Wederzijdse erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken

BEVOEGDE GERECHTEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Frankrijk

Europese grensoverschrijdende procedures — Europese beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken


*verplichte invoer

Artikel 17 - Informatie die ter beschikking van het publiek wordt gesteld

Sinds de invoering van Wet nr. 2010-769 van 9 juli 2010, gewijzigd bij Wet nr. 2014-873 inzake ware gelijkheid tussen man en vrouw, kan in burgerrechtelijke zaken de familierechter (juge aux affaires familiales) een beschermingsbevel (ordonnance de protection) afgeven. Op deze maatregel zijn de volgende bepalingen van toepassing:

Een beschermingsbevel wordt in de volgende situaties afgegeven:

  • in het geval van geweld tussen de leden van een koppel;
  • in het geval van geweld door een voormalige echtgenoot, partner of samenwonende;
  • ten behoeve van een volwassene die wordt bedreigd met een gedwongen huwelijk.

Het geweld moet tot gevolg hebben dat een van de leden van het koppel en/of hun kinderen in gevaar worden gebracht. Een rechter geeft een beschermingsbevel af als hij van oordeel is dat er ernstige redenen zijn die het aannemelijk maken dat de beweerde gewelddadige handelingen hebben plaatsgevonden en dat het slachtoffer in gevaar is.

De familierechter kan een beschermingsbevel afgeven onafhankelijk van een scheidingsprocedure en zonder dat er een strafrechtelijke procedure aanhangig hoeft te zijn.

De rechtbank kan de volgende maatregelen gelasten:

  • een bevel waarmee het specifiek genoemde personen wordt verboden het slachtoffer te ontmoeten en contact met het slachtoffer op te nemen;
  • een verbod op het bezitten of bij zich hebben van een wapen;
  • voor gehuwde stellen: toestemming aan de echtgenoten om gescheiden te wonen, waarbij de rechter aangeeft wie van de twee echtgenoten in de echtelijke woning blijft wonen;
  • voor ongehuwd samenwonenden of partners die een geregistreerd partnerschap (PACS) zijn aangegaan: toewijzing van de echtelijke woning aan het slachtoffer behalve in uitzonderlijke omstandigheden;
  • het organiseren van de regels voor het uitoefenen van het ouderlijk gezag en het vaststellen van een bijdrage aan het levensonderhoud en de opvoeding van de kinderen, een bijdrage aan de kosten van het huwelijksleven of andere materiële ondersteuning voor partners in een geregistreerd partnerschap;
  • toestemming aan het slachtoffer om zijn woon- of verblijfplaats verborgen te houden en om als woonplaats het adres van zijn advocaat of van de openbaar aanklager te kiezen;
  • toestemming aan het slachtoffer om zijn woon- of verblijfplaats verborgen te houden en om als adres voor zijn dagelijkse benodigdheden het adres van een bevoegde jurist aan te wijzen;
  • voorlopige goedkeuring van rechtsbijstand voor het slachtoffer.

Deze maatregelen (met name het verbod op het ontmoeten van of in contact treden met bepaalde personen) zijn in de eerste plaats preventief van aard. De maatregelen vallen daarom mogelijk binnen de werkingssfeer van Verordening (EU) nr. 606/2013.

Deze maatregelen zijn tijdelijk en kunnen voor maximaal zes maanden worden gelast. De maatregelen kunnen worden verlengd als, voordat de periode afloopt, een verzoek wordt ingediend om scheiding, om scheiding van tafel en bed of met betrekking tot het uitoefenen van het ouderlijk gezag.

Procedure:

de procedure duurt gemiddeld 33 dagen.

Verwijzing naar de rechtbank: de verzoeker kan een vordering bij de familierechtbank instellen door een verzoekschrift in te dienen of per dagvaarding (assignation) te laten verzenden. In spoedeisende zaken kan de verzoeker om een voorlopige voorziening verzoeken. De dagvaarding moet worden betekend aan de verweerder en aan het bureau van de openbaar aanklager.

Oproep aan partijen: de familierechter laat de partijen op passende wijze voor de hoorzitting oproepen.

Hoorzitting: het gaat om een mondelinge procedure. De partijen bepleiten hun eigen zaak maar kunnen worden bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat.

Kennisgeving: een beschermingsbevel wordt betekend (door een deurwaarder (huissier de justice)), tenzij de rechter beslist dat het per aangetekende post met ontvangstbevestiging of via administratieve kanalen moet worden betekend door de griffie als er ernstig en onmiddellijk gevaar is voor de veiligheid van een persoon op wie een beschermingsbevel betrekking heeft of als betekening op een andere manier niet mogelijk is.

Tevens meldt de rechter de beslissing aan de openbaar aanklager teneinde te waarborgen dat de uitvoering van de bevolen maatregelen wordt gecontroleerd. De openbaar aanklager stuurt de beslissing ter kennisgeving door naar de desbetreffende politie- of gendarmeriediensten. Als daarnaast in de procedure aan het licht komt dat een kind in gevaar verkeert, verwijst de rechter de zaak na de hoorzitting door naar de desbetreffende diensten van de openbaar aanklager (jeugdafdeling).

Register: er is geen speciaal register van gelaste maatregelen in verband met beschermingsbevelen. Als een rechter echter een bevel afgeeft waardoor het een kind verboden is het grondgebied van Frankrijk te verlaten zonder toestemming van beide ouders, moet het bevel worden geregistreerd in de opsporingsdatabase.

