Legaal verhuizen naar het buitenland met kinderen

Kroatië
Inhoud aangereikt door
European Judicial Network
Europees justitieel netwerk (in burgerlijke en handelszaken)

1 Onder welke omstandigheden is een ouder gerechtigd het kind zonder toestemming van de andere ouder naar een andere staat over te brengen?

De volgende situaties zijn van elkaar te onderscheiden in termen van de omstandigheden waaronder een ouder, zonder toestemming van de andere ouder, een kind rechtmatig naar een andere staat mag overbrengen:

a) wanneer de ouder met wie het kind samenwoont het kind rechtmatig naar een andere staat wil overbrengen, en

b) wanneer de ouder met wie het kind niet samenwoont maar met wie het kind een persoonlijke relatie heeft het kind rechtmatig naar een andere staat wil overbrengen.

a) De ouder met wie een kind samenwoont, mag het kind, na de echtscheiding, in het kader van zijn dagelijkse ouderlijke zorg rechtmatig naar een andere staat overbrengen (bv. voor een daguitstap), op voorwaarde dat dit geen afbreuk doet aan het recht van de andere ouder om een persoonlijke relatie met het kind te onderhouden, als bedoeld in de artikelen 95 en 119 van de wet inzake familierechtelijke procedures (Obiteljski zakon) (Narodne Novine (NN; Staatsblad van de Republiek Kroatië), nr. 103/15; hierna "ObZ 2015" genoemd). Bijgevolg heeft elk van de ouders, ongeacht of ze gezamenlijk dan wel afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor en de opvoeding van het kind, het recht om zelfstandig alledaagse beslissingen met betrekking tot het kind te nemen wanneer het kind onder zijn hoede is (artikel 110 ObZ 2015). Als de ouders na hun echtscheiding gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor en de opvoeding van een kind (artikel 104 ObZ 2015), moeten beslissingen die belangrijk zijn voor het kind in onderling overleg worden genomen (artikel 108 ObZ 2015). Rekening houdend met het feit dat een incidentele reis naar een ander land (bv. een daguitstap) niet het voornemen inhoudt om de vaste of tijdelijke woonplaats van het kind te wijzigen en derhalve niet behoort tot de uitputtende lijst van belangrijke individuele rechten van het kind als bedoeld in artikel 100 ObZ 2015, dienen de bepalingen van artikel 99, lid 2, ObZ 2015 op passende wijze te worden toegepast. Hetzelfde geldt voor een geval waarin de ouder met wie het kind na de echtscheiding samenwoont, gedeeltelijk afzonderlijk verantwoordelijk is voor de ouderlijke zorg (artikel 105 ObZ 2015). Als de ouder met wie het kind na de echtscheiding samenwoont op grond van een rechterlijke beslissing als enige afzonderlijk verantwoordelijk is voor de ouderlijke zorg, heeft hij echter geen toestemming van de andere ouder nodig om het kind tijdelijk naar een andere staat over te brengen (artikel 105, lid 5, ObZ 2015).

b) Als de ouder met wie een kind na de echtscheiding niet samenwoont maar met wie het kind een persoonlijke relatie onderhoudt, besluit het kind rechtmatig naar een andere staat over te brengen, mag hij dat doen mits het gaat om een tijdelijk verblijf in een ander land (bv. een daguitstap) gedurende de tijd dat de ouder het recht heeft een directe persoonlijke relatie met het kind te onderhouden (artikel 121 ObZ 2015) en mits dat recht niet door de rechter is ontnomen of beperkt (de artikelen 123 tot en met 126 ObZ 2015). Bijgevolg heeft elk van de ouders, ongeacht of ze gezamenlijk dan wel afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor en de opvoeding van het kind, het recht om zelfstandig alledaagse beslissingen met betrekking tot het kind te nemen wanneer het kind onder zijn hoede is (artikel 110 ObZ 2015). Als de ouders na hun echtscheiding gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor en de opvoeding van een kind (artikel 104 ObZ 2015), moeten beslissingen die belangrijk zijn voor het kind in onderling overleg worden genomen (artikel 108 ObZ 2015). Rekening houdend met het feit dat een tijdelijk verblijf in een andere staat gedurende de tijd dat de ouder het recht heeft een directe persoonlijke relatie met het kind te onderhouden (bv. een daguitstap) niet het voornemen inhoudt om de vaste of tijdelijke woonplaats van het kind te wijzigen en derhalve niet behoort tot de uitputtende lijst van belangrijke individuele rechten van het kind als bedoeld in artikel 100 ObZ 2015, dienen de bepalingen van artikel 99, lid 2, ObZ 2015 op passende wijze te worden toegepast. Hetzelfde geldt voor een geval waarin de ouder met wie het kind na de echtscheiding samenwoont gedeeltelijk afzonderlijk verantwoordelijk is voor de ouderlijke zorg (artikel 105 ObZ 2015), aangezien de ouder die een directe persoonlijke relatie met het kind onderhoudt de vrijheid en het recht heeft om het kind in alledaagse aangelegenheden te vertegenwoordigen gedurende de tijd dat het kind onder zijn hoede is (krachtens de artikelen 110 en 112, juncto artikel 105, lid 1, ObZ 2015).

In deze situaties moet het belang van de bepalingen van artikel 111 ObZ 2015 worden benadrukt. Dat wil zeggen dat beide ouders, ongeacht of zij gezamenlijk dan wel afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de ouderlijke zorg, verplicht zijn onderling informatie over het kind uit te wisselen, met inbegrip van informatie over de mogelijke overbrenging van het kind naar het buitenland. Naast deze wettelijke verplichting van de ouders, moet het kind, of elk van de ouders, bij het overschrijden van een staatsgrens persoonlijke en andere documenten bij zich hebben.

