lid 1, onder d), Middelen voor elektronische betekening en kennisgeving en elektronische communicatie, en middelen om aanvaarding van het gebruik ervan kenbaar te maken

De middelen voor elektronische betekening en kennisgeving die technisch beschikbaar zijn en toelaatbaar zijn overeenkomstig artikel 13, leden 1, 2 en 3, en de middelen om voorafgaande aanvaarding van het gebruik van elektronische middelen kenbaar te maken overeenkomstig artikel 13, leden 1 en 2:

de in artikel 5, leden 2 en 6, bedoelde stukken en de op grond van artikel 7 gegeven beslissingen worden betekend of ter kennis gebracht overeenkomstig het ZPP.

In de artikelen 132 tot en met 150 ZPP worden de betekening en kennisgeving van stukken en de inzage in dossiers geregeld.

Artikel 132 ZPP voorziet in verschillende wijzen van betekening en kennisgeving van stukken - per post, via beveiligde e-mail, door een griffier, in de rechtbank of op een andere, in de wet vastgestelde wijze (betekening of kennisgeving door een natuurlijke of rechtspersoon die deze activiteit beroepshalve uitoefent).

Aangezien de elektronische betekening of kennisgeving in burgerlijke zaken nog niet mogelijk is, worden gerechtelijke stukken in burgerlijke procedures fysiek betekend of ter kennis gebracht, meestal per post.

Tijdstip en plaats van betekening of kennisgeving van stukken: overdag tussen 6.00 en 22.00 uur, of 24 uur per dag per e-mail (artikel 139, lid 1, ZPP).

Artikel 25, lid 1, onder e), Personen of beroepscategorieën die verplicht zijn betekening en kennisgeving van documenten en andere schriftelijke communicatie met elektronische middelen te aanvaarden

De personen of, in voorkomend geval, beroepscategorieën die wettelijk verplicht zijn de betekening of kennisgeving van stukken of andere schriftelijke mededelingen met elektronische middelen te aanvaarden overeenkomstig artikel 13, leden 1 en 2:

aangezien de elektronische betekening of kennisgeving in burgerlijke zaken nog niet mogelijk is, worden gerechtelijke stukken in burgerlijke procedures fysiek betekend of ter kennis gebracht, meestal per post.

Zodra de elektronische betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken technisch haalbaar wordt, zullen de gerechten gerechtelijke stukken altijd langs elektronische weg (naar een beveiligde mailbox) toezenden aan nationale autoriteiten, advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, taxateurs, tolken, curatoren of andere personen of instanties die vanwege de aard van hun werkzaamheden worden geacht betrouwbaar te zijn.

Het Hooggerechtshof van de Republiek Slovenië moet een lijst opstellen van personen en instanties die vanwege de aard van hun werkzaamheden worden geacht betrouwbaar te zijn en moet die lijst op zijn website (portaal e-Sodstvo) publiceren. De personen en instanties op die lijst moeten een beveiligde mailbox aanmaken en het adres daarvan naar het Hooggerechtshof sturen en moeten het Hooggerechtshof ook op de hoogte brengen van eventuele wijzigingen van dat adres. Het adres op de lijst wordt geacht het officiële adres van de beveiligde mailbox te zijn.

Artikel 25, lid 1, onder f), Gerechtskosten en betaalwijzen

De gerechtskosten voor de Europese procedure voor geringe vorderingen en de wijze waarop die worden berekend en de betaalwijzen die worden aanvaard voor de betaling van gerechtskosten overeenkomstig artikel 15 bis:

het bedrag van de gerechtskosten is vastgesteld in de wet inzake gerechtskosten (UL RS nrs. 37/08, 97/10, 63/13, 58/14 – Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 19/15 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 30/16, 10/17 — ZPP-E, 11/18 — ZIZ-L en 35/18 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof; hierna "ZST-1" genoemd). Voor de Europese procedure voor geringe vorderingen moeten dezelfde gerechtskosten worden betaald als voor de nationale vereenvoudigde procedures.

Voor de Europese procedure voor geringe vorderingen wordt er een eenmalige vergoeding betaald, waarvan het bedrag afhankelijk is van de waarde van het voorwerp van het geding.

De waarde van het voorwerp van het geding bedraagt ............ EUR of minder

De gerechtskosten bedragen ............. EUR

300

54

600

78

900

102

1 200

126

1 500

150

2 000

165

2 500

180

3 000

195

3 500

210

4 000

225

4 500

240

5 000

255

De eiser moet de bovengenoemde vergoeding aan het begin van de Europese procedure voor geringe vorderingen betalen. De vergoeding kan vooraf worden betaald, d.w.z. op het ogenblik dat de eiser het inleidend verzoekschrift indient. De eiser kan na de indiening van het verzoekschrift bij het gerecht ook wachten tot het gerecht hem een betalingsopdracht toezendt die, naast het bedrag van de te betalen vergoeding, ook andere informatie bevat die nodig is voor de uitvoering van de betaling (zoals de betalingstermijn).

