Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar
Swipe to change

Soorten juridische beroepen

Oostenrijk

Op deze pagina vindt u een overzicht van de juridische beroepen in Oostenrijk.

Inhoud aangereikt door
Oostenrijk

Juridische beroepen - inleiding

Er zijn momenteel 1 693 beroepsrechters waarvoor het Oostenrijkse bondsministerie van Justitie verantwoordelijk is (gegevens per 1 november 2012, op basis van actieve functies in voltijdequivalenten, onder andere bij het Hooggerechtshof).

Rechters worden ook buiten het ministerie van Justitie om benoemd, bijvoorbeeld bij het Administratief Hof (circa 63) en bij het Asielgerechtshof.

Daarnaast worden er leken aangewezen voor specifieke zaken, die op vrijwillige basis werken. Zij fungeren als lekenrechters of juryleden in strafzaken, maar ook als toegevoegde rechters met bijzondere deskundigheid in zowel handelszaken als zaken op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid.

Er zijn 375 openbare aanklagers (gegevens per 1 november 2012, op basis van actieve functies in voltijdequivalenten, waaronder op het bureau van de directeur van het openbaar ministerie) en 4 864 ambtenaren en medewerkers op contractbasis (gegevens per 1 november 2012, op basis van actieve functies in voltijdequivalenten, waaronder bij het Hooggerechtshof en het bureau van de directeur van het openbaar ministerie) die ervoor helpen zorgen dat de gerechten en de bureaus van het openbaar ministerie soepel functioneren.

Alle penitentiaire organisaties tezamen hebben in totaal 3 631 medewerkers (gegevens per 1 november 2012, op basis van actieve functies in voltijdequivalenten, waaronder de medewerkers van het directoraat voor het gevangeniswezen, de Vollzugsdirektion); dit cijfer omvat 3 098 medewerkers die binnen de penitentiaire inrichtingen werkzaam zijn (waaronder 127 personen die verantwoordelijk zijn voor onderwijs aan gevangenen).

1. Rechters

Opleiding en benoeming

Na afronding van hun rechtenstudie en een stage bij een rechtbank, volgt voor aankomende rechters een praktijkopleiding in het kader van de opleiding tot rechter. Er worden jaarlijks zo'n 60 tot 80 kandidaat-rechters benoemd. De opleiding tot rechter duurt (met inbegrip van de stage bij een rechtbank) in beginsel vier jaren en vindt plaats bij districtsgerechten, arrondissementsrechtbanken, een openbaar ministerie, een penitentiaire inrichting, een centrum voor hulp aan of het beschermen van slachtoffers en bij beroepsmatige vertegenwoordigers van partijen (advocaat, notaris of het openbaar ministerie dat het bondsministerie van Financiën vertegenwoordigt). Een gedeelte van de opleiding kan o.a. ook worden gedaan bij de hoven van beroep (Oberlandesgericht), het Hooggerechtshof, het bondsministerie van Justitie, het directoraat voor het gevangeniswezen, reclasseringsinstellingen, zaakwaarnemerschapsverenigingen of bureaus voor jeugdzorg, de Rechtsschutzbeauftragte (functionaris voor rechtsbeschermng), bij geschikte ondernemingen of in de financiële sector. De opleiding tot rechter wordt afgesloten met het examen voor het ambt van rechter.

Na te zijn geslaagd voor het examen kunnen kandidaat-rechters solliciteren op vacatures voor rechters.

Rechters worden benoemd door de bondspresident die, wat de meeste functies betreft, deze taak gedelegeerd zal hebben aan de bondsminister van Justitie. Alleen Oostenrijkse onderdanen kunnen als rechter worden benoemd.

Leken in het college moeten worden onderscheiden van beroepsrechters. Zij hoeven geen juridische opleiding te hebben genoten en werken op vrijwillige basis. Ze kunnen optreden als lekenrechters of juryleden in strafzaken, dan wel als toegevoegde rechters met bijzondere deskundigheid in zaken op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid.

