Ouderlijke verantwoordelijkheid: gezag en omgangsrecht

Litouwen
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Wat betekent het begrip “ouderlijke verantwoordelijkheid” in de praktijk? Wat zijn de rechten en plichten van degene die ouderlijke verantwoordelijkheid draagt?

De rechten en plichten tussen kinderen en ouders zijn onderworpen aan de bepalingen van boek III, deel IV, van het Burgerlijk Wetboek van de Republiek Litouwen (Lietuvos Respublikos civilinis kodeksas, hierna "het Burgerlijk Wetboek" genoemd). Artikel 3.155 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ouders zorgen voor hun kinderen tot deze de meerderjarigheid of de ontvoogding bereiken. De ouders hebben het recht en de plicht hun kinderen groot te brengen en op te voeden tot eerlijke mensen, te zorgen voor hun gezondheid en, met inachtneming van hun fysieke en mentale situatie, gunstige omstandigheden te scheppen voor hun volledige en harmonieuze ontwikkeling om hen voor te bereiden op een onafhankelijk leven in de maatschappij. Boek III, hoofdstuk XI, van het Burgerlijk Wetboek zet de rechten en plichten van ouders ten aanzien van hun kinderen uiteen en hoofdstuk XII gaat in op de rechten en plichten tussen ouders en kinderen met betrekking tot eigendom.

Artikel 3.227, lid 2, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat adoptieouders moeten worden behandeld als de ouders van een kind overeenkomstig de wet vanaf de dag waarop de gerechtelijke uitspraak over de adoptie van kracht wordt, behalve in uitzonderingsgevallen waarin artikel 3.222, lid 4, van het Burgerlijk Wetboek voorziet.

2 Wie heeft normaal gesproken de ouderlijke verantwoordelijkheid voor een kind?

Artikel 3.156 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een vader en moeder gelijke rechten en plichten hebben ten aanzien van hun kinderen. Ouders hebben gelijke rechten en plichten ten aanzien van hun kinderen, ongeacht of het kind geboren is, terwijl de ouders getrouwd of ongetrouwd waren, na een echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk of na een scheiding van tafel en bed.

3 Kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen, als de ouders de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen?

Als de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet kunnen of willen uitoefenen, kan een andere persoon in plaats van de ouders worden aangewezen. In het Burgerlijk Wetboek worden daartoe het voogdijschap en de onderbewindstelling van minderjarigen ingesteld. In de artikelen 3.254 en 3.257 worden de grondbeginselen gegeven die van toepassing zijn wanneer een kind tijdelijk of permanent onder voogdij of onder bewind worden gesteld.

4 Hoe wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid geregeld als de ouders van echt scheiden of uit elkaar gaan?

Als de ouders scheiden, wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst vastgesteld aan de hand van het type scheiding.

Als een huwelijk met wederzijds goedvinden van de echtgenoten wordt ontbonden, moeten zij aan de rechtbank een overeenkomst voorleggen over de gevolgen van de ontbinding van het huwelijk (scheiding van goederen, kinderalimentatie enzovoort). Artikel 3.53, lid 3, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de rechtbank bij het uitspreken van een echtscheidingsvonnis een overeenkomst over de gevolgen van de ontbinding van het huwelijk van de echtgenoten goedkeurt, waarin de alimentatie voor minderjarige kinderen en voor elkaar wordt geregeld, evenals de verblijfplaats van hun minderjarige kinderen, de betrokkenheid van de echtgenoten bij de opvoeding van hun kinderen en andere eigendomsrechten en -plichten. De inhoud van deze overeenkomst wordt opgenomen in het echtscheidingsvonnis. Wanneer sprake is van een aanzienlijke verandering in de omstandigheden (ziekte of arbeidsongeschiktheid van een van de voormalige echtgenoten enzovoort), kunnen de voormalige echtgenoten, of kan een van hen, een verzoek indienen bij de rechtbank om de voorwaarden van hun overeenkomst over de gevolgen van de ontbinding van het huwelijk aan te passen.

