Hoe breng ik een zaak voor de rechter?

Bulgarije
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Moet ik naar de rechter gaan of is er een alternatief?

Er bestaan ook alternatieve geschillenbeslechtingsprocedures (zie "Rechterlijke bevoegdheid").

2 Geldt er een termijn voor het aanhangig maken van een zaak bij de rechter?

De termijnen voor rechtszaken verschillen per geval (zie "Procestermijnen"). Raadpleeg een advocaat voor nadere toelichting over de termijnen.

3 Moet ik in deze lidstaat naar de rechter gaan?

Zie "Rechterlijke bevoegdheid".

4 Zo ja, bij welke rechtbank moet ik mijn zaak aanhangig maken in deze lidstaat, gelet op mijn woonplaats en de woonplaats van de andere partij, dan wel op andere aspecten van mijn zaak?

Zie "Rechterlijke bevoegdheid" - Bulgarije.

5 Bij welke rechtbank moet ik mijn zaak aanhangig maken in deze lidstaat, gelet op de aard van mijn zaak en het bedrag van de vordering?

Zie "Rechterlijke bevoegdheid" - Bulgarije.

6 Kan ik mijn zaak zelf bij de rechtbank aanhangig maken of moet dat via een tussenpersoon, zoals een advocaat?

Een rechtsvordering kan door een eiser persoonlijk of via een gemachtigde tussenpersoon worden ingesteld. De volmacht tot machtiging van de tussenpersoon moet bij het verzoek worden gevoegd.

7 Tot wie moet ik mij richten om de zaak aanhangig te maken: tot de receptie of tot de griffie van de rechtbank, of een andere dienst?

Verzoeken moeten persoonlijk of via een gemachtigde tussenpersoon bij de receptie of griffie van de rechtbank worden ingediend. Verzoeken worden door personeelsleden van de rechtbank, doorgaans griffiers, in ontvangst genomen tijdens de openingstijden van de rechtbank. Verzoeken kunnen ook per post worden toegezonden aan de griffie van de rechtbank.

8 In welke taal kan ik mijn eis indienen? Kan het mondeling of moet het schriftelijk? Kan het per fax of e-mail?

Verzoeken moeten schriftelijk bij de rechtbank worden ingediend en moeten in het Bulgaars zijn opgesteld. Verzoeken mogen per post worden verzonden, maar niet per fax of e-mail. In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is bepaald dat alle door de partijen ingediende documenten die in een vreemde taal zijn opgesteld, vergezeld moeten gaan van door de partijen gewaarmerkte vertalingen in het Bulgaars.

9 Zijn er speciale formulieren voor de aanhangigmaking van zaken en zoniet, hoe moet ik mijn zaak aanhangig maken? Zijn er elementen die een dossier zeker moet bevatten?

Verzoeken moeten schriftelijk worden opgesteld. Er bestaan hiervoor geen speciale formulieren, met uitzondering van door het ministerie van Justitie goedgekeurde modelformulieren voor een executoriale titel, een verzoek voor afgifte van een executoriale titel en andere stukken met betrekking tot verzoeken om een executoriale titel op grond van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering. In het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is een aantal minimumvereisten met betrekking tot verzoeken vastgesteld, maar het formulier zelf is er niet in opgenomen. Krachtens het wetboek van burgerlijke rechtsvordering moet een verzoek het volgende bevatten: de naam van de rechtbank; de naam en het adres van de eiser en verweerder en, indien van toepassing, van hun wettelijke vertegenwoordigers of gemachtigden; het persoonlijke identificatienummer van de eiser en zijn fax- en telexnummer, indien hij die heeft; het in het geding zijnde bedrag, indien dat kan worden bepaald; een uiteenzetting van de omstandigheden waarop het verzoek is gebaseerd; het voorwerp van het verzoek; en de handtekening van de persoon die het verzoek heeft ingediend. In het verzoek moet de eiser aangeven welke bewijzen hij indient ter staving van welke feiten, en moet hij alle schriftelijke bewijsstukken waarover hij beschikt, overleggen.

Het verzoek moet door de eiser of diens vertegenwoordiger worden ondertekend. Als een rechtsvordering wordt ingesteld door een vertegenwoordiger die namens de eiser optreedt, moet het verzoek vergezeld gaan van een volmacht waarin wordt bevestigd dat de vertegenwoordiger gemachtigd is om de rechtsvordering in te stellen. Als de eiser niet weet hoe hij het verzoek moet ondertekenen of niet in staat is dit te doen, moet het door een daartoe gemachtigde persoon worden ondertekend, met opgave van de redenen waarom de eiser het verzoek niet heeft ondertekend. Het verzoek wordt bij de rechtbank ingediend in evenveel afschriften als er verweerders zijn.