Status van rechters

Beroepsrechters hebben een publiekrechtelijke arbeidsverhouding met de bondsstaat. Naast de bepalingen van de federale constitutionele wet (Bundes-Verfassungsgesetz) is de Oostenrijkse wet op de dienstverlening door rechters de belangrijkste rechtsbron voor wat betreft de opleiding en het beroepsstatuut van rechters. (De volledige naam van deze rechtsbron is Richter- und Staatsanwaltschaftsdienstgesetz en hierin is een groot aantal bepalingen, zoals bijvoorbeeld het tuchtrecht en de dienstbeschrijvingen, voor rechters en openbare aanklagers overeenkomstig vastgesteld.)

Beroepsrechters worden voor onbepaalde tijd benoemd en gaan aan het eind van het jaar waarin zij de leeftijd van 65 jaar bereiken met pensioen.

Volgens de artikelen 87 en 88 van de federale constitutionele wet fungeren rechters als onafhankelijke staatsorganen bij de wetsinterpretatie en de rechtspleging. Deze onafhankelijkheid komt enerzijds tot uiting in het feit dat rechters zich niets gelegen hoeven te laten liggen aan welke instructie dan ook (onafhankelijkheid ten aanzien van de inhoud van de zaak) en in het feit dat zij niet uit hun functie kunnen worden ontheven en niet naar een andere functie kunnen worden overgeplaatst (persoonlijke onafhankelijkheid). Rechters zijn slechts gebonden aan de wet en oordelen op basis van hun eigen rechtsovertuiging. Zij zijn evenmin gebonden aan eerdere beslissingen van andere rechtbanken in soortgelijke juridische kwesties (geen precedentwerking).

Met uitzondering van wanneer zij blijvend met pensioen gaan na de pensioengerechtigde leeftijd te hebben bereikt, kunnen rechters alleen in de bij wet voorziene omstandigheden en op de daar voorziene wijze op basis van een formele rechterlijke uitspraak (artikel 88 van de federale constitutionele wet) uit hun functie ontheven of tegen hun wil naar een andere functie overgeplaatst of voortijdig met pensioen gestuurd worden.

De in de federale constitutionele wet voorziene speciale status is alleen op rechters van toepassing tijdens de uitoefening van hun ambt als rechter (bij het uitvoeren van alle bij wet of krachtens de dienstverdeling toegewezen gerechtelijke zaken). Een uitzondering vormen speciale zaken die de rechterlijke macht betreffen (Justizverwaltungssachen - maatregelen om de werking van het gerechtelijke apparaat te waarborgen). In die gevallen zijn rechters echter alleen onafhankelijk als zij dergelijke zaken behandelen in kamers of commissies (bv. de dienstverdeling, suggesties voor benoemingen tot rechter). Zo niet, dan zijn zij gebonden aan de instructies van hun hogergeplaatsten. Door een vaste dienstverdeling is het in de federale constitutionele wet verankerde recht op een rechter die binnen het rechtsstelsel opereert, gewaarborgd.

Rol en taken

Rechters hebben als taak recht te spreken in civielrechtelijke en strafrechtelijke zaken. In bestuursrechtelijke en constitutioneelrechtelijke zaken treden zij op als toezichthouder op het openbaar bestuur en hoeder van de grondwet.

Wettelijke verantwoordelijkheid

Tuchtrechtelijk: een rechter die verwijtbaar zijn beroepsplicht schendt, dient zich te verantwoorden voor een volledig uit rechters samengestelde tuchtrechtbank bij een hof van beroep of het Hooggerechtshof (deze tuchtrechtbank is ook bevoegd in zaken betreffende schending van de beroepsplicht door officieren van justitie).

Strafrechtelijk: een rechter die verwijtbaar zijn beroepsplicht schendt en tevens een strafbaar feit pleegt, dient zich te verantwoorden voor de strafrechter (bijvoorbeeld in het geval van misbruik van ambtsbevoegdheid).

Civielrechtelijk: partijen die schade hebben geleden door het onwettige en verwijtbare gedrag van een rechter (of, indien van toepassing, een officier van justitie) kunnen alleen tegen de Staat een vordering tot vergoeding van de geleden schade instellen. In geval van opzet of grove nalatigheid schuld kan de Staat verhaal halen op de rechter (of, indien van toepassing, de officier van justitie).

2. Openbare aanklagers

Organisatie

De hiërarchische organisatie van het openbaar ministerie komt in hoofdlijnen overeen met die van de rechtbanken.