Als het huwelijk wordt ontbonden op grond van de scheidingsaanvraag van een van de echtgenoten, moet in de aanvraag die aan de rechtbank wordt voorgelegd, ook worden aangegeven hoe de aanvrager zich zal kwijten van zijn of haar verplichtingen tegenover de andere echtgenoot en hun minderjarige kinderen. Bij het uitspreken van een echtscheiding moet de rechtbank beslissen en over de zaken die verband houden met de verblijfplaats en het onderhoud van de minderjarige kinderen, het onderhoud van een van de echtgenoten en de verdeling van de gezamenlijke goederen van de echtgenoten, behalve in gevallen waarin de goederen zijn verdeeld op grond van een wederzijdse, door een notaris gewaarmerkte overeenkomst tussen de echtgenoten (artikel 3.59 van het Burgerlijk Wetboek).

Een echtscheiding als gevolg van de schuld van beide echtgenoten heeft dezelfde gevolgen als de ontbinding van het huwelijk met wederzijds goedvinden van de echtgenoten (artikelen 3.51 tot en met 3.54 van het Burgerlijk Wetboek). Op een echtscheidingsprocedure als gevolg van de schuld van een van de echtgenoten is, mutatis mutandis, artikel 3.59 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Ten aanzien van scheiding van tafel en bed geldt dat een van de echtgenoten bij de rechtbank een aanvraag voor gescheiden wonen kan indienen als hij of zij het niet langer verdraagt met zijn of haar echtgenoot samen te leven of als dit onmogelijk is geworden of als dit de belangen van minderjarige kinderen ernstig schaadt vanwege specifieke omstandigheden die mogelijk niet afhankelijk zijn van de andere echtgenoot, of als de echtgenoten niet langer geïnteresseerd zijn in samenwonen. Wanneer de rechtbank een echtscheidingsvonnis uitspreekt, moet zij bepalen bij welke echtgenoot de kinderen zullen wonen en beslissen over de kinderalimentatie en de betrokkenheid van de elders wonende vader (of moeder) bij de opvoeding van de kinderen. Beide echtgenoten kunnen gezamenlijk een aanvraag bij de rechtbank indienen voor goedkeuring van hun scheiding van tafel en bed, als zij overeenstemming hebben bereikt over de gevolgen van hun scheiding met betrekking tot de verblijfplaats, het onderhoud en de opvoeding van hun minderjarige kinderen, de verdeling van hun goederen en het onderhoud van elkaar. Wanneer de echtgenoten overeenstemming hebben bereikt over de gevolgen van hun scheiding van tafel en bed, keurt de rechtbank de overeenkomst goed, mits deze in overeenstemming met de openbare orde is en de rechten en legitieme belangen van hun minderjarige kinderen of van een van de echtgenoten niet schaadt. Als de rechtbank de overeenkomst heeft goedgekeurd, neemt zij deze op in het vonnis tot scheiding van tafel en bed.

5 Welke formaliteiten moeten in acht worden genomen om onderlinge overeenstemming van de ouders betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid juridisch bindend te maken?

Als de ouders samenwonen, bepalen zij in onderling overleg hoe het onderhoud geregeld wordt en welke vorm dit krijgt. Er is geen speciaal model voor een dergelijke overeenkomst en ook geen procedure voor het sluiten ervan. Artikel 3.193 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat in het geval van scheiding met wederzijdse instemming (artikel 3.51 van het Burgerlijk Wetboek) of scheiding van tafel en bed (artikel 3.73 van het Burgerlijk Wetboek) de echtgenoten een overeenkomst sluiten waarin hun wederzijdse plichten met betrekking tot het onderhoud van hun minderjarige kinderen worden uiteengezet, evenals de middelen, de hoogte en de vorm van de kinderalimentatie. De overeenkomst moet worden goedgekeurd door de rechtbank (artikel 3.53 van het Burgerlijk Wetboek). Ouders van minderjarige kinderen kunnen ook een overeenkomst over het onderhoud van hun kinderen sluiten als hun scheiding op andere gronden is gebaseerd. Als een van de ouders zich niet houdt aan de overeenkomst over het onderhoud van hun minderjarige kinderen zoals deze is goedgekeurd door de rechtbank, verwerft de andere ouder het recht de rechtbank te verzoeken om een executoriale titel.

