Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Pools) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
De volgende vertalingen zijn al beschikbaar
Swipe to change

Legaal verhuizen naar het buitenland met kinderen

Polen
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Onder welke omstandigheden is een ouder gerechtigd het kind zonder toestemming van de andere ouder naar een andere staat over te brengen?

Het ouderlijk gezag gaat hand in hand met het beginsel van de gezamenlijke uitoefening ervan door beide ouders. Dit beginsel is verankerd in artikel 97, lid 2, van het Poolse wetboek van gezins- en voogdijzaken (hierna het "WvGV" genoemd), waarin is vastgelegd dat voor het kind belangrijke beslissingen in gezamenlijk overleg door de ouders worden genomen. Indien de ouders het oneens zijn, beslist de rechter die is belast met voogdijzaken. Een ouder kan enkel zelfstandig beslissingen nemen, zonder de andere ouder te raadplegen en zijn of haar instemming te verkrijgen, over zaken die voor het kind minder belangrijk zijn. In de Poolse jurisprudentie wordt overbrenging naar het buitenland als een voor het kind belangrijke zaak beschouwd, of dit nu een permanente verhuizing of een tijdelijk verblijf is, waaronder vakantie.

Gelet op artikel artikel 97, lid 2, van het WvGV kan een van de ouders het kind alleen in de volgende gevallen zonder de instemming van de andere ouder meenemen naar het buitenland:

a) het ouderlijk gezag is de andere ouder ontnomen op grond van een beslissing van de Poolse rechter (artikel 111 van het WvGV);

a) het ouderlijk gezag van de andere ouder is geschorst op grond van een beslissing van de Poolse rechter (artikel 110 van het WvGV);

c) de andere ouder heeft een beperkt ouderlijk gezag gezien de dreiging die hij of zij vormt voor het belang van het kind (artikel 109 van het WvGV). De rechter beslist over de wijze waarop het ouderlijk gezag wordt beperkt middels maatregelen waarmee het belang van het kind zo goed mogelijk wordt beschermd. Beperking van het ouderlijk gezag kan bijvoorbeeld inhouden dat een ouder het recht wordt ontnomen om te beslissen over voor het kind belangrijke zaken of over bepaalde andere zaken. Als met een rechterlijke beslissing in die zin een ouder de mogelijkheid wordt ontzegd om te beslissen over de gewone verblijfplaats van het kind, kan die ouder zich niet verzetten tegen de overbrenging van de gewone verblijfplaats van het kind van Polen naar het buitenland;

d) de rechten en plichten van de ouders jegens het kind kunnen worden gewijzigd naar aanleiding van een vonnis waarbij het volgende is uitgesproken: een echtscheiding (artikel 58, leden 1 en 1a, van het WvGV),
een nietigverklaring van het huwelijk (artikel 51, leden 1 en 1a, juncto artikel 21 van het WvGV) of
een scheiding van tafel en bed (artikel 58, leden 1 en 1a, juncto artikel 613, lid 1, van het WvGV). Dit geldt ook voor beslissingen die zijn genomen krachtens artikel 93, lid 2, van het WvGV (vaststelling van de afstamming), artikel 106 van het WvGV (wijziging van een beslissing betreffende het ouderlijk gezag en de wijze van uitoefening ervan zoals bepaald in een uitspraak inzake echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk) of artikel 107, leden 1 en 2, van het WvGV (toewijzing van het ouderlijk gezag aan één ouder wanneer de ouders niet samenwonen). In het bijzonder kan de rechtbank in dit soort zaken het ouderlijk gezag toekennen aan één ouder en het gezag van de andere ouder over het kind tot specifieke rechten en plichten beperken. Als de rechtbank die de echtscheiding uitspreekt, beslist om de uitoefening van het ouderlijk gezag toe te vertrouwen aan een van de ouders en het gezag van de andere ouder te beperken, wordt het ouderlijk gezag niet aan deze andere ouder ontnomen, maar kan hij of zij dit gezag slechts uitoefenen binnen de grenzen van de door de rechtbank vastgestelde rechten en plichten. Als de rechtbank deze ouder niet het recht toekent om over de verblijfplaats van het kind te beslissen, mag in principe alleen de ouder daarover beslissen aan wie de rechtbank de uitoefening van het ouderlijk gezag wel heeft toegekend (zie echter punt 2);

e) de andere ouder is het recht ontnomen om te beslissen over wijziging van de verblijfplaats van het kind op grond van een in Polen erkende beslissing van een buitenlandse rechter.

2 Onder welke omstandigheden is voor de overbrenging van het kind naar een andere staat toestemming van de andere ouder vereist?

In alle gevallen die niet in het voorgaande punt zijn vermeld, moet de andere ouder zijn of haar instemming verlenen. Het gaat om situaties waarin de ouder over het volledige ouderlijke gezag beschikt, of een beperkt ouderlijk gezag heeft maar wel het recht heeft om over de verblijfplaats van het kind te beslissen. De Poolse jurisprudentie gaat op dit punt nog verder. Het Hooggerechtshof heeft in zijn arrest van 10 november 1971 (zaak nr.° III CZP 69/71) namelijk geoordeeld dat een ouder bij wie het kind mag verblijven, moet kunnen meebeslissen over wijziging van de permanente verblijfplaats van het kind als zijn of haar contacten met het kind hierdoor in de praktijk onmogelijk worden. Als de rechtbank bij een echtscheiding bijvoorbeeld aan een van de ouders niet het recht heeft toegekend om mee te beslissen over de gewone verblijfplaats van het kind, kan deze ouder in het licht van voornoemd arrest toch de terugkeer van het kind eisen als hij of zij door deze wijziging zijn of haar omgangs- en verblijfsrecht om materiële redenen niet kan uitoefenen.

3 Hoe kan het kind legaal naar een andere staat worden overgebracht als overbrenging noodzakelijk is, maar de andere ouder er geen toestemming voor geeft?

In een dergelijk geval moet de Poolse rechtbank die met voogdijzaken is belast, worden verzocht in te stemmen met de overbrenging van het kind naar het buitenland.
Een dergelijke toestemming kan worden aangevraagd door een ouder wiens of wier ouderlijk gezag niet is beëindigd of geschorst. Het verzoek kan door de aanvrager zelf worden ingediend bij de rechtbank. In dit soort zaken is juridische bijstand op grond van de Poolse wet niet verplicht. Het bevoegde gerecht in eerste aanleg is de arrondissementsrechtbank, afdeling gezinszaken en minderjarigen, in het rechtsgebied waar het kind zijn woon- of verblijfplaats heeft.

4 Gelden voor tijdelijke overbrenging (bv. voor vakantie of medische behandeling) en permanente overbrenging dezelfde regels? Gelieve toestemmingsformulieren te verstrekken, indien beschikbaar.

Zoals hierboven reeds is uiteengezet, moet de andere ouder ook voor een buitenlands verblijf van korte duur zijn of haar instemming verlenen.

In Polen bestaat er geen formulier inzake de instemming met een (permanent of tijdelijk) verblijf van een kind in het buitenland. De instemming kan dus in elke vorm worden verleend. Niettemin is het voor eventuele gerechtelijke stappen voor terugkeer van het kind op grond van het verdrag van Den Haag wenselijk om te beschikken over schriftelijke instemming. Voor een dergelijke instemmingsverklaring kan het nuttig zijn een beroep te doen op een advocaat, een juridisch adviseur of een notaris in Polen.

Laatste update: 27/06/2017

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.

Feedback

Met onderstaand formulier kunt u ons opmerkingen en feedback sturen over onze nieuwe website