Bij elke arrondissementsrechtbank die bevoegd is voor strafzaken (dus 17 rechtbanken in totaal), is er een bureau van het openbaar ministerie. Daarnaast is er een voor heel Oostenrijk bevoegd openbaar ministerie voor strafvervolging bij economische delicten en corruptie. Elk hof van beroep heeft een bureau van hoofdofficieren van justitie en het bureau van de procureur-generaal bevindt zich bij het Hooggerechtshof. De bureaus van de hoofdofficieren van justitie en het bureau van de procureur-generaal vallen rechtstreeks onder de bondsminister van Justitie.

Opleiding en benoeming

De opleiding tot officier van justitie komt overeen met die van een beroepsrechter.

Alleen wie aan de voorwaarden voor benoeming tot rechter voldoet, kan worden benoemd tot officier van justitie.

Vacatures voor officieren van justitie moeten, evenals vacatures voor rechters, openbaar worden gemaakt. De bondspresident heeft het recht officieren van justitie te benoemen, maar net zoals dit bij rechters het geval is, heeft hij dit recht voor de meeste functies voor officieren van justitie aan de bondsminister van Justitie gedelegeerd.

Status van officieren van justitie

De bureaus van de officieren van justitie zijn gerechtelijke autoriteiten die weliswaar losstaan van de rechtbanken, maar niet onafhankelijk zijn. Zij kennen een hiërarchische structuur en zijn gebonden aan de instructies van bureaus van de hoofdofficieren van justitie en uiteindelijk de bondsminister van Justitie.

Er gelden nauwkeurig omschreven wettelijke regels voor het recht om instructies te geven. Door een bureau van een hoofdofficier van justitie of van de bondsminister van Justitie mogen instructies alleen schriftelijk en gemotiveerd worden gegeven. Eventueel ontvangen instructies moeten worden opgenomen in het dossier van de betreffende strafzaak. De bondsminister van Justitie is ministerieel verantwoordelijk en dient het parlement dus informatie te verstrekken en tevens verantwoording hieraan af te leggen.

Medewerkers van de afzonderlijke bureaus van de officieren van justitie moeten de instructies van het hoofd van het bureau opvolgen. Indien zij een instructie echter strijdig achten met de wet, kunnen zij verzoeken om een schriftelijk bevel inzake de instructie en zelfs verzoeken om van de strafzaak in kwestie te worden afgehaald. In hun totaliteit zijn de diensten van het openbaar ministerie dan ook hiërarchisch georganiseerd. Dit is onder meer noodzakelijk vanwege het feit dat – anders dan bij uitspraken van rechters – hun beslissingen niet via enig rechtsmiddel kunnen worden aangevochten.

Rol en taken

De bureaus van het openbaar ministerie zijn speciale organen die losstaan van de rechtbanken. Hun taak is het behartigen van het publieke belang in de strafrechtspleging. Dit houdt met name in dat zij tenlasteleggingen tegen personen uitbrengen en de aanklacht verdedigen in strafprocedures. Zij worden ook wel inbeschuldigingstellingsinstanties genoemd. In strafzaken geven zij ook leiding aan de prejudiciële procedures.

Een van de taken van de openbare aanklagers is het voor de rechter brengen en in rechte verdedigen van aanklachten, zowel voor de arrondissementsrechtbank als voor de districtsgerechten van het rechtsgebied van de desbetreffende arrondissementsrechtbank. In de regel brengen de districtsofficieren van justitie (openbare aanklagers) de aanklacht voor de districtsgerechten. Deze districtsofficieren zijn functionarissen met bijzondere deskundigheid, die evenwel niet in het bezit hoeven te zijn van een universitair diploma.

Het openbaar ministerie voor strafvervolging bij economische delicten en corruptie met bevoegdheid in heel Oostenrijk neemt een speciale positie in. De bevoegdheid van dit openbaar ministerie omvat nu ambts- en corruptiedelicten en economische delicten met schadebedragen ter hoogte van meer dan EUR 5 000 000, evenals financiële delicten met schadebedragen ter hoogte van meer dan EUR 5 000 000, gekwalificeerde gevallen van sociale fraude, gekwalificeerde handelingen door schuldenaren die schade berokkenen aan de schuldeisers en strafbare feiten krachtens de Oostenrijkse wet op naamloze vennootschappen of de wet op besloten vennootschappen die worden gepleegd bij overeenkomstig grote ondernemingen (met een aandelenkapitaal van ten minste EUR 5 000 000 of meer dan 2 000 werknemers).

