Verordening Brussel I (herschikking)

Kroatië

Inhoud aangereikt door
Kroatië

BEVOEGDE GERECHTEN ZOEKEN

Met onderstaande zoekfunctie kunt u rechtbanken/autoriteiten vinden die voor een bepaald Europees rechtsinstrument bevoegd zijn. Hoewel we er alles aan hebben gedaan om de resultaten betrouwbaar te maken, kunnen we onvolkomenheden niet uitsluiten.

Kroatië

Brussels I recast


*verplichte invoer

Artikel 65, lid 3: Informatie over de wijze waarop overeenkomstig het nationale recht de gevolgen van de in artikel 65, lid 2 van de verordening genoemde beslissingen worden vastgesteld

Derden die geen partij zijn bij een geschil, worden in het geding geroepen om hen te informeren dat een te geven beslissing rechtstreekse rechtsgevolgen voor hen kan hebben. Indien de verzoeker of gedaagde verplicht is een derde te informeren dat er een procedure aanhangig is gemaakt om een bepaald civielrechtelijk effect te verkrijgen, kan hij/zij dit te allen tijde doen mits er nog geen eindbeslissing in de procedure is gegeven, door via de burgerlijke rechter een vordering in te stellen, onder vermelding van de gronden en de stand van het geding. Een partij die een derde in het geding heeft geroepen, kan dit feit niet aanvoeren om te verzoeken om aanhouding van de procedure, verlenging van de termijnen of uitstel van een zitting.

Een derde die een gerechtvaardigd belang heeft bij het slagen van de vordering van een van de procespartijen kan aan de zijde van die partij aan de procedure deelnemen, maar is daartoe niet verplicht. Als die derde besluit tussen te komen, dient hij een verklaring van tussenkomst in, hetzij op de zitting, hetzij door middel van een document dat aan beide partijen wordt overhandigd. Een derde die in een procedure tussenkomt, wordt geen procespartij maar krijgt de hoedanigheid van tussenkomende partij en aanvaardt de stand van het geding op het moment van tussenkomst. De handelingen van de tussenkomende partij mogen niet strijdig zijn met die van de partij aan wier zijde zij tussenkomt.

Er zijn naar Kroatisch recht drie soorten tussenkomende partijen: een gewone tussenkomende partij, een tussenkomende partij die de hoedanigheid heeft van enige medeprocespartij (de rechtsgevolgen van de rechterlijke beslissing gelden zowel voor de tussenkomende partij als voor de procespartij) en een tussenkomende partij sui generis (tussenkomst van het openbaar ministerie en centra voor maatschappelijke dienstverlening in de procedure). Als niet wordt vermeld van welke soort de tussenkomende partij is, wordt aangenomen dat het om een gewone tussenkomende partij gaat.

Een eindbeslissing die wordt gegeven in een procedure waarin een derde in het geding is geroepen of waaraan hij als tussenkomende partij heeft deelgenomen, heeft voor die derde een specifiek rechtsgevolg. Dit wordt meestal het interventie-effect genoemd. Derden kunnen voorkomen dat dit effect zich voordoet door met succes een bezwaarschrift in te dienen dat bekend staat als exceptio male gesti vel conducti processus. Als er dus een nieuw geding aanhangig wordt gemaakt tegen een derde die in het geding is geroepen of die aan het geschil in kwestie heeft deelgenomen, kan deze derde bij de beslechting van zijn geschil met de partij die hij in het vorige geschil heeft ondersteund, niet aanvoeren dat het geschil, zoals het tijdens die procedure aan de rechter is voorgelegd, niet juist is beslecht. Toch heeft de eindbeslissing geen absolute gevolgen voor de tussenkomende partij.

Dat wil zeggen dat als een partij procedurele handelingen heeft verricht in de wetenschap dat zij daarmee haar procedurele positie zou verslechteren, of als zij heeft verzuimd procedurele handelingen te verrichten wetende dat die – op basis van de argumenten waarover zij beschikte – haar procedurele positie hadden kunnen verbeteren, of als zij de procedurele betekenis heeft tenietgedaan van procedurele handelingen die zijn verricht door een tussenkomende partij die haar ondersteunde en die haar naar verwachting een voordeel hadden opgeleverd, of als zij handelingen heeft verricht die daarmee in strijd zijn, dan kan in dat geval het interventie-effect van de eerder gegeven eindbeslissing in het geschil tussen de partij die door de tussenkomende partij werd ondersteund en de wederpartij worden betwist ten aanzien van de oorspronkelijke tussenkomende partij.

