Hoe breng ik een zaak voor de rechter?

Roemenië
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Moet ik naar de rechter gaan of is er een alternatief?

Eenieder die een vordering heeft tegen een andere persoon, kan een verzoek indienen bij de rechtbank die bevoegd is voor de zaak in kwestie. De zaak kan pas bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt nadat een voorafgaande procedure is afgerond, indien de wet daarin uitdrukkelijk voorziet. Het bewijs dat de voorafgaande procedure is voltooid, moet bij het verzoek worden gevoegd.

Een partij bij een geschil kan ook gebruik maken van alternatieve wijzen van geschillenbeslechting.

Bemiddeling is een mogelijkheid alvorens zich tot de rechtbank te wenden. Tijdens gerechtelijke procedures moeten de gerechtelijke autoriteiten de partijen in kennis stellen van de mogelijkheid van bemiddeling en de voordelen ervan.

Bemiddeling kan plaatsvinden in verzekeringsgeschillen, geschillen met betrekking tot consumentenbescherming, familierechtelijke geschillen, beroepsaansprakelijkheidszaken, arbeidsgeschillen en civiele geschillen met een waarde van minder dan 50 000 RON, met uitzondering van geschillen waarvoor een uitvoerbare rechterlijke beslissing is gegeven om een insolventieprocedure in te leiden.

De partijen bij een geschil kunnen ook een beroep doen op arbitrage, wat alternatieve particuliere rechtspraak is. Personen met volledige handelingsbevoegdheid kunnen overeenkomen om geschillen via arbitrage te beslechten, met uitzondering van geschillen die betrekking hebben op de burgerlijke staat, de hoedanigheid van personen, erfopvolgingsprocedures, familierelaties en rechten waarover de partijen niet kunnen beslissen.

2 Geldt er een termijn voor het aanhangig maken van een zaak bij de rechter?

Het recht om een geldelijke vordering in te stellen, is onderworpen aan verjaring, tenzij de wet anders bepaalt. In de gevallen waarin de wet specifiek voorziet, geldt voor andere vorderingsrechten ook een verjaringstermijn, ongeacht het onderwerp (artikel 2501 van het burgerlijk wetboek).

De algemene verjaringstermijn bedraagt drie jaar, overeenkomstig artikel 2517 van het burgerlijk wetboek.

In het burgerlijk wetboek zijn voor bepaalde zaken bijzondere verjaringstermijnen vastgelegd, zoals:

  • de verjaringstermijn van tien jaar voor zakelijke rechten die niet bij wet als onvervreemdbaar zijn aangemerkt of waarvoor geen andere verjaringstermijn geldt; vergoeding van de immateriële/materiële schade die een persoon heeft geleden als gevolg van foltering of barbaarsheden of, in voorkomend geval, geweld tegen of seksueel misbruik van minderjarigen of personen die zich niet kunnen verdedigen of hun wil niet tot uitdrukking kunnen brengen; vergoeding van milieuschade;
  • de verjaringstermijn van twee jaar voor het vorderingsrecht dat op een (her)verzekeringsrelatie berust; het vorderingsrecht met betrekking tot de betaling van vergoedingen die aan tussenpersonen verschuldigd zijn voor diensten die zij in het kader van een bemiddelingsovereenkomst hebben verleend;
  • de verjaringstermijn van één jaar voor het vorderingsrecht met betrekking tot de terugbetaling van bedragen die zijn ontvangen uit de verkoop van tickets voor een optreden dat niet heeft plaatsgevonden; cateraars of hotelexploitanten voor de diensten die zij verlenen; hoogleraars, leerkrachten, maestro's en artiesten voor lessen op uurbasis, dagbasis of maandbasis; artsen, verloskundigen, verpleegkundigen en apothekers voor oproepen, ingrepen of geneesmiddelen; detailhandelaren voor de betaling van verkochte goederen en uitgevoerde leveringen; ambachtslieden voor de betaling van hun werk; advocaten, tegen cliënten, voor de betaling van honoraria en kosten; notarissen en gerechtsdeurwaarders, voor de betaling van de bedragen waarop zij recht hebben voor hun werkzaamheden; ingenieurs, architecten, landmeters, accountants en andere zelfstandigen, voor de betaling van de bedragen waarop zij recht hebben; het vorderingsrecht dat voortvloeit uit een overeenkomst voor het vervoer van goederen over land, door de lucht of over het water tegen de vervoerder.