6 Als de ouders het niet eens worden over de ouderlijke verantwoordelijkheid, wat voor mogelijkheden zijn er dan om het conflict buiten het gerecht om op te lossen?

Er staan de ouders mediationdiensten ter beschikking als alternatief voor conflictoplossing, zonder tussenkomst van de rechter. Gerechtelijke bemiddeling is mogelijk bij alle gewone rechtbanken. Gerechtelijke bemiddeling is kosteloos. Dit is een goedkopere en snellere manier om geschillen te beslechten. Bij gerechtelijke bemiddeling wordt de vertrouwelijkheid gewaarborgd en elke partij kan zich zonder opgave van redenen terugtrekken. De rechter (kamer) die de civiele zaak behandelt of een van de partijen in het geschil kan het initiatief nemen tot het inschakelen van gerechtelijke bemiddeling. Meer informatie over mediation en een lijst van mediators kan worden gevonden op de website van de: Litouwse rechtbanken.

7 Over welke zaken betreffende het kind kan de rechter beslissen als de ouders de zaak aan de rechter voorleggen?

Als de ouders naar de rechter stappen, kan deze beslissen over alle zaken die te maken hebben met hun kinderen, met inbegrip van hun verblijfplaats, het bezoek-/omgangsrecht van de ouders, het onderhoud van minderjarige kinderen en eventuele andere zaken die worden genoemd in de aanvraag die bij de rechtbank is ingediend.

8 Als het gerecht de voogdij over een kind toewijst aan een van de ouders, betekent dit dan dat deze ouder over alle zaken betreffende het kind kan beslissen zonder eerst de andere ouder te raadplegen?

Artikel 3.156 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de vader en de moeder gelijke rechten en plichten hebben ten aanzien van hun kinderen. Dit is van toepassing ongeacht of het kind geboren is, terwijl de ouders getrouwd of ongetrouwd waren, na een echtscheiding of nietigverklaring van het huwelijk of na een scheiding van tafel en bed. De ouders hebben het recht en de plicht hun kinderen groot te brengen, verantwoordelijk te zijn voor hun opvoeding en ontwikkeling, te zorgen voor hun gezondheid en hen in geestelijk en moreel opzicht te begeleiden. Bij de uitoefening van deze taken gaan de rechten van de ouders vóór de rechten van andere personen. De ouders moeten het mogelijk maken dat hun kinderen naar school gaan, tot zij de wettelijk voorgeschreven leeftijd bereiken.

Een ouder kan uitsluitend exclusief gezag krijgen, wanneer het ouderlijk gezag van de andere ouder is beperkt. Wanneer ouders (de vader of de moeder) tekortschieten in hun plicht hun kinderen groot te brengen, hun ouderlijk gezag misbruiken, hun kinderen wreed behandelen, een schadelijke invloed op hun kinderen hebben als gevolg van immoreel gedrag of niet voor hun kinderen zorgen, kan de rechtbank hun ouderlijk gezag (dat van de vader of de moeder) tijdelijk of voor onbepaalde tijd beperken. Bij het geven van een dergelijk vonnis houdt de rechtbank rekening met de specifieke omstandigheden waarop de aanvraag voor een beperking van het ouderlijk gezag is gebaseerd. De ouders behouden echter het recht contact met hun kind te onderhouden, behalve wanneer dit niet in het belang van het kind is. Wanneer het ouderlijk gezag voor onbepaalde tijd is beperkt, kan het kind worden geadopteerd zonder dat de ouders daarmee uitdrukkelijk instemmen.

9 Wat betekent het in de praktijk als het gerecht beslist dat de ouders gezamenlijk ouderlijke verantwoordelijkheid dragen?

Ouders beslissen in wederzijds overleg over alle zaken in verband met de opvoeding van hun kinderen en over andere zaken die onder de ouderlijke verantwoordelijkheid vallen. Als zij het niet eens zijn, worden geschilpunten door de rechtbank beslecht.