De bureaus van de hoofdofficieren van justitie staan boven die van de officieren van justitie en ondersteunen de hoven van beroep in Wenen, Graz, Linz en Innsbruck. Zij treden niet alleen op als openbare aanklager voor de hoven van beroep, maar zien ook toe op alle bureaus van het openbaar ministerie in hun rechtsgebied en vallen rechtstreeks onder de bondsminister van Justitie.

Het bureau van de procureur-generaal bij het Hooggerechtshof neemt een bijzondere positie in. Dit bureau legt rechtstreeks verantwoording af aan de bondsminister van Justitie en is zelf niet gerechtigd om instructies te geven aan de bureaus van de officieren van justitie en de bureaus van de hoofdofficieren van justitie. Evenmin brengt dit bureau aanklachten uit; het dient puur ter ondersteuning van het Hooggerechtshof. Dit bureau beschikt over de bijzondere bevoegdheid om zogeheten beroepen op grond van nietigheid in het belang der wet in te stellen in strafzaken waarin partijen geen (verdere) beroepsmogelijkheid hebben. Daarmee vervult het bureau van de procureur-generaal een belangrijke rol in het bewaken van de eenvormigheid van het recht en het waarborgen van de rechtszekerheid in het strafrecht.

Wettelijke verantwoordelijkheid

De tuchtrechtelijke, strafrechtelijke en civielrechtelijke verantwoordelijkheid van openbare aanklagers is op dezelfde manier geregeld als die van rechters.

3. Rechtspfleger

Organisatie

Rechtspfleger zijn een onmisbaar onderdeel van de rechterlijke organisatie in Oostenrijk. Meer dan 80% van alle beslissingen in civielrechtelijke zaken in eerste aanleg wordt nu door de 662 Rechtspfleger (gegevens per 1 november 2012, op basis van actieve functies in voltijdequivalenten, onder andere bij de personeelsinzetgroep) genomen.

Opleiding

Een kandidaat die wil worden toegelaten tot de opleiding voor Rechtspfleger, moet eindexamen hebben gedaan, dat wil zeggen een middelbare schooldiploma hebben dat voldoende is voor toelating tot een universiteit of een school voor hoger beroepsonderwijs. Wie geen eindexamen heeft gedaan maar wel een traject in het leerlingwezen of een studie aan een technische academie heeft afgerond, mag een toelatingsexamen doen om in aanmerking te komen voor deze opleiding.

Alvorens tot de opleiding voor Rechtspfleger te worden toegelaten, moet de desbetreffende persoon ten minste twee jaar lang bij de griffie gewerkt hebben en geslaagd zijn voor het griffie-examen dat bedoeld is voor griffiemedewerkers, evenals een speciaal examen voor deze dienst. Pas dan kan de griffiemedewerker tot de opleiding voor Rechtspfleger worden toegelaten door de president van het hof van beroep.

De opleiding tot Rechtspfleger duurt drie jaar en omvat het volgende:

  • employment at one or more courts, preparing to deal with matters in the intended work area bij een of meer gerechtelijke instanties werken en daar zaken op het beoogde werkgebied voorbereiden;
  • deelname aan een basisleergang en een werkgebiedsleergang;
  • het in twee deelexamens af te leggen examen voor Rechtspfleger.

Na geslaagd te zijn voor het examen tot Rechtspfleger krijgt de kandidaat-Rechtspfleger een diploma dat wordt afgegeven door de bondsminister van Justitie.

Dit diploma is niet hetzelfde als het Rechtspfleger-certificaat, dat pas wordt verleend na het driejarige opleidingsprogramma en dat bevestigt dat men bevoegd is het beroep van Rechtspfleger uit te oefenen. Met het Rechtspfleger-certificaat heeft de betreffende rechtbankmedewerker in beginsel de bevoegdheid om de binnen zijn of haar werkterrein vallende zaken van de rechtsmacht in het federale grondgebied af te handelen.