3 Moet ik in deze lidstaat naar de rechter gaan?

De regels inzake internationale bevoegdheid in geschillen met grensoverschrijdende gevolgen zijn neergelegd in Boek VII, Internationale civiele procedures, van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. De bepalingen van dit boek zijn echter wel van toepassing op procedures met grensoverschrijdende privaatrechtelijke gevolgen, voor zover de internationale verdragen waarbij Roemenië partij is, het recht van de Europese Unie of bijzondere wetten niet anders bepalen.

In zaken met betrekking tot internationale rechterlijke bevoegdheid bevat het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepalingen die onder meer verband houden met: bevoegdheid op grond van de woonplaats of het kantoor van de verweerder, vrijwillige prorogatie van bevoegdheid ten gunste van de Roemeense rechtbanken, overeenkomsten inzake keuze van rechtbank, arbitrage-uitzondering, forum necessitatis-regel, interne bevoegdheid, aanhangigheid en gerelateerde vorderingen op internationaal niveau, exclusieve persoonlijke bevoegdheid, exclusieve bevoegdheid voor geldvorderingen of preferentiële bevoegdheid van Roemeense rechtbanken (artikel 1065 en volgende van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

4 Zo ja, bij welke rechtbank moet ik mijn zaak aanhangig maken in deze lidstaat, gelet op mijn woonplaats en de woonplaats van de andere partij, dan wel op andere aspecten van mijn zaak?

De territoriale bevoegdheid wordt geregeld op basis van algemene criteria (woonplaats/kantoor van de verweerder), alternatieve criteria (afstamming, alimentatie, vervoerovereenkomst, verzekeringsovereenkomst, wisselbrief/cheque/promesse/effect, consumenten, burgerlijke aansprakelijkheid op grond van het recht inzake onrechtmatige daad) of exclusieve criteria (eigendom, nalatenschap, vennootschappen, vorderingen tegen consumenten), zoals bepaald in artikel 107 en volgende van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering.

5 Bij welke rechtbank moet ik mijn zaak aanhangig maken in deze lidstaat, gelet op de aard van mijn zaak en het bedrag van de vordering?

De rechterlijke bevoegdheid op basis van het onderwerp van de zaak is vastgesteld in artikel 94 en volgende van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering en hangt af van de aard van de zaak of het bedrag waarop de zaak betrekking heeft.

Als rechtbanken van eerste aanleg behandelen districtsrechtbanken verzoeken die overeenkomstig het burgerlijk wetboek onder de bevoegdheid van de voogdij- en familierechtbank vallen; verzoeken tot inschrijving in de burgerlijke stand; verzoeken in verband met het beheer van gebouwen met meerdere verdiepingen/appartementen/ruimten die uitsluitend eigendom zijn van verschillende personen en in verband met de rechtsbetrekkingen die door verenigingen van huiseigenaren zijn tot stand gebracht met andere natuurlijke of rechtspersonen; verzoeken om uitzetting; verzoeken met betrekking tot gemeenschappelijke muren en sloten, de afstand tussen gebouwen en aanplantingen, rechten van overpad, bezwaringen en andere beperkingen met betrekking tot eigendomsrechten; verzoeken met betrekking tot de wijziging en markering van grenzen; verzoeken om bescherming van bezittingen; verzoeken met betrekking tot positieve of negatieve verplichtingen die niet in geld kunnen worden uitgedrukt; verzoeken met betrekking tot gerechtelijke verdeling, ongeacht de betrokken waarde; andere verzoeken die in geld kunnen worden uitgedrukt, tot een bedrag van maximaal 200 000 RON, ongeacht de hoedanigheid van de partijen;

Tribunalen behandelen, als rechtbanken van eerste aanleg, alle verzoeken die krachtens de wet niet onder de bevoegdheid van andere rechtbanken vallen en alle andere verzoeken die krachtens de wet onder hun bevoegdheid vallen.