De vader of moeder van het kind of de ouders (voogden/bewindvoerders) van wilsonbekwame minderjarige ouders kunnen bij de rechtbank verzoeken om contact tussen ouder en kind of betrokkenheid bij de opvoeding van het kind. De rechtbank stelt de omgangsregeling voor een gescheiden vader of moeder met een kind vast met inachtneming van de belangen van het kind en met het oogmerk de gescheiden vader of moeder in staat te stellen om zoveel mogelijk bij de opvoeding van het kind betrokken te zijn. De rechtbank kan alleen minimaal contact met het kind gelasten, wanneer voortdurend maximaal contact de belangen van het kind schaadt.

10 Tot welk gerecht of welke instantie moet ik mij wenden om een verzoek betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid te doen? Aan welke formaliteiten moet ik voldoen en welke documenten moet ik bij mijn verzoek voegen?

Als iemand een aanvraag in verband met ouderlijke verantwoordelijkheid wil indienen, moet hij of zij zich wenden tot de districtsrechtbank. De formaliteiten die moeten worden vervuld en de documenten die bij het verzoek moeten worden gevoegd, zijn afhankelijk van de eisen die in het verzoek worden gesteld en van de rechten en plichten die worden betwist, waarover een besluit moet worden genomen of die moeten worden vastgesteld (met betrekking tot wat de ouderlijke verantwoordelijkheid inhoudt).

11 Welke procedure geldt in deze zaken? Is er een spoedprocedure?

De belangrijkste geschillen en vraagstukken met betrekking tot ouderlijke verantwoordelijkheid worden behandeld in een vereenvoudigde procedure.

12 Kan ik een vergoeding krijgen van de kosten van rechtshulp en de procedure?

De beschikbaarheid van kosteloze rechtshulp is onderworpen aan de bepalingen van de wet op door de staat gegarandeerde rechtsbijstand (Valstybės garantuojamos teisinės pagalbos įstatymas). Of iemand in aanmerking komt voor door de staat gegarandeerde rechtsbijstand, hangt af van zijn of haar financiële situatie.

13 Is het mogelijk in beroep te gaan tegen een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid?

Ja, het is mogelijk bij een hogere rechtbank tegen deze beslissing in beroep te gaan, in overeenstemming met de algemene bepalingen van burgerlijke rechtsvordering.

14 Als het nodig is zich te wenden tot een gerecht of een andere instantie om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid ten uitvoer te leggen, welke procedure moet ik dan toepassen?

De beslissing van een rechtbank wordt uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder.

15 Wat moet ik doen om een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die door een gerecht in een andere lidstaat is gegeven, in deze lidstaat te laten erkennen en ten uitvoer te laten leggen?

Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt toegepast, zonder dat daartoe enigerlei procedure vereist is, door een beslissing van een rechtbank van een andere EU-lidstaat te erkennen in Litouwen. Deze verordening is van toepassing op alle EU-lidstaten met uitzondering van Denemarken.

Vonnissen over het omgangsrecht en vonnissen waarin de terugkeer van het kind wordt gelast die zijn gegeven door de rechtbanken van de EU-lidstaten, moeten worden uitgevoerd conform de voorschriften van deel VI van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Republiek Litouwen (Lietuvos Respublikos civilinio proceso kodeksas, hierna het "Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering" genoemd).

Verzoeken om overname van de bevoegdheid van een rechtbank van een ander land en verzoeken om overdracht van de bevoegdheid naar een rechtbank van een ander land, zoals bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad (en de artikelen 8 en 9 van het Haags Verdrag van 19 oktober 1996) worden behandeld door het hof van beroep van Litouwen (Lietuvos apeliacinis teismas).

De genoemde verzoeken worden behandeld in overeenstemming met de procedure in hoofdstuk 39 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, tenzij Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad anders bepaalt. Aan deze verzoeken zijn geen gerechtskosten verbonden.