Vervolgens moet de president van het hof van beroep bepalen bij welke rechtbank en hoe lang de desbetreffende medewerker als Rechtspfleger kan worden ingezet. Binnen de rechtbank in kwestie wordt de Rechtspfleger door het hoofd van de rechtbank toegewezen aan een door een rechter geleide afdeling van de rechtbank of, indien van toepassing, aan een aantal afdelingen. Binnen de afdeling van de rechtbank is de desbetreffende rechter verantwoordelijk voor het verdelen van de zaken.

Status van Rechtspfleger

Rechtspfleger zijn gerechtsambtenaren met een speciale opleiding aan wie het behandelen van specifiek omschreven civielrechtelijke zaken in eerste aanleg is overgedragen op basis van de Oostenrijkse federale constitutionele wet (artikel 87, lid a) en de Oostenrijkse wet inzake Rechtspfleger (Rechtspflegergesetz). Zij dienen zich te houden aan de voorschriften van de rechter aan wie de zaak is toegewezen volgens de dienstverdeling. De rechter kan te allen tijde de zaak weer in eigen handen nemen. Rechtspfleger kunnen alleen rechterlijke bevelen uitbrengen. Rechters kunnen het instellen van beroep tegen deze bevelen toestaan. Ook kan gevorderd worden dat de zaak aan een rechter wordt voorgelegd.

In de praktijk werken Rechtspfleger zo veel mogelijk zelfstandig. Instructies van de rechter zijn niet gebruikelijk en komen zeer zelden voor.

Rol en taken

Rechtspfleger worden op de volgende arbeidsgebieden ingezet:

  • civiele proces-, uitvoerings- en faillissementszaken (‘schuldregelingsprocedures’);
  • niet-contentieuze zaken;
  • kadaster- en scheepsregisterzaken;
  • handelsregisterzaken.

Elk van deze werkgebieden vereist zijn eigen opleiding en specifieke benoeming van de Rechtspfleger voor het betreffende gebied.

Verdeling van verantwoordelijkheden tussen rechters en Rechtspfleger

Het werkterrein van een Rechtspfleger omvat niet alle werkzaamheden en beslissingen die zich voordoen in de bovengenoemde werkgebieden. Welke zaken precies binnen het werkterrein van een Rechtspfleger vallen, is nauwkeurig vastgesteld in de Oostenrijkse wet inzake Rechtspfleger en de omvang van de verschillende werkterreinen kan aanzienlijk uiteenlopen.

Rechtspfleger houden zich onder meer bezig met:

  • aanmaningsprocedures;
  • de bevestiging van het rechtsgevolg en de uitvoerbaarheid van gerechtelijke uitspraken, op hun werkgebied;
  • beslissingen over aanvragen voor rechtsbijstand in Rechtspfleger-procedures;
  • het verrichten van officiële handelingen naar aanleiding van een verzoek om justitiële bijstand van een binnenlandse rechtbank of een binnenlandse overheidsinstantie.

4. Advocaten

Algemeen

Advocaten zijn bevoegd om partijen in gerechtelijke en buitengerechtelijke, publiek- en privaatrechtelijke kwesties te vertegenwoordigen voor alle rechtbanken en instanties van de republiek Oostenrijk.

Er is geen officiële benoeming nodig om als advocaat te werken in Oostenrijk, maar de volgende eisen zijn wel voorwaarde voor de beroepsuitoefening.

De materiële rechtsgrondslagen zijn het Oostenrijks reglement betreffende het beroep van advocaat (Rechtsanwaltsordnung), Oostenrijks staatsblad nr. 96/1896, het tuchtstatuut van advocaten en aspirant-advocaten (Disziplinarstatut für Rechtsanwälte und Rechtsanwaltsanwärter), Oostenrijks staatsblad nr. 474/1990, de federale wet op de advocatenhonoraria (Bundesgesetz über den Rechtsanwaltstarif), Oostenrijks staatsblad nr. 189/1969 en de Oostenrijkse wet op het advocatenexamen (Rechtsanwaltsprüfungsgesetz), Oostenrijks staatsblad nr. 556/1985.

Voorwaarden voor de beroepsuitoefening

Wie wil toetreden tot het beroep van advocaat, moet na de studie rechtswetenschappen (studie Oostenrijks recht) kunnen aantonen in totaal ten minste vijf jaar in een juridische beroepshoedanigheid te hebben gewerkt, waarvan ten minste vijf maanden bij een rechtbank of een openbaar ministerie en drie jaar als aspirant-advocaat bij een Oostenrijkse advocaat.

