Wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken

BEVOEGDE GERECHTEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Slowakije

Europese grensoverschrijdende procedures — Europese beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken


*verplichte invoer

Artikel 17 - Informatie die ter beschikking van het publiek wordt gesteld

1. Soorten verplichtingen/verboden die uit hoofde van een beschermingsmaatregel worden opgelegd (inhoud van de beschermingsmaatregel)

a) Dringende maatregelen kunnen worden opgelegd op grond van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (artikel 324 e.v.). Uit hoofde van een dringende maatregel kan een partij bijvoorbeeld worden gelast om:

i) het huis of appartement waar een persoon woont, tijdelijk niet te betreden wanneer een redelijk vermoeden bestaat dat die partij geweld zal plegen tegen die persoon; het huis of appartement, de arbeidsplaats of een andere plaats waar een persoon woont, verblijft of regelmatig komt, niet of slechts in beperkte mate te betreden wanneer de fysieke of psychische integriteit van die persoon wordt bedreigd door de handelingen van die partij; geheel of gedeeltelijk geen schriftelijk, telefonisch, elektronisch of op enige andere wijze contact op te nemen met een persoon, wanneer de fysieke of psychische integriteit van die persoon door dergelijke handelingen zou kunnen worden bedreigd; een persoon niet binnen een bepaalde afstand of slechts in beperkte mate te benaderen wanneer de fysieke of psychische integriteit van die persoon zou kunnen worden bedreigd door de handelingen van die partij.

ii) In artikel 325, lid 2, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn in de punten e) tot en met h) voorbeelden opgenomen van de meest voorkomende soorten dringende maatregelen. Dit betekent dat de lijst van dringende maatregelen niet wettelijk beperkt is en dat een rechtbank ook andere soorten dringende maatregelen kan opleggen. Een rechtbank kan dus dringende maatregelen opleggen die soortgelijk zijn aan de beschermingsmaatregelen van artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) nr. 606/2013 betreffende de wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken, alsmede alle andere maatregelen die noodzakelijk en passend worden geacht.

b) Op grond van de politiewet kan de politie bijvoorbeeld:

i) een persoon verplichten bepaalde plaatsen niet te betreden, er niet te verblijven of er zich niet op te houden (artikel 27); deze verplichting mag niet langer duren dan nodig is (dus alleen een periode die strikt noodzakelijk is);

ii) een persoon uit een gemeenschappelijke woning zetten (artikel 27 bis). Op grond van de politiewet kan een politieagent een persoon uitzetten uit een appartement, huis of andere ruimte waar die persoon samenwoont met een bedreigde persoon, en die persoon gelasten de onmiddellijke omgeving (gemeenschappelijke woning) te verlaten, indien er feiten zijn vastgesteld die erop wijzen dat die persoon zou kunnen handelen op een wijze die gericht is tegen het leven, de gezondheid of de vrijheid van de bedreigde persoon of zich schuldig zou kunnen maken aan een bijzonder ernstige schending van de menselijke waardigheid van de bedreigde persoon, met name in het licht van eerdere dergelijke geweldsuitbarstingen. De uitzetting uit de gemeenschappelijke woning gaat momenteel gepaard met een verbod voor de uitgezette persoon om de gemeenschappelijke woning te betreden gedurende een periode van tien dagen vanaf de datum van uitzetting. Een politieagent is gemachtigd om een bevel tot uitzetting van een persoon uit de gemeenschappelijke woning uit te vaardigen, zelfs in zijn of haar afwezigheid. Tijdens de duur van de uitzetting uit de gemeenschappelijke woning is het de uitgezette persoon verboden om binnen een straal van 10 meter van de bedreigde persoon te komen.

2. Aard van de autoriteit die de maatregel gelast

a) De voorlopige beslissing wordt gegeven door een rechterlijke instantie (een burgerlijke rechtbank).

b) Het bevel tot uitzetting uit de gemeenschappelijke woning wordt gegeven door een administratieve instantie – NB: dit is niet de administratieve autoriteit die garanties biedt met betrekking tot onpartijdigheid en het recht van elke partij om te worden gehoord. Het bevel tot uitzetting uit de gemeenschappelijke woning is niet vatbaar voor beroep of rechterlijke toetsing.