Het verzoek moet vergezeld gaan van: een volmacht indien het verzoek door een gemachtigde wordt ingediend; een document waaruit blijkt dat de door de staat geheven heffingen en kosten zijn betaald; afschriften van het verzoek en de bijlagen, één voor elke verweerder.

10 Moet ik gerechtelijke kosten betalen? Zo ja, wanneer? Moet ik direct bij het indienen van mijn eis de kosten voor een advocaat betalen?

Bij het instellen van een vordering moeten gerechtskosten worden betaald, die afhankelijk zijn van het in het geding zijnde bedrag alsook de proceskosten. Wanneer het bedrag van de vordering niet kan worden bepaald, worden de gerechtskosten door de rechtbank bepaald. Het in het geding zijnde bedrag wordt door de eiser opgegeven. Het in het geding zijnde bedrag is de uitdrukking van het voorwerp van de zaak in geld.

Vragen met betrekking tot het in het geding zijnde bedrag kunnen uiterlijk bij de eerste zitting door de verweerder of ambtshalve door de rechtbank worden opgeworpen. Indien het opgegeven bedrag onrealistisch is, specificeert de rechtbank het in het geding zijnde bedrag. Er zijn twee soorten gerechtskosten: gewone en evenredige gerechtskosten. Gewone gerechtskosten worden vastgesteld op basis van de materiële, technische en administratieve kosten van de procedure. Evenredige gerechtskosten worden gebaseerd op het gevorderde bedrag. De gerechtskosten worden geïnd bij de indiening van het verzoek om bescherming of genoegdoening en bij de afgifte van het document waarvoor gerechtskosten moeten worden betaald, overeenkomstig het door de raad van ministers goedgekeurde tarief.

De gerechtskosten worden gewoonlijk betaald door overschrijving op de rekening van de rechtbank bij de indiening van het verzoek. Elke partij moet de kosten van de gevraagde dienst vooraf aan de rechtbank betalen. Op verzoek van beide partijen of op initiatief van de rechtbank worden alle kosten door beide partijen of door één partij gedragen, afhankelijk van de omstandigheden.

De gerechtskosten hoeven in de volgende gevallen niet te worden betaald: door eisers die arbeiders, werknemers en leden van coöperaties zijn bij verzoeken die verband houden met arbeidsverhoudingen; bij alimentatievorderingen; bij door een officier van justitie ingestelde rechtsvorderingen; door eisers bij vorderingen tot vergoeding van uit misdaad voortvloeiende schade, in verband met een veroordeling die kracht van gewijsde heeft; of door door de rechter aangestelde speciale vertegenwoordigers van een partij van wie het adres onbekend is.

Natuurlijke personen van wie door de rechtbank is erkend dat ze niet over voldoende middelen beschikken, worden vrijgesteld van de betaling van gerechtskosten. In het geval van een verzoek om vrijstelling van gerechtskosten houdt de rechtbank rekening met het inkomen van de betrokkene en zijn gezin, de uit een verklaring blijkende activa, de burgerlijke staat, de gezondheid, het beroep, de leeftijd en andere omstandigheden. In dergelijke gevallen worden de proceskosten betaald uit de bedragen die in de begroting van de rechtbank daarvoor zijn gereserveerd. In het geval van een door de schuldenaar ingediend verzoek tot opening van een faillissementsprocedure worden er geen gerechtskosten geïnd. Gerechtskosten worden geïnd uit de activa bij verdeling van het eigendom in overeenstemming met de handelswet (Targovski zakon).

Indien een verzoek geheel of gedeeltelijk is ingewilligd, gelast de rechtbank de verweerder om aan de eiser een deel van de kosten van de procedure te betalen in verhouding tot de mate waarin het verzoek is ingewilligd (gerechtskosten, advocaatkosten, kosten in verband met het verschijnen voor de rechtbank en bewijsgaring). Indien aan de eiser kosteloze rechtsbijstand is verleend, wordt de verweerder gelast om de kosten daarvan terug te betalen in verhouding tot de mate waarin het verzoek is ingewilligd. Wanneer de zaak wordt afgesloten, heeft de verweerder recht op vergoeding van de kosten, en als de rechtbank het verzoek afwijst, heeft de verweerder recht op vergoeding van de gemaakte kosten in verhouding tot de mate waarin het verzoek is afgewezen.