Het voor de beroepsuitoefening noodzakelijke advocatenexamen kan worden afgelegd na drie jaar in de praktijk te hebben gewerkt, waarvan ten minste vijf maanden bij een rechtbank en ten minste twee jaar bij een advocaat. Voorwaarde voor het mogen afleggen van het examen is bovendien dat men deelneemt aan de door de orde van advocaten bindend voorgeschreven scholingsactiviteiten.

Wie aan de genoemde voorwaarden voldoet, kan zich laten opnemen op de lijst van advocaten van de orde van advocaten in het ressort waar hij of zij een praktijk wil gaan voeren.

Onder bepaalde voorwaarden kan in Oostenrijk ook een buitenlandse advocaat, die onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland:

  • op tijdelijke basis werk verrichten als advocaat;
  • na een onderzoek naar zijn of haar geschiktheid verzoeken om te worden opgenomen op de lijst van advocaten van de desbetreffende orde van advocaten; of
  • zich onder de beroepsaanduiding van de staat van herkomst onmiddellijk, zonder voorafgaand onderzoek naar zijn of haar geschiktheid, in Oostenrijk vestigen en na drie jaar van ‘effectieve en reguliere’ beroepsuitoefening in Oostenrijk volledig in de Oostenrijkse advocatuur integreren.

Onder bepaalde omstandigheden kan in de republiek Oostenrijk ook een lid van een orde van advocaten van een GATS-lidstaat tijdelijk bepaalde nauwkeurig afgegrensde werkzaamheden als advocaat verrichten.

Wettelijke verantwoordelijkheid

Advocaten die hun beroepsplichten schenden of het beroep in diskrediet brengen, dienen zich te verantwoorden voor een door de lokale orde van advocaten gekozen tuchtraad. De maximale straf die kan worden opgelegd door de tuchtraad is de betrokkene van de lijst van advocaten schrappen. In tweede aanleg beslist een vierkoppige hoogste beroeps- en tuchtcommissie, die bestaat uit twee rechters van het Hooggerechtshof en twee advocaten.

Natuurlijk rust op advocaten ook een strafrechtelijke en civielrechtelijke verantwoordelijkheid.

Orde van advocaten, Oostenrijkse federale orde van advocaten

Alle op de desbetreffende lijst opgenomen advocaten en aspirant-advocaten van een deelstaat vormen een orde van advocaten. Ordes van advocaten zijn publiekrechtelijke rechtspersonen en zelfstandige bestuursorganen.

Voor de coördinatie van hun taken vormen gedelegeerden van de ordes van advocaten van de individuele deelstaten een gezamenlijke vertegenwoordiging op federaal niveau, de Oostenrijkse federale orde van advocaten (http://www.rechtsanwaelte.at/).

5. Notarissen

Algemeen

Voor het regelen van privaatrechtelijke rechtsverhoudingen kan de rechtzoekende bevolking een beroep doen op de notarissen als onafhankelijke en onpartijdige organen van de voorbereidende rechtspleging.

De hoofdtaak van notarissen is medewerking verlenen aan rechtshandelingen en juridische bijstand leveren aan het publiek. Notarissen stellen openbare aktes op, bewaren goederen voor derden, stellen onderhandse aktes op en vertegenwoordigen partijen, voornamelijk op niet-contentieus gebied. Notarissen hebben bovendien tot taak als gevolmachtigden van de rechtbank op te treden in procedures die geen geschil betreffen. Ze worden in deze hoedanigheid van gerechtelijk commissaris met name ook betrokken bij procedures die een nalatenschap betreffen.

Notarissen moeten ervoor zorgen dat de activa van een overledene veilig gesteld worden en overgaan op de personen die er recht op hebben. Deze activiteit vergt speciale kennis van het erfrecht en van niet-contentieuze procedures, hetgeen er weer toe leidt dat notarissen voortdurend benaderd worden door burgers om hen bij te staan bij het opstellen van testamenten en met name om advies te geven en als vertegenwoordiger op te treden in erfrechtsaangelegenheden.