Er geldt een vermoeden dat de tussenkomende partij in het geschil alle maatregelen mocht nemen die konden bijdragen tot een gunstiger resultaat voor het geschil, tenzij anders wordt vastgesteld, in verband met het bezwaar dat door de oorspronkelijke tussenkomende partij is ingediend.

Het in het geding roepen van een derde heeft gevolgen van procedurele en civielrechtelijke aard. De partij die de derde in het geding heeft geroepen, kan zich in het daaropvolgende geding tegen de in het geding geroepen derde beroepen op het "interventie-effect" van de eindbeslissing, ongeacht of de derde als tussenkomende partij aan het geding heeft deelgenomen (bijvoorbeeld: als een overtreder niet als tussenkomende partij heeft deelgenomen aan het geding tussen de benadeelde en een verzekeraar, ook al heeft de verzekeraar hem daartoe verzocht, dan mag hij in een door de verzekeraar tegen hem aanhangig gemaakte regresactie geen bezwaren aanvoeren die hij had kunnen aanvoeren in het geding tussen de verzekeraar en de benadeelde partij). Het in het geding roepen van een derde is ook van belang voor het opschorten van de verjaringstermijn van een zaak, voor het opschorten van vervaldata en voor het instellen van aansprakelijkheidsvorderingen op grond van een gebrek.

Het feit dat een derde in het geding is geroepen, laat de verhouding tussen die derde en de wederpartij van de partij die door een tussenkomende partij is ondersteund onverlet, behalve wanneer de derde heeft besloten als tussenkomende partij aan het geding deel te nemen.

Artikel 74 - beschrijving van de nationale voorschriften en procedures betreffende tenuitvoerlegging

Op de tenuitvoerleggingsprocedure in de Republiek Kroatië is de Wet op de tenuitvoerlegging (Ovršni zakon) van toepassing (Narodne novine (NN; Staatscourant van de Republiek Kroatië) nrs. 112/12, 25/13, 93/14, 55/16, 73/17; hierna: "OZ").

In die wet is de procedure bepaald die de rechter volgt bij de tenuitvoerlegging op basis van executoriale titels (tenuitvoerleggingsprocedure (ovršni postupak)). Het Financieel Agentschap (Financijska agencija; hierna: "FINA") – de rechtspersoon die de tenuitvoerlegging verricht op grond van de OZ en de wetgeving inzake de tenuitvoerlegging ten aanzien van geldbedragen –, werkgevers, het Kroatische pensioenverzekeringsinstituut en andere bij wet vastgestelde organen spelen ook een rol in tenuitvoerleggingsprocedures.

De gemeentelijke rechtbanken (općinski sudovi) hebben de feitelijke bevoegdheid om tenuitvoerlegging te bevelen, behalve wanneer dit uitdrukkelijk aan andere rechterlijke instanties, organen of personen is voorbehouden. De rechtbanken die bevoegd zijn om tenuitvoerlegging te bevelen, zijn ook bevoegd om het hoger beroep te behandelen tegen tenuitvoerleggingsbevelen of andere beslissingen die zij hebben gegeven naar aanleiding van een voorstel tot tenuitvoerlegging. De in de OZ bepaalde territoriale bevoegdheid is exclusief (bijvoorbeeld: de territoriale bevoegdheid om beslissingen te geven over een voorstel tot tenuitvoerlegging met betrekking tot een onroerende zaak en het verrichten van die tenuitvoerlegging berust bij de rechtbank die bevoegd is voor het gebied waar de onroerende zaak is gelegen).

Tenuitvoerleggingsprocedures in eerste en tweede aanleg worden behandeld door een alleensprekende rechter die ook de desbetreffende beslissingen geeft, behalve wanneer in de OZ is bepaald dat de zaak door een notaris moet worden behandeld en de desbetreffende beslissingen door hem moeten worden gegeven.

