Geringe vorderingen

Nederland

Inhoud aangereikt door
Nederland

Artikel 25, lid 1, onder a), Bevoegde gerechten

Zaken betreffende Europese geringe vorderingen worden behandeld en beslist door de kantonrechter.

Artikel 25, lid 1, onder b), Communicatiemiddelen

In het huidige artikel 33 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is elektronische indiening van een vorderingsformulier toegelaten voor zover het procesreglement van de rechtbank hierin voorziet. Op dit moment voorziet nog geen van de rechtbanken in deze mogelijkheid. Alleen de volgende wijzen van indiening zijn toegelaten:

- per post;

- door indiening ter griffie van de rechtbank.

In samenhang met nog in werking te treden wetgeving inzake de vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (o.a. nieuw artikel 30 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) is in de Uitvoeringswet alvast een regeling voor elektronische indiening opgenomen. Deze bepaling zal waarschijnlijk op een later moment in werking treden.

Het nieuwe artikel 30c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat een procesinleiding langs elektronische weg wordt ingediend. Op grond van het vierde lid van dit artikel zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte, tenzij zij worden vertegenwoordigd door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, niet verplicht stukken langs elektronische weg in te dienen.

Rechtstreekse elektronische indiening van een proces inleidend stuk vanuit een andere lidstaat zal nog niet mogelijk zijn. Voor partijen uit een andere lidstaat met een professionele procesvertegenwoordiger in Nederland is elektronische indiening wel aan de orde. Mocht een buitenlandse partij zonder procesvertegenwoordiger wensen te procederen, dan blijft de papieren weg aangewezen.

Artikel 25, lid 1, onder c), Autoriteiten of organisaties die praktische bijstand verlenen

Praktische bijstand kan worden verleend door het Juridisch Loket en meer specifiek door het Europees Consumenten Centrum, dat bij het Juridisch Loket is ondergebracht.

Zie http://www.eccnederland.nl en http://www.juridischloket.nl.

Artikel 25, lid 1, onder d), Middelen voor elektronische betekening en kennisgeving en elektronische communicatie, en middelen om aanvaarding van het gebruik ervan kenbaar te maken

De betekening of kennisgeving op grond van artikel 13, eerste lid, van de verordening en de schriftelijke communicatie op grond van artikel 13, tweede lid, van de verordening vinden plaats overeenkomstig artikel 30 e van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. In Nederland zal na inwerkingtreding van de hiervoor genoemde wetgeving het uitgangspunt gelden dat elektronisch wordt geprocedeerd.

Op grond van artikel 30e worden ook andere dan in te dienen stukken langs elektronische weg ter beschikking gesteld, alsmede andere berichten tussen het gerecht en partijen, tenzij artikel 30c, vijfde lid, van toepassing is. Artikel 30c, vijfde lid, bepaalt, dat de partij die niet verplicht is tot en geen gebruik maakt van stukkenwisseling langs elektronische weg, gebruik maakt van de papieren weg.

Voor een partij met woon- of verblijfplaats in een andere lidstaat geldt dat op grond van de wetgeving inzake de vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht het technisch nog niet mogelijk is om rechtstreeks stukken in te dienen (zie hiervoor onder b) en verder te wisselen via het digitale systeem van de gerechten. Er bestaat voor ondernemingen naar buitenlands recht evenmin als voor natuurlijke personen een verplichting tot elektronisch procederen. Wanneer een partij uit een andere lidstaat een procesvertegenwoordiger hier te lande heeft, zal wel elektronisch geprocedeerd worden en daarmee door het gerecht de in artikel 13, eerste lid, genoemde stukken elektronisch betekend kunnen worden of kunnen worden kennisgegeven.

Jegens een partij die niet tot elektronisch procederen verplicht is en geen procesvertegenwoordiger heeft, zal de betekening of kennisgeving per post geschieden.

Artikel 25, lid 1, onder e), Personen of beroepscategorieën die verplicht zijn betekening en kennisgeving van documenten en andere schriftelijke communicatie met elektronische middelen te aanvaarden

Zie de informatie hiervoor onder d.

Artikel 25, lid 1, onder f), Gerechtskosten en betaalwijzen

Uitsluitend degene die de vordering indient bij de kantonrechter is griffierecht verschuldigd. De gedaagde hoeft geen griffierecht te voldoen. Voor de hoogte van het verschuldigde griffierecht wordt, voor zover hier van belang, in Nederland een onderscheid gemaakt tussen

- vorderingen van minder dan € 500 of van onbepaalde waarde en

- vorderingen met een waarde van tussen € 500 en € 12.500.

Er gelden drie vaste tarieven. Bepalend voor de vraag welk tarief van toepassing is, is of een eiser een niet natuurlijk persoon (rechtspersoon) is, een natuurlijk persoon is of een natuurlijk persoon met geringe financiële draagkracht is.

Zie voor de tarieven http://www.rechtspraak.nl

Bij de gerechten in Nederland (de Rechtspraak) kan betaling op afstand plaatsvinden via een bankoverschrijving. Op de griffienota die wordt verzonden door het gerecht staat standaard het bankrekeningnummer van de Rechtspraak vermeld. De verschuldigde gerechtskosten moeten op deze rekening worden gestort.