Notarissen oefenen een openbaar ambt uit, maar zijn geen ambtenaar. Zij dragen het commerciële risico van het voeren van een praktijk, maar voeren geen bedrijf. Het beroep van notaris is te vergelijken met een vrij beroep, maar als gerechtelijk commissaris geldt de notaris als rechterlijk ambtenaar. Het werk als notaris is het hoofdberoep en kan niet worden gecombineerd met werk als advocaat.

Wijzigingen in het aantal notarisplaatsen en in de locaties van notariskantoren vinden plaats door middel van een verordening van de bondsminister van Justitie. Momenteel telt Oostenrijk 490 notariskantoren.

De materiële rechtsgrondslagen voor deze activiteit bestaan uit de Oostenrijkse notariaatsverordening (Notariatsordnung), Oostenrijks staatsblad nr. 75/1871, de Oostenrijkse wet op notariële akten (Notariatsaktsgesetz), Oostenrijks staatsblad nr. 76/1871, de Oostenrijkse wet op de tarieven van notarissen (Notariatstarifgesetz), Oostenrijks staatsblad nr. 576/1973, de Oostenrijkse wet op het notarisexamen (Notariatsprüfungsgesetz), Oostenrijks staatsblad nr. 522/1987, de Oostenrijkse wet op gerechtelijk commissarissen (Gerichtskommissärsgesetz), Oostenrijks staatsblad nr. 343/1970 en de Oostenrijkse wet op de tarieven van notarissen als gerechtelijk commissaris (Gerichtskommissionstarifgesetz) , Oostenrijks staatsblad nr. 108/1971.

Opleiding

Wie zijn of haar rechtenstudie (studie Oostenrijks recht) heeft afgerond en geïnteresseerd is in het beroep van notaris, zoekt een notaris die een arbeidsverhouding met hem of haar wil aangaan en hem of haar laat opnemen op de lijst van kandidaat-notarissen.

Opname op de lijst van kandidaat-notarissen die wordt bijgehouden door de verantwoordelijke kamer van notarissen is alleen toegestaan indien de persoon in kwestie vijf maanden praktijkervaring heeft als juridisch stagiair bij een rechtbank of bij een openbaar ministerie en op het moment van eerste opname op de lijst van kandidaten nog geen 35 jaar oud is.

Om te worden toegelaten tot het notarieel examen, dient de kandidaat-notaris de door kamer van notarissen bindend voorgeschreven scholingsactiviteiten bij te wonen.

Het notarieel examen wordt in twee delen afgelegd:

  • De kandidaat-notaris kan het eerste gedeelte van het examen afleggen na 18 maanden kandidaat-notaris te zijn geweest, maar moet uiterlijk aan het eind van het vijfde jaar als kandidaat-notaris geslaagd zijn voor dit eerste gedeelte; anders wordt zijn of haar naam geschrapt van de lijst van kandidaat-notarissen.
  • Het tweede gedeelte kan worden afgelegd na ten minste nog één jaar in de praktijk als kandidaat-notaris te hebben gewerkt. Het tweede gedeelte van het notarieel examen moet uiterlijk aan het einde van een periode van tien jaar als kandidaat-notaris zijn behaald, anders wordt de naam van de kandidaat-notaris van de lijst geschrapt.

Benoeming

Vacante of nieuw gecreëerde notarisplaatsen moeten alvorens ze worden ingevuld openbaar bekend worden gemaakt. De wet (artikel 6 van de Oostenrijkse notariaatsverordening) vereist onder andere dat sollicitanten voor een notarisplaats:

  • burger zijn van een EU-lidstaat of een andere lidstaat van de EER of van Zwitserland;
  • de studie Oostenrijks recht met succes hebben afgerond;
  • geslaagd zijn voor het notarieel examen; en
  • aan kunnen tonen zeven jaar werkzaam te zijn geweest in een juridisch beroep, waaronder ten minste drie jaar als kandidaat-notaris na het afleggen van het notarieel examen.