De procedure wordt ingeleid door de executerende schuldeiser, die bij de bevoegde rechter een voorstel tot tenuitvoerlegging indient op basis van een executoriale titel. De uitzondering op deze regel doet zich voor wanneer een executerende schuldeiser een verzoek tot rechtstreeks verhaal indient bij het FINA op basis van een executoriale titel (bijv. een rechterlijke eindbeslissing). Dit is alleen toegestaan in geval van tenuitvoerlegging met betrekking tot een geldvordering van de executieschuldenaar (rechtstreeks verhaal van een geldvordering). In dat geval stuurt het FINA, in plaats van een tenuitvoerleggingsbeslissing te geven, een afschrift van het verzoek van de executerende schuldeiser met alle informatie naar de executieschuldenaar.

Tenuitvoerlegging is gericht tegen roerende zaken en rechten die wettelijk voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn en wordt verricht met het oog op het innen van een vordering. De tenuitvoerleggingsmiddelen zijn tenuitvoerleggingsprocedures, zekerheidsmaatregelen of het stelsel van dergelijke procedures of maatregelen waarmee een vordering overeenkomstig de wet ten uitvoer wordt gelegd of wordt zekergesteld.

De rechter beveelt tenuitvoerlegging met de middelen en ten aanzien van de zaken die in het voorstel tot tenuitvoerlegging worden genoemd. Als er diverse middelen of zaken voor tenuitvoerlegging worden voorgesteld, zal de rechtbank, op verzoek van de executieschuldenaar, de tenuitvoerlegging beperken tot enkele van deze middelen of zaken indien deze voldoende zijn voor het innen van de vordering.

De vraag of een roerende zaak of een recht vatbaar is voor tenuitvoerlegging, dan wel of er beperkingen gelden voor tenuitvoerlegging tegen een bepaalde roerende zaak of een recht, wordt beoordeeld in het licht van de omstandigheden ten tijde van de indiening van het voorstel tot tenuitvoerlegging.

Artikel 212 van de OZ bevat specifieke tenuitvoerleggingsregels met betrekking tot geldbedragen die zijn vrijgesteld van tenuitvoerlegging of waarvoor beperkingen gelden met betrekking tot de tenuitvoerlegging. De artikelen 241 en 242 van de OZ bevatten specifieke regels inzake vrijstelling en beperking van de tenuitvoerlegging met betrekking tot vermogensbestanddelen van rechtspersonen. Een van de grondbeginselen van de tenuitvoerleggingsprocedure is dat wanneer een rechter tenuitvoerlegging of zekerheidsmaatregelen beveelt, hij verplicht is rekening te houden met de waardigheid van de executieschuldenaar en ervoor te zorgen dat de nadelige gevolgen van de tenuitvoerlegging voor de executieschuldenaar tot een minimum beperkt blijven.

Tegen een beslissing in eerste aanleg kan hoger beroep worden ingesteld, tenzij in de OZ anders is bepaald. Een tijdig ingediend ontvankelijk hoger beroep tegen een rechterlijke beslissing inzake tenuitvoerlegging op basis van een executoriale titel schort de tenuitvoerlegging niet op. Hoger beroep moet worden ingesteld binnen acht dagen na de datum van betekening van de beslissing in eerste aanleg, tenzij in de OZ anders is bepaald, of binnen drie dagen in geval van een geschil over wissels of cheques.

Alle vorderingen die zijn toegewezen op grond van een rechterlijke eindbeslissing, een beslissing van een andere bevoegde overheidsinstantie, een schikking voor de rechter of een andere bevoegde instantie of een notariële akte verjaren na tien jaar, met inbegrip van vorderingen waarvoor in andere omstandigheden een kortere wettelijke verjaringstermijn geldt.

Vorderingen die niet zijn toegewezen op grond van een rechterlijke eindbeslissing, een beslissing van een andere bevoegde overheidsinstantie, een schikking voor de rechter of een andere bevoegde instantie of een notariële akte verjaren na vijf jaar, tenzij hiervoor een kortere wettelijke verjaringstermijn geldt.