Hoven van beroep behandelen, als rechtbanken van eerste aanleg, verzoeken betreffende administratieve en fiscale geschillen of andere rechtsvorderingen die krachtens de wet onder hun bevoegdheid vallen.

6 Kan ik mijn zaak zelf bij de rechtbank aanhangig maken of moet dat via een tussenpersoon, zoals een advocaat?

De partijen kunnen een rechtsvordering persoonlijk of via een vertegenwoordiger instellen, en deze vertegenwoordiging kan onderworpen zijn aan de wet, een overeenkomst of rechtspraak. Natuurlijke personen die niet handelingsbevoegd zijn, worden door een wettelijke vertegenwoordiger vertegenwoordigd. De partijen kunnen zich volgens de wet door een vertegenwoordiger van hun keuze laten vertegenwoordigen, tenzij de wet voorschrijft dat zij persoonlijk voor de rechtbank moeten verschijnen.

In eerste aanleg en in beroep kunnen natuurlijke personen zich door een advocaat of een andere gevolmachtigde laten vertegenwoordigen. Indien een andere persoon dan een advocaat als vertegenwoordiger optreedt, kan de gevolmachtigde alleen via een advocaat opmerkingen maken over procedurele uitzonderingen en de inhoud van de zaak, zowel in het stadium van het onderzoek als tijdens de presentatie van argumenten. Met het oog op het opstellen van het verzoekschrift, het uiteenzetten van de gronden voor het beroep, het instellen van het beroep en het aanvoeren van argumenten voor het beroep moeten natuurlijke personen zich verplicht door een advocaat laten bijstaan en vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid.

Rechtspersonen kunnen zich op grond van een overeenkomst slechts door een juridisch adviseur of advocaat voor rechtbanken laten vertegenwoordigen. Met het oog op het opstellen van het verzoekschrift, het uiteenzetten van de gronden voor het beroep, het instellen van het beroep en het aanvoeren van argumenten voor het beroep moeten rechtspersonen zich verplicht door een advocaat laten bijstaan en, in voorkomend geval, vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid. Bovengenoemde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op verenigingen, vennootschappen of andere entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid.

7 Tot wie moet ik mij richten om de zaak aanhangig te maken: tot de receptie of tot de griffie van de rechtbank, of een andere dienst?

Het verzoekschrift wordt geregistreerd en van een specifieke datum voorzien door de stempel van binnenkomst aan te brengen. Na registratie worden het verzoekschrift en de begeleidende stukken alsmede, in voorkomend geval, de bewijsstukken van de wijze waarop ze aan het gerecht zijn toegezonden, overhandigd aan de voorzitter van het hof of aan de door hem aangewezen persoon, die onmiddellijk stappen onderneemt om de rechterlijke kamer willekeurig in te stellen, overeenkomstig de wet (artikel 199 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering).

8 In welke taal kan ik mijn eis indienen? Kan het mondeling of moet het schriftelijk? Kan het per fax of e-mail?

Overeenkomstig artikel 12, lid 5, van Wet nr. 304/2004 betreffende de organisatie van de rechtspraak mogen verzoekschriften en processtukken alleen in het Roemeens worden opgesteld. Verzoeken kunnen alleen schriftelijk worden ingediend. In artikel 194 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering is bepaald dat het verzoekschrift – persoonlijk of via een vertegenwoordiger ingediend, ontvangen per post, via een koerier, per fax of gescand en verzonden per e-mail of als een elektronisch document – moet worden geregistreerd en van een specifieke datum worden voorzien door het stempel van binnenkomst aan te brengen.