Aan deze basisvoorwaarden kan echter geen recht worden ontleend om tot notaris te worden benoemd. Tijdens de benoemingsprocedure worden de sollicitanten beoordeeld en geselecteerd door de lokaal bevoegde kamer van notarissen en vervolgens door de personeelskamers van de verantwoordelijke arrondissementsrechtbank en het hof van beroep, waarbij van doorslaggevend belang is hoe lang men in de praktijk heeft gewerkt. De kamer van notarissen en de twee personeelskamers stellen elk drie personen voor aan de bondsminister van Justitie. Hoewel de minister niet gebonden is aan de voorstellen, benoemt hij of zij in de praktijk alleen maar geselecteerde sollicitanten.

Het ambt van notaris kan worden uitgeoefend tot en met 31 januari van het kalenderjaar dat volgt op de 70e verjaardag van de notaris. Een notaris officieel naar een andere notarisplaats overplaatsen is niet toegestaan.

Toezicht op notarissen; wettelijke verantwoordelijkheid

Vanwege hun taken bij het opstellen van openbare akten en als gerechtelijk commissaris staan notarissen onder speciaal toezicht. Voor het toezicht op notarissen zijn de bondsminister van Justitie, de rechterlijke macht en, rechtstreeks, de kamers van notarissen verantwoordelijk.

Notarissen kennen eigen tuchtrecht. Overtredingen van de dienstvoorschriften worden in eerste aanleg door het hof van beroep als tuchtrechtbank voor notarissen en in tweede aanleg door het Hooggerechtshof als tuchtrechtbank voor notarissen gerechtelijk vervolgd, waarbij ook notarissen lid moeten zijn van de kamers die deze zaken behandelen. De maximale straf die de tuchtrechtbank kan opleggen is ontzetting uit het ambt. Eenvoudige overtredingen worden behandeld door de kamer van notarissen.

Naast hun verantwoordelijkheid onder het tuchtrecht rust op notarissen vanzelfsprekend ook een strafrechtelijke en civielrechtelijke verantwoordelijkheid.

Voor zover de notaris als gerechtelijk commissaris optreedt, wordt hij of zij in strafrechtelijke zin als ambtenaar aangemerkt en dient hij of zij zich derhalve te verantwoorden voor zogeheten ambtsdelicten, waaronder met name misbruik van de ambtsbevoegdheid. Voor de civielrechtelijke aansprakelijkheid gelden verschillende regelingen. Als notarissen als gerechtelijk commissaris optreden, gelden voor hen dezelfde aansprakelijkheidsbepalingen als voor rechters en officieren van justitie. Dit betekent dat de partijen niet direct een vordering tegen de notaris kunnen instellen, maar hun vorderingen voor schadevergoeding tot de Staat moeten richten. In het geval van opzet of grove schuld kan de Staat verhaal halen op de notaris. Buiten de hoedanigheid van gerechtelijk commissaris is de notaris direct civielrechtelijk verantwoordelijk jegens de partijen.

Notariaatsraden, Oostenrijkse Kamer van Notarissen (Österreichische Notariatskammer)

De notarissen die hun praktijk uitoefenen in een deelstaat en de op de lijst van kandidaat-notarissen van die deelstaat opgenomen kandidaat-notarissen vormen een raad van notarissen. De deelstaten Wenen, Neder-Oostenrijk en Burgenland, evenals de deelstaten Tirol en Vorarlberg, kennen gezamenlijke raden.

Deze raden zijn verantwoordelijk voor het behartigen van de eer en waardigheid van de beroepsgroep en voor het vertegenwoordigen van de belangen van deze beroepsgroep.

Elke raad van notarissen moet uit de eigen leden een kamer van notarissen kiezen. De kamer van notarissen bestaat uit een notaris als voorzitter en zes andere notarissen (twaalf in Wenen) en drie kandidaat-notarissen (zes in Wenen) als leden.

De Oostenrijkse Kamer van Notarissen (http://www.notar.at/) bestaat uit de kamers van notarissen van de deelstaten. De Oostenrijkse Kamer van Notarissen heeft tot taak notarissen te vertegenwoordigen en hun rechten en belangen te behartigen in zaken die het Oostenrijkse notariaat in zijn geheel betreffen of in zaken die het bereik van een individuele kamer van notarissen te buiten gaan.

Links

Juridische beroepen - Oostenrijk

Laatste update: 25/06/2013

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken lidstaten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. De Europese Commissie aanvaardt geen verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid met betrekking tot informatie of gegevens in dit document. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website