Beroep: tegen de beslissing kan binnen 15 dagen na de betekening ervan beroep worden ingesteld. Ook kan de verweerder verzoeken het beschermingsbevel op te heffen of te wijzigen of om tijdelijk van een deel van de verplichtingen van het bevel te worden vrijgesteld.

Tenuitvoerlegging van het beschermingsbevel

De maatregelen die in verband met een beschermingsbevel zijn gelast, zijn afdwingbaar, d.w.z. treden in werking onmiddellijk nadat de beslissing is betekend (zelfs als de verweerder in beroep gaat), indien nodig met behulp van de wetshandhavingsdiensten.

De beschermde persoon mag de politie of de gendarmerie inschakelen als inbreuk wordt gepleegd op een of meer van de maatregelen die door de familierechter zijn gelast.

Het niet naleven van de maatregelen vormt een strafbaar feit krachtens artikel 227-4-2 van het Wetboek van Strafrecht. Het strafbare feit is strafbaar gesteld met een gevangenisstraf van twee jaar en een boete van 15 000 EUR.

Als de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, moet de rechter die instemt met het verborgen houden van het adres van het slachtoffer, ook de regelingen vastleggen waarmee de band in stand wordt gehouden tussen de persoon die het risico veroorzaakt en het kind. Dit gebeurt door middel van een derde of door gebruik van een ontmoetingsplaats, en door betaling van eventuele vergoedingen voor levensonderhoud door middel van bankoverschrijvingen.

Artikel 18, onder a)(i) - de instanties die bevoegd zijn beschermingsmaatregelen te gelasten en het certificaat af te geven overeenkomstig artikel 5

De familierechter gelast alle beschermingsmaatregelen en geeft de certificaten af waarin is voorzien in artikel 5.

De territoriaal bevoegde familierechtbank is:

  • de rechtbank van de plaats waar het gezin zijn woning heeft;
  • als de ouders gescheiden leven: de rechtbank van de woonplaats van de ouder bij wie de minderjarige kinderen doorgaans wonen, in het geval van gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag, of de rechtbank van het arrondissement waaronder de woonplaats valt van de ouder die het ouderlijk gezag alleen uitoefent;
  • in andere gevallen: de rechtbank van de woonplaats van de persoon die de procedure niet heeft aangespannen.

Het verzoek om het certificaat moet in tweevoud worden ingediend met een precieze aanduiding van de ondersteunende documenten. Vertegenwoordiging door een advocaat is niet nodig. Een weigering om het certificaat af te geven kan bij de president van de regionale rechtbank (tribunal de grande instance) worden aangevochten, aangezien het beroep niet via een advocaat hoeft te worden ingesteld.

Artikel 18, onder a)(ii) - de instanties waarvoor men zich kan beroepen op een in een andere lidstaat gelaste beschermingsmaatregel en/of die bevoegd zijn om een beschermingsmaatregel ten uitvoer te leggen

De instanties waarvoor men zich kan beroepen op een in een andere lidstaat gelaste beschermingsmaatregel en/of die bevoegd zijn om een beschermingsmaatregel ten uitvoer te leggen, zijn de politie en de gendarmerie.

Artikel 18, onder a)(iii) - de instanties die bevoegd zijn voor het aanpassen van een beschermingsmaatregel overeenkomstig artikel 11, lid 1

Indien nodig past de president van de regionale rechtbank of zijn gemachtigde in een voorzieningenprocedure de buitenlandse beschermingsmaatregelen aan. Het verzoek wordt ingediend door middel van een dagvaarding. Als de zaak met spoed moet worden behandeld, kan de rechtbank die verzoeken om voorlopige voorzieningen in behandeling neemt, toestaan dat een dagvaarding oproept een hoorzitting bij te wonen op een tijdstip dat valt op een feestdag of op een dag die gewoonlijk geen werkdag is. Vertegenwoordiging door een advocaat is niet nodig.

Met betrekking tot de territoriale bevoegdheid worden de regels van de jurisprudentie toegepast die voorrang geven aan de vereisten van een gedegen rechtsbedeling. Daarom kunnen verzoekschriften worden ontvangen door de president van de regionale rechtbank van de plaats waar de beschermde persoon wil wonen of verblijven.

Artikel 18, onder a)(iv) - de rechterlijke instanties bij wie overeenkomstig artikel 13 het verzoek tot weigering van erkenning en, in voorkomend geval, van tenuitvoerlegging wordt ingediend

Een verzoek om weigering van erkenning of tenuitvoerlegging moet worden ingediend bij de president van de regionale rechtbank die verzoeken om voorlopige voorzieningen in behandeling neemt (afhankelijk van de aard van de zaak kan de zaak aan een familierechtbank worden toegewezen).

Het verzoek wordt ingediend door middel van een dagvaarding. Als de zaak met spoed moet worden behandeld, kan de rechtbank die verzoeken om voorlopige voorzieningen in behandeling neemt, toestaan dat een dagvaarding oproept een hoorzitting bij te wonen op een tijdstip dat valt op een feestdag of op een dag die gewoonlijk geen werkdag is. Vertegenwoordiging door een advocaat is niet nodig.

Met betrekking tot de territoriale bevoegdheid worden de van de jurisprudentie afgeleide regels toegepast die voorrang geven aan de vereisten van een gedegen rechtsbedeling. Daarom kan het verzoekschrift worden gericht aan de president van de regionale rechtbank van de plaats waar de beschermde persoon wil wonen of verblijven.

Laatste update: 12/01/2021

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website