Voor vorderingen voor periodieke betalingen die jaarlijks of met kortere tussenpozen opeisbaar zijn, geldt een verjaringstermijn van drie jaar na de datum waarop een betaling verschuldigd wordt, ongeacht of het gaat om bijkomende periodieke vorderingen, zoals vorderingen met betrekking tot rente, of periodieke vorderingen met betrekking tot het recht zelf, zoals alimentatievorderingen. Hetzelfde geldt voor annuïteiten waarbij de hoofdsom en de rente in gelijke, vooraf bepaalde periodieke bedragen worden betaald, maar niet voor aflossingen in termijnen of in andere gevallen van gedeeltelijke nakoming.

Een recht waaruit periodieke vorderingen voortvloeien verjaart na een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de oudste nog niet voldane vordering opeisbaar wordt. Het wettelijke recht op alimentatie kan niet verjaren.

Wederzijdse vorderingen die voortvloeien uit commerciële overeenkomsten betreffende de handel in goederen en diensten, d.w.z. overeenkomsten betreffende de handel in goederen en diensten tussen een handelaar en een publiekrechtelijk lichaam, en vorderingen tot vergoeding van kosten uit hoofde van deze overeenkomsten, verjaren na drie jaar. De verjaringstermijn geldt afzonderlijk voor elk geval waarin er goederen zijn geleverd, werken zijn uitgevoerd of diensten zijn verricht. Vorderingen met betrekking tot huur verjaren na drie jaar, ongeacht of de huur periodiek of als bedrag ineens wordt betaald. Vorderingen tot schadevergoeding verjaren zodra er drie jaar zijn verstreken nadat het slachtoffer kennis heeft gekregen van de schade en van de persoon die de schade heeft veroorzaakt. Zulke vorderingen verjaren in ieder geval vijf jaar na het ontstaan van de schade. Als de schade is veroorzaakt door een strafbaar feit en er is voorzien in een langere verjaringstermijn voor strafrechtelijke vervolging, verjaart een vordering tot schadevergoeding jegens de aansprakelijke partij na het verstrijken van de verjaringstermijn voor strafrechtelijke vervolging.

Vorderingen met betrekking tot de levering van elektriciteit en warmte, gas, water, schoorsteenvegen en schoonmaakdiensten verjaren na één jaar, wanneer de dienst werd verleend om te voorzien in de behoeften van een huishouden, radiostation of radio- en televisiestation voor het gebruik van een radio-ontvanger en een televisietoestel. De verjaringstermijn van één jaar geldt ook voor vorderingen van post- en telecommunicatiediensten met betrekking tot het gebruik van telefoons en brievenbussen, andere vorderingen van deze diensten met betrekking tot bedragen die driemaandelijks of vaker moeten worden betaald en vorderingen met betrekking tot kranten- en tijdschriftenabonnementen, berekend vanaf het einde van de termijn waarvoor de betreffende publicatie is besteld.

Vorderingen van een verzekerde of een derde uit hoofde van een levensverzekeringsovereenkomst verjaren na vijf jaar en vorderingen op grond van andere verzekeringsovereenkomsten na drie jaar, berekend vanaf de eerste dag na het einde van het kalenderjaar waarin de vordering is ontstaan. De vorderingen van een verzekeraar op grond van een verzekeringsovereenkomst verjaren na drie jaar. De verjaringstermijn voor een vordering die een verzekeraar kan instellen tegen een derde die verantwoordelijk is voor de verwezenlijking van het risico begint en eindigt op hetzelfde tijdstip als de vordering van de verzekerde jegens de derde.

Artikel 75, onder a) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij de verzoeken overeenkomstig artikel 36, lid 2, artikel 45, lid 4, en artikel 47, lid 1, moeten worden ingesteld

In de Republiek Kroatië worden verzoeken ingediend bij de bevoegde gemeentelijke rechtbanken in burgerlijke zaken en bij de bevoegde handelsrechtbanken in handelszaken.

Alle gemeentelijke rechtbanken zijn bevoegd om te oordelen over erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen van buitenlandse rechters.

Artikel 75, onder b) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij overeenkomstig artikel 49, lid 2, een rechtsmiddel tegen de beslissing op het verzoek om een weigering van tenuitvoerlegging moet worden ingesteld

In de Republiek Kroatië kan hoger beroep tegen een beslissing over een verzoek om weigering van tenuitvoerlegging worden ingesteld bij de districtsrechtbank via de bevoegde gemeentelijke rechtbank in burgerlijke zaken en bij de hoge handelsrechtbank via de bevoegde handelsrechtbank in handelszaken.