Als een van de te horen partijen geen Roemeens spreekt, moet de rechtbank overeenkomstig artikel 225 van het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering een beroep doen op een juridisch vertaler. Als de partijen daarmee instemmen, kan de rechter of griffier als vertaler optreden. Indien geen juridisch vertaler kan worden gevonden, mogen de vertalingen worden toevertrouwd aan betrouwbare personen die de betrokken taal spreken. Als de persoon stom, doof of doofstom is, of zich om enige andere reden niet kan uitdrukken, moet de communicatie schriftelijk verlopen. Als de persoon in kwestie niet kan lezen of schrijven, moet een tolk worden ingeschakeld. De bepalingen betreffende deskundigen zijn van overeenkomstige toepassing op vertalers en tolken.

9 Zijn er speciale formulieren voor de aanhangig making van zaken en zo niet, hoe moet ik mijn zaak aanhangig maken? Zijn er elementen die een dossier zeker moet bevatten?

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering voorziet niet in het gebruik van standaardformulieren voor rechtsvorderingen. In de algemene regels inzake burgerlijke rechtsvorderingen is de inhoud van een aantal civielrechtelijke vorderingen(bv. verzoekschrift, verweerschrift, tegenvordering) vastgelegd.

10 Moet ik gerechtelijke kosten betalen? Zo ja, wanneer? Moet ik direct bij het indienen van mijn eis de kosten voor een advocaat betalen?

De proceskosten omvatten gerechtelijke zegelrechten, honoraria van advocaten, deskundigen en specialisten, aan getuigen verschuldigde bedragen in verband met reiskosten en gemiste inkomsten als gevolg van de noodzaak om voor de rechter te verschijnen, reis- en verblijfkosten, alsmede alle andere kosten die nodig zijn voor een goede procesvoering. De partij die de proceskosten vordert, moet uiterlijk aan het einde van de behandeling van de zaak ten gronde de kosten en het bedrag ervan bewijzen. De verliezende partij moet de proceskosten van de winnende partij betalen, op verzoek van deze laatste. Indien het verzoek gedeeltelijk is ingewilligd, zullen de rechters bepalen in welke mate elke partij in de proceskosten kan worden verwezen. De rechters kunnen indien nodig de verrekening van proceskosten gelasten. De verweerder die de vorderingen van de eiser heeft erkend tijdens de eerste zitting waarop de partijen naar behoren zijn gedagvaard, kan niet worden verwezen in de proceskosten, tenzij de eiser vóór de inleiding van de procedure de verweerder schriftelijk in gebreke heeft gesteld of tenzij de verweerder wettelijk in gebreke was. Indien er meerdere eisers of verweerders zijn, kunnen zij, afhankelijk van hun status in de procedure of de aard van de rechtsbetrekking tussen hen, in gelijke mate, proportioneel of gezamenlijk in de proceskosten worden verwezen.

11 Kan ik rechtsbijstand aanvragen?

Rechtsbijstand kan worden verkregen krachtens de bepalingen van noodverordening nr. 51/2008 betreffende rechtsbijstand in burgerlijke zaken, goedgekeurd met verdere wijzigingen bij Wet nr. 193/2008, zoals verder gewijzigd. Het nieuwe wetboek van burgerlijke rechtsvordering (artikelen 90 en 91) bevat algemene bepalingen inzake rechtsbijstand.

12 Wanneer is mijn zaak officieel aanhangig gemaakt? Ontvang ik een bevestiging van de autoriteiten dat mijn zaak correct aanhangig is gemaakt?

Het verzoekschrift wordt geregistreerd en van een specifieke datum voorzien door de stempel van binnenkomst aan te brengen. Na registratie worden het verzoekschrift en de begeleidende stukken overhandigd aan de voorzitter van het hof of aan de rechter die de voorzitter vervangt, die onmiddellijk stappen zal ondernemen om de rechterlijke kamer willekeurig in te stellen.

De kamer waaraan de zaak willekeurig is toegewezen, controleert of het verzoekschrift aan de gestelde eisen voldoet. Als het verzoekschrift niet aan de eisen voldoet, wordt de eiser schriftelijk in kennis gesteld van de betrokken tekortkomingen. Binnen ten hoogste tien dagen na ontvangst van de kennisgeving moet de eiser de aanvullende informatie verstrekken of de gevraagde wijzigingen aanbrengen, op straffe van nietigverklaring van het verzoekschrift. Als de verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van aanvullende informatie of het wijzigen van het verzoekschrift niet binnen de gestelde termijn worden nagekomen, gelast de rechtbank de nietigverklaring van het verzoekschrift via een in raadkamer uitgegeven hoorverslag.