3. Mogelijke maximale duur van de maatregel

a) Een dringende maatregel is over het algemeen niet beperkt in de tijd. Volgens de bepalingen van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering (artikel 330, lid 1, en artikel 336, lid 1, eerste zin) kan een rechtbank de beslissing echter wel in de tijd beperken. Een dringende maatregel wordt opgeheven indien de beschermde persoon niet het nodige doet om een beslissing ten gronde te verkrijgen (geen rechtsvordering instelt), of indien het verzoek om een beslissing ten gronde wordt geweigerd of afgewezen, of indien de rechtsvordering is geweigerd of afgewezen, of indien de procedure ten gronde is geschorst (wetboek van burgerlijke rechtsvordering – artikel 336, leden 3 en 4). Een dringende maatregel wordt ook opgeheven zodra de rechtbank de rechtsvordering ten gronde heeft toegewezen (wetboek van burgerlijke rechtsvordering – artikel 337, lid 3).

b) De duur is beperkt (strikt noodzakelijke termijn, d.w.z. 48 uur in geval van detentie en 10 dagen in geval van uitzetting uit de gemeenschappelijke woning). Het effect van het door de politie uitgevaardigde bevel tot uitzetting uit de gemeenschappelijke woning kan echter worden verlengd door de indiening van een verzoek om een dringende maatregel (zie hieronder). Het bevel tot uitzetting uit de gemeenschappelijke woning wordt opgeheven zodra een dringende maatregel wordt gelast of een burgerlijke rechtbank de rechtsvordering afwijst.

4. Nationaal uitvoeringssysteem voor de tenuitvoerlegging van de beschermingsmaatregel

a) Een dringende maatregel kan (indien nodig) onmiddellijk na kennisgeving aan de verdachte ten uitvoer worden gelegd. De tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder is noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van de beslissing. De gerechtsdeurwaarder heeft het recht om een geldboete op te leggen aan een persoon die ervan wordt verdacht een voorlopige maatregel niet na te leven (wetboek tenuitvoerlegging – artikel 192).

b) De politie kan geweld gebruiken om het verzet van een gewelddadige persoon te breken en deze persoon te dwingen de gemeenschappelijke woning te verlaten (politiewet – artikel 51) of om andere politiebevelen ten uitvoer te leggen om de veiligheid van personen te waarborgen.

5. Sancties bij niet-naleving van de maatregel

a) In geval van niet-naleving van een dringende maatregel wordt de verdachte gestraft met een gevangenisstraf van één tot vijf jaar (wetboek van strafrecht – artikel 349). De intentie om het strafbare feit (schending van de bij het beschermingsbevel opgelegde verplichting) te plegen, moet echter wel worden bewezen. Zie ook het antwoord in punt 4, onder a).

b) Zie het antwoord in punt 4, onder b).

Artikel 18, onder a)(i) - de instanties die bevoegd zijn beschermingsmaatregelen te gelasten en het certificaat af te geven overeenkomstig artikel 5

De instanties die bevoegd zijn om in de Slowaakse Republiek beschermingsmaatregelen te gelasten, zijn alle districtsrechtbanken. Alle districtsrechtbanken hebben dezelfde bevoegdheid om een certificaat af te geven overeenkomstig artikel 5 van de verordening.

Artikel 18, onder a)(ii) - de instanties waarvoor men zich kan beroepen op een in een andere lidstaat gelaste beschermingsmaatregel en/of die bevoegd zijn om een beschermingsmaatregel ten uitvoer te leggen

De instantie waarvoor men zich kan beroepen op in een andere lidstaat gelaste beschermingsmaatregelen is de districtsrechtbank Bratislava III. De politie en gerechtsdeurwaarders zijn bevoegd om deze maatregelen ten uitvoer te leggen.

Artikel 18, onder a)(iii) - de instanties die bevoegd zijn voor het aanpassen van een beschermingsmaatregel overeenkomstig artikel 11, lid 1

De districtsrechtbank Bratislava III is de bevoegde instantie om de beschermingsmaatregelen aan te passen in overeenstemming met artikel 11, lid 1, van de verordening.

Artikel 18, onder a)(iv) - de rechterlijke instanties bij wie overeenkomstig artikel 13 het verzoek tot weigering van erkenning en, in voorkomend geval, van tenuitvoerlegging wordt ingediend

Het verzoek tot weigering van de erkenning of tenuitvoerlegging moet worden ingediend bij de districtsrechtbank Bratislava III.

Artikel 18, onder b) - de taal die wordt/de talen die worden aanvaard voor de in artikel 16, lid 1, bedoelde vertalingen

De talen die worden aanvaard, zijn het Slowaaks en Tsjechisch.

Laatste update: 04/02/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website