Verzoeken die bij het hof van beroep van Litouwen worden ingediend, moeten voldoen aan de algemene vereisten voor processtukken (artikel 111 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Conform artikel 15 van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad moeten verzoeken en eventuele aanhangsels daarbij worden ingediend in de nationale taal. Zo niet, dan moeten vertalingen ervan in het Litouws worden bijgevoegd. Wanneer de verzoeker buiten Litouwen verblijft en geen vertegenwoordiger voor de zaak of een gemachtigde persoon voor het ontvangen van processtukken heeft aangewezen die in Litouwen woont of daar kantoor houdt (artikel 805 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), moet in het verzoek een adres in Litouwen of het adres van telecommunicatie-eindapparatuur worden vermeld dat zal worden gebruikt om de processtukken aan de verzoeker te betekenen. Deze eisen gelden echter niet voor verzoeken die bij het hof van beroep van Litouwen worden ingediend door een rechtbank van een ander land.

Waar nodig kan het hof van beroep van Litouwen de nationale dienst voor kinderbescherming en adoptie van het ministerie van Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid van Litouwen (Valstybės vaiko teisių apsaugos ir įvaikinimo tarnyba prie Lietuvos Respublikos socialinės apsaugos ir darbo ministerijos) opdragen een advies in te dienen over het nut van overname of overdracht van de bevoegdheid. Het hof van beroep van Litouwen stelt een termijn waarbinnen dit advies moet worden ingediend.

Het hof van beroep van Litouwen moet een verzoek behandelen binnen zes weken na ontvangst ervan.

Na een verzoek om overname van de bevoegdheid van een rechtbank van een ander land te hebben beoordeeld en het verzoek bij beschikking te hebben ingewilligd, wijst het hof van beroep van Litouwen, met inachtneming van de omstandigheden van de zaak, een bevoegde Litouwse rechtbank aan voor de behandeling van de zaak in Litouwen. De procedure die in de rechtbank van het andere land is ingesteld, wordt aan de bevoegde Litouwse rechtbank overgedragen voor een beoordeling van de grond van de zaak. De bepalingen van artikel 35 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn in deze zaak, mutatis mutandis, van toepassing en de procedure wordt voortgezet in de bevoegde Litouwse rechtbank. Waar nodig stelt de bevoegde Litouwse rechtbank de positie van de partijen bij de procedure vast en neemt zij maatregelen om eventuele tekortkomingen in de processtukken te verhelpen.

16 Tot welk gerecht in deze lidstaat moet ik mij wenden om mij te verzetten tegen de erkenning van een beslissing over ouderlijke verantwoordelijkheid die is gegeven door een gerecht in een andere lidstaat? Welke procedure is in dit geval van toepassing?

Een beroep moet worden ingesteld bij het hooggerechtshof van Litouwen (Lietuvos Aukščiausiasis Teismas). Het zal worden beoordeeld als een beroep in cassatie conform de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

17 Welk recht wordt door het gerecht toegepast in een proces over ouderlijke verantwoordelijkheid waarbij het kind of de partijen niet in deze lidstaat wonen of verschillende nationaliteiten hebben?

Artikel 1.32 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt welk recht er van toepassing is op betrekkingen tussen ouders en kinderen. Persoonlijke en eigendomgerelateerde betrekkingen tussen ouders en kinderen vallen onder het recht van de staat waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. Als geen van beide ouders zijn of haar gewone verblijfplaats heeft in de staat waar het kind zijn of haar gewone verblijfplaats heeft en het kind en beide ouders onderdanen van dezelfde staat zijn, is het recht van de staat waarvan zij allen onderdaan zijn van toepassing.

In zaken die de ouderlijke verantwoordelijkheid betreffen, wordt de bevoegde rechtbank bepaald overeenkomstig het Haags Verdrag van 19 oktober 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.

Welk recht van toepassing is op de bescherming van minderjarigen, voogdijschap en onderbewindstelling wordt bepaald overeenkomstig het Haags Verdrag van 5 oktober 1961 betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen.

Onderhoudsverplichtingen (alimentatie) binnen het gezin zijn onderworpen aan het Haags Verdrag van 2 oktober 1973 inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen.

Laatste update: 21/10/2019

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.