Zodra de rechter heeft vastgesteld dat met betrekking tot het verzoekschrift aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, gelast hij, bij beschikking, de verweerder in kennis te stellen van het verzoekschrift.

13 Ontvang ik gedetailleerde informatie over de tijdsplanning van diverse zittingen (zoals het tijdstip waarop ik in de rechtszaal mag verschijnen)?

Gedetailleerde informatie over de zaak kan worden verkregen bij het archief van de rechtbanken of op hun websites, indien beschikbaar, op http://portal.just.ro/.

De rechtbank kan slechts uitspraak doen over een verzoekschrift indien de partijen zijn gedagvaard of persoonlijk dan wel via een vertegenwoordiger voor de rechter zijn verschenen. De rechtbank zal de uitspraak over de zaak uitstellen en gelasten dat een partij wordt gedagvaard als hij vaststelt dat de afwezige partij niet in overeenstemming met de wettelijke vereisten is gedagvaard, op straffe van nietigheid. Alle dagvaardingen en alle processtukken worden ambtshalve toegezonden.

Zodra de rechter heeft vastgesteld dat met betrekking tot het verzoekschrift aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, gelast hij, bij beschikking, de verweerder in kennis te stellen van het verzoekschrift. De verweerder wordt in kennis gesteld van de verplichting om binnen vijfentwintig dagen na de inkennisstelling van het verzoekschrift een verweerschrift in te dienen. Het verweerschrift wordt ter kennis gebracht van de eiser, die binnen tien dagen na de inkennisstelling een antwoord op het verweerschrift moet indienen. De verweerder zal kennisnemen van het antwoord op het verweerschrift door het dossier van de zaak te raadplegen. Binnen drie dagen na de datum van indiening van het antwoord op het verweerschrift stelt de rechter, bij beschikking, de eerste zitting vast, die uiterlijk zestig dagen na de datum van de rechterlijke beslissing zal plaatsvinden, en gelast hij de dagvaarding van de partijen. Indien de verweerder niet binnen de wettelijke termijn een verweerschrift heeft ingediend of indien de eiser niet binnen de wettelijke termijn een antwoord op het verweerschrift heeft gegeven, stelt de rechter, bij beschikking, de eerste zitting vast, die zal plaatsvinden binnen een termijn van ten hoogste zestig dagen na de datum van de beschikking, en gelast hij de dagvaarding van de partijen. Bij dringende procedures kan de rechter, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak, de voornoemde termijnen inkorten. Indien de verweerder in het buitenland verblijft, zal de rechter, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak, een langere redelijke termijn bevelen.

De partij die het verzoekschrift heeft ingediend en de datum van de terechtzitting heeft erkend, en de partij die op een zitting is verschenen, worden niet gedagvaard in de loop van de procedure voor die rechtbank, omdat wordt aangenomen dat de betrokken partij op de hoogte is van de toekomstige zittingsdata. Deze bepalingen zijn ook van toepassing op de partij aan wie een dagvaarding voor een terechtzitting is betekend, omdat wordt aangenomen dat de betrokken partij in casu ook op de hoogte is van de zittingsdata na de zitting waarvoor de dagvaarding is betekend. In de dagvaarding wordt ook vermeld dat gedagvaarde partij, ingevolge de betekening van de dagvaarding en onder voorbehoud van een handtekening ter bevestiging van de ontvangst, wordt geacht ook op de hoogte te zijn van de zittingdata na de zitting waarvoor de dagvaarding is betekend.

Op de eerste zitting waarop de partijen naar behoren zijn gedagvaard, moet de rechter, na de partijen te hebben gehoord, de vereiste onderzoekstermijn bepalen, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak, zodat binnen een optimale en voorspelbare termijn uitspraak kan worden gedaan.

Laatste update: 30/04/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.