De partijen kunnen de gerechtskosten betalen door gebruik te maken van betaalwijzen op afstand, die hen ook in staat stellen de betaling te verrichten vanuit een andere lidstaat dan die waar het gerecht is gevestigd. De desbetreffende betaalwijzen zijn:

a) bankoverschrijving;

b) betaling met een krediet- of debetkaart, of

c) automatische afschrijving van de bankrekening van de eiser.

Krachtens artikel 6 ZST-1 kunnen de gerechtskosten in de Europese procedure voor geringe vorderingen contant, elektronisch of op een andere geldige wijze worden betaald.

In de praktijk worden gerechtskosten momenteel alleen betaald via bankoverschrijvingen, hoewel ook kaartbetalingen aan de kas van het gerecht mogelijk zijn.

Alle banken hebben een eigen online betaaldienst voor elektronische betalingen. In het geval van elektronische betaling via internetbankieren moeten de gerechtskosten worden overgemaakt op rekeningen die speciaal voor dit doel door de gerechten worden aangehouden en waarvan de gegevens worden gepubliceerd op de websites van de verschillende gerechten. Links naar de websites van de bevoegde gerechten, met de rekeninggegevens en andere informatie die nodig is voor de betaling van gerechtskosten, zijn te vinden onder punt a) van de contactgegevens van elk afzonderlijk gerecht.

Artikel 25, lid 1, onder g), Beroepsprocedure en voor beroep bevoegde gerechten

Het beroep dat overeenkomstig artikel 17 mogelijk is, de termijn waarbinnen dit beroep dient te worden ingesteld en het gerecht waarbij dit beroep moet worden ingesteld:

het beroep moet worden ingesteld binnen acht dagen na de betekening of kennisgeving van de beslissing (artikel 458 ZPP). Het beroep moet worden ingesteld bij het gerecht dat de betrokken beslissing in eerste aanleg heeft gegeven (plaatselijke rechtbank) (artikel 342 ZPP).

In handelszaken moet het beroep worden ingesteld binnen acht dagen na de betekening of kennisgeving van de beslissing (artikel 458 juncto de artikelen 480 en 496 ZPP). Het beroep moet worden ingesteld bij het gerecht dat de betrokken beslissing in eerste aanleg heeft gegeven (districtsrechtbank) (artikel 342 ZPP).

De gerechtshoven (višja sodišča) doen uitspraak over de ingestelde beroepen (de artikelen 35 en 333 ZPP).

Artikel 25, lid 1, onder h), Procedure voor heroverweging van de beslissing en voor heroverweging bevoegde gerechten

De procedures voor een verzoek om heroverweging als bedoeld in artikel 18 en de gerechten die voor deze heroverweging bevoegd zijn:

het rechtsmiddel waarover de partij beschikt, is een verzoek tot herstel van een vroegere toestand (artikel 116 ZPP). Wanneer het gerecht een dergelijk verzoek toewijst, wordt de zaak hersteld in de situatie die bestond voordat het verzuim zich voordeed en worden alle uit het verzuim voortvloeiende beslissingen van het gerecht ingetrokken.

Indien er zes maanden zijn verstreken sinds het verzuim, is het rechtsmiddel waarover de partij beschikt een verzoek om heropening van de afgesloten procedure overeenkomstig artikel 394, lid 3, ZPP.

In beide gevallen is het bevoegde gerecht het gerecht dat de betrokken beslissing heeft gegeven.

Artikel 25, lid 1, onder i), Aanvaarde talen

De talen die ingevolge artikel 21 bis, lid 1, worden aanvaard:

de officiële talen zijn het Sloveens en de twee nationale minderheidstalen die officieel worden gebruikt door de gerechten van de gebieden waar de desbetreffende minderheden wonen (de artikelen 6 en 104 ZPP). De nationale minderheidstalen zijn het Italiaans en het Hongaars.

De etnisch gemengde gebieden zijn omschreven in de wet betreffende de oprichting van gemeenten en de grenzen van gemeenten (UL RS nrs. 108/06 — officiële geconsolideerde tekst en 9/11; hierna "ZUODNO" genoemd). Volgens artikel 5 ZUODNO zijn de etnisch gemengde gebieden omschreven in de huidige gemeentelijke verordeningen van Lendava, Hodoš-Šalovci, Moravske Toplice, Koper, Izola en Piran.

Artikel 25, lid 1, onder j), Voor tenuitvoerlegging bevoegde instanties

De instanties die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging en de instanties die bevoegd zijn voor de toepassing van artikel 23:

de plaatselijke rechtbanken (artikel 5 van de wet inzake de tenuitvoerlegging en zekerheidstelling van burgerlijke vorderingen (UL RS nrs. 3/07 — officiële geconsolideerde tekst, 93/07, 37/08 — ZST-1, 45/08 — Arbitragewet (ZArbit), 28/09, 51/10, 26/11, 17/13 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 45/14 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 53/14, 58/14 – Beslissing van het Grondwettelijk Hof, 54/15, 76/15 — Beslissing van het Grondwettelijk Hof, en 11/18). Deze gerechten zijn ook bevoegd voor de toepassing van artikel 23.

Laatste update: 26/02/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website