Het honorarium van de advocaat wordt overeengekomen tussen de cliënt en de advocaat en wordt gewoonlijk betaald bij de ondertekening van het contract inzake juridische vertegenwoordiging, conform de betalingsvoorwaarden.

11 Kan ik rechtsbijstand aanvragen?

Zie "Rechtsbijstand".

12 Wanneer is mijn zaak officieel aanhangig gemaakt? Ontvang ik een bevestiging van de autoriteiten dat mijn zaak correct aanhangig is gemaakt?

Per post ontvangen verzoeken en andere correspondentie en tijdens de kantooruren persoonlijk afgegeven stukken worden op de dag van ontvangst door de rechtbank geregistreerd in het logboek van inkomende correspondentie. Een vordering wordt officieel geacht te zijn ingesteld op de dag waarop de rechtbank het verzoek heeft ontvangen. Indien het verzoek per post is verzonden of naar de verkeerde rechtbank is verzonden, wordt het geacht te zijn ontvangen op de dag van verzending per post of op de dag van ontvangst door de verkeerde rechtbank. De rechtbank verifieert de juistheid van het verzoek. Als een verzoek niet volgens de regels is opgesteld of als niet alle vereiste documenten zijn bijgevoegd, wordt de eiser verzocht om binnen één week het verzoek te corrigeren en wordt hem meegedeeld of hij in aanmerking komt voor rechtsbijstand. Als het adres van de eiser niet is opgegeven en niet bekend is bij de rechtbank, wordt er gedurende een week een bericht opgehangen op een daartoe bestemde plaats in de rechtbank. Als de eiser het verzoek niet tijdig corrigeert, wordt het verzoek samen met de bijlagen teruggezonden. Als het adres van de eiser onbekend is, wordt het verzoek bij de griffie van de rechtbank bewaard, zodat het ter beschikking kan worden gesteld van de eiser. Hetzelfde geldt wanneer er in de loop van de procedure wordt vastgesteld dat het verzoek niet volgens de regels is opgesteld. De rechtsvordering wordt geacht te zijn ingesteld op de datum waarop het aangepaste verzoek is ontvangen.

Als de rechtbank bij verificatie van het verzoek vaststelt dat het niet-ontvankelijk is, wordt het verzoek teruggezonden. De terugzending van het verzoek naar de eiser vormt geen beletsel om het verzoek opnieuw bij de rechtbank in te dienen, in welk geval het verzoek wordt geacht te zijn ingesteld op de datum waarop het opnieuw is ingediend.

De gerechtelijke autoriteiten sturen geen speciaal document om te bevestigen dat de vordering naar behoren is ingesteld, maar er worden wel bepaalde procedures toegepast waaruit blijkt dat dit het geval is. Zodra het verzoek naar behoren is opgesteld en ingediend, en alle vereiste stukken zijn bijgevoegd, verzendt de rechtbank een afschrift naar de verweerder. Het afschrift bevat de bijlagen bij het verzoek. De verweerder wordt verzocht binnen één maand een schriftelijk antwoord in te dienen en wordt geïnformeerd welke informatie dit antwoord moet bevatten. De verweerder wordt ook geïnformeerd over wat de gevolgen zijn als hij geen antwoord indient of zijn rechten niet uitoefent, en wordt er, in voorkomend geval, van in kennis gesteld dat hij recht heeft op rechtsbijstand. Het schriftelijke antwoord van de verweerder moet het volgende bevatten: de naam van de rechtbank; het nummer van de zaak; de naam en het adres van de verweerder en, indien van toepassing, diens wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde; het standpunt van de verweerder over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het verzoek; het standpunt van de verweerder over de omstandigheden waarop het verzoek is gebaseerd; de weerlegging van het verzoek en de omstandigheden die het verzoek onderbouwen; de handtekening van de persoon die het antwoord heeft ingediend. In het antwoord op het verzoek moet de verweerder aangeven welke bewijzen hij indient ter staving van welke feiten, en moet hij alle schriftelijke bewijsstukken waarover hij beschikt, overleggen. Het antwoord moet vergezeld gaan van: een volmacht indien het door een gemachtigde wordt ingediend; en kopieën van het antwoord en de bijlagen daarbij (één kopie voor elke eiser). Als de verweerder nalaat om binnen de gestelde termijn een schriftelijk antwoord in te dienen, zijn standpunt bekend te maken, bezwaar aan te tekenen, de waarheidsgetrouwheid van een bij het verzoek gevoegd stuk te betwisten, zijn recht om een tegenvordering in te stellen uit te oefenen, een bijkomend verzoek in te dienen of een beroep te doen op een derde die bevoegd is om namens de verweerder op te treden, verliest de verweerder de mogelijkheid om dat op een later tijdstip te doen, tenzij zijn verzuim te wijten is aan specifieke onvoorziene omstandigheden.