Artikel 25, lid 1, onder g), Beroepsprocedure en voor beroep bevoegde gerechten

Tegen de beslissing van de kantonrechter staat - overeenkomstig de nationale beroepsregeling -hoger beroep open bij het gerechtshof voor Europese geringe vorderingen vanaf € 1750. De termijn voor het instellen van beroep bedraagt 30 dagen vanaf de dag van de beslissing.

Zie voor informatie over de gerechtshoven in Nederland: http://www.rechtspraak.nl.

Artikel 25, lid 1, onder h), Procedure voor heroverweging van de beslissing en voor heroverweging bevoegde gerechten

De verweerder kan de kantonrechter die een beslissing over een Europese geringe vordering heeft gegeven verzoeken om heroverweging van die beslissing op de gronden, genoemd in artikel 18, eerste lid, van de verordening. Dit verzoek dient binnen de in het tweede lid van artikel 18 genoemde termijn van 30 dagen te worden gedaan.

Artikel 25, lid 1, onder i), Aanvaarde talen

Een door een gerecht van een andere lidstaat verstrekt certificaat als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de verordening wordt gesteld of vertaald in de Nederlandse taal.

Artikel 25, lid 1, onder j), Voor tenuitvoerlegging bevoegde instanties

De instanties die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging van een beslissing over een Europese geringe vordering zijn de Nederlandse gerechtsdeurwaarders.

Voor de instanties bevoegd voor de toepassing van artikel 23 Verordening 861/2007, zie artikel 8 Uitvoeringswet Europese procedure voor geringe vorderingen.

Artikel 8 Uitvoeringswet Europese procedure voor geringe vorderingen:

Op verzoeken inzake de tenuitvoerlegging als bedoeld in de artikelen 22 en 23 van de verordening is artikel 438 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

1.Geschillen die in verband met een executie rijzen, worden gebracht voor de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn, of in welker rechtsgebied de inbeslagneming plaatsvindt, zich een of meer van de betrokken zaken bevinden of de executie zal geschieden.

2. Tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad kan het geschil ook worden gebracht in kort geding voor de voorzieningenrechter van de volgens het eerste lid bevoegde rechtbank. Onverminderd zijn overige bevoegdheden kan de voorzieningenrechter desgevorderd de executie schorsen voor een bepaalde tijd of totdat op het geschil zal zijn beslist, dan wel bepalen dat de executie slechts tegen zekerheidstelling mag plaatsvinden of worden voortgezet. Hij kan beslagen, al of niet tegen zekerheidstelling, opheffen. Hij kan gedurende de executie herstel bevelen van verzuimde formaliteiten met bepaling welke op het verzuim gevolgde formaliteiten opnieuw moeten worden verricht en te wiens laste de kosten daarvan zullen komen. Hij kan bepalen dat een in het geding geroepen derde de voortzetting van de executie moet gedogen dan wel zijn medewerking daaraan moet verlenen, al dan niet tegen zekerheidstelling door de executant.

3. Voor zover de zaak zich niet leent voor behandeling in kort geding, kan de voorzieningenrechter in plaats van de vordering af te wijzen de zaak op verlangen van de eiser verwijzen naar de rechtbank met bepaling van de dag waarop zij op de rol moet komen. Tegen een gedaagde die op voormeld tijdstip niet verschijnt en ook voor de voorzieningenrechter niet bij advocaat is verschenen, wordt slechts verstek verleend, zo hij tegen dit tijdstip bij exploit is opgeroepen met inachtneming van de voor dagvaarding voorgeschreven termijn, dan wel van de termijn die op verlangen van de eiser door de voorzieningenrechter bepaald is.

4. De deurwaarder die met de executie is belast en daarbij op een bezwaar stuit dat een onverwijlde voorziening nodig maakt, kan zich met een daarvan door hem opgemaakt procesverbaal bij de voorzieningenrechter vervoegen ten einde deze in kort geding tussen de betrokken partijen te doen beslissen. De voorzieningenrechter zal de behandeling aanhouden tot de partijen zijn opgeroepen, tenzij hij, gelet op de aard van het bezwaar, een onmiddellijke beslissing geboden acht. De deurwaarder die zijn voormelde bevoegdheid zonder instemming van de executant uitoefent, kan persoonlijk in de kosten worden veroordeeld, indien deze uitoefening nodeloos was.

5. Verzet tegen de executie door een derde geschiedt door dagvaarding van zowel de executant als de geëxecuteerde.

De leden 3 en 5 zullen worden gewijzigd in verband met de nog in werking te treden wetgeving inzake de vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht:

3. Voor zover de zaak zich niet leent voor behandeling in kort geding, kan de voorzieningenrechter in plaats van de vordering af te wijzen de zaak op verlangen van de eiser verwijzen naar de rechtbank. De rechtbank waarnaar verwezen wordt, bepaalt onverwijld de datum voor de volgende proceshandeling. Tegen een verweerder die op voormeld tijdstip niet verschijnt en ook voor de voorzieningenrechter niet bij advocaat is verschenen, wordt slechts verstek verleend, indien hij tegen dit tijdstip bij exploot is opgeroepen met inachtneming van de voor verschijning voorgeschreven termijn, dan wel van de termijn die op verlangen van de eiser door de voorzieningenrechter bepaald is.

5. Verzet tegen de executie door een derde geschiedt door zowel de executant als de geëxecuteerde op te roepen.

Laatste update: 28/11/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.