Klik op onderstaande link voor een lijst van alle bevoegde instanties in verband met dit artikel.
Lijst van bevoegde instanties

Artikel 75, onder c) – naam en contactgegevens van de gerechten waarbij een eventuele hogere voorziening overeenkomstig artikel 50 moet worden ingesteld

Op grond van geldend nationaal recht zijn er geen gerechten waarbij hogere voorzieningen kunnen worden ingesteld.

Artikel 75, onder d) – talen die worden aanvaard voor de vertaling van de formulieren betreffende rechterlijke beslissingen, authentieke akten en gerechtelijke schikkingen

N.v.t.

Artikel 76, lid 1, onder a) – de in artikel 5, lid 2, en artikel 6, lid 2, vermelde bevoegdheidsregels

Wat de rechterlijke bevoegdheid in burgerlijke en handelszaken betreft, bepaalt artikel 46 van de wet internationaal privaatrecht (Zakon o međunarodnom privatnom pravu) (Narodne novine (NN; Staatsblad van de Republiek Kroatië) nr. 101/17), die op 29 januari 2019 in werking is getreden, dat de Kroatische rechtbanken bevoegd zijn voor geschillen met een internationaal aspect. Die bepaling stelt uitdrukkelijk dat Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PL L 351 van 20.12.2012) van toepassing is binnen de werkingssfeer van die verordening en breidt de toepassing ervan uit tot situaties waarbij onderdanen van derde landen betrokken zijn. Het derde lid van dat artikel voorziet in de mogelijkheid te beslissen dat een rechtbank van een derde land bevoegd is, behalve wanneer een Kroatische rechtbank of een rechtbank van een andere lidstaat van de Europese Unie exclusief bevoegd is.

Artikel 76, lid 1, onder b) – de in artikel 65 vermelde regels ten aanzien van het in het geding roepen van een derde

In de Republiek Kroatië is op het in het geding roepen van derden artikel 211 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Zakon o parničnom postupku) van toepassing.

Artikel 76, lid 1, onder c) – de in artikel 69 vermelde overeenkomsten

  • de Overeenkomst van 23 maart 1956 tussen de Federale Volksrepubliek Joegoslavië en de Volksrepubliek Bulgarije inzake wederzijdse rechtshulp;
  • het Verdrag van 20 januari 1964 tussen de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië en de Tsjechoslowaakse Socialistische Republiek inzake de regeling van betrekkingen in burgerlijke, familie- en strafzaken;
  • de Overeenkomst van 18 mei 1971 tussen de Regering van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië en de Regering van de Franse Republiek inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in burgerlijke en handelszaken;
  • de Overeenkomst van 18 juni 1959 tussen de Federale Volksrepubliek Joegoslavië en het Koninkrijk Griekenland inzake de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen;
  • het Verdrag van 7 maart 1968 tussen de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië en de Hongaarse Volksrepubliek inzake wederzijdse rechtshulp;
  • het Verdrag van 6 februari 1960 tussen de Federale Volksrepubliek Joegoslavië en de Volksrepubliek Polen inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken;
  • het Verdrag van 18 oktober 1960 tussen de Volksrepubliek Roemenië en de Federale Volksrepubliek Joegoslavië inzake rechtshulp;
  • de Overeenkomst tussen de Federale Volksrepubliek Joegoslavië en de Italiaanse Republiek inzake wederzijdse justitiële samenwerking in burgerlijke en bestuurlijke zaken, ondertekend te Rome op 3 december 1960;
  • het Verdrag tussen de Federale Volksrepubliek Joegoslavië en de Republiek Oostenrijk inzake wederzijdse justitiële samenwerking, ondertekend te Wenen op 16 december 1954;
  • het Verdrag van 7 februari 1994 tussen de Republiek Kroatië en de Republiek Slovenië inzake rechtshulp in burgerlijke en strafzaken.
Laatste update: 16/09/2020

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.
Sommige pagina's van deze website worden aangeleverd door de EU-landen. Momenteel doen zij het nodige om die pagina's aan te passen aan de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website