Na de juistheid en ontvankelijkheid van de ingediende verzoeken te hebben geverifieerd, beslist de rechter over de verdere behandeling van de rechtsvordering en beantwoordt de rechtbank verzoeken en bezwaren van de partijen met betrekking tot alle zaken die aan het proces voorafgaan en de toelating van bewijsmateriaal. De rechter kan ook bemiddeling of andere vormen van vrijwillige geschillenbeslechting gelasten.

De rechter neemt de zaak in behandeling tijdens een openbare zitting, waarvoor hij de partijen dagvaardt. De griffier stuurt de dagvaardingen naar de partijen, aan wie een afschrift van de rechterlijke beslissing wordt betekend.

In handelszaken voorziet het wetboek van burgerlijke rechtsvordering in een uitwisseling van stukken tussen de partijen bij het geschil. Zodra het antwoord is ontvangen, stuurt de rechtbank een afschrift, samen met de bijlagen, naar de eiser, die binnen twee weken een aanvullend verzoek kan indienen. In het aanvullende verzoek kan de eiser het oorspronkelijke verzoek aanvullen en toelichten. Na ontvangst van het aanvullende verzoek verzendt de rechtbank een afschrift daarvan samen met de bijlagen naar de verweerder, die binnen twee weken een antwoord kan indienen. In het aanvullende antwoord moet de verweerder reageren op het aanvullende verzoek.

Na de juistheid van de uitgewisselde stukken en de ontvankelijkheid van de ingediende verzoeken te hebben gecontroleerd, met inbegrip van de bedragen ervan alsmede andere verzoeken en bezwaren van de partijen, beslist de rechter over alle zaken die aan het proces voorafgaan en over de toelating van bewijsmateriaal. De rechter stelt de datum van de zaak in een openbare zitting vast, waarvoor hij de partijen dagvaardt door de eiser het aanvullende antwoord te sturen, en deelt zijn beslissing aan de partijen mee. De rechter kan bemiddeling of andere vormen van vrijwillige geschillenbeslechting gelasten. Wanneer al het bewijsmateriaal via de uitwisseling van stukken is overgelegd en wanneer is overeengekomen dat het niet noodzakelijk is dat de partijen de zitting bijwonen, en indien partijen dat wensen, kan de rechter de zaak met gesloten deuren behandelen, waarbij partijen in de gelegenheid worden gesteld verweerschriften en antwoorden in te dienen.

Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bevat bijzondere bepalingen betreffende bepaalde procedures – kort gedingen, procedures in huwelijkszaken, kwesties in verband met burgerlijke staat, gerechtelijke onbekwaamheid, gerechtelijke verdeling, bescherming en herstel van eigendomsrechten op onroerend goed, akten, collectieve rechtszaken en verzoeken tot verkrijging van een executoriale titel, conservatoire procedures, verzoeken om bescherming, en tenuitvoerleggingsprocedures. Ook in de handelswet zijn bijzondere regels vastgesteld inzake insolventieprocedures en daarmee verband houdende verzoeken.

13 Ontvang ik gedetailleerde informatie over de tijdsplanning van diverse zittingen (zoals het tijdstip waarop ik in de rechtszaal mag verschijnen)?

De rechter dagvaardt de partijen voor de zittingen. Als de zaak wordt verdaagd, ontvangen de naar behoren gedagvaarde partijen geen dagvaarding voor de volgende zitting indien de datum hen ter terechtzitting is meegedeeld. De dagvaarding vindt uiterlijk één week voor de zitting plaats. Deze regel geldt niet bij tenuitvoerleggingsprocedures. De dagvaarding omvat: de rechtbank die de dagvaarding heeft opgesteld, de naam en het adres van de gedagvaarde persoon, in welke zaak en in welke hoedanigheid hij wordt gedagvaard, de plaats en het tijdstip van de zitting en de rechtsgevolgen van het niet verschijnen.

De rechtbank verstrekt de partijen een afschrift van alle beslissingen, waartegen afzonderlijk beroep kan worden ingesteld.

De partijen worden in kennis gesteld van de door de rechtbank vastgestelde termijnen voor procedurele handelingen, maar niet van de wettelijke termijnen.

Laatste update: 19/04/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website