Indien een van de ouders van mening is dat de andere ouder misbruik zou kunnen maken van een dergelijke tijdelijke overbrenging van het kind, kan hij de rechter verzoeken om in een buitengerechtelijke procedure een van de in artikel 418 ObZ 2015 genoemde maatregelen op te leggen om ervoor te zorgen dat de beslissing tot het onderhouden van een persoonlijke relatie tussen ouder en kind wordt gehandhaafd, of om een van de in artikel 419 ObZ 2015 genoemde maatregelen op te leggen, waardoor de veilige terugkeer van het kind wordt gewaarborgd.

De beste oplossing zou zijn dat ouders tot een akkoord komen over deze en soortgelijke kwesties, die zij vervolgens opnemen in hun overeenkomst betreffende gezamenlijke ouderlijke zorg (artikel 106, lid 3, ObZ 15).

2 Onder welke omstandigheden is voor de overbrenging van het kind naar een andere staat toestemming van de andere ouder vereist?

Voor elke (permanente) overbrenging van het kind naar een andere staat teneinde de vaste of tijdelijke woonplaats van het kind te wijzigen, is de toestemming van beide ouders vereist. Ongeacht of de ouders gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor en de opvoeding van het kind en ongeacht of een van hen gedeeltelijk afzonderlijk verantwoordelijk is, moet de ouder die het kind overbrengt en daarmee de vaste of tijdelijke woonplaats van het kind wijzigt, hiervoor de schriftelijke toestemming van de andere ouder krijgen (de artikelen 100 en 108 ObZ 2015). Als de ouder met wie het kind na de echtscheiding samenwoont als enige afzonderlijk verantwoordelijk is voor de ouderlijke zorg, heeft hij echter niet de toestemming van de andere ouder nodig om het kind naar een andere staat over te brengen teneinde de vaste of tijdelijke woonplaats van het kind te wijzigen (artikel 105, lid 5, ObZ 15).

3 Hoe kan het kind legaal naar een andere staat worden overgebracht als overbrenging noodzakelijk is, maar de andere ouder er geen toestemming voor geeft?

Als een ouder door overbrenging van het kind naar een andere staat de vaste of tijdelijke woonplaats van het kind wil wijzigen en niet de schriftelijke toestemming van de andere ouder kan verkrijgen, bepaalt de rechtbank in een buitengerechtelijke procedure wie van de ouders het belang van het kind in deze zaak het beste behartigt (artikel 100, lid 5, en artikel 478, lid 1, ObZ 2015). Voorafgaand aan het inleiden van deze buitengerechtelijke procedure moet een verplichte buitengerechtelijke counselingprocedure plaatsvinden, waarbij het de bedoeling is dat deskundigen van het ministerie van Sociale Zaken de ouders helpen tot een akkoord te komen over de kwestie (artikel 481 ObZ 2015 – buitengerechtelijke procedure betreffende verplichte counseling als procedureel vereiste voor het inleiden van de procedure van artikel 100, lid 5, ObZ 2015). Indien de ouders in de loop van de verplichte counseling geen overeenstemming kunnen bereiken, beslist een rechtbank in een buitengerechtelijke procedure over de kwestie. In die procedure wordt vooral gekeken naar: de leeftijd en mening van het kind, het recht van het kind om een persoonlijke relatie met de andere ouder te onderhouden, de bereidheid van de ouders om samen te werken bij de uitoefening van hun ouderlijke rechten, de persoonlijke omstandigheden van de ouders, de afstand tussen de permanente of tijdelijke woonplaats van de ouders en de plaats waarnaar het kind zou kunnen verhuizen, alsook de verkeersverbindingen tussen deze plaatsen en het recht van de ouder op vrij verkeer (artikel 484 ObZ 2015).

Er moet echter worden benadrukt dat indien een van de ouders als enige afzonderlijk verantwoordelijk is voor de ouderlijke zorg voor het kind, hij niet de toestemming van de andere ouder nodig heeft om het kind naar een andere staat over te brengen teneinde de tijdelijke of permanente woonplaats van het kind te wijzigen, wat betekent dat in een dergelijk geval het bezwaar van de andere ouder geen rechtsgevolgen heeft (artikel 105, lid 5, ObZ 2015).

4 Gelden voor tijdelijke overbrenging (bv. voor vakantie of medische behandeling) en permanente overbrenging dezelfde regels? Gelieve toestemmingsformulieren te verstrekken, indien beschikbaar.

Zoals aangegeven in de antwoorden op de vragen 1 tot en met 3 worden de rechten en plichten van ouders in ObZ 2015 op verschillende wijzen geregeld, afhankelijk van de vraag of het gaat om een tijdelijke overbrenging van het kind naar een andere staat (bv. een daguitstap die de rechten van de andere ouder niet aantast) dan wel een permanente overbrenging van het kind naar een andere staat met het doel de vaste of tijdelijke verblijfplaats van het kind te wijzigen.

Laatste update: 23/08/2018

De verschillende taalversies van deze pagina worden bijgehouden door de betrokken EJN-contactpunten. De informatie wordt vertaald door de diensten van de Europese Commissie. Eventuele aanpassingen zijn daarom mogelijk nog niet verwerkt in de vertalingen. Het EJN en de Commissie aanvaarden geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens in dit document of waarnaar in dit document wordt verwezen. Zie de juridische mededeling voor auteursrechtelijke bepalingen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor deze pagina.